Kamerstuk 21501-32-467

Verslag van een algemeen overleg

Landbouw- en Visserijraad


Nr. 467 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 maart 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1 en de vaste commissie voor Europese Zaken2 hebben op 16 februari 2011 overleg gevoerd met staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over:

  • de brief van staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 11 februari 2011 ter aanbieding van de geannoteerde agenda voor de Landbouw- en Visserijraad van 21 februari 2011 (21 501-32, nr. 436);

  • de brief van staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 09 februari 2011 ter aanbieding van het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 24 januari 2011 (21 501-32, nr. 437);

  • de brief van staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken d.d. 17 februari 2011ter aanbieding van de fiche inzake de verordening over contractuele betrekkingen in de sector melk- en zuivelproducten (22 112, nr. 1124);

  • de brief van staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken d.d. 17 januari 2011ter aanbieding van de fiche inzake de verordening inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten (22 112, nr. 1125);

  • de brief van staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken d.d. 17 januari 2011 ter aanbieding van de fiche inzake de verordening inzake handelsnormen voor landbouw (22 112, nr. 1126);

  • de brief van staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 28 februari 2011 over de toezegging, gedaan tijdens het AO over de Landbouwraad 19 januari 2011 (VN-Bossenforum en Pan-Europese Bosbeschermingsconferentie) (26 407, nr. 53);

  • de brief van staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie d.d. 28 februari 2011 houdende maatregelen ten aanzien van met dioxine vervuilde paling (26 991, nr. 309).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Van der Ham

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,

Verburg

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Franke

Voorzitter: Koopmans

Griffier: Schüssel

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Koopmans, Van Gerven, Houwers, Snijder-Hazelhoff, Dikkers, Jacobi, Dijkgraaf, Van Veldhoven-van der Meer, Grashoff, Ouwehand,

en staatssecretaris Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, die vergezeld is van enkele ambtenaren van zijn ministerie.

De voorzitter: Ik open dit algemeen overleg en heet de mensen op de publieke tribune van harte welkom.

De heer Van Gerven (SP): Nadat de vissers met gesubsidieerde overcapaciteit de Europese wateren hebben leeggevist, vissen ze nu de wateren van arme landen leeg. Arme vissers zien dat de zee voor hun kust wordt leeggeschept door grote Europese zeeschepen. Dit zijn een soort drijvende fabrieken en de vissers maken geen schijn van kans. Zij vissen letterlijk achter het net. Regelmatig worden deze overeenkomsten met autoritaire of in meer of mindere mate corrupte overheden gesloten. Het geld komt in ieder geval niet bij de arme vissers of de lokale gemeenschap terecht. Volgens het werkprogramma van het Hongaarse voorzitterschap genieten visserijakkoorden met derde landen prioriteit. We hebben een aangenomen motie-Polderman, maar veel andere partijen, van de VVD tot de Partij voor de Dieren, vragen ook aandacht voor de problematiek die ik zojuist geschetst heb. Ik krijg dan ook graag de bevestiging van de staatssecretaris dat hij zich voor deze vissers gaat inzetten. Dat betekent wat de SP-fractie betreft dat er niet wordt gestreefd naar een maximale hernieuwing van de visserijakkoorden met arme landen met als doel, de Europese vloot toegang te verschaffen en ook niet dat de belastingbetaler 100% of 50%, maar 0% van deze foute akkoorden subsidieert. Dat moet de inzet van Nederland zijn. Ik krijg van de staatssecretaris graag een toezegging op dit punt. De inzet moet duidelijk zijn; mijn fractie zal het de staatssecretaris niet verwijten als hij dat niet meteen krijgt gerealiseerd. Ik heb begrepen dat hij daar niet alleen de baas is, hoewel hij dat misschien wel zou willen. Wie niet?

Staatssecretaris Bleker: Nee, hoor!

De heer Van Gerven (SP): O, dat ook niet. Goed.

De crisis geeft de staatssecretaris een sterk argument om dergelijke uitgaven niet te bepleiten. Akkoorden die wel gesloten worden, moeten ecologisch verantwoord zijn. Het geld moet ten goede komen aan de lokale bevolking. Volgt de staatssecretaris deze lijn bij de high-levelbijeenkomst over het Europese visserijbeleid die tussen 9 en 11 maart as. in Noordwijk plaatsvindt?

Naast veel bekende geluiden vanuit de reguliere landbouworganisaties was er tijdens het rondetafelgesprek ook vanuit de Nederlandse Melkveehouders Vakbond en andere boerenorganisaties, zoals de Dutch Dairy Board, Platform Aarde Boer Consument en de European Milk Board, aandacht voor alternatieven. De betreffende melkveeorganisaties hebben een plan opgesteld om via een flexibele Europese quotering met kostendekkende prijzen te werken. Er staan veel goede ideeën in het plan van het European Milk Board, dat ik bij dezen aan de staatssecretaris overhandig omdat hij niet aanwezig was bij het rondetafelgesprek. Ik vind dat we moeten voorkomen dat dit plan aan zijn aandacht ontsnapt en krijg graag zijn reactie hierop. Ik draag dit plan aan omdat er weinig tot geen aandacht is voor dergelijke alternatieve plannen. De staatssecretaris vraag ik hierbij ook om met deze organisaties en met LTO Nederland in gesprek te gaan over de problematiek van de prijsvorming en mogelijke oplossingen, want hier is weinig aandacht voor, terwijl we juist in deze tijd met extreme prijsfluctuaties worden geconfronteerd. Ondernemers worden niet blij van die sterk wisselende prijzen en boeren zeker niet. Zij hebben belang bij een goede, stabiele prijs. Die is hun meer waard dan de subsidiekraan. In dat kader zijn goede contracten voor producenten wenselijk, evenals betere mogelijkheden tot organisatie voor boeren, prijsbeheersing en quotering, antispeculatiemaatregelen en een productieketen waarin een eerlijk deel van de prijs bij de boer terechtkomt en de boer een kostendekkende prijs voor zijn product krijgt.

Mijn fractie is niet blij dat het kabinet in de High Level Group Zuivel voor een snelle afschaffing van de melkquota pleit. Ik moet zeggen dat ik het kabinet en de regeringspartijen niet begrijp in deze gemeenschappelijke landbouwdiscussie, want het kostbare Europese landbouwsubsidiebeleid kan niet overeind gehouden worden vanwege het feit dat het het leeuwendeel van de Europese uitgaven beslaat. Zeker met de komst van nieuwe lidstaten is het behoud ervan simpelweg onmogelijk. De VVD en het CDA pleiten voor het behoud van de subsidies, maar de vraag is of dat in de toekomst staande te houden is; dit was ook al de vraag toen de Europese Unie met tien lidstaten werd uitgebreid. Hoe moet dat in de toekomst?

In het AO van december jl. spraken wij over landbouwsubsidiemiljonairs en een eerlijke verdeling van de subsidies in Europa, waarbij ook kleinere boeren er goed uit komen. De staatssecretaris heeft gezegd, mee te willen denken over een subsidieplafond. Daarbij betwijfelde hij terecht de legitimiteit van agrarische subsidies voor niet-agrarische ondernemingen. Graag hoor ik in de terugkoppeling hoe dit is afgelopen in Europa.

De pilot groenblauwe diensten is van belang voor de verdere invulling van het concept. Hoeveel van de collectieven voor de pilot groenblauwe diensten zijn biologisch, regulier of kennen een mengvorm? Het lijkt mij dat het merendeel van deze pilots innovatief moet zijn en dat ook biologische boeren hier een eerlijk aandeel in verdienen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Laat ik voor de helderheid even tegen de SP-fractie zeggen dat wij niet meer spreken over landbouwsubsidies, maar over toeslagrechten en inkomensondersteuning.

Op de agenda staat eigenlijk een groot debat over de toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Ik constateer dat er sprake van een beleidsomslag is, gezien de keuze voor de eerste pijler. Dat heeft de staatssecretaris duidelijk gezegd. Wij steunen dit van harte. Wat is de stand van zaken? De staatssecretaris gaat hierover de discussie aan, al is er vanuit de Raad nog steeds geen eenduidige visie. Wanneer komt die? In maart a.s. vindt hierover de definitieve besluitvorming plaats, dus ik heb graag dat de staatssecretaris de Kamer hiervan op de hoogte houdt, liefst eerder dan twee dagen voor het besluitvormende overleg. Ik zeg dit, want we hebben de agenda nu heel kort van tevoren gehad door toedoen van de aanvliegroute van de staatssecretaris.

In het verslag van de vorige vergadering lees ik dat Eurocommissaris Ciolos heeft aangegeven dat het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen alles te maken heeft met de landbouwproductie. Dat is zeker waar; ook in het rondetafelgesprek hebben we gehoord dat juist bodemvruchtbaarheid etc. van essentieel belang is. Commissaris Ciolos heeft alleen ook gewezen op een verplichte vergroening in de eerste pijler. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Zit daarin ook een kanteling? Ik kan mij daar nog niet zo veel bij voorstellen.

Mij stemt wel positief dat de Eurocommissaris er ook op heeft gewezen dat de tweede pijler lidstaten meer ruimte geeft voor specifieke maatregelen. Mij lijkt dat dit aansluit bij wat Nederland constateert, maar ik hoor graag hoe de staatssecretaris hiertegen aankijkt.

Mijn fractie is tevreden over hoe de discussie over varkensvlees en het uit de markt halen daarvan op de agenda is gezet. Nederland heeft daar een belangrijke rol in gespeeld.

Uit het rondetafelgesprek kwam vooral bij monde van de heer Versteijlen naar voren dat in Brussel inmiddels 90% van de PAP is gestort. Heeft de staatssecretaris die beleving ook? Zo nee, waar wij praten wij over? De heer Versteijlen gaf duidelijk aan dat Frankrijk en Duitsland samen een sterke koers hebben uitgezet. Vorige keer hebben we daarover ook gesproken. De staatssecretaris heeft gezegd, hierover met Polen in gesprek te zijn. Zitten er nog wijzigingen in het beleid? Klopt het dat inmiddels 90% van de discussie is gevoerd?

Komt de suikerproblematiek ook op de agenda? Mij lijkt het zaak dat daar op Europees niveau aandacht voor komt. Er is grote vraag naar suiker, maar we moeten nu veel importeren omdat we onze producenten hebben afgeremd. Gaat de staatssecretaris het suikerquotum uitbreiden? Volgens de VVD-fractie ligt dat voor de hand.

Welke risico’s lopen wij vanwege de MKZ-uitbraak in Bulgarije? Kennelijk zijn reizigers uit Bulgarije restricties opgelegd. Welke maatregelen zijn er verder exact genomen? Hoe verloopt de communicatie? Hebben alle lidstaten deze maatregelen genomen?

De heer Van Gerven (SP): De VVD heeft in haar verkiezingsprogramma staan dat de landbouwuitgaven in Europees verband teruggebracht moeten worden van 43 mld. naar 18 mld. Is dat nog steeds het standpunt van de VVD-fractie?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik kan u zeggen dat dit niet in ons verkiezingsprogramma staat, maar anders heb ik heel graag dat u me zegt op welke bladzijde het wel staat.

De heer Van Gerven (SP): Ik lees hier dat …

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ja, maar dat is een aantal conclusies en niet ons verkiezingsprogramma.

De heer Van Gerven (SP): «Een betere Europese Unie voor half geld». Dit heeft de VVD in november 2009 bij het debat over de Staat van de Unie ingebracht.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Dat debat is gevoerd naar aanleiding van de betaling aan Europa. Dat staat zeker niet in ons verkiezingsprogramma, noch in het Europese, noch in het verkiezingsprogramma van afgelopen zomer.

De heer Van Gerven (SP): In dat document hebt u staan: de landbouwsubsidies moeten worden afgebouwd tot 18 mld., maar u zegt dat het toch 43 mld. mag blijven. Zegt de hele VVD dat nu?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik ga nu niet over de getallen. Wij willen dat Nederland minder aan Brussel afdraagt dan nu. Onze nettopositie moet dus verbeteren. Als wij voorwaarden aan boeren stellen, vindt mijn partij dat er onder een aantal randvoorwaarden goed voor moet worden betaald. Die 18 mld. zou ik maar even voor uw rekening nemen, want dat bedrag staat niet in enig verkiezingsprogramma van de VVD en is zeker niet leidend.

De heer Van Gerven (SP): U haalt twee dingen door elkaar. In dit document van de VVD staat heel duidelijk: wij willen dat de Europese subsidie aan boeren van 43 mld. naar 18 mld. wordt teruggebracht. Dat is meer dan een halvering. Hoe borgt u dat boeren fatsoenlijk worden gesteund, mede gezien het feit dat u ook voor vrijere prijsvorming bent?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik kan daar maar een antwoord op geven: die getallen zijn niet juist. De heer Van Gerven trekt nu een debat uit zijn verband. Leidend is ons verkiezingsprogramma. Daarin staat duidelijk dat wij niet voor het halveren van het landbouwbudget zijn.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik wil iets over hetzelfde punt zeggen. Ik heb hier de tegenbegroting van de VVD, waarin inderdaad staat: «Een betere EU voor half geld». Ik citeer: «Verder kan er bespaard worden op de landbouwuitgaven», «In 2010 spendeert de Europese Unie voor zo’n 43 mld.», «Uit de CPB-berekeningen blijkt dat de helft kan worden vrijgespeeld» en «Landbouw: afbouwen naar 18 mld. per jaar». Ik mag toch aannemen dat de VVD met een mond spreekt en dat nu niet ineens om electorale redenen niet wil? Wil de VVD nu wel of geen lagere afdracht aan Brussel? U kunt hier niet de kool en de geit sparen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Nee. Dit debat is al even geleden gevoerd. Daarna hebben we een verkiezingsprogramma gehad, kan ik u zeggen. In dat verkiezingsprogramma is geen sprake van halvering van het landbouwbudget. Laat mij u op een interview wijzen dat Rutte ongeveer in de tijd dat dat stuk naar buiten kwam, met iemand van De Boerderij heeft gehad. U mag dat nalezen. De heer Rutte zegt daarin: leidend wordt wat wij met elkaar met het landbouwbeleid willen. Dat zou wel eens kunnen betekenen dat er meer budget nodig is voor de agrarische sector.

De heer Houwers (VVD): Voorzitter. Allereerst maak ik de staatssecretaris complimenten voor de brief over de maatregelen die ten aanzien van met dioxine vervuilde paling zijn genomen. Wij kunnen ons helemaal vinden in de aanpak.

Ons bereiken berichten dat nog niet overal visstandbeheerplannen zijn vastgesteld. De basis daarvoor – een goede kennis van de visstand – ontbreekt wellicht. Wat is de visie van de staatssecretaris hierop? Hoe gaan we hier in de toekomst mee verder? Dit vraag ik, omdat dat zeer belangrijk is voor de verdeling van de visrechten over de sport- en de beroepsvisserij.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik vond het rondetafelgesprek over het GLB interessant. Ik heb de indruk dat er wel wat tussen de eerste en de tweede pijler wordt geschoven. Indachtig dat wij naar meer verduurzaming en vergroening moeten vanuit het oogpunt van wateropvang en dierenwelzijn, vraag ik mij af of het verstandig is om de eerste of de tweede pijler uit te rekken. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris vindt dat wij hierin moeten bewegen. Mijn beeld was altijd dat in de tweede pijler de zaken zaten die verband houden met plattelandsontwikkeling. Nu vrees ik dat Nederland aan een heleboel Europese criteria niet gaat voldoen. Dan hebben we onszelf te pakken. Wij zitten ons nu namelijk uit te sloven om veel in pijler twee te krijgen, maar aan het eind van de rit blijkt wellicht dat we ons te rijk hebben gerekend. Wil de staatssecretaris een beter beeld zien te krijgen van het toekomstige GLB? Worden de huidige structuurfondsen en middelen voor plattelandsbeleid binnenkort bij de financiering betrokken? Dat er weer beweging in zit, hoeft niet verkeerd te zijn, maar ik vind wel dat wij een heel goed beeld moeten hebben van hoe het gaat werken.

