Financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de recente berichtgeving waarin wordt gesteld dat financiële en personele tekorten bij de Nederlandse Kustwacht leiden tot verhoogde risico’s op sabotage en spionage? Hoe reflecteert u op deze verontrustende berichten?1
Ik ben bekend met de recente berichtgeving. De dreiging op de Noordzee is actueel, complex en vindt doelbewust plaats in het grijze gebied tussen oorlog en vrede. Nationale en internationale wetgeving dragen eraan bij, de aanpak complex is. In 2023 is door de opdrachtgevende departementen binnen het kustwachtsamenwerkingsverband besloten om de capaciteit bij de Kustwacht te vergroten met 43 FTE, waardoor de Kustwacht met deze additionele capaciteit in staat is om haar huidige taken dienstverlening, handhaving en maritime security naar behoren uit te voeren.
Klopt het dat het tekort aan geld en personeel bij de Kustwacht zo nijpend is dat de dienst tot zeker 2027 niet kan worden ingezet om internet- en elektriciteitskabels, pijpleidingen en andere infrastructuur op de Noordzee te beschermen tegen sabotage en spionage?
In 2018 heeft de Raad voor de Kustwacht besloten dat maritime security een aparte hoofdtaak voor de Kustwacht vormt. Deze nieuwe hoofdtaak bevat deeltaken zoals bijvoorbeeld crisiscommunicatie en informatievoorziening, security berichtgeving en pre-arrival analyses. Daarnaast is de Kustwacht sinds juli 2025 het meldpunt voor maritime security; mensen kunnen verdachte situaties melden bij de Kustwacht. Hierdoor kan de Kustwacht eerder adequaat reageren op mogelijke dreigingen. De meldkamer is 24/7 bezet voor het verwerken en uitlopen van deze meldingen. Voor een uitbreiding van taken in het kader van Maritime Security zullen aanvullende structurele middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Het is aan een volgend kabinet om daar een besluit over te nemen.
Kunt u aangeven of er een causale relatie bestaat tussen het capaciteitstekort bij de Kustwacht en concrete incidenten, zoals het Russische spionageschip Eagle S dat twee uur lang ongestoord boven onderzeese kabels bij Terschelling kon varen op 24 november 2023?
De Kustwacht monitort de scheepvaart en verzamelt informatie om te weten wat er op de Noordzee gebeurt om de taken te kunnen uitvoeren. Over de inlichtingenpositie, werkwijze en activiteiten worden in het openbaar geen uitspraken gedaan, om te voorkomen dat tegenstanders en kwaadwillende inzage wordt gegeven in de modus operandi van de Kustwacht of de Koninklijke Marine.
Welke acties onderneemt het kabinet om heel snel een einde te maken aan het gesteggel over geld tussen de departementen die betrokken zijn bij het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI)?
Onder coördinatie van IenW is in 2023 het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee infrastructuur (PBNI) in het leven geroepen. Op dat moment is PBNI met IenW, DEF, JenV, EZ, KGG en BZ aan de slag gegaan met het maken van een Actieplan, analyses van dreigingen en het in kaart brengen van de meest kritieke infrastructuur in en op de Noordzee. PBNI heeft de afgelopen jaren diverse resultaten geboekt. Zo is er onder andere geïnvesteerd in versterkte beeldopbouw met onder meer een extra patrouilleschip, een verbetering van de communicatie op zee voor de Kustwacht, extra satellietcapaciteit, versterking van de publiek-private en de internationale samenwerking en is er een proeftuin gestart voor datafusie.
In deze proeftuin komt data van verschillende organisaties bij elkaar en wordt deze vervolgens gezamenlijk geanalyseerd om zo een betere beeldopbouw (Maritime Situational Awareness en Maritime Situational Understandig) te krijgen op en in de Noordzee. Daarnaast wordt nu intensief gewerkt aan meer handelingsopties om bijvoorbeeld de schaduwvloot aan te pakken. Ook wordt onderzocht hoe een mogelijk NMSC kan worden ingericht en welke verdeling van de verantwoordelijkheden tussen betrokken departementen (Defensie, JenV en IenW) het meest effectief is. Met deze informatie kan een nieuw kabinet een besluit nemen over het vervolg van PBNI vanaf 2026 en verder, inclusief bijbehorende financiering.
Ziet het kabinet mogelijkheden om een deel van de financiële tekorten via Europese middelen te dekken, gelet op het feit dat Nederland een belangrijke Europese toegangspoort vormt voor trans-Atlantische datakabels?
Momenteel wordt door PBNI onderzocht welke financiële mogelijkheden vanuit de Europese Unie mogelijk zijn, bijvoorbeeld via het EU Action Plan on Cable Security. Echter, dit is geen structurele oplossing voor de financiële middelen die de uitvoering van het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee infrastructuur nodig heeft. De Europese middelen kunnen als aanvulling worden gebruikt voor specifieke projecten, zoals de integratie van data of het gebruik van AI bij de analyse van scheepvaartbewegingen.
Ziet het kabinet daarnaast een rol voor de NAVO bij het versterken van de bescherming van onderzeese datakabels en andere kritieke maritieme infrastructuur?
Het kabinet heeft een goede en intensieve samenwerking met de NAVO voor de versterking van de bescherming van kritieke maritieme infrastructuur. Zo is op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel een coördinatiecel ingericht om NAVO-initiatieven op dit gebied te versnellen en is een Critical Undersea Infrastructure Network opgericht om samenwerking en afstemming tussen bondgenoten, NAVO-partners en private partijen te bevorderen. Tevens is er een NATO Maritime Centre for the Security of Critical Undersea Infrastructure (NMCSCUI) bij het NATO Allied Maritime Command ingericht, dat in mei 2024 initial operational capable is verklaard. Wanneer het NMCSCUI gereed is, moet het in staat zijn om te voorzien in situationeel bewustzijn over het maritieme dreigingslandschap met betrekking tot kritieke maritieme infrastructuur. Tot slot patrouilleren beide noordelijke vlootverbanden van de NAVO geregeld in de Noordzee en Oostzee.
Bent u bekend met het bericht dat de Nederlandse Kustwacht door personeelstekorten beperkt handelingsperspectief heeft bij het signaleren en tegengaan van spionage- en sabotageactiviteiten op de Noordzee, mede in het licht van toenemende (digitale) dreigingen?1
Ja.
Heeft u inzicht in hoe groot het huidige capaciteitstekort is bij de Nederlandse Kustwacht, uitgesplitst naar personeel, vaartuigen en middelen, en wat dit concreet betekent voor het toezicht op de Noordzee? Zo ja, kunt u dit specificeren? Zo niet, wat bent u van plan doen om dit in kaart te brengen?
In 2023 is er een disbalans vastgesteld tussen het takenpakket van de Kustwacht en haar capaciteit. Door de opdrachtgevende departementen binnen het kustwachtsamenwerkingsverband is besloten om de capaciteit bij de Kustwacht op orde te brengen (toename van 43 FTE). Met deze additionele capaciteit is de Kustwacht in staat om haar huidige taken dienstverlening, handhaving en maritime security naar behoren uit te voeren. Voor een uitbreiding van taken in het kader van maritime security zullen nieuwe middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Daarnaast ligt er een opdracht vanuit het Kustwachtsamenwerkingsverband om de organisatie en aansturing van de Kustwacht te onderzoeken. Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag of het huidige model van de Kustwacht toekomstbestendig is. Ook wordt onderzocht hoe de huidige taken van de Kustwacht (dienstverlening, handhaving en maritime security) zich verhouden tot toekomstige ontwikkelingen, waaronder het op te bouwen National Maritime Security Centre (NMSC) dat onder regie van het Interdepartementaal Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) wordt uitgewerkt.2
In hoeverre acht u de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee, zoals onderzeese kabels, pijpleidingen en windparken, op dit moment voldoende geborgd?
Het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) is opgericht in 2023. Het programma heeft als doel om de bescherming van de Noordzee infrastructuur te versterken. In 2024 en 2025 is door het programma ca. 44 mln. geïnvesteerd in het verbeteren van de beeldopbouw op de Noordzee, in het verhogen van de weerbaarheid van zowel de fysieke als digitale weerbaarheid van de Noordzee infrastructuur, het versterken van de crisisbeheersing, en het verbeteren van de nationale en internationale samenwerking (zowel publiek als privaat). Ook zijn er onderzoeken gedaan naar de meest kritieke infrastructuurpunten op de Noordzee, waar sensoren strategisch kunnen worden geplaatst en naar de governance van maritime security op de Noordzee.
Het onderzoek van ABDTOPConsult heeft aanbevolen om een Nationaal Maritiem Security Centrum (NMSC) op te richten, waarin het bijeenbrengen en analyseren van verschillende datastromen moet samenkomen en uitvoerende organisaties sneller kunnen worden ingezet. Voor de zomer van 2025 is een kwartiermaker aangesteld om te kijken hoe het NMSC moet worden ingericht. Er zijn veel initiatieven ontplooid om de bescherming van de Noordzee infrastructuur te versterken. Om het gewenste niveau te bereiken en het Actieplan Strategie ter Bescherming Noordzee Infrastructuur volledig uit te voeren is structurele financiering nodig. Dit besluit wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Om deze periode te overbruggen is door het huidige kabinet geld beschikbaar gesteld.
Acht u de huidige taakverdeling en samenwerking tussen Kustwacht, Koninklijke Marine en andere betrokken diensten passend bij de huidige dreiging van spionage en sabotage op zee? Zo niet, waar zit ruimte voor verbetering?
Alle betrokken uitvoeringsorganisaties werken hard om de dreiging van sabotage en spionage op de Noordzee aan te pakken. Zoals benoemd in het antwoord op vraag 4 is één van de aanbevelingen van ABDTOPConsult om de samenwerking ter verbeteren op de Noordzee door o.a. de oprichting van een Nationaal Maritiem Security Centrum (NMSC).
Het NMSC is nodig voor het bijeenbrengen en analyseren van alle informatie van (zowel publieke als private) partijen die actief zijn op de Noordzee. Door gestructureerde samenwerking tussen de Kustwacht, Nationale Politie, Defensie, private partijen, buurlanden, inlichtingen- en veiligheidsdiensten moet een completer en actueler beeld van de situatie op de Noordzee ontstaan. Een ander belangrijk onderdeel van het NMSC is om uitvoerende organisaties, zoals de Kustwacht, Maritieme Politie en de Marine sneller te kunnen inzetten bij incidenten. Het beschermen van vitale infrastructuur op de Noordzee in vredestijd is echter een civiele verantwoordelijkheid die Defensie middels een bijstandsverlening aan het civiele gezag ondersteunt. Andere aanbevelingen gaan over het creëren van een goede wettelijke basis onder de informatiewisseling tussen overheid en private partijen en het zorgen voor voldoende capaciteit bij met name de Kustwacht, Defensie en Politie.
Bent u bereid de Koninklijke Marine een structureel grotere rol te geven bij de bescherming van de cruciale infrastructuur in de Noordzee? Zo niet, waarom niet?
Defensie heeft sinds juli 2023 een permanente taak op de Noordzee bij de bescherming van infrastructuur op de Noordzee. Zo bouwt Defensie beeld en begrip op van dreigingsactoren en factoren op de Noordzee. Daarnaast escorteert Defensie niet-NAVO eenheden door de Nederlandse EEZ. Dit gebeurt in afstemming met bondgenoten en wanneer daar aanleiding voor is.3 Het beschermen van de vitale infrastructuur op de Noordzee in vredestijd is een civiele verantwoordelijkheid. Defensie en in het bijzonder de Koninklijke Marine kan middels bijstandsverlening het civiele gezag daarin ondersteunen. Deze bijstand wordt op verzoek van het civiele gezag geleverd die de behoefte hiertoe formuleert. De Koninklijke Marine zet de komende jaren stappen om verder te ontwikkelen en vernieuwen. Capaciteiten ter versterking van de bescherming en maritime security op de Noordzee maken hier deel van uit.
Welke rol ziet u voor innovatie en technologische middelen, zoals onderwaterdrones, sensoren, autonome vaartuigen of satellietmonitoring, bij het verkleinen van het capaciteitstekort?
Vanuit Defensie speelt innovatie voor inzet op de Noordzee een centrale rol. Hierbij wordt een ambitie nagestreefd voor het interoperabel optreden van sensoren en effectoren van space naar zeebodem. Daar valt de integratie van de boven genoemde capaciteiten ook onder. Zo is in 2023 het Seabed Security Experimentation Centre (SeaSEC) in Scheveningen geopend, waar Nederland samen met Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegen en Zweden experimenteel onderzoek uitvoert om onderzeese infrastructuur te beschermen.
Hoe is de samenwerking met andere Noordzeelanden en internationale partners ingericht bij het detecteren en tegengaan van spionage en sabotage, en waar ziet u mogelijkheden tot intensivering?
Veiligheid staat hoog op de agenda van verschillende internationale organisaties en wordt actief vanuit de NAVO en de EU gestimuleerd. Vanuit de NAVO is de Critical Undersea Infrastructure Coordination Cell opgericht, waarin Nederland actief participeert. Daarnaast is er een samenwerkingsverband tussen het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Nederland. Door deze landen is een Joint Declaration of Intent (JDI) getekend om samen de bescherming van de infrastructuur te verbeteren. Dit wordt onder andere gedaan door het delen van informatie over incidenten, dreigingsbeelden en best practices, regelgeving op elkaar aan te sluiten en door het ontwikkelen van een gezamenlijke crisisrespons. De komende tijd wordt ook actiever de samenwerking opgezocht met de samenwerkende landen in de Baltische Zee.
Welke concrete maatregelen op korte en middellange termijn bent u voornemens te nemen om te voorkomen dat toezicht, handhaving en beveiliging op de Noordzee structureel tekortschieten?
De Kustwacht voert in opdracht van de samenwerkende departementen haar toezicht en handhavingsfunctie uit op de Noordzee, hiervoor worden de Kustwachtschepen en het Kustwachtvliegtuig ingezet. Dit najaar wordt een nieuw 24/7 schip operationeel wat de mogelijkheid geeft om langer op zee te zijn. Dit handhavingsvaartuig gaat reguliere toezicht en handhavingstaken uitvoeren. De verkenning naar de vervanging van de huidige handhavingsvaartuigen wordt deze maand opgestart.
Complementair aan deze civiele capaciteiten investeert Defensie, als onderdeel van de Defensienota 2022, in Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (ISR-)capaciteit op de Noordzee. Met deze waarnemingscapaciteit kan Defensie dreigingen tegen vitale infrastructuur tijdig onderkennen, lokaliseren en volgen. Daarmee draagt deze capaciteit bij aan de afschrikking van mogelijke plegers van sabotage en spionage. Daarnaast bereidt Defensie de verwerving voor van twee licht-bemande schepen die een taak krijgen op de Noordzee. Met de vaartuigen kan Defensie proactief potentiële dreigingen opsporen en verdachte situaties monitoren. Hiervoor worden de schepen uitgerust met onderwaterapparatuur en sensoren. De schepen worden tevens ingezet om onderzoek te doen bij acute dreigingen en verstoringen. Defensie kan met deze investeringen invulling geven aan de taken die Defensie heeft op de Noordzee en, indien nodig, bijstand verlenen aan de Kustwacht.
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse militairen treffen in oorlogstijd nieuwe vijand; dodelijke infectie met resistente bacteriën»?1
Ja.
Bent u het eens met kapitein-ter-zee en internist Barth dat Nederland te weinig antibiotica op voorraad heeft in geval van tijden van militair conflict? Zo nee, waarom niet?
Er zijn in Nederland verschillende voorraden van geneesmiddelen (en dus ook van antibiotica). Zo bestaat er voor de reguliere zorg een verplichte veiligheidsvoorraad van geneesmiddelen van in totaal 8 weken. Aanvullend daarop heb ik voor de reguliere zorg in 2024 een subsidie verleend aan de volgesorteerde groothandels om een extra voorraad van 4 weken aan te leggen van essentiële antibiotica en salbutamol aerosol. Deze voorraad is dus bovenop de al verplichte veiligheidsvoorraad van in totaal 8 weken2.
Afgelopen jaar heb ik besloten om deze extra voorraad uit te breiden. De volgesorteerde groothandels gaan daarom 4 weken extra voorraad aanleggen van geneesmiddelen uit de rode categorie van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen, en 3 weken extra voorraad van geneesmiddelen uit de oranje categorie. Voor beide categorieën geldt dat de extra voorraad zich beperkt tot geneesmiddelen met een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15. Ik verwacht dat het gewenste peil voor de extra voorraad in de loop van 2026 bereikt wordt. Al deze veiligheidsvoorraden zijn bedoeld als buffer om leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen te kunnen overbruggen en effecten voor patiënten te voorkomen.
Deze voorraden zijn bedoeld om een periode van verhoogde vraag of beperkte levering te overbruggen. Deze voorraden zijn niet ingericht voor het opvangen van het verbruik tijdens een (militaire) crisis. Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. De continuïteit en beschikbaarheid van zorg is ook voorwaardelijk voor militaire slagkracht om forse klappen op te kunnen vangen. Om dit te realiseren moet de zorg kunnen terugvallen op voldoende voorraad medische producten (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen). Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten, waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.3
Daarnaast beschikt de Nederlandse krijgsmacht over een strategische voorraad antibiotica om gewonde en zieke Nederlandse militairen te behandelen.
De oorlog in Oekraïne laat zien dat nieuwe behandelingen nodig zijn tegen micro-organismen die (multi)resistent zijn tegen bestaande antibiotica. Het is daarom hard nodig dat nieuwe en innovatieve antibiotica worden ontwikkeld. Dit proces kan jaren tot decennia duren. Om het onderzoek naar nieuwe en innovatieve antimicrobiële middelen aan te jagen, heb ik meerdere (nog lopende) onderzoeksprogramma’s naar nieuwe antibiotica gefinancierd.4 Ook is het van belang om via diagnostiek de meest effectieve behandeling voor te kunnen schrijven. De behoefte aan nieuwe antibiotica en diagnostiek speelt niet alleen in de reguliere zorg, maar ook expliciet bij de krijgsmacht. Daarom onderzoek ik, samen met de Staatssecretaris van Defensie, hoe wij in de toekomst hier samen op kunnen trekken om Nederland weerbaarder te maken.
Bent u van plan een afdoende strategische voorraad antibiotica aan te leggen en/of deze zelf te produceren ten behoeve van onze Nederlandse militairen in geval van militair conflict? Zo ja, hoe gaat u dit concreet vormgeven en wat is het tijdspad? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse krijgsmacht beschikt al over een strategische voorraad antibiotica om gewonde en zieke Nederlandse militairen te behandelen.
Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. De continuïteit en beschikbaarheid van zorg is ook voorwaardelijk voor militaire slagkracht om forse klappen op te kunnen vangen. Om dit te realiseren moet de zorg kunnen terugvallen op voldoende voorraad medische producten (geneesmiddelen en medische producten). Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten, waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.5
Om te voorkomen dat voorraden van medische producten opraken, is het belangrijk dat producenten hun productie kunnen opschalen tijdens een crisis. Samen met de Staatssecretaris van Defensie verken ik daarom of we afspraken kunnen maken met producenten om hiervoor capaciteit vrij te houden.
Bent u van plan een afdoende voorraad antibiotica aan te leggen en/of deze zelf te produceren voor de structurele behoefte van de Nederlandse burger? Zo ja, hoe gaat u dit concreet vormgeven en wat is het tijdspad? Zo nee, waarom niet?
Voor de reguliere zorg heb ik al in 2024 een subsidie verleend aan de volgesorteerde groothandels om een extra voorraad van 4 weken aan te leggen van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen. Deze extra voorraad is bovenop de al verplichte veiligheidsvoorraad van in totaal 8 weken.
De veiligheidsvoorraden zijn bedoeld als buffer om leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen te kunnen overbruggen. Deze extra voorraad ligt er al, en zorgt voor minder en minder lange geneesmiddelentekorten.6
Afgelopen jaar heb ik besloten om deze extra voorraad uit te breiden. De volgesorteerde groothandels gaan daarom 4 weken extra voorraad aanleggen van geneesmiddelen uit de rode categorie van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen, en 3 weken extra voorraad van geneesmiddelen uit de oranje categorie. Voor beide geldt dat de extra voorraad zich beperkt tot geneesmiddelen met een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15. Ik verwacht dat het gewenste peil voor de extra voorraad in de loop van 2026 bereikt wordt.
Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen), waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.7
Ik acht het niet wenselijk dat de overheid zelf geneesmiddelen produceert om te voorzien in de structurele behoefte van de Nederlandse burger. In Nederland vindt al commerciële productie plaats van geneesmiddelen, waaronder antibiotica. Wel hecht ik er groot belang aan dat Nederland en Europa minder afhankelijk worden van landen buiten Europa voor de toelevering van kritieke geneesmiddelen, waaronder antibiotica. Daarvoor trek ik in Europees verband op. In dat kader is de Europese Verordening Kritieke Geneesmiddelen (Critical Medicines Act (CMA)) in ontwikkeling. Deze beoogt onder meer productie van kritieke geneesmiddelen, zoals antibiotica, in Europa te stimuleren.8 Verder neemt de overheid een proactieve rol aan in het faciliteren van onderzoek, het laten verhogen van voorraadhoogtes en onderzoekt de o de mogelijkheden om productie op te schalen.
Is er in geval van een grootschalig militair conflict gegarandeerd voldoende capaciteit voor Nederlandse gewonde militairen in Nederlandse én in Oost-Europese ziekenhuizen? Zo nee, wat gaat u concreet ondernemen om dit op orde te brengen en wat is het tijdspad?
In het geval van een grootschalig militair conflict richt het Ministerie van Defensie samen met NAVO-bondgenoten een militair geneeskundige behandel- en vervoerketen in voor de opvang van Nederlandse gewonden. Het primaire doel is het zo snel mogelijk herstellen van de militair, zodat deze weer ingezet kan worden. Als herstel van een Nederlandse gewonde in het inzetgebied niet mogelijk is, wordt de gewonde voor behandeling vervoerd naar Nederland. Uiteindelijk zal de gewonde behandeld worden in de reguliere zorg in Nederland.
Oost-Europese ziekenhuizen maken planmatig geen deel uit van de militaire keten. De zorginstanties van de zogenoemde Oost-Europese frontnations kunnen mogelijk ingezet worden in de zorg van de Nederlandse militairen maar zijn in een grootschalig conflict vooral belast met het opvangen van hun eigen gewonde militairen en burgerslachtoffers.
Ten algemene zijn de staatsecretaris van Defensie en ik met het zorgveld in gesprek over wat nodig is voor het vergroten van de weerbaarheid van de zorg. Dit gaat ook over de inzet op opschaalbare noodzorg, waarmee het kunnen absorberen van een langdurige toestroom van patiënten wordt nagestreefd. Over deze inzet is uw Kamer op 12 december 2025 geïnformeerd.6
Het bericht dat de NAVO een Israëlisch defensiebedrijf in de ban doet vanwege een smeergeldzaak |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «NAVO doet Israëlisch defensiebedrijf in de ban vanwege smeergeldzaak»?1
Ja.
Klopt het dat het Israëlische defensiebedrijf Elbit Systems sinds 31 juli niet meer mee mag doen met aanbestedingsprocedures van de NAVO vanwege mogelijke corruptie?
Het NATO Support and Procurement Agency (NSPA) is een NAVO-instantie die voor bondgenoten contracten sluit met leveranciers voor de aanschaf en/of onderhoud van uiteenlopende soorten materieel en munitie. Daarbij richt het NSPA zich vooral op logistieke ondersteuning. Het NSPA heeft bondgenoten in juli 2025 formeel geïnformeerd dat enkele bedrijven, afkomstig uit landen zowel binnen als buiten de NAVO, voorlopig zijn uitgesloten van aanbestedingsprocedures van het NSPA vanwege de verdenking van onregelmatigheden bij het verlenen van contracten. Defensie is ervan op de hoogte welke bedrijven dit zijn, maar doet in beginsel geen openbare uitspraken over individuele leveranciers.
Voor Nederland heeft deze maatregel vooralsnog geen rechtstreekse gevolgen omdat ons land niet betrokken is bij deze specifieke aanbestedingen van het NSPA. Zowel het NSPA als de autoriteiten van België, waar het NAVO-hoofdkwartier is gevestigd, hebben deze zaak in onderzoek.
Zowel de NAVO als Defensie hecht groot belang aan integriteit. SG NAVO Rutte heeft benadrukt dat de NAVO een zero tolerance beleid voert als het gaat om fraude en corruptie. Defensie voldoet aan de wet- en regelgeving en het beleid van Defensie op het gebied van zakelijke integriteit richt zich onder meer op transparantie, het voorkomen van belangenverstrengeling, fraude en corruptie, het samenwerken met betrouwbare (zakelijke) partners en het zorgvuldig omgaan met belastinggeld. Daarnaast heeft Defensie eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid waarin is uitgewerkt op welke wijze belangenverstrengeling, fraude en corruptie worden voorkomen en hoe grote en/of risicovolle projecten worden beoordeeld.
Klopt het ook dat de lopende samenwerkingen tussen de NAVO en het Israëlische bedrijf zijn stilgelegd?
Nederland beschikt alleen over informatie dat het NSPA enkele bedrijven voorlopig heeft uitgesloten van aanbestedingsprocedures.
Klopt het dat het gaat om ernstige beschuldigingen waaruit blijkt dat Elbit zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan strafbare praktijken, waaronder onregelmatigheden bij de toekenning van contracten?
Zie antwoord vraag 2.
Op welk precies moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van beschuldigingen dan wel vraagtekens aan het adres van Elbit inzake mogelijke corruptie?
Medio juni 2025 heeft Defensie informatie ontvangen dat een onderzoek van het NSPA gaande was. Het NSPA heeft bondgenoten in juli 2025 formeel geïnformeerd over de voorlopige uitsluiting van enkele bedrijven van aanbestedingsprocedures van het NSPA.
Wat heeft de Nederlandse overheid gedaan met deze informatie?
Defensie kan niet vooruitlopen op de uitkomsten van nog lopend onderzoek naar fraude en corruptie. Het is onwenselijk om te speculeren over de vraag welke maatregelen daaruit zouden kunnen voortvloeien.
Defensie houdt zich aan de Europese aanbestedingsregelgeving waarin is geregeld dat partijen in beginsel behoren te worden uitgesloten van deelname aan Europese aanbestedingen, indien zij in een periode van vier jaar voorafgaande aan het indienen van een inschrijving, onherroepelijk zijn veroordeeld. Defensie verlangt bij de aanvang van een aanbesteding van de deelnemende partijen een verklaring dat zij niet onherroepelijk veroordeeld zijn voor bijvoorbeeld fraude of omkoping.
Zoals eerder opgemerkt kan Defensie niet ingaan op individuele bedrijven die volgens mediaberichten onderwerp zijn van onderzoek. Aangezien deze schriftelijke vragen specifiek Elbit betreffen, merk ik op dat bij Elbit op dit moment geen sprake is van een onherroepelijke veroordeling.
Heeft u deze informatie onderzocht en meegewogen in het inkoopbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de strekking en de uitkomsten van het onderzoek delen en aangeven hoe u dit meeweegt?
Zie antwoord vraag 6.
Hoe beoordeelt u deze informatie in relatie tot uw beleid en uw inkoopkader?
Zie antwoord vraag 6.
Op welk moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van de opschorting van onderdelen van de relatie met Elbit door de NAVO?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft de Nederlandse overheid deze opschorting laten meewegen in het beleid en in het bijzonder in het inkoopbeleid? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Zijn er aankopen gedaan door Nederland bij Elbit nadat de Nederlandse overheid informatie had over mogelijke verdenkingen omtrent corruptie? Zo ja, welke en hoe kunt u dit verantwoorden?
Zie antwoord vraag 6.
Acht u het inkopen bij een defensiebedrijf dat verwikkeld is in een corruptieschandaal verantwoord?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u zich ervan bewust dat door het inkopen bij Elbit Nederlands belastinggeld terecht kan komen in de zakken van corruptieplegers?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u zich ervan bewust dat de beschuldigingen over corruptie bovenop het feit komen dat Elbit, samen met andere Israëlische defensiebedrijven, hun wapentuig in de praktijk test op Palestijnen en hiermee schuldig zijn aan oorlogsmisdaden?
Bij de aanschaf van materieel laat Defensie, naast de kwaliteit, de prijs en de levertijd ook de herkomst van het materieel meewegen. Bij voorkeur kiest Defensie voor Nederlandse of Europese leveranciers. Indien leveranciers uit Nederland of Europa onvoldoende kunnen voorzien in de defensiebehoefte, kijkt Defensie naar andere potentiële aanbieders. Dat kunnen ook Israëlische leveranciers zijn zoals Elbit. Het parlement is daarover eerder geïnformeerd.2
Sommige Israëlische bedrijven leveren uiteenlopende militaire systemen, of componenten voor militaire systemen, die voor Defensie essentieel zijn. Het nu beëindigen van de relatie met deze bedrijven heeft grote gevolgen voor de operationele slagkracht en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, alsmede voor de veiligheid van onze militairen. In de huidige geopolitieke omstandigheden laat ik zwaar meewegen dat onze mensen op tijd beschikken over het beste materieel. Zij moeten voorbereid zijn om af te schrikken en eventueel te vechten en te winnen voor onze vrijheid.
Bent u bereid om alle samenwerking met en inkopen bij Elbit te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 14.
Een MIVD-rapport |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Kan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, het rapport inzien dat door de MIVD in juni 2022 is verstuurd naar de CIA over een Oekraïens plan om de Nord Stream-gaspijpleiding op te blazen? Zo nee, waarom niet?
Welke Nederlandse instanties kunnen dit MIVD-rapport (wel) inzien? Kan de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en/of de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dit rapport (vertrouwelijk) inzien?
Hoe kan de Tweede Kamer het kabinet controleren als het, ook op vertrouwelijke basis, rapporten van de inlichtingendiensten niet mag inzien en/of als het kabinet zelfs het (wel of niet) bestaan van rapporten van Nederlandse inlichtingendiensten weigert te erkennen?
Het bericht dat ruim 600 Nederlanders in het Israëlische leger hebben gediend |
|
Ismail El Abassi (DENK), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Foort van Oosten (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger»?1
Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Van Baarle inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger?2
Wat is uw reactie op de onthulling dat volgens cijfers gepubliceerd door DeclassifiedUK zeker 645 mensen met de Nederlandse nationaliteit in het Israëlische leger gediend zouden hebben? Deelt u de mening dat dienen in het misdadige Israëlische leger onacceptabel en ongewenst is?
