Kamerstuk 31389-81

Gewijzigd amendement van het lid Ormel c.s. ter vervanging van nr. 34 over een registratiesysteem van diergeneesmiddelen door de sector

Dossier: Een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)


31 389
Een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)

nr. 81
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ORMEL C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 34

Ontvangen 2 december 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 2.2, tiende lid, onderdeel l, onder 4°, wordt na «het toepassen van diergeneesmiddelen» ingevoegd: alsmede over het voeren van een administratie of het invoeren van gegevens inzake het toepassen van diergeneesmiddelen of diervoeders met medicinale werking in een gecentraliseerd registratiesysteem van diergeneesmiddelen.

II

Artikel 2.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid, onderdeel f, wordt na de zinsnede «het melden en het voeren van een administratie» ingevoegd: «of het invoeren van gegevens in een gecentraliseerd registratiesysteem van diergeneesmiddelen».

2. Er wordt een zevende lid toegevoegd, luidende:

7. Het bij en krachtens het eerste tot en met zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van diervoeders met medicinale werking.

III

Na artikel 2.22 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3a Centraal registratiesysteem diergeneesmiddelen

Artikel 2.22a Verzoek tot algemeen verbindend verklaring

1. Onze Minister kan op een met redenen omkleed verzoek bepalingen van een schriftelijke overeenkomst tussen degenen die in de uitoefening van beroep of bedrijf handelingen verrichten met diergeneesmiddelen, algemeen verbindend verklaren voor zover deze bepalingen betrekking hebben op:

a. het afleveren, het ontvangen, het voorhanden of in voorraad hebben van diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, of 2.20, tweede lid, onderdelen a en b,

b. gegevens inzake het toepassen van diergeneesmiddelen of diervoeders met medicinale werking als bedoeld in artikel 2.2, tiende lid, onderdeel l, onder 4°, of

c. gegevens als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, onderdeel f.

2. Een verzoek tot algemeenverbindendverklaring kan slechts worden ingediend door degenen die, dan wel organisaties van degenen die, wat betreft hun deelnemersaantal en hun gezamenlijke omzet, een naar het oordeel van Onze Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die de betrokken handelingen met diergeneesmiddelen verrichten.

3. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de onderwerpen die in ieder geval in een overeenkomst waarvoor algemeenverbindendverklaring wordt verzocht, aan de orde dienen te komen, alsmede met betrekking tot de bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te leggen gegevens.

4. Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op diervoeders met medicinale werking, voormengsels voor diervoeders met medicinale werking of halffabricaten daarvan.

Artikel 2.22b Besluit tot algemeen verbindend verklaring

1. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het besluit tot algemeenverbindendverklaring, met dien verstande dat de termijn van artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden opgeschort voor zolang nodig ter voldoening aan internationaalrechtelijke verplichtingen.

2. Onze Minister kan aan het besluit tot algemeenverbindendverklaring voorschriften verbinden ten aanzien van aan hem over te leggen rapportages over de uitvoering en handhaving van de overeenkomst.

3. Een besluit tot algemeenverbindendverklaring geldt voor een in het besluit aangegeven termijn van ten hoogste vijf jaar.

Artikel 2.22c Ontheffing

1. Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van een besluit tot algemeenverbindendverklaring ontheffing verlenen, indien de verzoeker zorg draagt voor het op een zodanige wijze verrichten van de betrokken handelingen dat deze wijze naar het oordeel van Onze Minister ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop die handelingen overeenkomstig de betrokken algemeenverbindendverklaring worden verricht.

2. Een ontheffing van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

3. Een krachtens het eerste lid verleende ontheffing kan ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek worden gewijzigd of worden ingetrokken.

Artikel 2.22d, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het in onderdeel b van dat lid genoemde belang in de plaats treedt: het niet langer voldoen aan het in het eerste lid van dit artikel genoemde vereiste.

4. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van het besluit tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.22d Intrekking

1. Onze Minister kan een besluit tot algemeenverbindendverklaring intrekken, indien:

a. de ter zake verstrekte gegevens onjuist zijn of onvolledig zijn;

b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het nemen van het besluit, moet worden aangenomen dat het van kracht blijven van de overeenkomst niet meer gerechtvaardigd is;

c. een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel regels ter uitvoering daarvan, hiertoe verplichten, of

d. degenen die het verzoek hebben ingediend, daartoe verzoeken.

2. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.22e Naleving

Een ieder is tot naleving van een voor hem geldende algemeen verbindend verklaarde overeenkomst gehouden tegenover ieder ander, die bij de naleving een redelijk belang heeft.

Artikel 2.22f Onderzoek door Onze Minister

1. Indien een of meer van degenen voor wie een overeenkomst algemeen verbindend is verklaard, het vermoeden gegrond achten dat een of meer van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen uit de overeenkomst niet worden nageleefd, kunnen zij met het oog op het instellen van een rechtsvordering Onze Minister verzoeken een onderzoek daarnaar te doen instellen.

2. Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend, kan Onze Minister een onderzoek instellen. Nadat het onderzoek is afgerond licht Onze Minister degene of degenen, die om het onderzoek hebben verzocht, in over de uitkomsten van het onderzoek.

IV

In artikel 8.7 wordt na «2.22, eerste, tweede en derde lid,» een zinsnede ingevoegd, luidende: 2.22e,.

V

In artikel 11.7, onderdeel A, wordt na «2.22, eerste en derde lid,» een zinsnede ingevoegd, luidende: 2.22e,.

Toelichting

Het voorschrijven van aangewezen diergeneesmiddelen dient door een dierenarts te geschieden nadat een diagnose is gesteld. Diergeneesmiddelen dragen bij aan een goede volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn, mits juist voorgeschreven en toegediend. Zij kunnen echter ook leiden tot ontwikkeling van resistentie en ten onrechte ingezet worden. Het is dan ook van groot belang dat diergeneesmiddelen correct worden voorgeschreven, toegediend en bewaard.

Een centrale en transparante registratie van diergeneesmiddelen door de sector kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Het vastleggen van stromen van diergeneesmiddelen, waaronder antibiotica, via de distributiekanalen, biedt de mogelijkheid tot analyse, interpretatie en terugkoppeling naar voorschrijver en toediener.

De nadere regels over het register kunnen onder andere betrekking hebben op de mate van toegankelijkheid van het register, de gegevens die in het register worden opgenomen en de behoorlijke en zorgvuldige verwerking van deze gegevens.

Een onafhankelijke autoriteit kan «best practices» signaleren en communiceren. De controle wordt met name gericht op veelvoorschrijvers en veelgebruikers.

Door de centrale registratie van diergeneesmiddelen voor één of meer sectoren algemeen verbindend te verklaren, kan de minister allen die werkzaam zijn binnen een sector verplichten om deel te nemen aan een voor die sector opgezet registratiesysteem.

Dit amendement biedt de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan diegenen die niet meewerken aan de uitvoering van de bij dit amendement verplicht gestelde centrale registratie van diergeneesmiddelen.

Een centrale registratie van diergeneesmiddelen borgt de onafhankelijke positie van de voorschrijvende dierenarts en draagt bij aan een verminderd en verantwoord gebruik van diergeneesmiddelen.

Het voorschrijven van aangewezen diergeneesmiddelen is nu al receptplichtig. Dit amendement draagt bij aan een eenvoudiger overzicht van deze reeds bestaande receptplicht. Het amendement biedt de mogelijkheid tot efficiëntere controle op het gebruik van diergeneesmiddelen.

Ormel

Waalkens

Cramer