Kamerstuk 30825-24

Verslag van een algemeen overleg

Ecologische hoofdstructuur; Verslag van een Algemeen Overleg


30 825
Ecologische hoofdstructuur

nr. 24
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 9 januari 2009

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 en de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer2 hebben op 27 november 2008 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over:

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 18 september 2008 – Eerste voortgangsrapportage groot project ecologische hoofdstructuur incl. de antwoorden op feitelijke vragen n.a.v. bovenstaande brief (antwoordbrief minister LNV van 6 november 2008) (30 825, nr. 14);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 4 juni 2008 met de aanbieding van het rapport «Robuuste verbindingen en wilde hoefdieren» (29 576, nr. 40);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 20 december 2007 met de reactie op het rapport «Robuuste verbindingen en wilde hoefdieren» incl. reactie op brief Provincie Limburg (LNV-07-373) (29 576, nr. 47);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 2 oktober 2008 met de reactie memorandum verwerving grond (30 825, nr. 15);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 2 oktober 2008 met het artikel Agrarisch Dagblad over versnelde realisatie van natuur (30 825, nr. 16);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 september 2008 over de grondprijsmonitor 2007 (29 576, nr. 72);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 25 november 2008 met het verzoek commissie om rapport accountantsdienst LNV (30 825, nr. 18).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Atsma Griffier: Peen

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De voorzitter: Ik heet eenieder van harte welkom bij het algemeen overleg met de minister van LNV over de voortgangsrapportage ehs. De ehs is door de Kamer aangemerkt als een zogeheten groot project. Dat betekent dat de Kamer vanuit zijn verantwoordelijkheid een aantal rapporteurs heeft benoemd, die kijken of alles volgens de regels verloopt. Alvorens ik het woord geef aan de Kamer, geef ik een van de rapporteurs, de heer Waalkens, het woord over zijn bevindingen.

De heer Waalkens (PvdA): Voorzitter. Nu de rapportage voorligt, is het aan de rapporteurs om te bekijken of de afspraken die wij hebben gemaakt en die vervat zijn in de notitie van 26 mei 2008, in deze rapportage zijn uitgewerkt. Het is de bedoeling dat de rapporteurs niet meer en niet minder dan die toetsing doen. Het politieke debat is uiteraard aan de leden van de fracties.

Samen met mevrouw Snijder van de VVD-fractie heb ik de rapportage beoordeeld. Wij spreken onze complimenten uit voor deze eerste rapportage. Het stuk sluit aan bij de behoeften van de Kamer om te zien hoe de voortgang bij de ehs loopt. Over het kwaliteitsborgingssysteem is ons gemeld dat het opstarten van het systeem complex en ingewikkeld is. Om het project in kwalitatieve zin te kunnen volgen, vinden wij het van belang dat wij zo snel mogelijk inzage krijgen in het kwaliteitsborgingssysteem. Om de ehs in kwantitatieve zin te kunnen volgen, is de nulmeting essentieel, zoals wij in onze rapportage aan de Kamer hebben gesteld. Wij willen weten hoe wij verdergaan en wat er nog aan opdrachten ligt die wij samen met de medeoverheden op de kaart willen zetten.

De rapportage wint aan sterkte als wij zowel de nulmeting als het kwaliteitsborgingssysteem niet te ver in de tijd vooruitschuiven. De resterende looptijd geeft nog wel wat ruimte, maar wij willen graag dat de minister ons eind 2009 iets meldt over beide onderwerpen, meer dan er nu kan worden gemeld. Dan kunnen wij ons over de rapportage over 2010 in 2011 een oordeel vormen.

Er zijn wat misverstanden over de accountantsrapporten. Wij hebben een reactie van de minister ontvangen op vragen uit de Kamer. In de lijst van afspraken staat dat de minister en het kabinet niet zelf een auditdienst opdracht geven, maar dat de Kamer de beschikking krijgt over de accountantsrapportages van de provinciale rekening en verantwoording. Het is essentieel dat wij die accountantsrapporten niet van het ministerie of het kabinet krijgen, maar dat de rapportages van de provincies worden begeleid door accountantsrapporten en er extern is geaudit, dit ten behoeve van de betrouwbaarheid en de juistheid van de cijfers.

Met betrekking tot de planologische bescherming verkeren wij enigszins in het ongewisse. De minister zegt dat de planologische bescherming niet haar competentie is, omdat die bij de gemeenten ligt. Wij zouden echter graag zien dat daar waar de begrenzing is neergelegd bij de provincies, wij als rapporteurs de vinger wat scherper langs de lijn kunnen leggen. Dit punt hebben wij in de beoordeling van de rapportage naar voren gebracht.

Kortom: alle complimenten voor het kabinet, de minister en haar diensten voor het feit dat zij zoveel mogelijk de gegevens leveren waar dat mogelijk is. Bij de beschrijving van het proces kan er nog wel een tandje bij om de gedegenheid van het rapport dat wij moeten maken voor de Kamer, voor de volgende rapportages op te vijzelen. Wij hopen dat dit groot project leidt tot meer inzicht in de ontwikkeling van de bouw van de ehs.

De voorzitter: Ik zeg de rapporteurs namens de Kamercommissie dank voor het werk dat zij hebben verricht. Het individuele oordeel is uiteraard aan de verschillende fracties.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Ik zal geen opmerkingen maken als rapporteur, maar slechts namens de VVD-fractie.

De voorzitter: Wij zijn wel benieuwd naar uw mening over het werk van de rapporteurs.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik sluit mij volledig aan bij het betoog van de heer Waalkens.

Het is van belang voor de controlerende taak van de Kamer om goed inzicht te hebben in een project als de ehs. Wij vinden allemaal dat dit project van belang is voor Nederland. Daarnaast is het een omvangrijk project dat logischerwijs gepaard gaat met veel publiek geld. De aanleiding van het verzoek om de ehs te benoemen als groot project was dan ook om meer inzicht te krijgen in de voortgang van de realisatie, het proces rondom de verwerving en de inrichting en doelmatigheid van de besteding omtrent de ehs. Dit laatste punt is zeker niet het minst belangrijke punt, aangezien in het verleden al vaak is gebleken dat heel grote overheidsprojecten gevoelig zijn voor grote budgetoverschrijdingen. Voor de VVD-fractie blijft voorop staan dat wij doelmatig moeten werken en zorgvuldig moeten omgaan met de publieke middelen en met de ruimten die effectief bijdragen aan het behoud van onze biodiversiteit.

Blijkbaar wil ook het kabinet meer zekerheid, gezien de inhoud en de vraagstelling in de taakomschrijving van IBO Natuur. Het is merkwaardig om in deze taakomschrijving te lezen dat de vraag wordt gesteld of het realiseren van de ehs nog wel het meest efficiënte instrument is om biodiversiteitsverlies tegen te gaan. Welke conclusie trekt het kabinet, ook ten aanzien van Natura 2000, als hierover twijfels bestaan of als blijkt dat het onderzoek uitwijst dat dit niet het geval is? Natura 2000 gaat immers ook uit van een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden om biodiversiteitsverlies tegen te gaan.

Wij hebben geconstateerd dat de rapportage voor een groot deel de informatie bevat waarom de commissie heeft gevraagd. Politiek gezien ontbreekt er echter een aantal belangrijke aspecten die verbetering behoeven. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat op dit moment niet precies duidelijk is wat de restanttaakstelling is voor de ehs, hoeveel ruilgrond er is, hoeveel werk er onder handen is bij de inrichting en hoeveel natuurbeheer er binnen en buiten de ehs plaatsvindt. Dit zijn voor ons schokkende constateringen. Het lijkt alsof de minister en wij geen goed zicht hebben op de stand van zaken bij de ehs.

De minister meldt dat wij een nulmeting krijgen; die is essentieel. Wij krijgen echter pas in november 2010 inzicht in de nulmeting. Wij vinden dat dit sneller en duidelijker kan.

Over de kwaliteit worden opmerkingen gemaakt en zorgen geuit. De kwaliteitssturing voor de ehs is op dit moment zeer complex en weinig effectief, zo stelt de minister. Een effectieve kwaliteitssturing is echter gewenst. Wij zetten daar steeds op in en worden er steeds door het Milieuen Natuurplanbureau op gewezen dat er hiaten zijn op het gebied van de kwaliteit.

Dat brengt mij bij het punt hoe het nu precies met de taakstelling staat en bij de vraag waar wij nu staan. Voor ons is vooral de vraag relevant hoe het met de ruilgronden gaat. Daarover is nogal wat discussie. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als een provincie 100 hectare grond verwerft ten behoeve van de ehs, waarvan 30 hectare ruilgrond is, die vervolgens wordt ingezet voor het verplaatsen van een boerderij? Stel dat 20 hectare binnen de ehs-begrenzing ligt, heeft de provincie in haar verantwoording aan de minister dan 100% of 90% van haar taakstelling gerealiseerd? Volgens ons zijn er namelijk ruilverliezen. Welke effecten hebben die op de taakstelling en op het budget?

Ook de minister concludeert dat de voortgang van de inrichting van de ehs nogal achterblijft. De VVD-fractie vindt het noodzakelijk om te weten hoeveel hectares er binnen de begrenzing van de ehs liggen en welk deel kan worden ingericht. Op 31 december 2007 moest nog 123 000 hectare worden ingericht, waarvan 20 000 hectare in uitvoering was. Ook moest toen nog ruim 31 000 hectare worden verworven. Daarbij moeten wij nog 15 000 hectare aan ruilgronden optellen. Die gronden liggen buiten de ehs. Opgeteld kan 47 000 hectare niet worden ingericht. Wat niet binnen de ehs-begrenzing ligt of nog niet is verworven, kan niet worden ingericht. Als onze cijfers kloppen, ligt op dit moment 56 000 hectare binnen de ehs. Deze grond is in handen van de overheid, maar is nog niet ingericht. Uit een aantal plaatjes blijkt dat het om totaal 100 000 hectare gaat, maar de gronden die buiten de begrenzing liggen, kunnen niet worden ingericht. Dan nog blijft er 56 000 hectare over die wel binnen de begrenzing ligt, maar niet is ingericht. Dat verbaast ons. Waarom gaan wij daar niet veel actiever en sneller mee aan de slag?

Ik heb gelezen dat het kabinet niet meer gronden wil onteigenen voor natuur. De minister heeft ooit gezegd dat zij wil dat er maximaal 10% als taakstelling wordt onteigend. Hoe kan ik deze opmerking plaatsen? Van hoeveel hectare gaat zij uit als het om 10% gaat?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik spreek allereerst mijn waardering uit voor de rapporteurs en ik dank hen voor de duidelijke notitie.