Bent u bereid om, vanwege de grove mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden die Israël pleegt, een onderzoek in te lassen naar de mogelijke betrokkenheid van Nederlanders bij misdaden gepleegd door het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Waarom heeft u, aangezien de genoemde informatie via een openbaarheidsverzoek beschikbaar zou zijn gekomen, dit niet eerder achterhaald of aan de Kamer gemeld?
Heeft u navraag gedaan bij de Israëlische autoriteiten bij de beantwoording van de eerdere vragen van het lid Van Baarle inzake dit onderwerp? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bleek hieruit?
Bent u bereid om alsnog navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten over het aantal en de inzet van Nederlanders die dienen in het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Zijn er bij het Openbaar Ministerie indicaties bekend dat mogelijk sprake is van internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger en zijn hier reeds onderzoeken naar gedaan om te bezien of strafrechtelijke vervolging opportuun is?
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in illegaal bezet gebied onacceptabel is en in strijd met het internationaal recht? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij gevechtshandelingen in Gaza het grote risico met zich meebrengt dat deze Nederlanders betrokken zouden kunnen zijn geweest bij oorlogsmisdaden dan wel hier getuige van zouden kunnen zijn geweest? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Had u op enig moment sinds 7 oktober 2023 kennis van Nederlanders die (mogelijk) dienen in het Israëlische leger en waarom is dat niet aan de Kamer gemeld? Wat is er met deze informatie gedaan?
Heeft u op enig moment sinds 7 oktober 2023 contact gehad met Israël inzake Nederlanders die mogelijk dienen in het Israëlische leger? Zo ja, waarom en wat was de strekking van dit contact?
Is het nog steeds zo dat er geen Nederlandse militairen zijn die toestemming hebben gevraagd om in het Israëlische leger te dienen?
Zijn u indicaties of voorbeelden bekend dat Israël of aan Israël gelieerde organisaties in Nederland werven voor het Israëlische leger dan wel bevorderen dat mensen actief worden voor het Israëlische leger? Zo ja, deelt u de mening dat dit volstrekt onwenselijk is en mogelijk zelfs strafbaar?
Is het in alle gevallen zo (geweest) dat de Nederlandse overheid zelf niet bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van een land waarmee Nederland geen gewapend conflict heeft? Klopt het dus dat Nederland op dit moment op geen enkele manier bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van andere landen?
Klopt het dat Nederland ook niet bijhoudt of er sprake is van dienen in het leger van landen die in oorlog zijn en waarbij er een risico bestaat op schendingen van het internationaal recht?
Bent u bereid om deze vragen elk afzonderlijk te beantwoorden?
Het bericht dat omwonenden van het azc in Lochem geld krijgen om hun eigen veiligheid te regelen |
|
Shanna Schilder (PVV), Annelotte Lammers (PVV), Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Rijkaart , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat de gemeente Lochem omwonenden en ondernemers rond het geplande asielzoekerscentrum (azc) € 1.000 wil geven om hun «gevoel van veiligheid en leefbaarheid» te vergroten?1
Bent u het eens met de stelling dat veiligheid geen taak is van burgers, maar van de overheid en dus de verantwoordelijkheid van de burgemeester?
Erkent u dat dit voorstel een impliciete erkenning is dat de komst van het azc grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengt die de gemeente schijnbaar niet onder controle heeft? Zo nee, waarom niet?
Bent u het eens met de stelling dat dit azc er dan nooit mag komen, omdat de veiligheid van de inwoners op één moet staan?
Bent u bereidt een streep door de komst van dit azc te zetten? Zo nee, bent u bereid om desnoods, in overleg met de Minister van Defensie, militairen in te zetten om de veiligheid van de inwoners te garanderen?
Het bericht dat de NAVO-troepen niet voorbereid zijn op de toekomst van oorlogsvoering |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in The Wall Street Journal getiteld «NATO Has Seen the Future and Is Unprepared», waarin op basis van een simulatie van drone-oorlogsvoering wordt geconcludeerd dat de NAVO onvoldoende lessen heeft getrokken uit de oorlog in Oekraïne?1
Bent u van mening dat de Nederlandse troepen voldoende getraind en uitgerust zijn om een grote confrontatie effectief aan te gaan?
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht op grote schaal over kamikaze-FPV-drones die niet alleen geschikt zijn voor surveillance, maar ook voor directe aanvallen, zoals deze worden ingezet door zowel Russische als Oekraïense strijdkrachten?
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht over drones met fiber-optische verbindingen, zoals die in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne worden gebruikt?
Welke samenwerkingsverbanden bestaan er met Oekraïne dan wel andere NAVO-partnerlanden om geavanceerde technologieën, zoals fiber-optische drones en FPV-kamikazedrones, te integreren in de Nederlandse krijgsmacht en wat is de concrete planning en tijdlijn voor deze integratie?
Op welke wijze wordt de opleiding en training van Nederlandse militairen aangepast aan de realiteit van moderne drone-oorlogsvoering, inclusief electronic warfare en jamming-technieken, teneinde te voorkomen dat Nederlandse eenheden in een reëel conflict op grote schaal worden uitgeschakeld, zoals gesimuleerd in recente NAVO-oefeningen?
Welke concrete maatregelen treft u om te waarborgen dat Nederland en de NAVO wel voorbereid zijn en standhouden in een scenario dat geschetst is tijdens de oefening Hedgehog 2025 in Estland?
De MIVD |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Kan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, inzage krijgen in de lijst met namen van journalisten die door de MIVD worden ingezet als agent? Zo nee, waarom niet?
Indien de Kamer zelfs niet op vertrouwelijke basis de lijst met namen van journalisten die door de MIVD als agent worden ingezet mag inzien, ondermijnt dit dan niet het vertrouwen in de journalistiek en dus onze democratie?
Wie heeft, behalve de MIVD zelf, kennis van de lijst met namen van journalisten die door de MIVD worden ingezet als agent?
De oerdomme jailbreak-uitspraak van Tuinman, die miljarden aan F-35-onderhoud en onze band met Amerika bedreigt. |
|
Maikel Boon (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u de uitspraak van demissionair Staatssecretaris Tuinman dat het mogelijk is een F-35 te «jailbreaken», net zoals je een iPhone jailbreakt? Deelt u de mening dat dit een oerdomme en politiek uiterst onverantwoorde uitspraak is die het vertrouwen van onze belangrijkste bondgenoot ernstig kan schaden?1
Kunt u uitleggen waarom de Staatssecretaris in het openbaar pleit voor het schenden van de ondertekende F-35-overeenkomsten, terwijl hij zelf erkent dat Europa geen eigen modern gevechtsvliegtuig heeft kunnen bouwen en Nederland daardoor volledig afhankelijk is van de Verenigde Staten?
Hoe denkt u dat de Verenigde Staten zullen reageren op een Nederlands bewindspersoon die openlijk roept om hun duurste gevechtsvliegtuig te hacken, terwijl de VS volledige controle hebben over software, upgrades en reserveonderdelen?
Kunt u een schatting geven van de economische schade, inclusief banenverlies en gemiste miljarden aan omzet en onderhoudscontracten (bijvoorbeeld op Vliegbasis Woensdrecht, als een van de Europese logistieke en onderhoudshubs voor de F-35), die Nederland zal lijden indien de Amerikanen besluiten geen reserveonderdelen of onderhoud meer te leveren als gevolg van de provocerende «jailbreak»-uitspraak van de Staatssecretaris?2
Bent u bereid de Staatssecretaris publiekelijk terug te fluiten, de Verenigde Staten schriftelijk te verzekeren dat Nederland de F-35-overeenkomsten niet zal schenden en excuses aan te bieden aan de Amerikaanse bondgenoot en de Nederlandse militairen die de dupe kunnen worden van deze loslippigheid?
Een tweet van de directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met deze tweet1 van Tulsi Gabbard, directeur van de Amerikaanse inlichtingendiensten, waarin ze stelt dat Rusland niet de militaire capaciteit heeft om Oekraïne, laat staan heel Europa, te veroveren?
Deelt de Nederlandse regering deze analyse van de Amerikaanse regering? Zo nee, waarom niet?
Is, wat de Nederlandse regering betreft, Rusland militair in staat Europa te veroveren? En is de Nederlandse regering wel of niet van mening – los van het feit of Rusland hier militair toe in staat is – dat Rusland de ambitie heeft om Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder militair te veroveren?
De brief ' Stand van Zaken Aanpak Schaduwvloot' |
|
Jan Paternotte (D66), Hanneke van der Werf (D66), Derk Boswijk (CDA) |
|
Tieman , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat, gelet op de snel veranderende veiligheidssituatie, lopende vredesonderhandelingen en de voortdurende financiering van de Russische oorlogsinspanningen via de schaduwvloot, de in de brief genoemde urgentie zich niet verhoudt tot het voorgenomen tijdpad tot de zomer voor het indienen van aanvullende wetgeving?1
Betekent dit tijdpad dat daadwerkelijke inspectie, aanhouding of het dwingen tot uitwijken van schepen die onder een valse vlag varen in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) in de praktijk pas mogelijk zal zijn na inwerkingtreding van deze wetgeving?
Betekent dit tevens dat het handelingsperspectief ten aanzien van vermoedelijk vals gevlagde schepen zich tot die tijd beperkt tot het benaderen van schepen en het registreren daarvan in systemen als SafeSeaNet en Thetis?
Kan actievere fysieke handhaving van vals gevlagde schepen plaatsvinden zonder inwerkingtreding van aanvullende nationale wetgeving? Zo ja, op welke termijn verwacht u hiermee aan te kunnen vangen? Zo nee, waarin schiet de huidige juridische ruimte precies tekort?
Kan het aangekondigde wetgevingsproces worden versneld? Zo nee, waarom niet?
Waarin verschilt de Nederlandse opvatting hierover van die van bijvoorbeeld Frankrijk, dat – voor zover uit openbare bronnen blijkt – lijkt te hebben gehandeld zonder zich te baseren op aanvullende nationale wetgeving?
Betreft de door de u aangekondigde wetgeving nieuwe wetgeving of een aanvulling op bestaande (sanctie-)wetgeving?
Kan Nederland in de tussentijd (fysieke) ondersteuning leveren bij handhaving buiten de eigen EEZ, bijvoorbeeld in nabijgelegen MRS-gebieden (Mandatory Reporting of Ships) van bondgenoten, zoals in samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in het Kanaal?
Het rapport waarin de Britse inlichtingendienst stelt dat de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen raken aan nationale veiligheid en welvaart van het Verenigd Koninkrijk |
|
Christine Teunissen (PvdD), Kati Piri (PvdA), Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Laurens Dassen (Volt) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport waarin de Britse inlichtingendienst waarschuwen dat de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen de nationale veiligheid en welvaart van het Verenigd Koninkrijk in gevaar brengen, en hoe beoordeelt u de relevantie van deze conclusies voor Nederland en Europa?1, 2, 3
Herkent u de analyse dat klimaatontregeling, biodiversiteitsverlies en ecosystemencollaps niet alleen milieuproblemen zijn, maar ook harde veiligheidsrisico’s, onder meer via voedsel- en wateronzekerheid, energiezekerheid, migratie, geopolitieke spanningen en toegenomen conflict? Kunt u dit toelichten?
In welke mate bekijkt het Rijk vandaag milieu-, klimaat-, en natuurrisico’s als veiligheidskwesties? Hoe vindt hierover afstemming plaats met Europese partners?
Heeft de Rijksoverheid beschikking over een gelijkaardige risicoanalyse voor Nederland? Zo ja, kunt u deze analyse, al dan niet vertrouwelijk, met de Tweede Kamer delen?
Zo nee, is er een Nederlandse overheidsdienst die een structurele risicoanalyse maakt van de impact van de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen op de nationale veiligheid van Nederland? Indien niet, staat een dergelijke risicoanalyse op de planning?
Indien het niet op de planning staat, kunt u alsnog de Kamer voor de zomer een rapportage bezorgen over de veiligheidsrisico’s ten gevolge van de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen voor Nederland?
Zijn de Nederlandse Krijgsmacht, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) zich bewust van de risico’s die de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen meebrengen voor de fysieke veiligheid van Nederland en de Nederlanders, onder andere door de verwachtte toename aan internationale conflicten en destabilisering van gemeenschappen wereldwijd die de voedingsbodem voor terrorisme kunnen vergroten? Zo ja, hoe bereiden ze zich op die risico’s voor en acht het kabinet deze voorbereiding voldoende?
Kunt u uiteenzetten hoe u structureel en systematisch gaat waarborgen dat de risico’s van klimaatontregeling, biodiversiteitsverlies en ecosystemencollaps voor de nationale veiligheid en welvaart daadwerkelijk worden meegewogen in alle relevante beleidsprocessen?
Heeft de Rijksoverheid een helder zicht op het risico van toename aan besmettelijke ziektes in Nederland en pandemieën die naar Nederland kunnen overwaaien? Zo ja, hoe bereid het Nederlandse zorgsysteem zich hierop voor?
Heeft de Rijksoverheid een helder zicht op het risico van lagere opbrengsten in de landbouw, een lager wereldwijd aanbod aan voedsel en bijgevolg stijgende voedingsprijzen? Zo ja, hoe bereid het Rijk zich hierop voor om zo de langetermijnvoedselzekerheid van Nederland te garanderen zonder beroep te doen op vernietigende landbouwmethoden die het probleem juist verergeren?
Deelt u de conclusie dat deze veiligheidsbedreiging potentieel de Nederlandse welvaart kunnen ondermijnen?
Herkent u de vaststelling dat er een realistische mogelijkheid is dat bepaalde wereldwijde ecosystemen zoals koraalriffen en boreale wouden reeds vanaf 2030 kunnen instorten met alle daaruit volgende veiligheidsrisico’s voor de wereld en dus ook voor Nederland? Welke nationale, Europese en internationale noodmaatregelen zijn nog mogelijk om dit te voorkomen?
Hoe zal Nederland gezien de huidige ontrafeling van de internationale orde ertoe bijdragen dat de gevolgen van de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen niet nog meer leidt tot een vijandige wereld waarin enkel het recht van de sterkste geldt? Hoe zal Nederland er juist toe bijdragen dat landen zich maximaal verenigen om deze uitdagingen samen aan te gaan en bij een toegenomen druk op beperkte hulpmiddelen vrede te waarborgen?
Hoe gaat u de samenleving, inclusief lagere overheden en burgers, transparant informeren over de conclusies van dergelijke analyses, zodat tijdig kan worden geïnvesteerd in zowel drastische emissiereductie en natuurherstel als in rechtvaardige adaptatie en weerbaarheid?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de geldende termijn beantwoorden?
De uitvoer van Nederlandse honden naar Israël |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Femke Wiersma (minister landbouw, visserij, voedselzekerheid en natuur) (BBB), Heijnen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat hondenleverancier Four Winds K9 zichzelf heeft opgeheven nadat het bedrijf meerdere malen per brief is verzocht om inzage in de documenten over hun uitvoer naar Israël?1
Kunt u op basis van douanegegevens een overzicht geven van het aantal honden dat sinds 2020 vanuit Nederland naar Israël is uitgevoerd, uitgesplitst per jaar en per maand?
Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor veterinaire certificering ten behoeve van de uitvoer van honden naar Israël in de afgelopen jaren zijn ingediend en hoeveel daarvan door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit zijn goedgekeurd, en op basis van welke veterinaire en administratieve toetsingscriteria deze certificering wordt verleend?
