Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag waarbij door de rechtbank is bevestigd dat u niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie?1
Hoe rijmt u de conclusie dat bepaalde provincies in Jemen (zoals Al Mahra en Hadramaut) «veilig» zijn met de informatie van hulporganisaties, United Nations en VluchtelingenWerk dat het geweld en de instabiliteit zich over het hele land verspreiden en dat de situatie onvoorspelbaar blijft?
Kunt u specifiek aangeven welke bronnen, naast het ambtsbericht, zijn gebruikt om de afwezigheid van willekeurig geweld in deze gebieden aan te tonen?
Waarom blijft u vasthouden aan het beleid waarbij humanitaire factoren slechts globaal worden meegenomen, terwijl de rechter en de Raad van State oordelen dat onvoldoende in kaart is gebracht hoe humanitaire omstandigheden (zoals hongersnood en gebrek aan water) het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen van strijdende partijen en het Europese Hof (arrest CF en DN) een «allesomvattende beoordeling» eist?
Bent u bereid om, naar aanleiding van de recente rechterlijke uitspraak dat het beleid niet voldoet aan de eisen van de Raad van State en het Europese Hof, de uitvoering van het nieuwe beleid (en daarmee de afwijzingen van asielaanvragen) per direct op te schorten totdat er een deugdelijke, allesomvattende analyse van de humanitaire situatie ligt?
Komt er een nieuwe wijziging in het landenbeleid voor Jemen naar aanleiding van bovengenoemde uitspraken? Zo ja, hoe wordt daarin recht gedaan aan de uitspraken? Zo nee, waarom niet?
Op welke feitelijke informatie baseert u de aanname dat vluchtelingen uit onveilige gebieden zich duurzaam en veilig kunnen vestigen in de zogenaamd veilige provincies, gezien de enorme druk op de lokale infrastructuur door de miljoenen interne ontheemden in Jemen?
Hoe wordt gegarandeerd dat deze mensen daar niet alsnog in een levensbedreigende humanitaire situatie terechtkomen?
Erkent u dat het huidige beleid, waarbij zaken worden aangehouden of afgewezen op basis van een juridisch wankel fundament, ertoe leidt dat een grote groep Jemenieten in Nederland in onzekerheid leeft en hun integratie en persoonlijke ontwikkeling ernstig worden belemmerd?
Hoe kunt u de Jemenieten in Nederland ondersteunen en faciliteren in hun ontwikkeling en integratie gedurende deze onzekere tijden?
Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
De mogelijke ontmanteling van oceaninsche monitoringsystemen door de Verenigde Staten en de gevolgen voor het AMOC-onderzoek |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Berendsen , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten dat de regering-Trump voornemens is oceanische monitoringssystemen te ontmantelen, waaronder de systemen in de Irminger Zee die van cruciaal belang zijn voor het monitoren van de Atlantische Meridionale Omwentelingsstroming (AMOC)?1
Deelt u de opvatting dat de genoemde monitoringssystemen onmisbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek naar de AMOC, en dat ontmanteling ervan de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van AMOC-voorspellingen ernstig zou ondermijnen? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u het voornemen van de Amerikaanse overheid om deze monitoringssystemen te ontmantelen, en wat zijn de consequenties van het stoppen voor Nederland en Europa?
Bent u bereid deze kwestie expliciet aan de orde te stellen in bilaterale contacten met de Verenigde Staten en daarbij de Nederlandse en Europese zorgen over het mogelijke verlies van onvervangbare wetenschappelijke kennis en meetdata kenbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met de uitspraak van NIOZ-directeur Han Dolman dat de Amerikanen op het gebied van dit soort internationale wetenschappelijke projecten «een onbetrouwbare partner zijn geworden», en deelt u deze kwalificatie? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de wetenschappelijke samenwerking met de VS op het gebied van klimaatonderzoek? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid te onderzoeken of het, in nationaal dan wel Europees verband, mogelijk is financiering beschikbaar te stellen teneinde de continuïteit van deze monitoringssystemen te waarborgen en ontmanteling ervan te voorkomen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met het feit dat na 2028 nog geen financiering beschikbaar is voor de boeien van het NIOZ, en dat ook in Canada en het Verenigd Koninkrijk onderzoekers naarstig zoeken naar middelen om hun eigen meetnetwerken overeind te houden? Wat doet u om de continuïteit van de Nederlandse bijdrage aan dit mondiale meetnetwerk na 2028 veilig te stellen?
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden en binnen de geldende termijn?
Het blokkeren van queer accounts door Meta |
|
Laurens Dassen (Volt), Barbara Kathmann (PvdA), Marjolein Moorman (PvdA), Christine Teunissen (PvdD), Sandra Beckerman (SP) |
|
Judith Tielen (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Meta blokkeert opnieuw tientallen queer accounts op Instagram» en «Meta heft de blokkade van queer-Instagramaccounts deels op, maar de angst voor herhaling blijft: «Het duwt je terug de kast in»»?1, 2
Vindt u het acceptabel dat Meta wederom eenzijdig de accounts van tientallen queerorganisaties en queer personen heeft geblokkeerd of zelfs permanent heeft verwijderd?
Heeft u sinds de beantwoording op de vragen van de leden Dassen en Kathmann over een soortgelijke situatie in december 2025, meer informatie gekregen over de moderatiekeuzes door Meta?3
Bent u sinds de beantwoording op de bovengenoemde vragen nog verder in contact geweest met Meta over het eenzijdig blokkeren van queer accounts? Zo ja, wat was uw inzet bij deze gesprekken?
Herkent u de signalen van de getroffen accounts dat het vaak niet lukt om in contact te komen met een echt persoon bij Meta om bezwaar te kunnen maken? Wat kan u hiertegen doen?
Zijn er signalen dat online accounts worden getroffen door gecoördineerde massameldingen van gebruikers of groepen die het oneens zijn met de inhoud van de accounts? Wat doet Meta om zulke gecoördineerde massameldingen tegen te gaan, met name als deze zich richten tegen minderheidsgroepen?
Kunt u ingaan op de onevenredig grote gevolgen die zulke blokkades hebben voor queerorganisaties en personen die voor hun zichtbaarheid en bereik afhankelijk zijn van grote online platforms?
Hoe ziet u het blokkeren van queer accounts in het licht van artikel 35 van de Digital Services Act (DSA) die stelt dat platforms structurele risico’s op haat en discriminatie moet bestrijden?
Vindt u dat Meta een verantwoordelijkheid heeft om een veilige en vrije omgeving te bieden voor queer content? Hoe spant u zich vanuit het perspectief van emancipatie in om dit te waarborgen?
Bent u bereid om te onderzoeken of de aanname klopt dat minderheidsgroepen onevenredig vaak en hard worden geraakt door de niet-transparante moderatie van Meta?
Bent u bereid zich in te zetten om de geblokkeerde of verwijderde accounts Nederlandse personen en organisaties te herstellen? Welke mogelijkheden heeft u hiertoe?
