Het invoeren van chatcontrole |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
David van Weel (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Europees Parlement stemt in controversiële spoedprocedure alsnog voor het checken van berichten op beelden van kindermisbruik»?1
Wat vindt u van het verlengen van «chatcontrol 1.0»2 en de manier waarop dit via een spoedprocedure, mede onder druk van de Europese Commissie en grote techbedrijven, is geforceerd?
Wat is de zienswijze van dit kabinet op deze vorm van chatcontrole? Volgt u nog steeds de beide aangenomen moties-Kathmann (Kamerstukken 32 317, nr. 891 & 32 317, nr. 981) die vragen om zich tegen chatcontrole te verzetten?
Wat zijn de gevolgen van deze stemming voor de privacy van Nederlandse burgers, nu vrijwillige chatcontrol niet alleen opnieuw is ingevoerd, maar is uitgebreid ten opzichte van de vorige vrijstelling?
Op welke manier mogen techbedrijven AI toepassen om berichtenverkeer tussen burgers te surveilleren? Kunt u duidelijk maken wat voor techniek hiervoor wordt toegepast door de relevante bedrijven?
Hoe wordt voorkomen dat onschuldige burgers op basis van valse positieven verdacht worden gemaakt en worden gemeld bij de politie of Europol?
Deelt u de zorgen van de indiener dat, zolang het scannen van online berichtenverkeer is toegestaan, er een reëel risico is dat deze techniek ook voor andere doeleinden zal worden gebruikt als gevolg van «mission creep»?
Hoe staat het met de onderhandelingen voor de CSAM-verordening, waar een vorm van chatcontrole tot dusver altijd een onderdeel van is geweest? Wanneer verwacht u dat hierover een stemming zal plaatsvinden?
Bent u bereid de Kamer een beslismoment voor te leggen als er een belangrijke (voor)stemming nadert met betrekking tot chatcontrole, zodat zij tijdig en goed geïnformeerd de kabinetsinzet kan sturen?
Kunt u bevestigen dat Nederland zich ten alle tijden en onomwonden zal verzetten tegen voorstellen die het scannen van versleutelde berichten mogelijk maken, al dan niet via een omweg?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
De veiligheidssituatie in Ter Apel |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk de veiligheidssituatie op het voorterrein van het asielzoekerscentrum in Ter Apel zo ernstig inschatten dat zij hun medewerkers hebben teruggetrokken?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van het feit dat dit gebeurde nadat vorige week onder andere (minimaal) twee steekpartijen plaatsvonden in het asielzoekerscentrum?
Ja.
Heeft u kennisgenomen van het feit dat op de eerste avond dat medewerkers van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk afwezig waren opnieuw meerdere vechtpartijen plaatsvonden bij het asielzoekerscentrum?2 3
Ja.
Klopt het dat ook buiten de hekken van het asielzoekerscentrum incidenten hebben plaatsgevonden, zoals het Rode Kruis heeft aangegeven?4 Kunt u uw antwoord toelichten?
Ja, zie in dit verband ook mijn nadere toelichting bij brief aan uw Kamer van 13 juli jl.5
Zijn naar aanleiding van de steek- en vechtpartijen in en rondom het asielzoekerscentrum gedurende de afgelopen twee weken aanhoudingen verricht en zo ja, hoeveel? Zo nee, hoe beoordeelt u dit?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Wat betekent het voor de veiligheid van omwonenden dat in zo’n korte tijd zoveel geweldsdelicten plaatsvinden? Kunt u uw antwoord toelichten?
De overlastproblematiek en incidenten op het voorterrein zetten de veiligheid van medebewoners, medewerkers en vrijwilligers en dorpsbewoners nog verder onder druk. Dat vind ik onacceptabel. Daarom heb ik bij brief aan uw Kamer van 13 juli jl. extra maatregelen aangekondigd.6
Erkent u dat asielzoekers nog altijd vrij Ter Apel in kunnen en de veiligheid van omwonenden dus op geen enkele wijze kan worden gegarandeerd? Kunt u uw antwoord toelichten?
Overlast en crimineel gedrag wordt niet getolereerd. Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om overlastgevers te sanctioneren. Dat betekent dat bij overlastgevend gedrag met zware impact, waar mogelijk aanvullend op strafrechtelijke maatregelen, ook vanuit de vreemdelingenketen een vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd.
Hoe beoordeelt u het feit dat er volgens inwoners van het asielzoekerscentrum «elke dag wordt gevochten»?5
Overlast, intimidatie, bedreiging en criminaliteit door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet om de druk op de opvang te verkleinen. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Wat vindt u ervan dat inwoners van Ter Apel nachtelijke onrust en een gevoel van onveiligheid ervaren?6
Zie antwoord vraag 8.
Welke veiligheidsmaatregelen – denk aan het vastzetten van overlastgevers, preventief fouilleren, invoering van een avondklok voor asielzoekers, enzovoort – bent u bereid te nemen teneinde de veiligheid van omwonenden per direct te verbeteren? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het is onaanvaardbaar dat inwoners van Ter Apel, maar ook medebewonershulpverleners en medewerkers op het azc, zich onveilig voelen door incidenten. Daarom heb ik zoals toegelicht bij brief van 13 juli jl.9 extra maatregelen genomen om de veiligheidssituatie in Ter Apel te versterken.
Bent u tijdens uw afgelopen bezoek aan Ter Apel ook daadwerkelijk in het asielzoekerscentrum geweest?7 Zo ja, wat was uw indruk van de situatie? Zo nee, waarom niet?
Nee, ik heb een bezoek gebracht aan de boa’s van de flexpool boa, waarmee ik naar het centrum van Ter Apel en het voorterrein bij het AZC ben geweest. Verder ben ik in gesprek gegaan met de burgemeesters van Westerwolde en Emmen. Ook heb ik besprekingen gevoerd met de verschillende ondernemers in het centrum van Ter Apel en Nieuw- Weerdinge en heb ik gesproken met inwoners.
Klopt het dat u tijdens uw afgelopen bezoek aan Ter Apel hebt gesproken met ondernemers? Zo ja, wat zeiden zij tegen u?
Ik heb tijdens mijn werkbezoek een wandeling gemaakt door het centrum van Ter Apel en een bezoek gebracht aan de ondernemers. Zij gaven mij inzage in de overlast die zij ervaren door een relatief kleine groep overlastgevers van het azc.
Heeft u ook gesproken met omwonenden van het asielzoekerscentrum? Zo ja, wat gaven zij aan? Zo nee, waarom bent u niet met hen in gesprek geweest?
Ik heb gesproken met een aantal ondernemers, maar ook inwoners tijdens mijn wandeling met de boa’s van de flexpool boa’s in het centrum van Ter Apel. De inwoners hebben hun zorgen geuit en ook met hen heb ik gesproken over extra maatregelen om de veiligheidssituatie in Ter Apel te verbeteren.
Erkent u dat de belangen van asielzoekers ten koste gaan van de belangen van (de veiligheid van) Nederlanders (en vice versa)? Kunt u uw antwoord toelichten?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid.
Welke belangen hebben voor u prioriteit: de belangen van asielzoekers of de belangen van (de veiligheid van) Nederlanders? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 14.
Bent u het eens met de stelling dat geweldplegers in en rondom het asielzoekerscentrum in Ter Apel geen plek verdienen in Nederland en (na eventuele berechting) zo snel mogelijk moeten worden teruggestuurd naar hun landen van herkomst? Zo ja, hoe gaat u dat regelen? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Lijkt het u verstandig om asielzoekers, onder wie zich ernstige bedreigingen voor de openbare orde en veiligheid bevinden, te verspreiden over Nederland? Zo ja, waarom wel? Zo nee, bent u dan bereid om de Spreidingswet in te trekken?
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de straf- en
vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Het uitgangspunt van het openbare-ordebeleid is dat vreemdelingen die (ernstige) misdrijven plegen niet in aanmerking komen voor verblijf in Nederland. Na een afwijzend besluit of een intrekking van de IND start de DTenV het terugkeerproces. Dit kan, afhankelijk van de situatie, vanuit strafdetentie of (aansluitend in) vreemdelingenbewaring plaatsvinden. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Hoe beoordeelt u het feit dat de asielinstroom in de week van 29 juni tot en met 5 juli 890 personen bedroeg en dit aantal weinig tot niet afwijkt van de wekelijkse asielinstroom in de afgelopen maanden?
Het aantal van 890 personen asielinstroom is in lijn met de actuele prognoses binnen de Migratieketen. Deze aantallen omvatten naast nieuwe eerste asielaanvragen ook nareizigers en herhaalde aanvragen. De directe effecten van de inwerkingtreding van het Europees Asiel- en Migratiepact op de asielinstroom zijn nog niet in concrete cijfers uit te drukken omdat de wetgeving pas een maand geleden in werking is getreden.
Wat gaat u doen om de asielinstroom te beperken? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het kabinet zet zich op verschillende manieren in om de instroom te beperken. Zo wordt uitvoering gegeven aan de Wet Tweestatusstelsel en wordt uitvoering gegeven aan het Europese Migratiepact dat op 12 juni jl. in werking is getreden. Hierin zijn verschillende instroombeperkende maatregelen opgenomen die de instroom van asielzoekers en nareizigers naar Nederland moet verminderen. Hierbij kan gedacht worden aan strengere controles aan de buitengrenzen en strengere eisen die gesteld worden aan de mogelijkheid om na te reizen. Binnen de EU wordt nareis tegengegaan door het Europees Asiel- en Migratiepact. Door intensievere samenwerking met derde landen worden asielprocedures sneller afgehandeld en het «veilig derde land»-concept verruimd, waardoor nareis vaker kan worden geweigerd of behandeld in landen buiten Europa.
Bent u bereid om per direct een asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop.
Dit kabinet kiest voor meer grip op migratie door de instroom te verlagen en vertrek van uitgeprocedeerde asielzoekers te verhogen.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja, ik heb het zo snel mogelijk beantwoord. Omwille van de leesbaarheid heb ik soms de beantwoording van vragen samengetrokken.
Tekorten aan parkeerplaatsen nieuwe locatie politie-eenheid Den Haag |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de grote zorgen onder politiepersoneel over de bereikbaarheid van de nieuwe locatie van de politie-eenheid Den Haag, waar ongeveer 3.000 medewerkers worden gehuisvest terwijl er slechts ongeveer 300 parkeerplaatsen beschikbaar zijn?
Ja, ik ben bekend met de signalen hierover.
Klopt het dat voor het overgrote deel van de medewerkers geen parkeergelegenheid beschikbaar is en dat van hen wordt verwacht dat zij gebruikmaken van een combinatie van auto, fiets, tram en lange loopafstanden om hun werkplek te bereiken?
Voor het nieuwe eenheidsbureau zijn circa 300 parkeerplaatsen voor woon-werkverkeer beschikbaar. Bij nieuwe gebouwen gelden de gemeentelijke parkeernormen die deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Daar wordt op dit moment aan voldaan. Daarnaast is in het kader van de Rapportageverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM), die ziet op zakelijk verkeer en woon-werkverkeer, gekeken naar het beperken en verduurzamen van vervoersbewegingen.
Bij de planvorming van het nieuwe eenheidsbureau is uitgegaan van de destijds vastgestelde mobiliteitsvisie, de geldende gemeentelijke parkeernorm en het toen geldende landelijke parkeerbeleid. De gemeentelijke parkeernorm is gebaseerd op de toekomstige Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)-verbinding in de Binckhorst in Den Haag, waarvan de realisatie is uitgesteld. De politie-eenheid Den Haag is intensief in contact met de gemeente Den Haag om te zoeken naar alternatieve mogelijkheden.
Hoe rijmt u deze gang van zaken met uw verantwoordelijkheid als werkgever om ervoor te zorgen dat politiemedewerkers op een veilige, haalbare en redelijke wijze hun werkplek kunnen bereiken?
De korpschef en ik vinden het van groot belang dat politiemedewerkers op een veilige, haalbare en redelijke wijze hun werkplek kunnen bereiken. In het vaststellen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van gegevens over woon-werkafstanden, operationele noodzaak, dienstroosters en het gebruik van openbaar vervoer.
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat medewerkers die soms al anderhalf uur enkele reis moeten afleggen, vervolgens worden geconfronteerd met extra reistijd door het ontbreken van fatsoenlijke parkeervoorzieningen of goed openbaar vervoer?
De korpschef en ik beseffen dat deze situatie voor veel politiemedewerkers een verandering betekent. De politie blijft bezien met welke praktische maatregelen het nieuwe eenheidsbureau bereikbaar is en blijft. Over het woon-werkverkeer van politiemedewerkers zijn in verschillende arbeidsvoorwaardenakkoorden van de sector politie afspraken gemaakt.
Klopt het dat eerder werd uitgegaan van een Park & Ride-oplossing, maar dat deze voorziening uiteindelijk niet beschikbaar blijkt te zijn? Zo ja, wanneer is dit duidelijk geworden en waarom zijn medewerkers hierover niet tijdig en transparant geïnformeerd?
Nee, een Park+Ride-voorziening maakte geen deel uit van de oorspronkelijke uitgangspunten van de planvorming.
Hoe kan het dat een nieuw politiegebouw voor duizenden medewerkers van de politie-eenheid Den Haag in gebruik wordt genomen zonder dat de bereikbaarheid en parkeercapaciteit vooraf afdoende zijn geregeld?
Zie het antwoord op vraag 2.
Bent u het ermee eens dat dit getuigt van slecht werkgeverschap en dat hiermee het signaal wordt afgegeven dat de belangen van politiemedewerkers ondergeschikt zijn gemaakt aan vastgoed- en huisvestingsplannen?
Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 aangaf, vind ik het van groot belang dat politiemedewerkers op een veilige, haalbare en redelijke wijze hun werkplek kunnen bereiken. De politie blijft bezien met welke praktische maatregelen het nieuwe eenheidsbureau bereikbaar is en blijft.
Hoe beoordeelt u het feit dat medewerkers aangeven dat kritiek op deze situatie nauwelijks serieus wordt genomen en dat reactiemogelijkheden op interne communicatie over het parkeerbeleid zijn uitgeschakeld?
De signalen dat politiemedewerkers zich zorgen maken worden door de politie uiterst serieus genomen. Naar aanleiding van de signalen heeft de politie een aanvullende analyse uitgevoerd naar de parkeerbehoefte en zijn verschillende oplossingsrichtingen onderzocht. De medezeggenschap is in het gehele traject betrokken bij het verkennen van alle opties en heeft er ook aan bijgedragen dat er nog extra parkeerplekken gerealiseerd zijn.
In de interne communicatie wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het goede gesprek over arbeidsomstandigheden, bereikbaarheid en mobiliteit tussen medewerker en leidinggevende moet plaatsvinden.
Welke aanvullende kosten en extra reistijd verwacht u dat individuele politiemedewerkers jaarlijks moeten maken als gevolg van het huidige parkeer- en bereikbaarheidsbeleid?