LTO Nederland vroeg om 1% extra. De staatssecretaris zegt: voor 2% krijgen wij het GLB-budget en onze sector biedt eigenlijk voor 7% aan Europese toegevoegde waarde, dus een procentje meer zou niet verkeerd zijn. Toen heb ik gezegd: droom lekker verder, want er wordt ook nog over de lidstaten verdeeld. Welke kansen ziet de staatssecretaris om ons daarin toch op weg te helpen?

Net zoals de VVD-fractie waardeert mijn fractie de aanpak van het probleem met de met dioxine vervuilde paling.

Ik vraag nog aandacht voor het actief biologisch beheer en het beheer van de visserij. De staatssecretaris zei vorige keer dat deze kwesties niet aan de orde waren, maar dat zijn ze wel. Ik hoor graag hoe het ministerie van EL&I met de ontwikkelingen in onder andere het Volkerak-Zoommeer en in Friesland, waar men veel brasem uit het water wil halen, wil omgaan. Ik heb er voorbeelden van.

Ik kom op de oormerkweigeraars en de bonusbrief. De staatssecretaris heeft ons gemeld dat het in Nederland niet aan de orde is en dat we die proef niet kunnen doen. Daarvan was in Denemarken ook geen sprake. In Europa zegt men weer wat anders, heb ik begrepen. Ik vind het eigenlijk van de zotte dat deze oormerkweigeraars nu, dus in 2011, worden beboet, terwijl zij sinds 1991 actief zijn en in Nederland volledig erkend worden, met alle principes erbij. Ze betalen daar zelf voor. Ik blijf dat scheef vinden, dus ik wil hierover graag van gedachten wisselen met de staatssecretaris en ik wil dat hij hier in Europa aandacht voor vraagt.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Voor grote delen van Afrika is het GLB in Europa van groot belang. Wij delen het standpunt van het kabinet dat de exportsubsidies moeten worden afgebouwd, maar we vinden het wel teleurstellend dat in de kabinetsreactie op de stukken van de Commissie niets over de positie van boeren in ontwikkelingslanden en met name Afrika staat. In zo’n beetje elke derde zin in het regeerakkoord wordt gerept over coherentie van beleid, maar dat bestaat natuurlijk uitsluitend bij de gratie van invulling. Kiezen we exclusief voor ontwikkeling binnen de Europese Unie of richten we het beleid zo in dat ook ontwikkelingslanden mee kunnen doen?

De staatssecretaris legt geen link tussen migratie en landbouwbeleid, maar die is er natuurlijk wel. De lijken zullen bij Lampedusa blijven aanspoelen als we Afrika niet ook in staat stellen, zijn eigen ontwikkeling ter hand te nemen. Het landbouwbeleid dat nu in de steigers staat, voorziet daar nog niet zo in. Dat je boeren in Europa en met name in de minder welvarende lidstaten steunt, snap ik, maar als je daarvoor kiest, heb je ook maatregelen nodig die de negatieve effecten van dat beleid in Afrika tenietdoen. De Europese Unie is opgericht als middel om veiligheid en welvaart te bevorderen, maar noch onze veiligheid, noch onze welvaart staat in Europa alleen; zij zijn mede afhankelijk van de welvaart in ontwikkelingslanden. In deze ronde van herijking van het GLB mag de rol van ontwikkelingslanden als grondstofleveranciers, maar zeker ook als producenten van landbouwproducten dus niet ontbreken. Ik heb daarom vier vragen aan de staatssecretaris. Ik krijg graag een notitie of in ieder geval een reactie van de staatssecretaris, waarin hij aangeeft hoe de mooie woorden «coherentie van beleid» worden vertaald naar het nieuwe GLB. Welke keuzes maakt Nederland, welke keuzes maakt Europa? Wat is de visie van de staatssecretaris op de invloed van het GLB op het prijsniveau van landbouwproducten, dus op de voedselprijzen, de grondstofprijzen, de prijs van suiker en van meldproducten? Tegen welke prijzen komen die op de wereldmarkt terecht in een tijd waarin de EPA-onderhandelingen ontwikkelingslanden dwingt, hun eigen markt open te gooien? We hebben met ontwikkelingsbeleid nu net besloten, landbouw als prioritair te bestempelen. We gaan daar heel veel geld in steken. Daarover ben ik zich erg tevreden. Welke maatregelen gaan maken dat wij niet voor niets geld in landbouw steken in de zin dat de boeren in ontwikkelingslanden kunnen worden weggeconcurreerd door gesubsidieerde boeren uit Europa?

Het kabinet spant zich in om goede afspraken over duurzaam bosbeheer te maken, maar zet de deur op een kier voor niet-duurzaam geproduceerd hout uit Maleisië. Nederland gaat samen met Vietnam een Country-Led Initiative organiseren, lezen we. Dat klinkt heel nobel, maar wat staat er dan concreet in? Wat stelt de staatssecretaris zich daarbij voor? In de brief van 28 januari jl. stelt de staatssecretaris niet veel te verwachten van de Pan-Europese Bosbeschermingsconferentie, omdat er geen toegevoegde waarde is ten opzichte van de bestaande overeenkomsten. Waarom dan toch deze exercitie met Vietnam?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik kan me voorstellen dat er een link is tussen ontwikkelingssamenwerking en het GLB, maar dan kunnen we voortaan beter ook de heer Knapen uitnodigen.

Het laatste onderwerp dat de PvdA aansnijdt, vind ik toch een beetje storend, want we hebben vorige week een lang AO over duurzaam hout gehouden. Daar paste dit laatste onderwerp helemaal in. Ik vind het jammer dat de PvdA haar tijd nu daaraan besteedt, want er zijn nu even belangrijker zaken in Brussel te bespreken.

De voorzitter: Maar het staat mevrouw Dikkers vrij om te zeggen wat zij vindt dat ze moet zeggen. Bovendien staat de toezegging over het VN-Bossenforum op de agenda.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Daar is vorige week ook uitvoerig over gesproken tijdens het AO.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw Dikkers, u begon heftig met aanspoelende lijken bij Lampedusa. U kunt het kabinet wel van alles vragen, maar welke conclusie trekt u zelf uit die strikte koppeling van het vreselijke beeld dat u schetst en het Europese landbouwbeleid? Wat betekent dat?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Die mensen vertrekken niet uit Afrika omdat ze het daar te warm hebben, maar omdat daar geen toekomst is. Ik leg een link tussen het enthousiasme waarmee Europa zijn eigen voedselproductie ter hand genomen heeft en zijn eigen boerenstand gesubsidieerd heeft en de bijdrage aan de armoede in Afrika die daarmee gepaard gaat. Vandaar dat ik dat beeld heb geschetst.

De heer Koopmans (CDA): U zet dat beeld neer, maar wat wilt u dat er anders gaat gebeuren? Vertelt u dat nu eens! U zegt dat het in het verleden niet goed was en dat het daardoor niet goed is gegaan, maar wat moet er volgens de PvdA nu beter? We staan nu voor een herziening.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Wat er beter moet? Hebt u even? We moeten af van de exportsubsidies, we moeten af van importheffingen en we moeten toe naar ondersteuning van boeren zodat die kunnen produceren voor onze markt. Dat heeft een grote toegevoegde waarde. Verder moeten we boeren en ondernemers in ontwikkelingslanden in staat stellen om ook verwerkte producten op de Nederlandse en de West-Europese markt af te zetten en op die manier de economie daar stimuleren. We mogen boeren daar met ontwikkelingsgeld steunen bij het opschalen van hun productie. Dat gaan we volgens afspraak met staatssecretaris Knapen doen; ik zie uit naar resultaten op dat gebied. Ook economische investeringen zullen daarbij een rol spelen. Dat is allemaal hartstikke belangrijk, maar als ze binnenkort aan de poort van Europa staan en hun spullen hier niet kwijt kunnen omdat het te duur is of omdat ze hun boeren geen toekomstperspectief kunnen bieden vanwege het feit dat die uit de markt geconcurreerd zijn, schieten wij er niets mee op en kunnen we net zo goed met ontwikkelingshulp ophouden.

De heer Koopmans (CDA): Betekent dit dat u op het punt van de verdeling van de middelen binnen Europa geen andere keuzes maakt dan het kabinet?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Over de verdeling van de middelen binnen Europa gaat mijn collega Lutz Jacobi. Ik maak jullie graag alert op het feit dat dit beleid heel grote consequenties voor Afrika heeft. Daar houdt deze commissie zich in mijn ogen veel te weinig mee bezig.

Voorzitter: Koopmans

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik vind ook dat de opmerkingen over de exportsubsidies, de steunmaatregelen en de drempels aan de buitengrenzen zwaar overtrokken zijn. Kan de Partij van de Arbeid-fractie voorbeelden geven? Mevrouw Jacobi heeft gezegd het goed te vinden hoe de staatssecretaris heeft gehandeld ten aanzien van de met dioxine vervuilde paling en het varkensvlees dat uit de markt is gehaald, maar later geleidelijk aan weer op de markt komt. Daarbij is geen sprake van subsidies. Wat voor een beeld schetst de PvdA? Hoe moet ik dat beoordelen?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik begrijp uw vraag niet.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): U schetst het beeld dat veel producten zomaar met subsidies buiten Europa worden gedumpt en dat wij heel strenge grenzen aan import stellen. Ik vraag aan u of u echt vindt dat dat beeld juist is.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Mijn collega kan het met mij oneens zijn, maar rapporten spreken toch echt van grote importbeperkingen voor verwerkte producten. Er zijn aparte regelingen voor ACP-landen. Voor veel Afrikaanse landen zijn er geen aparte regelingen. Voor soja en suiker zijn er verder regelingen, maar daarvan kan niet iedereen gebruikmaken. Vooral de export van kippendijtjes uit Ghana is gestopt, doordat de Ghanese markt werd verstoord door gesubsidieerde kippendijtjes. Nu is dat niet meer zo, maar er zijn nog andere voorbeelden.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Voorzitter. Nu is het moment om voor de periode na 2013 te kiezen voor een toekomstige landbouwsector. Het Verenigd Koninkrijk heeft in een position paper heel duidelijk stelling genomen. Het Verenigd Koninkrijk wil dat het tempo van de GLB-hervormingen wordt opgeschroefd, dat er minder geld naar landbouw gaat, dat de concurrentiepositie wordt verbeterd, dat de structurele inkomenssubsidies worden afgebouwd en dat het beleid eenvoudiger wordt. Onze minister-president trok de laatste maanden heel nadrukkelijk met zijn Britse evenknie op bij het eisen van een kleinere afdracht aan de Europese Unie en een beperking van de Europese begroting. Dan moet je wel uit kunnen leggen wat je minder gaat doen. De Britten kiezen duidelijk: minder doch slimme landbouwuitgaven en een minder grote EU-bijdrage. Dat is logisch, want het GLB is de grootste post op de begroting. Schaart de staatssecretaris zich achter het hervormingsgezinde kamp van zijn Britse collega? Zo nee, wat is dan zijn dekking voor de eis van een kleinere Europese Unie-afdracht of een kleinere begroting? Deze vraag zou ik ook wel aan de VVD willen stellen.

De staatssecretaris heeft eerder gezegd dat de GLB-begroting mee zou moeten ademen met de EU-begroting. Laten we nu eens voor een moment aannemen dat premiers Rutte en Cameron ontzettend succesvol zijn en dat de Europese begroting flink omlaag gaat. Ik neem aan dat dit de droom is van de VVD. Hoe zou de staatssecretaris dan met een fors lager GLB-budget omgaan? Hoopt hij eigenlijk dat Rutte die verlaging niet voor elkaar krijgt?

Er is in Brussel nog veel steun voor de structurele inkomenssteun, met name in de nieuwe lidstaten.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik heb net antwoord gegeven. Ik ben wel heel benieuwd waar de D66-fractie staat.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Dank u wel voor deze mogelijkheid! Ik wilde net gaan zeggen dat D66 graag wil dat in de aanstaande herziening van het GLB duidelijk richting wordt gegeven aan een echte hervorming. Het afbouwen van structurele inkomenssubsidies wil zeggen: de helft eraf per 2020 en een geleidelijke afbouw tussen nu en dan. Dat lijkt mij een heel redelijk voorstel. Boerenbedrijven zijn namelijk vooral bedrijven en boeren geven zelf aan dat zij hun inkomen het liefst uit de markt halen. Daarnaast willen wij boeren uiteraard de mogelijkheid bieden, niet afhankelijk te zijn van die inkomenssteun. Bijzondere prestaties op het gebied van dierenwelzijn, milieu of natuur willen wij wel graag belonen, want dat zien wij als een werkelijk structureel betere toekomst voor boeren in Nederland.

Gek genoeg beloofde de VVD zo ongeveer anderhalf jaar geleden in haar schets van een nieuwe Europese begroting voor het Europa van de 21e eeuw, een ideaalbeeld volgens de VVD, dat met 18 mld. heel prima gerealiseerd kon worden. Die schets was overigens gebaseerd op een notitie van Verhagen over de Nederlandse prioriteit voor de EU-begroting. Ik neem toch aan dat de VVD niet twee keer in zo korte tijd zo fundamenteel van standpunt verandert! Als dat wel zo is, kan ik mij voorstellen dat liberalen zich echt eens achter de oren krabben. Wat vindt de staatssecretaris van het VVD-voorstel om het GLB-budget af te bouwen tot 18 mld. per jaar?

Ik heb twee korte opmerkingen over de evenwichtige territoriale ontwikkeling. In Brussels jargon betekent dit vaak dat er meer naar de nieuwe lidstaten gaat. D66 is er voorstander van, de landbouw- en voedselproductie op Europees niveau te bekijken en te optimaliseren en niet van het de kant op gaan dat iedere lidstaat zelfvoorzienend wordt. Ook wordt het GLB geen verkapt cohesiefonds, wat D66 betreft. Mijn eigen ervaring uit Brussel heeft mij geleerd dat een aantal landen graag met elk instrument ook de cohesiedoelstelling wil dienen. Laat het onderscheid tussen de verschillende instrumenten toch zo duidelijk mogelijk worden gehouden. Wil de staatssecretaris daarop letten?

Ik steun de vergroening van de eerste pijler natuurlijk van harte. Ook steun ik de suggestie van de PvdA aan de staatssecretaris om samen met staatssecretaris Knapen een notitie te schrijven over de effecten van het nieuwe GLB op ontwikkelingslanden alvorens hij het suikerquotum verruimt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een korte vraag aan de fractie van D66. Ik heb vaker het pleidooi gehoord voor beloning van bijzondere dierenwelzijnsprestaties en prestaties op het vlak van het milieu. Ik vraag me af of D66 daar een concreet beeld van heeft. Wanneer spreekt D66 van een prestatie die mag worden beloond? Wij zien in de praktijk dat het vaak minimaal is, maar dat er wel subsidies worden opgestreken.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Het gaat erom dat we de boeren belonen die echt een extra inspanning willen doen. Die extra inspanning moet dan wel dynamisch zijn. Een stofzuiger die tien jaar geleden het A-label kreeg, zou dat nu ook niet meer krijgen. D66 gaat het erom dat de koplopers, dus de boeren die echt een inspanning plegen die uitgaat boven wat je normaliter mag verwachten, worden gestimuleerd om verder te gaan. Ik steun van harte het pleidooi van de staatssecretaris dat je van boeren gewoon mag vragen om een bepaald basisniveau te realiseren, maar de boeren die bereid zijn, een stapje verder te gaan en die de toekomst van boeren in Nederland voor ogen hebben als groen, duurzaam en in goede harmonie met dieren, natuur en landbouwgrond – de uitputting van de grond kwam net ook even aan de orde – mogen wat mij betreft extra worden beloond. Zorgvuldig beheer van de grond is nodig, zodat we in Nederland niet alleen over vijf jaar, maar ook over 30 jaar nog voedsel kunnen produceren. Boeren die daar heel actief mee omgaan en daar echte voorlopers in zijn, worden wat D66 betreft extra beloond.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kunt u daar een voorbeeld van geven? Gaat het dan om comfort-classstallen? Waar moet ik aan denken als het aan D66 ligt?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik vind de rondeelstallen, een heel innovatief concept dat duidelijk voorloopt op een heleboel andere eierproductiemethoden, een mooi voorbeeld. Als rondeelstallen de Europese standaard zijn geworden, dan zijn er tegen die tijd wellicht andere concepten. Ik hoop dat dit een stimulans zal zijn voor het kennisland Nederland om te blijven innoveren, omdat je eigenlijk ook de mogelijkheid creëert om die concepten in Nederland af te zetten en om daarmee de kennispositie van Nederland op dit gebied te steunen.