Is het blokkeren van accounts, zonder waarschuwing of motivering, in strijd met de DSA?
Welke gevolgen zijn er voor grote online platforms die zich herhaaldelijk niet aan de DSA houden? Wat hebben toezichthouders nodig om harder en sneller op te kunnen treden?
Bent u het ermee eens dat grote online platforms, die dusdanig veel invloed hebben op het publieke debat en het bereik van organisaties, volledige openheid moeten geven over hun moderatiecriteria en werkwijze? Voorziet de DSA voldoende in deze transparantieverplichting volgens u?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en tijdig vóór het commissiedebat sociale media en inmenging van 4 juni 2026 beantwoorden?
Het artikel 'Het Koninklijk Huis heeft geen boodschap aan de gevoeligheden rond de Biënnale in Venetië' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Het Koninklijk Huis heeft geen boodschap aan de gevoeligheden rond de Biënnale in Venetië»?1
Ja.
Bent u ervan op de hoogte dat Zijne Majesteit de Koning en Hare Majesteit de Koningin voornemens zijn op 6 mei 2026 het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië te openen, terwijl Rusland daar met een eigen paviljoen aanwezig is? Is hierover vooraf afstemming geweest binnen het kabinet?
Ja, daarvan ben ik op de hoogte en hierover heb ik contact gehad binnen het kabinet. Daarbij is geconcludeerd dat het bezoek doorgang kon vinden. Het Koninklijk Paar en ik waren aanwezig bij de opening van het Nederlands paviljoen, vanwege het 60-jarige jubileum van de Nederlandse bijdrage Biënnale, en om Oekraïne te steunen.
Deelt u de zorg dat de aanwezigheid van het Koninklijk Paar bij dit evenement door Rusland zal worden aangegrepen als propagandamiddel waarbij ze kunnen laten zien dat relaties aan het normaliseren zijn? Zo niet, waarom niet?
Het kabinet blijft Oekraïne onverminderd steunen en zet maximale druk op Rusland door het land economisch en politiek zoveel mogelijk te isoleren. Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland dan ook onaanvaardbaar. Daarom heb ik, samen met 21 andere Europese Cultuurministers, een protestbrief gestuurd aan de organisatoren van de Biënnale.
Oekraïne heeft delegaties van andere landen, waaronder Nederland, echter verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid. De Nederlandse delegatie is dan ook aanwezig geweest om steun te betuigen aan Oekraïne.
Tijdens mijn bezoek had ik een afspraak met mijn Oekraïense ambtsgenoot en ook het Koninklijk Paar heeft expliciet aandacht gegeven aan Oekraïne. Er zijn daarnaast verschillende maatregelen genomen om interactie met Rusland te vermijden. Zo werd door de delegatie afstand gehouden tot het Russisch paviljoen. Tevens waren de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending niet uitgenodigd voor de opening van het Nederlandse paviljoen op 6 mei jl. Ook zal Nederland niet deelnemen aan de algemene opening van de Biënnale op 9 mei a.s.
Deelt u de zorg dat gelet op de controverse rondom Ruslands deelname, Nederland en het Koninklijk Paar reputatieschade oplopen? Zo niet waarom niet?
Nee, die zorg deel ik niet. Zie mijn antwoord op vraag 3.
De Italiaanse cultuurminister boycot de opening en de Europese Unie dreigt met het stoppen met de subsidie als Rusland mee blijft doen. Hoe verhoudt de Nederlandse keuze om juist met de hoogst mogelijke delegatie aanwezig te zijn zich hiertoe?
Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland daarom onaanvaardbaar. De Europese Unie heeft tevens aangegeven Russische deelname onacceptabel te vinden vanwege de vernietiging van cultureel erfgoed tijdens de Russische agressie in Oekraïne, deze boodschap heb ik tevens gesteund.
Tegelijkertijd is de Biënnale één van de belangrijkste evenementen op de internationale culturele agenda. Met de Nederlandse deelname door Dries Verhoeven aan de Biënnale wordt de zichtbaarheid van Nederlandse kunst vergroot en versterkt op mondiaal niveau. De Biënnale is in essentie het platform van kunstenaars, waarbij artistieke vrijheid belangrijk is. Die vrijheid moeten we beschermen. Ik ben er ook geweest om dat te benadrukken.
Daarnaast heeft Oekraïne delegaties van andere landen verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid.
Er is gekozen Nederlandse kunst te steunen en tegelijkertijd aan te geven dat we de keuze van de Biënnale om Rusland toe te laten betreuren.
Heeft u overleg gevoerd met het Mondriaanfonds en/of het Koninklijk Huis over de politieke risico’s van een bezoek met de hoogst denkbare vertegenwoordiging, gegeven de omstandigheid dat de voltallige jury is afgetreden en de Europese Unie dreigt de subsidie in te trekken? Kunt u hierop reflecteren?
Er is overleg geweest met alle betrokkenen. Daarnaast is het bezoek aan de Biënnale afgestemd binnen het kabinet. Zoals hierboven toegelicht zijn diverse voorzorgsmaatregelen getroffen en was de conclusie dat het verantwoord was om te gaan.
Bent u bereid het koninklijke bezoek te heroverwegen/te annuleren totdat vaststaat dat Rusland daadwerkelijk is uitgesloten van de Biënnale? Zo nee, waarom niet?
Zoals hierboven heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden en is er besloten het geplande bezoek te laten doorgaan.
Kunt u deze vragen voor 5 mei één voor één beantwoorden?
Nee.
Het bericht 'Israël onderschept Gaza-flotilla voor kust van Kreta, ook Nederlanders aan boord' |
|
Laurens Dassen (Volt), Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving over de Israëlische marine die humanitaire schepen van de Global Sumud Flotilla voor de kust van het Griekse eiland Kreta heeft geënterd en opvarenden heeft ontvoerd?1
Bent u ermee bekend dat Nederlandse deelnemers zich aan boord bevonden van de geënterde schepen?
Welke maatregelen neemt u om hun veiligheid en die van de overige Nederlanders te garanderen?
Erkent u dat het enteren en aanvallen van schepen met burgers en hulpgoederen in internationale wateren een ernstige schending van internationaal recht is?
Bent u bereid publiekelijk steun uit te spreken voor het recht van burgers en organisaties om zich vreedzaam in te zetten voor humanitaire doeleinden en solidariteit te tonen met de Palestijnse bevolking, ook als dit betekent dat zij blokkades vreedzaam proberen te doorbreken?
Welke stappen heeft Nederland tot nu toe ondernomen, of is het bereid te nemen, om veilige en ongehinderde toegang van humanitaire hulp tot Gaza te bevorderen?
Hoe verhoudt het optreden tegen humanitaire schepen zich volgens u tot de verplichtingen van staten onder het internationaal recht?
Deelt u de opvatting dat het blokkeren van humanitaire hulp in strijd kan zijn met de verplichting om levensreddende hulp toe te laten tot een burgerbevolking in nood? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid deze vragen binnen 24 uur te beantwoorden gezien de noodsituatie?