Die vraag kan ik niet eensluidend beantwoorden. De gevolgen verschillen per medewerker en zijn onder meer afhankelijk van woonlocatie en dienstrooster. Voor woon-werkverkeer zijn in verschillende arbeidsvoorwaardenakkoorden van de sector politie afspraken gemaakt over vergoedingen en tegemoetkomingen bij woon-werkverkeer.
Bent u bereid op zeer korte termijn te zorgen voor voldoende parkeercapaciteit, een volwaardige Park & Ride-voorziening of andere structurele oplossingen, zodat medewerkers niet worden opgezadeld met disproportionele reistijd en onveilige situaties?
De politie blijft bezien met welke praktische maatregelen het nieuwe eenheidsbureau bereikbaar is en blijft.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden en daarbij aangeven welke concrete maatregelen u op korte termijn zult treffen om de bereikbaarheid van de nieuwe locatie van de politie-eenheid Den Haag op orde te brengen?
Ja.
Berichtgeving dat voormalig minister Brekelmans een operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden |
|
Maikel Boon (PVV) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Waarom geeft u wel een algemeen antwoord1 over het belang van de aanhouding van Jos Leijdekkers, maar weigert u in te gaan op de concrete beschuldigingen2 dat voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid een rol heeft gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers?
Waarom beroept u zich op operationele vertrouwelijkheid om geen antwoord te geven op vragen over de politieke verantwoordelijkheid van voormalig Minister Brekelmans? Welk concreet operationeel of veiligheidsbelang wordt volgens u geschaad door te bevestigen of te ontkennen of voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden?
Deelt u de mening dat, indien voormalig Minister Brekelmans vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers heeft tegengehouden en daarmee zijn eigen belang boven het landsbelang heeft gesteld, de Kamer en de Nederlandse samenleving het recht hebben dit te weten? Zo nee, waarom niet?
Aangezien u deze vraag in de beantwoording van de eerdere Kamervragen onbeantwoord heeft gelaten, verzoek ik u nogmaals het volgende aan te geven: welke rol heeft voormalig Minister Brekelmans gespeeld bij de besluitvorming over de voorgenomen operatie tegen Jos Leijdekkers en heeft hij daarbij vanwege zorgen over zijn eigen veiligheid bezwaar gemaakt tegen de uitvoering van die voorgenomen operatie?
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja
Waarom moet de Kamer via de media vernemen dat de situatie in Ter Apel zo ernstig is dat zelfs het Rode Kruis en VluchtelingenWerk zich hebben teruggetrokken? Waarom bent u hierover niet uit eigen beweging naar de Kamer gekomen?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.2 In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Hoe lang bent u er al mee bekend dat er dit soort ernstige incidenten – geweld, steekpartijen, wapenbezit – spelen in en rond Ter Apel? Sinds welk moment precies?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd.3
Kunt u een volledig overzicht geven van alle geweld- en overlastincidenten in en rond het aanmeldcentrum Ter Apel in 2026, uitgesplitst naar aard van het incident (mishandeling, bedreiging, wapenbezit, steekincident, vernieling, et cetera)?
Jaarlijks publiceert het COA een overzicht van alle incidenten in de opvanglocaties, waaronder Ter Apel Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd en naar de Kamer gestuurd.4
Hoe is de situatie bij de overige asielzoekerscentra in Nederland? Kunt u per locatie een overzicht geven van het aantal geweld- en overlastincidenten in 2026?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid ervoor te zorgen dat voortaan bij álle strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd aangifte wordt gedaan en vervolging plaatsvindt? Zo nee, waarom niet?
Indien sprake is van strafbare feiten of vermoedens daarvan, doet het COA melding en/of aangifte bij de politie, of adviseert bewoners zelf om melding en/of aangifte te doen. COA blijft het doen van aangifte stimuleren zodat daadwerkelijk strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Hoe vaak worden op dit moment strafbare feiten door asielzoekers gepleegd zonder dat daarvan aangifte wordt gedaan? Kunt u dit in cijfers uitdrukken, en zo nee, waarom houdt u dit niet bij?
Voor een cijfermatig overzicht van het aantal verdachtenregistraties van COA-bewoners en de strafrechtelijke afdoeningen door het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak verwijs ik naar de zogeheten Incidentenmonitor van het WODC. Op 2 juli jl. is de rapportage over 2019–2025 door het WODC gepubliceerd.5
Bent u bereid de Kamer voortaan proactief en periodiek te informeren over strafbare feiten die door asielzoekers worden gepleegd? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
De vechtpartijen op het voorterrein van Ter Apel na het vertrek van het Rode Kruis |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten over de vechtpartijen op voorterrein Ter Apel op de eerste avond zonder Rode Kruis?1 2 3
Ja.
Kunt u bevestigen dat er op de eerste avond nadat het Rode Kruis en VluchtelingenWerk hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel hebben gestaakt, meerdere opstootjes en vechtpartijen hebben plaatsgevonden tussen een groep mannen en vluchtelingen uit het aanmeldcentrum?
De afgelopen weken, ook voordat het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk op vrijdagavond 10 juli hun hulpverlening op het voorterrein van Ter Apel tijdelijk hebben neergelegd, hebben zich helaas verschillende incidenten voorgedaan.
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om te komen tot een situatie waarin iedereen op een veilige manier zijn werk en taken kan uitvoeren, waar ik uw Kamer bij brief van 13 juli over heb geïnformeerd.4
Bent u het eens met de stelling dat het feit dat er, direct na het vertrek van hulporganisaties, al vechtpartijen uitbreken, precies bevestigt waarvoor al langer werd gewaarschuwd, namelijk dat de veiligheidssituatie in Ter Apel volstrekt onhoudbaar is geworden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u bevestigen of beveiligers en agenten bij elke confrontatie hebben ingegrepen, en zo niet, waarom niet in alle gevallen is ingegrepen?
In de eerste twee weken van juli zijn elf aanhoudingen verricht. Een deel van de verdachten waren eerder bekend bij de politie.
Zijn er naar aanleiding van deze vechtpartijen arrestaties verricht? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog te (laten) onderzoeken?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u het eens met de stelling dat de beslissing van het Rode Kruis en VluchtelingenWerk om zich terug te trekken, na twee steekincidenten in twee dagen tijd, een ernstig signaal is dat het kabinet al veel eerder had moeten oppakken? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Om te komen tot structurele oplossingen zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang. Het is hierbij cruciaal dat eenieder in veiligheid het werk uit kan voeren.
Kunt u aangeven welke concrete maatregelen er sinds het vertrek van deze hulporganisaties zijn genomen om de veiligheid van medewerkers, beveiligers en asielzoekers op het voorterrein te waarborgen?
Voor wat betreft de concrete maateregelen die ik heb genomen verwijs ik naar mijn brief5 aan uw Kamer van 13 juli jl. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet.
Bent u het eens met de stelling dat het onacceptabel is dat een kleine groep mensen met weinig kans op asiel, zoals VluchtelingenWerk zelf aangeeft, verantwoordelijk is voor een dusdanig onveilige situatie dat hulporganisaties zich genoodzaakt zien te vertrekken? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Bent u bereid deze groep overlastgevers met voorrang uit te zetten of in vreemdelingenbewaring te plaatsen, in plaats van het probleem te laten voortduren op kosten van de veiligheid van al het personeel op het voorterrein?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Erkent u nu eindelijk dat er sprake is van een asielcrisis, en bent u bereid de grenzen te sluiten? Zo nee, waarom niet?
De inzet van de aanpak van overlast is helder: negatief gedrag niet tolereren en normerend optreden. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarbij ben ik bereid om alle juridische ruimte te gebruiken, maar zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte om de grenzen te sluiten.
Het bericht Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»?1
Ja.
Heeft u kennisgenomen van de eerdere schriftelijke vragen die ik over de situatie rond Ter Apel heb gesteld?
Ja.
Bent u bereid direct in te grijpen, alle misdragende asielzoekers onmiddellijk op te pakken, vast te zetten en uit te zetten, de orde te handhaven bij alle asielzoekerscentra en per direct een totale asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel.2 Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Het nieuwsbericht “Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: ‘Elke dag wordt er gevochten’” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat asielzoekers in Nederland te gast zijn en dat van gasten mag worden verwacht dat zij zich gedragen, zich aan onze regels houden en de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Deelt u de opvatting dat mensen die werkelijk op de vlucht zijn voor oorlog en geweld dankbaar behoren te zijn voor de bescherming en opvang die Nederland hun biedt en dat de dagelijkse vechtpartijen, intimidatie en wapengeweld rond Ter Apel daar volstrekt haaks op staan? Zo nee, waarom niet?
Mensen die in Nederland asiel aanvragen hebben recht op opvang. Daarnaast is het bieden van bescherming aan vreemdelingen op de vlucht voor oorlog en geweld een wettelijke en humanitaire verplichting. Dit mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en veiligheid. Overlast, in welke vorm dan ook, wordt niet getolereerd.
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Bloed, agressie en wapens tekenen grimmige sfeer rond Ter Apel: «Elke dag wordt er gevochten»»1, waarin een asielzoeker die zelf in de opvang verblijft verklaart dat er élke dag wordt gevochten? Erkent u dat dit geen incident is, maar de dagelijkse realiteit van de asielopvang is geworden? Zo nee, waarom niet?
Er is in Ter Apel al langere tijd sprake van een aanhoudende overlastproblematiek. Op meerdere momenten heb ik uw Kamer over deze situatie en de inzet van extra maatregelen geïnformeerd2. In de afgelopen periode is de druk op de opvang verder toegenomen door een landelijk tekort aan opvangplekken. Om die reden heeft het COA op 20 mei jl. moeten besluiten over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel. Door deze gecontroleerde toegang is de situatie ontstaan dat asielzoekers die niet in aanmerking komen voor opvang op grond van de kwetsbaarheidstoets tijdelijk op het voorterrein bij de opvanglocatie verblijven. Zij worden wel geregistreerd. Op het voorterrein hebben zich in de afgelopen periode verschillende incidenten voorgedaan, de maatregelen die werden genomen hebben niet gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterde. Om die reden heb ik aanvullende maatregelen genomen. Over deze maatregelen heb ik uw Kamer op 13 juli per brief geïnformeerd.
Wat is uw reactie op het feit dat de politie de afgelopen week meerdere steekincidenten in Ter Apel meldde en dat er volgens het Rode Kruis ook buiten de hekken opstootjes zijn geweest?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen.
Beseft u dat het Rode Kruis – een organisatie die normaal juist actief is in ramp- en oorlogsgebieden – zich vanwege de onveiligheid heeft teruggetrokken van het voorterrein, en dat kort daarna ook VluchtelingenWerk vertrok? Wat zegt het volgens u over de staat van het Nederlandse asielsysteem dat zelfs een noodhulporganisatie de opvang hier te gevaarlijk vindt? Zo u dit niet veelzeggend acht, waarom niet?
Ik betreur het feit dat de situatie is ontstaan dat de hulpverleners van het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk Nederland zich niet langer veilig voelden en hun werk op het voorterrein tijdelijk moesten stopzetten. Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen om de veiligheid van hulpverleners, medewerkers en bewoners te borgen. Om te komen tot een structurele oplossing zijn verschillende maatregelen essentieel. Naast de reeds ingezette maatregelen om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, blijf ik me inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Kunt u aangeven of soortgelijke veiligheidsproblemen – dagelijks geweld, steekincidenten en het terugtrekken van hulporganisaties wegens onveiligheid – zich ook voordoen bij aanmeld- en opvangcentra in andere Europese landen, of is de situatie in Ter Apel uitzonderlijk? Kunt u dit onderbouwen met concrete voorbeelden en cijfers uit vergelijkbare landen?
Overlast en daarmee samenhangende veiligheidsproblemen zijn niet uniek voor Nederland.3 Exacte cijfers per land zijn niet te geven, onder meer vanwege de verschillende wijze van registreren en openbaar rapporteren.
Indien blijkt dat andere landen met een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid minder van dit soort geweld en overlast kennen, welke conclusie verbindt u daaraan voor het Nederlandse beleid? Zo u daaraan geen conclusie verbindt, waarom niet?
Met de ingang van het Europees Asiel – en Migratiepact op 12 juni jl. zijn nieuwe regels in werking getreden. Het pact is opgesteld om op eenduidige wijze illegale immigratie tegen te gaan en bestaat uit verschillende verordeningen en een richtlijn die zorgen voor een strenger toelatings-, screenings- en terugkeerbeleid binnen de EU-lidstaten. Ik ben ervan overtuigd dat dit meehelpt om te komen tot meer grip op migratie door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Deelt u de analyse dat het volledig ontsporen van de veiligheid het directe gevolg is van de massale, ongecontroleerde instroom en dat het aanmeldcentrum sinds half mei zó overvol is dat mensen buiten op het voorterrein moeten verblijven? Zo nee, waarom niet?
Nee, het COA heeft op 20 mei jl. het besluit moeten nemen om over te gaan tot gecontroleerde toegang voor de opvanglocatie in Ter Apel, vanwege de aanhoudende druk op deze locatie door het tekort aan opvangplekken. Hierdoor is het niet mogelijk om asielzoekers vanuit Ter Apel voldoende door te laten stromen naar locaties elders in Nederland. Tegelijkertijd blijf ik me inzetten om meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen.
Klopt het dat een deel van de aanwezigen kampt met zware mentale problematiek, zoals in het artikel wordt beschreven, en dat deze personen tussen de overige bewoners worden geplaatst? Kunt u aangeven welke screening op psychische gesteldheid plaatsvindt vóórdat iemand tot de opvang en de asielprocedure wordt toegelaten en hoe vaak dergelijke personen betrokken zijn bij geweld?
Zoals ik heb aangegeven in mijn brief van maandag 13 juli jl. worden asielzoekers die net aankomen in Ter Apel overdag opgevangen in het (voormalig) DISA-pand van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) op het aanmeldterrein4 5. Hiermee wordt voorkomen dat zij in onveiligheid verkeren vanwege overlast door anderen. Deze dagopvang is daarmee bedoeld voor asielzoekers die als gevolg van de gecontroleerde toegang in Ter Apel nog geen opvangplek bij het COA krijgen. Dit heeft als resultaat dat asielzoekers die aankomen in Ter Apel niet op het voorterrein zullen verblijven, maar in- en bij het DISA-pand dat op een apart deel van het terrein gevestigd is.
Bij aankomst in Nederland vindt, voor de toelating tot de asielprocedure en opvang, geen uitgebreide screening op de algemene psychische gesteldheid plaats. Er wordt wel gescreend op openbare orde/veiligheid (door de IND) en op specifieke infectieziekten zoals tuberculose. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is. Er wordt niet bijgehouden hoeveel mensen met een psychische aandoening overlast veroorzaken.
Wat voor mensen laat Nederland op dit moment eigenlijk binnen? Is er, voordat iemand wordt opgevangen, deugdelijk zicht op identiteit, achtergrond, strafblad en psychische gesteldheid, of gebeurt toelating grotendeels op vertrouwen en op basis van niet-verifieerbare verklaringen? Zo er onvoldoende zicht is, acht u dat aanvaardbaar, en waarom?