Kunt u de in vraag 2 en 3 genoemde aantallen uitsplitsen naar uitvoer door particuliere personen enerzijds en uitvoer door bedrijven of andere rechtspersonen anderzijds?
Beschikken de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de Douane over cijfers met betrekking tot veterinaire keuringen en afgegeven certificaten voor de uitvoer van honden naar Israël in 2025, en zo ja, kan de Kamer inzicht krijgen in deze gegevens, bij voorkeur uitgesplitst per maand?
Is bij de goedkeuring van uitvoer naar Israël beoordeeld of de honden kunnen worden ingezet voor militaire of repressieve doeleinden, en zo ja, hoe is deze risico-inschatting vastgelegd?
Acht u het wenselijk dat een bedrijf door zichzelf op te heffen feitelijk kan voorkomen dat er volledige duidelijkheid komt over mogelijke misstanden bij de uitvoer van honden?
Kunt u toelichten welke vormen van samenwerking de Nederlandse overheid, inclusief ministeries, uitvoeringsorganisaties of ambassades, heeft gehad met Four Winds K9 of aanverwante K9-bedrijven?
Bent u bekend met een LinkedIn-bericht van de Nederlandse ambassade in Costa Rica van 22 september 2024 waarin sprake lijkt te zijn van betrokkenheid bij of promotie van Four Winds K9 activiteiten, en kunt u toelichten wat de aard van deze betrokkenheid was?2
Heeft Nederland in de afgelopen tien jaar honden geschonken, gefinancierd of op andere wijze geleverd aan buitenlandse overheden of veiligheidsdiensten, waaronder Israël? Zo ja, aan welke landen, om hoeveel honden ging het, en onder welke voorwaarden?
Welke mensenrechten- en eindgebruikerschecks zijn uitgevoerd bij het schenken of uitvoeren van honden aan buitenlandse veiligheidsdiensten, en hoe wordt gecontroleerd of deze honden niet worden ingezet bij mensenrechtenschendingen?
Acht u de huidige wet- en regelgeving toereikend om te voorkomen dat vanuit Nederland uitgevoerde diensthonden worden ingezet voor vormen van geweldgebruik die naar Nederlandse maatstaven als buitensporig of onrechtmatig zouden gelden, en zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Bent u bereid de Kamer te informeren over welke aanvullende maatregelen worden onderzocht om meer inzicht te krijgen in de uitvoer, het eindgebruik en de handhaving rondom vanuit Nederland uitgevoerde diensthonden, en hoe daarbij wordt gewaarborgd dat deze honden niet worden ingezet bij mensenrechtenschendingen?
Bent u bekend met publieke uitingen van Four Winds DiagNose UAE, waarin wordt gesteld dat in samenwerking met de Federal Customs Authority in korte tijd een volledige canine unit van 50 handlers en honden is opgezet in de Verenigde Arabische Emiraten?3
Kunt u toelichten of en in hoeverre de Nederlandse overheid op de hoogte was van deze activiteiten van het VAE-zusterbedrijf van Four Winds, en of hierover informatie is gedeeld tussen Nederlandse toezichthouders en buitenlandse autoriteiten?
Acht u het relevant dat een bedrijf dat in Nederland honden exporteerde naar Israël, via een zusterbedrijf actief is in de VAE in nauwe samenwerking met overheidsdiensten, en ziet u aanleiding om te onderzoeken of kennis, training of honden vanuit Nederland indirect zijn ingezet bij deze activiteiten?
Kunt u deze vragen binnen twee weken beantwoorden?
Het Smash-systeem van Smart Shooter |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Gijs Tuinman (BBB), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het NRC-artikel «Defensie meldt aanschaf Israëlische wapens tegen drones niet»?1
Ja.
Klopt het dat de Smash 3000 (of andere versies daarvan) onderdeel zijn van de Extended AAAD Toolbox? Zo ja, waarom is dit nooit als zodanig richting de Kamer geëxpliceerd?
Op 19 december 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de start en behoeftestelling voor het project «Verwerving extended All Arms Air Defence (eAAAD) Toolbox» (Kamerstuk 27 830, nr. 456). Op dat moment was nog geen definitieve keuze gemaakt voor het uiteindelijke product en de leverancier. In deze A-brief is een functionele beschrijving van de capaciteit opgenomen die Defensie wilde verwerven. Door deze behoeftestelling functioneel te formuleren, gericht op het gewenste effect en niet op het gewenste product, bleven zoveel mogelijk opties voor de vervulling van de behoefte open. Defensie heeft tijdens het verwervingsproces begin 2025 een keuze gemaakt voor het uiteindelijke product. Dit product was uiteindelijk het enige product wat voldeed aan de door Nederland gestelde eisen.
Defensie heeft op 25 november 2025 uw Kamer geïnformeerd met de Kamerbrief «Update investeringen in additionele C-UAS capaciteit» (Kamerstuk 27 830, nr. 474). Hierin is aangegeven dat Defensie de krijgsmachtbrede eAAAD toolbox versterkt en uitbreidt. Sinds de start van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de drone-incidenten in de rest van Europa wordt specifieke militaire informatie steeds gevoeliger om openbaar te delen. Om operationele en veiligheidsredenen verstrekt Defensie daarom in principe geen openbare informatie meer over specifieke tijdslijnen, operationele effecten, aantallen en kosten. Defensie is transparant waar het kan en vertrouwelijk waar dat moet. Daarom is uw Kamer aanvullend geïnformeerd met de vertrouwelijke bijlage over de aanvullende investeringen in C-UAS capaciteit. In deze bijlage staan de verschillende investeringen in C-UAS capaciteit toegelicht, waaronder de ophoging van het gemandateerde project «Verwerving extended All Arms Air Defence (eAAAD) Toolbox». Deze Toolbox bestaat uit verschillende elementen waaronder, naast het Smash-systeem, ook Manpads2.
Klopt het dat het Smash-systeem al sinds 2020 op enige manier wordt gebruikt door Defensie? Zo ja, waarom wordt de Kamer dan pas op 19 december 2024 indirect geïnformeerd over de aanschaf via de Kamerbrief over de eAAAD Toolbox?
Het Smash-systeem was aangeschaft als Counter-Unmanned Aerial System (C-UAS) middel om onder andere te beproeven (concept development and experimentation) op welke wijze de specifieke dreiging van kleine UAS effectief is te beantwoorden, en welke manier van militair optreden met een dergelijk systeem het meest effectief is. Deze aanschaf betrof een gering aantal systemen en bleef ruim onder de financiële bandbreedtes van het Defensie Materieel Proces (DMP) met een bedrag onder de € 2 miljoen, zodat conform de afspraken over de informatie over het DMP uw Kamer hierover niet is geïnformeerd.
Is het bedrag dat met de verwerving van het Smash-systeem is gemoeid lager dan de ondergrens van projecten waarover de Tweede Kamer apart wordt geïnformeerd, te weten 50 miljoen euro? (Kamerstuk 27 830, nr. 463)
Uw Kamer is geïnformeerd met de vertrouwelijke bijlage over de aanvullende investeringen in C-UAS capaciteit. In deze bijlage staan de verschillende investeringen in C-UAS capaciteit toegelicht, waaronder de ophoging van het gemandateerde project «Verwerving extended All Arms Air Defence (eAAAD) Toolbox».
Stijgt de bandbreedte van het budget voor de verwerving van de eAAAD Toolbox door de additionele investeringen boven de mandateringsgrens van 250 miljoen euro uit? (Kamerstuk 27 830, nr. 463)
Uw Kamer is, zoals gezegd, geïnformeerd met de vertrouwelijke bijlage over de aanvullende investeringen in C-UAS capaciteit. Met de additionele investeringen in C-UAS capaciteit, stijgt de bandbreedte van het budget voor de verwerving van het gehele project «Verwerving eAAAD Toolbox» boven de mandateringsgrens van € 250 miljoen. In het Defensie Projectenoverzicht (DPO) van mei 2026 zal Defensie zoals gebruikelijk rapporteren over de voortgang van individuele projecten zoals het project «Verwerving eAAAD Toolbox».
Deelt u de mening dat een beroep op commerciële vertrouwelijkheid of operationele veiligheid door het ministerie niet geloofwaardig is, aangezien zowel de CEO van Smart Shooter als krijgsmachtonderdelen zelf al uitvoerig publiekelijk gecommuniceerd hebben over de ingebruikname van het Smash-systeem door Defensie?
Ik deel deze mening niet. Om tegemoet te komen aan de informatiebehoefte van uw Kamer en in afstemming met aanpassingen in het defensiebeleid, heeft Defensie over de jaren steeds meer en gedetailleerde informatie openbaar verstrekt. In het huidige tijdsgewricht is het echter nodig om kritisch te kijken naar de vertrouwelijkheid van deze informatie. Defensie geeft in principe geen openbare informatie meer over specifieke tijdslijnen (leveringen), operationele effecten, aantallen en kosten (projectbudgetten). Aanvullend geldt dat enkel openbaar wordt gecommuniceerd over de beoogde leverancier en daarmee het land van herkomst als het bedrijf daarmee instemt. Zo zijn bijvoorbeeld niet de landen van herkomst bekend gemaakt in de DMP-brieven bij de projecten «Precision Guided Rockets» (Kamerstuk 27 830, nr. 436), «Future Littoral All-Terrain Mobility Patrouillevoertuigen (FLATM PV)» (Kamerstuk 27 830, nr. 314) en «Network Enabled Capabilities Helikopters» (Kamerstuk 27 830, nr. 457), en «Ground based Area Accesss Denial (GAAD)» (Kamerstuk 33 763, nr. 144).
Is het gebruikelijk om bij communicatie richting de Kamer over wapenaankopen niet het land van herkomst te noemen, zoals in dit geval? Zo ja, kunt u voorbeelden geven waar dit ook niet is gebeurd?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de opvatting dat de verwerving van Israëlische wapensystemen politiek gevoelig ligt en de Kamer hierover dus apart geïnformeerd had moeten worden ongeacht de omvang van het budget?
Het kabinet erkent deze politieke gevoeligheid en heeft aandacht voor de verwerving van defensiematerieel bij Israëlische bedrijven (zie tevens de beantwoording vraag 20). Zoals hierboven gemeld, was bij de informatievoorziening aan uw Kamer over de behoeftestelling voor het project (Kamerstuk 27 830, nr. 456) nog geen definitieve keuze gemaakt voor het uiteindelijke product en de leverancier.
Deelt u de mening dat de Kamerbrief van 25 november jl. over aanvullende investeringen in C-UAS, en dus ook de eAAAD Toolbox, onderdeel was van de beraadslaging over de incidentele suppletoire begroting inzake bestrijding van drones, aangezien de ISB in die desbetreffende brief benoemd werd, de uitbreiding van de eAAAD Toolbox blijkens de Kamerbrief van 19 december 2024 gerelateerd is aan het project Initiële Counter-Unmanned Aircraft Systems capaciteit, Kamerleden ernaar vroegen en de Staatssecretaris zelf de aanschaf van extra Smash-systemen in het debat heeft aangekondigd? Zo ja, waarom heeft u dit niet in acht genomen toen u toezegde dat de beoogde leveranciers niet uit Israël afkomstig zijn? Zo nee, waarom niet?
Ik deel deze mening niet. Zoals aangegeven in de Incidentele Suppletoire Begroting (ISB) van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2025 (Kamerstuk 36 858, nr. 7) van 19 november 2025, betreft de ISB een aantal financiële herschikkingen tussen de artikelen van het DMF om over te kunnen gaan tot de directe aanschaf van IRIS-radars en gerelateerde voertuigen en verbindingen en het kanonsysteem Skyranger als Combat C-UAS capaciteit. De uitbreiding van de «eAAAD Toolbox» was hier geen onderdeel van.
Tijdens het Wetgevingsoverleg (WGO) met uw Kamer van 26 november 2025 heb ik het project eAAAD Toolbox alleen genoemd als voorbeeld van de versterking van de vierkante meter van de militair.3 Ik heb tevens aangegeven dat dit een project in uitvoering is waarvoor de contracten al waren getekend. Ik heb tijdens het WGO de aanschaf van extra Smash-systemen niet genoemd of aangekondigd. Ik heb tijdens het WGO over de ISB gezegd dat de betrokken radars, gerelateerde voertuigen, verbindingen en kanonsystemen niet uit Israël komen.
Waarom heeft u bij uw aankondiging dat er extra Smash-systemen afgeroepen worden tijdens het wetgevingsoverleg niet aangegeven dat het om een Israëlische leverancier ging terwijl het al langer bekend is dat sommige fracties daar kritisch op zijn en in het debat ook ter sprake kwam dat geen wapens uit Israël een harde voorwaarde was voor de steun van de fractie van GroenLinks-PvdA?
Ik heb tijdens het WGO de aanschaf van extra Smash-systemen niet genoemd of aangekondigd. De ISB betrof alleen de directe aanschaf van IRIS-radars en gerelateerde voertuigen en verbindingen en het kanonsysteem Skyranger als Combat C-UAS capaciteit.
Is bij Defensie bekend of, en in welke hoedanigheid, Smash of andere producten van Smart Shooter worden gebruikt door het Israëlische leger, in het bijzonder tijdens inzet in Gaza en de Westelijke Jordaanoever?
Klopt het dat Smart Shooter Smash ook aanbiedt voor inzet tegen personen? Zo ja, is er bij Defensie enige informatie bekend over het gebruik van Smash of andere producten van Smart Shooter tegen personen in Gaza of de Westelijke Jordaanoever?
Is er bij Defensie enige informatie bekend over de mogelijke betrokkenheid van Smash of andere producten van Smart Shooter bij ernstige mensenrechtenschendingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever?
Kan Defensie uitsluiten dat Smash of andere producten van Smart Shooter mogelijk gebruikt zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever?
Hoe heeft u het gebruik van Smash of andere producten van Smart Shooter tijdens de Gaza-oorlog meegenomen in uw afweging om tot aanschaf van het Smash-systeem over te gaan?
Hanteert Defensie inderdaad het uitgangspunt dat dit wapen alleen tegen drones ingezet kan worden en niet tegen mensen? Zo ja, waarop is dit uitgangspunt gebaseerd? Zo nee, waarom niet?
Alle nieuwe wapens en munitie voor de krijgsmacht worden getoetst aan de verplichtingen van Nederland onder het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht. Het toenmalige Smart Shooter systeem is in 2021 getoetst en het (bindend) advies van de Adviescommissie Internationaal Recht en Conventioneel Wapengebruik is online te raadplegen op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-defensie/organisatie/commissies/adviescommissie-internationaal-recht-en-conventioneel-wapengebruik (advies 18). In het advies staan de redenen voor begrenzing van het gebruik. Het systeem betreft een richtmiddel en geen zelfstandig wapen. Nieuwe versies van het systeem zullen opnieuw worden beoordeeld wat betreft voorwaarden voor het gebruik ervan door de Nederlandse krijgsmacht.
Welke plannen zijn er voor verdere investeringen in het Smash-systeem?
Defensie heeft momenteel geen concrete plannen voor verdere investeringen in het Smash-systeem. Het is echter niet uit te sluiten dat bij verdere uitbreiding van de krijgsmacht een aanvullende behoefte ontstaat aan dergelijke capaciteit.
Op welke wijze heeft de proef van de Landmacht met de Smash 2000 bijgedragen aan de verdere (door)ontwikkeling van het Smash-systeem door Smart Shooter?