De versnelde verzwakking van de Atlantische omloopstroming (AMOC) |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Vincent Karremans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het onderzoek gepubliceerd op 16 april 2026 in Science Advances1, waaruit blijkt dat de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC) sneller verzwakt dan gemiddelde klimaatmodellen voorspelden en mogelijk al rond het midden van deze eeuw een kantelpunt bereikt, en wat is uw appreciatie van deze bevindingen?2
Welke gevolgen heeft het nieuwe inzicht dat de AMOC voor het einde van deze eeuw met meer dan 50% kan vertragen, mede door de versnelde smelting van het Groenlandse landijs, voor de ambitie en urgentie van het Nederlandse klimaatbeleid, en bent u bereid het klimaatbeleid hierop aan te scherpen?
Deelt u de conclusie van de onderzoekers dat de tijd voor halve maatregelen voorbij is en dat de bevindingen over de AMOC dwingen tot een fundamentele versnelling van de klimaattransitie, en zo ja, welke concrete beleidsmaatregelen overweegt u op korte termijn te nemen die verder gaan dan het bestaande beleid?
Wordt het risico dat een ineenstorting van de AMOC zichzelf versterkt doordat opgeslagen koolstof vrijkomt uit de oceaan en zo de opwarming verder versnelt, meegenomen in de klimaatrisicoscenario’s van het ministerie, en zo niet, bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?
Bent u bereid om de gevolgen van een mogelijke AMOC-ineenstorting voor de Nederlandse economie, voedselvoorziening en het waterbeheer systematisch in kaart te brengen?
Zijn de huidige Nederlandse waterkeringen en overstromingsscenario’s gebaseerd op actuele AMOC-risicomodellen, en zo niet, wanneer worden deze geactualiseerd?
Beschikt u over voldoende capaciteit en middelen om de gevolgen van AMOC-verzwakking voor Nederland structureel te monitoren en door te vertalen naar beleidsrelevante scenario’s?
Worden de nieuwste AMOC-scenario’s, waarbij wetenschappers stellen dat het kantelpunt mogelijk al rond het midden van deze eeuw bereikt wordt, actief meegenomen in langetermijnbeslissingen over infrastructuur, ruimtelijke ordening en waterveiligheid, en zo ja, op welke wijze?
Bent u bereid in Europees verband het gevaar van een ineenstorting van de AMOC aan te kaarten en het klimaatbeleid hierop aan te scherpen, en zo nee, waarom niet?
Op welke wijze integreert u de klimaatrechtvaardigheidsaspecten van een mogelijke AMOC-ineenstorting, die ernstige gevolgen heeft voor landbouw, voedselzekerheid en zeespiegelstijging in Afrika en de Amerika’s in regio’s die nauwelijks bijdragen aan de uitstoot die dit veroorzaakt, in het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking en internationaal klimaatbeleid?
Hoe beoordeelt u de uitkomst dat de routekaart van COP30-gastland Brazilië geen verwijzing naar fossiele brandstoffen bevat, mede vanwege de invloed van lobbyisten uit de industrie, en welke concrete stappen onderneemt Nederland om bij COP30 alsnog een ambitieuze afbouw van fossiele brandstoffen op de agenda te krijgen?
De Zembla-uitzending 'Gokkers in je tijdlijn'. |
|
Tijs van den Brink (CDA), Jan Struijs (50PLUS), Mirjam Bikker (CU), Laurens Dassen (Volt), Sarah Dobbe (SP), Diederik van Dijk (SGP) |
|
van Bruggen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de Zembla uitzending «Gokkers in je tijdlijn», waarin wordt gesteld dat ondanks het rolmodellenverbod sinds 2022 meer dan de helft van de legale online gokaanbieders nog altijd betrokken is bij influencer en affiliate constructies?1
Wat is uw reactie op de bevindingen uit deze uitzending, en wat zegt dit volgens u over de werking van het rolmodellenverbod en het Besluit ongerichte reclame kansspelen op afstand (Besluit orka)?
Klopt het dat er na deze uitzending in feite twee conclusies mogelijk zijn: ofwel het rolmodellenverbod was juridisch duidelijk maar is jarenlang onvoldoende gehandhaafd, ofwel het verbod was zo onduidelijk dat aanbieders via influencers, streamers en affiliates materieel hetzelfde konden blijven doen als verboden reclame? Welke conclusie acht u de juiste, en wat gaat u doen om dit probleem op te lossen?
Hoeveel onderzoeken heeft de Kansspelautoriteit sinds 2022 ingesteld naar overtredingen van het rolmodellenverbod en verwante reclamebeperkingen, en welke sancties zijn daarbij opgelegd? Acht u deze handhaving effectief?
Erkent u dat het beschermingsdoel van het rolmodellenverbod niet kan worden uitgehold door te verwijzen naar juridische constructies (zoals contracten met affiliates of websites) wanneer het feitelijke effect gelijk blijft: normalisering van gokken en beïnvloeding van jongeren en kwetsbare groepen? Bent u bereid vast te leggen dat bij toezicht en handhaving de feitelijke beïnvloeding leidend is in plaats van de contractvorm?
Deelt u de zorg dat jongeren en jongvolwassenen via influencers, livestreams en «informatieve» content alsnog structureel met gokreclame worden geconfronteerd, juist omdat deze minder herkenbaar en daardoor effectiever kan zijn? Hoe wordt deze blootstelling momenteel gemonitord en bent u bereid die monitoring te versterken?
Deelt u de opvatting dat websites, vergelijkingspagina’s, streamkanalen en affiliate constructies die financieel afhankelijk zijn van speelgedrag of verliezen van spelers, feitelijk functioneren als verkapte reclame en niet als neutrale informatievoorziening? Acht u het wenselijk dat zulke constructies binnen het huidige reclameregime zijn toegestaan?
Nu het zo lijkt te zijn dat dat het onderscheid tussen directe reclame, indirecte promotie, affiliates en zogenaamd informatieve doorverwijzing voor spelers nauwelijks nog zichtbaar en voor toezicht steeds moeilijker handhaafbaar is, deelt u de mening dat reclame voor online kansspelen in brede zin zou moeten worden verboden, juist om administratief ontwijken te voorkomen?
Bent u bekend met de oproep van Verslavingskunde Nederland en de Nederlandse ggz voor een totaalverbod op gokreclame? Deelt u de opvatting dat een dergelijk verbod effectiever en eenvoudiger handhaafbaar kan zijn dan in elk geval het huidige stelsel van gedeeltelijke beperkingen maar ook het in het coalitieakkoord aangekondigde reclameverbod voor online gokken?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en ruim voorafgaand aan het commissiedebat over kansspelen op 24 juni 2026 beantwoorden?
Het artikel 'Marechaussee werkte met omstreden techreus Palantir: minister Van Weel verzweeg contract voor Tweede Kamer' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Follow The Money-artikel «Marechaussee werkte met omstreden techreus Palantir: Minister van Weel verzweeg contract voor Tweede Kamer»?1
Was uw eerdere antwoord op Kamervragen in juli 2025 over gebruik van Palantir binnen de Nederlandse overheid correct en compleet?2 Zo nee, wat heeft u dan verzaakt te melden?