De screening van asielzoekers bestaat uit vier hoofdonderdelen: een identiteitsvaststelling en registratie, een veiligheids- en antecedentenonderzoek, een gezondheidscheck en een beoordeling op kwetsbaarheid. De gezondheidscheck wordt uitgevoerd door de Geneeskundige Zorg Asielzoekers (GZA) om de volksgezondheid te beschermen, hierbij valt te denken aan een TBC-onderzoek. Bij de beoordeling op kwetsbaarheid wordt gekeken of de asielzoeker extra zorg of begeleiding nodig heeft tijdens de procedure en opvang. Dit kan gelden voor minderjarigen (alleenstaand of met familie), zwangere vrouwen, slachtoffers van mensenhandel of mensen met zware gezondheidsproblemen. Na toelating tot de opvang beoordeelt het COA of acute medische of psychische zorg noodzakelijk is.
Met invoering van het Migratiepact is de screening van vreemdelingen die in Ter Apel asiel aanvragen bij de IND ondergebracht. Tijdens de screening wordt ook informatie opgehaald ter voorbereiding van de behandeling van de asielaanvraag.
Wat is uw reactie op de verklaring van een voormalige beveiliger van Ter Apel, die vertelt dat hij aanvankelijk medelijden had, maar na enkele weken concludeerde «dit hoort hier niet thuis», en tijdens een nachtdienst alleen tegenover vijf agressieve bewoners stond? Deelt u de opvatting dat de overheid volstrekt tekortschiet in de bescherming van haar eigen personeel en hulpverleners? Zo nee, waarom niet?
Overlast, intimidatie en bedreiging door wie dan ook is onacceptabel, bij COA en in de openbare ruimte. Veiligheid is de eerste voorwaarde om hulp te kunnen verlenen. Juist om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd.
Als asielzoekers zich nú al, in de allereerste fase van hun verblijf, structureel misdragen met geweld en wapens, wat is dan uw verwachting voor hun gedrag wanneer zij straks in gemeenten en wijken worden gehuisvest? Deelt u de vrees dat dit een voorbode is van problemen die zich via de Spreidingswet over heel Nederland zullen verspreiden? Zo nee, waarom niet?
De overlast op het voorterrein in Ter Apel werd veroorzaakt door een relatief kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag. Het is niet de verwachting dat deze mensen in aanmerking komen voor een inwilliging van de asielaanvraag. Asielzoekers met een afwijzing van de asielaanvraag dienen terug te keren naar het land van herkomst en zullen niet gehuisvest worden in de gemeenten. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden met voorrang afgehandeld in de versnelde asielprocedure.
Deelt u de conclusie dat de politie er niet in is geslaagd de veiligheid rond Ter Apel te waarborgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid onmiddellijk extra ME (Mobiele Eenheid), marechaussee en beveiliging permanent te stationeren? Zo nee, waarom niet?
In de afgelopen zeven weken hebben verschillende incidenten plaatsgevonden op het voorterrein in Ter Apel. De overlast werd veroorzaakt door een kleine groep mensen, vaak met een kansarme asielaanvraag, die op de locatie Ter Apel verbleef of mensen van elders zonder een asielaanvraag.
Er zijn verschillende maatregelen genomen om de veiligheid van de hulpverleners, medewerkers en asielzoekers te kunnen borgen.Dit heeft er helaas niet voor gezorgd dat de situatie in Ter Apel structureel verbeterd is. Om die reden zijn aanvullende maatregelen genomen. Uw Kamer is hierover op maandag 13 juli jl. geïnformeerd. Vanzelfsprekend blijf ik hier strak op toezien en staat mijn departement in nauw contact met alle ketenpartners.
Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren, te beginnen bij Ter Apel, totdat de veiligheid volledig is gegarandeerd en er deugdelijke screening plaatsvindt van wie hier wordt toegelaten? Zo nee, waarom niet?
Bij brief van 13 juli jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over de extra maatregelen naar aanleiding van de situatie in Ter Apel. Wanneer asielzoekers onherroepelijk veroordeeld zijn voor een misdrijf, beoordeelt de IND altijd of dit ook verblijfsrechtelijke gevolgen heeft. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de verblijfsduur van de vreemdeling en de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Na een weigering of intrekking van de verblijfsvergunning door de IND start de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) het terugkeerproces. Zoals al vaker aangegeven bestaat er geen juridische ruimte voor een asielstop. Dit kabinet kiest ervoor meer grip op migratie te krijgen door verlaging van de instroom en versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen. Daarnaast blijf ik mij inzetten voor fatsoenlijke opvang en de uitvoering van de Spreidingswet. Ook is snelle doorstroming van statushouders naar gemeentelijke huisvesting van belang.
Bent u bereid asielzoekers die betrokken zijn bij geweld, wapenbezit of vechtpartijen per direct in vreemdelingenbewaring te plaatsen, hun aanvraag af te wijzen op grond van openbare orde, en hen versneld uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Uitgangspunt is dat bij strafbare feiten normerend wordt opgetreden. Dat vereist nauwe samenwerking tussen de strafrechtketen, vreemdelingenketen en lokale driehoek. Voor verdachten moet duidelijk zijn dat het plegen van een misdrijf direct gevolgen heeft in de vorm van lik-op-stuk. De inzet van de vreemdelingenketen is erop gericht om de asielprocedures van overlastgevers snel- en slagvaardig af te doen, waarbij de IND na een onherroepelijke veroordeling altijd beziet of intrekking of weigering van een asielvergunning mogelijk is, en de DTenV direct na afwijzing voortvarend inzet op terugkeer naar land van herkomst of overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat.
Hoeveel van de betrokkenen bij deze incidenten verblijven illegaal in Nederland, hebben al een afwijzing gehad, of hadden allang uitgezet moeten zijn? Kunt u dit exact per categorie uitsplitsen?
Die gegevens worden niet als zodanig categorisch geregistreerd bij de aanhouding voor een strafbaar feit en zijn daarom niet systematisch te herleiden. De politie registreert bij een strafbaar feit in de regel identiteitsgegevens (zoals naam, geboortedatum, nationaliteit) en zaakgegevens. De politie registreert hierbij niet of de betreffende persoon een asielzoeker is. Verblijfsrechtelijke informatie wordt geraadpleegd en vastgelegd als dat noodzakelijk is voor het doel van het onderzoek of voor vreemdelingentoezicht. In zulke gevallen wordt de AVIM betrokken en kan afstemming met IND plaatsvinden.
Bent u bereid deze vragen, gezien de acute veiligheidsdreiging, binnen een week te beantwoorden en op zeer korte termijn een spoeddebat met de Kamer te voeren over de ineenstorting van de openbare orde rond Ter Apel? Zo nee, waarom niet?
De gestelde vragen in deze set zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
De aangekondigde sluiting van drie cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
van Bruggen , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brief die door de burgemeester van Dordrecht aan de gemeenteraad is gezonden waarin staat dat drie cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam worden gesloten?
Ik ben bekend met de brief van de burgemeester van Rotterdam van 10 juli 2026 waarin zij de raadscommissie Veiligheid, Bestuur en Financiën informeert over de sluiting van cellencomplexen in de politie-eenheid Rotterdam.
Hoeveel celcapaciteit verdwijnt door deze sluiting en wat betekent dit voor de totale capaciteit binnen de politie-eenheid Rotterdam?
In hoeverre leidt het sluiten van cellencomplexen ertoe dat de politie al op straat een strengere afweging maakt om iemand wel of niet mee te nemen naar het bureau?
Deelt u de mening dat het gezien de toenemende onveiligheid op straat en het opengrenzenbeleid dit een totaal onbegrijpelijke maatregel is? Zo nee, waarom niet?
Zijn er nog meer gemeenten die voornemens zijn cellencomplexen te sluiten?
De politie bouwt aan diverse nieuwe voorzieningen en dat kan gepaard gaan met vervanging van bestaande voorzieningen. Hierbij kijkt de politie naar een goede landelijke spreiding van complexen en de complexomvang. Een ander voorgenomen besluit tot afstoot betreft Assen. Dit jaar start het onderzoek naar de afwikkeling van arrestantenzaken voor de operatiën. Dit onderzoek is de basis voor een definitief besluit voor de toekomstige voorzieningen in de eenheid Noord-Nederland.
Hoe is het mogelijk dat met het huidige cellentekort, de politie-eenheid Rotterdam die beschikt over 228 cellen slechts een bezettingsgraad kent van slechts 44%?
Bent u het ermee eens dat de sluiting totaal onverenigbaar is met de maatregelen die nu al gelden om het capaciteitsvraagstuk in het gevangeniswezen te onderdrukken, zoals onder andere: het eerder heenzenden van gedetineerden en het niet oproepen van zelfmelders? De cellencomplexen binnen de politie-eenheid Rotterdam zouden de landelijke tekorten in het gevangeniswezen toch kunnen opvangen?
Hoe is het uitlegbaar aan de maatschappij dat aan de ene kant miljoenen worden geïnvesteerd om onder andere de Penitentiaire Inrichting Almere te heropenen en aan de andere kant cellencomplexen worden gesloten?
‘Private ordehandhaving en boetes op festivals’ |
|
Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de inzet van private bedrijven op festivals, waarbij bezoekers die drugs bij zich hebben een private boete of schadevergoeding moeten betalen?1
Ja.
Op welke wettelijke grondslag mogen private bedrijven boetes of schadevergoedingen opleggen wegens drugsbezit op festivals en acht u het wenselijk dat dergelijke sancties worden opgelegd door commerciële partijen in plaats van door politie of justitie? Zo ja, waarom?
Het staat private partijen, gelet op het beginsel van contractvrijheid, vrij om in een overeenkomst of in de algemene voorwaarden een boetebeding op te nemen. Daarbij benadruk ik dat het hier niet gaat om een strafrechtelijke boete, maar om een civielrechtelijk boetebeding. Artikel 6:91 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een boetebeding een beding is waarbij is bepaald dat de schuldenaar, indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan. Het is uiteindelijk aan de civiele rechter om geschillen tussen private partijen te beslechten. Ik heb als Minister van Justitie en Veiligheid geen rol in hoe partijen hun onderlinge verhouding regelen.
Laat ik vooropstellen dat drugsbezit en drugsgebruik op festivals niet normaal zou moeten zijn. Zoals eerder aan uw Kamer gemeld over de inzet van politiecapaciteit bij evenementen, is de beschikbare capaciteit schaars en moet deze gericht worden ingezet op de meest veiligheidsrelevante taken. In het coalitieakkoord 2026–2030 is onder andere daarom vastgelegd dat grote festivals een drugspreventieplan opstellen2. Ter ondersteuning heb ik middelen verstrekt voor de pilot implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant, waarbij het denormaliseren van drugsgebruik op evenementen centraal staat. De leidraad biedt handvatten voor gemeenten, vergunningverleners, organisatoren en veiligheidspartners om gezamenlijk te sturen op het denormaliseren van drugs bij evenementen. De pilot wordt uitgevoerd in een aantal gemeenten in Oost-Brabant. Gemeenten worden hierbij ondersteund in de praktijktoepassing en handhaving van de leidraad. Uit de pilot kunnen lessen worden gebundeld ten behoeve van landelijke kennisdeling. Deze pilot is gestart voordat het coalitieakkoord 2026–2030 tot stand kwam.
Festivals kiezen er veelal voor om in de algemene voorwaarden op te nemen dat drugs niet zijn toegestaan op het evenement. Sommige organisatoren kiezen ervoor om een private dienstverlener in te zetten die toeziet op de naleving van hun algemene voorwaarden, waaronder drugsbezit. Deze algemene voorwaarden zijn onderdeel van de preventieafspraken in de vergunningsvoorwaarden. Dit is aanvullend op, en niet ter vervanging van, de publieke taak tot opsporing van strafbare feiten. Uitsluitend de politie handhaaft op de Opiumwet en is verantwoordelijk voor opsporing. Het in het artikel benoemde bedrijf ThinkTwice richt zich op de naleving van de algemene voorwaarden. ThinkTwice neemt hiermee geen politietaken over. Dat festivalorganisaties zich actief bezighouden met het tegengaan van drugsgebruik, is in lijn met het streven van het kabinet om drugsgebruik terug te dringen.
Deelt u de opvatting van hoogleraar Joep Lindeman van de Universiteit Utrecht dat private ordehandhaving alleen aanvaardbaar kan zijn wanneer duidelijke wettelijke kaders en toezicht bestaan om willekeur te voorkomen? Zo ja, welke kaders en vormen van toezicht bestaan er momenteel voor dit soort bedrijven? Indien geen, bent u van mening om die met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op te stellen?
Zoals ook aangeven in het antwoord op vraag 2 staat het partijen in beginsel vrij om zelf hun rechtsverhouding en wederzijdse rechten en verplichtingen vorm te geven. Aangezien het om een civielrechtelijke overeenkomst gaat, is er geen sprake van toezicht op de hoogte van de bedragen. Als iemand het aangeboden bedrag te hoog vindt of meent slachtoffer te zijn van willekeur dan kan diegene medewerking weigeren. Daarnaast kan de boete worden aangevochten bij de civiele rechter. Het is aan de rechter voorbehouden of het boetebeding en de oplegging van de boete toelaatbaar zijn. De rechter kan de boete bovendien matigen indien hij deze disproportioneel acht (artikel 6:94 BW).
Dit laat onverlet dat gemeenten vanzelfsprekend in het kader van de vergunningverlening voorwaarden kunnen opleggen aan organisatoren van festivals.
Op dit moment bestaat ook de leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen»3. Deze leidraad is gepubliceerd door het Trimbos en wordt in veel gevallen al gevolgd door gemeenten. De kaders vanuit het civielrecht voldoen naar mijn mening op dit moment en daarom zie ik voor nu geen reden om nieuwe of aanvullende regels op te stellen.
Wie controleert of de hoogte van de door dit soort bedrijven opgelegde bedragen proportioneel is, op welke wijze wordt vastgesteld wat een «eenheid» drugs is en welke mogelijkheden hebben bezoekers om bezwaar te maken tegen een opgelegde boete?
Zie antwoord vraag 3.
Hoe beoordeelt u signalen dat bezoekers onder druk kunnen worden gezet om een overeenkomst te tekenen doordat wordt gewezen op mogelijke overdracht aan de politie en een vermeend risico op een strafblad, terwijl bij kleine gebruikershoeveelheden doorgaans geen strafblad volgt?
Het signaal dat bezoekers onder druk worden gezet door te wijzen op overdracht aan de politie en «een strafblad zullen krijgen» neem ik serieus. Voor gebruikershoeveelheden (maximaal 0,5 gram, 1 pil of 5 ml GHB4) volgt doorgaans geen strafrechtelijke vervolging en dus geen aantekening in de justitiële documentatie5. Pas bij een strafrechtelijke vervolging, zoals een strafbeschikking die wordt aanvaard/betaald, wordt een aantekening gemaakt. Door te wijzen op een vermeend risico op een strafblad zou een onjuiste voorstelling van zaken kunnen ontstaan. Het is aan de gemeenten om hier als vergunningsverlener duidelijke afspraken over te maken en feitelijke communicatie te waarborgen. Er mag verder geen sprake zijn van druk om een civiele overeenkomst zoals de hier bedoelde aan te gaan.
Acht u het risico reëel dat festivalbezoekers minder snel naar een EHBO-post of medische hulpverlening gaan wanneer zij vrezen daar te worden geconfronteerd met handhaving of een private boete, en bent u bereid dit veiligheidsrisico te laten onderzoeken?
De veiligheid en toegankelijkheid van medische hulpverlening op evenementen staan voorop. Voor zover mij bekend zijn er geen signalen ontvangen dat EHBO-posten of andere medische hulpverleners bezoekers attenderen op of doorverwijzen naar private afdoeningstrajecten; evenmin dat medische hulp wordt vermeden uit vrees voor handhaving of een private boete. Op dit moment acht ik dit risico dus niet reëel. Zorgverleners werken onder het medisch beroepsgeheim en hulpverlening gaat altijd vóór handhaving.
Verder wordt er in de eerder genoemde leidraad «Alcohol, drugs en roken op evenementen», gepubliceerd door het Trimbos-instituut, benadrukt dat het wenselijk is om op locaties waar zorg wordt verleend, geen politie en beveiliging direct aanwezig te hebben, zodat bezoekers onder invloed van drugs niet terughoudend zijn in het zoeken van hulp. Zoals beschreven bij vraag 4 wordt deze leidraad in vele gevallen al gevolgd.
Deelt u de zorg dat gemeenten door via vergunningen een zerotolerance beleid voor te leggen feitelijk politietaken uitbesteden aan private partijen, waardoor festivals een «proeftuin voor private ordehandhaving» worden zonder dat dezelfde regels en waarborgen gelden als voor de politie? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de rechtsbescherming van bezoekers te waarborgen?
Private partijen hebben geen publiekrechtelijke bevoegdheden. Opsporing en strafrechtelijke vervolging blijven exclusief bij politie en OM. In dit geval gaat het om het handhaven van algemene voorwaarden bij een evenement, dit staat los van eventuele strafrechtelijke interventies. Bij de eerder benoemde pilot van de implementatie van de leidraad «Denormalisering drugs bij evenementen» in Oost-Brabant (vraag 2), pakken verschillende partijen hun rol; de gemeente via vergunningverlening, het evenement via het opstellen en naleven van de algemene voorwaarden en de naleving van de vergunningsvoorwaarden, en de politie door het handhaven van de openbare orde en opsporing van strafbare feiten.
Bent u bekend met het rapport «Regeren is vooruitzien» van Offlimits en met de steunbetuigingen van de Politie, het Centrum Seksueel Geweld, Fonds Slachtofferhulp en De Waag Nederland?1
Ja.
Deelt u de conclusie van de Politie dat Offlimits «voorziet in een behoefte waarin een andere organisatie niet kan voorzien» en dat er «geen alternatief» is voor deze laagdrempelige meldvoorziening? Zo nee, welke andere partijen kunnen het meldpunt, de hulplijn en de preventielijn dan wel op vergelijkbare schaal, snelheid en expertise overnemen en hoe wordt dat bekostigd?
Offlimits verricht zeer waardevol werk waaraan een sterke maatschappelijke behoefte is. Offlimits opereert in een speelveld waarin meerdere partijen deels vergelijkbare rollen vervullen. Zo onderzoekt de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (hierna: ATKM) in hoeverre materiaal dat zij zelf vinden of bij hen gemeld wordt beoordeeld kan worden als terroristisch of beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. Aanbieders van hostingdiensten dienen na een dergelijke classificatie dat materiaal ontoegankelijk te maken of te verwijderen. Ook Offlimits helpt in het offline halen van beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen of andere illegale content door meldingen daarvan ten doen aan platforms, mede geholpen door de status van Offlimits als trusted flagger. Met name voor deze functie van Offlimits is qua snelheid en schaalbaarheid momenteel geen goed alternatief beschikbaar. Slachtofferhulp Nederland (hierna: SHN), het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG) en Offlimits helpen slachtoffers elk kosteloos vanuit hun eigen expertise. Net als bij Offlimits kan bij het CSG en Slachtofferhulp Nederland (online) hulp en advies worden ingewonnen over ervaringen met online seksueel geweld. Zij zijn bereikbaar via de telefoon, chat, e-mail, contactpagina’s en in sommige gevallen via fysieke inlooplocaties. Verder maken CSG, SHN en Offlimits gebruik van publieksvoorlichting om het eigen en elkaars aanbod bekendheid te geven. Ook verwijzen ze aan elkaar door.
De ATKM, het CSG, Offlimits, en SHN worden (mede) door mijn ministerie gefinancierd.
Kunt u bevestigen dat het aantal meldingen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik bij het Team Bestrijding Kindermisbruik en Kindersekstoerisme (TBKK) van de Politie is gestegen van 26.000 in 2020 naar 70.000 in 2024 en dat het aantal door Offlimits verwerkte URL’s is gestegen van 60.062 in 2024 naar bijna een miljoen (927.581) in 2025? Hoe verklaart u deze stijging?
In het rapport «Regeren is vooruitzien» benoemt Offlimits dat zij een sterke toename in het aantal te verwerken URL’s ziet: in 2023 zijn 535.802 URL's verwerkt, in 2024 603.062 en in 2025 927.581.
Het aantal meldingen dat het Team Bestrijding Kindermisbruik en Kindersekstoerisme (hierna: TBKK) heeft ontvangen is in 2024 gestegen naar 70.000. Het aantal meldingen dat TBKK in 2025 ontving is ten opzichte van 2024 enigszins gedaald naar 58.216 meldingen. De fluctuatie in het aantal meldingen die TBKK ontvangt kent verschillende oorzaken.
De meldingen die TBKK ontvangt betreffen platformmeldingen die via de Cybertipline van het Amerikaanse National Center for Missing and Exploited Children (NCMEC) bij TBKK binnenkomen. Wijzigingen in wet- en regelgeving voor communicatie- en techplatforms in de Verenigde Staten hebben een groot effect op het aantal meldingen dat NCMEC ontvangt. Zo is in 2024 de meldingsplicht voor een aantal feiten aangescherpt, wat een sterke stijging van het aantal meldingen heeft veroorzaakt. Daarnaast wordt het aantal meldingen dat de politie ontvangt niet uitsluitend beïnvloed door wijzigingen in het juridische kader, maar ook in sterke mate door de keuzes die aanbieders van communicatiediensten maken ten aanzien van hun werkwijze en technische inrichting. Zo kunnen wijzigingen in de toepassing van end-to-end encryptie of in de wijze waarop platforms detectie uitvoeren een aanzienlijke invloed hebben op het aantal meldingen dat de politie ontvangt.
Bovendien neemt het aantal misbruikbeelden dat online wordt verspreid in het algemeen sterk toe, mede als gevolg van het grenzeloze karakter van het internet. Door technologische ontwikkelingen zijn daarnaast nieuwe vormen van online seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag ontstaan. Denk hierbij aan beeldmateriaal dat is gegenereerd met AI, zoals nudify-technologie en grooming van grote aantallen slachtoffers.
Hoe beoordeelt u de snelle toename van AI-gegenereerd misbruikmateriaal, waarbij de analisten van Offlimits in 2025 al 2.200 met AI gegenereerde beelden analyseerden en het National Center for Missing & Exploited Children een stijging zag van 700 meldingen in 2023 naar 67.000 in 2024? Welke stappen onderneemt u om deze specifieke, snelgroeiende vorm van materiaal aan te pakken?
De snelle toename van AI-gegenereerd misbruikmateriaal vind ik zeer zorgelijk. Daarom vind ik het terecht dat het zonder toestemming maken, bezitten en openbaar maken van AI-gegenereerde seksuele deepfakes in Nederland strafbaar is.2 Dit geldt ook voor seksueel beeldmateriaal van kinderen, dan is het kinderpornografie.3 Dus, het is strafbaar om zowel van volwassenen (zonder toestemming) als kinderen AI-gegenereerde naaktbeelden te maken. Ook in de Europese Unie AI-verordening is een verbod opgenomen op het in de handel brengen, het in gebruik stellen of het gebruik van een AI-systeem dat materiaal van seksueel kindermisbruik of naaktbeelden zonder toestemming genereert of bewerkt. Zoals uw Kamer eerder is geïnformeerd, is het op dit moment vooral mogelijk om in te grijpen als dergelijk materiaal al is vervaardigd.4 Met dit nieuwe verbod kan eerder worden opgetreden, namelijk al bij het aanbieden van een AI-systeem om het beeldmateriaal te vervaardigen. Het Europees verbod wordt in december dit jaar in heel de Europese Unie van kracht. Het kabinet zal de inrichting van het toezicht in Nederland op dit verbod meenemen in het lopende proces van de uitvoeringswet van de AI-verordening. Dit is een bestuursrechtelijk verbod. Daarnaast blijf ik partijen zoals Offlimits subsidiëren, om de waardevolle bijdrage die zij aan een veilig internet leveren te ondersteunen.
Zoals ik u heb toegezegd tijdens het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken van 2 maart 2026 en in de voortgangsbrief aanpak seksuele misdrijven van 16 maart 2026 zal ik u in september van dit jaar een brief doen toekomen waarin de aanpak van seksuele deepfakes in meer detail wordt beschreven.
Bent u bekend met de omvang van de verspreiding van niet-consensueel beeldmateriaal, zoals naaktbeelden die zonder toestemming worden gedeeld en via zogenoemde «nudify»-technologie worden gemaakt, waarbij onderzoek van Rutgers laat zien dat 18% van de jongeren ongewenst een naaktbeeld ontving, 3% gedwongen werd een naaktbeeld te maken en 1% te maken kreeg met een zonder toestemming doorgestuurd naaktbeeld? Deelt u de zorg van Fonds Slachtofferhulp dat dit probleem, mede door AI-deepfakes, kan uitgroeien tot «epidemische proporties»?
Ik ben, voor zover publicaties daarover inzicht geven, bekend met de omvang van de verspreiding van niet-consensueel beeldmateriaal. Ik deel de zorg van het Fonds Slachtofferhulp dat AI-deepfakes deze omvang sneller dan ooit kunnen doen groeien.
Klopt het dat de Europese Unie dit jaar al € 400.000,- bezuinigt op de financiering van Offlimits en dat het Ministerie van Justitie en Veiligheid vanaf 2027 structureel € 450.000,- gaat bezuinigen? Kunt u dit bevestigen en toelichten, gezien het jaarlijks sterk groeiende aantal meldingen en de sterk groeiende hulpvraag?
Het klopt dat mijn ministerie de subsidie aan Offlimits vermindert. Het door het kabinet-Schoof ingestelde, en door het huidige kabinet gehandhaafde besluit om te bezuinigen op de uitgaven van de Rijksoverheid raakt ook de subsidies die mijn ministerie verstrekt. De subsidie aan Offlimits is hier één van. Deze bezuiniging op subsidies geldt in principe voor alle organisaties die subsidie van mijn ministerie ontvangen, ongeacht de doelen van deze organisaties, en de aard en omvang van de problematiek die zij trachten tegen te gaan. De subsidie aan Offlimits vanuit mijn ministerie wordt oplopend5 tussen 2025 en 2029, waarna structureel, met 24% verminderd als gevolg van de taakstelling die het kabinet-Schoof heeft ingesteld. Dat komt neer op een structurele bezuiniging vanaf 2029 van € 646.000.
Tegelijkertijd heb ik deze bezuiniging voor Offlimits in 2025 en 2026 reeds volledig gecompenseerd. Voor wat betreft de budgetten over het jaar 2027 wordt uw Kamer bij de behandeling van de begroting geïnformeerd. Daarnaast wordt samen met Offlimits bezien hoe in de toekomst met de dalende beschikbare middelen en het stijgend aantal meldingen kan worden omgegaan, waaronder door een externe audit te laten uitvoeren.
Ik heb geen gedetailleerd inzicht in de aard en omvang van de subsidie vanuit de Europese Unie aan Offlimits. Ik beperk me derhalve tot het antwoorden op de vraag over de subsidie die vanuit mijn ministerie wordt verstrekt.
Wordt de incidentele bijdrage van € 500.000,- vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de aanpak van zogenoemde «harmful but lawful»-content na 2027 al dan niet gecontinueerd? Zo nee, waarom niet?
Het project «harmful but lawful» content loopt tot 31 december 2026. Hiervoor is een incidentele subsidie van € 500.000 euro toegekend aan Offlimits door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het project «harmful but lawful» zal naar verwachting op verzoek van Offlimits (budgetneutraal) worden verlengd tot april 2027. Na afloop daarvan wordt het project geëvalueerd. Een opvolgende subsidietoekenning is op dit moment niet aan de orde, omdat het project nog loopt en nog niet geëvalueerd is. Het staat Offlimits vrij in 2027 na afloop van het project een nieuw subsidieverzoek in te dienen. Beoordeling daarvan verloopt via reguliere procedures waarbij ook wordt gekeken naar concrete activiteiten, resultaten en de verhouding tot bestaande initiatieven en andere aanvragen voor financiering.
Wat is volgens u de verwachte groei van het aantal meldingen en hulpvragen in de komende twee jaar? Hoe verhoudt een dergelijke verwachting, door Offlimits geraamd op circa 30% groei per jaar, zich tot de voorgenomen bezuinigingen vanaf 2027?
De hoeveelheid meldingen en hulpvragen aan Offlimits groeit al enige jaren. Ik verwacht dat die groei doorzet. De voorgenomen bezuiniging op de subsidie aan Offlimits staat op gespannen voet met de verwachte groei van het aantal meldingen en hulpvragen aan Offlimits. Mede daarom heb ik in 2025 en 2026 de voorgenomen bezuiniging gecompenseerd. Voor wat betreft de budgetten over het jaar 2027 wordt uw Kamer bij de behandeling van de begroting geïnformeerd. Samen met Offlimits wordt bezien hoe in de toekomst met de dalende beschikbare middelen en het stijgend aantal meldingen kan worden omgegaan.
Deelt u de analyse dat Offlimits vanaf 2027 structureel circa € 1.000.000,- (ongeveer 20% van haar begroting) tekortkomt en dat dit zou betekenen dat jaarlijks circa 200.000 gemelde misbruikbeelden niet beoordeeld worden, 400 hulpvragers bij de preventielijn niet geholpen worden en 2.000 slachtoffers bij de hulplijn geen hulp krijgen? Zo nee, van welke cijfers gaat u dan uit?
Zoals in antwoord op vraag 6 beschreven, komt de subsidietaakstelling neer op een structurele bezuiniging vanaf 2029 van € 646.000. De analyse dat deze bezuiniging consequenties heeft voor de capaciteit van Offlimits om de gestelde doelstellingen te realiseren, deel ik. Samen met Offlimits wordt bezien hoe in de toekomst met de dalende beschikbare middelen en het stijgend aantal meldingen kan worden omgegaan. Daarbij kan onder meer ook aandacht worden gegeven aan de bedrijfsvoering. Ik merk hierbij op dat vanwege uitbreiding van het takenpakket van Offlimits de begroting zeer sterk is gegroeid.6 Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor de organisatie. Ik heb daarom afgesproken met Offlimits om via een externe audit onderzoek te doen naar onder meer mogelijkheden om met de dalende beschikbare middelen om te gaan. Daarbij kunnen ook leerpunten voor de bedrijfsvoering naar voren komen.