Ik behandel kort nog een paar andere puntjes op de agenda, zoals de «Bosbrief». 2011 is het internationale jaar van het bos. De staatssecretaris heeft ons zijn brief gestuurd. Welke ruimte biedt het FLEGT-verdrag om meer te doen aan douanesamenwerking ten aanzien van illegaal hout en van Pan-Europese Bosbescherming? Welke bestaande bindende overeenkomsten overlappen deze volgens de staatssecretaris? Geldt dat naast Nederland ook voor andere landen of schuilt misschien een deel van de toegevoegde waarde in het feit dat wij niet alleen onszelf, maar ook andere landen binden aan een aantal doelstellingen waaraan zij nu niet gebonden zijn?

Ik dank de staatssecretaris oprecht voor zijn inspanningen om in het kader van het aalbeheerplan een effectief vangstverbod te realiseren. Mijn fractie heeft daar vaak om gevraagd. Ik ben heel blij dat de staatssecretaris ook alternatieve mogelijkheden onderzoekt om het in ieder geval zo snel mogelijk wettelijk te regelen.

In het kader van de verordening inzake melk- en zuivelproducten merk ik op dat D66 voorstandster is van meer marktwerking in de landbouw en huiverig is voor de beperking van concurrentie. Nu is er in de zuivelsector, zo heeft de High level Group geoordeeld, werkelijk een onbalans ontstaan tussen zeer kleine producenten en zeer grote inkopers. D66 vertrouwt de Europese Commissie als bewaker van de mededinging op de interne markt, maar die wil een beperking op de vrijemarktwerking een kans geven. Ik zeg «een kans», want het voorstel is niet voor niets gelimiteerd in de tijd. Net als de staatssecretaris is D66 van mening dat extra administratieve lasten moeten worden voorkomen en dat lidstaten betrokken moeten blijven, met name om te voorkomen dat prijsafspraken in Frankrijk, bijvoorbeeld Nederlandse boeren bedoeld of onbedoeld uit de markt prijzen.

Naar aanleiding van de fiche over het kwaliteitsbeleid onderstreep ik dat consument en boer erbij gebaat zijn, te weten dat overal in de Europese Unie dezelfde kwaliteitseisen gelden en dat een bepaald keurmerk telkens dezelfde waarde heeft. Wel vraagt mijn fractie om het punt van duurzaamheid en gezondheid nadrukkelijker op de agenda voor die discussie te zetten.

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. We spreken opnieuw over het GLB, opnieuw eigenlijk zonder een deugdelijk stuk papier waarin helder staat wat tijdens de derde gedachtewisseling in de Landbouw- en Visserijraad nu eigenlijk de inzet van het kabinet is. Er wordt weer verwezen naar de kabinetsbrief, maar daarin wordt in een paragraafje minimaal naar dit soort zaken verwezen. Naar mijn stellige indruk betekent dit dat we steeds met elkaar in de rondte praten over dit buitengewoon belangrijke onderwerp, als ik het zo gechargeerd mag zeggen. Ik vind dat erg jammer; ik heb het gevoel dat we daarmee een enorme kans missen. Dat gevoel heb ik eerder opgemerkt en gesignaleerd in de commissie. Daaruit is toen het idee naar voren gekomen om via een goed rondetafelgesprek nog eens een verdiepingsslag proberen te maken in wat er nu eigenlijk door deskundigen, belangenorganisaties en natuur- en milieuorganisaties gedacht en gevonden wordt. Dat gesprek heeft heel veel input opgeleverd, maar ik kan in zes minuten niet vragen wat de staatssecretaris van het een en ander vindt en het zou hem niet lukken om al die vragen te beantwoorden. Het is volgens mij dus te vluchtig. Daarom ga ik nu op een paar punten in, terwijl ik het idee houd dat het verstandig is om een schriftelijke ronde met een concretere vraag en een concreter antwoord van de staatssecretaris te houden, zodat we deze hele discussie op een wat inhoudelijker, minder abstract vlak krijgen. Ik heb de staatssecretaris zelf in de Landbouwraad horen opmerken dat hij discussie nogal abstract vond, maar ja, wil hij die minder abstract hebben, dan moet hij ook een minder abstracte inbreng leveren. Die vond ik in het verslag niet terug, al staat daar niet alles in, dat weet ik. Er zal hoe dan ook een verdiepingsslag in de discussie moeten plaatsvinden.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Vindt u dat we die discussie moeten voeren op basis van weer een bottom-upproces, waarbij wij allerlei vragen die op heel veel verschillende aspecten betrekking kunnen hebben, aan de staatssecretaris stellen? Moet de staatssecretaris zelf komen met een actualisatie van de houtskoolschets, zodat we weten wat hij in Brussel wil bepleiten, maar ook wat zijn visie is op de toekomst van Nederland, zodat we onze vragen dan gestructureerd kunnen relateren aan het voorstel dat de staatssecretaris aan de Kamer over zijn beleid doet?

De heer Grashoff (GroenLinks): Idealiter zou ik die lijn willen volgen en in zijn algemeenheid willen vragen om een nadere uitwerking van de regeringsinzet, zowel op het GLB als natuurlijk op het implementatievraagstuk in Nederland, want die hangen natuurlijk een-op-een met elkaar samen. Nu trekt het Hongaars voorzitterschap volgens mij op 17 maart aanstaande Raadsconclusies. Daarmee is het einde nog niet in zicht, maar het is toch wel een heel belangrijk moment. Eigenlijk vind ik dat we dat voor dat moment moeten doen, willen we de staatssecretaris nog iets stevigs meegeven. Ik stel daarom een beetje een tussenvorm voor. We hebben naar aanleiding van de documenten die we kennen en van de hoorzitting allemaal vragen en toetsvragen. Als wij die nu op de kortst mogelijke termijn verzamelen en de staatssecretaris vragen, daar snel op te reageren, dan nodig ik hem ook van harte uit om bij wijze van spreken alles daaraan toe te voegen wat wij misschien niet gevraagd hebben, maar hij wel van belang acht voor deze discussie. Dan hebben we bij elkaar in elk geval een stevig document waarover we nog een keer, en dan echt met een goede tijdsbesteding, de degens met elkaar kunnen kruisen.

De voorzitter: Mijnheer Grashoff, even over uw tijdsbesteding: wat u net voorstelt, hebben wij al besloten in de procedurevergadering van zo-even. De inbrengdatum is morgen. Het is dus al geregeld door deze commissie.

De heer Grashoff (GroenLinks): Dat is hartstikke fijn.

De voorzitter: We gaan geen procedurevergadering houden, want dit gaat allemaal van uw tijd af. Het is al besloten.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik ben heel blij dat we het zo doen.de kortetermijndiscussie, dus de derde gedachtewisseling in de Landbouw- en Visserijraad, speelt het aspect plattelandsontwikkeling een grote rol. Voor zover ik de huidige systematiek van de eerste en de tweede pijler kan doorgronden, kan ik tot geen andere conclusie komen dan dat die met name ook in de tweede pijler tot uiting moet komen. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris daarover denkt.

Mijn tweede punt is dat ik ook in Nederland een aantal gebieden zie die expliciet aandacht behoeven buiten het zogenaamde «mainstream» landbouwbeleid. Ook in Nederland is een aantal gebieden waarin enige rendabele landbouw niet of nauwelijks mogelijk is, terwijl wij daar wel boeren willen hebben. Ik denk aan het veenweidegebied en aan de kleinschalige landschappen in bijvoorbeeld de Achterhoek of Zuid-Limburg. Ik vraag mij af of de staatssecretaris ook inziet dat er gepleit moet worden voor een specifieke regeling in het kader van nadelige gebieden, ook voor specifieke Nederlandse gebieden. Zo ja, is hij voornemens te proberen, dat te regelen in de eerste pijler of in de tweede of in allebei voor een deel? Die vraag staat wat mij betreft in de komende discussie voorop.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook namens mijn fractie spreek ik ten eerste een bedankje uit voor het feit dat de staatssecretaris mijn motie heeft overgenomen over een vangstverbod op dioxinepaling. Mijn fractie bedankt de bewindspersoon op Landbouw en Visserij niet zo vaak, dus dit is vrij uniek. De staatssecretaris gaat dit verbod via de Visserijwet regelen. Ik vind dat prachtig, omdat het zo snel kan en wij ons niet afhankelijk maken van de behandeling door de Eerste Kamer van de Wet dieren. Ik dank de staatssecretaris dus voor die brief. De vorige bewindspersoon was al wel van mijn fractie gewend dat dit soort momentjes altijd maar kort duurden, dus nu komt mijn kritische inbreng weer.

Over de hervorming van het GLB heeft de PvdD al vaker laten doorschemeren dat zij het een enorm gemiste kans vindt. Nu is het moment om de landbouw structureel te hervormen en toekomstbestendig te maken, niet alleen voor de ondernemers die erin werkzaam zijn, maar ook en vooral voor de leefbaarheid van onze leefomgeving en van onze aarde, voor een gezonde en goede voedselvoorziening op de lange termijn, niet alleen voor de mensen hier in het Westen, maar ook voor de mensen in de rest van de wereld. We moeten iedereen kunnen voeden, maar dat gaat niet lukken als we de veestapel in Europa zo groot houden als die is, om maar wat te noemen. Over de klimaatuitdagingen en de biodiversiteitsuitdaging zouden deze hervormingen moeten gaan, maar zelfs de meest ambitieuze voorstellen die tot nu toe zijn gedaan, komen daar niet bij in de buurt, dus dit debat is lastig te voeren. Waar het heen moet, daar lijkt het in de verste verte niet op, dus waar zouden wij dit kabinet dan nog kunnen bijsturen? In elk geval wil ik nogmaals in overweging geven om bij de herziening van het GLB ook de kwantitatieve component mee te nemen. We kunnen wel alle gewenste innovaties stimuleren, maar als we deze hoeveelheid dieren in Europa willen blijven houden, krijgen we de veehouderij nooit duurzaam. En tegen D66 zeg ik nog even dat we de huidige eierproductie ook niet met rondeelstallen kunnen faciliteren; we zullen moeten krimpen. Ik hoop dus ook op steun van de groene fracties om dit kabinet aan te sporen, die component in overweging te nemen bij de vraag welke vergroeningsmaatregel we moeten stimuleren, faciliteren en subsidiëren omdat het anders dweilen met de kraan open is. Natuurlijk, de scherpste kantjes zijn er dan op de korte termijn een beetje af, maar op de lange termijn blijft het onhoudbaar.

Ik krijg hierop graag een reactie. Ik zou het ook zeer op prijs stellen als de staatssecretaris bereid is, die component in elk geval te overwegen.

We hebben gezien dat Ilse Aigner een interessant voorstel heeft gedaan. Zij wil namelijk van de koloniehuisvesting af. Ik heb gezien dat een aantal partijen daar in de media niet zo enthousiast over was, maar mij lijkt het een goed idee. Ik weet ook dat in Duitsland het verzet tegen kooihuisvesting enorm is. Of je het nu «kolonie» noemt of «Kleingruppen», het blijven kippen in kooien. Het lijkt erop dat de consumentenvoorlichting in Duitsland heel succesvol is en dat de consumenten daar zeggen: ik hoef die eieren niet. Dit lijkt mij van belang, ook voor Nederland, gezien de afzetmarkt die Duitsland nog steeds voor Nederland is. Ik zou dus zeggen: omarm het en trek samen met Aigner op. Laten we die kooien zo spoedig mogelijk afschaffen in Europa.

Mijn laatste vraag gaat over wat we op het NOS-journaal hebben gezien, namelijk dat bontfokkers wel eens een beter imago willen hebben. Dan denk ik: nertsen willen ook wel eens wat. Hoe dan ook, ik begreep dat de Europese Commissie het voorstel van bontfokkers voor een keurmerk bekijkt. Dat lijkt mij zo’n grote waanzin! Gelet op de aangenomen motie, die hier nog steeds ligt, met het verzoek aan het kabinet dat Nederland zich sterk maakt voor een Europees verbod op nertsfokkerijen, vraag ik de staatssecretaris om twee dingen te doen: tegen de Commissie te zeggen dat we niet aan een dergelijk keurmerk gaan beginnen en haar te vragen, haast te maken met de afschaffing van pelsdierfokkerijen in Europa. Ik hoor een zucht, maar de staatssecretaris zou ook kunnen zeggen: dat ga ik doen. Dat laatste zou mijn voorkeur wegdragen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Vanmorgen las ik dat Eurocommissaris Hedegaard de prijs van CO2-rechten gaat opdrijven. Dat is een goede zaak in mijn ogen. CO2-emissies moeten worden beperkt. Biomassa, bijstook zal daarvoor ingezet worden. Dat geeft maar weer eens aan dat de agrarische sector ook voor de toekomst een vitale sector is. Bijstook zal namelijk noch uit de Randstad komen, noch uit Saudi-Arabië; die zal toch echt door de agrarische sector moeten worden geproduceerd met het oog op de toekomst. Wat dat betreft is het GLB in onze ogen een belangrijk instrument voor de verbetering en het behoud van die vitaliteit.

Tijdens de Landbouwraad staat de territoriale ontwikkeling centraal. Het gaat dus over pijler twee. Wij vinden drie dingen van belang, ten eerste dat gelden primair op boerenerven terechtkomen, ten tweede dat naast een herverdeling binnen pijler één er ook een herverdeling binnen pijler twee aan de orde komt, zodat er een evenwichtige verdeling over de verschillende lidstaten is, en ten derde dat gelden binnen pijler twee niet worden ingezet als verkapte inkomenssteun, maar bijvoorbeeld ten behoeve van de innovativiteit van de agrarische sector. Is dat ook de inzet van de staatssecretaris?

Uit Brusselse berichten maak ik op dat Eurocommissaris Ciolos verplichte vergroening in de eerste pijler wil hebben. Zit de staatssecretaris ook op die lijn? Ik zie de staatssecretaris bewegen. Daar ben ik blij mee, want ook wij hebben onze vraagtekens daarbij.

Gaat het bij deze verplichte vergroening om doelgerichte betalingen, om een kostenvergoeding of om marktconforme beloningen? Dat maakt nogal wat uit. Mijn fractie vreest voor het eerste en ziet de staatssecretaris graag pleiten voor het tweede.

De staatssecretaris wil op termijn af van de basispremie. Tegelijkertijd wil hij een beperking van het markt- en prijsbeleid. Op zich vinden wij dat begrijpelijk, maar wij maken ons er wel zorgen over. Wij vinden het eigenlijk een onverstandige combinatie. Laten wij de melkprijs nemen. In verhouding tot de melkprijs, die fluctueert tussen de € 0,25 en € 0,45, is de subsidie – o nee, zo mag ik het niet meer noemen – de inkomenssteun per liter melk ongeveer € 0,04. Erkent de minister het belang van prijsstabiliteit? Daar zal het toch eigenlijk door moeten gebeuren. Als beperking van het markt- en prijsbeleid mogelijk is met een stabiel prijsniveau, zal daar natuurlijk niemand over klagen, maar daar zit nu juist de zorg. Denkt de staatssecretaris dat dit wel degelijk mogelijk is?

Wij krijgen de indruk dat Nederland zich in de onderhandelingen vooral aansluit bij Engeland, Denemarken en Zweden, maar dat is een subjectieve schatting. Wij vragen ons af of dat verstandig is, want met name Duitsland en Frankrijk krijgen een belangrijke stem in de bepaling wat de onderhandelingen gaan opleveren. Is het niet wijs om aansluiting bij die lidstaten te zoeken? Tegelijkertijd vindt er toch wel weer een verandering plaats, want de Britse minister van plattelandszaken heeft gesteld dat Engeland en Duitsland ineens op een lijn zouden zitten. Is er inderdaad een Engels-Duitse alliantie? Wat is de inzet van Nederland? Kunnen wij daar nog gebruik van maken?