Defensie heeft de proef met de Smash 2000 uitgevoerd om te experimenteren op welke wijze de specifieke dreiging van kleine UAS effectief te beantwoorden is en welke manier van militair optreden met een dergelijk systeem het meest effectief is. Tevens is op basis van deze proef een verdere behoeftestelling met aantallen en benodigde functionaliteiten opgesteld.
Er zijn rapporten opgesteld om de werking van het systeem tegen Class I drones in kaart te brengen en de effectiviteit van het optreden te verbeteren. Deze rapporten zijn gebruikt om de exacte behoefte vorm te geven, de krijgsmacht breder kennis te laten maken met het systeem, alternatieven te onderzoeken en ervaringen met partnerlanden uit te wisselen bij het gezamenlijk tegengaan van de UAS-dreigingen. Er zijn geen resultaten en/of rapporten gedeeld met Israëlische counterparts of leveranciers.
Op welke wijze draagt het gebruik van de Smash 3000 door de krijgsmacht bij aan de verdere (door)ontwikkeling van het Smash-systeem door Smart Shooter?
De aanschaf van de Smash 3000 draagt bij aan de versterking van Defensie om sneller de operationele eenheden aan de oostflank en de krijgsmacht voor de eerste hoofdtaak gereed te stellen. Daarnaast draagt het bij aan de beveiliging van het eigen grondgebied en kritieke locaties tegen deze actuele dreiging. Defensie deelt geen informatie waarmee Smartshooter het proces of product kan verbeteren. Het belangrijkste deel van het onderhoud zal intern Defensie worden uitgevoerd. Alleen zaken die Defensie niet kan uitvoeren zullen door de tussenleverancier en/of Smartshooter worden georganiseerd. Defensie heeft maatregelen getroffen om te voorkomen dat het systeem data kan verzamelen die later kunnen worden uitgelezen.
Bent u bereid een plan op te stellen om afhankelijkheden van de Israëlische wapenindustrie af te bouwen? Zo ja, wanneer kan de Kamer dit tegemoet zien? Zo nee, waarom niet?
Defensie werkt met de «Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 (D-SII)» aan een toekomstbestendige krijgsmacht en aan het vergroten van de strategische autonomie van Nederland en Europa op het gebied van veiligheid en defensie (Kamerstuk 31 125, nr. 134). Dit gebeurt onder meer door industrieversterkend aanschafbeleid in Nederland en Europa en het verminderen van strategische afhankelijkheden van niet-Europese leveranciers.
Met het huidige voorkeursbeleid van Defensie ten aanzien van leveranciers uit Nederland of Europa, is de inzet om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers, waaronder die uit Israël, zoveel mogelijk te beperken. Tegelijkertijd heeft Defensie vanwege de toegenomen internationale dreiging en de veroudering van het bestaand materieel op zeer korte termijn behoefte aan nieuw materieel om de taken van de krijgsmacht te kunnen blijven uitvoeren. Indien leveranciers uit Nederland of Europa onvoldoende kunnen voorzien in de defensiebehoefte, kijkt Defensie naar andere potentiële aanbieders. Daarbij komen ook Israëlisch geregistreerde bedrijven in beeld. Eventuele aankopen van nieuw materieel uit Israël wordt per geval zorgvuldig gewogen, waarbij Defensie onderzoekt of het materieel essentieel is voor de gereedstelling van de krijgsmacht, of er geschikte alternatieven zijn en of deze alternatieven tijdig leverbaar zijn. Hiermee geeft Defensie invulling aan de motie van het lid Teunissen (Kamerstuk 22 054, nr. 478) om de afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie af te bouwen.
Welke alternatieven zijn er, of worden ontwikkeld, voor het Smash-systeem, onder andere in Europa? Waarom is niet voor een alternatief gekozen?
Er is op dit moment nog geen volwaardig alternatief op korte termijn leverbaar. Defensie beschouwt bij iedere behoeftestelling de herkomst van het materieel en, in lijn met de D-SII, de mogelijkheden voor Nederlandse en Europese alternatieven.
Kunt u deze vragen één voor één en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Vanwege de samenhang zijn de vragen 6 en 7 en de vragen 11 tot en met 15 gezamenlijk beantwoord.
Financiële en personele tekorten voor bescherming tegen spionage en sabotage in de Noordzee |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de recente berichtgeving waarin wordt gesteld dat financiële en personele tekorten bij de Nederlandse Kustwacht leiden tot verhoogde risico’s op sabotage en spionage? Hoe reflecteert u op deze verontrustende berichten?1
Ik ben bekend met de recente berichtgeving. De dreiging op de Noordzee is actueel, complex en vindt doelbewust plaats in het grijze gebied tussen oorlog en vrede. Nationale en internationale wetgeving dragen eraan bij, de aanpak complex is. In 2023 is door de opdrachtgevende departementen binnen het kustwachtsamenwerkingsverband besloten om de capaciteit bij de Kustwacht te vergroten met 43 FTE, waardoor de Kustwacht met deze additionele capaciteit in staat is om haar huidige taken dienstverlening, handhaving en maritime security naar behoren uit te voeren.
Klopt het dat het tekort aan geld en personeel bij de Kustwacht zo nijpend is dat de dienst tot zeker 2027 niet kan worden ingezet om internet- en elektriciteitskabels, pijpleidingen en andere infrastructuur op de Noordzee te beschermen tegen sabotage en spionage?
In 2018 heeft de Raad voor de Kustwacht besloten dat maritime security een aparte hoofdtaak voor de Kustwacht vormt. Deze nieuwe hoofdtaak bevat deeltaken zoals bijvoorbeeld crisiscommunicatie en informatievoorziening, security berichtgeving en pre-arrival analyses. Daarnaast is de Kustwacht sinds juli 2025 het meldpunt voor maritime security; mensen kunnen verdachte situaties melden bij de Kustwacht. Hierdoor kan de Kustwacht eerder adequaat reageren op mogelijke dreigingen. De meldkamer is 24/7 bezet voor het verwerken en uitlopen van deze meldingen. Voor een uitbreiding van taken in het kader van Maritime Security zullen aanvullende structurele middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Het is aan een volgend kabinet om daar een besluit over te nemen.
Kunt u aangeven of er een causale relatie bestaat tussen het capaciteitstekort bij de Kustwacht en concrete incidenten, zoals het Russische spionageschip Eagle S dat twee uur lang ongestoord boven onderzeese kabels bij Terschelling kon varen op 24 november 2023?
De Kustwacht monitort de scheepvaart en verzamelt informatie om te weten wat er op de Noordzee gebeurt om de taken te kunnen uitvoeren. Over de inlichtingenpositie, werkwijze en activiteiten worden in het openbaar geen uitspraken gedaan, om te voorkomen dat tegenstanders en kwaadwillende inzage wordt gegeven in de modus operandi van de Kustwacht of de Koninklijke Marine.
Welke acties onderneemt het kabinet om heel snel een einde te maken aan het gesteggel over geld tussen de departementen die betrokken zijn bij het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI)?
Onder coördinatie van IenW is in 2023 het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee infrastructuur (PBNI) in het leven geroepen. Op dat moment is PBNI met IenW, DEF, JenV, EZ, KGG en BZ aan de slag gegaan met het maken van een Actieplan, analyses van dreigingen en het in kaart brengen van de meest kritieke infrastructuur in en op de Noordzee. PBNI heeft de afgelopen jaren diverse resultaten geboekt. Zo is er onder andere geïnvesteerd in versterkte beeldopbouw met onder meer een extra patrouilleschip, een verbetering van de communicatie op zee voor de Kustwacht, extra satellietcapaciteit, versterking van de publiek-private en de internationale samenwerking en is er een proeftuin gestart voor datafusie.
In deze proeftuin komt data van verschillende organisaties bij elkaar en wordt deze vervolgens gezamenlijk geanalyseerd om zo een betere beeldopbouw (Maritime Situational Awareness en Maritime Situational Understandig) te krijgen op en in de Noordzee. Daarnaast wordt nu intensief gewerkt aan meer handelingsopties om bijvoorbeeld de schaduwvloot aan te pakken. Ook wordt onderzocht hoe een mogelijk NMSC kan worden ingericht en welke verdeling van de verantwoordelijkheden tussen betrokken departementen (Defensie, JenV en IenW) het meest effectief is. Met deze informatie kan een nieuw kabinet een besluit nemen over het vervolg van PBNI vanaf 2026 en verder, inclusief bijbehorende financiering.
Ziet het kabinet mogelijkheden om een deel van de financiële tekorten via Europese middelen te dekken, gelet op het feit dat Nederland een belangrijke Europese toegangspoort vormt voor trans-Atlantische datakabels?
Momenteel wordt door PBNI onderzocht welke financiële mogelijkheden vanuit de Europese Unie mogelijk zijn, bijvoorbeeld via het EU Action Plan on Cable Security. Echter, dit is geen structurele oplossing voor de financiële middelen die de uitvoering van het Actieplan Strategie ter bescherming Noordzee infrastructuur nodig heeft. De Europese middelen kunnen als aanvulling worden gebruikt voor specifieke projecten, zoals de integratie van data of het gebruik van AI bij de analyse van scheepvaartbewegingen.
Ziet het kabinet daarnaast een rol voor de NAVO bij het versterken van de bescherming van onderzeese datakabels en andere kritieke maritieme infrastructuur?
Het kabinet heeft een goede en intensieve samenwerking met de NAVO voor de versterking van de bescherming van kritieke maritieme infrastructuur. Zo is op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel een coördinatiecel ingericht om NAVO-initiatieven op dit gebied te versnellen en is een Critical Undersea Infrastructure Network opgericht om samenwerking en afstemming tussen bondgenoten, NAVO-partners en private partijen te bevorderen. Tevens is er een NATO Maritime Centre for the Security of Critical Undersea Infrastructure (NMCSCUI) bij het NATO Allied Maritime Command ingericht, dat in mei 2024 initial operational capable is verklaard. Wanneer het NMCSCUI gereed is, moet het in staat zijn om te voorzien in situationeel bewustzijn over het maritieme dreigingslandschap met betrekking tot kritieke maritieme infrastructuur. Tot slot patrouilleren beide noordelijke vlootverbanden van de NAVO geregeld in de Noordzee en Oostzee.
Het Young Global Leaders programma van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
U schrijft in uw beantwoording dat u «op persoonlijke titel» bent uitgenodigd en deelneemt aan het Young Global Leaders programma van het World Economic Forum, kunnen we daaruit concluderen dat de uitnodiging die u van de YGL Foundation in januari 2025 per e-mail heeft ontvangen dus losstaat van het feit dat u op 2 juli 2024 als Minister van Defensie tot het kabinet bent toegetreden? Betekent dit logischerwijs ook dat in de uitnodiging die u heeft ontvangen dus niet wordt verwezen naar uw ministersambt? Kan de Tweede Kamer deze e-mail met de uitnodiging die u heeft ontvangen doorgestuurd krijgen? Heeft u misschien ook enig idee waarom u, los van uw ministersambt, op persoonlijke titel, bent genomineerd en uitgenodigd door de YGL Foundation?1
De Young Global Leaders Foundation gaat over de selectie van de kandidaten. In de uitnodiging wordt inderdaad niet verwezen naar mijn ministersambt.
U weigert in uw beantwoording, hoewel u dit wordt gevraagd, te reflecteren op de uitspraak van de bedenker en oprichter van de YGL Foundation, de heer Klaus Schwab, een uitspraak waarin hij stelt dat het Young Global Leaders programma – een programma waarvoor u dus, kort na uw beëdiging als Minister, bent genomineerd en uitgenodigd, een uitnodiging waar u, op persoonlijke titel, ook op bent ingegaan – door het World Economic Forum wordt gebruikt om wereldwijd, citaat, «kabinetten te penetreren», waarom? Is dit niet een terechte vraag die een volksvertegenwoordiger, die geacht wordt de regering te controleren, behoort te stellen als een lid van het kabinet deelneemt aan een dergelijk omstreden programma, een vraag die door het kabinet vervolgens ook beantwoord zou moeten worden?
De heer Schwab kiest zijn eigen woorden. Ik blijf dan ook bij mijn eerdere antwoord dat het niet aan mij is om uitspraken van hem te recenseren.
Het kabinet onderschrijft uw visie op het World Economic Forum niet. Zoals in eerdere beantwoording gesteld is de mening van het kabinet dat het World Economic Forum een nuttig platform biedt voor de uitwisseling van ideeën, onderzoeksresultaten en inzichten over actuele thema’s tussen politici, wetenschappers, journalisten en vertegenwoordigers van internationale organisaties, het bedrijfsleven en ngo’s. Het biedt ook een goede gelegenheid om in bilaterale gesprekken met internationale leiders en het bedrijfsleven specifieke onderwerpen te bespreken die van belang zijn voor Nederland.
Is het naar uw mening wenselijk en verstandig, voor een lid van het kabinet, om op persoonlijke titel deel te nemen aan een programma waarvan de oprichter en bedenker, in het openbaar nota bene, zélf heeft aangegeven dat daarmee wordt beoogd om wereldwijd «kabinetten te penetreren»?
Mede in het licht van het antwoord op vraag 2 zie ik geen bezwaren om op persoonlijke titel deel te nemen aan het YGL-programma.
Bent u bekend met het bericht dat de Nederlandse Kustwacht door personeelstekorten beperkt handelingsperspectief heeft bij het signaleren en tegengaan van spionage- en sabotageactiviteiten op de Noordzee, mede in het licht van toenemende (digitale) dreigingen?1
Ja.
Heeft u inzicht in hoe groot het huidige capaciteitstekort is bij de Nederlandse Kustwacht, uitgesplitst naar personeel, vaartuigen en middelen, en wat dit concreet betekent voor het toezicht op de Noordzee? Zo ja, kunt u dit specificeren? Zo niet, wat bent u van plan doen om dit in kaart te brengen?
In 2023 is er een disbalans vastgesteld tussen het takenpakket van de Kustwacht en haar capaciteit. Door de opdrachtgevende departementen binnen het kustwachtsamenwerkingsverband is besloten om de capaciteit bij de Kustwacht op orde te brengen (toename van 43 FTE). Met deze additionele capaciteit is de Kustwacht in staat om haar huidige taken dienstverlening, handhaving en maritime security naar behoren uit te voeren. Voor een uitbreiding van taken in het kader van maritime security zullen nieuwe middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Daarnaast ligt er een opdracht vanuit het Kustwachtsamenwerkingsverband om de organisatie en aansturing van de Kustwacht te onderzoeken. Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag of het huidige model van de Kustwacht toekomstbestendig is. Ook wordt onderzocht hoe de huidige taken van de Kustwacht (dienstverlening, handhaving en maritime security) zich verhouden tot toekomstige ontwikkelingen, waaronder het op te bouwen National Maritime Security Centre (NMSC) dat onder regie van het Interdepartementaal Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) wordt uitgewerkt.2
In hoeverre acht u de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee, zoals onderzeese kabels, pijpleidingen en windparken, op dit moment voldoende geborgd?
Het interdepartementale Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) is opgericht in 2023. Het programma heeft als doel om de bescherming van de Noordzee infrastructuur te versterken. In 2024 en 2025 is door het programma ca. 44 mln. geïnvesteerd in het verbeteren van de beeldopbouw op de Noordzee, in het verhogen van de weerbaarheid van zowel de fysieke als digitale weerbaarheid van de Noordzee infrastructuur, het versterken van de crisisbeheersing, en het verbeteren van de nationale en internationale samenwerking (zowel publiek als privaat). Ook zijn er onderzoeken gedaan naar de meest kritieke infrastructuurpunten op de Noordzee, waar sensoren strategisch kunnen worden geplaatst en naar de governance van maritime security op de Noordzee.