Werken aan de ehs is werken aan meer natuur. Wij zijn op de goede weg. De voortgangsrapportage geeft aanleiding opmerkingen te maken over verbeterpunten. Als eerste punt noem ik de «nulmeting op kaart». Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de restanttaakstelling voor de ehs nog niet precies duidelijk is. Ik zie dat als een witte vlek in de informatievoorziening. Mijn fractie zou graag zien dat de minister dit probleem oplost door middel van het project «nulmeting op kaart», dat medio 2009 tot resultaten moet leiden. Dan is volgend jaar duidelijk hoe wij een en ander kunnen aansturen. Ik vind dat de minister wat laat is met het project «nulmeting op kaart» en ik vraag haar of dat wat naar voren kan worden geschoven.

De accountantsrapporten zijn niet naar de Kamer gegaan. De minister wil vanaf medio 2010 het nieuwe kwaliteitsborgingssysteem gereed hebben. Ook dat vinden wij aan de late kant, omdat dan pas in 2011 met het nieuwe systeem zal worden gewerkt en wij pas in 2012 voor het eerst een rapportage zullen krijgen. Als het kan, zou een jaar eerder moeten worden opgestart, zodat de gewenste informatie over de gerealiseerde natuurkwaliteit meteen kan worden meegenomen.

Een ander verbeterpunt is het meerjarig perspectief. De commissie heeft in de uitgangspuntennotitie beschreven dat meerjarige realisatiecijfers over de ehs zouden kunnen worden weergegeven met een lijndiagram, zodat je een totaalbeeld ziet en niet, zoals nu, alleen een restanttaakstelling. Voor het sturen op diversiteit en op het geheel zou dat een verbeterslag betekenen. Graag een reactie van de minister.

De kwaliteit en de betrouwbaarheid van de rapportages van de provincies laten te wensen over. De Algemene Rekenkamer heeft daarover al eerder opmerkingen gemaakt. Ik zou graag van de minister horen hoe zij op dit gebied verbeteringen kan bewerkstelligen. Wij hebben volgende week een overleg over het ILG. Misschien moet het punt daar aan de orde komen, maar het heeft ook zeker een relatie met de ehs.

Een volgende opmerking betreft de bescherming van de ehs. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening is ingegaan en de minister zegt terecht dat zij niet over het gemeentelijke deel gaat. Toch zou het een goede suggestie zijn, te kijken hoe de ruimtelijke ordening uitpakt voor de inmiddels vastgestelde bestemmingsplannen. Wordt er nu wel of niet rekening gehouden met de bescherming van de ehs? Ik zou hierin graag inzicht willen hebben voor de volgende ronde. Graag een reactie op mijn voorstel om de VROM-inspectie daarmee aan de slag te laten gaan.

Tot slot maakt mijn fractie zich zorgen over het particulier beheer. Die ontwikkeling gaat erg traag. Is het niet mogelijk om hier publiek-private samenwerking te versnellen? Publiek-private samenwerking wordt niet gebruikt bij het realiseren van natuurdoelen, maar het is misschien een mogelijkheid, omdat er vaak een opstapeling is van gebiedsindelingen. Misschien helpt dit het particulier beheer te versnellen.

De heer Jager (CDA): Voorzitter. Ik dank de rapporteurs voor hun inbreng. Ik heb een vraag aan de rapporteurs over de indicatoren. Mevrouw Jacobi sprak reeds over de «nulmeting op kaart». De intentie is goed, maar de timing is slecht. Hebben de rapporteurs een beeld gekregen van de cijfers en hebben zij wellicht suggesties voor ons om daarmee iets te doen? Misschien hebben zij meer ontdekt dan ik.

De CDA-fractie heeft naast mooie plaatjes ook behoefte aan harde hectaregegevens. De projecten leveren echter alleen voor de peildata harde hectarecijfers. Op basis van de uitkomsten van de nulmeting zullen Rijk en provincies gezamenlijk bezien of en zo ja, op welke wijze de restanttaakstellingen en daarmee de prestatieafspraken moeten worden aangepast. De CDA-fractie vindt dit uiterst merkwaardig. De gegevens die nu voorhanden zijn, tonen dat de verwerving op schema ligt en de inrichting achterblijft. Deelt de minister onze mening dat een analyse van die problemen bij de inrichting als leidraad dient te worden gebruikt en dat de reeds verworven gebieden eerst maar eens ingericht moeten worden? De minister meldde tijdens het algemeen overleg over het omzetten van landbouwgronden in natuur dat op dit aspect bij de eerste rapportage zou worden ingegaan. Naar nu blijkt, ontbreekt die informatie.

De minister gaf ook aan dat de provincies creatief met het omzetten van gronden kunnen omgaan. Ook dat zien wij nog niet terug. De ervaring leert dat veel ondernemers willen meewerken aan het realiseren van de ehs, mits acceptabele voorstellen worden gedaan en uitgevoerd. Het vergroten van huiskavels, een goed bod voor de grond en het beschikbaar hebben van alternatieve locaties zijn allemaal instrumenten die ondernemers in beweging brengen. Als de voorstellen goed zijn, ontstaat een stukje publiek-private samenwerking.

Het instrumentarium van de WILG, vrijwillige kavelruil en waar nodig landinrichting, is beschikbaar. Het lijkt evenwel vooral te ontbreken aan daadkracht in gebiedsprocessen. Wij vragen de minister die daadkracht te tonen door met behulp van gegevens, waaruit een meerjarig perspectief kan worden gegeven, de problematiek over de in te richten hectares met de provincies te bespreken. Wellicht kunnen de rapporteurs iets zeggen over de suggesties voor de provincies.

In het verlengde van de problematiek rondom de inrichting vraagt de CDA-fractie zich af hoe het met de inventarisatie staat van alle plannen en projecten van provincies om het resterende deel van de ehs te realiseren en hoe het staat met de uitvoering van de motie-Koppejan c.s. De Kamer zou hierover dit najaar worden geïnformeerd. De motie stuurt aan op een versnelling van de evaluatie van de knelpunten in het agrarisch particulier natuurbeheer, waarbij naast de knelpunten ook oplossingsrichtingen moeten worden geïnventariseerd. De CDA-fractie is van mening dat het natuurbeleid er tot nu toe vooral op is gericht om landbouw en natuur te scheiden. De fractie ziet goede mogelijkheden voor het samengaan van de verwerving van natuur, het landschap en de economisch gezonde, grondgebonden landbouw.

Binnen de ehs is niet alleen ecologie van belang, maar in veel ehs-gebieden is er behoefte aan multifunctionaliteit. Ik denk daarbij aan recreatie, natuur en dergelijke. Het beleidsuitgangspunt verwerving-inrichting-beheer blijkt echter vaak een belemmerende factor om meer agrariërs te betrekken bij het realiseren van de natuurdoelen van de ehs. Mijn fractie vraagt zich af of herbezinning niet verstandig is. De planologische kaders dienen voldoende flexibiliteit te hebben voor bredere afwegingen die kunnen leiden tot aanpassing van begrenzingen en natuurdoelen. Daarin zouden, behalve ecologische aspecten en waarden, ook economische, sociale, cultuurhistorische, maar ook landschappelijke waarden en belangen moeten worden betrokken.

Een tweede actie waarnaar veel wordt verwezen, is een nieuwe beheerssystematiek, de opvolger van het programmabeheer. Kan de minister zowel qua proces als inhoudelijk de Kamer informeren over de stand van zaken? Kan bij deze rapportage ook inzicht worden gegeven in de wijze waarop natuurtypering vanuit de Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water zijn omgevormd tot beheertypen en welke voor- en nadelen dat heeft ten aanzien van de biodiversiteitsdoelstellingen en het multifunctioneel gebruik van gronden? Zijn de provincies op de hoogte van de uitgangspunten ter omvorming van de systematiek, te weten beleidsneutraal en budgetneutraal, en van het feit dat een contractduur van zes jaar op zich voldoende waarborgen biedt voor het bereiken van ecologische effectiviteit?

Is de minister met onze fractie van mening dat de leefgebiedenbenadering meer recht doet aan de verbetering van de bereikbaarheid en ruimtelijke samenhang van natuurgebieden, met als doel het behoud van biodiversiteit? Daarbij verwijs ik naar de Noord-Atlantische zone binnen de habitat of binnen Natura 2000. De ehs zou daarvan immers een klein onderdeel moeten zijn en niet een op zichzelf staand gegeven. Deze benadering dient uitgangspunt te zijn voor de realisatie van de robuuste verbindingen in de ehs. Het grootste knelpunt ligt in het draagvlak. Provincies proberen in de desbetreffende gebieden draagvlak te realiseren, maar ontmoeten vanwege de scheiding soms problemen.

Ik heb een opmerking over de brieven die wij van de minister hebben ontvangen. Het betreft een brief van 3 september 2008, nr. 16 en een brief van 2 oktober 2008, nr. 15. In brief nr. 16 maakt de minister gewag van het feit dat er mogelijk sprake is van staatssteun bij de verwerving van gronden. De provincies zijn hiervan op de hoogte gesteld. In brief nr. 15 wordt onder het kopje «Europees recht» aangegeven dat er geen sprake zou zijn van staatssteun bij de verwerving van gronden ten behoeve van de ehs. Ik hoor graag of hier sprake is van een misverstand.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De CDA-woordvoerder zegt in het begin van zijn betoog dat wij met de verwerving goed op schema liggen. Onderkent de CDA-fractie ook dat het totale aantal hectares heel veel ruilgronden omvat? Die ruilgronden zijn wel verworven, maar ze zijn nog niet van belang voor de ehs.

De heer Jager (CDA): Dat onderken ik en de rapporteurs maken in hun rapport ook melding van het feit dat 15 000 hectare buiten de ehs-begrenzing ligt. Er is ook opgemerkt dat op dit moment 15 000 hectare totaal niet wordt benut, er als het ware kaal bij ligt en daardoor een belemmering vormt voor de verdere ontwikkeling.

De heer Van der Ham (D66): Voorzitter. Anderen hebben het al gezegd: de verwerving gaat in principe goed, maar de inrichting gaat veel minder goed. Voor ongeveer 100 000 hectare moet de inrichting nog daadwerkelijk van start gaan en in het verleden behaalde resultaten bieden in dit geval weinig hoop voor de toekomst. De taakstelling tot 2013 bedraagt 30 000 hectare, maar slechts 2377 hectare is gerealiseerd in 2007. Als wij het huidige tempo niet drastisch versnellen, zijn wij nog decennia lang bezig. Hoe komt dat? Is er te weinig geld, heeft het kabinet te weinig middelen, houdt men zich niet aan de afspraken? Graag hoor ik een nadere uiteenzetting van de minister.

Er zijn veel partijen betrokken bij de uitvoering van de ehs. Een belangrijk probleem is dat het agrarisch natuurbeheer is versnipperd en dat het voor een groot deel buiten de ehs ligt. Het is wenselijk dat de minister zich inzet om de samenwerking tussen boeren en terreinbeheerders te versterken om op die manier continuïteit en kwaliteit te waarborgen.

Het particulier beheer schiet ook niet erg op. De doelstelling is om in 2018 meer dan 42 000 hectare ehs via particulier beheer te hebben gerealiseerd. De voortgang blijft echter ernstig achter. Welke specifieke en generieke methodes wendt de minister aan om dit probleem te lijf te gaan? Welke extra stok achter de deur heeft zij om het particulier natuurbeheer toch te laten slagen?

Rijk, provincies en terreinbeherende organisaties werken aan een beter, eenvoudiger en doeltreffender systeem voor de sturing van natuurkwaliteit. De minister streeft ernaar dit systeem in 2010 gereed te hebben. Het systeem kan dan in 2011 worden ingezet. Evenals de rapporteurs ben ik van mening dat dit te lang duurt. Wij zien dit systeem graag afgerond in 2009. Voor een oordeel over de kwaliteit van de natuur op dit moment verwijst de minister naar de Natuurbalans 2008. Dat vind ik interessant, want daarin staat nu juist dat de biodiversiteit van de natuur stelselmatig achteruitgaat. De minister meldt in haar brief van 12 september 2008 dat 88% van de beschermde habitat inderdaad in een ongunstige staat verkeert. Ik heb gepleit voor een wettelijke bescherming van de ehs. De minister zei bij een vorig AO dat die al ruimtelijk beschermd is. Dat is waar, maar dat is puur een planologische bescherming. Wat mijn fractie betreft, zou die bescherming via een integrale Natuurwet beter moeten worden bewaakt.

Het rapport stelt eufemistisch dat de begrenzing van de robuuste verbinding in 2008 waarschijnlijk niet wordt gehaald. Dat is inderdaad zeer onwaarschijnlijk. Robuuste verbindingen zijn echter van essentieel belang voor de realisatie van de ehs, omdat deze verbindingen de sleutel zijn tot het netwerk waarbinnen diersoorten migreren. De minister kan niet duidelijk genoeg zijn op dit punt. Wat gaat zij precies doen? In het verleden bleken de vele veranderingen in het beleid een groot probleem. Als de ehs in verschillende gebieden verschillend wordt uitgelegd en uitgevoerd en dit als gevolg heeft dat de trein stil blijft staan, moet de minister de trein weer op gang brengen, barrières weghalen en dichter op het probleem gaan zitten.

Het totale aantal grutto’s is met 35% afgenomen. De dalende trend voor grutto’s en andere weidevogels is nog niet gestopt. Nederland vervult een sleutelpositie in dezen, omdat 70% van de Europese gruttopopulatie in Nederland leeft. Op dit moment worden nieuwe pakketten voor weidevogelbeheer ontwikkeld. Kan de minister aangeven wat die precies inhouden en wat haar standpunt is over deze grote problemen?

De heer Jager (CDA): Bij het weidevogelbeheer zien wij op dit moment een lichte verbetering. In het gebied De Lage Venen wordt samengewerkt tussen de landbouworganisatie en de natuurorganisaties. Zou dat gebied een voorbeeld kunnen zijn? Wij kunnen wel allerlei pakketten ontwikkelen, maar als men in de praktijk goed bezig is, is dat ook een mogelijkheid.

De heer Van der Ham (D66): Het is van groot belang dat ook lokale overheden er goed naar kijken. Soms moet er maatwerk worden geboden. Als een goed resultaat is geboekt, moet je er niet iets anders tegenover zetten. Ik onderschrijf de opmerking van de heer Jager.

In 1990 is het areaal natuur na een jarenlange afname voor het eerst weer gaan groeien. De milieucondities zijn verbeterd en dat is goed, maar het gewenste effect van de ehs in de vorm van een vermindering van het aantal bedreigde soorten treedt nog steeds niet op. Graag een reactie op dit punt.

Ik constateer dat het rapport met enige regelmaat aangeeft dat er binnenkort wordt gesproken met bepaalde overheden en instellingen om bepaalde problemen aan te pakken of in kaart te brengen. Ik hoop dat de minister zo snel mogelijk een meer praktische uitwerking geeft aan haar doelstellingen en in actie komt op al die punten. Ik vind het behoorlijk voorwaardelijke taal. Kan de minister aangeven in welke provincies de inrichting niet van de grond komt? Kan zij aangeven op welke manier zij nu met voorrang het inrichtingstempo zal verhogen? Dat is immers van kardinaal belang. Informatie over de trends en de voortgang moeten voortaan beschikbaar komen voor de Kamer, liefst jaarlijks. Vermindering van het aantal bedreigde soorten moet worden gerealiseerd en dat kan onder andere door de ehs wettelijk te beschermen, bijvoorbeeld via de Natuurbeschermingswet. Mocht de minister daartoe niet over te halen zijn – wat ik niet hoop – dan willen wij garanties voor het behoud en het herstel van de kwaliteit van de ehs, zaken die slechts matig tot onvoldoende planologisch beschermd zijn.

Wij geloven in het samengaan van een economische en een groene ontwikkeling. Natuur en economie worden vaak als elkaars vijanden gezien, maar kunnen elkaar uitstekend aanvullen, juist als het gaat om de omzet, het bezit van grond, de werkgelegenheid, de toegevoegde waarde, de belastinginkomsten en allerlei andere harde vormen van maatschappelijke baten. Ik geloof dat de minister het draagvlak voor natuurbeheer kan verbreden door dit aspect meer te benadrukken.

De heer Polderman (SP): Voorzitter. Het is goed dat de Kamer de ehs als groot project heeft opgepakt. Wij zijn nu tenminste een beetje in staat om de vinger aan de pols te houden. De rapportage geeft echter een onvolledig beeld. Dit is het eerste jaar van de ehs als groot project en de provincies rapporteren voor het eerst. Dit maakt het acceptabel dat de informatie niet volledig inzicht geeft. Mijn collega’s spraken al over het ontbreken van de nulmeting.

Er ontstaat een beeld, maar het is geen geruststellend beeld. Er is sprake van stagnatie en van minder tempo dan eigenlijk zou moeten, en dat op alle fronten, zowel bij de verwerving, de inrichting als bij het beheer. In bestuurlijk jargon hoort men vaak de kreet: het laaghangend fruit is nu wel geplukt en nu komen de moeilijker opgaven. Dit is een signaal dat het allemaal niet zo vlot gaat als wij zouden willen.

Ik maak een vergelijking met een langeafstandsloper; dat zal de minister aanspreken. Je kunt zeggen dat er net is gestart, maar je hebt een tijdschema nodig. Ook bij een schaatswedstrijd van tien kilometer kun je aannemen dat je het niet gaat halen als je de eerste rondjes niet onder de 36 seconden rijdt. Je kunt het nooit zeker weten, want er kan een enorme eindsprint inzitten. Naarmate de rit vordert, weet je in te schatten of je het gaat halen of niet. Ik ben blij dat het kabinet vasthoudt aan de realisatie van de ehs in 2018. In 2018 zal ik hier niet meer als actief politicus zitten, want dan hoop ik van mijn pensioen te genieten. Ik zou de minister eerder willen afrekenen op de vraag of zij de doelstelling zal halen. Net zoals men halverwege de marathon kan zeggen of men de doelstelling zal halen, kan men dat ook bij dit onderwerp halverwege doen. Blijft de minister afrekenbaar op resultaten en blijft zij gedurende haar periode volhouden dat de ehs in 2018 wordt voltooid?

De heer Jager (CDA): Misschien kan de minister met haar ervaring in marathons aangeven of zij in staat is aan het eind een enorme eindsprint in te zetten.

De heer Polderman (SP): Dat is een goede vraag, maar ik wil van de minister weten of wij langzamerhand niet toe moeten naar jaarlijks afrekenbare doelen, zodat wij de vinger beter aan de pols kunnen houden.

Wij hebben over de biodiversiteit in een eerder debat gezegd dat de doelen die internationaal in de Europese Commissie zijn gesteld, eigenlijk niet kunnen worden gehaald. In een eerder debat zei de minister dat zij geen toverstokje had. Mijn vraag is of zij ook zonder toverstokje kan zeggen dat zij deze doelstelling in 2018 zal halen.

Naar mijn idee is de crux van de kwestie de planologische zekerheid. Wij zien nog steeds geen echte kaarten. De planologische zekerheid van de verbindingszone is nog steeds niet op bestemmingsplanniveau geregeld. Bij de discussie over Natura 2000 hebben wij daarover ook met de provincies gesproken. Moeten er eerst beheerplannen komen of moet de begrenzing eerst worden vastgesteld? Die discussie hebben wij toen min of meer verloren, want de provincies kunnen niet eerst de begrenzing vastleggen en dan de bescherming regelen. Ik vind dat jammer.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Dit is een beetje vreemde redenering. Er is momenteel 56 000 hectare aangekocht en begrensd. Die liggen in de ehs, maar zijn nog niet ingericht. Er is dus veel meer mogelijk, dat zit niet alleen vast op de planologische bescherming. Is de SP-fractie met mij van mening dat wij daarop moeten inzetten? Wij horen nu alleen maar dat de kwaliteit niet wordt gehaald, maar als er niet wordt ingericht, halen wij die kwaliteit nooit.

De heer Polderman (SP): Dat klopt. Ik aarzelde om mevrouw Snijder op dit punt te interrumperen, maar nu zij mij de vraag stelt, biedt mij dat de gelegenheid er iets over te zeggen. De inrichting blijft achter, omdat sommige stukken niet kunnen worden ingericht, omdat bepaalde delen nog niet verworven zijn. Tijdens een werkbezoek in Overijssel hebben wij daarvan een voorbeeld gezien. Als één eigenaar niet wil meewerken, kun je het gebied niet inrichten zoals je wilt, vooral vanwege hydrologische omstandigheden. Dan blijft de inrichting achter. Zolang wij blijven vasthouden aan het idee dat wij niet mogen onteigenen, blijft dat een lastig punt.

Ook is een probleem dat er gronden zijn verworven die helemaal niet in de ehs liggen, de zogeheten ruilgronden. Ik heb gelezen dat slechts een derde van die gronden in de ehs ligt en dat wij twee derde als ruilgronden moeten zien. Dat geeft een vertekend beeld bij de vraag of er voldoende gronden zijn verworven. Als je de gronden allemaal optelt, heb je prima verworven, maar als die gronden ergens anders liggen, zit je klem met de inrichting. De hectares die je wel hebt, maar die niet in de ehs liggen, kun je immers ook niet als ehs inrichten.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Natuurlijk is er een kleine marge waar dat niet mogelijk is. Het is echter wel heel vreemd dat er reeds 56 000 hectare is verworven die niet is ingericht, maar dat er toch eerst een geringer aantal hectares moet worden verworven. Het kan toch niet zo zijn dat je met 56 000 hectare helemaal niets kunt? Bij het Dwingelderveld ging het bijvoorbeeld om enkele hectares, maar als je 56 000 hectare hebt verworven, kan het toch niet zo zijn dat je die niet kunt inrichten, terwijl je een nog geringer deel hoeft te verwerven?

De heer Polderman (SP): Ik ben het met mevrouw Snijder eens dat de inrichting achterblijft. Ik zeg alleen dat de inrichting van sommige gebieden niet mogelijk is, omdat de verwerving nog in de knoop zit.

De ehs dient ook een groot economisch doel. Het vestigingsklimaat en het woonklimaat worden immers opgewaardeerd als er kwalitatief goede natuur in de buurt is. Het belang van de ehs zou dus eigenlijk geen verschil van mening hoeven opleveren. Waarom wordt die dan niet als een meer landelijk sturingsmodel opgepakt? Als wij op dezelfde manier andere infrastructurele werken, die wij ook heel belangrijk vinden, zouden inrichten – ik denk aan de Betuwelijn en allerlei rijkssnelwegen – zou het land er anders uitzien. Dan zou die Betuwelijn er nooit zijn gekomen. Ik zou dat op zich niet erg vinden en zou zeggen: hadden wij het zo maar aangepakt. Anderen vonden dat echter niet. Waarom wordt er geen tracébesluit genomen? Wij onderkennen immers het economisch belang van de ehs. Waarom wordt die niet op die manier doorgezet? Dan heb je in eerste instantie ook een zoeklocatie nodig. In 1990 is begonnen met de ehs en wij weten na bijna twintig jaar nog steeds niet waar de ehs exact komt te liggen. Dat is reden voor grote ongerustheid. Wij hebben gezien dat één onwillige eigenaar de zaak enorm kan vertragen. Het idee dat er niet zou mogen worden onteigend, moet dan ook volgens mij langzamerhand op de helling.

Gisteren hebben wij bij het VAO Natuurwetten een motie aangenomen van de heer Cramer over de meer landelijke bescherming van de ehs. De minister heeft die motie geïnterpreteerd als ondersteuning van haar beleid. Andere fracties hebben gevraagd welke instrumenten buiten het bestemmingsplan een nog betere bescherming zouden kunnen bieden. Ik hoor daarover graag meer van de minister. Een en ander sluit aan bij de opmerking van de heer Waalkens dat onduidelijk is wat de landelijke bescherming precies inhoudt.

Ik maak mij ongerust over de versnippering en het stagneren van het agrarisch natuurbeheer, in het bijzonder het weidevogelbeheer. Het gaat om zeer versnipperde stukjes natuur. Wij moeten niet het risico lopen dat er veel natuur wordt ingekocht dat weinig succesvol is voor de ontwikkeling van de ehs. Dan valt het draagvlak weg en dat zou jammer zijn. Gelukkig is er nog een groot draagvlak; dat moeten wij vooral in stand houden.

De informatie over de grondprijsontwikkeling dateert van vóór het ontstaan van de financiële crisis. Ik zie dalende bewegingen op de woningmarkt en vraag mij af of die bewegingen ook op dit punt een rol kunnen spelen. In een eerder overleg heb ik aandacht gevraagd voor het feit dat wij iets anders in de grondmarkt zitten, omdat de Staat eigenaar is van de Fortis Bank Nederland. De minister schrok toen en was niet van plan daarop in te gaan. Ik herhaal mijn vraag: in hoeverre biedt dat gegeven meer kansen om dossiers die vastzitten in de verwervingssector, los te trekken? Heeft de minister hiervan reeds een inventarisatie gemaakt?

De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Ik vervang onze vaste natuurwoordvoerder, mevrouw Van Gent. Zij zit in de grote zaal in een ingewikkeld debat met de minister van SZW. Ik spreek mede namens mevrouw Ouwehand, die ziek is. Ik moet wegens een agendaprobleem rond 13.00 uur weg. Er wordt echter meegeluisterd in mijn afwezigheid.

De fracties die ik vertegenwoordig, maken zich grote zorgen over de voortgang van de ehs. Het grote maatschappelijke belang van de ehs staat voor ons als een paal boven water. Her en der wordt nog wel eens getwijfeld of het allemaal nuttig en nodig is. Voor ons staat dat niet ter discussie en het zou goed zijn als de minister het belang van een snelle voortgang van de ehs ook na deze kabinetsperiode nog eens krachtig onderstreept.

De uitrol en de verdere ontwikkeling van de ehs haperen. Dat laat zich aflezen uit de jongste Natuurbalans. Ik begrijp uit de voortgangsrapportage van de minister dat op weg naar 2015 een kleine 32 000 hectare moet worden verworven. Op pagina 27 van de Natuurbalans staat echter een verwervingspotentieel van 60 000 hectare. Kan de minister mij dat verschil precies duiden?

De voortgangsrapportage moet in een volgende ronde een stukje strakker zijn opgesteld. Wij weten dat de minister graag iedereen aan de gemaakte afspraken houdt. Afspraak is afspraak en dat geldt ook hier. De minister kan zich op dit terrein helemaal uitleven. Wij vragen in de volgende rapportage heldere, strakke tijdschema’s voor verwerving en inrichting van gebieden, een heldere weergave van de afspraken die daarvoor zijn gemaakt of nog moeten worden gemaakt, wanneer die worden gemaakt, alsmede welke budgetten beschikbaar zijn. Wij moeten nu gas geven. Toen de heer Polderman sprak over de snelheid waarmee soms in dit land infrastructuur kan worden aangelegd, bedacht ik dat wij binnenkort met minister Eurlings spreken over de spoedwet Wegverbreding. Mijn fractie zit te wachten op een spoedwet ehs. Kan de minister daar werk van maken?

Ik sluit aan bij de vragen over Fortis. Ik vroeg laatst de minister van Financiën daarnaar. De grondportefeuille van Fortis wordt binnenkort verpatst. Nu hebben wij de kans om over de schouder van de minister van Financiën mee te kijken wat er precies bij Fortis zit. Misschien kan de verwerving van gronden een stuk sneller. Het spul is immers van ons. Eerst de grondportefeuille meenemen en dan verkopen en niet andersom, want dan missen wij een kans. Ik heb van het CDA altijd begrepen – ik denk aan Dries van Agt en het coffeeshopbeleid – dat politiek de kunst is van het praktisch handelen. Dat is bij deze minister in goede handen. Graag een reactie.

Hetzelfde zou wellicht kunnen gelden voor het post-najaarsnotacircus. Het is mij de laatste jaren opgevallen dat er op weg naar Kerstmis nog een potje geld was. Dat gebeurt vaker bij departementen. Als je niet oplet als vakminister, arresteert de minister van Financiën dat potje en krijgen wij als het jaar voorbij is een mooie februarinota waarin staat dat er 3 mld. of 4 mld. is vrijgevallen. Bij OCW had men dat in de gaten en probeerde men nog wel eens een rijksmuseum op te knappen met geld dat rond Kerstmis vrijviel. Ik vraag de minister rond Kerstmis even te bellen met de minister van Financiën. Er kan wellicht wat extra budget voor de ehs worden binnengehaald. Is de minister daartoe bereid?

De fracties namens wie ik spreek, hechten eraan dat de operatie in 2015 robuust en volledig is afgerond. Graag krijg ik op dat punt helderheid van de minister.

Inzake de inrichting sluit ik mij aan bij de inbreng van de heer Van der Ham. De achterstand beloopt 100 000 hectare en als het tempo van inrichten op deze manier doorgaat, zijn wij 40 jaar bezig. Zo’n marathon gaat mijn fractie niet aan. Wij vragen de minister om een drastische versnelling. Hier moet echt vaart worden gemaakt.

Hetzelfde geldt voor particulier natuurbeheer. Ook dat schiet niet op en ook daarvoor geldt: versnelling van de uitvoering, meer daadkracht, grotere politieke urgentie en scherpere afspraken met alle betrokkenen. Graag hoor ik toezeggingen van de minister.

Er ligt een oude afspraak dat landbouwgrond ten dele moet worden omgezet in natuur. Er ligt een motie van mevrouw Ouwehand die dat nogmaals bevestigt. Die motie is afgelopen zomer in de Kamer aangenomen. De minister wil die motie graag uitvoeren. Het is echter de vraag hoe zij dat gaat doen. Bij de feitelijke vragen is daarnaar gevraagd. Er ligt immers een advies van de Raad voor het Landelijk Gebied om niet meer dan 10% van de grond voor natuur te onteigenen. Dit vraagt nadere uitleg van de minister.

Inzake de grutto sluit ik aan bij de scherpe woorden die de heer Van der Ham heeft gesproken. Die ontwikkeling baart ook mijn fractie zorgen.

Dit geldt ook voor agrarisch natuurbeheer. Dat is in de boezem van mijn politieke partij een belangrijk item. Het stemt treurig dat de belangstelling daarvoor terugloopt en dat het hapert, terwijl er ook kansen liggen om buiten de ehs verdere natuurontwikkeling te bevorderen. Graag een snelle reactie en actie van de minister.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De heer Vendrik zegt dat er uiteindelijk nog ruim 100 000 hectare moet worden ingericht. Is hij met mij van mening dat je alleen kunt inrichten wat je inmiddels hebt verworven? Dat zijn minder hectares; ik heb dat rekensommetje eerder gemaakt. Ik denk niet dat de heer Vendrik wil inrichten als grond nog niet is gekocht.

De heer Vendrik (GroenLinks): Er ligt een inrichtingsopgave van 100 000 hectare. Dat moet heel snel goed geregeld worden. Wij hebben allemaal gesignaleerd dat de boel stagneert en hapert en dat baart ook mijn fractie grote zorgen. De inrichtingsopgave geldt zowel voor gronden die al in ons bezit zijn als voor gronden die in ons bezit zullen komen. Er moet fors gas gegeven worden. Gronden verwerven is één ding, maar voor de uiteindelijke doelstelling van de ehs, het bevorderen van biodiversiteit en robuuste natuur in Nederland, kan men mijn fractie wakker maken. Dat staat of valt met scherpe en doeltreffende inrichtingsplannen.

De heer Jager (CDA): De heer Dimas, Europees commissaris Milieu, zegt dat landbouwgronden niet altijd hoeven te worden omgevormd, maar als aanvulling kunnen dienen ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen. Bij de volgende voortgangsrapportage zou inzichtelijk moeten zijn welke landbouwgronden daartoe geëigend zijn om dan vervolgens de doelstellingen te realiseren. Is de heer Vendrik dat met mij eens?

De heer Vendrik (GroenLinks): Als de CDA-fractie behoefte heeft aan die informatie, ben ik daar niet tegen, want ik ben nooit tegen goede informatie. Ik proef echter een klein addertje onder het gras, namelijk om misschien net iets te gemakkelijk te besluiten om landbouwgronden te veel in de huidige staat te laten. Als het bevorderlijk is voor de natuur, staat mijn fractie open voor een gesprek. Laat die informatie maar komen. Dan kunnen wij er daarna een politiek oordeel over vellen.

Antwoord van de rapporteurs

De heer Waalkens (PvdA): Voorzitter. Ik dank de collega’s voor de complimenten. Ik zal die complimenten doorgeven aan het BOR. Mevrouw Snijder en ik hebben samen met het BOR gekeken hoe de voorliggende rapportage past bij de uitgangspunten die wij hebben vastgesteld. Wij hebben niet meer gezien aan cijfermateriaal of onderbouwing dan de leden hebben ontvangen. Wij hebben puur gekeken naar wat er ligt en de vertaling gemaakt naar de rapportage.

De heer Jager vraagt of er nog suggesties vanuit het college van rapporteurs kunnen worden gedaan. Met betrekking tot de nulmeting zien wij medio 2009 als harde deadline, zodat wij daarover in de volgende rapportage kunnen oordelen. Het kwaliteitsborgingssysteem moet naar voren worden gehaald. De rapportage wordt alleen maar sterker door goede piketten te slaan. De suggestie aan de collega’s is om de minister scherp aan haar toezeggingen te houden.

Antwoord van de minister

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de fracties voor hun inbreng in eerste termijn en in het bijzonder de heer Waalkens, die mede namens de andere rapporteur heeft gesproken. Ik dank de rapporteurs voor het werk dat zij hebben gedaan. Zij hebben een goed beeld geschetst. Ik maak een enkele opmerking vooraf.

Toen de Kamer besloot om van de ehs een groot project te maken, heb ik gezegd het belang daarvan te zien. In het coalitieakkoord staat dat de ehs in 2018 moet zijn afgerond. Daar staat overigens «kwantitatief» bij, maar wij hebben er later «kwalitatief» aan toegevoegd, mede naar aanleiding van de motie waarover de heer Vendrik sprak. Mijn ambitie is de ambitie van de Kamer en de ambitie van de Kamer is de mijne, namelijk om beide aspecten in 2018 gerealiseerd te hebben. Niemand doet aan dat belang af en ik heb daarover geen enkele twijfel. Ik zie ook het belang dat de Tweede Kamer hecht aan het kunnen volgen van de ontwikkelingen.

Tegelijkertijd heb ik in het gesprek met de rapporteurs en met de Kamergezegd dat ik de behoefte begrijp om mee te kunnen kijken, maar dat wij niet mogen vergeten dat wij in het kader van de Wet inrichting landelijk gebied nu juist de verantwoordelijkheden vanaf 1 januari 2007 hebben gedecentraliseerd. Wij hebben een aantal grote verantwoordelijkheden bij de provincie neergelegd. Bij die verantwoordelijkheden en bevoegdheden zit een stevig financieel budget van meerdere miljarden euro’s. Naast de grote verantwoordelijkheid is er ook een zekere beleidsvrijheid, namelijk om een beetje tempoverschil te kunnen maken in het ene of andere jaar. De kansen op grondverwerving of inrichting kunnen immers het ene jaar positiever zijn dan het andere jaar. Dat verschilt per provincie. Onze Dienst Landelijk Gebied merkt dat van tijd tot tijd. Men komt soms in een positie om grond te verwerven en een andere keer lukt dat niet zonder een te hoge prijs te moeten bieden. De Kamer zit er bovenop om ervoor te zorgen dat onze LNV-diensten geen prijsopdrijvend effect hebben op de grondprijs.

In het gesprek met de rapporteurs heb ik gemeld dat ik een aantal zaken kan toezeggen omtrent de rapportage van de provincies, namelijk over de afspraken die de overheid met de provincies heeft gemaakt. Voor de overige informatie moet ik overleggen met de provincies. Dat wil ik ook. Ik zeg er één ding bij. Wij moeten oppassen dat wij niet zodanig bezig zijn met meten, monitoren, controleren en afrekenen dat dit ten koste gaat van het tempo en de realisatie van de doelstellingen. Ik zeg niet dat de Kamer dat vraagt, maar ik wil en moet dit opmerken. Wij moeten oppassen voor een bureaucratisering van dit proces, want die gaat altijd ten koste van het tempo.

Ik dank de rapporteurs voor de gemaakte complimenten, want er is hard gewerkt aan deze rapportage. De rapportage is prachtig verpakt en helemaal af. Er zit echter een zekere ongelijksoortigheid in de kwaliteit van de rapportages van de verschillende provincies. Zij hebben niet allemaal dezelfde gegevens en werken niet allemaal met dezelfde systematiek. Het ministerie en ik hebben behoefte aan rapportages die op de meeste punten vergelijkbaar zijn, zodat wij inzicht en overzicht kunnen houden. Daarover ga ik in gesprek, maar ik vind dat wij moeten oppassen dat wij provincies niet overvragen met betrekking tot format, monitor, rapportages enzovoorts, waardoor het tempo er uitgaat.

Ik verdeel de beantwoording in drie blokjes: ehs algemeen, techniek en grondverwerving, en overige.

Er zijn opmerkingen gemaakt over de planologische bescherming. Ik heb in mijn reactie op de uitgangspuntennotitie van de Kamer al gezegd dat het leveren van informatie op bestemmingsplanniveau niet als verantwoordelijkheid van het Rijk kan en mag worden gezien, mede vanwege de getrapte wijze waarop de verantwoordelijkheden in de ruimtelijke ordening zijn vormgegeven in de nieuwe wet. Ik zie het als een verantwoordelijkheid van de provincies om toe te zien op een adequate verankering van de bestemmingsplannen. Dit heb ik op 2 juli 2008 in de Kamer tegen de heer Polderman gezegd.

Ik zeg toe dat ik in 2009 en 2010 laat onderzoeken hoe de ehs doorwerkt in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Daarbij zal worden onderzocht tegen welke problemen gemeenten aanlopen bij de planologische verankering van de ehs en wat mogelijke oplossingen zijn. Daarmee ondersteun ik gemeenten en provincies in hun taak om de ehs planologisch te verankeren.

De heer Polderman vraagt wat naast het bestemmingsplan een betere bescherming voor de ehs kan bieden. Het huidige stelsel is een goede waarborg voor de planologische verankering. Ik wijs op hoofdstuk 6 van de rapportage, dat hierover gaat. In 2009 ontvangt de Kamer de AMvB Ruimte in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Daarin is de ehs opgenomen.

De heer Polderman vraagt waarom de ehs niet als economisch doel wordt opgepakt en waarom er geen tracébesluit wordt genomen en vastgelegd. Met de ehs kunnen inderdaad economische doelen worden gediend. Er is wel degelijk aandacht voor. Een speciaal tracébesluit is niet nodig, omdat het huidige stelsel voldoet.

Mevrouw Snijder loopt met haar vraag vooruit op het IBO Natuur en vraagt wat de conclusie zou zijn voor Natura 2000 als het IBO Natuur laat zien dat de ehs niet efficiënt is. Zij weet dat een politicus nooit moet ingaan op een vraag met «stel dat». Ik zal dat nu ook niet doen. Ik vind het IBO Natuur van groot belang. Het is goed om alles heel scherp tegen het licht te houden en te kijken of de huidige aanpak de meest effectieve en efficiënte is. Ook moet worden nagegaan of de instrumenten die wij inzetten goed zijn of scherper kunnen, of er voldoende budget is, hoe het zit met het tempoverschil tussen verwerving en inrichting en hoe het zit met de vergoeding van het beheer. Al die zaken komen aan de orde in het IBO Natuur, dat in de eerste helft van 2009 wordt afgerond. Ik ben zeer benieuwd naar de conclusies. Ze zullen natuurlijk doorwerken in tal van besluiten die wij daarna nemen.

Mevrouw Snijder heeft een rekensommetje gemaakt. Zij zegt dat 56 000 hectare binnen de ehs in handen is van de overheid, maar nog niet is ingericht. De heren Van der Ham en Polderman hebben beiden gesproken over de versnippering. Soms ben je in staat om een hoeveelheid hectares te verwerven, terwijl je weet dat je daarnaast nog meer hectares moet verwerven. Het is dan de vraag wanneer de schaalgrootte voldoende is om met de inrichting te beginnen. Soms is het niet kosteneffectief om al snel te beginnen met inrichten en moet je even wachten tot je voldoende schaalgrootte hebt. Ik ben het met mevrouw Snijder eens dat verwerving en inrichting niet te ver bij elkaar uit de pas mogen lopen. Daarom is dit een van de punten van aandacht die ik van tijd tot tijd met de provincies bespreek. Ik spreek met de provincies over de stand van zaken, over hun ambities en over de acties die zij de komende tijd zullen uitvoeren, binnen de vrijheid die wij de provincies hebben gegeven om de ehs in zeven jaar te versnellen of te temporiseren.

De heer Polderman heeft een mooie metafoor: de tien kilometer schaatsen. Je zou dan moeten starten als Bob de Jong en met een geweldige finale moeten eindigen. Bij Bob de Jong hangt het af van hoe het tussen zijn oren zit. In Moskou zagen wij dat het op dit moment redelijk goed zit tussen de oren van Bob de Jong. Ik houd van het lopen van een marathon met een negatieve split. Dat betekent dat je de tweede helft sneller loopt dan de eerste. Daar ben ik ook wel op gebouwd, maar het is niet zo dat ik halverwege merk hoe de eindsprint zal gaan. Een beetje marathonloper komt daar pas tussen de 32 en 35 kilometer achter. Alle marathonlopers die daarna nog stukgaan, hebben in de voorbereiding iets fout gedaan. Wij delen de ambitie om de marathon af te maken. Als wij daarnaast de ambitie hebben om met een negatieve split te lopen, moeten wij zelfs oppassen dat wij aan de finish niet heel veel energie overhouden, want wij zijn al een heel eind op weg.

De heer Van der Ham vraagt naar de wettelijke bescherming. De heer Cramer heeft daarover gisteren een motie ingediend. Die ligt nog tamelijk vers in het geheugen. Ik heb toegezegd de voor- en nadelen van de verankering van de ehs in de Natuurbeschermingswet mee te nemen bij het plan van aanpak van komend voorjaar; dat zal ik ook doen.

De heer Van der Ham vraagt of het programma voor het beheersysteem in 2009 gereed kan zijn. Ik ben daarover niet optimistisch. De provincies zijn heel hard aan het werk en zijn voornemens om dit in 2010 af te hebben. Er is weliswaar behoefte aan voortgang, maar ik denk dat wij ervoor moeten zorgen dat er dan een beheersysteem ligt dat effectief is, uitvoerbaar en controleerbaar, maar dat ook betaalbaar is. Er is opgemerkt dat agrarisch en particulier natuurbeheer soms niet opschiet en niet altijd even effectief is. Ik ben het daarmee eens, maar als wij dit beheer vervangen, moeten wij dat goed doen. Iedereen moet ernaar kijken en er iets over zeggen, zodat er straks een stelsel is dat werkt en effectief, betaalbaar en controleerbaar is. Wij moeten binnen een paar jaar de resultaten kunnen zien.

Ik heb hiermee ook antwoord gegeven op de vraag van de heer Jager, die verwijst naar de motie-Koppejan. Tot die tijd worden de problemen die zich voordoen in het Programma Beheer weggenomen.

De heer Van der Ham vraagt welke generieke of specifieke methodes kunnen helpen bij particulier natuurbeheer. Ik ben het ermee eens dat wij goed moeten kijken waar het meest effectief aan natuur- en weidevogelbeheer kan worden gedaan. Dat kan vaak veel beter in een gebiedsgerichte aanpak dan in een perceelsgerichte aanpak. Toch blijven wij heel vaak op percelen gericht: als er te weinig mensen willen meedoen, wordt er te weinig gedaan en als er te veel mensen willen meedoen, wordt er te veel gedaan. Toch komen wij erachter dat wij blijkbaar iets niet goed doen, omdat er ieder jaar minder grutto’s worden geteld. Dat is het ijkpunt.

De vraag is of de goede uitgangspunten worden gebruikt. Een grutto kun je niet vasthouden. Je kunt niet zeggen: jij komt volgend jaar weer terug op ditzelfde nest. De praktijkmensen uit de natuurbescherming zeggen dat je je niet alleen moet focussen op weidevogels, maar dat je ook moet kijken naar de omgeving. Wat zijn de predatoren, wat zijn de bedreigingen, welke vogels houden elkaar in stand in die gebieden? Dit vraagt om een bredere en vooral een gebiedsgerichte aanpak. Ik zie met lede ogen aan dat er alleen maar meer geld in wordt gestopt, want ik vraag mij af wat de positieve resultaten zijn. De kenniskring Weidevogellandschap heeft gezegd dat ook naar die andere benadering moet worden gekeken en die wordt meegenomen in het nieuwe systeem.

De heer Van der Ham vraagt hoe het komt dat er nog steeds sprake is van verlies aan biodiversiteit ondanks de ehs en het werk in uitvoering. Wij zijn er nog niet. Dat heeft deze zomer ook in de Natuurbalans gestaan. Hier en daar moeten er nog stapjes worden gezet, maar er zijn ook positieve berichten te melden. Dat betekent niet dat wij achterover kunnen leunen. Wij moeten wel ambitieus zijn. Wij moeten echter niet alleen melden wat niet goed gaat, maar ook wat wel goed gaat. Dat is een extra stimulans om ermee door te gaan. Daarbij zijn alle partners nodig die een bijdrage kunnen leveren.

De heer Vendrik spreekt mede namens de Partij voor de Dieren. Wij wensen mevrouw Ouwehand overigens van harte beterschap; wij kunnen haar hier nauwelijks missen. De heer Vendrik en mevrouw Snijder vragen of ik blijf vasthouden aan het kwantitatief afronden van de ehs. In het coalitieakkoord staat de kwantitatieve afronding in 2018 gepland en wij hebben dat verbreed met een kwalitatieve afronding. Ik vind dat wij die ambitie moeten hebben en houden. Daarvoor hebben wij onderweg onze sportdrankjes echter nog wel nodig.

De heer Jager noemt de brieven 15 en 16 en vraagt naar de staatssteun. Bij de start van de ehs en van het traject hebben wij afgesproken dat alle grond in principe vrijwillig wordt verworven. Wij weten echter allemaal dat bij grote projecten in een groter gebied één eigenaar soms niet wil. Dan moet je, om het proces en het project toch doorgang te laten vinden, in de finale fase het onteigeningsinstrument kunnen toepassen. Het kabinet heeft dat bevestigd in de brief naar aanleiding van het advies van de Raad voor het Landelijk Gebied. Verwerving van de grond is vrijwillig. Dat heeft te maken met de staatssteungevoeligheid in Brussel. Alleen als je, ondanks alle redelijke maatregelen die je hebt gehanteerd, wordt belemmerd in de verdere uitvoering, staat het onteigeningsinstrument je ten dienste. Wij hebben afgesproken dat dit bij maximaal 10% van de gronden mag. Sommige provincies vragen zich af of zij het daarmee redden, maar andere blijven ruim onder de 10%. Ik heb gezegd dat er een soort van verevening of saldering tussen de provincies mag plaatsvinden, maar ik houd het plafond op 10% van het totaal.

De heer Waalkens vraagt of ik ervoor kan zorgen dat er een begeleidend schrijven en een accountantsverklaring van de provincies komen. Ik wil hierover eerlijk zijn. Wij hebben dit niet afgesproken in het gesprek met de rapporteurs. De vraag is echter wel legitiem. Op dit moment overleg ik met het IPO om afspraken te maken over de borging van de gegevens van de Wilg. Ik zal de Kamer hierover informeren.

Verschillende commissieleden vragen naar de betrouwbaarheid van de gegevens en naar de afspraken die ik met de provincies maak over de borging van de betrouwbaarheid van de gegevens in het ILG. Het IPO bestudeert op dit moment de voorstellen die ik heb gedaan. Ik verwacht binnenkort een reactie, want de betrouwbaarheid van de gegevens moet in orde zijn. Als ik de reactie van het IPO heb ontvangen, zal ik de Kamer informeren. Mijn voorstellen gaan onder andere uit van een controle van de financiële cijfers door een accountant en de beoordeling van de prestaties door een comité van toezicht aan het eind van iedere ILG-periode. Daarnaast worden de ILG-cijfers jaarlijks gecontroleerd in het kader van de provinciale jaarrekeningen.

De heer Waalkens vraagt wanneer het nieuwe borgingssysteem voor kwaliteit en kwantiteit er kan zijn. Het kwaliteitsborgingssysteem wordt samen met de provincies ontwikkeld, zodat het optimaal kan worden gebruikt. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van de bestaande monitorsystemen, zodat wij niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden en er geen extra rapportages nodig zijn. De borging van de kwantiteit verloopt via de ILG-afspraken.

Mevrouw Jacobi en de heer Waalkens vragen of de «nulmeting op kaart» naar voren kan worden gehaald. De «nulmeting op kaart» is een omvangrijk project dat volgens de huidige planning medio 2009 gereed is. Ik heb meermalen bij de provincies benadrukt dat deze meting zeer belangrijk is, maar zij hebben aangegeven dat zij de «nulmeting op kaart» niet eerder gereed kunnen hebben. Wij hebben deze afspraak met de Kamer en met de provincies gemaakt en ik zal de provincies aan deze toezegging houden.

Mevrouw Jacobi vraagt of er verbeteringen in relatie tot de ILG-rapportage kunnen worden bewerkstelligd. Met de provincies wordt gewerkt aan een verbetering van het handboek, waarin duidelijkheid wordt geschapen over definities. Hier en daar bleken er interpretatiekwesties te spelen. Ook de tijdigheid van de rapportages van provincies is voor mij een aandachtspunt. Dat kan helpen bij de rapportage aan de Kamer.

Mevrouw Snijder vraagt zich af hoe de 10% onteigening zich verhoudt tot de inrichtingsproblematiek. Ik zie die relatie niet anders dan dat er een relatie is met de inrichting op schaal. Met betrekking tot de achterstand die de Kamer bespeurt in het inrichten, heb ik gezegd dat er een robuust gebied moet zijn om in te richten en niet te veel versnippering.

De heer Vendrik vraagt hoe de motie-Ouwehand precies wordt uitgevoerd met het oog op het advies van de Raad voor het Landelijk Gebied. Ik heb hierover een kabinetsreactie gestuurd. Wij handhaven de bestaande taakstelling voor natuur en dus ook de motie-Ouwehand. De inzet is maximaal 10% onteigenen en optimaal vrijwillige verwerving.

Mevrouw Jacobi vraagt of niet veel meer gebruik kan worden gemaakt van de publiek-private samenwerking. Ik heb gepleit voor intelligente koppelingen. In Noord-Holland loopt een buitengewoon interessant traject. De provincie wil een gebied graag binnen de ehs trekken, maar hoeft het niet te kopen. Zij wil dat de boerderij blijft bestaan en dat de boer actief blijft. Als de provincie afspraken kan maken met deze boer om de inrichting en het beheer te doen in het kader van de ehs, kan hij zijn grond houden en wordt hij beloond voor de inrichting en het onderhoud. Daardoor ontstaat een win-winsituatie. Ik vind dat een fantastisch voorbeeld van hoe het ook kan. Dat past precies bij de opmerking van de heer Vendrik dat een dergelijke gang van zaken binnen de GroenLinks-fractie op steun kan rekenen. Dit soort oplossingen en dit soort intelligente koppelstrategieën wil ik veel meer propageren. Ik heb daarover al met de provincies gesproken en hoop dat een en ander de komende tijd vorm krijgt, nog meer dan nu al het geval is.

Mevrouw Jacobi vraagt naar een lijndiagram. Er zit al een meerjarenperspectief in de rapportage. Ik geef voor de ILG-onderdelen echter bewust geen jaarlijkse schatting vooraf, omdat die in de loop van de komende zeven jaar variabel is. Ik verwijs op dit punt naar de schriftelijke beantwoording van vraag 19, waar ik dit antwoord heb toegelicht.

De heer Van der Ham vraagt in welke provincie de inrichting niet van de grond komt, waardoor dat komt en wat ik daaraan ga doen. De rapportage over de realisatie per provincie heb ik toegestuurd en men kan daaruit zelf een conclusie trekken. Ik heb begin volgend jaar een gesprek met de provincies. Ik ben minder van de duimschroeven dan van de aanmoediging. Ik merk dat bij het marathonlopen ook. Als een supporter langs de kant zegt «nou, stop maar, het ziet er niet uit», word je daardoor minder gestimuleerd dan wanneer iemand zegt «je ziet er geweldig uit, je gaat het zeker halen, nog een klein tandje erbij». Dat laatste helpt veel meer, zelfs op de tien kilometer en zelfs bij Bob de Jong.

De heer Polderman vraagt waarom er zo veel ruilgronden zijn. Die gronden zijn verreweg het gemakkelijkst te verwerven. Er is in toenemende mate behoefte aan meer speelruimte en dus zijn er meer hectares ruilgrond nodig.

Er is gevraagd wanneer de introductie van de nieuwe beheersystematiek Programma Beheer komt. Voor het eind van het jaar zal het stelsel aan mij worden aangeboden. Daarna zal ik de Kamer informeren.

De heer Jager vraagt of de provincies op de hoogte zijn van de aspecten beleidsneutraal, budgetneutraal en een zesjaarcontract bij het nieuwe Programma Beheer. Het antwoord is ja.

De heer Jager vraagt of de leefgebiedenbenadering kan dienen als oplossing bij de problemen die ontstaan bij de implementatie van de robuuste verbindingszones. Dat kan helaas niet helemaal. Het zijn twee verschillende zaken, die wel allebei van belang zijn. De robuuste verbindingszones zijn onderdeel van de ehs en schakelen grote kerngebieden aan elkaar. Op deze wijze kan uitwisseling tussen verschillende plant- en diersoorten plaatsvinden. De leefgebiedenbenadering is een gebiedsgerichte aanpak van het soortenbeleid. Deze kan zowel binnen als buiten de ehs plaatsvinden. De gebiedsgerichte aanpak kan als voorbeeld dienen voor de implementatie van de robuuste verbindingen en op deze wijze het draagvlak creëren en vergroten.

De heer Van der Ham vraagt wat wij doen aan begrenzing en realisering van de robuuste verbindingen. Met de provincies zijn afspraken gemaakt dat de begrenzingen in 2008 worden afgerond. In 2009 kan er dan full swing worden verworven. Bij de mid term review van de Wet inrichting landelijk gebied kunnen wij dan de balans opmaken.

De heren Polderman en Vendrik vragen naar de grondpositie bij Fortis. Ik heb de vorige keer wat anders op deze vraag gereageerd, maar het punt heeft mijn grote belangstelling en aandacht. Ik ben daarover in gesprek met mijn collega van Financiën. Ik kan er nu nog niet veel over zeggen, maar als het een kan bijdragen aan het ander, moeten wij geen kansen laten lopen. Ik bel mijn collega van Financiën niet, want ik kom hem iedere week minstens één keer tegen.

De heer Vendrik vraagt tot slot of ik rond de Kerst eens met de heer Bos wil bellen en noemde het voorbeeld van OCW. Het zou mij verbazen als OCW er pas met de Kerst achter komt dat men iets moet regelen. Wij weten dat allemaal al jaren en maken daarvan op een verstandige wijze gebruik.

Nadere gedachtewisseling

De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb slechte herinneringen aan al die keren dat wij bij de najaarsnota hebben geprobeerd extra geld te regelen voor de ehs. Minister Zalm zei dan altijd dat er geen geld was, maar vervolgens kwamen wij er in februari achter dat er 3 mld. overbleef. De enige die dat geld op tijd kan arresteren, is de minister van LNV en ik hoop dat zij dat gaat doen. Het blijven ministers van Financiën: Bos of Zalm, dat maakt niet uit.

In verband met de tijd heb ik slechts één vraag en die betreft de achterstand van de inrichting. Daarbij zit ook het punt van de onteigening. Ik begrijp dat het logisch is dat in de praktijk wordt gewacht totdat een gebied is gecompleteerd voordat definitief met de inrichting wordt begonnen. Dat duurt in de praktijk echter zeer lang. Voor een deel komt daar de inrichtingsachterstand van 100 000 hectare vandaan. Volgens mij moet dit landen in een toezegging van de minister dat zij tegen provincies zal zeggen dat het inrichten sneller moet en dat er, als dat nodig is, sneller moet worden onteigend of sneller gebruik moet worden gemaakt van mogelijkheden tot ruilverkaveling. Dat zou een minimale toezegging moeten zijn. Ik zou dat in de volgende voortgangsrapportage graag in relatie gebracht willen zien tot het maximum van 10% onteigening. Ik sluit niet uit dat het plafond van 10% de praktijk van de inrichting behoorlijk in de weg kan staan. Ik wil dat graag objectief naast elkaar zien in de volgende voortgangsrapportage. Op dat punt hoor ik graag een toezegging.

De heer Polderman (SP): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar beantwoording. Zij heeft een interessant college gegeven over de marathon. Zij is kennelijk deskundig. Ik heb alleen willen vragen of de minister volhoudt dat het einddoel van 2018 wordt gehaald en of zij daarop in haar periode kan worden afgerekend. Wij hebben al moeten afzien van onze doelstelling om de biodiversiteit op te waarderen en de achteruitgang tegen te houden. De Europese Commissie zegt immers dat dit niet haalbaar is. Mijn vraag is wanneer de minister daarop is af te rekenen.

De minister zegt dat bij het agrarisch natuurbeheer een meer gebiedsgerichte benadering moet worden gekozen. Betekent dit dat wij buiten de ehs zullen kijken? Sommige agrariërs nemen een pakket af, dat niet binnen de ehs ligt. Dat is prima, maar als het een geïsoleerd gebied betreft, is dat niet succesvol, zo blijkt uit alle rapportages over het weidevogelbeheer. Betekent een meer gebiedsgerichte benadering nu ook dat wij meer agrarisch natuurbeheer buiten de ehs willen? In hoeverre is dat een bijdrage aan het realiseren van onze hoofddoelstelling ehs?

Ik ben blij dat de minister iets toeschietelijker reageert op mijn vraag inzake de grondpositie van Fortis. Vorige keer reageerde zij wat verkrampt, maar ik ben blij dat zij de boodschap beter heeft opgepakt dan de vorige keer.

De heer Van der Ham (D66): Ik voel me een beetje ongemakkelijk als de minister zegt dat het niet nodig is de duimschroeven aan te draaien en onteigening toe te passen. Zij wil de grondverwerving meer in overleg doen. Als het op die manier kan, is dat natuurlijk fantastisch. 2018 is nog ver weg, maar ook relatief dichtbij. Natuurlijk is er nog alle tijd om in tien jaar van alles te doen. Ik wil echter van de minister weten welke instrumenten zij in handen heeft om echt behoorlijk te versnellen, als de komende jaren blijkt dat het niet opschiet. Ik spreek niet in marathonmetaforen – ik ben nooit verder gekomen dan een beetje zwemmen – maar ik vind dat er wel iets achter de hand moet zijn, ook als extra stimulans voor die partijen die soms een beetje vertragen.

Ik ben het eens met wat de minister zegt over verwerving en versnippering. Zij zegt terecht dat soms het juiste moment moet worden gekozen waarop grond wordt verworven. Soms kan echter een klein stukje land alles ophouden, waardoor men niet op schema komt. Het is van belang dat op enig moment een knoop wordt doorgehakt. Daarvoor moet meer geld worden uitgetrokken, er moet onteigend worden en er moeten hardere instrumenten komen. Ik geef de minister alle ruimte om te temporiseren, maar ik hoop dat zij op enig moment hard durft te zijn als het niet opschiet. Op dit punt wil ik graag door de minister gerustgesteld worden.

Ik constateer dat de minister op alle andere punten onze ongerustheid onderkent en deelt.

De heer Jager (CDA): Ik dank de minister en de heer Waalkens voor hun beantwoording. Inzake de gebiedsbenadering onderstreep ik dat die ook wordt toegepast bij de economische ontwikkelingen. Bij de scheepsbouw zal men proberen de toeleveringsbedrijven in het gebied zelf te vinden. Van een bedrijf dat erbuiten ligt, probeert men af te komen, omdat het schadelijk is vanwege de CO2-uitstoot en voor de samenhang binnen de scheepsbouw an sich. In ons hele ecosysteem is ingebakken dat een gebiedsbenadering vaak beter is dan een simpele perceelbenadering. Ik onderschrijf de gedachte die de minister op dat punt uitspreekt.

Gezien de noodzakelijke robuustheid voor de inrichting vraag ik wat in de tussentijd wordt gedaan met de 15 000 hectare ruilgrond. Alles op zijn beloop laten, is niet goed voor de natuur, maar ook niet voor de mensen die in die omgeving bezig zijn met bepaalde activiteiten. Ik kan mij voorstellen dat er iets meer wordt gedaan met de 15 000 hectare die wij mogelijk wat langer onder ons hebben.

Ik zou in de toekomst graag nader willen onderzoeken of er toch geen samenhang zit in het soortenbeleid en de robuustheid van het systeem in de verschillende gebieden. Uiteindelijk zijn de Natura 2000-gebieden en de ehs onderdeel van de Noord-Atlantische zone. Hoe worden die ingevuld? Als ze versnipperd blijven, schieten wij niet zoveel op met wat wij in Nederland doen.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik dank de minister en de rapporteur voor de beantwoording. De minister zegt dat zij het doel in 2018 zal halen. Zij heeft echter veel gedelegeerd aan de provincies. Kan de minister iets concreter zijn in de informatievoorziening voor de Kamer over de precieze afspraken die er tussen de minister en de provincies zijn en worden gemaakt met betrekking tot het bijsturen? Utrecht is bijvoorbeeld een provincie waar tot op heden niet veel is terechtgekomen van de ehs-doelstelling. Daarvoor zijn reële verklaringen, maar wat doet de minister met zo’n provincie? Zij wil prognoses zien en zij heeft referenties nodig. Rondom de steden moet er 18 000 hectare natuur zijn; daarvan is nog niet veel terechtgekomen. Hoe meer mensen er wonen, des te moeilijker het wordt. Blijkbaar moeten de afspraken gevarieerd zijn. Wij moeten daar met elkaar uit komen. Ik wil graag transparantie. De provincies komen niet allemaal op dezelfde manier door de deur als het om realisatie gaat.

Ik ben blij dat de minister in 2009 en 2010 laat onderzoeken hoe de ehs doorloopt in de gemeentelijke plannen. Ik wil echter ook graag weten of de ehs in de bestemmingsplannen is opgenomen. Zou dat aspect in het onderzoek kunnen worden meegenomen?

De minister zegt dat het Programma Beheer niet in 2009 kan worden gerealiseerd, maar wel in 2010. Waar ligt het grote knelpunt?

De minister heeft in een vorig overleg een rapportage toegezegd over het project in de noordelijke Friese Wouden, waar negenhonderd boeren meedoen in een pilot programmabeheer. Ik zie die rapportage graag voor 8 december 2008 tegemoet. Ligt daar wellicht een goede mogelijkheid om dit model versneld uit te zetten in Nederland?

Ik heb nog een opmerking over het lijndiagram. Door de rapporteurs is niet meer aanbevolen dan een grafische voorstelling. Wat mij betreft, sluit dat aan bij mijn opmerking dat er referenties en prognoses nodig zijn. Die kunnen op een half A4’tje worden gezet, dan ontstaat er een goed beeld.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De minister heeft mijn vraag inzake de ruilgronden niet beantwoord. Ik heb gevraagd hoeveel invloed die 15 000 hectare heeft op de taakstelling. Wij gaan ervan uit dat er ruilverliezen zullen zijn. Ik kan mij niet voorstellen dat er precies 15 000 hectare binnen de ehs komt. Bij 15 000 hectare ruilgrond gaat het om 150 agrarische bedrijven van 100 hectare. Dat hangt ergens boven de markt en daar gebeurt nu niets mee.

De minister maakt een opmerking over het IBO-rapport. Het kabinet weet dat de Tweede Kamer het groot project ehs heeft aangekondigd. Wij krijgen al veel inzage. Het kabinet stelt zichzelf de vraag of het realiseren van de ehs nog wel het meest efficiënte instrument is om het biodiversiteitsverlies tegen te gaan. Het triggert ons als het kabinet zichzelf die vraag stelt.

De minister vraagt wanneer er voldoende schaal is om tot inrichting over te gaan. De minister weet toch ook hoeveel hectare 56 000 is? Natuurmonumenten heeft ons voorgerekend dat dit veel meer moet zijn, namelijk 100 000 hectare. Natuurmonumenten heeft daarvoor een plaatje gemaakt. In het huidige tempo duurt het nog veertig jaar. Ik heb alleen 56 000 hectare eruit gelicht. Men kan zich voorstellen dat mijn fractie is geschrokken, pas op de plaats wil maken met de verwerving en alle energie wil inzetten voor de inrichting van de gebieden. Wij willen kwaliteit. De minister zegt dat de kwantitatieve doelstelling blijft. De VVD-fractie heeft al vaker gezegd dat de kwaliteitsdoelstelling het allerbelangrijkste is. Daarom moet nu worden ingezet op de inrichting.

Ik heb gevraagd wat de grondslag van de 10% onteigening is. De VVD-fractie wil geen onteigening, maar die 10% hangt wel boven de markt. De minister zegt dat het om 10% van de totale ehs gaat. De totale ehs omvat 728 000 hectare, maar het aantal hectares voor de verwerving ten behoeve van de ehs bedroeg altijd 275 000, omdat er al veel natuur was. Is het laatste aantal het uitgangspunt?

Er ontbreekt in de beantwoording van de minister een antwoord op de vraag van de heer Jager over de staatssteun en de Europese Commissie. In de laatste brief van de minister staat dat bij de Europese Commissie nog nadere gedachtevorming plaatsvindt, die naar verwachting in de nabije toekomst tot meer duidelijkheid zal leiden. Er is dus nog geen duidelijkheid over.

Minister Verburg: Voorzitter. Alle fracties spreken over de inrichting en willen volgend jaar zien hoe ver het daarmee staat. De heer Vendrik pleit voor een versnelling van de onteigening. Ik zal dat niet doen. Ik houd mij aan de lijn die wij hiervoor hebben afgesproken. Het instrument ruilverkaveling kan worden ingezet en dat zetten de provincies ook in waar dat evident is.

De heer Polderman vraagt of ik in 2018 kan worden afgerekend op resultaat. Hij heeft zelf aangekondigd dat hij met pensioen gaat, maar wellicht verwacht hij dat ik in 2018 nog op deze plaats zit. Ik denk dat dat moment komt bij de mid term review in 2010. In 2010 zal er een beeld zijn, want dan zijn de resultaten beschikbaar van het interdepartementaal beleidsonderzoek Natuur. Wij kunnen dan bekijken waar moet worden bijgestuurd.

Tegen de heer Van der Ham zeg ik dat ik bij de provincies de wortel en de stok zal proberen te hanteren. Natuurlijk ben ik eindverantwoordelijk, maar in de Wilg hebben wij de verantwoordelijkheid bij de provincies gelegd en de provincies, volgens mij terecht, speelruimte gegeven. Die speelruimte hebben provincies nodig. De heer Van der Ham wijst op de inrichting en stelt dat het schadelijk is als een of twee grondeigenaren blijven vertragen. Voor dat doel bestaat echter de mogelijkheid om 10% te onteigenen. Daarmee kunnen wij goed uit de voeten. Af en toe wordt de druk in een provincie wel erg hoog, maar ik heb al gezegd dat er wat mij betreft gesaldeerd of verevend mag worden als dat langs de juiste route gebeurt.

Mevrouw Snijder zegt dat er met 15 000 hectare niets gebeurt. De heer Jager zegt het iets anders. Die 15 000 hectare bestaat uit ruilgronden. Er wordt hier en daar geruild en hier en daar ge- of verkocht. Dat loopt grosso modo rond. Er zijn geen grote ruilverliezen. Flexibiliteit is nodig. De Dienst Landelijk Gebied moet immers de ruimte hebben om op het juiste moment op de grondmarkt in te kunnen kopen en moet ruilgrond hebben om een bedrijf te kunnen verplaatsen of om aan iemand die wil verkopen, iets anders te kunnen bieden. Die rek en ruimte zijn nodig.

De heer Polderman vraagt of het mogelijk is om aan agrarisch natuurbeheer te doen buiten de ehs. Dit is inderdaad mogelijk. Ik heb gezegd dat ik voor het eind van het jaar hierover informatie krijg. Ik zal kijken wanneer ik de Kamer een nieuwe opzet kan sturen, waarin dit punt zal staan. Dit kan eventueel begin volgend jaar zijn.

Ik heb de vorige keer niet verkrampt gereageerd op de vragen rond Fortis. Daarvoor was geen enkele aanleiding. Ik vond het toen geen gepast moment, omdat wij volop in de financiële crisis zaten. In het kader van het afsplitsen en verkopen van delen van Fortis is het echter verstandig – ik ben daar ook mee bezig – te bekijken hoe de grondpositie is en hoe het kabinet daarmee verstandig kan omgaan.

Tegen de heer Van der Ham heb ik al gezegd dat ik de wortel en de stok zal hanteren. Bij de IBO-Natuur mid term zullen wij zien welke provincie roem verdient en welke provincie nog in de fase van doem zit. Geen enkele provincie wil achterblijven. Elke provincie heeft de verantwoordelijkheid op zich genomen en wil die op een goede manier waarmaken.

De vraag van mevrouw Jacobi heb ik reeds beantwoord. Wij sturen regelmatig bij in de gesprekken, maar ik ga niet op de stoel van de provincies zitten. De provincies hebben een grote verantwoordelijkheid. Natuurlijk wisselen wij informatie uit en natuurlijk spreken wij elkaar aan. Zo hoort dat in de goede en robuuste verhouding tussen rijksoverheid en provincies.

Mevrouw Jacobi spreekt over 18 000 hectare groen in de stad. Dat moet 16 000 hectare zijn. De ontwikkeling ligt niet achter, maar loopt keurig op schema. Het schema wordt dus gehaald.

Over de noordelijke Friese Wouden krijgt de Kamer voor de begrotingsbehandeling een brief.

Ik zeg toe dat ik naar het lijndiagram zal laten kijken. Wij moeten echter oppassen dat wij niet te veel focussen op de rapportages. Het werk moet immers in de gebieden en in de provincies gebeuren.

Mevrouw Snijder spreekt over het IBO-onderzoek. Ik vind het geweldig sterk van een kabinet, een Kamer, een provincie of een bedrijf als men zichzelf de meest kritische vragen durft te stellen die men kan stellen en daarbij nadenkt over scenario’s waarin het ondenkbare denkbaar wordt. Ik heb gestuurd op een zo scherp mogelijke formulering van de opdracht. Wat heb je eraan als je een slappe opdracht formuleert? Je moet in alle scherpte zeggen waar je staat, of het instrumentarium klopt, of je je doelen haalt en of je het op een goede manier oppakt. Ik ben dus blij met die vraagstelling. Ik heb dan ook grote verwachtingen van de uitkomst van het onderzoek.

Dan kom ik bij de schrikbarende voorstelling van zaken door Natuurmonumenten inzake de 56 000 hectare. Ik laat mij daar niet door afschrikken. Ik zou zeggen: laat Natuurmonumenten natuurmonumenten beheren. Wij zijn hard bezig om een en ander te realiseren. Dan moet men niet met plaatjes en schrikbeelden gaan werken. Rijk en provincies houden elkaar scherp en zijn hard bezig. De Kamer controleert mij; ik hoef dat document van Natuurmonumenten niet te hebben.

Op de vraag of ik met betrekking tot de genoemde 728 000 hectare voor de ehs dezelfde indeling hanteer, is het antwoord ja.

Ik heb een toelichting gegeven op de kwestie van de onteigening en de staatssteun. Op het moment waarop je in het kader van een project onteigent, gaat het om een algemeen belang. Je kunt echter niet zomaar zeggen dat je grond nodig hebt en de onteigening op voorhand inzetten, want dan ben je bezig met het leveren van staatssteun.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Mijn vraag betreft het antwoord dat de minister gaf op mijn vraag of er sprake is van staatssteun waar het gaat om gronden die om niet worden doorgeleverd aan de SBB en Natuurmonumenten. Daarnaar loopt een onderzoek. Is daarover inmiddels duidelijkheid?

Minister Verburg: Er is nog geen duidelijkheid. Ik informeer de Kamer altijd zo snel mogelijk. Het onderzoek loopt nog en als er resultaat te melden is, hoort de Kamer dat van mij.

De heer Jager (CDA): Ik heb een laatste vraag in het kader van de terreinbeherende organisaties. Vorig jaar hebben wij bij de begrotingsbehandeling Natuur de minister daarover bevraagd. Zij heeft toen aangegeven dat zij daarmee aan de slag zou gaan. Het zou mogelijk zijn dat agrarisch natuurbeheer een nationale terreinbeherende organisatie zou vormen. De minister geeft in de voortgangsrapportage aan dat zij daarover in overleg is. Hoe staat het met dat overleg, in welke fase verkeert het en is er zicht op dat het een terreinbeherende organisatie wordt?

Minister Verburg: Ik ben in overleg met de provincies over de vraag of zij dat een boeiende gedachte vinden. Wij zullen daarover in februari verder spreken, want er moet gekeken worden of een en ander past binnen de regels. Ik zal de Kamer de uitkomst daarvan laten weten.

De heer Waalkens (PvdA): Voorzitter. Naar aanleiding van onze bevindingen hebben wij een aantal punten geadresseerd als aandachtspunten voor dit overleg. Er waren nog belangrijke witte vlekken in de informatievoorziening naar de Kamer, deels voorzien en deels niet voorzien. Wij hebben dat goed gewisseld. Wij vinden het belangrijk dat de trends zichtbaar worden gemaakt. Gezien de vraagtekens die worden gezet bij de betrouwbaarheid en de juistheid, dienen er bij de bestuursakkoorden van het ILG accountantsverklaringen te worden geleverd. De minister heeft een toezegging gedaan omtrent een onderzoek naar informatie over de bescherming van de gerealiseerde ehs. Dit biedt een goede basis voor het werk van de rapporteurs in de voorbereiding op de volgende rapportage. Wij hopen dat wij die met alle relevante stukken op 1 september 2009 tegemoet kunnen zien.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Ik kondig aan dat mijn fractie wellicht een VAO aanvraagt.

Toezeggingen

– De minister maakt met de provincies afspraken over verbeteringen in de jaarlijkse ILG-rapportages. Deze verbeteringen werken op deze wijze door in de voortgangsrapportages voor het groot project EHS.

– De Kamer zal op korte termijn de systematiek van het programmatisch beheer ontvangen.

– De minister houdt vast aan de nulmeting in 2009.

– In 2009 en 2010 zal een onderzoek worden gedaan naar de doorwerking van de ehs in de gemeentelijke plannen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Koopmans

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Peen


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Jager (CDA), Ormel (CDA), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Neppérus (VVD), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Cramer (ChristenUnie), Koppejan (CDA), Graus (PVV), Vermeij (PvdA), Zijlstra (VVD), Thieme (PvdD) en Polderman (SP).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Luijben (SP), Tang (PvdA), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Biskop (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Leeuwen (SP), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Eijsink (PvdA), Depla (PvdA), Van Baalen (VVD), Kant (SP), Blom (PvdA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Brinkman (PVV), Kuiken (PvdA), Ten Broeke (VVD), Ouwehand (PvdD) en Lempens (SP).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Vietsch (CDA), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ouwehand (PvdD), Bilder (CDA) en Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie).

Plv. leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Jacobi (PvdA), Hessels (CDA), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Schreijer-Pierik (CDA), De Krom (VVD), Timmer (PvdA), Waalkens (PvdA), Vos (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Van Beek (VVD), Schermers (CDA), Besselink (PvdA), Agema (PVV), Thieme (PvdD), Vietsch (CDA) en Ortega-Martijn (ChristenUnie).