Voorgesteld 30 juni 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het woonlandbeginsel niet kan worden toegepast op kindregelingen;
overwegende dat export van kindregelingen naar andere EU-landen onwenselijk is;
verzoekt de regering manieren te zoeken om de export van kindregelingen te verminderen en zich in de EU in te zetten voor aanpassing van Europese regelgeving zodat toepassing van het woonlandbeginsel voor kindregelingen mogelijk wordt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Flach
Ceulemans
Ceder
De Beer
Neijenhuis