Wij zijn voor het verbod op de legbatterij evenals voor de handhaving van dat verbod per 2012.

Tegelijkertijd hebben we de discussie over de handhaving in andere lidstaten. Onze boeren mogen daarvan niet de dupe zijn. We hebben het gehad over het exportverbod op onze legbatterijen. Als ik het goed begrijp, wordt het allemaal lastig. Is het ook denkbaar dat er een nationaal importverbod komt op landen waar dit soort machinerieën naartoe worden geëxporteerd? Dan zouden we het misschien om kunnen draaien. We moeten zo creatief zijn dat we ervoor zorgen dat het zo diervriendelijk mogelijk is en dat er in ieder geval een level playing field in die hele markt ontstaat, want ook daarom was het ons toch te doen.

Verschillende pluimveehouders hebben tijdig een vergunningaanvraag ingediend, maar de trage behandeling daarvan door gemeenten brengt hen in de problemen, onder andere vanwege Natura 2000. Dan wordt omschakeling dus lastig. Herkent de staatssecretaris dit probleem? Kan hij daar wat aan doen?

Nederland is tegen de uitzondering van de zuivelsector van de Europese mededingingsregel De vorige minister zag nog wel ruimte voor een ruimere interpretatie van de mededingingsregel via verbreding van het begrip relevante markt. Als econoom intrigeert mij dat altijd. Ik heb altijd geleerd en leer studenten dat de relevante markt de markt is waarop wordt gehandeld. Als ik constateer dat melk op een grotere markt verhandeld wordt dan Nederland, is het gek om de mededingingsregels sec vanuit Nederlands perspectief te interpreteren. Je zou naar de relevante markt moeten kijken waarop dat spul verhandeld wordt. Kan de staatssecretaris daar wat bereiken?

De SGP-fractie maakt zich zorgen over de voorgenomen gedeeltelijke sluiting van de Noordzeekustzone voor visserij vanwege Natura 2000. Het zogenaamde Vibeg-akkoord stuit terecht op veel weerstand. Wat zijn de consequenties van deze gedeeltelijke sluiting voor de visserijdruk in de niet-gesloten gebieden? Acht de staatssecretaris het genoemde akkoord haalbaar en betaalbaar? Mijn fractie doet dat niet. Komt de staatssecretaris met een compensatieregeling over de brug?

De staatssecretaris wil de Visserijwet via een spoedprocedure wijzigen om een vangstverbod op met dioxine vervuilde paling te realiseren. Hoe gaat hij dat precies vormgeven? Zet hij in op een aanlandingsverbod, zodat vissers wel hun bijvangst op de markt kunnen brengen en eventueel jonge aal in schone gebieden kunnen uitzetten of betekent het vangstverbod dat de algehele gesloten periode in het kader van het aalbeheer ingeperkt wordt? Gezien alle omstandigheden, vinden wij dat de rekening niet eenzijdig bij de vissers mag worden gelegd. De vervuiling van rivierbodems is in ieder geval niet op het conto van de vissers te schrijven, maar het gevolg van bedrijfsbeleid en overheidsbeleid.

Heeft de staatssecretaris de pachtkosten voor het verpachten van wateren met vervuilde bodems al verlaagd? Dit hangt als een molensteen om de nek van vissers. Mijn fractie vindt het van belang dat die vissers worden ingezet voor het opvangen van jonge paling en het uitzetten daarvan in schone gebieden. In vervuilde gebieden groeit deze paling immers op voor galg en rad. Is de staatssecretaris bereid om op korte termijn met de sector te overleggen om hieruit te komen en ervoor te zorgen dat het zwaard van Damocles dat boven het hoofd van deze familiebedrijven hangt, verdwijnt?

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. De CDA-fractie kijkt als volgt tegen het GLB aan: zo veel mogelijk handhaving van het budget, waarvan een zo groot mogelijk deel op de boerenkeukentafel moet belanden, met zo min mogelijk papier, gisteren, vandaag en morgen.

Mijn fractie is benieuwd wat de staatssecretaris vindt van de rapportage van de heer Dess, lid van het Europees Parlement. Hij schrijft dat compromissen aan de orde moeten zijn, zoals de staatssecretaris vorige keer al heeft gezegd. Wat vindt de staatssecretaris van de bevindingen van deze rapporteur?

Het verbeteren van de nettobetalerspositie van Nederland kan op twee manieren: of minder betalen of meer binnenhalen. Die twee dingen moeten continu in de gaten worden gehouden. Daarom vraagt de CDA-fractie ook aan de staatssecretaris en de regering om op het punt van plattelandontwikkelingsprogramma’s en van modulatiemiddelen daarnaar te kijken, maar er tegelijkertijd voor te zorgen dat de regelingen niet al te ingewikkeld worden, want voor we het weten zitten we met het probleem dat we wel meer geld binnenhalen, wat op zich positief is, maar we daarmee heel ingewikkelde programma’s en vergroeningssystemen moeten maken. Je moet je dus telkens afvragen wat het handigst is. Wij blijven eigenlijk van opvatting dat het te verkiezen is om de vergroening van het GLB zo veel mogelijk via de eerste pijler te laten lopen. Boeren moeten al aan zeventien verordeningen voldoen. Het is prima als daar wat bijkomt, maar het moet niet te gek worden en we moeten met elkaar geen al te wilde andere systemen gaan bouwen.

In het rapport van de heer Dess staat dat als je de basispremie in alle lidstaten op minimaal 65% zet, je het over € 176 van het Europese gemiddelde hebt. Als je daarvoor zou kiezen, zou Nederland volgens hem 45 mln. moeten inleveren. Wij zijn benieuwd hoe de staatssecretaris daartegen aankijkt.

Ik verbaas me over het gemak waarmee een partij als D66, wetende dat een kwart van de boeren in Nederland onder de armoedegrens moet werken, hier voor het rücksichtslos afschaffen van inkomenstoeslagen pleit, maar dat terzijde. Dat zouden wij eens bij anderen moeten doen. Dan zou D66 op het Plein mee staan te joelen.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik vraag me af of de heer Koopmans mij goed heeft gehoord, want ik heb het over zorgvuldig afbouwen gehad. Ik vraag mij ook af of de heer Koopmans alle studies van het LEI kent, waarin staat aangegeven dat geleidelijk aan afbouwen prima kan mits het zorgvuldig gebeurt. Volgens het LEI kan het zelfs helemaal worden afgebouwd. Deelt de heer Koopmans met de heer Verhagen de mening dat we geen bedrijven met subsidies in stand moeten houden? Dat is wat er gebeurt. Ik wil dat het GLB-budget zorgvuldig wordt afgebouwd en dat er impulsen voor boeren in zitten om een rendabel bedrijf op te bouwen, een bedrijf dat duurzaam is. De heer Koopmans wil gewoon de status quo, maar daarmee wordt boeren uiteindelijk ook geen dienst bewezen.

De heer Koopmans (CDA): Met fluwelen handschoentjes iemand de nek omdraaien is net zo goed iemand de nek omdraaien. Dat is het probleem. In mijn ogen bent u daarin echt onzorgvuldig. Dan heb ik het nog niet eens over de situatie buiten Nederland, aan de oostkant, dus in Polen, Hongarije en noem maar op, waar nog veel meer boeren te maken hebben met armoede en met een bestaansminimum waarvan je je moet afvragen of dat echt is wat wij in Europa met elkaar willen. Daarom zeg ik nog eens dat ik vind dat D66 daarmee veel te gemakzuchtig omgaat.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik wil hier nog eens op reageren, want ik vind dat de heer Koopmans zijn ogen sluit voor allerlei onderzoeken waaruit blijkt dat het kan. Hij wil het gewoon niet weten. Dan is het ook heel gemakkelijk om te zeggen dat ik kortzichtig ben. Ik vind dat de heer Koopmans kortzichtig is, omdat hij zelf aangeeft dat er nu al heel veel bedrijven zijn waarmee boeren geen fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen. Ik wil dat we inzetten op een structurele verbetering van die uitgangspositie, maar de heer Koopmans wil mensen gevangen houden in een situatie waarin ze niet voor- of achteruit kunnen. Rekenen op meer geld uit Brussel is echt een droom. Ik wens de heer Koopmans een goede nacht.

De heer Koopmans (CDA): Boeren zullen dankzij het CDA een betere nacht hebben dan dankzij de voorstellen van D66. Het CDA kiest en blijft kiezen voor het geven van meer ruimte aan ontwikkelingen op het bedrijf zelf. Dat levert zeker een inkomensverbetering op. Daar is D66 vaak wat terughoudender in. Van de inkomenstoeslagen blijft het CDA vinden wat ik in mijn eerste zin zei.

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik hoor de heer Koopmans vaak zeggen dat het inderdaad in de eerste pijler moet blijven en dat het een systeem moet blijven dat erg lijkt op het huidige. Als ik het goed begrijp, zegt hij eigenlijk ook: ja, er moet sprake zijn van vergroening, maar het moet niet te ingewikkeld worden en er moeten niet te veel bureaucratische lasten komen. Als hij al die randvoorwaarden bij elkaar optelt, hoe wil hij die eerste pijler dan vormgeven? Ik snap dat hij dat niet allemaal « uitgemillimeterd» heeft, maar wellicht kan hij in hoofdlijnen inzicht geven in hoe hij dat voor zich ziet en hoe vérstrekkend dat is.

De heer Koopmans (CDA): De heer Grashoff gaf een perfecte samenvatting van hoe het CDA ertegen aankijkt. Die vergroening moet niet al te gek worden. Laat ik het zo zeggen: een verplichting om koeien bijvoorbeeld buiten in de wei te hebben, als onderdeel van het GLB? Nee. Laat ik dat als voorbeeld noemen. We willen dus wel vergroenen, maar het moet niet te gek worden.

De heer Grashoff (GroenLinks): Kunt u ook een voorbeeld geven van wat u in dat kader wel wilt?

De heer Koopmans (CDA): Het convenant gewasbeschermingsmiddelen, waarin je met elkaar toewerkt naar een vermindering van het gebruik daarvan, of andere programma’s die in het rapport van de heer Dess worden genoemd, kun je onderdeel maken van programma’s die te maken hebben met de toekenning van het GLB. Dat lijkt mij een heel verstandige weg. Rustig aan, steady in de goede richting. Dat werkt en is beter dan de methodes die anderen hier te berde brengen.

Ik had nog een aantal kleinere maar relevante puntjes. Het lijkt mij een goed idee als mevrouw Jacobi, die afgelopen week nog heeft gepleit voor meer voorlichting over bontkraagjes, en ik samen een motie indienen waarin wij steun verlenen aan het idee van de Europese Commissie om een bontkeurmerk te introduceren.

Ik ben benieuwd of de staatssecretaris net als wij blij is met de steun vanuit de Duitse Bondsraad voor de regulering van producentenverenigingen in de zuivelsector.

Over het actief biologisch beheer en de beheervisserij heeft mevrouw Jacobi het ook al gehad. Wij vinden het een schande wat er gebeurt. Het Wetterskip Fryslân schrijft in haar brief dat de visstand moet worden gereset. Dat is geen Fries, maar wat een onmogelijke beeldspraak! Als sportvissers aan de gang gaan, staat iedereen hier te roepen dat het een schande is dat het gebeurt, maar als het wetterskip gaat resetten is het ineens groen beleid. Wij vragen de staatssecretaris om Rijkswaterstaat om het motto gelijke monniken, gelijke kappen te laten hanteren en om daarmee ook over de Kaderrichtlijn Water te praten. Het moet geen groene soep worden waarbij door het Rijk actief brasems uit het water worden gehaald.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik ben blij dat ook het CDA vindt dat actief biologisch beheer moet worden gestimuleerd, maar volgens mij haalt de heer Koopmans twee zaken door elkaar. Het gaat vooral over het Volkerak-Zoommeer. Rijkswaterstaat stelt daar heel hoge eisen aan het ruimen van brasem. Dat is aan de orde bij het Wetterskip Fryslân.

De heer Koopmans (CDA): Ik vind het heel goed dat mevrouw Jacobi dat voorbeeld er ook nog eens bijpakt. Het is ook bij Reeuwijk aan de orde. Daar is het hoogheemraadschap ook van overheidswege bezig, volop mootjes van die vis te maken. Wij vragen ons af waarom de sportvisserij niks mag, terwijl het Rijk en andere overheden de vis uit het water halen, omdat dat zo schoon is en er zo veel vis in zit. Ik kan daar geen touw aan vastknopen. Wie het weet, mag het zeggen. Wij vinden: gelijke monniken, gelijke kappen.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik ben een beetje in verwarring over met welk CDA ik nu van doen heb. In de vaste commissie over ontwikkelingssamenwerking praat ik met mevrouw Ferrier. Zij spreekt dan heel mooie woorden over het afbreken van subsidies om ontwikkelingslanden ook een kans te geven. Nu hoor ik de heer Koopmans een warm pleidooi houden voor het in stand houden van alles. Zit er enige incoherentie in zijn fractie?

De heer Koopmans (CDA): Nee, laat mevrouw Dikkers zich daarover geen zorgen maken. De notitie van mevrouw Ferrier draagt ook absoluut het fractiestandpunt uit. Mevrouw Dikkers moet die wel goed lezen. In de voorstellen van de Europese Commissie staat dat een aantal zaken blijft bestaan op het gebied van de interventiemogelijkheden. Tegelijkertijd is de Europese Commissie terughoudend ten aanzien van meer marktwerking. Dat onderschrijft de CDA-fractie. Mevrouw Ferrier is het er ook volstrekt met mij en de andere negentien fractieleden over eens dat de middelen die we nu via inkomenstoeslagen ter beschikking stellen, dus de eerstepijlermiddelen, zo veel mogelijk gehandhaafd moeten worden. Dat zit totaal geen tegenstrijdigheid in. Dan heb ik het nog niet eens over de EPA-landen en die systematiek. Wij vinden dat een buitengewoon goede systematiek om in de landbouw in ontwikkelingslanden inkomens te garanderen. Dit echter terzijde.

Wij zijn benieuwd hoe andere landen de aftrekregeling met betrekking tot de 1,7%-vloeroppervlak toepassen als het gaat om vleeskuikens. Dat lijkt op verschillende plekken anders te gebeuren.

Ook de heer Dijkgraaf sprak over Natura 2000 in verband met de Noordzee. Mijn fractie is erg bezorgd over het feit dat 25% tot misschien wel 40% van de beste visplekken door die aanwijzing vervalt. Zij vindt dat de staatssecretaris, die ik sinds de afgelopen dagen en uren ken als iemand die natuur en economie heel goed met elkaar kan verbinden, moet nadenken over slimmere oplossingen dan we nu met elkaar aan het bedenken zijn. Wat voorligt, is veel te ingrijpend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat de CDA-fractie de uitkomst van de Partij voor de Dieren deelt als het gaat om biologisch beheer en het wegvangen van vissen. Wij zeggen tegen de sportvissers altijd: wat jullie doen, vinden wij ook niet leuk. Wat ons betreft is er dus op dat vlak geen sprake van hypocrisie.

Ik ken de heer Koopmans als iemand die de procedures wel waardeert. Vindt hij vanuit die optiek niet ook dat aangenomen moties, zoals die over bont, gewoon moeten worden uitgevoerd?

De heer Koopmans (CDA): Ja, ik vind dat moties moeten worden uitgevoerd, maar ik heb wel eens meegemaakt dat de regering dat niet deed omdat het niet kon of omdat zij het niet wilde. Er zijn ook wel momenten geweest waarop ik blij was dat er een motie niet werd uitgevoerd, maar in principe vind ik wel dat moties moeten worden uitgevoerd. Uitroepteken!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hartstikke goed. Dat wilde ik horen. Ik hoop dat de staatssecretaris het ook heeft gehoord: de motie voor een Europees verbod op nertsenfokkerijen staat. Wij zien graag dat de staatssecretaris ermee aan de slag gaat, wetende dat ook de CDA-fractie zegt dat moties moeten worden uitgevoerd.

De heer Koopmans (CDA): De CDA-fractie heeft wel tegen die motie gestemd. Mevrouw Ouwehand belt mij maar op als de andere 26 landen het daarmee eens zijn. Ik heb mijn telefoon altijd bij me, zoals zij weet, dus ik hoor het wel.

