Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 oktober 2012

Naar aanleiding van de motie Wiegman1 heeft de toenmalige minister van VROM in juni 2009 toegezegd eind 2009 de Kamer te informeren over de uitkomst van het overleg met de provincies en gemeenten over de transparantie van de berekening van de leges welke op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kunnen worden opgelegd. Dit overleg heeft er toe geleid dat de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en toenmalig Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (thans I&M) samen met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een leidraad omgevingsvergunning hebben opgesteld. Deze leidraad heeft tot doel om een handvat annex stappenplan en activiteitenlijst te bieden, waarmee gemeenten op eenduidige wijze een kostenonderbouwing kunnen opstellen, zodat hiermee transparantie kan worden geboden. Deze leidraad is op 21 april 2010 gepubliceerd en aangeboden aan de Kamer2. In een Algemeen Overleg op 22 april 2010 (Kamerstuk 31 953, nr. 35) is toegezegd dat in 2012 geëvalueerd zou worden of de in de leidraad neergelegde afspraken tot het gewenste resultaat hebben geleid. Afgesproken is ook dat daarbij de motie Heijnen uit 2009 zou worden meegenomen3, die verzoekt om niet alleen te toetsen op transparantie maar ook het in acht nemen van een redelijke bandbreedte.

Onderzoeksmethode

Het onderzoek is uitgevoerd door Deloitte Belastingadviseurs BV in opdracht van het Ministerie van BZK *). Een begeleidingscommissie heeft het onderzoek begeleid, bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van BZK, het ministerie van I&M, de VNG en de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht. Zij hebben zich met name gefocust op de vragenlijsten. Het onderzoek is opgezet door een nulmeting in 2011 (een jaar na introductie van de Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning) en een 1-meting in 2012. Door een vergelijking tussen beide jaren kan iets worden gezegd over de ontwikkeling van transparantie in de opbouw van de tarieven en de ontwikkeling van de tarieven zelf. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van enquêtes onder gemeenten.

Conclusies eindrapportage

De hoofdconclusie van het onderzoeksbureau is dat geen enkele gemeente uit zichzelf volledig transparant is in de opbouw van de kostentoerekening. Bij de overgrote meerderheid van de gemeenten is wel de bereidheid transparant te worden. De toepassing van de leidraad kent volgens het onderzoek een afnemende belangstelling en wordt door de deelnemende gemeenten als te ingewikkeld ervaren. Gemeenten die de leidraad daadwerkelijk toepassen zijn eerder in staat transparant te zijn, maar de verschillen zijn niet opvallend. Gelet op de ontwikkelingen in de jurisprudentie is het des te meer van belang dat een gemeente snel, goed en inzichtelijk stukken kan aanleveren ter onderbouwing van de tarieven. Uit de recente jurisprudentie blijkt dat de rechterlijke macht ook fors ingrijpt. In de afgelopen maanden is er voor minimaal 1,6 miljoen euro aan legesverordeningen onverbindend verklaard. De tarieven van de verschillende gemeenten liggen weliswaar fors uit elkaar, maar dit betreft slechts een beperkt aantal gemeenten; veel gemeenten kennen een tarief rond het landelijk gemiddelde.

Het onderzoeksbureau beveelt aan om politiek en bestuur te blijven informeren over de urgentie van transparantie. Daarnaast stelt zij voor een bepaling op te nemen in het Besluit begroting en verantwoording voor gemeenten, die verplicht stelt om een kostprijsberekening op te nemen waaruit blijkt dat de kostendekkendheid juist is. Dit zou kunnen worden gebaseerd op het model kostenonderbouwing legesvergunning van de VNG. Een dergelijk model zou vereenvoudigd en minder vrijblijvend ingevuld moeten worden.

Reactie op het eindrapport

Ik stel vast dat gemeenten wel de intentie hebben om te werken aan transparantie, maar daar nog onvoldoende in slagen. De leidraad omgevingsvergunning biedt een set aan instrumenten voor gemeenten om te werken aan transparantie van de leges voor de omgevingsvergunning. De VNG heeft daar nog een aantal modellen kostentoerekening aan toegevoegd voor diverse legesfeiten en rechten. Toch komt uit het onderzoek naar voren dat het een ingewikkelde, grote stap is naar een integrale kostenonderbouwing. Daarbij moet worden bedacht dat een gemiddelde legesverordening een keur aan verschillende diensten omvat. Het verplicht opnemen van een kostenonderbouwing in de begroting door gemeenten is dan ook niet de oplossing. Probleem is namelijk dat gemeenten moeite hebben met het opzetten van een kostenonderbouwing, niet met de publicatie daarvan.

Inzet van VNG voor problematiek

Gezien de conclusies en de recente jurisprudentie is de VNG van zins om gemeenten ter plaatse te gaan helpen bij het opstellen van een adequate kostenonderbouwing voor de leges en tarieven. Dit is een zogenaamde eendaagse training «on the job» waarbij de VNG gemeenten op basis van hun productenraming stap voor stap adviseert over de kostenonderbouwing. Resultaat van deze individuele methode moet zijn dat een kostenonderbouwing niet eenmalig wordt opgesteld maar dat, vanuit de gemeentelijke begroting, de integrale kosten inzichtelijk worden. Als de kostenonderbouwing onderdeel van het werkproces van de begrotingsopstelling is zullen gemeenten in de toekomst relatief eenvoudig zelf de kostenonderbouwing kunnen maken. Op dit moment is de VNG deze ondersteuning aan het opzetten en deze zal binnenkort operationeel zijn. De bedoeling is dat de hulp tegen relatief geringe kosten voor gemeenten beschikbaar is. De VNG levert een bijdrage. De ondersteunende capaciteit zal primair worden ingezet om transparantie in de heffing voor de toekomst te bevorderen. Ondersteuning in juridische procedures over voorgaande jaren staat daarbij op de tweede plaats. Ik onderschrijf dit initiatief van de VNG.

De verwachting is dat deze inzet van de VNG er toe leidt dat de kostentoerekening en de transparantie zal toenemen. Ik juich dit van harte toe.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer