Kamerstuk 22112-667

Verslag van een algemeen overleg

Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie; Verslag van een Algemeen Overleg


22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie

nr. 667
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 4 september 2008

De vaste commissie voor Justitie1 heeft op 18 juni 2008 overleg gevoerd met minister Hirsch Ballin van Justitie over:

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 11 maart 2008 (22 112, nr. 623) houdende BNC-fiche nr. 1 over de mededeling van de Europese Commissie inzake het Europese grensbewakingssysteem (EUROSUR);

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 18 maart 2008 (22 112, nr. 625) houdende BNC-fiche nr. 1 over de mededeling inzake grenscontrole in de Europese Unie;

– de brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken d.d. 18 maart 2008 (22 112, nr. 625) houdende BBNC-fiche nr. 2 over de mededeling inzake FRONTEX.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Jonker (CDA) kan zich in hoofdlijnen vinden in de voorstellen van de Europese Commissie. Haar definitieve instemming daarmee is echter afhankelijk van de uitwerking en de praktische uitvoerbaarheid ervan. Het ontstaan van de Europese Unie heeft enerzijds de welvaart en anderzijds de criminaliteit in Europa doen toenemen. Met het verdwijnen van de binnengrenzen is bescherming van de buitengrenzen van Europa belangrijker geworden. FRONTEX, het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, speelt een centrale rol in die bescherming. Het is een coördinerend orgaan, geen eigen organisatie, hetgeen goed is. De lidstaten blijven verantwoordelijk voor de bewaking van de eigen grenzen en worden daarbij gesteund door FRONTEX.

De informatie waarover FRONTEX beschikt, moet optimaal gedeeld worden met EUROPOL, Interpol en de NAVO. Op het punt van de aanpak van mensensmokkel is goede informatie-uitwisseling tussen FRONTEX en EUROPOL zelfs van cruciaal belang. Is de minister bereid om te bevorderen dat het punt van die optimale informatie-uitwisseling wordt meegenomen bij de verdere ontwikkeling van EUROPOL?

Het voorstel om FRONTEX te betrekken bij de Schengen-evaluatie verdient alle steun. Daarmee wordt duidelijk of de lidstaten doen wat nodig is ten aanzien van grensbewaking. Nu is dat nog onduidelijk wat soms leidt tot beschuldigingen over en weer. Met de analyses wordt een en ander duidelijk en kan zo nodig actie worden ondernomen. Deze kunnen ook de basis vormen voor toekomstige lastenverdeling binnen de EU. Goede grensbewaking is daarvoor een absolute voorwaarde.

De NAVO is in de Middellandse Zee actief in de controle op drugssmokkel. Het zou goed zijn als grensbewakers van FRONTEX aan boord van NAVO-schepen hun taak kunnen uitvoeren. Nederland kent in nationaal verband ook een dergelijk samenwerkingsverband; de Koninklijke Marine en de Koninklijke Marechaussee trekken op de Noordzee gezamenlijk op. Dergelijke ontkokering op Europees niveau zou een mooie uitdaging vormen. Is de minister bereid om zich daarvoor in te zetten?

Ongeveer 80 nationale autoriteiten en instellingen houden zich bezig met het beheer en de bewaking van de buitengrenzen. Daarmee is er een risico dat Europa ontoegankelijk wordt voor vluchtelingen. De veiligheid van Europa mag niet de onveiligheid van vluchtelingen, die bescherming verdienen, tot gevolg hebben. Het humanitaire aspect verdient ook aandacht. Naast FRONTEX moet er daarom binnen de EU een systeem worden opgebouwd dat ervoor zorgt dat mensen die bescherming nodig hebben, die ook krijgen. FRONTEX dient daartoe met de UNHCR samen te werken.

Alle migranten hebben recht op een correcte behandeling. Als besloten wordt dat zij moeten terugkeren naar het land van herkomst, dan is de IOM (International Organization for Migration) bij de afwikkeling van de procedure een goede partner. Is de minister bereid om te bevorderen dat FRONTEX samen met de IOM een goede invulling hieraan geeft? In dat licht is het rapport Europe’s boat people, mixed migrationflows by sea into southern Europe van de Raad van Europa interessant. In dat rapport worden veel aanbevelingen gedaan aan de EU, de lidstaten en het comité van ministers. Is de minister bereid om schriftelijk op dit rapport te reageren?