Is voorzien welke partij de taken van Offlimits overneemt indien deze bezuinigingen doorgaan en Offlimits genoodzaakt is af te schalen? Wat is de verwachte impact hiervan op de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, op de Politie (met name het TBKK) en op andere hulporganisaties zoals Stichting 113 Zelfmoordpreventie en het Centrum Seksueel Geweld, die nu mede afhankelijk zijn van de doorverwijzing en triage door Offlimits?
Offlimits vervult een belangrijke functie binnen het «ecosysteem» van organisaties die seksueel kindermisbruik bestrijden. Door de laagdrempelige meldvoorziening en hulpaanbod kunnen slachtoffers snel geholpen worden en wordt verdere escalatie en ernstiger problematiek voorkomen. De gedachte hier achter is dat voor slachtoffers verdere ontwrichting voorkomen kan worden, waarmee potentiële (financiële) lasten elders in de keten of maatschappij kunnen worden beperkt. De mogelijke effecten van het wegvallen van deze functie zijn moeilijk te kwantificeren.
Ik verwacht dat indien de voorliggende bezuinigingen inderdaad leiden tot het afschalen van de capaciteit van Offlimits, dit om bovenstaande reden zal doorwerken in de werkzaamheden en/of resultaten van de genoemde organisaties. De precieze effecten zullen verschillen per organisatie. Samen met Offlimits wordt bezien hoe in de toekomst met de dalende beschikbare middelen en het stijgend aantal meldingen kan worden omgegaan.
Bent u bereid te voorkomen dat de Kamer, zoals de afgelopen twee jaar toen dat via een Kamerbreed aangenomen amendement gebeurde, voor de derde keer op rij zelf het financieringstekort van Offlimits moet repareren en in plaats daarvan te komen tot een structureel financieringsmodel?
Er zijn structurele middelen beschikbaar op de begroting van mijn ministerie voor de financiering van Offlimits. Deze structurele middelen zijn echter aan een taakstelling onderworpen. Samen met Offlimits wordt bezien hoe in de toekomst met de dalende beschikbare middelen en het stijgend aantal meldingen kan worden omgegaan.
Bent u bereid de Kamer, tijdig voor de behandeling van de begroting voor 2027, te informeren over hoe u de financiering van Offlimits gaat borgen?
Ik heb afgesproken met Offlimits om via een externe audit onderzoek te doen naar onder meer mogelijkheden om met de dalende beschikbare middelen om te gaan. De audit wordt uitgevoerd door een externe partij. Deze audit is naar verwachting niet voor de begrotingsbehandeling gereed.
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja.
De dood van Karin in Nieuw-Vennep en de gevaren van open grenzen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de gewelddadige dood van Karin (59), medewerkster van ABN AMRO, die op 30 maart jl. is omgekomen op een parkeerplaats bij het station in Nieuw-Vennep?1
Klopt het dat de verdachte, Adil Q. (36), de Italiaanse nationaliteit heeft, dat hij al eerder – rond 12 maart – is aangehouden voor winkeldiefstal, en dat hij ook betrokken was bij een mishandelingszaak in Amsterdam?
Deelt u de mening dat het volstrekt onbegrijpelijk is dat iemand die al meerdere keren met justitie in aanraking is gekomen en kampt met ernstige psychiatrische problematiek, gewoon vrij door Nederland kon blijven rondlopen totdat hij een vrouw het leven benam? Zo nee, waarom niet?
Was bij de Nederlandse autoriteiten bekend dat de verdachte in zijn land van herkomst behandeling voor zijn psychiatrische problematiek heeft geweigerd? Zo ja, waarom is hier destijds niets mee gedaan? Zo nee, hoe kan het dat zulke cruciale informatie niet beschikbaar was?
Is naar aanleiding van de aanhouding voor winkeldiefstal begin maart een risico-inschatting gemaakt over mogelijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid? Zo ja, wat was de uitkomst en waarom is deze man dan niet direct aangepakt? Zo nee, deelt u de mening dat dit een ernstig gebrek aan alertheid van politie en justitie blootlegt?
Deelt u de conclusie dat dit drama een zoveelste voorbeeld is van hoe het vrije verkeer van personen binnen de EU – zonder verplichte, uniforme uitwisseling van strafrechtelijke en psychiatrische gegevens – de veiligheid van Nederlanders in gevaar brengt? Zo nee, hoe verklaart u dan dat deze man ondanks een strafblad gewoon in Nederland kon wonen en werken?
Bent u bereid zich in Brussel hard te maken voor een verplichte uitwisseling van strafrechtelijke gegevens tussen EU-lidstaten, zodat dit soort zaken niet buiten beeld blijven van de Nederlandse autoriteiten? Zo nee, hoe lang moeten Nederlandse vrouwen als Karin nog de prijs betalen voor dit gebrek aan grip op onze grenzen?
Deelt u de mening dat politie en Openbaar Ministerie in hun eigen berichtgeving open en duidelijk moeten zijn over relevante achtergrondkenmerken van verdachten, zoals nationaliteit en strafrechtelijk verleden, in plaats van dit te verhullen achter algemene termen als «arbeidsmigrant»? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om buitenlanders, inclusief EU-burgers, met criminele antecedenten direct na hun (laatste) veroordeling of aanhouding ons land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Kunt u een overzicht geven van het aantal geweldsmisdrijven in de afgelopen vijf jaar waarbij EU-arbeidsmigranten met een strafblad en/of bekende psychiatrische problematiek betrokken waren? Zo nee, waarom niet, en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Op welke termijn kunt u de Kamer nader informeren over deze zaak en over concrete maatregelen om herhaling te voorkomen?
Het bericht “Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft” |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Grote meerderheid Nederlanders vindt dat politie gezagsprobleem heeft», waaruit blijkt dat 84% van de Nederlanders vindt dat de politie een gezagsprobleem heeft en 87% vindt dat harder moet worden opgetreden bij overtredingen en misdrijven?1
Hoe beoordeelt u deze cijfers, mede in het licht van de recente ongeregeldheden na voetbalwedstrijden van Marokko, waarbij de politie moest ingrijpen?
Deelt u de conclusie dat het overgrote deel van de bevolking het gezag van de politie in het geding ziet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit gezag te herstellen?
Kunt u aangeven in hoeverre eerdere incidenten van openbare-ordeverstoringen na voetbalinterlands zijn geëvalueerd, en welke lessen daaruit zijn getrokken voor de aanpak van vergelijkbare ongeregeldheden in de toekomst?
Klopt het dat de politie in bepaalde wijken en steden terughoudend is met optreden of bepaalde gebieden mijdt? Zo ja, in welke steden en gebieden? Sinds wanneer is dit beleid of deze praktijk aan de orde, en op welke schaal komt dit in Nederland voor?
Bent u van mening dat het mijden van wijken door de politie bijdraagt aan het door de bevolking ervaren gezagsprobleem?
Welke stappen heeft u sinds uw aantreden ondernomen en welke stappen onderneemt u om te voorkomen dat er in de praktijk sprake is van gebieden waar de rechtsstaat minder hard geldt?
Bent u bereid te onderzoeken welke rol de handhavingscapaciteit, het sanctiebeleid en de strafmaat spelen in het gevoel van straffeloosheid dat aan dit gezagsprobleem lijkt bij te dragen?
Bent u bereid, gelet op de wens van 87% van de Nederlanders om harder op te treden tegen overtredingen en misdrijven, op korte termijn met concrete voorstellen te komen om de handhaving en het gezag van de politie te versterken? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze voorstellen verwachten?
Bent u zich ervan bewust dat het nu primair aan u is om het gezag van de politie te herstellen?
‘Team Diverse Instroom en selectiebeleid bij de politie’ |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de beleidsdocumenten van het programma «Politie voor Iedereen» waarin staat: «Wij vergroten de culturele diversiteit bij de instroom van nieuwe collega’s. En groeien wij uiteindelijk toe naar een gerichte wervings- en selectieaanpak gebaseerd op competenties in plaats van persoonskenmerken»?
Ja.
Klopt het dat hiermee wordt bedoeld dat gedurende een overgangsperiode culturele achtergrond, migratieachtergrond of etniciteit een expliciete rol speelt of heeft gespeeld bij de instroom van nieuwe medewerkers?
De politie werkt aan een diverse en inclusieve organisatie die herkenbaar is voor alle burgers in onze samenleving. Dit vergroot de legitimiteit en het vertrouwen in de politieorganisatie en draagt tevens bij aan een gelijke behandeling en het inlevingsvermogen van medewerkers in maatschappelijke verschillen. De politie wil dat eenheden en teams herkenbaar zijn voor de omgeving, passend bij de lokale bevolkingssamenstelling en de lokale veiligheidsvraagstukken. Dit betekent dat de organisatie een extra inspanning doet om diverse doelgroepen aan te spreken en voor hen toegankelijk te zijn. Om dit proces te bespoedigen en ook om de opgelopen achterstand van de voorgaande jaren in te halen, is er in 2020 gekozen om in de periode tussen 2020 en 2025 streefcijfers te hanteren voor schaarse doelgroepen. De eenheden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Midden-Nederland hadden zich ten doel gesteld dat de instroom van aspiranten met een migratieachtergrond minimaal 35 procent bedraagt. Voor de overige eenheden lag dit streefpercentage tussen de 15 en 20 procent. Om deze ontwikkeling te kunnen volgen nam de politie tevens deel aan de Barometer Culturele Diversiteit van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Op basis van hun specifieke meetmethode werd de etnisch-culturele samenstelling van het personeelsbestand van de politie gemonitord en gepubliceerd.
Gaandeweg is de werkwijze van werving met behulp van streefcijfers verschoven naar een gerichte selectie- en wervingsaanpak gebaseerd op de gewenste competenties en de individuele kwaliteiten die iemand meebrengt. Ik steun deze ontwikkeling. In beginsel behoort de overheid als ook de politie namelijk te selecteren op objectieve geschiktheid, competenties, integriteit en het vermogen om het politiewerk professioneel uit te voeren. Afkomst, huidskleur of geloof vormen hierbij geen bewijs van geschiktheid en evenmin van ongeschiktheid. Toch kunnen taalvaardigheid, kennis van gemeenschappen en het vermogen om uiteenlopende burgers te begrijpen wel relevante competenties zijn, maar dan moeten deze competenties concreet worden aangetoond en voor de functie van doorslaggevende betekenis zijn. Ik heb uw Kamer regelmatig in diverse kamerbrieven als ook de jaarverantwoording politie geïnformeerd over de werkwijze van de politie en de daarbij geformuleerde doelstellingen.
Kunt u uitsluiten dat sollicitanten bij vacatures binnen de politie vanwege hun ras, huidskleur, afkomst, migratieachtergrond, culturele achtergrond of geloof een voorkeurs- of achterstandspositie hebben gekregen?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe verhoudt een dergelijke werkwijze zich tot Artikel 1 van de Grondwet en de Algemene wet gelijke behandeling, die onderscheid op grond van onder meer ras, afkomst en godsdienst in beginsel verbieden?
De politie werkt aan een diverse en inclusieve organisatie die herkenbaar is voor alle burgers in onze samenleving. Om de culturele diversiteit te bevorderen binnen de politie zijn diverse instroommaatregelen uitgewerkt. Zo zijn er in de arbeidsmarktstrategie van de politie niet alleen maatregelen genoemd om aantrekkelijk te zijn en blijven voor nieuw en zittend personeel, maar zijn er ook maatregelen opgenomen om specifieke (diverse) doelgroepen aan te spreken. Deze werkwijze is informeel getoetst bij het College voor de Rechten van de Mens (CvRM).
Het gaat hierbij onder meer om lokale voorlichting, de aanwezigheid op scholen en in wijken, het inzetten van politiemedewerkers als rolmodel, het toegankelijker en inclusiever formuleren van vacatures, begeleiding bij de oriëntatie op het politiewerk en de training van recruiters en selectiecommissies in een gestructureerde en objectieve beoordeling. Ook is er door de organisatie ingezet op samenwerking met onder meer gemeenten en Regionale Opleidingscentrums (ROC’s). Voor alle kandidaten gelden dezelfde geschiktheidseisen.
Is het juist dat in dezelfde beleidsstukken wordt gestreefd naar een structureel instroompercentage van 35 procent of meer voor cultureel diverse instroom binnen de vier eenheden in de Randstad en dat hiervoor het wervings- en selectieproces wordt aangepast?
Zie antwoord vraag 2.
Welke concrete maatregelen zijn of waren onderdeel van deze aangepaste wervings- en selectieprocedure?
Zie antwoord vraag 4.
Welke rol speelt of speelde het Team Diverse Instroom precies binnen deze aangepaste wervings- en selectieprocedure?
Is het Team Diverse Instroom enkel adviserend, of beschikt of beschikte dit team over enige vorm van doorzettingsmacht, beslissingsbevoegdheid, instemmingsrecht of escalatiemogelijkheid richting vacaturehouders, recruiters, selectiecommissies of leidinggevenden?
Op welke momenten in de sollicitatieprocedure is of was het Team Diverse Instroom betrokken bij vacatureteksten, werving, voorselectie, gesprekken, beoordeling, voordracht, aanstelling of evaluatie?
Neemt of nam het Team Diverse Instroom actief deel aan selectiegesprekken, selectiecommissies of besluitvorming over kandidaten, of beperkt de rol zich tot zijdelings advies?
Welke instructies, richtlijnen, handreikingen of werkafspraken hebben recruiters, vacaturehouders en selectiecommissies ontvangen over het meewegen van culturele diversiteit, migratieachtergrond of etniciteit bij selectie?
Klopt het dat in eerdere documenten streefcijfers van 25 procent voor kandidaten met een migratieachtergrond werden gehanteerd voor de politie-instroom? Op welke wijze zijn deze streefcijfers gebruikt tijdens de selectie?
Zie hiervoor het antwoord op de vragen 2, 3 en 5.
Zijn deze streefcijfers ooit vertaald naar concrete targets per eenheid, team, recruiter, vacaturehouder, opleiding, functiecategorie of selectieprocedure?
De eenheden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Midden-Nederland hadden zich in de periode tussen 2020 en 2025 ten doel gesteld dat de instroom van aspiranten met een migratieachtergrond minimaal 35 procent bedraagt. Voor de overige eenheden lag dit streefpercentage tussen de 15 en 20 procent. Deze streefcijfers zijn niet concreet vertaald naar specifieke targets.
Hoeveel fte is of was werkzaam voor het Team Diverse Instroom, uitgesplitst per jaar sinds de oprichting?
De vorm, fte en middelen die worden besteed aan het Team Diverse Instroom verschillen per eenheid en worden niet als zodanig geregistreerd dat dit per jaar uitgesplitst kan worden.