Het onderzoek van ABDTOPConsult heeft aanbevolen om een Nationaal Maritiem Security Centrum (NMSC) op te richten, waarin het bijeenbrengen en analyseren van verschillende datastromen moet samenkomen en uitvoerende organisaties sneller kunnen worden ingezet. Voor de zomer van 2025 is een kwartiermaker aangesteld om te kijken hoe het NMSC moet worden ingericht. Er zijn veel initiatieven ontplooid om de bescherming van de Noordzee infrastructuur te versterken. Om het gewenste niveau te bereiken en het Actieplan Strategie ter Bescherming Noordzee Infrastructuur volledig uit te voeren is structurele financiering nodig. Dit besluit wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. Om deze periode te overbruggen is door het huidige kabinet geld beschikbaar gesteld.
Acht u de huidige taakverdeling en samenwerking tussen Kustwacht, Koninklijke Marine en andere betrokken diensten passend bij de huidige dreiging van spionage en sabotage op zee? Zo niet, waar zit ruimte voor verbetering?
Alle betrokken uitvoeringsorganisaties werken hard om de dreiging van sabotage en spionage op de Noordzee aan te pakken. Zoals benoemd in het antwoord op vraag 4 is één van de aanbevelingen van ABDTOPConsult om de samenwerking ter verbeteren op de Noordzee door o.a. de oprichting van een Nationaal Maritiem Security Centrum (NMSC).
Het NMSC is nodig voor het bijeenbrengen en analyseren van alle informatie van (zowel publieke als private) partijen die actief zijn op de Noordzee. Door gestructureerde samenwerking tussen de Kustwacht, Nationale Politie, Defensie, private partijen, buurlanden, inlichtingen- en veiligheidsdiensten moet een completer en actueler beeld van de situatie op de Noordzee ontstaan. Een ander belangrijk onderdeel van het NMSC is om uitvoerende organisaties, zoals de Kustwacht, Maritieme Politie en de Marine sneller te kunnen inzetten bij incidenten. Het beschermen van vitale infrastructuur op de Noordzee in vredestijd is echter een civiele verantwoordelijkheid die Defensie middels een bijstandsverlening aan het civiele gezag ondersteunt. Andere aanbevelingen gaan over het creëren van een goede wettelijke basis onder de informatiewisseling tussen overheid en private partijen en het zorgen voor voldoende capaciteit bij met name de Kustwacht, Defensie en Politie.
Bent u bereid de Koninklijke Marine een structureel grotere rol te geven bij de bescherming van de cruciale infrastructuur in de Noordzee? Zo niet, waarom niet?
Defensie heeft sinds juli 2023 een permanente taak op de Noordzee bij de bescherming van infrastructuur op de Noordzee. Zo bouwt Defensie beeld en begrip op van dreigingsactoren en factoren op de Noordzee. Daarnaast escorteert Defensie niet-NAVO eenheden door de Nederlandse EEZ. Dit gebeurt in afstemming met bondgenoten en wanneer daar aanleiding voor is.3 Het beschermen van de vitale infrastructuur op de Noordzee in vredestijd is een civiele verantwoordelijkheid. Defensie en in het bijzonder de Koninklijke Marine kan middels bijstandsverlening het civiele gezag daarin ondersteunen. Deze bijstand wordt op verzoek van het civiele gezag geleverd die de behoefte hiertoe formuleert. De Koninklijke Marine zet de komende jaren stappen om verder te ontwikkelen en vernieuwen. Capaciteiten ter versterking van de bescherming en maritime security op de Noordzee maken hier deel van uit.
Welke rol ziet u voor innovatie en technologische middelen, zoals onderwaterdrones, sensoren, autonome vaartuigen of satellietmonitoring, bij het verkleinen van het capaciteitstekort?
Vanuit Defensie speelt innovatie voor inzet op de Noordzee een centrale rol. Hierbij wordt een ambitie nagestreefd voor het interoperabel optreden van sensoren en effectoren van space naar zeebodem. Daar valt de integratie van de boven genoemde capaciteiten ook onder. Zo is in 2023 het Seabed Security Experimentation Centre (SeaSEC) in Scheveningen geopend, waar Nederland samen met Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegen en Zweden experimenteel onderzoek uitvoert om onderzeese infrastructuur te beschermen.
Hoe is de samenwerking met andere Noordzeelanden en internationale partners ingericht bij het detecteren en tegengaan van spionage en sabotage, en waar ziet u mogelijkheden tot intensivering?
Veiligheid staat hoog op de agenda van verschillende internationale organisaties en wordt actief vanuit de NAVO en de EU gestimuleerd. Vanuit de NAVO is de Critical Undersea Infrastructure Coordination Cell opgericht, waarin Nederland actief participeert. Daarnaast is er een samenwerkingsverband tussen het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Nederland. Door deze landen is een Joint Declaration of Intent (JDI) getekend om samen de bescherming van de infrastructuur te verbeteren. Dit wordt onder andere gedaan door het delen van informatie over incidenten, dreigingsbeelden en best practices, regelgeving op elkaar aan te sluiten en door het ontwikkelen van een gezamenlijke crisisrespons. De komende tijd wordt ook actiever de samenwerking opgezocht met de samenwerkende landen in de Baltische Zee.
Welke concrete maatregelen op korte en middellange termijn bent u voornemens te nemen om te voorkomen dat toezicht, handhaving en beveiliging op de Noordzee structureel tekortschieten?
De Kustwacht voert in opdracht van de samenwerkende departementen haar toezicht en handhavingsfunctie uit op de Noordzee, hiervoor worden de Kustwachtschepen en het Kustwachtvliegtuig ingezet. Dit najaar wordt een nieuw 24/7 schip operationeel wat de mogelijkheid geeft om langer op zee te zijn. Dit handhavingsvaartuig gaat reguliere toezicht en handhavingstaken uitvoeren. De verkenning naar de vervanging van de huidige handhavingsvaartuigen wordt deze maand opgestart.
Complementair aan deze civiele capaciteiten investeert Defensie, als onderdeel van de Defensienota 2022, in Intelligence, Surveillance and Reconnaissance (ISR-)capaciteit op de Noordzee. Met deze waarnemingscapaciteit kan Defensie dreigingen tegen vitale infrastructuur tijdig onderkennen, lokaliseren en volgen. Daarmee draagt deze capaciteit bij aan de afschrikking van mogelijke plegers van sabotage en spionage. Daarnaast bereidt Defensie de verwerving voor van twee licht-bemande schepen die een taak krijgen op de Noordzee. Met de vaartuigen kan Defensie proactief potentiële dreigingen opsporen en verdachte situaties monitoren. Hiervoor worden de schepen uitgerust met onderwaterapparatuur en sensoren. De schepen worden tevens ingezet om onderzoek te doen bij acute dreigingen en verstoringen. Defensie kan met deze investeringen invulling geven aan de taken die Defensie heeft op de Noordzee en, indien nodig, bijstand verlenen aan de Kustwacht.
Bent u bekend met het artikel «Nederlandse militairen treffen in oorlogstijd nieuwe vijand; dodelijke infectie met resistente bacteriën»?1
Ja.
Bent u het eens met kapitein-ter-zee en internist Barth dat Nederland te weinig antibiotica op voorraad heeft in geval van tijden van militair conflict? Zo nee, waarom niet?
Er zijn in Nederland verschillende voorraden van geneesmiddelen (en dus ook van antibiotica). Zo bestaat er voor de reguliere zorg een verplichte veiligheidsvoorraad van geneesmiddelen van in totaal 8 weken. Aanvullend daarop heb ik voor de reguliere zorg in 2024 een subsidie verleend aan de volgesorteerde groothandels om een extra voorraad van 4 weken aan te leggen van essentiële antibiotica en salbutamol aerosol. Deze voorraad is dus bovenop de al verplichte veiligheidsvoorraad van in totaal 8 weken2.
Afgelopen jaar heb ik besloten om deze extra voorraad uit te breiden. De volgesorteerde groothandels gaan daarom 4 weken extra voorraad aanleggen van geneesmiddelen uit de rode categorie van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen, en 3 weken extra voorraad van geneesmiddelen uit de oranje categorie. Voor beide categorieën geldt dat de extra voorraad zich beperkt tot geneesmiddelen met een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15. Ik verwacht dat het gewenste peil voor de extra voorraad in de loop van 2026 bereikt wordt. Al deze veiligheidsvoorraden zijn bedoeld als buffer om leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen te kunnen overbruggen en effecten voor patiënten te voorkomen.
Deze voorraden zijn bedoeld om een periode van verhoogde vraag of beperkte levering te overbruggen. Deze voorraden zijn niet ingericht voor het opvangen van het verbruik tijdens een (militaire) crisis. Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. De continuïteit en beschikbaarheid van zorg is ook voorwaardelijk voor militaire slagkracht om forse klappen op te kunnen vangen. Om dit te realiseren moet de zorg kunnen terugvallen op voldoende voorraad medische producten (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen). Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten, waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.3
Daarnaast beschikt de Nederlandse krijgsmacht over een strategische voorraad antibiotica om gewonde en zieke Nederlandse militairen te behandelen.
De oorlog in Oekraïne laat zien dat nieuwe behandelingen nodig zijn tegen micro-organismen die (multi)resistent zijn tegen bestaande antibiotica. Het is daarom hard nodig dat nieuwe en innovatieve antibiotica worden ontwikkeld. Dit proces kan jaren tot decennia duren. Om het onderzoek naar nieuwe en innovatieve antimicrobiële middelen aan te jagen, heb ik meerdere (nog lopende) onderzoeksprogramma’s naar nieuwe antibiotica gefinancierd.4 Ook is het van belang om via diagnostiek de meest effectieve behandeling voor te kunnen schrijven. De behoefte aan nieuwe antibiotica en diagnostiek speelt niet alleen in de reguliere zorg, maar ook expliciet bij de krijgsmacht. Daarom onderzoek ik, samen met de Staatssecretaris van Defensie, hoe wij in de toekomst hier samen op kunnen trekken om Nederland weerbaarder te maken.
Bent u van plan een afdoende strategische voorraad antibiotica aan te leggen en/of deze zelf te produceren ten behoeve van onze Nederlandse militairen in geval van militair conflict? Zo ja, hoe gaat u dit concreet vormgeven en wat is het tijdspad? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse krijgsmacht beschikt al over een strategische voorraad antibiotica om gewonde en zieke Nederlandse militairen te behandelen.
Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. De continuïteit en beschikbaarheid van zorg is ook voorwaardelijk voor militaire slagkracht om forse klappen op te kunnen vangen. Om dit te realiseren moet de zorg kunnen terugvallen op voldoende voorraad medische producten (geneesmiddelen en medische producten). Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten, waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.5
Om te voorkomen dat voorraden van medische producten opraken, is het belangrijk dat producenten hun productie kunnen opschalen tijdens een crisis. Samen met de Staatssecretaris van Defensie verken ik daarom of we afspraken kunnen maken met producenten om hiervoor capaciteit vrij te houden.
Bent u van plan een afdoende voorraad antibiotica aan te leggen en/of deze zelf te produceren voor de structurele behoefte van de Nederlandse burger? Zo ja, hoe gaat u dit concreet vormgeven en wat is het tijdspad? Zo nee, waarom niet?
Voor de reguliere zorg heb ik al in 2024 een subsidie verleend aan de volgesorteerde groothandels om een extra voorraad van 4 weken aan te leggen van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen. Deze extra voorraad is bovenop de al verplichte veiligheidsvoorraad van in totaal 8 weken.
De veiligheidsvoorraden zijn bedoeld als buffer om leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen te kunnen overbruggen. Deze extra voorraad ligt er al, en zorgt voor minder en minder lange geneesmiddelentekorten.6
Afgelopen jaar heb ik besloten om deze extra voorraad uit te breiden. De volgesorteerde groothandels gaan daarom 4 weken extra voorraad aanleggen van geneesmiddelen uit de rode categorie van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen, en 3 weken extra voorraad van geneesmiddelen uit de oranje categorie. Voor beide geldt dat de extra voorraad zich beperkt tot geneesmiddelen met een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15. Ik verwacht dat het gewenste peil voor de extra voorraad in de loop van 2026 bereikt wordt.
Tijdens een (militaire) crisis moet de reguliere zorg in Nederland kunnen opschalen (opschaalbare noodzorg), zodat de zorg in Nederland voor zoveel mogelijk mensen zo lang mogelijk toegankelijk blijft. Daarom onderzoek ik de aanleg van zogenoemde weerbaarheidsvoorraden van medische producten (geneesmiddelen en medische hulpmiddelen), waarover uw Kamer op 12 december 2025 is geïnformeerd.7
Ik acht het niet wenselijk dat de overheid zelf geneesmiddelen produceert om te voorzien in de structurele behoefte van de Nederlandse burger. In Nederland vindt al commerciële productie plaats van geneesmiddelen, waaronder antibiotica. Wel hecht ik er groot belang aan dat Nederland en Europa minder afhankelijk worden van landen buiten Europa voor de toelevering van kritieke geneesmiddelen, waaronder antibiotica. Daarvoor trek ik in Europees verband op. In dat kader is de Europese Verordening Kritieke Geneesmiddelen (Critical Medicines Act (CMA)) in ontwikkeling. Deze beoogt onder meer productie van kritieke geneesmiddelen, zoals antibiotica, in Europa te stimuleren.8 Verder neemt de overheid een proactieve rol aan in het faciliteren van onderzoek, het laten verhogen van voorraadhoogtes en onderzoekt de o de mogelijkheden om productie op te schalen.
Is er in geval van een grootschalig militair conflict gegarandeerd voldoende capaciteit voor Nederlandse gewonde militairen in Nederlandse én in Oost-Europese ziekenhuizen? Zo nee, wat gaat u concreet ondernemen om dit op orde te brengen en wat is het tijdspad?
In het geval van een grootschalig militair conflict richt het Ministerie van Defensie samen met NAVO-bondgenoten een militair geneeskundige behandel- en vervoerketen in voor de opvang van Nederlandse gewonden. Het primaire doel is het zo snel mogelijk herstellen van de militair, zodat deze weer ingezet kan worden. Als herstel van een Nederlandse gewonde in het inzetgebied niet mogelijk is, wordt de gewonde voor behandeling vervoerd naar Nederland. Uiteindelijk zal de gewonde behandeld worden in de reguliere zorg in Nederland.
Oost-Europese ziekenhuizen maken planmatig geen deel uit van de militaire keten. De zorginstanties van de zogenoemde Oost-Europese frontnations kunnen mogelijk ingezet worden in de zorg van de Nederlandse militairen maar zijn in een grootschalig conflict vooral belast met het opvangen van hun eigen gewonde militairen en burgerslachtoffers.
Ten algemene zijn de staatsecretaris van Defensie en ik met het zorgveld in gesprek over wat nodig is voor het vergroten van de weerbaarheid van de zorg. Dit gaat ook over de inzet op opschaalbare noodzorg, waarmee het kunnen absorberen van een langdurige toestroom van patiënten wordt nagestreefd. Over deze inzet is uw Kamer op 12 december 2025 geïnformeerd.6
Extra geld voor Oekraïne |
|
Kati Piri (PvdA), Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken en klimaat) (VVD), Dick Schoof (minister-president ) (INDEP), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitspraak van de demissionair Minister-President dat extra geld voor Oekraïne buiten het uitgavenkader zit en dus in het saldo loopt (in het plenair debat van 27 november 2025)?