Protection sensitive bordermanagement kan geen vorm krijgen zonder hulp van derde landen. Er moet dan ook geïnvesteerd worden in goede samenwerking met de buren op het gebied van training & support en techniek. Capaciteitsopbouw en migratiemanagement moet aan beide zijden van de grens aandacht krijgen. In dat verband is het positief dat de Europese Commissie en het Nederlands kabinet van mening zijn dat FRONTEX daarin een rol moet spelen.

De Europese Commissie heeft een expertgroep ingesteld voor het opstellen van richtlijnen voor de praktische omgang met asielverzoeken, interceptie en reddingen op internationale wateren. Kan de Kamer van de uitkomsten daarvan op de hoogte worden gehouden? Wanneer zijn die uitkomsten te verwachten?

Hoe feitelijk is de inzetbaarheid van FRONTEX? De lidstaten hebben veel toezeggingen gedaan, maar wat gebeurt er als mensen en middelen direct nodig zijn? Wat blijft er dan feitelijk van die toezeggingen overeind? Voor Nederland geldt dat schepen dan in open water liggen, in onderhoud zijn of gebruikt worden door het ministerie van Defensie. Hoe regelt de minister van Justitie dan dat de belofte wordt ingelost? Hoe doen de andere EU-lidstaten dat? Op welke manier wordt het FRONTEX mogelijk gemaakt om de patrouilletaken uit te voeren? Hoe snel zijn de Nederlandse middelen beschikbaar? Kan de minister een toelichting geven op de mededeling dat het rabbit-team nog niet is ingezet?

De voordelen van een Europees grensbewakingssysteem (EUROSUR) zijn duidelijk. Een dergelijk systeem is echter ook complex en de financiële investeringen die het vergt, zijn enorm. Het verdient daarom de voorkeur om het systeem gefaseerd in te voeren, te beginnen met de zuid- en oostgrenzen van Europa. Ook op dit punt zal samenwerking met de NAVO noodzakelijk zijn. Wat is de visie van de minister in dezen?

Vanwege de grote reizigersstromen is een systeem van automatische grenspassage op basis van biometrische gegevens onafwendbaar. Het is wenselijk dat de lidstaten overeenstemming bereiken over de uitvoeringspraktijk van biometrische gegevens. Reizigers mogen niet in elke lidstaat geconfronteerd worden met een andere praktijk. Is de minister bereid om aan te sturen op harmonisatie op dit terrein? Nederland stelt in reactie op de mededeling dat het automatische grenspassage uitsluitend op basis van biometrische kenmerken onwenselijk acht. Wordt daarmee niet het doel van de automatische grenspassages ondermijnd? Hoe staan andere lidstaten daartegenover?

Mevrouw Kuiken (PvdA) steunt de lijn van de Nederlandse regering ten aanzien van FRONTEX. De kritische houding ten opzichte van de overkoepelende Europese grensbewaking is ook terecht. Die taak raakt zodanig aan de nationale soevereiniteit dat het opheffen ervan een groot offer zou vormen. Het is wel van belang dat alle landen de buitengrenzen voldoende bewaken en dat daarop kan worden vertrouwd. FRONTEX moet daarbij ondersteuning bieden zodat de grensbewaking optimaal wordt. Een rol van FRONTEX bij risicoanalyses en informatie-uitwisseling is in dat verband goed voorstelbaar.

Bij de activiteiten van FRONTEX, die inmiddels drie jaar aan het werk is, zijn de nodige kanttekeningen te zetten. Het gaat daarbij om de Nederlandse assistentie bij de kustbewaking en op de tekortschietende kennis bij het omgaan met asielzoekers. Hoe verhouden de toekomstplannen zich tot hetgeen FRONTEX nog moet implementeren?

De plannen rond EUROSUR zijn nog te summier om een oordeel over te vellen. De uitwerking daarvan moet worden afgewacht. De gedachte erachter is in elk geval positief.

Het is voorstelbaar dat elektronische grenscontrole bijdraagt aan een soepele grensovergang. Op meerdere plaatsen in de Unie, waaronder op Schiphol, worden biometrische gegevens gebruikt in het douanecontrolesysteem. Het is echter niet de bedoeling dat mensen die niet willen deelnemen aan een dergelijk volledig geautomatiseerd controlesysteem als een potentieel hoog risicogeval worden bestempeld.

Het idee van het opleggen van een plicht aan reizigers naar Europa om zich van tevoren elektronisch aan te kondigen, ook als zij niet visumplichtig zijn, lijkt erg op het plan van de Amerikaanse overheid om die plicht in te voeren voor Nederlandse burgers die naar Amerika reizen. Er moet nog onderzoek verricht worden naar de werkbaarheid en uitwerking van zo’n plan, maar de PvdA-fractie staat daar vooralsnog sceptisch tegenover. In elk geval heet de PvdA-fractie moeite met het plan voor de aanleg van een database van mensen die de Europese Unie binnenkomen en verlaten. Die database zou een aanvulling moeten vormen op bestaande informatiesystemen. Het is echter te vroeg om al over het verder ontwikkelen van dergelijke systemen te spreken terwijl het parlement nog niet het debat over nut en noodzaak en toepasbaarheid daarvan heeft afgerond. Met een te snelle stapeling van systemen zijn de consequenties ten aanzien van gegevensbescherming niet meer te overzien. Die waarschuwing klinkt ook vanuit Europese instanties die zich bezig houden met privacy en gegevensbescherming. Ook omdat de Europese Commissie en de Nederlandse regering niet duidelijk maken welke plannen volgens hen moeten passen binnen de privacyregelgeving, is het geen goed idee om daar te snel stappen in te zetten.

De heer Teeven (VVD) vraagt zich af of het steeds opnieuw introduceren van geautomatiseerde systemen de effectiviteit ten goede komt. Kunnen die systemen wel goed worden gekoppeld? De afweging die de Nederlandse regering ten aanzien van de privacy heeft gemaakt, is begrijpelijk.

Bewaking van de buitengrenzen van de EU is essentieel voor de bestrijding van mensenhandel en drugshandel. Het is echter vreemd dat de focus vooral wordt gericht op de zuidelijke buitengrenzen. Hoe staat het met de fysieke aanwezigheid van de douane in de Nederlandse zeehavens, buiten de Rotterdamse haven, en de controle op contrabanden en immigratie? In sommige havens zijn gewonde en zelfs overleden duikers gevonden die zich bezig leken te houden met het weghalen van drugs die onder schepen gebonden waren meegesmokkeld.

De regering stelt dat de financiële gevolgen van het ESTA (electronic system for travel authorisation) aanzienlijk zijn. Aan welke bedragen wordt in dit kader gedacht? In relatie tot de administratieve lasten voor reizigers uit derde landen wordt gesproken over «risicogestuurd controleren». Dat is een goede zaak: niet mensen lastig vallen met controles als dat niet nodig is. Welke criteria worden hierbij evenwel gehanteerd? De Europese Commissie doet voorstellen voor het aanschaffen van eigen materieel voor FRONTEX als lidstaten onvoldoende materieel ter beschikking stellen. Nederland vindt dat het voldoende doet. Wat vindt de regering in dat verband van het voorstel om eigen materieel voor FRONTEX aan te kopen? Blijft Nederland die aankopen ook afwijzen als andere lidstaten onvoldoende materieel leveren?

Het doorontwikkelen van FRONTEX tot een volwaardige EU-grenswacht is mogelijk een goed idee. In het Caraïbisch gebied bestaan soortgelijke samenwerkingsverbanden die goed functioneren. Heeft de regering overwegende bezwaren tegen dat doorontwikkelen?

Economische migratie moet worden bestreden. Hoewel het niet de bedoeling is om mensen die op zee worden aangetroffen aan hun lot over te laten, mogen zij ook niet te snel in procedure worden genomen. Europa wordt anders overspoeld door economische migranten.

De heer De Wit (SP) stelt vast dat er een veelheid aan plannen voorligt die niet allemaal even duidelijk zijn; proportionaliteit en noodzaak van de plannen zijn nog onvoldoende belicht.

Het elektronische in- en uitreissysteem is gericht op het controleren via biometrische gegevens van reizigers die de EU verlaten of bezoeken. Er is niets tegen geautomatiseerde systemen zolang die niet geheel zelfstandig functioneren. Wat is het standpunt van de minister in dezen?

Mensen die geen visum nodig hebben, moeten toch allerlei gegevens inbrengen in het systeem. Wat gebeurt er met die gegevens? Waarom worden die gegevens vijf jaar lang bewaard? Wat gaat het in- en uitreissysteem kosten? Welke problemen worden eigenlijk opgelost met dit systeem?

Een overlap van het nieuwe systeem met het voorgenomen P&R-systeem, waarmee ook passagiersgegevens worden verzameld, ligt voor de hand. Dat P&R-systeem is in Nederland nog niet eens goedgekeurd, maar ondertussen gaan de ontwikkelingen maar door. Is die dadendrang van de Europese Commissie wel zo verstandig, zeker in het licht van het commentaar van de artikel 29-werkgroep, de instantie die de Europese privacywetgeving bewaakt? Deze werkgroep is tegen de ontwikkeling van een nieuw systeem zolang de bestaande systemen en de werking daarvan niet geëvalueerd zijn. Wat is volgens de regering de meerwaarde van een nieuw in- en uitreissysteem? Is dat wellicht gebaseerd op het waanidee van een 24-uurscontrole van alle mensen die zich binnen Europa bewegen? Zijn er ideeën over wat er gebeurt als een reiziger niet op de door hem opgegeven datum Europa verlaat? Wordt hij dan actief opgespoord en uitgeleverd?

De grenzen van Europa moeten bewaakt worden door de lidstaten, gecoördineerd door FRONTEX. Het is onverstandig om FRONTEX te ontwikkelen tot een autonome Europese grenswacht. In dat kader is het ook niet nodig om FRONTEX zelf materieel te laten inslaan. De solidariteit tussen de Europese landen moet zo ver gaan dat er gewoon materieel beschikbaar wordt gesteld op het moment dat dat nodig is. Weliswaar doen zich daarbij praktische problemen voor, maar die rechtvaardigen niet het oprichten van een eigen organisatie met eigen materieel.

De EU-landen zijn verplicht om de internationale verdragen, waaronder het Vluchtelingenverdrag, na te leven. Mensen die asiel willen aanvragen, moeten daartoe gelegenheid krijgen. De asielprocedure aan de Europese buitengrenzen moet daarop zijn ingericht. Ook moet in landen waaruit veel economische migranten afkomstig zijn, voorlichting worden gegeven zodat de veelal verkeerde beeldvorming wordt bijgesteld. Een voornemen om dat te doen dateert van 2004. Is het mogelijk om asielaanvragen in die landen zelf mogelijk te maken?

Ook op het punt van EUROSUR moet de Europese solidariteit opgaan. De kosten van dit grensbewakingsysteem moeten niet gedragen worden door de lidstaten die aan de Europese buitengrens liggen maar verdeeld worden over de EU.

Antwoord van de minister

De minister merkt op dat EU-grenstoezicht enerzijds raakt aan criminaliteitsbestrijding en anderzijds aan bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Verder is er een relatie met het vreemdelingen- en asielbeleid. In het internationaal overleg worden deze aspecten, die een essentieel onderdeel vormen van het Justitie-beleidsterrein, ook aan de orde gesteld. De EU-grensbewaking moet dan ook beoordeeld worden in het kader van de Nederlandse en internationale rechtshandhaving, de Europese en internationale vluchtelingenwetgeving en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van mensen die zich over grenzen verplaatsen. Een en ander maakt de materie ook complex. Effectieve en scherpe controle aan de grenzen mag niet van nadelige invloed zijn op het economisch en recreatief reizigersverkeer. De grenscontroles binnen Europa zijn juist opgeheven om dat te faciliteren.

Nederland is voorstander van een Europees in- en uitreissysteem, zolang dat goed is afgestemd op de verschillende andere systemen, zowel wat de informatiehuishouding als de praktische toepassing betreft. De voorstellen van de Europese Commissie zullen daarop worden beoordeeld. Voor het in- en uitreissysteem moeten voorbereidingen worden getroffen, maar die zijn niet aan de orde voordat Europese en nationale wetgeving zijn vastgesteld. De vraag of lidstaten na alarmering een vreemdeling mogen opsporen, wordt in dat kader beantwoord.

De toegang van vluchtelingen is een zaak van zowel Europese als nationale grensbewakinginstanties. In totaal houden ongeveer 80 autoriteiten en instellingen zich bezig met de bewaking van de EU-buitengrenzen in de Middellandse Zee en het zuidelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan. De inzet is gericht op samenwerking van die organisaties en op zicht op alle delen van de buitengrens. Het is evenwel zeker niet de bedoeling om de grens te sluiten voor vluchtelingen. Dat zou ook in strijd zijn met internationale afspraken over de bescherming van vluchtelingen. De minister is niets bekend over een bilateraal akkoord tussen Italië en Libië over het direct terugsturen van Libische vluchtelingen zonder asielprocedure.

De Europese Commissie heeft een expertgroep ingesteld voor het opstellen van richtlijnen voor de praktische omgang met asielverzoeken, interceptie en redding op internationale wateren. Daarover worden nog besprekingen gevoerd in Brussel. De Kamer wordt geïnformeerd over de bevindingen van de Europese Commissie zodra deze beschikbaar zijn.

Nederland is voorstander van verdergaande samenwerking tussen FRONTEX, UNHCR en IOM. Daarmee worden eventuele hiaten gevuld, waarbij het niet de bedoeling is om overlap te creëren in de taken van de verschillende organisaties. Door de samenwerking ontstaat hopelijk een beter zicht op de verschillende migratiestromen. Ook kan de samenwerking leiden tot een betere internationale bescherming en waarborg van het uitgangspunt van non-refoulement van de gezamenlijke FRONTEX-operaties. De verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van FRONTEX doet niet af aan de verantwoordelijkheden die gelden vanuit het EVRM en het vluchtelingenverdrag.

Voorlichting in de landen van herkomst is onderdeel van de totale aanpak van migratie. Zo wordt het migratiecentrum in Mali gefinancierd door de Europese Commissie. Ook de beschikbaarheid en bereikbaarheid van UNHCR-kantoren valt hieronder.

In maart 2008 heeft de raad van bestuur van FRONTEX een praktische samenwerkingsovereenkomst met Europol getekend. Beide organisaties zijn zich bewust van het belang van het delen van informatie maar zijn gehouden aan de wettelijke kaders van informatie-uitwisseling. De samenwerkingsovereenkomst wordt op dat punt uitgewerkt.

Het mandaat van FRONTEX is gericht op de controle van personen. Dat neemt niet weg dat er een relatie is met diensten die zich met de controle op goederen bezighouden; goederen worden soms immers gesmokkeld via personen. De Europese Commissie houdt de mogelijkheid open van intensievere samenwerking met douanediensten in de toekomst, bijvoorbeeld in de vorm van gezamenlijke operaties. Nederland is daar voorstander van en is mogelijk bereid tot logistieke ondersteuning daarvan.

In april 2008 is een akkoord gesloten over het beschikbaar houden van Nederlands materieel ten behoeve van FRONTEX. Het inzetten daarvan is afhankelijk van het operationeel plan van een operatie en van de randvoorwaarden die Nederland heeft gesteld in het memorandum of understanding. Materieel kan niet onbeperkt beschikbaar worden gesteld; daarbij moeten keuzes worden gemaakt, ook ten aanzien van de taken die door de lidstaten moeten worden verricht. In de komende tijd wordt bezien of het nodig is dat FRONTEX daarnaast nog eigen materieel in beheer moet krijgen. Overigens staat eigen materieel niet gelijk aan meer materieel.

Het systeem van FRONTEX waarbij de organisatie opereert op basis van het materieel van lidstaten, mag niet nadelig beïnvloed worden door vertragende procedures of een gebrek aan flexibiliteit. Zodra een operatie dat vergt, moet materieel beschikbaar worden gesteld. Voordeel van deze manier van werken, is dat materieel zeer doelmatig wordt gebruikt. Als er geen operaties plaatsvinden, blijft het materieel niet ongebruikt maar wordt het door de lidstaten gebruikt voor de reguliere (defensie)taken.

Samenwerking tussen FRONTEX en NAVO is mogelijk zolang duidelijk is dat FRONTEX primair is gericht op de controle van personen.

Nederland is voorstander van een gefaseerde invoering van EUROSUR met een nadruk op de zuidelijke en oostelijke grenzen van de Europese Unie. De kostenefficiency van het surveillancesysteem geldt daarbij als een belangrijke factor.

De Commissie onderzoekt de mogelijkheden en kosten van een elektronisch systeem voor reisvergunningen: ESTA. Een dergelijk systeem zou toegepast kunnen worden voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen. Reizigers worden dan verzocht om voor vertrek een elektronische aanvraag in te dienen met zowel informatie ter identificatie van de reiziger als paspoort- en reisgegevens. Deze worden gebruikt om voor de reis te controleren of de reiziger voldoet aan de voorwaarden van binnenkomst. De procedure die daarbij gevolgd wordt, is lichter dan de procedure voor de aanvraag van een visum. Nederland staat op het standpunt dat moet worden bezien welke gegevens nodig zijn voor het beveiligen van de buitengrenzen in het kader van terrorismebestrijding en het bestrijden van illegale immigratie. De API-richtlijnen (Advanced Passenger Information) en de richtlijnen van EU PNR (Passenger Name Records) vormen hierbij het referentiekader.