Was u op de hoogte van het contract tussen Palantir en de Programmadirectie Identiteitsmanagement en Immigratie (IDMI) in 2014?
Zo ja, waarom heeft u dat contract niet genoemd in uw eerdere antwoord? Zo nee, waarom bent u niet voldoende op de hoogte over Amerikaanse tech-afhankelijkheden binnen uw eigen ministerie?
Kunt u een kloppend overzicht geven van alle lopende, aanstaand of verlopen contracten tussen de Nederlandse overheid, inclusief sub-overheden en Zelfstandig Uitvoeringsorganen (ZBO’s), en het Amerikaanse Palantir?
Bent u van mening dat ongepaste of onethische uitspraken van het bestuur van een bedrijf een reden moet zijn dat de Nederlandse overheid geen zaken meer moet doen met het bedrijf in kwestie? Zo nee, waarom niet?
Bent u voornemens alle lopende en aanstaande contracten tussen de Nederlandse overheid en Palantir in belang van nationale veiligheid te annuleren, dan wel niet te verlengen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen apart van elkaar en voor 12 mei 2026 beantwoorden?
De rechtelijke uitspraak dat X (Twitter) volledige inzage moet geven in persoonsgegevens |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 april 2026 in de zaak tussen X (Twitter) en een individu om inzage te mogen krijgen in de gegevens die het bedrijf van hem bijhoudt?1
Wat is uw reactie op deze uitspraak en de gevolgen die het heeft voor de interpretatie van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), zowel nationaal als in Europees verband?
Bent u bereid om de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen om een onafhankelijke analyse uit te voeren naar de gevolgen van de uitspraak voor de interpretatie, handhaving en uitoefening van het inzagerecht voor individuele gebruikers?
Bent u op de hoogte van meer (soortgelijke) rechtszaken die tegen grote techbedrijven als X (Twitter) lopen? Welke gevolgen heeft de uitspraak op deze lopende zaken?
Hoe wordt er op toegezien dat X (Twitter) de uitspraak van de rechter naar behoren uitvoert en (nagenoeg) volledige inzage geeft in de persoonsgegevens van de gebruiker, gezien het feit dat deze partij eerder al weigerde dit te doen?
Bent u op de hoogte dat X (Twitter) in deze zaak meermaals heeft geprobeerd om de andere partij een spreekverbod op te leggen? Erkent u dat deze handelingen vanuit een groot internationaal techbedrijf intimiderend is tegenover één individu?
Biedt de richtlijn tegen Strategic Lawsuit Against Public Participation (anti-SLAPP-richtlijn) genoeg bescherming tegen individuen die een zaak aanspannen richting grote internationale techbedrijven zoals X (Twitter)? Welke aanvullende maatregelen kunt u nemen om individuen die procederen tegen dit soort bedrijven te beschermen?
Bent u bekend met de afwijzing van een handhavingsverzoek van de betrokken individu bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM), mede omdat er al een civiele zaak loopt?2 Kunt u er in samenwerking met de ACM op toezien dat handhavingsverzoeken en civiele zaken elkaar in het vervolg niet meer uitsluiten?
Welke gevolgen heeft het als X (Twitter) niet voldoet aan deze uitspraak? Kan het bedrijf worden gesanctioneerd of alsnog tot openheid gedwongen worden?
Zijn de huidige boetemogelijkheden voor het niet naleven van de AVG volgens u voldoende effectief? Bent u bereid te onderzoeken of er aanvullende handhavingsmogelijkheden, zoals het persoonlijk aansprakelijk maken van bestuurders zoals in andere EU-landen,3 wenselijk zijn voor bedrijven die stelselmatig de wet niet naleven?
Erkent u dat, na deze historische uitspraak, elke gebruiker het recht heeft om (nagenoeg) volledige inzage te verkrijgen in de gegevens die X (Twitter) over hem of haar bijhoudt? Voor welke andere (soorten) bedrijven zet deze uitspraak een precedent?
Bent u het met de indieners eens dat de toegang tot het inzagerecht voor alle gebruikers toegankelijk moet zijn en uitgeoefend kan worden, ongeacht juridische kennis en middelen?
Hoe kan de rechtspositie van individuele gebruikers versterkt worden om zich met gemak te beroepen op het inzagerecht richting grote techbedrijven? Welke maatregelen kunt u hiertoe nemen?
Bent u bereid om in Europees verband te pleiten voor een eensgezinde uitleg van het inzagerecht van de AVG conform de rechtelijke uitspraak, en de Nederlandse interpretatie te erkennen als norm binnen alle EU-lidstaten?
Bent u het met de indieners eens dat grote techbedrijven zoals X (Twitter) zouden moeten meebetalen aan de handhaving van de wetgeving die zij overtreedt, zoals het geval is onder de Digital Services Act, maar nog niet het geval is onder de AVG?
Hoeveel belastinggeld betaalt X (Twitter) momenteel in Nederland?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Het Reuters-bericht 'Exclusive: Five EU finance ministers call for tax on energy companies' windfall profits' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Exclusive: Five EU finance Ministers call for tax on energy companies» windfall profits»?1
Ja.
Bent u benaderd door uw collega’s om mee te doen met deze oproep?
Ja.
Bent u voornemens zich aan te sluiten bij deze oproep? Zo nee, waarom niet?
Nederland heeft zich niet aangesloten bij deze oproep. Het is te vroeg om vast te stellen of er daadwerkelijk overwinsten in Nederland zijn gemaakt. Daarnaast wordt een eventuele hogere winst al belast met de vennootschapsbelasting en kan een extra belasting hier bovenop marktverstorend werken. Het kabinet is daarom terughoudend om bovenop de vennootschapsbelasting een extra belasting in te stellen.
Erkent u dat excessieve winsten van energiemaatschappijen als gevolg van crisis en toenemende inflatie ontwrichtend kunnen werken voor de maatschappij? Zo nee, waarom niet?
Het is niet de bedoeling dat olie- en gasbedrijven de winnaars van deze crisis worden. Vanwege de relatief beperkte stijging van de aardgasprijs ziet het kabinet op dit moment geen reden om te veronderstellen dat er sprake is van overwinst op de gasmarkt. Voor de oliemarkt geldt dat een groot deel van de toegenomen marges naar verwachting niet in Nederland neerslaan. Voor de Nederlandse raffinaderijen is het nog te vroeg om harde uitspraken te doen of er overwinsten worden gemaakt, het lijkt erop dat de theoretische marge (de zogeheten «crack spread») sinds de crisis in het Midden-Oosten is toegenomen, maar het is niet te zeggen of dit daadwerkelijk tot overwinsten leidt. Indien er hogere winsten worden gemaakt, dan wordt dit reeds belast met de vennootschapsbelasting. Het kabinet is terughoudend om hier bovenop een extra heffing in te stellen.