Voorzitter: Koopmans

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik heb mijn spreektijd niet helemaal opgebruikt, dus ik merk graag nog op dat ik mij aansluit bij de vraag van de heer Koopmans over de oppervlakte voor vleeskuikens. Mij lijkt het belangrijk dat de staatssecretaris daarover enkele mededelingen doet.

De voorzitter: We hervatten dit algemeen overleg ondanks het feit dat een aantal fracties te laat is.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Hiermee heb ik alle vragen van de Partij van de Arbeid, D66 en de Partij voor de Dieren genoeglijk beantwoord. Ik beperk mij nu tot de overige vragen.

Is de PAP gestort? Nee, dat is onzin. Was er maar een beetje PAP gestort. De commissieleden kunnen uit alle stukken en mededelingen opmaken dat het Europees Parlement, de Eurocommissaris en de verschillende lidstaten nog bij lange na niet bij een gemeenschappelijke koers zijn uitgekomen. Ik hoop dat het voorzitterschap erin slaagt om in maart een eerste proeve van Raadsconclusies aan te bieden, maar dat wordt nog a hell of a job.

Tegen iedereen die zegt dat we in deze Kamer niet genoeg kunnen praten over het GLB, zeg ik dat we dit al voor de vijfde keer doen. We hebben op 26 november jl., dus in deze kabinetsperiode, 8 pagina’s naar buiten gebracht met het standpunt van de regering over het GLB. Er zijn allerhande mogelijkheden om daarover te debatteren. Volgens mij wordt daarvan door diverse fracties volop gebruikgemaakt. Onder andere op 8 december jl. is dat uitgebreid gebeurd.

Het kabinet wil vergroening inderdaad in de eerste pijler, op een simpele manier, zodat er heldere indicatoren en criteria voor kunnen worden geformuleerd. Als men daaraan voldoet, betekent het iets voor de rechtstreekse betalingen in de eerste pijler. Volgens mij kan dat ook. De heer Grashoff heeft gevraagd of het niet ingewikkeld was, maar wij zijn er zelf mee aan het stoeien en gebleken is dat het niet ingewikkeld hoeft te zijn of worden.

Wij sluiten helemaal niet aan bij het Verenigd Koninkrijk; wij kijken wel uit. De opstelling van de regering is volstrekt duidelijk. Zij wil de verlaagde afdracht met 1 mld., die de heren Zalm en Balkenende indertijd hebben binnengehaald, continueren en, waar mogelijk, verhogen. Vervolgens zeggen we: dat is de strategie, dat is het doel. In de brief van 26 november jl. hebben wij gesteld dat door een eventuele bevriezing of verlaging van het totale Europese budget alle onderdelen gelijkelijk meebewegen; er zal niet met voorrang een greep uit de GLB-kas worden gedaan. Ik ken overigens geen enkel voorstel van de VVD dat in die richting gaat; dit is meer een antwoord op vragen van D66 en de SGP.

Ik ben al ingegaan op de kwestie van de publieke dienst. Die kan heel simpel in de eerste pijler.

Wij willen niet af van het markt- en prijsbeleid. De waarde van prijsstabiliteit is juist groot. Binnenkort gaan we samen met Frankrijk zelfs een seminar organiseren over prijsvorming in de voedselsector, omdat wij stabiliteit, maar ook oneigenlijke elementen in de prijsvorming in kaart willen brengen, evenals de gevolgen daarvan voor de interventie-instrumenten die gehanteerd zouden moeten worden.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Neemt u dan ook het hele mededingingsverhaal mee?

Staatssecretaris Bleker: Ja, dat heb ik de Kamer toegezegd, dus dat gaat gebeuren.

Hoe denk ik over de overheveling van gelden van de eerste naar de tweede pijler? Ik ben daar niet enthousiast over; we moeten dat zo min mogelijk doen, tenzij het zonder cofinanciering gebeurt, waarover de rapporteur van het Europees Parlement, Dess, het heeft. Een tweede pijler met cofinanciering betekent een verdere renationalisatie van het Europees landbouwbeleid. Dat kan strijdig zijn met het level playing field.

Nederland heeft een klein aandeel in het plattelandsfonds. Dat zal zo blijven; ik vind dat gerechtvaardigd. Als gedeputeerde heb ik heel wat projecten mogen mede realiseren op het vlak het Europese plattelandsbeleid. Toen kwam ik ook in Polen, Letland, Litouwen en Roemenië en dacht: tja, wat is eerlijk? De vraag stellen is de vraag beantwoorden. Ik ben dus voor nuchterheid over het plattelandsbeleid. In de woorden van iemand in mijn vorige werk: we hebben niet overal een strijkijzermuseum nodig. Er zijn uitwassen in het plattelandsbeleid geweest. Ik ben voor economische versterking van het platteland.

Het GLB is gericht op de ondernemer, dus ik ben voor zo veel mogelijk in de eerste pijler. Vergroening en verduurzaming moet goed en simpel gebeuren waar het gaat om de overige middelen. Het GLB moet gericht zijn op groene diensten, blauwe diensten en economische vitalisering van het platteland. Dat vind ik van belang, waar het nog kan. Wij moeten nuchter constateren dat Nederland niet hoog scoort in de probleemlijst. We moeten dus niet iets vragen wat niet reëel is.

Waar ben ik in beland? Dit vroeg ik mij af toen de discussie over het GLB in verband werd gebracht met het aanspoelen van lijken. Dat volgde ik even niet. Europa is de grootste importeur van landbouwproducten uit arme en zeer arme landen. De armste landen kunnen Europa vrij binnenkomen. De categorie daar net boven kan Europa nagenoeg vrij binnenkomen. In ons nieuwe ontwikkelingssamenwerkingbeleid trekken landbouw en ontwikkelingssamenwerking samen actief op. Zij richten zich vooral op voedselvoorziening in de landen waar het om gaat. Dat is al een hele kunst, want dat houdt niet alleen in dat je een goede landbouwpraktijk bij moet brengen, maar ook dat je toegang tot de lokale en regionale markt voor die mensen realiseert. Zij zijn niet aan het produceren voor Italië of voor Nederland; zij produceren voor de regio en de gemeenschap waarin zij actief zijn. Dat is het doel van die projecten. Als je ziet hoe het GLB en Europa openstaan voor arme en zeer arme landen en wat de Nederlandse inzet is in het verhaal van de heer Knapen over landbouw en ontwikkelingssamenwerking, dan …

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik zie dat ik de staatssecretaris geraakt heb. Dat was precies mijn intentie. Ik geef toe dat landen heel veel ruimte hebben om hiernaartoe te komen. Tegelijkertijd is een derde van de kippenboeren in Ghana de nek omgedraaid, omdat Ghana volgens een afspraak met Europa geen importheffingen meer kan opleggen en zodoende haar eigen kippenindustrie niet kan beschermen. Ik ben het er helemaal mee eens dat die mensen voor hun eigen lokale markt moeten produceren, maar als er tegelijkertijd gesubsidieerde kip op die markt kan komen, heeft de lokale economie er nog niets aan.

Staatssecretaris Bleker: Het gaat in dezen niet om een afspraak met Europa, maar met de Wereldbank. Ik wil niet dat alle ellende naar de EU toe geschoven wordt.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Het was een EPA-afspraak.

Staatssecretaris Bleker: Dit zei ik om het allemaal even in perspectief te plaatsen.

Het voorstel van de EU-rapporteur dat elke lidstaat tenminste 65% van het gemiddelde aantal hectares aan premie moet krijgen, betekent dat de drie Baltische lidstaten licht omhooggaan. Dat heeft uiteindelijk beperkte financiële consequenties voor de rest van de lidstaten, maar zo ver zijn we nog lang niet in de Landbouwraad.

Gevraagd is welke kongsi’s er allemaal zijn en of Duitsland en het Verenigd Koninkrijk er een vormen. Daar hebben wij totaal geen zicht op. Twee maanden geleden vormden Duitsland en Frankrijk een coalitie. Ik kan alleen maar zeggen dat wij de afgelopen twee maanden in toenemende mate toenadering hebben ondervonden van collega-landen. Daarvan kan ik een mooi rijtje noemen: Polen, Zweden, Duitsland en last but not least Frankrijk. Daarmee worden nauwe contacten onderhouden; minder met het Verenigd Koninkrijk. Dat land heeft ons ook benaderd, maar zijn agenda is dat we zo snel mogelijk af moeten van de eerste pijler en van het GLB. In dat kamp bevinden wij ons niet. Nederland zit niet op de verkeerde plek, want het is weliswaar een klein land, maar het is groot qua omvang van de agrarische sector en kan meebewegen en invloed uitoefenen binnen een groep van vier belangrijke landen: Polen, de aanvoerder van de nieuwe lidstaten, Zweden, dat voor modernisering is, Frankrijk, de voorvechter van het behoud van het totale budget en Duitsland, dat voor gematigde modernisering is. Wij doen ons best en voelen ons redelijk thuis in die groep.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij zijn inzet voor dit GLB in de bredere context van het kabinetsbeleid plaatst. Dit kabinet zet in op een fors lagere afdracht aan Europa. Dat betekent dat Nederland graag wil dat ook de EU-begroting fors lager wordt. Aangezien het GLB-budget zo’n groot deel van de Europese begroting in beslag neemt, vraag ik hoe deze twee doelstellingen volgens hem te verenigen zijn.

De voorzitter: Deze vraag heeft de staatssecretaris al beantwoord, maar toen was u er niet. Wij zijn precies op tijd begonnen. De staatssecretaris mag deze vraag nog wel eens beantwoorden, maar we gaan niet alle vragen die hij eerder in algemene zin beantwoord heeft, opnieuw stellen.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik waardeer uw enorme flexibiliteit echt ontzettend, voorzitter.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb aangegeven dat in de brief van 26 november jl. staat dat het doel is, 1 mld. of meer aan afdrachtvermindering te realiseren. Dat is dat ene miljard dat de heren Zalm en Balkenende eerder hebben binnengehaald. Dat moet op zijn minst gecontinueerd worden, maar waar het kan, mag het meer worden. Dat is het einddoel. Vervolgens is gezegd dat, voor zover dat leidt tot een beperking van de groei van de totale omvang van de Europese begroting, alle begrotingsonderdelen daar op een zelfde wijze in meebewegen. Het is dus niet zo dat het doel bereikt moet worden door fors te snijden in het budget voor het GLB, nee, dat zal meebewegen in het totaal.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Stel dat Nederland ontzettend succesvol is en niet slechts dat ene miljard binnenhaalt, maar meer en dat dit ook voor andere landen geldt. Dan zal de totale omvang van de Europese begroting, al is dat niet het doel, omlaaggaan. Dientengevolge zal het GLB mee-ademen, zoals de staatssecretaris dat eerder heeft genoemd. Dat wil dan toch zeggen dat het absolute budget mee naar beneden gaat? Waar zouden volgens de staatssecretaris de kortingen dan vandaan moeten komen?

Staatssecretaris Bleker: De Europese begroting bestaat voor 40% uit het GLB-budget en voor 60% uit het andere. Wij hebben niet gezegd dat het alleen maar uit die 60% mag komen; het komt dan uit een heleboel categorieën. Het ademt gewoon netjes mee. Dit is wel allemaal «als, als, als». Ik mag in mijn functie geen weddenschappen afsluiten, maar als ik hoor wat D66 wenst en verwacht, zou ik dat heel graag met die partij doen.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): De staatssecretaris heeft eerder duidelijk gezegd dat wat hem betreft het budget voor het GLB met de begroting mee-ademt. Dat heeft hij toen letterlijk gezegd. Als de begroting dus lager wordt, wordt het absolute budget voor het GLB lager. De staatssecretaris voegde daar nog grappend aan toe dat als het budget voor de EU groter wordt, het budget voor het GLB wat hem betreft ook groter wordt.

Volgens mij heeft hij duidelijk de relatie gelegd tussen de totale begroting en het aandeel van het GLB daarin. De staatssecretaris zet in op een korting van de totale begroting. Betekent dat dan ook een korting van het budget voor het GLB? Waar mag die korting van de staatssecretaris neerslaan?

Staatssecretaris Bleker: Daar ga ik helemaal niet op in, want dan zou ik preluderen op de gang van zaken. Ik meen dat de totale begroting van de EU 120 mld. bedraagt.

De voorzitter: 126 mld.

Staatssecretaris Bleker: Als er van die 126 mld. 1 mld. af moet, dan … We hebben het in Nederland moeilijker.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): U gelooft zelf toch niet dat Nederland als enige een korting wil bedingen?

Staatssecretaris Bleker: Laten we het gewoon afwachten! Wij zijn ambitieus en belangrijk, maar er zijn ook grote landen die ambitieus en belangrijk zijn. Ik voel mij als vertegenwoordiger van Nederland in die Europese Raad met 27 landen toch ook nog wel weer redelijk bescheiden. Mevrouw Ouwehand zegt wel even stellig dat ik het één even met de Europese Commissie moet regelen en het ander daartegen wel even moet zeggen, maar ik hoef dat maar een keer zo te doen en ik ben nooit meer wat. Ze zien me al aankomen! Ik kan niet met het verhaal komen: voilà, het gaat zus en zo, wij vinden dat het een miljard minder moet en we hebben even precies voor u uitgerekend waar dat vandaan moet komen. Ik kan u garanderen, beste vrienden, dat wij de boel in de uitverkoop gooien. Ik pas daarvoor.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Dat is exact wat premier Rutte nu in Brussel gaat doen! Ik ben heel blij dat u hem het advies geeft om daar veel prudenter mee om te gaan en om de belangen van Nederland breder te zien dan alleen dat ene miljard. Dank u wel voor deze steun!

Staatssecretaris Bleker: Er wordt zeer prudent mee omgegaan, zie onze brief van 26 november jl. en zie onze brief over de cohesiefondsen. Daaruit blijkt hoe prudent daarmee wordt omgegaan.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik weet niet of ik een prudente vraag heb. Ik heb de staatssecretaris gevraagd of hij een beeld kan schetsen van de mate waarin financieringsstromen, zoals structuurfondsen, middelen voor plattelandsbeleid en dergelijke, nu ook in deze pijlerdiscussie een plek krijgen.

Staatssecretaris Bleker: Die vraag heb ik beantwoord, maar u was er toen ook niet.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik kan niet nagaan of dat zo is.

Staatssecretaris Bleker: Dat klopt. Dit komt allemaal bij mijn tijd. Ik heb gezegd dat als ik al mogelijkheden in de tweede pijler zag voor plattelandsontwikkeling, ik heel erg zou gaan inzetten op de economische vitalisering van het platteland, voor een deel ook «agrogerelateerd». Dat zie ik als de enige mogelijkheid. Ik moet reëel zijn: in vergelijking met heel veel andere lidstaten heeft Nederland een heel rijk platteland.

Waarom is het kabinet geen voorstander van het instellen van een bovengrens aan de directe betalingen? Dit vroeg de heer Van Gerven, die inmiddels ook het pand verlaten heeft. Ten eerste past een bovengrens niet in de vervanging van de generieke betalingen door doelgerichte betalingen. Op voorhand heeft het kabinet geen voorkeur voor grotere of kleinere bedrijven. Het is voor het kabinet en voor Eurocommissaris Ciolos wel heel erg van belang dat het om actief voedselproducerende ondernemers gaat. Die laatste is aan het uitzoeken hoe dat zou kunnen.

Doen biologische boeren ook mee aan de pilots? Ja, er zijn vier boerencollectieven. De pilots staan open voor alle boeren, dus ook biologische boeren. Ik heb begrepen dat aan drie van de vier pilots daadwerkelijk biologische boeren deelnemen. Het is dus een hartstikke goed verhaal.