Het ESTA roept dezelfde vragen op als het Amerikaanse Visa Waiver Program. De Verenigde Staten hebben evenwel niet de visumplicht opgeheven voor staatsburgers waarvoor het programma geldt, maar hebben voor hen de mogelijkheid van ontheffing van visumplicht op individuele basis in het leven geroepen. Reizigers moeten daartoe verschillende gegevens verstrekken via het Electronic System for Travel Authorisation. Die gegevens en de autorisatie daarvan blijven twee jaar geldig of tot de datum waarop een paspoort verloopt. De autorisatie geldt voor herhaalde binnenkomst maar is geen garantie voor het verschaffen van toegang aan de grens.

In de chip op het reisdocument is een extra echtheidskenmerk opgenomen die houder en document aan elkaar verbinden. Identiteitsfraude wordt daarmee bemoeilijkt. Naast de biometrische kenmerken in het reisdocumenten moeten evenwel ook de andere echtheidskenmerken van een reisdocument worden gecontroleerd. Een maximaal niveau van beveiliging van het reisdocument en de grenscontrole vormen immers het uitgangspunt. Een geheel geautomatiseerde grenscontrole wordt in dat kader nog onwenselijk geacht.

Met het niet-deelnemen aan het programma voor automatische grenspassage wordt iemand niet automatisch bestempeld als risicogeval. De individuele beoordeling wordt gehandhaafd.

In het afgelopen jaar is extra aandacht besteed aan de bewaking van de Nederlandse havens die als EU-buitengrens dienst doen, buiten de Rotterdamse haven. Er is een plan van aanpak opgesteld met maatregelen om de Nederlandse buitengrens te versterken.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Jonker (CDA) vindt het positief dat er interdepartementaal afspraken zijn gemaakt over het leveren van materieel aan FRONTEX. De praktische uitwerking daarvan moet echter worden afgewacht. Hopelijk wordt vooral aan de informatie-uitwisseling veel aandacht besteed.

Binnen de EU worden verschillende systemen voor controle op biometrische kenmerken gebruikt. Op Schiphol wordt gecontroleerd aan de hand van de irisscan en in Engeland aan de hand van gezichtsherkenning. Het is praktisch en gebruikersvriendelijk om binnen Europa één systeem te hanteren.

Mevrouw Kuiken (PvdA) betreurt het dat de minister niet erkent dat de systemen elkaar te snel opvolgen. De ontwikkelingen gaan maar door zonder aandacht voor evaluatie, reikwijdte en kosten.

De heer Teeven (VVD) verzoekt de minister om toe te zeggen dat hij zich ervoor inspant dat de kosten van het nieuwe ESTA zo weinig mogelijk worden afgewenteld op burgers en bedrijfsleven.

De heer De Wit (SP) vraagt nogmaals of het mogelijk gemaakt kan worden dat migranten in het land van herkomst asiel aanvragen, zodat zij niet eerst een gevaarlijke boottocht hoeven te ondernemen.

De indruk bestaat dat er al aan ESTA wordt gebouwd. Hoe verhoudt zich dat tot het onderzoek naar de effectiviteit en het kostenaspect?

De minister is het ermee eens dat een eenduidige omgang met biometrische kenmerken binnen Europa gewenst is.

Het feit dat de ontwikkelingen doorgaan, is niet bezwaarlijk. Een goede doorstroom van het reizigersverkeer vergt dat aandacht wordt besteed aan de afwikkeling bij de douane. Het van te voren elektronisch aangeven van gegevens past in die ontwikkeling.

De kosten van het ontwikkelen van een nieuw systeem worden tot een minimum beperkt. Daarmee is evenwel niet gezegd dat de reiziger op geen enkele manier met die kosten wordt geconfronteerd.

De Europese Commissie is gevraagd om onderzoek te doen naar external processing, het doen van asielaanvragen in het land van herkomst. Mogelijk wordt daar onder het Frans voorzitterschap meer aan gedaan.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

De Pater-van der Meer

De griffier van de vaste commissie voor Justitie,

Nava


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Azough (GroenLinks), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA), Anker (ChristenUnie)

Plv. leden: Sterk (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD), Smeets (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), Jan de Vries (CDA), Halsema (GroenLinks), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Slob (ChristenUnie).