Bent u net als uw Europese collega’s van mening dat zij die profiteren van oorlog moeten bijdragen aan het verlichten van de lasten van de maatschappij als gevolg van diezelfde oorlog?
Zie antwoord vraag 4.
Kunt u deze vragen apart en voor 16 april 2026 beantwoorden?
Het is niet gelukt om deze vragen voor 16 april te beantwoorden vanwege de samenhang met de brief over de acties weerbaarheid energieschok die op 20 april jl. verzonden is.
Het artikel van The Guardian 'US directs embassies to team up against foreign ‘hostility’ – and use X to ‘counter anti-American propaganda’' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel van The Guardian «US directs embassies to team up against foreign «hostility» – and use X to «counter anti-American propaganda»»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het gegeven dat Amerikaanse ambassades volgens deze instructie actief lokale influencers, academici en maatschappelijke organisaties zouden moeten inzetten om narratieven te beïnvloeden?
Het staat andere landen vrij om aan vormen van (publieks-)diplomatie te doen en samen te werken met personen die in Nederland wonen of gelieerd zijn aan Nederland, uiteraard met inachtneming van onze democratische rechtsstaat.
Zijn er aanwijzingen dat Amerikaanse ambassade- en/of consulaatmedewerkers in Nederland de bovenstaande activiteiten uitvoeren? Zo ja, wat bent u voornemens hieraan te doen?
Tot op heden heeft het kabinet geen aanwijzingen hiervoor.
In algemene zin heeft het kabinet middels de Rijksbrede aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging (OBI) verschillende mogelijkheden om bij signalen van OBI op te treden. Op dit moment zijn dergelijke signalen er niet.
Acht u het wenselijk dat diplomatieke communicatie en militaire beïnvloedingsoperaties op deze wijze met elkaar verweven raken? Zo niet, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 2. Vrijwel elke overheid, ook de Nederlandse, vergaart via regulier diplomatiek verkeer, publieksdiplomatie en media-aandacht steun voor bepaalde ideeën en belangen of om meningsverschillen te beslechten. Buitenlandse beïnvloeding is niet ondermijnend wanneer het op openlijke en legitieme wijze plaatsvindt en daarbij binnen de regels van de Nederlandse democratische rechtsorde blijft. De grenzen van statelijke inmenging zijn vastgelegd in de aanpak van OBI.2
Ziet u deze oproep in het kader van inmenging in de Nederlandse rechtsstaat? Zo nee, waarom niet?
Tot op heden zijn er geen aanwijzingen dat er in dit geval sprake is van statelijke inmenging. Voor een actueel overzicht van het dreigingsbeeld, verwijs ik uw Kamer naar het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025.
Wat is uw oordeel over het feit dat de Amerikaanse overheid het platform X van Elon Musk expliciet aanwijst als «innovatief instrument» voor het tegengaan van anti-Amerikaanse propaganda, mede in het licht van de € 120 miljoen boete die de EU X recent heeft opgelegd wegens misleidende praktijken onder de Digital Services Act?
X is een groot online platform, dat door diverse landen wereldwijd gebruikt wordt.
Digitale platforms worden in de EU gereguleerd door de Digitale (Dienstenverordening DSA). Het kabinet steunt de Europese Commissie in de onverminderde handhaving van deze wetgeving en heeft vertrouwen in het handelen van de Commissie als er sprake is van onrechtmatige praktijken.
Deelt u de mening dat de officiële inzet van een privéplatform – waarvan de eigenaar tevens een invloedrijke rol vervulde binnen de regering Trump – als diplomatiek communicatiemiddel ernstige vragen oproept over onafhankelijkheid en integriteit?
Het is niet aan de Nederlandse regering te oordelen over de keuzes in het gebruik van sociale mediaplatforms als regeringscommunicatiemiddel van andere landen. Zie tevens antwoord op vraag 6.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is om als kabinet op dit platform actief te zijn, en bent u voornemens om van X af te gaan naar aanleiding van dit en andere berichten die de integriteit van het platform sterk in twijfel trekken? Zo niet, waarom niet?
Het bereiken van zoveel mogelijk mensen en hen in staat stellen kennis te nemen van overheidsinformatie, juist ook groepen die via traditionele media minder goed worden bereikt, is belangrijk voor de Rijksoverheid. De sociale media-accounts van de bewindspersonen, waaronder hun accounts op X, zijn een van de manieren waarop dit gebeurt. We onderzoeken daarbij steeds nieuwe mogelijkheden en middelen, waarmee we zo veel mogelijk mensen kunnen blijven bereiken.
De Rijksoverheid is zich bewust van de berichtgeving over negatieve ontwikkelingen op sommige sociale mediakanalen. De (on)wenselijkheid om op sociale mediakanalen aanwezig te zijn is ook geregeld onderwerp van gesprek. Ministeries en publieke dienstverleners maken hierin hun eigen afweging, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen. Het belang om zoveel mogelijk burgers te bereiken en in staat te stellen kennis te nemen van de informatie van de Rijksoverheid, juist ook burgers die via traditionele media en communicatie niet altijd (meer) te bereiken zijn, is een factor die bij de meeste organisaties van de Rijksoverheid zwaar weegt bij het maken van een afweging.
Bent u bereid dit te bespreken met de Amerikaanse ambassadeur en de Kamer te informeren over de uitkomst van dat gesprek? Zo niet, waarom niet?
De Amerikaanse regering is goed op de hoogte van het Nederlandse standpunt ten aanzien van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, de bestrijding van desinformatie en digitale weerbaarheid en Europese wetgeving daaromtrent. Het kabinet ziet vooralsnog geen noodzaak om deze specifieke instructie op te brengen in de gesprekken met de VS omdat er geen aanwijzing is dat er sprake is van ongewenste buitenlandse inmenging.
Bent u bereid dit onderwerp te agenderen in de Raad Buitenlandse Zaken? Zo niet, waarom niet?
Het kabinet ziet geen aanleiding dit specifieke artikel te agenderen op de Raad Buitenlandse Zaken. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Kunt u de bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Spanje sluit luchtruim voor militaire vliegtuigen die deelnemen aan oorlog in Iran' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Spanje sluit luchtruim voor militaire vliegtuigen die deelnemen aan oorlog in Iran»?1
Ja.
Hoeveel militaire vluchten verbonden aan de illegale oorlog in Iran maken gebruik van het Nederlandse luchtruim?
Op basis van de Nederlandse NAVO-binnenvliegregeling, die al bijna veertig jaar van toepassing is en aanvullende diplomatieke klaringen, mogen militaire vliegtuigen van de Verenigde Staten gebruikmaken van het Nederlandse luchtruim. Hierbij geldt dat enkel moment van invliegen, uitvliegen en eventueel landen aangeven wordt. Om operationele redenen doet het kabinet geen uitspraken over individuele militaire vliegbewegingen
Hoeveel militaire en commerciële vracht verbonden aan de illegale oorlog in Iran wordt via Nederlandse havens en -luchtruim naar het Midden-Oosten verstuurd?