Het CDA heeft gevraagd of ik net als de Duitse bondsraad tegen de door Brussel voorgestelde Europabrede regulering van producentenverenigingen in de melkveehouderij ben. Ik deel de opvatting dat de structuur van de zuivelsector dusdanig verschillend is in de EU dat het niet verstandig is dat de EU uniforme regels opstelt voor samenwerking tussen de melkveehouders en de zuivelindustrie waaraan alle lidstaten gehouden zouden moeten zijn. Wij hebben in Nederland natuurlijk ook een bijzondere geschiedenis en constructie met corporaties enzovoort, dus mijn inzet is om vooral ruimte te houden voor die ook in ons land specifieke corporatievormen. Vandaar dat ik vind dat dergelijke corporaties moeten worden uitgezonderd van de nieuwe verplichtingen en ik niet van plan ben, de contracten verplicht te stellen, anders dan het initiatief vanuit Frankrijk, meen ik. Ik heb daarover een heel andere opvatting. Frankrijk gaat die contracten verplicht stellen, maar wij willen ruimte houden voor de manier waarop we het hier doen.

Over de kwestie van de quotering merk ik op dat er destijds weloverwogen in het zuivelakkoord voor 2015 is gesteld dat de vrijemelkmarkt, om het zo te zeggen, gebonden moest zijn aan alle eisen van duurzaamheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn enzovoort die we in Europees verband ook maar formuleren. Ik moet heel eerlijk zeggen dat dit zo’n geschiedenis heeft en dat het zo weloverwogen is gebeurd, dat ik het moeilijk vind om weer even een steen in de vijver te gooien. Ik zie de nieuwe feiten en argumenten daarvoor niet bestaan.

De heer Grashoff (GroenLinks): Die quotering was natuurlijk een van de onderdelen van een vorm van marktregulering. De quotering als middel tot marktregulering op zich staat niet centraal, lijkt mij, maar wel het vraagstuk van het steeds weer moeten vaststellen dat de prijs die producenten voor hun producten krijgen, te wiebelig is en vaak gewoon veel te laag. In elk model om met minder subsidiegeld een betere landbouwsector te krijgen, afgezien van allerlei discussies over hoe het budget eruit komt te zien, is dit een van de voorwaarden waaraan je moet voldoen, dus dat dat beter gegarandeerd is. Ik zie weinig andere mogelijkheden dan vormen van marktregulering. Wil de staatssecretaris daarop ingaan?

Staatssecretaris Bleker: Quotering heeft tot nu toe geleid tot hogere bedrijfskosten in de zin dat er miljoenen moesten worden betaald voor productierechten. Zie er dan nog maar eens een boterham aan te verdienen. Dat is een. Ten tweede heb ik over de voedselprijzen gezegd dat we in Europees verband en met name samen met Frankrijk nader onderzoek willen doen naar de wisselingen in de voedselprijzen en in hoeverre die te maken hebben met interventies, voorraadvorming, speculatie en dergelijke. Mij lijkt dat dat het aanknopingspunt moet zijn, wil je voor welke grondstof of voor welk voedselproduct dan ook reden zien om te gaan interveniëren. Voor de melksector an sich is het voor alle ondernemers behalve voor diegenen onder hen die hun quotum nog even willen verkopen, een directe verlaging van de productiekosten. Hoeveel cent is de quotumprijs per geproduceerde liter melk?

De heer Grashoff (GroenLinks): Een euro per kilo.

Staatssecretaris Bleker: We hebben er dan geen reden toe, terug te verlangen naar die situatie en die per 2015 te willen continueren.

De heer Grashoff (GroenLinks): Het ging er mij niet om, via een omweg quota te verdedigen. Het gaat er mij om dat het neveneffect van quotering inderdaad onbedoeld kostenopdrijvend is. De staatssecretaris zegt onderzoek te willen doen naar de regulering van de prijsvorming bij de producent, maar uit reeds beschikbare informatie komt naar voren dat de landbouwmarkt naar haar aard dermate imperfect is dat dit blijft optreden, tenzij je als overheid bereid blijft, daarin effectief te interveniëren zonder specifiek naar bepaalde middelen toe te werken. Wil de staatssecretaris daarop nog ingaan?

Staatssecretaris Bleker: Ik moet gewoon zeggen dat de schommelingen en onzekerheid over voldoende voedsel een groot aantal landen hebben doen besluiten, nog eens te bestuderen wat die betekenen voor interventiemogelijkheden die landen zouden moeten hebben. Wij trekken samen met Frankrijk, een van de voorlopers hierin, in G20-verband op om dit in beeld te brengen. Ik heb het antwoord op deze kwestie niet, maar het stellen van de vraag is wel meer opportuun dan drie jaar geleden. Dat is eigenlijk wat ik kan zeggen.

Ik verwacht van de Commissie voorstellen om tot verruiming van het aanbod van suiker te komen. Mevrouw Snijder heeft daar terecht aan gerefereerd. Ik hoor akkerbouwers zeggen dat zij dit jaar ver boven het quotum gaan telen, omdat zij verwachten, een lekker prijsje te krijgen voor wat zij vroeger C-bieten of weet ik veel wat noemden. Er is een tekort en de prijs van suiker stijgt fors, dus we gaan de Europese Commissie daarover vragen stellen.

Ik ben blij met de waardering voor de aanpak van paling uit met dioxine vervuilde gebieden. We zullen later in een brief de precieze begrenzing en de uitwerking van hoe dat allemaal uitpakt, schetsen. We moeten ten eerste het wetgevingstraject netjes afwikkelen.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik heb inderdaad mijn waardering uitgesproken, maar toch heb ik hier nog kort vraagje over. Vorige keer heb ik de staatssecretaris verzocht om naast dit soort casuïstiek de Gezondheidswet te leggen en na te gaan in hoeverre die kan worden gebruikt voor het versneld verbieden van consumptie en vangst van met dioxine vervuilde paling. Heeft de staatssecretaris intussen al …

Staatssecretaris Bleker: Ja, dat hebben we gedaan. We hebben in de brief van 28 januari 2011 ook vermeld dat die wet geen mogelijkheden biedt. Echt waar.

Mevrouw Jacobi (PvdA): En ik heb naar aanleiding van die brief gezegd dat de Wet publieke gezondheid nog eens moest worden geraadpleegd.

Staatssecretaris Bleker: Die brief hebben wij geschreven naar aanleiding van uw vraag in het debat, want die kon ik toen niet meteen beantwoorden. Ik heb in het debat gezegd dat er uiterlijk op de vrijdag daarna een brief over naar de Kamer zou komen. Dat is de brief van 28 januari 2011. Daarin wordt ook de kwestie van de Gezondheidswet genoemd. Ook wordt Kamerlid mevrouw Jacobi er met naam en toenaam in genoemd.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik doel nogmaals op het verzoek dat ik destijds aan de staatssecretaris heb gedaan om een analyse te maken van de mate waarin de Wet publieke gezondheid en, zo nodig, andere vormen van gezondheidswetgeving, van toepassing kunnen zijn op zaken als de dioxinezaak in de visserij. We gebruiken het aspect gezondheid altijd. Onlangs hebben we dat nog gedaan in verband met dioxine in varkensvoer. Ik vind dat het antwoord geen antwoord is op de vraag die ik heb gesteld. Eigenlijk vind ik dat we hier grondig mee aan de slag moeten. Dat is mijn punt.

Staatssecretaris Bleker: Ik citeer uit de brief van 28 januari jl.: «Ook de Wet publieke gezondheid, waaraan wordt gerefereerd in de motie-Jacobi, biedt die grondslag niet. Dat is de grondslag om een verbod uit te vaardigen. Die wet ziet primair op bestrijding van infectieziekten en kent geen mogelijkheden tot het stellen van regels aan dieren en is daarmee evenmin een basis om een vangstverbod voor paling in te stellen». Dat is gewoon een juridische analyse. Ik wilde het weten want ik hoopte dat mevrouw Jacobi het bij het juiste eind had en wij deze wet konden gebruiken voor het vangstverbod. Onze juristen hebben hier een à twee keer naar gekeken, maar helaas blijkt mevrouw Jacobi op dit uitzonderlijke punt niet gelijk te hebben.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden. Ik heb zelf lang met de Wet collectieve preventie volksgezondheid en daarna met de Wet publieke gezondheid gewerkt. Die laatste wet biedt de mogelijkheid om dit soort zaken op grond van het gezondheidsadvies stop te zetten als die zich in een gebied voordoen. Ik wil graag met uw jurist praten, want ik ben het hier niet mee eens. Er zijn namelijk heel veel andere zaken waarop het gezondheidsadvies als absoluut bindend advies is toegepast. Met het welbevinden van de staatssecretaris open ik deze zaak graag opnieuw.

Staatssecretaris Bleker: Als mevrouw Jacobi om tafel wil met onze jurist en onze juristen daardoor het door mevrouw Jacobi gewenste licht zien, dan hoop ik dat die ontmoeting snel kan plaatsvinden.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik ga die uitdaging graag aan.

Staatssecretaris Bleker: Goed.

De heer Houwers heeft een vraag over de visstandbeheercommissies gesteld. Ik heb eerder gezegd dat mijn visie op de VBC’s is dat de sport- en beroepsvisserij echt met een gezamenlijke aanpak moeten komen. Dat is het uitgangspunt. Ik vind dat we dat van de sector en van de betrokkenen kunnen vragen. Zoals eerder gezegd, wil ik de Kamer in april dit jaar informeren over hoe ik verder wil gaan met het beleid ten aanzien van VBC’s en de visplannen. Ik wacht af of ze erin slagen. Zo niet, dan gaan we ze overrulen en het zelf bepalen, maar ik heb liever dat de dames en heren van beide sectoren elkaar vinden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik heb een motie over de splitsing van de visrechten boven de markt zweven. Die heb ik op advies van de staatssecretaris aangehouden. Ik meen mij te herinneren dat de uitspraak van de staatssecretaris indertijd iets actiever was. Nu zegt hij: ik wacht af, maar ik meen mij te herinneren dat de staatssecretaris indertijd zei: ik doe er alles aan om te maken dat die VBC’s tot stand komen.

Staatssecretaris Bleker: Dat klopt.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat klinkt toch anders dan «ik wacht af».

Staatssecretaris Bleker: Van ambtelijke zijde worden er initiatieven genomen in die richting. Partijen wordt duidelijk gemaakt dat ze er samen moeten uitkomen. Als dat niet lukt, dan zijn we uitgepraat.

De heer Dijkgraaf (SGP): En dan wordt de motie als ondersteuning van beleid betiteld, neem ik aan.

Staatssecretaris Bleker: Ja.

De heer Houwers (VVD): Mag ik aannemen dat er op dit moment al met die mensen wordt gesproken? Dat lijkt mij goed.

In hoeverre krijgen we meer inzicht in de visstanden? Het schijnt onderdeel van de discussie te zijn dat men zich afvraagt of we daar genoeg van weten.

Staatssecretaris Bleker: Ik kom hier later op terug, evenals op de vraag welke contacten er nu zijn.

Het traject van de heer Heijkoop inzake de Vibeg is bijna afgerond. Men staat aan de vooravond van een principeakkoord en is via intensief overleg met alle betrokken partijen tot de huidige stand van zaken gekomen. Volgens mijn informatie is het een evenwichtig akkoord dat wordt gedragen door de visserijsector en de ngo’s. Het ligt nu voor finale instemming bij partijen voor. Ik hoop echt dat de heer Heijkoop het proces op korte termijn kan afronden. Gisterochtend heb ik hierover nog met hem gesproken. Hij verwacht dat hij in de loop van volgende week de afronding kan presenteren.

Is dat Vibeg-akkoord te ingrijpend, heeft de heer Koopmans gevraagd. Het akkoord bevat een minimum aan maatregelen om de Europese verplichtingen na te komen. Daarover zijn de partijen in de sector zelf kennelijk tot een principeovereenstemming gekomen. Voor de garnalenvisserij blijft 75% beschikbaar. Wij wachten de definitieve rapportage van de heer Heijkoop af. Volgens het rapport van het LEI kunnen de economische consequenties van het Vibeg-akkoord gering blijven. De heer Dijkgraaf vroeg hiernaar. Vissers vinden inderdaad nieuwe bestekken buiten de Natura 2000-gebieden. De consequentie hiervan kan natuurlijk wel zijn dat daar intensiever gevist wordt. Het is dus waar dat de nu overeengekomen 25%-sluiting tot een iets grotere visserijdruk op de overige gebieden leidt. Verduurzaming en modernisering zullen echter leiden tot een verminderd effect op de zeebodem. Dat is belangrijk, want het gaat niet alleen om de visstanden, maar ook om de waterecologie en de bodemecologie.

De zorgen van het CDA over het actief biologisch beheer en de resetting door het Wetterskip Fryslân en andere waterschappen heb ik overgebracht aan de heer Atsma, die daarover gaat. Hij zal over actief biologisch beheer en andere visgerelateerde zaken met de waterschappen overleggen. Het eerste overleg vindt plaats op 22 februari a.s. De motie-Jacobi/Koppejan heeft daarop ook betrekking. Volgens mij heeft de minister van VWS daarover een brief aan de Kamer gestuurd.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Koopmans (CDA): Mijn fractie vindt met name die uitleg van de motie- Koppejan/Jacobi iets te mager. Ik zeg het nog eens: gelijke monniken, gelijke kappen. In regelgeving moet worden opgenomen dat een sportvisser, een beroepsvisser of een waterschap dat iets wil, aan dezelfde regels moet voldoen. Dat wil mijn fractie, dus dat moet worden georganiseerd. Het kan niet zo zijn dat er een vrijbrief is voor de een en er regels zijn voor de ander.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Laat ik meteen uitleggen dat met de motie-Koppejan/Jacobi niet werd beoogd wat er nu is gebeurd, namelijk dat er een ministerie naar is gaan kijken. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Er bestaat ook allang een verschil van mening tussen de sportvisserijsector en de watersector. Verder speelt mee dat het niet alleen de keuze van de waterschappen is, maar er ook opdrachten zijn gegeven door Rijkswaterstaat om driehonderd ton brasem weg te vangen uit het Volkerak-Zoommeer. Vorige keer heb ik gevraagd of de staatssecretaris samen met de heer Atsma wilde zorgen voor uitvoering van de motie en eerder heb ik dit gevraagd aan minister Verburg en de minister van VROM in de hoop dat er een eenduidige procedure kwam, waardoor dit soort gedoe werd voorkomen. Binnenkort komt er een brief van de heer Atsma en hebben we over twee maanden misschien weer gedoe.

Staatssecretaris Bleker: En de verwachting is dat als het een brief van de heer Atsma is, we over twee maanden gedoe krijgen, terwijl als het een brief van de heer Atsma en de heer Bleker is, we geen gedoe krijgen? Die garantie zou ik niet willen afgeven.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Nee, er is destijds om verzocht.

Staatssecretaris Bleker: Laten we dit afspreken. Op 22 februari a.s. vindt er overleg plaats.

Voorzitter: Koopmans

De voorzitter: Wij willen in elk geval geen papier van de ene naar de andere tafel schuiven.

Staatssecretaris Bleker: Dat snap ik. Op 22 februari a.s. vindt het overleg met de waterschappen plaats. Laten we afspreken dat ik de heer Atsma ga verzoeken om de Kamer, mede in overleg met ons ministerie, in de loop van april te informeren over de voortgang op dit punt.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Is de sportvisserij bij dit overleg? Dan hebben we meteen alle hens aan dek.

De voorzitter: Dat lijkt mij een volstrekt logische vraag.

Staatssecretaris Bleker: Goed. Ik zal de heer Atsma verzoeken om daar vervolg aan te geven. In de loop van april krijgt de Kamer hierover meer informatie.

Naar de visserijakkoorden tussen de EU en derde landen vroeg de heer Van Gerven. Mijn inzet op dat punt staat in de visie op de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid. Ik heb de Kamer aanvullend geïnformeerd over de Nederlandse inzet. Visserijakkoorden moeten recht doen aan de belangen en behoeften van ontwikkelingslanden, gebaseerd zijn op duurzame visserij en in overeenstemming met de wetenschappelijke adviezen. Daarnaast geldt dat Nederlandse ondernemingen die in het buitenland zaken doen, geacht worden om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Dat geldt natuurlijk ook voor de visserijsector. De normen van de EU moeten dus ook gelden in het externe beleid. Dat zal dan ook gebeuren.

