Gepubliceerd: 11 juni 2009
Indiener(s): Ab Klink (minister volksgezondheid, welzijn en sport) (CDA)
Onderwerpen: belasting financiƫn organisatie en beleid verzekeringen zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31905-5.html
ID: 31905-5
Origineel: 31905-2

31 905
Wijziging van de Wet op de zorgtoeslag en de Zorgverzekeringswet vanwege enkele technische verbeterpunten en het vervallen van een bepaling in een wijzigingswet

nr. 5
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 15 juni 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift komt te luiden:

Wijziging van enkele wetten vanwege enige technische verbeterpunten en het vervallen van een bepaling in een wijzigingswet

B

De considerans komt te luiden:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat enkele technische verbeteringen in de Wet op de zorgtoeslag, de Zorgverzekeringswet, de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en de Wet ambulancevervoer dienen te worden aangebracht en dat een bepaling in een wijzigingswet dient te vervallen;.

C

Na artikel III worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIIA

De Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:

a. rechthebbende: persoon die recht heeft op een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten als bedoeld in paragraaf 2.1 van deze wet;.

B

In artikel 2, eerste lid, wordt «Een verzekerde» vervangen door: Iemand.

C

Na artikel 2 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

In afwijking van artikel 2 heeft degene die niet verzekerd is krachtens een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, geen recht op een tegemoetkoming, tenzij hij militaire ambtenaar in werkelijke dienst is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a juncto onderdeel b, van de Militaire ambtenarenwet 1931, dan wel een militair is aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend.

D

Artikel 3, eerste lid, komt te luiden:

1. Het bestuur van het CAK stelt ambtshalve het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast.

E

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin van het eerste lid wordt «een verzekerde of zijn erfgenaam» vervangen door: iemand die meent rechthebbende te zijn of zijn erfgenaam.

2. In de derde volzin van het eerste lid wordt «de verzekerde valt» vervangen door: degene die meent rechthebbende te zijn, valt.

3. In de vierde volzin van het eerste lid wordt «De verzekerde of zijn erfgenaam» vervangen door: De verzoeker.

4. In de eerste volzin van het tweede lid wordt «Indien verzekerde of diens erfgenaam» vervangen door «Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of diens erfgenaam», wordt «verzekerde of zijn erfgenaam» vervangen door «hem of zijn erfgenaam», en wordt «de verzekerde valt en deelt de uitkomst hiervan aan de verzoeker mede» vervangen door: degene die meent rechthebbende te zijn, valt.

F

In artikel 5 wordt «verzekerden» telkens vervangen door: rechthebbenden.

ARTIKEL IIIB

De Wet ambulancezorg wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Toelichting

Artikel IIIA

Op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten hebben slechts verzekerden in de zin van die wet recht op een tegemoetkoming als bedoeld in paragraaf 2.1 van die wet. Het gaat hier om mensen die verzekerd zijn krachtens een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, militairen in werkelijke dienst of militairen aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend. Gebleken is dat er onduidelijkheid bestaat over de vraag of ook personen als bedoeld in artikel 69 van de Zorgverzekeringswet recht hebben op deze tegemoetkoming. Dit is niet de bedoeling. In de Nota naar aanleiding van het verslag inzake de Regeling van tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Kamerstukken II, 2008/09, 31 706, nr. 12) heeft de regering op vragen van de leden van de CDA-fractie aangegeven dat er een aantal groepen te onderscheiden is die in beginsel wel in Nederland belasting betalen, maar die niet onder de verzekeringsplicht vallen. Geen van deze groepen – met uitzondering van militairen in werkelijke dienst – komt voor de tegemoetkoming in aanmerking. Het gaat om mensen die dusdanige banden met het buitenland hebben, dat compensatie van meerkosten wegens een chronische ziekte of een handicap door Nederland, niet voor de hand ligt. Compensatie voor personen uit de meeste van de opgesomde groepen zou ook lastig uitvoerbaar zijn. Betrokkenen zullen immers doorgaans aangesloten zijn bij een buitenlands ziektekostenverzekeringssysteem, dat genoten zorg niet registreert en declareert op een wijze die aansluit bij de criteria die in Nederland voor de forfaitaire tegemoetkoming gehanteerd zullen worden (farmaceutische en diagnose kostengroepen – FKG’s en DKG’s – AWBZ-zorg enzovoorts).

Door in artikel 1, onderdeel a, de rechthebbende op de tegemoetkoming te duiden met «verzekerde» kan echter het idee ontstaan dat de tegemoetkoming onderdeel is van het aansprakenpakket van de Nederlandse sociale ziektekostenverzekeringswetgeving. En dat zou er, gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie, mogelijk toe leiden dat de tegemoetkoming beschouwd zal moeten worden als een sociale ziektekostenverzekeringsuitkering die ook aan verdragsgerechtigden in het buitenland moet worden betaald (arresten Molenaar en Hosse). Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling geweest, en daarom wordt in dit wetsvoorstel voorgesteld de desbetreffende formuleringen in de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten aan te passen.

Artikel IIIB

Artikel 22 van de Wet ambulancezorg (hierna: Waz) regelt de wijze van inwerkingtreding van de Waz. Daarin is bepaald dat de wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit maakt het evenwel niet mogelijk om bepaalde artikelen van de Waz op een eerder tijdstip dan andere in werking te doen treden. Het is bij nader inzien gewenst om in ieder geval de artikelen in hoofdstuk II over de vergunningverlening, inclusief de bij algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling in dat kader te stellen regels, al in werking te kunnen doen treden, voordat het verbod van artikel 8 van de Waz in werking treedt. Dit voorkomt mogelijke onduidelijkheid over de juridische status van de vergunningverlening. Met onderhavige wijziging wordt in de beoogde bepaling van inwerkingtreding voorzien.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Financiën,

A. Klink