Zie het antwoord op vraag 2.
Kunt u reflecteren op het feit dat deze militaire vracht mogelijk gebruikt kan worden voor mensenrechtenschendingen?
Het kabinet hecht groot belang aan de naleving van het internationaal recht. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Bent u voornemens om u aan te sluiten bij het besluit van Zwitserland, Spanje, Italië, en Frankrijk en het Nederlandse luchtruim en militaire bases te sluiten voor militaire en commerciële vracht dat bestemd is voor de illegale oorlog in Iran? Zo nee, waarom niet?
Zwitserland, Spanje, Italië en Frankrijk hebben ieder hun eigen beleid en nationale procedures ten aanzien van militaire en commerciële vluchten. De suggestie dat luchtruim en militaire bases van deze landen volledig gesloten zou zijn voor militaire en commerciële vracht bestemd voor het Iran-conflict doet geen recht aan deze complexe realiteit. Het kabinet is niet voornemens om het Nederlandse luchtruim of militaire bases te sluiten voor militaire of commerciële vracht.
Kunt u reflecteren op de uitspraak van Spaanse Minister Carlos Cuerpo dat «dit besluit deel uitmaakt van het eerder genomen besluit van onze regering om niet mee te doen of bij te dragen aan een oorlog die in strijd [is] met het internationaal recht»?
Nederland is niet betrokken bij het Iran-conflict. Het Nederlandse beleid is gericht op de-escalatie en een diplomatieke oplossing. Het is aan individuele landen om, binnen hun nationale en internationale verplichtingen en op basis van hun eigen beleid te besluiten over het gebruik van hun luchtruim en infrastructuur.
Kunt u deze vragen apart en voor maandag 6 april beantwoorden?
Deze vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Het Argos-bericht 'Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Derk Boswijk (CDA), Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Nederland wil Amerikaanse onbemenste gevechtsvliegtuigen vol AI aanschaffen» van Argos?1
Ja.
In uw Kamerbrief (Kamerstuk 36 592, nr. 60) geeft u aan: «Bij wijze van uitzondering en omdat ik in deze casus extra waarde hecht aan transparantie, informeer ik uw Kamer vooraf.» Klopt het dat u tot een brief over bent gegaan na vragen van Argos? Zo nee, waarom maakt u dan deze uitzondering?
Het besluit om de Kamer vooraf te informeren is gemaakt omdat ik voornemens ben om een Letter of Acceptance (LOA) te tekenen op 8 april aanstaande en zoals in de brief vermeld, waarde hecht aan transparantie en het tijdig informeren van de Kamer.
Welke commitment geeft Nederland aan het CCA-programma, nu en in de toekomst, bij het tekenen van de letter of acceptance?
Defensie gaat met het tekenen van de LOA een eenmalige verplichting aan richting de Amerikaanse overheid in de bandbreedte 50–250 miljoen2. Daarmee krijgen Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data over het CCA testprogramma.
In hoeverre zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten uit dit programma intellectueel eigendom zijn van de Nederlandse overheid?
Het programma deelt de experimentele data en analyses van het Amerikaanse testprogramma CCA met Nederland. Op grond van de LOA worden nadere samenwerkingsafspraken, onder andere op gebied van intellectueel eigendom, uitgewerkt.
Op welke manier zullen de vergaarde kennis en onderzoeksresultaten later gebruikt kunnen worden ter bevordering van een Europees alternatief?
De opgebouwde kennis stelt Defensie in staat om in de toekomst beter geïnformeerde afwegingen te maken t.a.v. toekomstige materiaalverwerving. En geeft Nederland de mogelijkheid om beter geïnformeerd in eventuele andere Europese programma's te kunnen deelnemen, indien dit opportuun is in de toekomst.
Kunt u aangeven waarvoor het benodigde budget van € 50–100 miljoen wordt gebruikt?
Om als partner in het Amerikaanse programma deel te nemen, betaalt Defensie een Buy in Fee in de vorm van een financiële bijdrage. Defensie en betrokken kennisinstellingen TNO en NLR krijgen als deelnemer aan het programma kennis en toegang tot data over CCA.
Bent u voornemens om twee testtoestellen aan te schaffen?
Door Defensie worden geen testtoestellen aangeschaft, maar wordt toegang verkregen tot het Amerikaanse CCA-programma.
Oorspronkelijk, voorafgaand aan het ondertekenen van de LOI op 16 oktober 2025, ging Defensie er vanuit dat deelname aan het onderzoeksprogramma mogelijk was door middel van aanschaf van twee testtoestellen. Dit bleek anders, zoals ook in de LOA is verwoord. Er is door de Verenigde Staten gevraagd om een financiële bijdrage ter hoogte van de aankoop van twee testtoestellen voor deelname aan het CCA programma, waarna Nederland de beschikking krijgt over de testdata en analyse. De testtoestellen blijven eigendom van de Verenigde Staten.
Waarom is de Kamer in de voorgaande Kamerbrief (Kamerstuk 36 592, nr. 56) over CCA niet ingelicht over het aanschaffen van testtoestellen?
Het aanschaffen van testtoestellen is niet aan de orde, zie vraag 7.
Worden er binnen het ministerie momenteel al vervolgstappen besproken om het inkooptraject van het CCA te vorderen, naast het aanschaffen van de twee testtoestellen? Zo ja, welke?
Nee, daar is hier geen sprake van.
Op basis van welke gronden kan de Nederlandse overheid nog uit het project stappen?
Na ondertekening van de LOA zullen nadere afspraken gemaakt worden over de inrichting van de Nederlandse deelname middels een Project Arrangement. Volgens de LOA is het mogelijk om uit het project te stappen met inachtneming van annuleringskosten. De details van de annuleringsgronden- en kosten staan in de LOA toegelicht en zijn commercieel vertrouwelijk.
Welke afspraken zijn daaromtrent gemaakt en welke kosten zijn daarmee gemoeid?
Zie antwoord vraag 10.
Deelt u de zorg dat de verdere integratie van CCA met de vijfde generatie jachtvliegtuigen onze afhankelijkheid van het Amerikaanse defensie-ecosysteem vergroot? Waarom wel, waarom niet?
De doorontwikkeling van het vijfde generatie jachtvliegtuig staat los van Nederlandse deelname aan dit Amerikaanse CCA programma. Nederland maakt op dit moment geen aanschafkeuze in onbemenste jachtvliegcapaciteit.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is, gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen, dat Nederland verder geïntegreerd raakt in het Amerikaanse defensie-ecosysteem? Indien u deze zorg deelt, kunt u dan uitleggen hoe deze verdere integratie bijdraagt aan het onafhankelijker worden?
