| Ingediend | 19 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 7 april 2026 (na 78 dagen) |
| Indiener | Christine Teunissen (PvdD) |
| Beantwoord door | Sophie Hermans (VVD), David van Weel (VVD), Aukje de Vries (VVD) |
| Onderwerpen | economie handel internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00791.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1543.html |
Ja. Nadere details over hoeveelheden en commerciële afspraken vallen onder de verantwoordelijkheid van Curaçao en betrokken marktpartijen.
De uitspraak van de premier van Curaçao is een eigen beoordeling van de regering van Curaçao. Het kabinet laat die beoordeling aan Curaçao zelf.
Nee. Besluiten over aankomst en opslag van olie vallen onder de autonome verantwoordelijkheid van Curaçao. Nederland of het Koninkrijk hebben hierin geen besluitvormende rol.
Het gaat om economische activiteiten die plaatsvinden binnen de verantwoordelijkheid van Curaçao. Het kabinet ziet geen aanleiding om hieraan een nadere politieke betekenis te verbinden.
Nederlandse bedrijven dienen te voldoen aan voor hen geldende internationale wetten en regels. Op basis van de nu bekende informatie is er geen indicatie dat internationale verplichtingen niet zijn nageleefd.
De huidige activiteiten hebben een tijdelijk karakter en er zijn geen aanwijzingen dat Curaçao structureel wordt ontwikkeld tot fossiele doorvoerhaven. Structurele economische keuzes liggen bovendien bij Curaçao en niet bij het kabinet. Nederland blijft zich inzetten voor klimaatdoelstellingen en energietransitie.
Ja, de gesprekken over alternatieven voor economische ontwikkeling die niet leunen op fossiele doorvoer en opslag voert het kabinet al. Binnen bestaande overlegstructuren wordt met Curaçao gesproken over duurzame economische ontwikkeling en energietransitie met respect voor de autonome positie van Curaçao. In dat kader zijn er SDE++-middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van de energie-infrastructuur in de komende jaren.
De economische positionering van Curaçao, al dan niet als doorvoerhaven voor fossiele olie, is een autonome keuze. Op dit moment zijn er echter geen aanwijzingen dat Curaçao structureel wordt ontwikkeld tot fossiele doorvoerhaven. Nederland blijft zich bovendien internationaal inzetten voor de afbouw van fossiele afhankelijkheid en het behalen van klimaatdoelstellingen.
De tijdelijke opslag van olie op Curaçao maakt geen onderdeel uit van het Nederlandse energie- of klimaatbeleid en staat los van de inzet op vermindering van fossiele afhankelijkheid en versterking van energieonafhankelijkheid.
Hierbij informeer ik uw Kamer dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Teunissen (PvdD) over het bericht dat Curaçao wordt gebruikt als doorvoerhaven voor Venezolaanse olie (kenmerk 2026Z00791) niet binnen de daarvoor gestelde termijn van drie weken kan worden afgerond, omdat de beantwoording nadere interdepartementale afstemming vereist. Ik streef ernaar uw Kamer zo spoedig mogelijk te informeren.