Mevrouw Snijder vroeg naar Bulgarije en de MKZ. De situatie in dat land lijkt op dit moment redelijk onder controle te zijn in de commerciële dierhouderij. Het virus wordt echter ook gevonden bij wilde zwijnen. Ik kijk even naar de PvdD. Tijdens de Grüne Woche heb ik contact met mijn collega’s uit Letland, Polen enzovoort gehad. Die kunnen mevrouw Ouwehand precies vertellen hoe ver de Russische wilde zwijnen, die vervelende ziektes overbrengen, de grens van de EU genaderd zijn. Ik heb hun niet gezegd dat we in Nederland op zoek zijn naar alternatieve vormen van bestrijding van het wilde zwijn, want wat zij zeiden over hoe zij dat varkentje willen wassen, liet weinig aan duidelijkheid te wensen over, gelet op de grote gevaren voor mens en dier als die zich vrijelijk over de grens zouden bewegen. Misschien is dit een punt dat de PvdD wil heroverwegen. Hoe dan ook, het loopt op deze manier. We moeten dus erg alert blijven op de insleep van dierziekten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dit wel vermakelijk hoor, maar dit is al de tweede keer dat de staatssecretaris een beetje flauw doet over de PvdD. Dit is gewoon een aangenomen motie. Ik herhaal: ga die lekker uitvoeren.

Staatssecretaris Bleker: Over welke motie hebben we het nu?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over de motie aangaande de zwijnenjacht.

Staatssecretaris Bleker: Die gaan we uitvoeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met groot enthousiasme toch ook?

Staatssecretaris Bleker: Ik zeg alleen maar dat ik mijn collega’s uit Roemenië en Polen binnen de Europese Commissie niet ga oproepen, de motie ook uit te voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee hoor, u voert de motie gewoon lekker hier in Nederland uit. Dan blijkt dat we de zwijnenpopulatie op die manier veel beter onder controle kunnen houden en kunt u met die prachtige uitkomst de boer op. Dat zie ik helemaal voor me.

Staatssecretaris Bleker: Prachtig. Dat gaan we samen doen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De staatssecretaris zei net: we hebben het allemaal redelijk onder controle, het lijkt allemaal redelijk te gaan, maar hij heeft gisteren zelf het persbericht uit doen gaan dat men geen vlees of souvenirs uit Bulgarije moet meenemen, omdat dat riskant is en wij alles willen voorkomen. Hoe is dit geventileerd? Welke maatregelen neemt Bulgarije zelf? Als we het hier niet binnen willen halen, moet er toch ook op de vliegvelden etc. in Bulgarije iets worden gedaan? Wat moet ik mij bij deze zinnetjes voorstellen? Ik heb nog niets gezien in de media, maar wellicht heb ik het over het hoofd gezien.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb in de media wel iets over dit punt gehoord. Volgens mij is deze informatie door de VWA en ons ministerie naar buiten gebracht. Ik heb aangegeven dat de situatie in Bulgarije volgens de autoriteiten van dat land op dit moment redelijk onder controle lijkt in de commerciële dierhouderij, maar nog niet waar het gaat om de wilde zwijnen. Er geldt een exportverbod van dieren en dierlijke producten uit dat risicogebied. Dat is de huidige situatie. Wij hebben mensen ertoe opgeroepen, alert te blijven op het risico van inslepen. Als men daar op vakantie of om andere redenen is, moet men geen dierlijke producten mee terug nemen. Er is dus een soort alertheidsoproep gedaan. Het is niet zonder risico om daarvandaan spullen mee terug te nemen. Die boodschap wordt nu feitelijk uitgedragen. Er is geen reisverbod uitgevaardigd.

Het VN-Bossenforum geeft in zijn verklaring van 3 februari jl. aan dat verbetering van bosbeheer en vermindering van ontbossing vereisen dat er een brede bossectoroverstijgende aanpak nodig is. Dat onderschrijft de Nederlandse regering zeer. Er is uitgesproken dat er in 2013 een helder besluit over de financiering wordt genomen. De Vietnamese ambassadeur bij de VN heeft tijdens het VN-Bossenforum het gezamenlijke initiatief van Nederland en Vietnam aangekondigd om na de zomer een internationale bijeenkomst te organiseren over het bevorderen van handel in legaal duurzaam hout in de context van een groene economie. Dat steunen wij dus. We trekken samen op met Vietnam.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Waarom zegt de staatssecretaris dan in zijn andere brief dat hij geen noodzaak ziet tot aanvullende maatregelen, omdat de huidige afspraken allemaal voldoen? Wat gaat hij dan toch nog doen in het Country-Led Initiative? Hij ziet geen toegevoegde waarde ten opzichte van bestaande overeenkomsten. Elke actie op dit punt juich ik overigens van harte toe hoor!

Staatssecretaris Bleker: Daarvan was ik wel overtuigd.

De meeste pan-Europese landen hebben zich verbonden aan het wettelijk bindende biodiversiteitsverdrag en aan het niet-wettelijke instrument van het VN-Bossenforum. Dat is de situatie nu. Die gaan we samen met de Vietnamezen uitwerken om ook de financiering daarvan voor landen waar dat moeilijk is, te arrangeren. Dat is de situatie. Of ik het in een brief anders heb gesteld dan ik nu zeg, weet ik niet, maar dit heb ik als laatste uitgesproken, dus dit geldt. Volgens mij zitten mevrouw Dikkers en ik op een lijn.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Komt er dan ook geld bij?

Staatssecretaris Bleker: Dat is precies wat ik heb gezegd: in het Bossenforum van de VN is verder de wens uitgesproken om in 2013 tot een helder besluit over de financiering te komen. De Vietnamese ambassadeur bij de VN heeft tijdens het VN-forum het initiatief van Nederland en Vietnam aangekondigd om daarover een internationale bijeenkomst te arrangeren. Wij zijn dus gewoon als klein land met relatief weinig bos aan de bal en mede-initiatiefnemer.

Mevrouw Dikkers (PvdA): De mogelijkheid bestaat dus om daaraan op termijn financieel bij te dragen?

Staatssecretaris Bleker: Ja. De VN wil in 2013 schetsen hoe we dat kunnen doen, hoe we dat kunnen financieren.

Over de bontetikettering. De discussie over de Europese textielhervorming en textiel …

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik heb over het vorige punt nog een korte verduidelijkende vraag. Ook ik sta daarachter en juich alle additionele inspanningen toe. De staatssecretaris schrijft in zijn brief over de uitvoering van mijn motie over de douaneprocedures dat die worden afgerond. Wil de staatssecretaris de Kamer informeren over wat dat allemaal gaat inhouden? Gaan we er daadwerkelijk voor zorgen dat illegaal hout Nederland en de EU niet langer binnenkomt? In het kader van de ministeriële bosbeschermingsconferentie ben ik toch wat verbaasd over het feit dat de staatssecretaris zegt dat er geen toegevoegde waarde is, omdat iedereen al gebonden is aan de conventies.

Waarom organiseren de Noren hierover dan een ministeriële conferentie? Ik neem aan dat het Noren zijn die het doen, omdat die conferentie in Oslo wordt gehouden. Is dat omdat zij van mening zijn dat er nog licht zit tussen de doelstellingen die zij hebben en wat er al vastligt in de bindende conventies? Is dat omdat bijna alle Europese landen, ook grote landen, daaraan nog niet gebonden zijn? Waar zit licht tussen? Als de staatssecretaris daarop zijn licht wil laten schijnen, heb ik dat graag.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb veel contact met mijn Noorse collega gehad. Die is inderdaad de leider op dit punt. Hij doet het geloof ik nog een jaar. Daarna wordt de leiding overgedragen aan een collega uit een ander werelddeel. Regelgeving is een, maar een tweede is hoe je tot de daden komt die daarmee overeenkomen. Daarom is er in het Bossenforum gezegd: we gaan na of we in 2013 tot een helder besluit over de financiering kunnen komen. Het is namelijk, mits je een beetje goed Engels spreekt, een koud kunstje om in zo’n internationaal forum resoluties aan te nemen, moties in te dienen en wensen uit te spreken – als je dat doet, heb je binnen de kortste keren 40 ministers uit de hele wereld bij elkaar die voor zeggen te zijn – maar zodra de portemonnee moet worden getrokken of het bedrijfsleven extra moet worden belast, gaat het even knellen. Volgens mij is het punt nu dat er wordt nagegaan of het mogelijk is, in internationaal verband tot een helder besluit te komen over de financiering. Dat is, vermoed ik, de drive van de Noorse collega om hieraan te trekken.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik zag de staatssecretaris ja knikken toen ik vroeg of hij de Kamer wilde informeren over dat illegale hout.

Staatssecretaris Bleker: Dat is waar.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Dat noteer ik dan graag als toezegging.

De staatssecretaris heeft absoluut gelijk dat financiering in dit soort discussies doorgaans het heikele punt is. Daar gaat de Noor zich voor inzetten. Waarom heeft die bijeenkomst dan toch geen toegevoegde waarde?

Staatssecretaris Bleker: Die toegevoegde waarde komt als Nederland en Vietnam, zoals aangegeven, erin slagen, op de internationale bijeenkomst met een voorstel te komen dat ertoe leidt dat er ten aanzien van handel enzovoort zaken nader worden aangescherpt. Dat geldt ook voor de groene economie. Als dan ook de financiering aan de orde komt, hebben we toegevoegde waarde. Dat staat volgens mij letterlijk in de brief.

Het Europees Parlement heeft een amendement ingediend waarmee wordt gevraagd om een verplichte aanduiding als textiel deels uit dierlijke producten bestaat. Nederland steunt dit amendement in lijn met de motie-Gerkens. Wij gaan ons daarvoor dus inzetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er waren nog andere vragen. De bontfokkers willen graag een keurmerk dat er met de spullen die zij hebben, niets aan de hand zou zijn. Wellicht klopt het bericht op het NOS-journaal niet, maar wij hebben begrepen dat de Europese Commissie zich over dat voorstel buigt. Omdat ik uit zijn eerdere opmerkingen opmaakte dat hij in Europa niet zo stoer durft te doen, vraag ik de staatssecretaris om duidelijk te maken dat het Nederlandse standpunt is dat we dat niet gaan doen, sterker nog, dat Nederland een verbod op de nertsenfokkerij in heel Europa wil. Die twee dingen zou ik graag willen horen. De staatssecretaris mag zelf de vorm kiezen.

Staatssecretaris Bleker: Ja. Ik mag mijn eigen vorm kiezen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U gaat zich voor deze twee punten inzetten?

Staatssecretaris Bleker: Er is een Kamermotie. De vraag is wat ik doe als dit op Europees niveau aan de orde is. Dan handel ik naar de geest van de motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu even scherper, want die motie ligt er al een poosje. Ik heb graag dat de staatssecretaris er ook echt mee aan de gang gaat. Verder vraag ik hem om het keurmerk waarom bontfokkers vragen, namens Nederland af te wijzen.

Staatssecretaris Bleker: Maar er is nog niet eens een voorstel voor een dergelijk keurmerk door bontfokkers gedaan! Ik ben er niet voor om, als ik het vermoeden heb dat iemand met een voorstel wil komen, dat bij voorbaat af te schieten. Het is veel effectiever om een voorstel te beoordelen en af te schieten zodra dat daadwerkelijk is ingediend. Misschien komt dat voorstel wel helemaal niet.

Over de motie heb ik gezegd wat mijn handelswijze is.

Ik houd vast aan de invoering van koloniehuisvesting als alternatief voor de verrijkte kooi. Dit is in lijn met de eerdere opstelling van de Kamer. Een deel van de Nederlandse bedrijven die nu een legbatterij hebben, heeft al voorbereidingen getroffen voor omschakeling naar koloniehuisvesting in de zin er vergunningtrajecten in gang zijn gezet of ze al zijn omgeschakeld. Deze voorbereidingen zijn hard nodig om de deadline van 2012 voor het verbod op legbatterijen te halen. Het Duitse verbod zal gepaard gaan met een ruime overgangsperiode om de bedrijven die vanwege het Duitse legbatterijverbod per 1 januari 2010 recentelijk geïnvesteerd hebben, de mogelijkheid te bieden, die investeringen af te schrijven. Zo werkt dat daar. Nu een verbod instellen zou de Nederlandse legsector op sterke achterstand zetten ten opzichte van Duitse en andere pluimveehouders, omdat in deze lidstaten de komende jaren kooisystemen nog zijn toegestaan. Het level playing field willen wij handhaven, dus dat doen wij niet. Hoewel de markt naar verwachting kleiner wordt, zal er een markt voor kooi-eieren in de EU blijven bestaan. De keuze voor kooihuisvesting moeten ondernemers individueel maken. Daarbij worden marktperspectieven afgewogen tegen andere factoren. Ik wacht de behandeling van het wetsvoorstel inzake de inwerkingtreding van het Legkippenbesluit af.

Over de forfaitaire aftrek van 1,7% van de bruikbare oppervlakte in het vleeskuikenbesluit …

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik heb nog gevraagd of de staatssecretaris iets kan doen aan de trage behandeling door gemeenten, waardoor bedrijven in de problemen kunnen komen. Ook heb ik gevraagd of er een importverbod van eieren mogelijk is om in ieder geval in Nederland een level playing field te hebben.

Staatssecretaris Bleker: Bij de vergunningverlening gaat het om pluimveehouders die de omschakeling willen maken. Mij is inderdaad gemeld dat de vergunningprocedures te lang duren. Dit is niet altijd alleen maar de overheid te verwijten. Een deel van de pluimveehouders is erin geslaagd, dat gewoon goed te doen. Ik zal de sector nog eens vragen, een inventarisatie te maken van of, waar en in welke mate hier concreet problemen zijn. Alleen incidenten afgaan is een beetje te ingewikkeld.

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Koopmans (CDA): Ik gooi mijn tweede interruptie in de strijd, want die problemen zijn er gewoon. Ten eerste heeft deze Kamer, zoals ik vaker heb gezegd, het initiatief genomen om van het Legkippenbesluit een wet te maken. Dat is de eerste ramp die in de vergunningverlening aan de orde is. Ten tweede is de zorg dat er meer RAV-erkenningen komen en dat dit sneller gaat aangezien bedrijven willen investeren in systemen, maar niet weten waarin precies, omdat het allemaal niet opschiet. Hierover is staatssecretaris Atsma al bevraagd, evenals zijn voorganger en voor-voorganger. Ten derde is er grote onduidelijkheid bij bedrijven doordat de veepas er nog niet is, terwijl zij tegelijkertijd zijn geconfronteerd met de verplichting om per 1 januari 2012 of 2013 –/p>

Staatssecretaris Bleker: Die signalen zijn er inderdaad. Daarom ga ik met de sector om tafel om de aard en omvang van de problemen te onderzoeken en om daaraan op korte termijn iets te doen. De Kamer hoort hier nader over. Ik kan hier nu wel allerlei stoere verhalen over houden, maar ik wil nu precies weten wat de aard en omvang van de problemen is en in welke mate wij er op korte termijn iets aan kunnen doen. Ik wil weten wat de reële knelpunten zijn.

De heer Koopmans (CDA): Wanneer?

Staatssecretaris Bleker: Voor 1 april a.s.

Er zijn echt heel veel vragen gesteld. Daarvan heb ik nog een beperkt aantal over. De Europese richtlijn geeft aan dat de bruikbare oppervlakte in het kader van het welzijn van vleeskuikens, op grond waarvan de forfaitaire aftrek wordt berekend, de oppervlakte is die voorzien is van strooisel, dat te allen tijde voor de vleeskuikens toegankelijk is. Dat is de regel. Ik neem aan dat daarover zeer uitgebreid gesproken is. De lidstaten hebben dit meer of minder concreet uitgewerkt, afhankelijk van specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld de gemiddelde bezettingsdichtheid. Zo zit het merendeel van de landen gemiddeld op minder dan 42 kilo per vierkante meter, waardoor er meer ruimte voor de dieren beschikbaar is en de noodzaak van aftrek voor de voerpannen minder groot is. Lidstaten die wel gemiddeld op 42 kilo per vierkante meter zitten, gaan verschillend om met de aftrek, variërend van geen aftrek tot van geval tot geval bepaIen. In Nederland is naar aanleiding van een rapport van de WUR gekozen voor een forfaitaire aftrek van de oppervlakte, zoals aangegeven, van 1,7%. Hierbij is gekozen voor de ondergrens van de door de WUR aangegeven bandbreedte. Overigens ben ik hierover in gesprek met de sector. Ik zal de Kamer in de «pluimveebrief» van april a.s. op de hoogte stellen van de resultaten.