Ter indicatie, er is landelijk ongeveer 17 fte werkzaam voor het Team Diverse Instroom. Dit team ondersteunt bij het werven en selecteren van divers talent en het binden van dit talent aan de politieorganisatie. Hiervoor is door de politieorganisatie budget vrijgemaakt in het kader van Politie voor Iedereen. De wijze van besteding van deze gelden is aan de eenheden zelf. De politie legt verantwoording af over haar gevoerde beleid in het jaarverslag politie.
Wat is of was het jaarlijkse budget van het Team Diverse Instroom, uitgesplitst naar personeelskosten, externe inhuur, campagnes, trainingen, onderzoeken, communicatie en overige kosten?
Zie antwoord vraag 14.
Welke externe bureaus, consultants, trainers of onderzoekers zijn ingehuurd voor het Team Diverse Instroom of aanverwante programma’s, voor welke bedragen en met welke opdrachten?
Dit wordt niet als zodanig geregistreerd. Door de politieorganisatie is budget vrijgemaakt in het kader van Politie voor Iedereen. De wijze van besteding van deze gelden is aan de eenheden zelf. Voor zover er externe partijen zijn ingezet, betreft dit onder meer de ondersteuning bij arbeidsmarktcommunicatie, trainingen, onderzoek en het bereiken van specifieke doelgroepen. Hiervoor is geen apart budget vrijgemaakt door de politie.
Hoeveel vacatures, functies of opleidingsplaatsen zijn sinds de start van dit beleid ingevuld binnen programma’s gericht op diverse instroom?
Het Team Diverse Instroom richt zich op maatregelen om aantrekkelijk te zijn en blijven voor nieuw en zittend personeel, of maatregelen om specifieke (diverse) doelgroepen aan te spreken. Het team doet geen besluiten over de werving en selectie van individuele kandidaten. Er heeft dus ook geen vacature-invulling plaatsgevonden binnen de genoemde programma’s welke specifiek gericht zijn op diverse instroom.
Over de resultaten van de gehanteerde streefcijfers bij de initiële instroom in de basispolitieopleiding heb ik uw Kamer regelmatig geïnformeerd in de jaarverantwoording politie. Dit betreffen zowel absolute aantallen als een afgeleid percentage, uitgesplitst per eenheid. Voor het overige verwijs ik u naar de arbeidsmarktstrategie van de politie en het antwoord op vraag 6.
Hoeveel kandidaten zijn via het Team Diverse Instroom of daaraan verbonden activiteiten geworven, begeleid, voorgedragen, geselecteerd of aangenomen?
Zie antwoord vraag 17.
Wordt of werd geregistreerd welke sollicitanten een migratieachtergrond, culturele achtergrond of andere diversiteitskenmerken hebben? Zo ja, op welke grondslag, door wie, met welk doel en hoe lang worden deze gegevens bewaard?
Gegevens met betrekking tot de achtergrond van kandidaten worden verkregen via een vrijwillige uitvraag in het sollicitatieformulier naar het geboorteland van de kandidaat zelf en zijn of haar ouders. Naast deze uitvraag wordt in het intakegesprek gevraagd in hoeverre kandidaten kunnen omgaan met mensen met verschillende achtergronden en andere normen en waarden. De gegevens over de achtergrond van de kandidaten worden gebruikt voor statistische doeleinden, namelijk het monitoren van de werving- en selectiemaatregelen en de instroom van aspiranten. Deze monitoring vindt plaats tot het moment van aanstelling als aspirant. Ook wordt de informatie gebruikt voor specifieke interventies, zoals de werving met ambassadeurs in de wijk en interventies gericht op het behoud van kandidaten. De informatie wordt niet als zodanig opgenomen in het personeelsbestand van de politie. Deze werkwijze is informeel getoetst bij het College voor de Rechten van de Mens.
Heeft u of de politie vooraf juridisch laten toetsen of deze vorm van sturing verenigbaar is met het discriminatieverbod? Zo ja, wilt u deze adviezen openbaar maken?
Zie antwoord vraag 19.
Zijn er klachten, bezwaarprocedures, meldingen of interne signalen geweest van sollicitanten of medewerkers die menen dat zij door dit beleid zijn benadeeld? Zo ja, hoeveel en wat is daarmee gedaan?
De korpsleiding heeft mij laten weten dat er geen officiële klachten of meldingen van deze strekking zijn ontvangen met betrekking tot het diverse instroombeleid van haar organisatie.
Deelt u de opvatting dat de overheid altijd primair op objectieve competenties behoort te selecteren en dat afkomst, etniciteit, ras, huidskleur of geloof geen rol mag spelen bij de uiteindelijke aanstelling?
De overheid als ook de politie behoort primair te selecteren op objectieve geschiktheid, competenties, integriteit en het vermogen om het politiewerk professioneel uit te voeren. Afkomst, huidskleur of geloof vormen geen bewijs van geschiktheid en evenmin van ongeschiktheid. Taalvaardigheid, kennis van gemeenschappen en het vermogen om uiteenlopende burgers te begrijpen kunnen wel relevante competenties zijn, maar dan moeten deze competenties concreet worden aangetoond en voor de functie van doorslaggevende betekenis zijn.
Bent u bereid alle beleidsstukken, instructies, interne werkinstructies, juridische adviezen, evaluaties, budgetoverzichten en rapportages van het Team Diverse Instroom en vergelijkbare programma’s aan de Kamer te sturen?
Het past mij niet om deze (interne) stukken met uw Kamer te delen. Over deze onderwerpen wordt regelmatig verantwoording afgelegd in de Kamerbrieven, de jaarverantwoording politie en in de antwoorden op Kamervragen.
Zijn er momenteel binnen de rijksoverheid, politie of andere uitvoeringsorganisaties vergelijkbare programma’s waarbij actief wordt gestuurd op afkomst, etniciteit, migratieachtergrond of culturele achtergrond van sollicitanten? Zo ja, welke, en kunt u ook daarvan de beleidsstukken, instructies, interne werkinstructies, juridische adviezen, budgetten en evaluaties delen?
Binnen de Rijksoverheid bestaan programma's die zijn gericht op gelijke kansen, inclusieve werving en het bereiken van groepen die in bepaalde functies minder vertegenwoordigd zijn. Net als bij de Rijksoverheid hanteren de uitvoerings- en sui generis organisaties één diversiteitsquotum, zoals wettelijk is vastgelegd voor alle overheidsinstanties, te weten het quotum vanuit de Wet Banenafspraak. Daarnaast sluiten de genoemde organisaties zich aan bij de doelstellingen van de Rijksoverheid, waarover via de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk wordt gerapporteerd. Monitoring vindt plaats via de jaarplancyclus.
Het beleid en de ambities op het terrein van diversiteit, inclusiviteit en gelijkwaardigheid van de Rijksoverheid geldt voor alle uitvoerings- en sui generis organisaties. Hiernaast wordt gebruik gemaakt van specifieke instrumenten om het effect van de beleidsmaatregelen in kaart te brengen, zoals een Medewerkers Onderzoek (MO). In deze onderzoeken worden onder meer vragen gesteld met betrekking tot de beleving van inclusie, sociale veiligheid en omgangsvormen.
Bent u bereid dit beleid onmiddellijk op te schorten?
Ik zie geen aanleiding om het beleid voor bredere werving en gelijke kansen onmiddellijk op te schorten. Een diverse en inclusieve politie vergroot de legitimiteit en het vertrouwen van burgers in de samenleving.
Bevoegdheden van boa's |
|
Marjolein Faber (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat vanuit de landelijke leiding van de Nationale Politie is gecommuniceerd naar de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht dat vanaf 1 mei 2026 er geen nieuwe handhavingsarrangementen meer worden aangegaan, in afwachting van verdere besluitvorming over de uitvoering van de herziening van het boa-stelsel?
De politie heeft mij laten weten dat er geen stop is op het vastleggen van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten. De politie benadrukt voor een gelijkwaardige en complementaire samenwerking met boa’s te staan. Wel zijn er gevallen geweest waarbij het afsluiten van dergelijke overeenkomsten tijdelijk is opgeschort omdat er over de invulling van de te maken afspraken onduidelijkheid bestond. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen, waarmee de processen voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten weer opgepakt kunnen worden. De politie streeft ernaar deze afspraken landelijk op een eenduidige wijze vorm te geven.
Zo ja, op welke grondslagen is dit gebaseerd? En is dit geschied in overleg met u?
In een aantal gevallen is het vastleggen van dergelijke afspraken opgeschort omdat onduidelijkheid bestond over de invulling daarvan. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen. Een algehele stop op het afsluiten van handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten zou ook een zeer ongelukkige ontwikkeling zijn met het oog op de samenwerking tussen politie en boa’s en de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s. Voor de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s is immers een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst vereist.
In dit kader wil ik erop wijzen dat het een taak van de politie – Korpschef, als direct toezichthouder – is om toe te zien op een goede samenwerking tussen boa en politie, zowel op basis van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (artikel 39 BBO) als de Politiewet 2012 (artikel 10 PW). Het vastleggen van samenwerkingsafspraken in een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst is dan ook een verdere verankering van een reeds bestaande verplichting. Binnen het boa-bestel zijn reeds veel handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten en ik hoop dat de partijen die dit nog niet hebben gedaan alsnog snel hun afspraken op papier zullen vastleggen. Het initiatief hiertoe ligt bij boa-werkgevers dan wel de politie. Landelijke formats voor handhavingsarrangementen voor domeinen I en II zijn beschikbaar gesteld als bijlage bij de boa-brief aan de Tweede Kamer van oktober 2025.1
Bent u het eens met de stelling dat hierdoor een situatie is ontstaan waarin werkgevers wel aan een wettelijke verplichting moeten voldoen, maar dit feitelijk niet meer kunnen, dit omdat sinds 1 mei 2026 een vastgesteld handhavingsarrangement tussen de boa-werkgever, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie een verplichte voorwaarde is voor het aanvragen of verlengen van geweldsmiddelen?
Er is geen stop op het aangaan van handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten, zoals gemeld bij vraag 1 en 2. Zoals ook staat aangegeven bij de beantwoording van vraag 2, is samenwerking tussen de boa’s en de politie reeds een wettelijk vereiste. Het doel of belang van een handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst is dat de betrokken partijen hebben nagedacht over samenwerking en ondersteuning. Het is voor het vaststellen van een samenwerkingsovereenkomst dan ook voldoende om bestaande afspraken op papier te zetten. Er zijn al veel handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten.
Overigens, dat ook het Openbaar Ministerie, als het gezag op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, betrokken dient te worden bij deze afspraken heeft een praktische reden en betekent niet dat deze ook tekenende partij is bij de te maken afspraken.
Hoe is het mogelijk dat een wettelijke verplichting op dezelfde dag in werking treedt als waarop de mogelijkheid om aan die verplichting te voldoen, feitelijk wordt beëindigd?
Zie hiervoor de beantwoording bij vragen 1 en 2.
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat boa's hun geweldsbevoegdheden verliezen door een bestuurlijke impasse?
Zoals bij de beantwoording van vraag 1 staat benoemd, zijn de onduidelijkheden over de invulling van de te maken afspraken weggenomen. De processen voor het aangaan van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten kunnen daarmee verder worden opgepakt. Daarmee is geen sprake van een bestuurlijke impasse.
Met de aanpassingen van de Beleidsregels boa op 1 mei van dit jaar zijn de criteria voor de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s aangepast. Een van de nieuwe criteria is de aanwezigheid van een handhavingsarrangement óf samenwerkingsovereenkomst met de politie. Het vereiste handhavingsarrangement of samenwerkingsovereenkomst ziet enkel op de toekenning van geweldmiddelen aan boa’s, niet op de toekenning van geweldsbevoegdheden (politiebevoegdheden, artikel 7, eerste, derde en vierde lid, Politiewet 2012), opsporingsbevoegdheden of vrijheidsbeperkende middelen.
Ik wil benadrukken dat enkel voor de boa’s voor domein I, indien deze aanspraak willen maken op geweldmiddelen, een handhavingsarrangement vereist is. Dit was ook al vereist vóór de aanpassingen van de toekenningscriteria in de Beleidsregels boa. Voor de overige domeinen volstaat tevens een samenwerkingsovereenkomst. Deze samenwerkingsovereenkomsten zijn vormvrij, terwijl het in de rede ligt om voor het afsluiten van een handhavingsarrangement aansluiting te zoeken bij de eerder genoemde formats. Zoals ook bij het antwoord op vraag 2 staat aangegeven is dan ook voldoende om bestaande afspraken op papier te zetten; er gelden geen minimale vereisten voor het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst, ook niet op welk niveau deze afspraken gemaakt zouden moeten worden. Het is belangrijk om te beseffen dat er slechts een gesprek hoeft plaats te vinden tussen de boa-werkgever en de politie waarna de gemaakte afspraken worden vastgelegd. Specifieke gremia zijn dus niet nodig voor het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst. Een samenwerkingsovereenkomst zou daarmee eenvoudiger af te sluiten moeten zijn dan een handhavingsarrangement.
Op welke termijn kunnen organisaties weer handhavingsarrangementen sluiten?
Zie hiervoor het antwoord op vraag 2; er worden nog altijd handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten afgesloten. In een aantal gevallen is het vastleggen van dergelijke afspraken opgeschort omdat onduidelijkheid bestond over de randvoorwaarden en de inhoud daarvan. Deze onduidelijkheden zijn inmiddels weggenomen en gesprekken tussen partijen over het afsluiten van handhavingsarrangementen en samenwerkingsovereenkomsten kunnen weer worden voortgezet.
Welke tijdelijke oplossing wordt er geboden om de veiligheid van boa's en de continuïteit van de handhaving te waarborgen?
Er is geen stop op het vastleggen van samenwerkingsafspraken in handhavingsarrangementen of samenwerkingsovereenkomsten. Daarmee is er geen probleem waar een tijdelijke oplossing voor moet worden geboden. Het eventueel opschorten van deze overeenkomsten als voorwaarde voor het toekennen van geweldmiddelen heeft niet de voorkeur, omdat deze overeenkomsten bijdragen aan een betere samenwerking tussen de politie en de boa. Het doel van de overeenkomsten is namelijk dat de betrokken partijen beter weten beter wat ze van elkaar kunnen verwachten. Dit zal resulteren in een zo veilig mogelijke en daarmee adequate taakuitvoering van de boa.
De aangifte van seksueel geweld door Nederlandse opvarenden van de Gaza Freedom Flotilla |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
David van Weel (VVD), Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving dat Nederlandse opvarenden van de Gaza Freedom Flotilla aangifte hebben gedaan van seksueel geweld door Israëlische militairen?1 Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja, ik heb kennis genomen van de berichtgeving over de aangekondigde aangifte. Als er aangifte wordt gedaan, is het aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of het opportuun is een strafrechtelijk onderzoek en eventueel vervolging in te stellen.
Heeft het kabinet inmiddels contact gehad met de Nederlandse opvarenden of hun advocaat naar aanleiding van deze aangifte? Zo ja, welke ondersteuning is daarbij aangeboden?