Ja, zoals opgenomen in het hoofdlijnenakkoord valt steun aan Oekraïne niet onder het uitgavenkader. Deze uitgaven zijn wel saldo- en schuldrelevant. In het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat het (demissionaire) kabinet de Europese begrotingsnormen respecteert.
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de kabinetsappreciatie (van 18 december 2025) van het amendement voor aanvullende middelen voor Oekraïne (Kamerstuk 36 850 X, nr. 7), waarbij de demissionair Minister van Financiën aangeeft dat het amendement geen deugdelijke dekking heeft?
Steun aan Oekraïne valt niet onder het uitgavenkader, maar is wel relevant voor het EMU-saldo en de EMU-schuld. Het kabinet hecht aan de Europese referentiewaarden voor het tekort (3% bbp) en de schuld (60% bbp). Het was niet realistisch om de gehele 2 miljard euro waar de motie om verzocht nog in 2025 uit te geven. Dit betekent dat de door uw Kamer gevraagde resterende 1,3 miljard euro uit het amendement van het lid Stultiens in 2025 niet tot besteding zou komen, waardoor het in 2026 het saldo en de schuld zou belasten. Gegeven de financiële realiteit dat we in 2026 tegen de grenzen aanlopen1, is het vanuit het EMU-saldo bezien daarom wenselijk dat een dergelijke intensivering van dekking wordt voorzien.
Kunt u aangeven of het demissionaire kabinet vasthoudt aan de lijn-Schoof (buiten het uitgavenkader) of aan de lijn-Heinen (binnen het uitgavenkader) inzake extra geld voor Oekraïne?
Deze vraag berust op een verkeerde veronderstelling (zie het antwoord op vraag 1 en 2).
Klopt het dat deze extra 1,3 miljard euro voor Oekraïne dit jaar al is uitgegeven met geleend geld uit 2026 en dat bovengenoemd amendement er slechts voor zorgt dat deze uitgaven worden betaald met extra geld in 2025, waardoor er in 2026 geen budgettair gat voor Oekraïne ontstaat?
Het kabinet heeft in het voorjaar van 2025 3,1 miljard euro beschikbaar gesteld voor militaire steun aan Oekraïne in 2026. Hiervan is 2 miljard euro versneld tot besteding gekomen in 2025 middels een kasschuif van 2026 naar 2025.
Hiernaast is het kabinet middels de motie van het lid Klaver c.s. verzocht het budget voor militaire steun aan Oekraïne aan te vullen met 2 miljard euro, zodat het budget in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar gesteld kan worden ten behoeve van de defensie-industrie in Oekraïne. Het kabinet heeft als eerste stap in de opvolging van de motie 700 miljoen euro aangewend ten behoeve van steun aan Oekraïne. Door het versneld vrijmaken van middelen voor steun aan Oekraïne zorgt het kabinet dat in het eerste kwartaal van 2026 militaire leveringen aan Oekraïne gecontinueerd kunnen worden. In het begin van 2026 zal het kabinet bezien hoe verdere opvolging aan de motie wordt gegeven.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden?
Ja.
De brief over invulling van de motie militaire steun aan Oekraïne |
|
Vicky Maeijer (PVV), Raymond de Roon (PVV), Teun van Dijck (PVV) |
|
Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken en klimaat) (VVD), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u alsnog expliciet en uitgebreid ingaan op de niet in de brief gedeelde informatie met betrekking tot artikel 3.1 CW 2016, inzake a) de doelstellingen, de doeltreffendheid en de doelmatigheid die worden nagestreefd; b) de beleidsinstrumenten die worden ingezet; c) de financiële gevolgen voor het Rijk en, waar mogelijk, de financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren? Zo nee, waarom niet?1
De maatregelen betreffen een voortzetting van het huidige Oekraïne steunbeleid en wijken daarmee niet af van de artikel 3.1 CW overwegingen die eerder met uw Kamer zijn gedeeld, als bijlage van de periodieke leveringenbrief (kenmerk 22 054-463, dd. 11 september 2025). In deze bijlage komt naar voren dat het ingezette beleidsinstrument de levering van militair materieel betreft, de nota van wijziging zet dit beleid voort.
Waaruit bestaat de 500 miljoen euro aan verwachte onderuitputting in 2025? In hoeverre is deze onderuitputting een zekerheid?
De verwachte onderbesteding van € 500 miljoen heeft betrekking op hoofdstuk K, het defensiematerieelfonds. Deze verwachting is gebaseerd op lagere valutakoersen dan waarop gepland is (ca. € 250 miljoen.) en vertraging op meerdere reguliere defensieprojecten a.g.v. externe factoren. Beide categorieën van onderbesteding kenden een hoge mate van zekerheid. Voor dit fonds geldt een onbeperkte eindejaarsmarge. Dit betekent dat de middelen naar volgend jaar kunnen worden geschoven waardoor de onderrealisatie beschikbaar. Hierdoor zal er geen vertraging of afstel van behoeften en/of projecten uit het DMF ontstaan in 2026 of latere jaren. Genoemde bedragen zijn afgerond op hele miljoenen. Uw Kamer wordt bij Slotwet geïnformeerd over de werkelijke realisatie en onderbesteding
Welke reguliere defensieprojecten hebben als gevolg van externe factoren vertraging opgelopen en waarom? Wat zijn de concrete gevolgen hiervan?
De voortgang van individuele projecten, eventuele vertragingen en andere wijzigingen op de lopende projecten zullen door Defensie zoals gebruikelijk worden gerapporteerd in het Defensie Projecten Overzicht (DPO) van mei 2026.
Hoe groot is de kans op toekomstige tegenvallers? Zijn er al tegenvallers met een zekere mate van waarschijnlijkheid te voorzien? Zo ja, waarop en hoeveel?
Het aanwenden van onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïne betekent dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van de in=uittaakstelling2, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnen ontstaan. Het kabinet heeft nog geen exacte inschatting van toekomstige tegenvallers. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal dit duidelijk worden.
In de nota van wijziging schrijft u dat er wordt gekeken naar het Nederlandse en Oekraïense bedrijfsleven voor respectievelijk 300 miljoen en 400 miljoen; hoe is deze verdeling tot stand gekomen?2
De invulling en verdeling is tot stand gekomen op basis van een inventarisatie welk materieel op zeer korte termijn beschikbaar was, voor zowel contractering als levering. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de betrokkenheid en de opbouw van de Nederlandse defensie-productieketen en het Oekraïense bedrijfsleven conform de moties 36 045, nr. 243 en de motie 21 501-20, nr. 2286.
Waar zal de 700 miljoen exact aan worden uitgegeven? Welke contracten worden met welke bedrijven voor welke orders getekend?
Omwille van commerciële vertrouwelijkheid doet Defensie geen uitspraken over de precieze besteding van deze middelen. Uw Kamer wordt geïnformeerd over het aan Oekraïne geleverd materieel middels periodieke leveringenbrieven.
Op welke manier exact garandeert u dat de 400 miljoen voor het Oekraïense bedrijfsleven doelmatig besteed wordt en bovendien niet ten prooi valt aan corruptie?
Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model. De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk Oekraïens bedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsopbouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government to Business-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse model van directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelf verantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van een contract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwerving doet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.
In de brief wordt gesproken over het spoedeisende karakter als reden om een beroep te doen op artikel 2.27, tweede lid CW 2016; waaruit blijkt dit spoedeisende karakter? Waarom kon deze uitgave niet een week later, na stemming over de najaarsnota, plaatsvinden?
Uw Kamer heeft het kabinet verzocht om aanvullende militaire Oekraïnesteun beschikbaar te stellen. Het kabinet heeft ervoor gekozen om invulling te geven aan deze motie door in 2025 versneld 700 miljoen euro beschikbaar te stellen om te waarborgen dat de steun aan Oekraïne voorgezet wordt.
De stemming over de 2e suppletoire begroting 2025 van de Defensiebegroting, waarin de 700 miljoen euro is verwerkt, in de Tweede Kamer stond echter pas gepland op 18 december. Zonder het toepassen van artikel CW 2.27 tweede lid zouden de overeenkomsten pas na autorisatie van zowel de Tweede als de Eerste Kamer rechtmatig kunnen worden aangegaan. Daarmee zou het niet mogelijk zijn om nog in 2025 invulling te geven aan de oproep van uw Kamer. Door een beroep te doen op artikel CW 2.27 tweede lid heeft het kabinet getracht uw Kamer juist en tijdig te informeren over de wijze waarop het kabinet een eerste stap zet in de invulling aan de door uw Kamer aangenomen motie4. Op 9 december heeft uw Kamer aangegeven dat zij zich deugdelijk geïnformeerd acht.
De Kamer mag de onderuitputting niet gebruiken voor extra uitgaven, maar waarom mag u dit wel? Hoeveel van de resterende onderuitputting kan nog worden gebruikt?
In aanvulling op het antwoord op vraag 4 is ervoor gekozen om de onderuitputting anders aan te wenden dan het invullen van de in=uittaakstelling. Hiermee kiest het kabinet ervoor om opvolging te geven aan de motie van de Kamer. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal de definitieve onderuitputting over 2025 duidelijk worden.
Het artikel 'Kabinet trekt toch 700 miljoen euro extra uit voor Oekraïne' |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD), Eelco Heinen (minister financiën, minister economische zaken en klimaat) (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Het kabinet gebruikt 700 miljoen aan onderuitputting in de begroting voor extra steun aan Oekraïne, is deze gang van zaken niet in strijd met de begrotingsregels, aangezien onderuitputting niet gebruikt mag worden voor nieuw beleid?1
Het kabinet kan besluiten om de onderuitputting anders aan te wenden. In dit geval gebruikt het kabinet de onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïne en zet daarmee een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het aanwenden van de onderuitputting betekent wel dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van de in=uittaakstelling, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnen ontstaan.
Hoe verhoudt het toch vrijmaken van extra geld zich tot de stellingname van het kabinet tegen de motie Klaver cs. waar de Minister-President nog duidelijk was in zijn boodschap dat er geen onmiddellijke ruimte was voor extra steun aan Oekraïne? (Kamerstuk 36 045, nr. 243)
Het kabinet ziet de noodzaak voor onverminderde steun aan Oekraïne en kijkt daarbij wat Oekraïne nodig heeft en wat Nederland kan bieden. Het kabinet erkent de wens van de Kamer om op korte termijn extra militaire steun te leveren en heeft daartoe bezien wat er mogelijk is. Met het aanwenden van onderuitputting zet het kabinet een eerste stap in de opvolging aan de motie van de Kamer. Het kabinet beziet vervolgens in het begin van het nieuwe jaar hoe verdere opvolging aan de motie gegeven kan worden.
Kunt u een actueel overzicht geven van alle bilaterale steun (giften) van Nederland aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is geschonken en voor welk doel (militair/civiel)?
Sinds de Russische invasie in Oekraïne in 2022 is er tot aan Miljoenennota 2026 13,4 miljard euro via Defensie2, 3,4 miljard euro via BZ/BHO en 442 miljoen euro via Financiën aan steun voor Oekraïne toegezegd. 3,4 miljard euro aan militair- en niet-militaire steun valt in 2026. Daarnaast is er 700 miljoen euro vrijgemaakt in 2025 in reactie op de Tweede Kamermotie voor aanvullende militaire Oekraïnesteun3. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de totale internationale steun door Nederland. De tabel is inclusief de additionele 700 miljoen euro in 2025.
De militaire steun ziet met name op munitieleveringen en wapensystemen zoals F-16 toestellen, tanks en luchtverdediging. Met de niet-militaire steun draagt het kabinet onder andere bij aan acute noodhulp, herstel van (energie-)infrastructuur, huizen en drinkwatervoorzieningen.
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Militaire steun2
171
965
2.482
5.522
2.563
965
597
145
40
Niet-militaire steun (incl. macro-financiële bijstand)
457
546
807
772
856
445
9
4
5
Bedragen t/m 2024 volgen uit Financieel Jaarverslag Rijk. Bedragen 2025–2030 volgen uit de Oekraïne bijlage bij Miljoenennota 2026 en zijn geactualiseerd voor de nota van wijziging bij Najaarsnota 2025.
De getoonde reeks voor militaire steun wijkt enigszins af t.o.v. de laatste update Kamerbrief leveringen aan Oekraïne. Waar de Kamerbrief kijkt naar leveringen uit eigen voorraad, ziet deze reeks op netto-kasuitgaven in de begroting. De bedragen aan militaire steun in de tabel hebben vanaf 2028 volledig betrekking op compensatie voor in het verleden geleverd materieel uit eigen voorraad. Door deze compensatie kan dit materieel worden vervangen ten bate van de eigen krijgsmacht.
Kunt u een actueel overzicht geven van bilaterale steun in de vorm van leningen aan Oekraïne tot nu toe, waarbij inzichtelijk is gemaakt wanneer welk bedrag is verstrekt en voor welk doel?
Nederland heeft in 2022 één specifieke bilaterale lening van 200 miljoen euro aan Oekraïne, verstrekt via een kredietlijn van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Deze lening was bedoeld als begrotingssteun aan Oekraïne om de dagelijkse uitgaven te financieren en de economie draaiende te houden.4
Kunt u een actueel overzicht geven van de bilaterale steun tot nu toe van alle andere Europese lidstaten in de vorm van leningen én giften aan Oekraïne?
Volgens de meest recente beschikbare cijfers van de Europese Commissie hebben de Europese Commissie en EU-lidstaten in totaal tot en met 2025 circa 170 miljard euro steun geleverd aan Oekraïne (waaronder 66 miljard euro in militaire steun en 100,6 miljard euro in niet-militaire steun). Deze cijfers zijn mogelijk niet volledig. Het aandeel van lidstaten in de steun van de Europese Commissie wordt over het algemeen bepaald aan de hand van de bni-sleutel, maar deze verschilt ieder jaar. Daarom is het lastig om de totale steun terug te voeren op individuele lidstaten.
Elke lidstaat maakt individuele afwegingen over de omvang van de steun evenals de mate waarin publieke informatie over deze steun verstrekt wordt. Het kabinet doet daarom geen uitspraken over de steun verleend door andere lidstaten.
Kunt u een actueel overzicht geven van steun in Europees verband uitgesplitst in giften, leningen en garanties waarbij tevens inzichtelijk is gemaakt wat het Nederlandse aandeel is per categorie?
Via verschillende instrumenten heeft de EU steun geleverd aan Oekraïne. Hieronder worden de verschillende steunpakketten uiteengezet:
Naast hierboven genoemde niet-militaire steun is er in EU-verband ook militaire steun verstrekt aan Oekraïne. Volgens de Europese Commissie is er door de EU en lidstaten 66 miljard euro aan militaire steun geleverd, waaronder 6,1 miljard euro onder de Europese vredesfaciliteit (EPF) en 362 miljoen euro voor de EU Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM). Vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken is in de periode 2023 tot en met 2025 171,5 miljoen euro bijgedragen aan het EPF voor Oekraïne. Hieruit wordt ook het niet-operationele deel van EUMAM betaald. Vanuit het Ministerie van Defensie is circa 35 miljoen euro uitgegeven tot en met 1 april 2025 aan het operationele deel van EUMAM. Zoals aangegeven in de recent verstuurde Kamerbrief5 komt het grootste deel van het EPF nog niet tot besteding door een veto van Hongarije.