Als Nederland en Europa nemen we meer verantwoordelijkheid t.a.v. onze veiligheid en de verdediging van ons eigen continent. In het regeerakkoord is afgesproken om afhankelijkheden van buiten Europa af te bouwen en dat we voorop blijven in het toewerken naar een versterkte Europese pijler binnen de NAVO. Het Kabinet streeft daarom naar een meer gelijkwaardige trans-Atlantische relatie en een meer evenwichtige verdeling van de lasten binnen de NAVO. Echter houdt Defensie belang bij materieel- en industriesamenwerking met de VS, omdat we op bepaalde capaciteitsgebieden voorlopig afhankelijk zijn van kennis, onderdelen en ondersteuning vanuit de VS.
Bent u ermee bekend dat Anduril nauw samenwerkt met Palantir?
Ja.
Bent u bekend met de uitspraken van Anduril CEO Palmer Luckey: «So, to me, there's no moral high ground in using inferior technology, even if it allows you to say things like, «We never let a robot decide who lives and who dies,»» en van Palantir CEO Alex Karp «I love the idea of getting a drone and having light fentanyl-laced urine spraying on analysts that tried to screw us.»? In hoeverre bent u comfortabel met het uitbesteden van onze AI-defensiecapaciteiten aan deze personen?
Met deelname aan het programma wil Defensie kennis en data vergaren voor de mogelijke aanschaf, integratie en inzet van CCA in de verdere toekomst. Het gaat hier niet over het uitbesteden van defensiecapaciteiten. Daarnaast ga ik niet in op uitspraken van personen die geen betrekking hebben op CCA of de overeenkomst die ik van plan ben te sluiten met de Amerikaanse overheid.
Kunt u reflecteren op de uitspraak over Palantir van Italiaanse onderzoeker Francesca Bria in Follow the Money: «Het is een arm van de Amerikaanse veiligheidsstaat: een particulier instrument van geopolitieke macht. Als Europese overheden hun tools kopen, kopen ze niet alleen software: ze geven soevereiniteit op. Als je in zo’n bedrijf investeert, financier je de oorlog tegen Europese democratie.»?
Er is geen sprake van aanschaf van Amerikaans materiaal, enkel deelname aan een programma. Hiermee kan Defensie de benodigde kennis en data vergaren om later de juiste investeringskeuzes te kunnen maken. Door deelname aan het Amerikaanse programma, vergaren we ook kennis die we in Nederland en in Europees verband kunnen benutten of inzetten. Binnen het programma krijgen de kennisinstituten TNO en NLR mogelijkheden voor samenwerking, het opdoen van de nodige kennis en het vergaren van data.
Hoe verhoudt de samenwerking met deze bedrijven zich tot de verklaring over het gebruik van AI op Responsible AI in the Military Domain (REAIM), welke Nederland wel en de VS niet getekend hebben?
De software is gebaseerd op een open architectuur en geen eigendom van betrokken bedrijven, maar van de Amerikaanse overheid. Defensie behoudt de mogelijkheid om in samenwerking met de Nederlandse en Europese kennisinstellingen en industrie software te ontwikkelen conform de verklaring over Responsible AI in the Military Domain (REAIM).
Hoe verhoudt de samenwerking zich met de uitspraken van Pete Hegseth, Amerikaanse Minister van Oorlog: «De AI van het Ministerie van Oorlog zal niet woke zijn.» en «Geen domme gevechtsregels, geen moeras van natie-opbouw, geen oefening in het bouwen van democratie, geen politiek correcte oorlogen»?
Defensie voert zijn activiteiten op het gebied van AI uit conform de verklaring over Responsible AI in the Military Domain.
Heeft het ministerie contact gezocht met Italië, het Verenigd Koninkrijk, dan wel met Japan, om te verkennen wat hun plannen zijn voor onbemenste vliegtuigen en of Nederland daaraan kan bijdragen? Zo nee, waarom niet?
Defensie doet sinds 2023 onderzoek en heeft veelvuldig informeel contact gehad met verschillende partijen. Hieruit blijkt o.a. dat het Global Combat Air Program (GCAP) in een conceptstadium zit met een initiële focus op bemenste zesde generatie vliegtuigen als opvolger van de vierde generatie jachtvliegtuigen van Italië, het Verenigd Koninkrijk en Japan. Dit past nu niet bij de wens van Defensie om kennis te vergaren over onbemenste gevechtsvliegtuigen en daarom is niet formeel de vraag gesteld voor samenwerking.
In de Kamerbrief van 19 maart schrijft u dat: «[twee Europese samenwerkingsprogramma’s] bieden op dit moment geen mogelijkheden tot deelname aan een kennis- en innovatieprogramma voor onbemenste gevechtsvliegtuigen.»; waarom heeft u er niet voor gekozen om deze in samenwerking met andere landen op te zetten en in plaats daarvan uit te wijken naar de Amerikanen?
Defensie verkent de mogelijkheden van deelname aan programma’s in de ontwikkeling van onbemenste systemen binnen en buiten Europa in het MOBIUS project, zoals vermeld in Kamerstuk 36 592 nr.60. Het doel is waar mogelijk kennis en ervaring op te doen, om in de toekomst beter geïnformeerde materiaalverwerving te kunnen doen. Het Amerikaanse CCA programma biedt nu de kans om kennis, data en analyses in de concept, test en ontwikkelfase te vergaren. Overige programma’s bieden dit vooralsnog niet, maar blijven nauwlettend gevolgd worden.
Kunt u deze vragen apart en voor 8 april 2026 beantwoorden?
Ja.
Het bericht dat 3,3 miljard euro aan IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid is stopgezet |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD), Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Rechter dwarsboomt IT-aanbesteding rijksoverheid van € 3 mrd» (Financieel Dagblad, 9 maart 2026)?1
Ja.
Bent u eveneens bekend met de uitspraak van de rechter in Den Haag, die stelt dat twee IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid ter waarde van 3,3 miljard euro gestaakt moeten worden?2
Ja.
Wat is uw reactie op de berichtgeving en de rechterlijke uitspraak?
De Staat werkt momenteel aan verduidelijking en, waar nodig, aanpassing van de aanbestedingsvoorwaarden, in lijn met het vonnis.
Mede omdat de zaak onder de rechter is, wordt niet in algemene zin ingegaan op de berichtgeving. Dat is anders ten aanzien van concrete vragen die de Kamer stelt.
Kunt u toelichten welke aanpassingen u gaat doorvoeren of al heeft doorgevoerd in de aanbestedingsvoorwaarden om aan de rechterlijke uitspraak te voldoen?
Nee, op dit moment nog niet. Het onderzoek naar de mogelijkheden om de aanbestedingsvoorwaarden te verduidelijken danwel aan te passen loopt nog.
Zouden de IT-aanbestedingen, indien ze doorgang vinden, de digitale autonomie van Nederland vergroten of verkleinen? Kunt u dit onderbouwen?
Op dit moment kan niet concreet worden gezegd of de aanbestedingen de digitale autonomie van Nederland vergroten danwel verkleinen. Echter, op de Europese Aanbesteding Programmatuur 2025 (EAP-2025) aanbestedingen waren en blijven de Algemene Rijksvoorwaarden bij IT-overeenkomsten (ARBIT) van toepassing. De ARBIT bevat ook voorwaarden die bijdragen aan digitale autonomie en soevereiniteit, zoals voorwaarden met betrekking tot exit, opzegging, ontbinding en informatieveiligheid.
