Gepubliceerd: 28 april 2008
Indiener(s): Ank Bijleveld (staatssecretaris binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA)
Onderwerpen: bestuur gemeenten recht staatsrecht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31393-4.html
ID: 31393-4

31 393
Wijziging van de Gemeentewet in verband met het afschaffen van het raadplegend burgemeestersreferendum

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 28 april 2008

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen tijdig en genoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

I. ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het wetsvoorstel, dat een einde maakt aan een vorm van schijndemocratie. Na het verdwijnen van het perspectief op de rechtstreeks gekozen burgemeester, ontvalt naar hun oordeel elke grond aan de onderhavige regeling in de Gemeentewet. Wat als overgangsregeling te verdedigen viel, is na de beslissing om de Kroonbenoeming in stand te houden in de lucht komen te hangen, menen zij. De geringe en vooral ook dalende opkomst bij burgemeestersreferenda illustreert dat kiezers het ware karakter onderkennen: er valt weinig te kiezen.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot afschaffing van het raadplegend referendum. Zij hebben bedenkingen bij dit wetsvoorstel. Deze berusten vooral op de opvatting dat – met inachtneming van het systeem van door de Kroon benoemde burgemeesters – gemeenten zoveel mogelijk vrij zouden moeten zijn in het vormgeven van het proces om te komen tot de voordracht van een burgemeester. Op grond van deze overweging leven bij deze leden enkele vragen. In de eerste plaats vragen zij of de regering bereid is een representatieve peiling te houden onder gemeenteraden naar de noodzaak van het afschaffen van dit initiatief.

De leden van de SP-fractie hebben met instemming kennisgenomen van dit wetsvoorstel. Zij wensen nog enkele opmerkingen te maken.

De leden van de PVV-fractie zijn een groot voorstander van de direct gekozen burgemeester en daarom tegen afschaffing van het raadplegend referendum. Zij zijn van mening dat op basis van 8 referenda niet kan worden gesteld dat het raadplegend referendum een mislukking is. Bij 2 van de 3 referenda, die de drempel van 30% niet haalden, was er een keus tussen 2 PvdA-kandidaten. Dat heeft hoogstwaarschijnlijk meer bijgedragen aan de lage opkomst dan de vormgeving van het raadplegend referendum als volksraadpleging. Deze leden zijn voorstander van het voortzetten van het raadplegend burgerreferendum, waarbij in ieder geval gekozen moet kunnen worden uit meer personen, van in ieder geval 2 of meer partijen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met instemming kennis genomen van het wetsvoorstel dat beoogt de wettelijke regeling ten behoeve van het burgemeestersreferendum in te trekken.

Met instemming hebben de leden van de SGP-fractie kennis genomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij constateren dat hiermee wordt voldaan aan de doelstelling van de motie-Van der Staaij c.s. van najaar 2007 (TK 31 200 VII, nr. 40.), die om spoedige intrekking van deze mogelijkheid vroeg.

De indiening van dit wetsvoorstel ligt naar de mening van deze leden voor de hand, nu in de praktijk uit de gehouden referenda is gebleken dat de onafhankelijke en onpartijdige positie van de burgemeester in ons staatsbestel op gespannen voet staat met profilering van kandidaten in een referendum. Bovendien schrikt een burgemeestersreferendum kwalitatief goede kandidaten af. De leden van de SGP-fractie zouden graag bevestigd willen zien dat dit kabinet geen verdere plannen heeft om verdere wijzigingen aan te brengen in de kandidaatstelling voor het burgemeesterschap.

2. Overwegingen

De leden van de PvdA-fractie vragen of de toegenomen betekenis van de verantwoordelijkheid voor openbare orde en veiligheid c.a. naar de mening van de regering niet een voldoende mogelijkheid biedt aan kandidaat-burgemeesters om in een referendumcampagne een «eigen» programma te presenteren.

Voorts vragen zij de regering de vraag te beantwoorden of het gemiddelde opkomstpercentage van de burgemeestersreferenda nu echt zoveel afwijkt van andere raadplegende referenda en sommige verkiezingen (voor waterschappen, provincies, Europees Parlement) dat dit gegeven het besluit tot indiening van dit wetsvoorstel kan dragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie missen in de argumentatie van de regering om in het vervolg van het burgemeestersreferendum af te zien, het element van conflicterende kiezersmandaten. De rechtstreeks gekozen burgemeester krijgt een eigen direct mandaat van de inwoners en zal dus moeten beschikken over de mogelijkheden aan dit mandaat ook invulling te geven. Terecht stelt de regering dat de burgermeester nauwelijks mogelijkheden heeft om zich te profileren, vanwege de onafhankelijke en onpartijdige positie van de burgemeester in het gemeentelijke bestel. In de situatie van een gekozen burgemeester is de burgemeester primair man of vrouw van de burgers. Uit een oogpunt van vertrouwen tussen overheid en burgers lijkt dit aantrekkelijk. Probleem is echter dat diezelfde burgers ook, maar dan op een partijpolitieke gedifferentieerde manier, hun vertrouwen hebben gegeven aan de raad, aan wie de burgemeester en het college verantwoording schuldig zijn. Naar de opvatting van de leden van de ChristenUnie-fractie moet mede om die reden het primaat liggen bij de representatieve democratie en niet bij de directe democratie. Dat neemt niet weg dat zij, net als de regering van mening zijn, dat de betrokkenheid van burgers via allerlei inspraak- en consultatierondes kan worden verbeterd.