Wat heeft de opvang van Oekraïners in Nederland tot nu toe gekost per jaar voor de nationale overheid, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Een overzicht van de gerealiseerde geoormerkte uitgaven voor Oekraïense ontheemden van voorgaande jaren zijn terug te vinden in het Financieel Jaarverslag Rijk van het desbetreffende jaar. In deze overzichten wordt voor 2024, 2023 en 2022 het onderscheid gemaakt tussen opvang ontheemden, zorg en onderwijs.
2022
2023
2024
Opvang ontheemden
1.079
3.436
2.598
Zorg
54
170
223
Onderwijs
200
222
75
Wat heeft de opvang van Oekraïners tot nu toe gekost per jaar voor decentrale overheden, inclusief kosten voor zorg, onderwijs en sociale zekerheid? Kunt u deze kosten uitsplitsen per genoemde categorie?
Zie antwoord op vraag 7.
Het verder uitsplitsen van de kosten voor de opvang tussen nationale overheid en de decentrale overheden is niet mogelijk. Daarbij zijn de kosten van de nationale overheid vaak een vergoeding aan decentrale overheden voor de gemaakte kosten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de opvang van ontheemden. Zo maken de veiligheidsregio’s onder andere kosten voor de eerste opvang en maken gemeenten kosten voor de gemeentelijke opvang (GOO) en de particuliere opvang (POO). Voor zover beschikbaar worden de gemaakte kosten per begroting gepresenteerd in de departementale jaarverslagen.
Is Nederlandse steun in welke vorm dan ook betrokken bij het onlangs gemelde corruptieschandaal in Oekraïne of eerder betrokken geweest bij corruptie in Oekraïne op welk niveau dan ook?
Op dit moment zijn er geen indicaties dat met Nederlandse steun malversaties zouden hebben plaatsgevonden. Nederland heeft geen bijdrages gedaan aan het Oekraïense staatsenergiebedrijf Energoatom. Het grootste deel van de Nederlandse energiesteun aan Oekraïne loopt via internationale instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben langjarige ervaring met het verlenen van steun en hebben sterke controlemechanismen om corruptie te voorkomen. Nederland ondersteunt Oekraïne actief bij het versterken van anti-corruptie-instanties, zowel bilateraal als in Europees verband.
Welke garanties heeft het kabinet dat Nederlandse steun doelmatig wordt besteed?
De Nederlandse procedures en auditing regels zien toe op de rechtmatige en doelmatige besteding van de beschikbaar gestelde middelen voor steun aan Oekraïne.
Het toetsen van militaire doelmatigheid vindt plaats aan de voorkant, waarbij de behoefte vanuit Oekraïne (centraal gecoördineerd door NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU)) al dan niet wordt gekoppeld aan het aanbod. Dit kan commercieel of eigen voorraad betreffen. De informatie over doelmatigheid van het militair vermogen komt terug via NSATU en Oekraïne.
Welke controlemechanismen heeft de Nederlandse regering tot haar beschikking om na te gaan of Nederlandse steun voldoende doelmatig wordt besteed?
Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model. De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk bedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsopbouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government to Business-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfunctionarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse model van directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelf verantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van een contract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereenkomsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwerving doet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.
De Nederlandse niet-militaire steun loopt voor het grootste deel via de internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbank en de EBRD. Deze banken hebben ervaring met steunprogramma’s in Oekraïne en passen audit- en controlemechanismen toe om corruptie zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast loopt een deel van de Nederlandse bijdragen via de EU en VN-organisaties, die alle bijdragen toetsen op risico’s rondom fraude en corruptie. In geval van bilaterale steunprogramma’s wordt gewerkt met Nederlandse uitvoerende organisaties met een bewezen track record. Bij nieuwe bijdragen doorlopen uitvoerende organisaties een integriteitsanalyse en is er op reguliere basis contact over de stand van zaken m.b.t. hun werkzaamheden in Oekraïne.
Kunt u deze vragen vóór het plenaire debat over de Europese top van 18 en 19 december beantwoorden?
Ja.
Het bericht dat de NAVO een Israëlisch defensiebedrijf in de ban doet vanwege een smeergeldzaak |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «NAVO doet Israëlisch defensiebedrijf in de ban vanwege smeergeldzaak»?1
Ja.
Klopt het dat het Israëlische defensiebedrijf Elbit Systems sinds 31 juli niet meer mee mag doen met aanbestedingsprocedures van de NAVO vanwege mogelijke corruptie?
Het NATO Support and Procurement Agency (NSPA) is een NAVO-instantie die voor bondgenoten contracten sluit met leveranciers voor de aanschaf en/of onderhoud van uiteenlopende soorten materieel en munitie. Daarbij richt het NSPA zich vooral op logistieke ondersteuning. Het NSPA heeft bondgenoten in juli 2025 formeel geïnformeerd dat enkele bedrijven, afkomstig uit landen zowel binnen als buiten de NAVO, voorlopig zijn uitgesloten van aanbestedingsprocedures van het NSPA vanwege de verdenking van onregelmatigheden bij het verlenen van contracten. Defensie is ervan op de hoogte welke bedrijven dit zijn, maar doet in beginsel geen openbare uitspraken over individuele leveranciers.
Voor Nederland heeft deze maatregel vooralsnog geen rechtstreekse gevolgen omdat ons land niet betrokken is bij deze specifieke aanbestedingen van het NSPA. Zowel het NSPA als de autoriteiten van België, waar het NAVO-hoofdkwartier is gevestigd, hebben deze zaak in onderzoek.
Zowel de NAVO als Defensie hecht groot belang aan integriteit. SG NAVO Rutte heeft benadrukt dat de NAVO een zero tolerance beleid voert als het gaat om fraude en corruptie. Defensie voldoet aan de wet- en regelgeving en het beleid van Defensie op het gebied van zakelijke integriteit richt zich onder meer op transparantie, het voorkomen van belangenverstrengeling, fraude en corruptie, het samenwerken met betrouwbare (zakelijke) partners en het zorgvuldig omgaan met belastinggeld. Daarnaast heeft Defensie eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid waarin is uitgewerkt op welke wijze belangenverstrengeling, fraude en corruptie worden voorkomen en hoe grote en/of risicovolle projecten worden beoordeeld.
Klopt het ook dat de lopende samenwerkingen tussen de NAVO en het Israëlische bedrijf zijn stilgelegd?
Nederland beschikt alleen over informatie dat het NSPA enkele bedrijven voorlopig heeft uitgesloten van aanbestedingsprocedures.
Klopt het dat het gaat om ernstige beschuldigingen waaruit blijkt dat Elbit zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan strafbare praktijken, waaronder onregelmatigheden bij de toekenning van contracten?
Zie antwoord vraag 2.
Op welk precies moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van beschuldigingen dan wel vraagtekens aan het adres van Elbit inzake mogelijke corruptie?
Medio juni 2025 heeft Defensie informatie ontvangen dat een onderzoek van het NSPA gaande was. Het NSPA heeft bondgenoten in juli 2025 formeel geïnformeerd over de voorlopige uitsluiting van enkele bedrijven van aanbestedingsprocedures van het NSPA.
Wat heeft de Nederlandse overheid gedaan met deze informatie?
Defensie kan niet vooruitlopen op de uitkomsten van nog lopend onderzoek naar fraude en corruptie. Het is onwenselijk om te speculeren over de vraag welke maatregelen daaruit zouden kunnen voortvloeien.
Defensie houdt zich aan de Europese aanbestedingsregelgeving waarin is geregeld dat partijen in beginsel behoren te worden uitgesloten van deelname aan Europese aanbestedingen, indien zij in een periode van vier jaar voorafgaande aan het indienen van een inschrijving, onherroepelijk zijn veroordeeld. Defensie verlangt bij de aanvang van een aanbesteding van de deelnemende partijen een verklaring dat zij niet onherroepelijk veroordeeld zijn voor bijvoorbeeld fraude of omkoping.
Zoals eerder opgemerkt kan Defensie niet ingaan op individuele bedrijven die volgens mediaberichten onderwerp zijn van onderzoek. Aangezien deze schriftelijke vragen specifiek Elbit betreffen, merk ik op dat bij Elbit op dit moment geen sprake is van een onherroepelijke veroordeling.
Heeft u deze informatie onderzocht en meegewogen in het inkoopbeleid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de strekking en de uitkomsten van het onderzoek delen en aangeven hoe u dit meeweegt?
Zie antwoord vraag 6.
Hoe beoordeelt u deze informatie in relatie tot uw beleid en uw inkoopkader?
Zie antwoord vraag 6.
Op welk moment was de Nederlandse overheid op de hoogte van de opschorting van onderdelen van de relatie met Elbit door de NAVO?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft de Nederlandse overheid deze opschorting laten meewegen in het beleid en in het bijzonder in het inkoopbeleid? Zo neen, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Zijn er aankopen gedaan door Nederland bij Elbit nadat de Nederlandse overheid informatie had over mogelijke verdenkingen omtrent corruptie? Zo ja, welke en hoe kunt u dit verantwoorden?
Zie antwoord vraag 6.
Acht u het inkopen bij een defensiebedrijf dat verwikkeld is in een corruptieschandaal verantwoord?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u zich ervan bewust dat door het inkopen bij Elbit Nederlands belastinggeld terecht kan komen in de zakken van corruptieplegers?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u zich ervan bewust dat de beschuldigingen over corruptie bovenop het feit komen dat Elbit, samen met andere Israëlische defensiebedrijven, hun wapentuig in de praktijk test op Palestijnen en hiermee schuldig zijn aan oorlogsmisdaden?
Bij de aanschaf van materieel laat Defensie, naast de kwaliteit, de prijs en de levertijd ook de herkomst van het materieel meewegen. Bij voorkeur kiest Defensie voor Nederlandse of Europese leveranciers. Indien leveranciers uit Nederland of Europa onvoldoende kunnen voorzien in de defensiebehoefte, kijkt Defensie naar andere potentiële aanbieders. Dat kunnen ook Israëlische leveranciers zijn zoals Elbit. Het parlement is daarover eerder geïnformeerd.2
Sommige Israëlische bedrijven leveren uiteenlopende militaire systemen, of componenten voor militaire systemen, die voor Defensie essentieel zijn. Het nu beëindigen van de relatie met deze bedrijven heeft grote gevolgen voor de operationele slagkracht en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, alsmede voor de veiligheid van onze militairen. In de huidige geopolitieke omstandigheden laat ik zwaar meewegen dat onze mensen op tijd beschikken over het beste materieel. Zij moeten voorbereid zijn om af te schrikken en eventueel te vechten en te winnen voor onze vrijheid.
Bent u bereid om alle samenwerking met en inkopen bij Elbit te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 14.
Het Young Global Leader programma van het World Economic Forum |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u dit jaar toegetreden tot het zogenaamde «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum?1
Ja.
Door wie en wanneer bent u uitgenodigd toe te treden tot de 2025 «Young Global Leaders» klas van het World Economic Forum? Was dit een schriftelijke uitnodiging? Zo ja, kan de Tweede Kamer deze uitnodiging ontvangen?
De uitnodiging is in januari 2025 per e-mail ontvangen vanuit The Forum of Young Global Leaders Foundation (YGL Foundation).
Is het correct dat u bent uitgenodigd in uw hoedanigheid van Minister? Zo nee, waarom staat dit dan letterlijk zo aangegeven op de «Young Global Leader» website? Is het kabinet op de hoogte van deze nevenfunctie?2
Nee, de nominatie voor en deelname aan het Young Global Leaders programma is op persoonlijke titel. Dat de huidige functie van deelnemers wordt vermeld op de website van het programma doet daar niets aan af. Deelname aan het programma betreft geen nevenfunctie.
Wat waren uw beweegredenen om (op deze uitnodiging in te gaan en) lid te worden van de 2025 klas met «Young Global Leaders» van het World Economic Forum?
Ik heb positief gereageerd op de uitnodiging, omdat ik het eervol vind hiervoor te zijn genomineerd en het een kans biedt om internationaal van gedachten te wisselen met getalenteerde leiders.
Kan de Tweede Kamer dit driejarige «ontwikkelingsprogramma» van de 2025 «Young Global Leader» klas waar u (namens het kabinet) onderdeel van uitmaakt ontvangen? Bij welke «thematische bijeenkomsten» bent u aanwezig geweest? Welke «academische modules» van het World Economic Forum heeft u gevolgd?
Er is geen formeel ontwikkelingsprogramma, op de website van het Young Global Leaders programma kunt u meer lezen over de bijeenkomsten en modules waar men optioneel aan kan deelnemen. Ik ben (nog) niet bij een thematische bijeenkomst van het programma aanwezig geweest en heb geen academische module gevolgd.
Het «Young Global Leader» programma verschaft daarnaast, «opportunities to contribute to strategic initiatives aligned with the World Economic Forum’s mission», op welke manier heeft u, als WEF «Young Global Leader» bijgedragen aan welke specifieke doelstellingen van het World Economic Forum? Kan de Tweede Kamer hiervan een overzicht ontvangen?
Ik heb niet bijgedragen aan specifieke doelstellingen van het World Economic Forum. Zie ook het antwoord op vraag 5.
Hoe zou het kabinet de «doelstellingen van het World Economic Forum» omschrijven?
De WEF biedt een nuttig platform voor de uitwisseling van ideeën, onderzoeksresultaten en inzichten over actuele thema’s tussen politici, wetenschappers, journalisten en vertegenwoordigers van internationale organisaties, het bedrijfsleven en ngo’s. Het biedt ook een goede gelegenheid om in bilaterale gesprekken met internationale leiders en het bedrijfsleven specifieke onderwerpen te bespreken die van belang zijn voor Nederland.
Het doel van het WEF is het bijeenbrengen van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties om gezamenlijk bij te dragen aan een betere wereld.
Kan uit het feit dat u, als Minister van Defensie, bent toegetreden tot het «Young Global Leader» programma van het World Economic Forum logischerwijs worden geconcludeerd dat het kabinet de doelstellingen van het World Economic Forum steunt? Zo nee, waarom niet?
Nee, deelname aan dit programma geschiedt op persoonlijke titel. Zie ook het antwoord op vraag 3 en 7.
Is het correct dat Klaus Schwab, de inmiddels omstreden oprichter van het World Economic Forum, op 20 september 2017 op de Harvard Kennedy School, in het openbaar te kennen heeft gegeven trots te zijn dat het World Economic Forum het Young Global Leader programma wereldwijd gebruikt om, in zijn woorden, «kabinetten te penetreren»?3
Het is niet aan mij om de woorden van dhr. Schwab te recenseren.
Vindt het kabinet het wenselijk als leden van het kabinet deelnemen aan een programma waarvan de bedenker zélf aangeeft dat het bedoeld is om wereldwijd «kabinetten te penetreren»?
Zie antwoord op vraag 9.
Is het correct dat de Koning ook een WEF «Young Global Leader» is (geweest)? Ja of nee?4
Nee.
Kunt u de bovenstaande simpele en feitelijke ja-nee-vraag met alleen «ja» of «nee» beantwoorden? Zo nee, waarom bent u daartoe maar niet in staat?
Ja.
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden? Zo nee, waarom niet?
De vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.