Zoals bekend, heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken de Nederlandse deelnemers aan de Global Sumud Flotilla die daar om verzochten consulair bijgestaan rondom de onderscheppingen van de Flotilla door de Israëlische autoriteiten in april en mei jongstleden. Het ging onder meer om het faciliteren van contact met familieleden en het op weg helpen bij de zelfstandige doorreis vanuit Griekenland en Turkije, via de posten ter plaatse. Ook stond het Ministerie van Buitenlandse Zaken in contact met familieleden en naasten van betrokken Nederlanders.
In Frankrijk en Italië lopen inmiddels strafrechtelijke onderzoeken naar de behandeling van opvarenden van de Gaza Freedom Flotilla. Ziet het kabinet aanleiding vergelijkbare stappen in Nederland te zetten?2 Zo nee, waarom niet?
Zoals in antwoord 1 is aangegeven, is het – als er aangifte wordt gedaan – aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of het opportuun is een strafrechtelijk onderzoek en eventueel vervolging in te stellen.
Is het kabinet bereid zich ervoor in te spannen dat de Nederlandse aangiften worden betrokken bij internationale strafrechtelijke onderzoeken naar de behandeling van de opvarenden? Zo nee, waarom niet?
Indien er een strafrechtelijk onderzoek en eventueel (vervolgens) vervolging wordt ingesteld is het aan het Openbaar Ministerie om al dan niet internationale afstemming te zoeken.
Welke medische, psychologische en juridische ondersteuning wordt aan de Nederlandse slachtoffers aangeboden sinds ze weer terug zijn in Nederland? Zo nee, waarom niet en bent u bereid te inventariseren of daar alsnog behoefte aan is?
Zowel Slachtofferhulp Nederland (hierna: SHN) als het Centrum voor Seksueel Geweld (hierna: CSG) gaan, in verband met de privacy van betrokkenen, niet in op individuele zaken. In zijn algemeenheid kan ik melden dat herstel van autonomie van slachtoffers voorop staat, waarbij zij zelf regie hebben over de gewenste hulp, en dus ook over of, hoe en aan wie zij over hun ervaringen vertellen.
SHN is altijd beschikbaar voor alle slachtoffers indien daar behoefte aan is. Met slachtoffers die in Nederland aangifte doen van seksueel geweld wordt, indien zij toestemming verlenen om de gegevens met SHN te delen, binnen drie dagen contact opgenomen door SHN. In dit eerste contact worden de impact en behoefte geïnventariseerd, en wordt uitleg gegeven over welke psychosociale en juridische ondersteuning geboden kan worden. De ondersteuning is altijd maatwerk, in aansluiting op de noden en behoeften van het slachtoffer. Als opvarenden van de Flotilla seksueel geweld hebben meegemaakt en twijfelen over of zij hulp nodig hebben, nodigt het CSG hen uit om contact op te nemen. Het is aan henzelf om te beslissen wat zij wel of niet willen delen. Dit kan telefonisch, per chat of in Amsterdam en Rotterdam op inloop.
Bent u bereid zich er bij de Israëlische autoriteiten voor in te zetten dat volledige medewerking wordt verleend aan onderzoeken naar de aangiften van seksueel geweld en andere ernstige misdrijven tegen de opvarenden?
Zoals bekend heeft het kabinet de oproep van de Canadese Minister-President richting de Israëlische autoriteiten tot een onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de aangehouden Flotilla-opvarenden gesteund.3
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Overeenkomstig uw verzoek zijn de vragen afzonderlijk beantwoord.
Strafvermindering voor ernstige misdadigers vanwege te lange strafprocedures |
|
Jan Struijs (50PLUS) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel van RTL Nieuws van 3 juli 2026: «Rechtssysteem loopt vast, moordenaars en verkrachters krijgen lagere straffen»?1
Ja.
Wat is uw reactie op de constatering dat in honderden zaken rond zware misdrijven, waaronder moord, doodslag en verkrachting, strafvermindering is toegepast omdat de strafprocedure te lang duurde?
Ik acht het van groot belang dat daders een passende straf krijgen. Voorop staat dat verdachten, daders en slachtoffers tijdig hun recht dienen te krijgen en niet te lang moeten wachten op de uitkomst van een strafproces. Het verkorten van de doorlooptijden is dan ook een van de prioriteiten van de strafrechtketen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat elke zaak de tijd en aandacht krijgt die deze verdient, zowel tijdens het opsporingsonderzoek als tijdens de behandeling op zitting. Slachtoffers en verdachten hebben recht op een zorgvuldig en rechtvaardig proces. Onderdeel daarvan is dat binnen een redelijke termijn een uitspraak van de rechter volgt. Om te voorkomen dat een verdachte onnodig lang in onzekerheid verkeert over een eventuele bestraffing, vloeit uit art. 6 EVRM voort dat een verdachte recht heeft op de behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn.2 In die gevallen waarin een overschrijding van de redelijke termijn niet vermeden kan worden, kunnen daar consequenties aan worden verbonden. Er kan ook worden volstaan met het vaststellen van die overschrijding. De Hoge Raad heeft de uitgangspunten voor de toepassing van strafvermindering als gevolg van termijnoverschrijdingen uiteengezet3.
Het is echter in alle opzichten onwenselijk als de duur van het proces een rechtvaardige strafoplegging in de weg staat, terwijl daar geen inhoudelijke zaak gerelateerde grondslag voor is. Juist voor slachtoffers en nabestaanden kan het veel impact hebben als het strafproces erg lang op zich laat wachten als gevolg van een overvolle strafrechtketen. Zeker als de lange duur van het strafproces dan ook nog invloed heeft op de hoogte van de straf. Strafvermindering voor verdachten die lang moeten wachten op het strafproces moet dan ook worden voorkomen.
Ik wil daarbij wel benadrukken dat de Rechtspraak aangeeft dat de genoemde aantallen niet door hen kunnen worden bevestigd. Op basis van de binnen de Rechtspraak bekende data kan deze conclusie niet zonder meer worden getrokken. Om een gefundeerde conclusie te kunnen geven zou uitgebreid jurisprudentieonderzoek nodig zijn.
Wat is volgens u de impact hiervan op de rechtsstaat?
Een goed functionerende strafrechtketen is belangrijk voor het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat en het strafrecht. Ik begrijp goed dat het voor slachtoffers en nabestaanden wrang is als in een strafzaak een overschrijding van de redelijke termijn wordt geconstateerd en verdachten als gevolg daarvan strafvermindering krijgen. Ik acht het onwenselijk als betrokkenen te lang moeten wachten op hun recht en dat langere doorlooptijden mogelijk zouden kunnen leiden tot een andere uitkomst van het strafproces. Ik merk daarbij wel op dat indien er strafvermindering wordt toegepast dit niet direct betekent dat de veroordeelde geen gepaste straf krijgt.
Ik acht het in algemene zin van groot belang om de doorlooptijden in de strafrechtketen te verkorten. Het verbeteren van de doorlooptijden heeft prioriteit de komende jaren. Mijn ministerie werkt samen met de ketenorganisaties hard aan de aanpak van de problematiek van lange doorlooptijden. Mede naar aanleiding van de aangehaalde bevindingen van de Algemene Rekenkamer is er een deltaplan in voorbereiding waarin tal van maatregelen zullen worden genomen om de prestaties in de strafrechtketen, waaronder de doorlooptijden, te verbeteren. Uw Kamer is hierover in de voortgangsbrief strafrechtketen van 22 juni jl. geïnformeerd. Het streven is dat het deltaplan in het eerste kwartaal van 2027 gereed is.
Hoe beoordeelt u dat volgens RTL Nieuws in 2008 in 8 procent van de gepubliceerde vonnissen sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, terwijl dit in de eerste helft van 2026 is opgelopen tot 25 procent?
RTL Nieuws baseert zich op gepubliceerde rechterlijke uitspraken. Omdat de Rechtspraak sinds 2021 fors meer uitspraken publiceert dan in de jaren daarvoor is er in 2026 een veel grotere en andere verzameling uitspraken beschikbaar dan in 2008. Dit maakt de percentages uit 2008 en 2026 moeilijk vergelijkbaar. Op basis van de stijging in het aantal gepubliceerde uitspraken kan dan ook niet worden gezegd dat schendingen van de redelijke termijn daadwerkelijk vaker voorkomen dan in 2008. Evenmin volgt uit deze cijfers dat in alle gevallen strafvermindering is toegepast; overschrijding van de redelijke termijn leidt daar niet automatisch toe. Om dit eventueel vast te kunnen stellen, zou nader onderzoek nodig zijn.
Tegelijkertijd deel ik als gezegd de zorgen over de lange duur van strafzaken en de constatering dat in de gepubliceerde uitspraken sprake is van een dergelijk percentage waarbij sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. De doorlooptijden in de strafrechtketen hebben mijn volle aandacht. Om tot kortere doorlooptijden te komen zijn daartoe in de strafrechtketen streefnormen vastgesteld ten aanzien van 3 geprioriteerde zaakstromen, namelijk ten aanzien van zeden, jeugd en veelvoorkomende criminaliteit (VVC). Met het bovengenoemde deltaplan zal gewerkt worden aan de verdere realisatie van deze streefnormen. Op termijn dient dit ook bij te dragen aan het verminderen van het aantal strafzaken waarbij de redelijke termijn in het geding is.
Kunt u in kaart brengen hoe vaak in de afgelopen vijf jaar strafvermindering is toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn, en om wat voor soort misdrijven dit gaat?
De Rechtspraak en het Openbaar Ministerie houden geen registratie bij van overschrijdingen van de redelijke termijn en de gevolgen die daaraan in een specifieke strafzaak zijn verbonden. Precieze gegevens over het aantal strafzaken waarin een overschrijding van de redelijke termijn is vastgesteld kunnen pas na zeer tijdrovend onderzoek worden verkregen. Hiervoor zouden alle strafzaken bij alle gerechten afzonderlijk moeten worden geanalyseerd.
Hoe beoordeelt u de gevolgen voor de slachtoffers en nabestaanden in zaken waarin de dader strafvermindering opgelegd krijgt?
Zie antwoord op vraag 2.
Wordt strafvermindering als gevolg van te lange doorlooptijden expliciet meegenomen in het deltaplan voor de strafrechtketen?
Het deltaplan voor de strafrechtketen richt zich in algemene zin op het verbeteren van de prestaties van de strafrechtketen, waaronder de doorlooptijden. Het verbeteren van de doorlooptijden moet er uiteindelijk toe leiden dat meer zaken binnen een redelijk termijn worden afgedaan. Overigens wordt in het nieuwe Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid voor de rechter geïntroduceerd om ook aan de benadeelde partij een schadevergoeding toe te kennen wanneer de redelijke termijn is overschreden.
Zo ja, bent u bereid om maatregelen hiertegen niet pas in het deltaplan van volgend jaar op te nemen, maar nog vóór het einde van dit jaar met concrete voorstellen te komen?
In december 2025 zijn al verschillende maatregelen aangekondigd om te werken aan het verkorten van de doorlooptijden in de strafrechtketen. Deze maatregelen worden voortgezet.
Bent u bereid de Kamer jaarlijks te informeren over de ontwikkeling van doorlooptijden van rechtszaken en het aantal zaken waarin strafvermindering wordt toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn?
Uw Kamer wordt twee keer per jaar geïnformeerd over de ontwikkeling van de doorlooptijden in de strafrechtketen middels de factsheet strafrechtketenmonitor. Specifiek ten aanzien van zaken waarin strafvermindering wordt toegepast acht ik dit onhaalbaar. Deze informatie wordt op dit moment niet geregistreerd. Het verwerken van dergelijke informatie is intensief en technisch complex voor de Rechtspraak.
Naar aanleiding van ‘de ongeregeldheden op diverse plekken in Nederland na de wedstrijd Canada-Marokko’ |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Hoeveel personen zijn landelijk aangehouden, hoeveel politiecapaciteit is ingezet en hoeveel politiemensen of andere hulpverleners zijn tijdens deze ongeregeldheden slachtoffer geworden van geweld?
Voor zover bekend zijn er in totaal meer dan 40 personen aangehouden in Den Haag, in Rotterdam, in Amsterdam en in Tilburg. De politie heeft veel inzet gepleegd en was zichtbaar en preventief aanwezig, op sommige plekken zijn er extra politiemensen ingezet. Op een aantal plekken zijn er politiemensen bekogeld met attributen en vuurwerk.
Klopt het dat verschillende gemeenten vooraf rekening hielden met mogelijke rellen en extra veiligheidsmaatregelen hebben voorbereid? Zo ja, waarom zijn desondanks op diverse plaatsen ernstige ordeverstoringen ontstaan?
Waarom is in risicogemeenten niet gekozen voor het instellen van noodverordeningen of andere vergaande openbare-ordemaatregelen, terwijl eerdere ervaringen aanleiding gaven om rekening te houden met ernstige ongeregeldheden?
Acht u het achteraf bezien een bestuurlijke fout dat dergelijke instrumenten niet of onvoldoende zijn ingezet?
Welke concrete maatregelen worden vóór de eerstvolgende WK-wedstrijd waarbij Marokko betrokken is genomen om nieuwe rellen te voorkomen?
Bent u bereid burgemeesters actief op te roepen om, waar de risicoanalyse daartoe aanleiding geeft, gebruik te maken van alle beschikbare bevoegdheden, waaronder noodbevelen, noodverordeningen en de aanwijzing van veiligheidsrisicogebieden?
Burgemeesters weten van mij dat ik hen steun bij een stevige aanpak van verstoorders van de openbare orde. Het is aan het lokaal gezag te bepalen welke aanpak, bij het handhaven van de openbare orde, in concrete situaties gepast is en van welke bevoegdheden daarbij gebruik wordt gemaakt. De burgemeester is over het gevoerde beleid verantwoording verschuldigd aan de gemeenteraad. Het is niet aan mij als Minister van Justitie en Veiligheid om hierover te oordelen.
Hoeveel van de aangehouden verdachten worden strafrechtelijk vervolgd, hoeveel zaken worden via supersnelrecht afgedaan en hoeveel verdachten zitten op dit moment nog vast?
Het OM heeft mij geïnformeerd dat de meeste van de aangehouden verdachten een boete hebben gekregen wegens overtreding van de APV. In twee zaken heeft de officier van justitie een OM-strafbeschikking opgelegd. Vijf verdachten zijn gedagvaard voor de politierechter, waarbij in één geval supersnelrecht is toegepast. Er zitten geen verdachten meer in voorlopige hechtenis.
Bent u bereid er bij gemeenten op aan te dringen dat klaarblijkelijk enkel «naming and shaming» en de lange lat werken voor dit soort tuig? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording vraag 6.
Bent u bereid er bij het Openbaar Ministerie op aan te dringen dat verdachten van openlijk geweld, vernieling en geweld tegen hulpverleners waar mogelijk via (super)snelrecht worden berecht?
Het Openbaar Ministerie (OM) past (super)snelrecht toe waar mogelijk en opportuun. In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. Het OM, de rechter en de verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is in het algemeen niet in aanmerking komen voor supersnelrecht. Bovendien is (super)snelrecht niet altijd wenselijk in zaken waarin schade is toegebracht, omdat slachtoffers dan te weinig tijd hebben om desgewenst schadevergoeding te vragen. Het is aan het OM om in een zaak die afweging te maken.