Over de Europese naleving van het verbod op de legbatterij, waarnaar de heer Dijkgraaf vroeg, heb ik meerdere malen gezegd dat wij de Commissie zeer scherp zullen houden. Het Nederlandse standpunt is: geen uitstel of derogatie van het verbod, maar een goede Europese naleving van het verbod per 2012. Nederland heeft in Brussel concrete suggesties gedaan om te zorgen voor een betere Europese naleving van het verbod op de legbatterij. Wij blijven hier zeer alert op.

Ik vind het idee van de heer Dijkgraaf inventief om een importverbod met gelijkgestemde lidstaten te gaan hanteren ten aanzien van eieren uit legbatterijen. Eieren die na 1 januari 2012 in legbatterijen worden geproduceerd, zijn illegaal. De Europese handelsnormen voor eieren bepalen dat deze eieren niet in de Europese handel mogen komen. Daarmee is een exportverbod dus feitelijk reeds van kracht. Deze eieren mogen ook nationaal niet worden verhandeld. Ik dring aan op een strikte naleving van de Europese welzijnseisen en het verbod en op het hanteren van die handelsnormen. We hebben ook al concrete suggesties gedaan. De wens van de heer Dijkgraaf is dus impliciet en grotendeels binnen de algemene EU-regelgeving opgenomen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Geldt dit ook voor landen buiten de EU?

Staatssecretaris Bleker: Nee, we hebben geen Europees importverbod.

Mevrouw Jacobi droeg nog een voorbeeld uit Friesland aan, dit keer van oormerkweigeraars. Er gaat geen onderwerp voorbij of er komt wel een voorbeeld uit Friesland. Of het is een Friese schapenhouder of een Friese oormerkweigeraar. Wat is in het Fries trouwens oormerkweigeraar? Dat zou ik wel eens willen weten.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Dat weet ik niet.

Staatssecretaris Bleker: Wij pleiten in Brussel voor verruiming van de mogelijkheden tot identificatie. Ook ten aanzien van geiten en schapen zijn er meerdere alternatieven. Hier staat een aantal mogelijkheden vermeld. Wij zullen dit onderwerp nog eens aankaarten bij de EU, zodat gewetensbezwaarden toch in aanmerking komen voor GLB-gelden. Het zal een moeilijke zaak worden, maar we gaan ermee verder.

De heer Houwers (VVD): Volgens mij heeft de staatssecretaris nog geen antwoord gegeven op de vragen over het visstandbeheer en de gesprekken daarover.

Staatssecretaris Bleker: Ook die vraag heb ik beantwoord terwijl u er nog niet was.

De voorzitter: Nee, de heer Houwers was er toen wel.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Ik ben blij dat de staatssecretaris zei dat de PAP niet gestort is, maar het is wel vreemd dat de DG AGRI uit Brussel ons dat voorhoudt.

Ik dank de staatssecretaris voor zijn toezegging over verruiming.

Ik heb nog een vraag over het Vleeskuikenbesluit. De staatssecretaris zegt dat hij nog in gesprek met de sector is, terwijl het besluit op 1 februari jl. in gang is gezet. Ik kan de staatssecretaris zeggen dat dit volgens de VVD-fractie te ver gaat. Ik verzoek de staatssecretaris dan ook namens haar weer met de sector te praten, want er zitten nu echt Nederlandse koppen op wat Europa van ons vraagt. Wij doen dus een klemmend beroep op de staatssecretaris om weer met de sector om tafel te gaan, want de indruk is dat het allemaal per 1 februari jl. met de koppen van kracht is geworden.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij dat het de staatssecretaris opvalt dat ik zo goed voor de Friezen opkom; wie anders zou dat doen? Ook ben ik blij dat hij nog eens voor de oormerkweigeraars wil opkomen. Daaraan kleeft het juridische aspect dat zij nationaal erkend zijn, dus ik hoop dat de staatssecretaris bij zijn inzet de coherentie van beleid in zijn achterhoofd houdt. Daar zoek ik met name de slag. Congruentie is gewenst.

Verder ben ik blij dat de staatssecretaris de heer Atsma gaat wijzen op het belang van actief biologisch beheer.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de heldere beantwoording. Is de staatssecretaris bereid om op korte termijn met de riviervissers in overleg te treden? Ik zie bij de familiebedrijven veel pijn ontstaan. Ik snap dat er allerlei lastige punten een rol in spelen, maar we moeten er wel wat mee, linksom of rechtsom. Als we constateren dat we daar niets mee moeten, dan moeten we het daar eens over hebben. Hoe dan ook, dan is het wel helder voor ze. Ik zie ze nu zwemmen. Voor vissen is dat goed, maar voor vissers niet.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Voorzitter. De staatssecretaris zei net over het GLB: we moeten niet iets vragen wat niet reëel is. Vanuit een breder perspectief op de besteding van belastinggeld is een blijvende subsidie op onrendabele bedrijven niet reëel. Is de staatssecretaris het daarover met mij eens? Is hij het er ook met mij over eens dat in plaats daarvan een veel groter gedeelte van het geld dan nu het geval is, gebruikt moet worden om boeren te helpen innoveren en vergroenen, zodat zij, maar ook dieren en natuur een betere uitgangspositie krijgen? Dit is, samengevat, het D66-standpunt.

Mijn vraag over de fiche over het kwaliteitsbeleid is niet beantwoord. Ik vroeg de staatssecretaris om de aspecten duurzaamheid en gezondheid nadrukkelijk op de agenda voor de discussie te zetten en te houden. Wil hij meer informatie geven over hoe hij dat gaat doen? Dat mag uiteraard ook schriftelijk; gezien de korte tijd die rest, hoeft dat nu niet allemaal. Ik krijg graag meer informatie over de goede inzet van de staatssecretaris.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik word altijd heel erg droevig van de vleeskuikendiscussie en de millimeters die we al dan niet volgens de normen mogen optellen of aftrekken. Bij mijn weten is het besluit dat voorlag al besproken met de sector, maar ging de sector daarna nog miepen. Wil de staatssecretaris even stoer zijn en zeggen: nu is het wel genoeg geweest?

Over de motie waarmee een Europees verbod op de nertsfokkerij wordt beoogd, merk ik op dat ik het niet prettig vind als de staatssecretaris wacht tot het eens aan de orde komt en hij er dan toevallig iets over kan zeggen binnen Europa. Een iets actievere houding lijkt op zijn plaats, bijvoorbeeld bij de opstelling van het actieplan voor dierenwelzijn. Kan hij in elk geval dat toezeggen?

Voorzitter: Snijder-Hazelhoff

De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden. Onze opvattingen en die van de regering over het GLB stemmen overeen, maar uiteindelijk gaat het om de uitwerking die we met elkaar en in Europa kunnen krijgen. De CDA-fractie zal de staatssecretaris nauwgezet volgen en hem telkens stimuleren om deze lijn voort te zetten.

De staatssecretaris heeft brieven toegezegd over een nader overleg over het Legkippenbesluit en over een nader overleg over de problematiek inzake biologisch beheer. Ik hoop dat de strekking van die brieven is dat het is opgelost, want beide problemen spelen allang. Alleen maar weer brieven krijgen met de stelling dat we bezig zijn met het Legkippenbesluit en de problemen die ondernemers ondervinden met het krijgen van vergunningen, vind ik in elk geval onvoldoende. Dat kondig ik bij dezen vast aan.

Mijn slotvraag is of de Spanjaarden ook al weten dat na 1 januari 2012 iedereen, dus u en ik, van Europawege de eieren die uit hun legbatterijen komen, gaan klutsen.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Waar het gaat om de motie van de Kamer over een verbod op nertsfokkerijen, kan ik zeggen dat ik dat punt aankaart, zodra dat in Europa aan de orde is. Zodra het wetgevingstraject ter zake zodanig is afgerond dat het hier wettelijk is geëffectueerd, zal ik er als het ware een tandje bovenop zetten in mijn Europese interventie. Dat lijkt mij de goede volgorde der dingen. Als het nu aan de orde komt, zal ik het actief melden en zodra we een stap verder zijn in Nederland, zal ik het proactief aankaarten in Europees verband.

Gevraagd is naar een notitie over coherentie. Tja, ik heb toch wel de hoop dat uit mijn uitspraken in de eerste termijn over Europa, voedsel, ontwikkelingslanden en de focus van onze ontwikkelingssamenwerking op landbouw, voldoende spreekt dat er van een coherent beleid van de regering op dit punt sprake is. Ik moet zeggen dat ik zelf nooit blij word van een notitie waarin we uitleggen dat we coherent opereren.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Maar u zou mij er wel heel blij mee maken.

Staatssecretaris Bleker: Dat is toch ook de discussie? Omdat mevrouw Dikkers het aankaart, gaan we in debat over al dan geen importbeperkingen en al dan geen belemmeringen voor arme landen om hier te produceren en wijs ik op het feit dat we in het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid landbouw en voedselzekerheid, met name voor de armste landen, gericht willen ondersteunen. Vervolgens zeg ik: het Europese landbouwbeleid, het nationale landbouwbeleid en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid sluiten op elkaar aan, echt. Als mevrouw Dikkers daar een brief of een notitie over vraagt, dan wordt het een notitie waarin in keurige taal en goedlopende zinnen staat verwoord wat ik zojuist en in eerste termijn heb gezegd. Meer zie ik niet dat we moeten doen. We moeten elkaar geen notities aanpraten. Ik krijg wel vaker voor het een of het ander reprimandes van de Kamervoorzitter. Dan zegt zij: geen brieven schrijven hoor! Dit is in het debat duidelijk geworden. Laat mevrouw Dikkers maar met een motie komen waarin zij bikkelhard om een brief over coherentie vraagt om de coherentie te beschrijven.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Een dergelijke motie ligt er: de motie-Ferrier/Dikkers, die bij de begrotingsbehandeling over ontwikkelingssamenwerking is aangenomen. Een notitie als waar ik om vraag, zou er een prachtige uitvoering van zijn.

Voorzitter: Koopmans

De voorzitter: Ik stel voor dat de staatssecretaris nog eens naar die motie kijkt. We kunnen er dan op een ander moment over spreken. Herhaling van dezelfde motie heeft ook geen zin.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik steun het pleidooi dat er inzicht wordt gegeven in de relatie tussen het nieuwe GLB en de ontwikkelingslanden. Dat is meer dan alleen de interne coherentie. Wij willen graag een overzicht van wat bijvoorbeeld een verruiming van het suikerquotum voor ontwikkelingslanden betekent.

De voorzitter: Het zou een suggestie kunnen zijn die mevrouw Snijder al doet. U kunt dit soort zaken morgen bij uw vragen betrekken. Verder geef ik de staatssecretaris in overweging om nog een stuk voor de agenda voor het AO over de volgende Landbouwraad te schrijven zodra hij de motie-Ferrier/Dikkers nog eens tot zich heeft genomen.

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Van Veldhoven moet ik nu toch op een inconsistentie betrappen. Dit is de eerste keer, dus ik wil er even een goed nummer van maken. Mevrouw Van Veldhoven heeft mij eerst opgeroepen, vooral de kant van de Britten te kiezen om tot een vergaande afbouw van het Europees landbouwbeleid te komen. Vervolgens zegt zij vol enthousiasme: dat nieuwe GLB moet in Nederland leiden tot meer duurzaamheid, meer diervriendelijkheid, innovatie en concurrentiekracht. Dat allemaal zonder geld!

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik licht dit graag even toe, nu ik deze gelegenheid krijg. Mij gaat het om afbouw van de directe inkomenssteun. Ik ben niet voor een basisinkomen. Dat element moet direct worden afgebouwd. Wel ben ik voor het belonen van boeren die zich inzetten voor dierenwelzijn, voor innovatie, vergroening. Ik wil het GLB voor de komende periode gebruiken om die omslag te maken. Iedereen wordt daar beter van: mens, dier en natuur. Dat is geen inconsistentie, maar volledige consistentie.

Staatssecretaris Bleker: Daar moet je wel geld voor hebben, want als je dat niet hebt, zijn het mooie woorden waar ondernemers niets aan hebben. Overigens ben ik het met mevrouw Van Veldhoven eens – wij vechten ook voor een stevig budget, zowel in Europa als in Nederland, zodat we de dingen die zij noemt, daarmee kunnen dienen, niet zo’n klein beetje ook.

Met de riviervissers zullen we in contact treden. De brieven die ik heb toegezegd, mogen van de heer Koopmans niet beschrijvend zijn; er moeten oplossingen in staan. Voor zover er oplossingen zijn die op ons terrein liggen, krijgt hij ze geschetst. Ik sluit alleen niet uit dat het voor een deel om oplossingen gaat die op het terrein van gemeenten of provincies liggen. Waar het gaat om ons aandeel, schetsen wij wat de problematiek is en wat wij eraan kunnen en gaan doen.

De suikerprijs op de wereldmarkt is hoger dan de EU-prijs, dus ontwikkelingslanden kunnen voor suiker elders een betere prijs krijgen dan in Europa. Daar zitten goede handelslieden, dus die zullen dat ook doen. Het verruimen van het quotum en van de productiemogelijkheden in Europa is dus niet in strijd met de belangen van de ontwikkelingslanden, zoals zojuist geformuleerd.

Of de PAP gestort is? De DG AGRI zit er altijd heel rustig bij als wij urenlang met zijn zeventwintigen aan het vergaderen zijn. Als deze beste mijnheer uit deze vier of vijf vergaderingen van de Landbouwraad concludeert dat de PAP is gestort, dan beschikt hij over singuliere gaven. Vroeger kon je daar zonder theologische opleiding dominee mee worden. Ik wens hem dat toe.

De voorzitter: Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van dit overleg. Ik heb een viertal toezeggingen genoteerd. Ten eerste zal de staatssecretaris de Kamer nader informeren over de precieze begrenzing in verband met het vangstverbod op paling uit met dioxine vervuilde gebieden. Doet hij dat nog voor het wetsvoorstel?

Staatssecretaris Bleker: Het wetsvoorstel wordt volgende week naar de Kamer doorgezonden. Als het wetgevingstraject verder gevorderd is, zullen wij de uitwerking van dit punt schriftelijk aan de Kamer geven.

De voorzitter: Goed.

Ten tweede heeft de staatssecretaris toegezegd dat de staatssecretarissen van EL&I en van I&M de Kamer in april 2011 informeren over de voortgang in het overleg met de waterschappen en het overleg met de sportvisserij en anderen in die sector over het actief biologisch beheer en de uitvoering van de motie-Jacobi/Koppejan.

Ten derde zal de regering de Kamer voor 1 mei a.s. per brief informeren over de controle en handhaving door de douane ten aanzien van illegaal hout.

Ten vierde zal de staatssecretaris de Kamer voor 1 april a.s. informeren over zijn overleg of dat van zijn collega met de sector over het Legkippenbesluit. We hebben het daarbij ook gehad over de groepshuisvesting voor zeugen, waarmee problemen waren.

Staatssecretaris Bleker: Nee, de woorden groepshuisvesting voor zeugen zijn tot nu toe niet gevallen. Dat had ik mij zeker herinnerd.

De voorzitter: Dan lees ik het gewoon verkeerd voor. Dat ligt nooit aan de griffie, maar altijd aan de voorzitter. In laatstgenoemde brief van de staatssecretaris of zijn collega zal de Kamer ook worden geïnformeerd over de stand van zaken in de problemen die aan de orde zijn en die genoemd zijn.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik heb gevraagd of de staatssecretaris nog om tafel gaat met de sector om te praten over het vlees.

Staatssecretaris Bleker: Ja.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik heb twee keer gevraagd of er iets meer uitleg kon komen over de fiche over het kwaliteitsbeleid en of de nadruk werd gelegd op duurzaamheid en gezondheid. Als dat kan, graag. Het mag ook schriftelijk, zoals ik al zei.

De voorzitter: Wilt u dit doen in de vorm van een aantal vragen die u morgen inlevert?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ja.

De voorzitter: Dan is dat ook afgesproken.

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van dit algemeen overleg.