3. Toekomstige mogelijkheden

De regering wijst er op, zo stellen de leden van de CDA-fractie vast, dat de Kroonbenoeming van burgemeesters «in verregaande mate is gedemocratiseerd». Zeker sedert de gemeenteraad nauw betrokken is bij de selectie van een nieuwe burgemeester. Volgens de regels van de representatieve democratie kunnen burgers via de gemeenteraad invloed uitoefenen op burgemeestersbenoemingen. Zijn er naar het oordeel van de regering grenzen gesteld aan dat soort raadplegingen van burgers na het afschaffen van het burgemeestersreferendum? Waar liggen die? Anders geformuleerd: wat mogen gemeenteraden wel en wat niet bij het raadplegen van burgers?

Voorts maken de leden van de CDA-fractie uit de toelichting op het wetsvoorstel op dat een burgemeestersreferendum straks tegen de wet zal zijn. Wat gebeurt er indien een gemeente toch besluit zo’n volksraadpleging te organiseren – onder welke naam of voorwendsel ook? Betekent het dat de gemeenteraad zich buiten spel zet? Dat de aanbevolen kandidaten niet in overweging worden genomen? Deze leden ontvangen graag een antwoord van de regering op deze vragen.

De leden van de SP-fractie delen de opvatting dat het burgemeestersreferendum in de huidige vorm niet vruchtbaar is en dat ook niet zal worden. Dit mede doordat de burgemeester wel een inhoudelijke campagne moet voeren, maar niet de uiteindelijke zeggenschap heeft over het te voeren beleid. Zij menen dat in de lokale politiek niet de burgemeester, maar de rechtstreeks gekozen gemeenteraad het laatste woord moet hebben. Desondanks zijn deze leden van mening dat democratisering van de aanstellingswijze van de burgemeester mogelijk is, bijvoorbeeld door het loslaten van de benoeming. Zij zien liever dat de gemeenteraad de mogelijkheid krijgt om de burgemeester te kiezen. Deze leden vragen de regering nader onderzoek te doen naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze vorm van gekozen burgemeester.

De leden van de SGP-fractie merken op dat de regering schrijft dat de benoemingsprocedure in de Gemeentewet uitputtend is beschreven en dat gemeenten ook geen autonome bevoegdheid meer hebben om een burgemeestersreferendum te houden. Betekent deze procedure dan ook dat bijvoorbeeld het houden van peiling naar de voorkeur van de bevolking voor een kandidaat uitgesloten is? Zij ontvangen graag uitsluitsel op dit punt.

4. Lopende procedures

Het wetsvoorstel voorziet, zo merken de leden van de CDA-fractie op, in een overgangsregeling: gemeenten waar op het moment van inwerkingtreding van deze wet een benoemingsprocedure-inclusief-een-referendum loopt, krijgen dispensatie. Maar deze leden gaan er wel van uit dat, in lijn met de eerder door de minister genomen beslissing, dat burgemeestersreferendum niet in aanmerking komt voor subsidie. Zij vernemen graag de opvatting van de regering op dit punt.

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering tenslotte of zij signalen heeft dat er op dit moment gemeenten zijn waar een benoemingsprocedure gaande is, waarbij de gemeenteraad bij aanvang heeft besloten dat een referendum deel zal uitmaken van de procedure. In aanvulling daarop vragen zij de regering naar de vergoeding van de kosten die voor een dergelijk referendum worden gemaakt, nu de subsidieregeling al is ingetrokken.

De leden van de SGP-fractie vragen de regering of er op dit moment nog gemeenten zijn waar het burgemeestersreferendum deel uitmaakt van de procedure. Zullen er naar verwachting tot de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel nog zulke referenda gehouden worden?

II. ARTIKELSGEWIJS

De leden van de SGP-fractie hebben ten slotte nog een opmerking bij de overblijvende formulering van artikel 61c, derde lid. Zou het niet mogelijk zijn dit artikellid eenvoudiger te formuleren nu de openbaarheid van de aanbeveling op grond van artikel 61, vijfde lid altijd slechts één persoon geldt? Zij ontvangen graag een reactie van de regering op dit punt.

De voorzitter van de commissie,

Leerdam

Adjunct-griffier van de commissie,

Hendrickx


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Duyvendak (GL), Hessels (CDA), Gerkens (SP), Haverkamp (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Teeven (VVD), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Van Gent (GL), Knops (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Cramer (CU).