Wordt de volledige schade aan politie, gemeenten, ondernemers en andere gedupeerden verhaald op de daders? Zo nee, waarom niet?
In het algemeen geldt, dat wanneer partijen schade lijden door toedoen van een ander, zij via de civielrechtelijke weg vergoeding van de geleden schade kunnen vorderen. Wanneer personen strafrechtelijk worden vervolgd, wordt de aangerichte schade (inclusief de schade aan de politie) meegenomen in de strafzaak.
Hoeveel van de aangehouden verdachten beschikken niet over de Nederlandse nationaliteit of hebben ook een andere nationaliteit? Als u deze gegevens niet registreert, bent u bereid dit alsnog inzichtelijk te maken?
Conform de wet politiegegevens (Wpg) registreert de politie de informatie die benodigd is bij het uitvoeren van de politietaak. Bij een aanhouding stelt de politie de identiteit van een verdachte vast op basis van een geldig legitimatiebewijs. Wanneer dit een Nederlands legitimatiebewijs is, wil dat niet automatisch zeggen dat de verdachte niet beschikt over een tweede nationaliteit.
Bent u bereid gemeenten die structureel met dit soort ordeverstoringen worden geconfronteerd extra ondersteuning te bieden op het gebied van politiecapaciteit, handhaving en cameratoezicht?
Binnen de nationale politie wordt de inzet ten behoeve van de openbare orde zo goed mogelijk gefaciliteerd. Bij incidenten kan de politie op basis van art. 3 Politiewet 2012 camera’s gebruiken. Voor zover in de vraag gedoeld wordt op gemeentelijk cameratoezicht op basis van art. 151c Gemeentewet, is besluitvorming door de burgemeester, in samenspraak met de gemeenteraad, hiervoor de aangewezen weg.
Welke lessen trekt u uit deze gebeurtenissen en welke aanvullende landelijke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat Nederland na iedere risicowedstrijd opnieuw wordt geconfronteerd met grootschalige wanordelijkheden?
De burgemeester draagt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde. Evalueren van deze gebeurtenissen laat ik aan de driehoeken van de gemeenten.
Kunt u deze vragen vóór de eerstvolgende WK-wedstrijd waarbij Marokko betrokken is beantwoorden?
Dat is helaas niet gelukt.
Het bericht ‘OM over racistische uitingen naar Oranjespelers: ‘Discriminatiezaken hebben prioriteit’ |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Openbaar Ministerie (OM) naar aanleiding van de racistische uitingen richting spelers van het Nederlands elftal heeft aangegeven dat discriminatiezaken prioriteit hebben?1
Ja ik ben bekend met dit bericht.
Hoe verhoudt de prioritering van het OM zich tot de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat jaarlijks duizenden ernstige misdrijven, waaronder High Impact Crimes, niet of niet tijdig worden opgepakt wegens capaciteitsgebrek?
Zoals ik in mijn reactie op het conceptrapport van de Algemene Rekenkamer (hierna: AR) over prioritering in de opsporing heb toegelicht is de prioritering in de opsporing gelaagd, afhankelijk van meerdere factoren en bedoeld om doelen van rechtsstatelijke en maatschappelijke aard te dienen. Het maken van keuzes in de opsporing kent bij uitstek een veelheid aan dimensies, ook vanwege de aard van ons politiebestel. Naast landelijke criminaliteitsbeelden en fenomeenanalyses, spelen bijvoorbeeld ook regionale en lokale context een belangrijke rol. Prioritering in de opsporing is dan ook een doorlopend gesprek dat constante bijsturing vereist op nieuwe fenomenen.
De Aanwijzing voor de opsporing van het OM en het screenings- en selectiviteitskader geven belangrijke richting bij de prioritering. Zoals hierboven aangegeven speelt de lokale context een belangrijke rol. Keuzes in de opsporing worden onder andere gemaakt tegen de achtergrond van het criminele speelveld binnen het werkgebied van een team of het criminaliteitsbeeld van een district. Verder moet onder meer rekening worden gehouden met de per definitie schaarse opsporings- en vervolgingscapaciteit, de kansrijkheid en noodzaak van strafrechtelijk ingrijpen ten opzichte van andere interventies, de individuele belangen van verdachten en slachtoffers en de eventuele geschokte rechtsorde. Het OM dient een balans te vinden tussen het zorgdragen voor een reële en voldoende aanwezige strafrechtelijke handhaving en het gegeven dat niet elk individueel strafbaar feit tot een strafrechtelijke interventie kan leiden.
Dat specifiek het discriminatiebeleid is geprioriteerd bij het OM volgt uit de Aanwijzing discriminatie (2025A003). Daarin staat onder meer dat de politie in beginsel elke aangifte van discriminatie opneemt en dat er na elke aangifte een opsporingsonderzoek volgt. Discriminatie is in omvang en aantallen een groot maatschappelijk probleem, waarvan slechts weinig burgers melding maken of aangifte doen.2 De drempel om online, anoniem discriminatoire uitingen te plegen is laag, evenals de pakkans. Omdat de strafrechtelijke aanpak van discriminatie in principe aangifte-gedreven werkt en de aantallen daarmee (relatief) laag zijn, kan het OM ook deze zaken geprioriteerd oppakken, naast andere prioriteiten.
Kan het OM een overzicht verstrekken van delicten en zaakstromen die momenteel als prioriteit of topprioriteit worden aangemerkt?
In aanvulling op het antwoord op vraag 2 over hoe de prioritering tot stand komt, geldt dat er verschillende bestuurlijke afspraken over de prioritering van criminaliteitsfenomenen zijn. Deze betrekt het OM bij de keuzes die het maakt in de prioritering. In het Bestuurlijk Ketenberaad hebben ketenorganisaties samen met het ministerie afgesproken dat er drie geprioriteerde zaakstromen zijn in de periode van 2022 tot en met 2027 op het gebied van doorlooptijden: jeugd, zeden en veelvoorkomende criminaliteit.
In het kader van de Veiligheidsagenda3 2023–2026 zijn er landelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van de taakuitvoering van de politie vastgesteld op de volgende criminaliteitsfenomenen: ondermijning en georganiseerde criminaliteit, mensenhandel en cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, waaronder online seksueel kindermisbruik. In die Veiligheidsagenda is ook aangegeven dat deze keuzes niet afdoen aan dat de inzet van de politie op andere thema’s, zoals discriminatie. Eerder heb ik u geïnformeerd over dat besprekingen in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie hebben geleid tot breed draagvlak onder het OM, de regioburgemeesters en de politie voor vaststelling van de volgende thema’s in de Veiligheidsagenda 2027–2030: ondermijning en georganiseerde criminaliteit, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit (waaronder online seksueel kindermisbruik), relationeel geweld en geweld in afhankelijkheidsrelaties (met name geweld tegen vrouwen, waaronder femicide) en mensenhandel.4 Op dit moment wordt bij de uitwerking van deze thema’s focus aangebracht en worden concrete landelijke doelstellingen geformuleerd. Uw Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de nieuwe Veiligheidsagenda.
Naast deze bestuurlijk tussen ketenpartners vastgestelde prioriteiten zijn er binnen het strafvorderingsbeleid van het OM ook aandachtsgebieden die blijvend aandacht krijgen. Denk daarbij aan het beleid rondom Veilige Publieke Taak en de aanpak van (online) discriminatie. Bij dat type delicten krijgt de prioritering vorm door bijvoorbeeld het eisen van hogere straffen.
Deelt u de opvatting dat slachtoffers van ernstige gewelds-, zeden- en vermogensmisdrijven vaak jarenlang de gevolgen van deze feiten ondervinden en dat de opsporing en vervolging van dergelijke feiten altijd tot de hoogste prioriteiten van politie en OM zouden moeten behoren?
Vanzelfsprekend heeft de opsporing en vervolging van ernstige gewelds-, zeden- en vermogensmisdrijven grote aandacht van politie en OM. Dat betekent niet dat andere feiten, zoals de aanpak van ondermijning, online seksueel misbruik, etc. anders geprioriteerd dienen te worden. Het OM tracht daarbij steeds om de juiste zaken, in passende volumes en in verhouding tot het criminaliteitsbeeld te laten instromen en deze adequaat en voortvarend te vervolgen, om daarmee aan meer slachtoffers en verdachten sneller recht te doen.
Bent u bereid in overleg met het OM te bezien of High Impact Crimes expliciet als topprioriteit kunnen worden aangemerkt binnen de bestaande capaciteitsverdeling?
High Impact Crimes is een verzamelnaam voor delicten als geweldsmisdrijven, woninginbraak, overvallen en straatroof. De Aanwijzing voor de opsporing, dat beleid van het OM is, bepaalt dat het uitgangspunt in High Impact Crimes is dat in principe altijd een opsporingsonderzoek dient te worden ingesteld waarbij beslissingen door de politie altijd in afstemming met het OM dienen te worden genomen. Ik meen dat hiermee in het beleid van het OM voldoende prioriteit aan deze zaken wordt gegeven en zie geen aanleiding om hier aanvullend over met het OM in gesprek te gaan.
Hoe weegt u de inzet van schaarse opsporings- en vervolgingscapaciteit tussen online discriminatiezaken enerzijds en ernstige gewelds-, zeden- en vermogensmisdrijven anderzijds?
Zoals in vraag 2 toegelicht is discriminatie in omvang en aantallen een groot maatschappelijk probleem, waarvan slechts weinig burgers melding maken of aangifte doen. De drempel om online, anoniem discriminatoire uitingen te plegen is laag, evenals de pakkans. Omdat de strafrechtelijke aanpak van discriminatie in beginsel aangifte-gedreven werkt en de aantallen daarmee (relatief) laag zijn, kunnen de politie en het OM ook deze zaken geprioriteerd oppakken.
Kunt u garanderen dat de inzet van politie- en OM-capaciteit voor het opsporen en vervolgen van de racistische uitingen richting de Oranjespelers niet ten koste gaat van de aanpak van ernstige misdrijven, zoals gewelds-, zeden- en andere High Impact Crimes? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.
Een antisemitische en geweldverheerlijkende haatdemonstratie in Utrecht |
|
Maikel Boon (PVV), Marjolein Faber (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de beelden1 2 3 van een «demonstratie» in Utrecht waarbij personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform de rol speelden van Israëlische militairen die gevangenen mishandelden en martelden en daarmee een antisemitisch bloedsprookje opvoerden? Deelt u de mening dat deze «demonstratie» niets anders was dan een antisemitische haatmanifestatie? Zo nee, hoe kwalificeert u deze «demonstratie» dan wel?
Ja, ik ben bekend met de beelden, maar kan als Minister niet oordelen over de strafbaarheid van gedragingen tijdens demonstraties. De beoordeling of uitingen of gedragingen een strafbaar of discriminerend karakter hebben, is aan de daartoe bevoegde instanties. Het is aan politie en het Openbaar Ministerie (OM) en uiteindelijk aan de rechter om in individuele gevallen te beoordelen of sprake is van een strafbaar feit en of een discriminatoir aspect onderdeel uitmaakt van het delict.
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat voorbijgangers, waaronder kinderen, ongevraagd en zonder enige waarschuwing werden geconfronteerd met deze gewelddadige en antisemitische opvoering, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie? Zo nee, waarom niet?
Binnen de wettelijke kaders bestaat veel ruimte voor verschillende vormen van demonstraties, zolang deze vreedzaam verlopen. Het plegen van of aanzetten tot haat, geweld, intimidatie of discriminatie hoort daar niet bij. De beoordeling of in een specifiek geval sprake is van een strafbaar feit, is primair aan het OM en, indien een zaak aan de rechter wordt voorgelegd, uiteindelijk aan de rechter.
Was deze «demonstratie» in deze vorm vooraf aangemeld bij de burgemeester? Zo ja, is daarbij gemeld dat de demonstratie een antisemitisch karakter zou hebben en dat daarbij door personen in militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen op hun uniform militair geweld, mishandelingen en martelingen zouden worden uitgebeeld, welke voorwaarden zijn aan deze demonstratie verbonden en bent u van mening dat aan die voorwaarden is voldaan of dat naar zijn oordeel had moeten worden ingegrepen? Zo nee, waarom niet?
De gemeente Utrecht heeft aangegeven dat er geen kennisgeving van deze demonstratie is gedaan en dat er anderszins ook geen contact is geweest met de organisatie over deze demonstratie.
Is onderzocht of het dragen van militaire gevechtskleding met Israëlische vlaggen en andere herkenningstekens, terwijl voor omstanders niet duidelijk kenbaar was dat sprake was van een demonstratie, in strijd is met de Nederlandse wet- en regelgeving? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?
Het is aan het OM en vervolgens aan de rechter om te beoordelen of er in een individueel geval sprake is van een strafbaar feit. Het OM heeft mij laten weten dat er geen aangiften zijn gedaan naar aanleiding van dit incident en dat het mede daarom op dit moment geen aanleiding ziet om een onderzoek in te stellen naar de (strafbaarheid van eventuele) gedragingen.
In het algemeen geldt dat het in het openbaar tonen van een bepaald symbool, tekst of afbeelding of het roepen van leuzen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een uitingsdelict kan opleveren. Daarbij kan gedacht worden aan onder meer groepsbelediging, het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en belediging. Als wordt aangespoord tot geweld, kan sprake zijn van opruiing. Voor de zomer is het wetsvoorstel dat terrorismeverheerlijking en openbare steunbetuigingen aan terroristische organisaties strafbaar stelt, ingediend bij Uw Kamer. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat de (voorgenomen) strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht niet zodanig specifiek zijn dat bijvoorbeeld het roepen van leus X of het tonen van symbool Y telkens afzonderlijk strafbaar is gesteld. Ter verzekering van een breed toepassingsbereik zijn de uitingsdelicten vrij algemeen omschreven. Deze systematiek zorgt ervoor dat per geval maatwerk kan en moet worden geleverd, waarbij het van de precieze omstandigheden van het geval afhangt of de desbetreffende uiting een strafbare uiting oplevert. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de uiting op zichzelf, maar ook hoe deze in de omstandigheden van het geval moet worden begrepen, bijvoorbeeld in het kader van een demonstratie. Ook is relevant of de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het plegen van het strafbare feit.
Welke maatregelen gaat u nemen om te voorkomen dat dergelijke antisemitische en geweldverheerlijkende haatmanifestaties zich opnieuw in de Nederlandse openbare ruimte kunnen voordoen?
Het waar mogelijk faciliteren van een demonstratie en de beoordeling wat wel en niet nodig en mogelijk is aan (preventieve) maatregelen is aan de burgemeester. Hierover vindt afstemming plaats in de lokale driehoek. Het is een lokale aangelegenheid en de burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Het is dan ook niet aan mij om in deze beoordeling te treden of om daarop vooruit te lopen. Demonstraties mogen echter nooit een vrijbrief zijn voor (het aanzetten tot of verheerlijken van) haat, discriminatie of geweld.