Met de aanbestedingen wordt beoogd raamovereenkomsten te sluiten met daartoe geschikt bevonden resellers. Dat zijn resellers die zich aan de aanbestedingsvoorwaarden conformeren. De deelnemers doen binnen de raamovereenkomsten met de resellers nadere uitvragen voor de levering van specifieke producten. De impact op de digitale autonomie is vooral afhankelijk van de inhoud van deze nadere uitvragen.
Hoe houdt u de komende vier jaar de mogelijkheid om de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven via aanbestedingen te verkleinen conform de wens van de Tweede Kamer,3 nu u middels een raamovereenkomst de voorwaarden voor nieuwe inkoop jarenlang vastlegt?
Bij aanpassing van de aanbestedingsstrategie en -voorwaarden wordt, waar van toepassing en mogelijk, (nieuw) rijksbreed beleid geborgd, waaronder rijksbreed beleid inzake digitale autonomie en soevereiniteit.
Deelnemers moeten binnen hun inkoopvraagstukken borgen dat zij gericht besluiten nemen inzake de reductie van het risico op afhankelijkheid. Dat betekent dat zij bestaande producten vervangen door alternatieven die minder / geen risico op afhankelijkheid kennen. Voor nieuwe producten dienen zij voor hun nadere uitvragen binnen de raamovereenkomsten aanvullende eisen en voorwaarden op te nemen, passend bij de specifieke opdracht, om te borgen dat het risico op afhankelijkheid beheersbaar blijft.
Ziet u met de rechterlijke uitspraak en de noodzaak om de aanbestedingsvoorwaarden aan te passen ook de mogelijkheid om digitale autonomie zwaarder mee te wegen als criterium?
Deze vraag kan op dit moment nog niet worden beantwoord. De categorie Software Rijk onderzoekt nog of en zo ja, in welke mate de aanbestedingsvoorwaarden ten aanzien van digitale soevereiniteit en autonomie verder moeten worden aangepast.
Welke gevolgen heeft de rechterlijke uitspraak voor de twee IT-aanbestedingen ter waarde van 3,3 miljard euro? Kunt u een overzicht geven van lopende contracten waar deze uitspraak mogelijk ook gevolgen voor heeft?
Voor het antwoord op de eerste vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 3. De aanbestedingen zijn gestaakt. De Staat onderzoekt de noodzaak en mogelijkheden voor aanpassing of herziening van de aanbestedingsvoorwaarden en neemt op basis van de bevindingen een besluit inzake de vervolgaanpak. Ter overbrugging zijn de bestaande raamovereenkomsten verlengd, om te voorkomen dat de inkoop van standaardprogrammatuur tussentijds stilvalt.
De uitspraak van de rechter heeft gevolgen voor alle opdrachten (nadere overeenkomsten) die worden afgesloten onder de verlengde raamovereenkomsten van het Ministerie van Defensie en van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De ministeries zijn hierover geïnformeerd.
Wat is het doel en de noodzaak van de twee IT-aanbestedingen? Welke diensten zouden precies ingekocht worden bij Microsoft en Oracle, en in welke ministeries en overheidsorganisaties zouden deze gebruikt worden?
Zoals toegelicht bij vraag 6 is het doel van de aanbestedingen om voor de inkoop van standaardprogrammatuur (zowel nieuwe, als uitbreidingen op bestaande software) een duidelijk en rechtmatig afsprakenkader te creëren. Deze aanbestedingen hebben niet specifiek betrekking op software van Microsoft of Oracle.
De noodzaak van de aanbestedingen is drieledig, namelijk:
Diensten die worden ingekocht zijn: de levering van standaardsoftware, onderhoud en support, helpdeskondersteuning, adviesdiensten, installatie en configuratie van standaardsoftware en trainingen en opleidingen.
De aanbestedingen worden uitgevoerd ten behoeve van het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De lijst met deelnemende organisaties staat onderaan de beantwoording van deze lijst met vragen en antwoorden.
Waarom vraagt u in de aanbesteding voor deze grote IT-projecten om «levering van standaardprogrammatuur van vendor Microsoft» in plaats van dat u de technische eisen uitvraagt van de software die u wil inkopen?4
Binnen de lopende raamovereenkomsten moet het voor deelnemers mogelijk zijn om, indien nodig, het aantal licenties voor het gebruik, onderhoud en/of beheer van deze programmatuur uit te kunnen breiden. Een uitvraag op basis van technische eisen kan leiden tot aanbod van een ander typen licenties, hetgeen praktisch niet wenselijk is en tot kostenverhoging kan leiden.
Wat bedoelt u met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur van Microsoft? Op welke toepassingen gaat dit, en waarom neemt u deze af via de tussenhandelaar?5
Met «gerelateerde open source toepassingen» aan de standaardprogrammatuur van Microsoft wordt de closed source- en open source, software bedoeld die softwareleveranciers gebruiken voor het leveren van hun software(diensten). Dat is ook van toepassing voor software(diensten) van Microsoft (Perceel6. Binnen deze aanbesteding is het leveren van open-source software(diensten) voorbehouden aan een ander Perceel, Perceel 2. Om te voorkomen dat dit voorbehoud ervoor zorgt dat de software van de softwareleverancier in Perceel 1 niet meer werkt, danwel wordt uitgesloten, omdat deze open source software bevat, is de uitzonderingsgrond toegevoegd dat ook software(diensten) met gerelateerde open source toepassingen in Perceel 1 kunnen worden aangeboden.
De Staat neemt deze oplossingen af via resellers omdat de Staat de software op deze wijze op basis van eenduidige voorwaarden (ARBIT) in kan kopen.
Hoe verhoudt het niet opnemen van technische eisen voor de af te nemen software zich tot artikel 2.75–2.77 van de Aanbestedingswet 2012, nu ook de term «of gelijkwaardig» (2.76, lid 4, subartikel b) ontbreekt?6
De EAP-aanbestedingen leiden tot raamovereenkomsten met meerdere resellers die in principe alle gangbare standaardprogrammatuur (> 4.000) kunnen leveren. De concrete, technische eisen worden niet in de raamovereenkomst vastgelegd, maar pas bij elke afzonderlijke nadere offerteaanvraag van een deelnemer. Die offerteaanvraag kan:
Waar de Aanbestedingswet 2012 een lichter regime of een uitzondering toestaat, geldt die ook voor de betreffende nadere offerteaanvraag voor standaardprogrammatuur en bijbehorende dienstverlening. Dat kan bijvoorbeeld in de volgende situaties:
Samengevat: de technische specificaties worden per opdracht geformuleerd binnen het raamwerk, en waar de wet uitzonderingen of een lichter regime toelaat, wordt dat op die specifieke nadere offerteaanvraag toegepast.
Zijn de toepasselijke (verplichte of aanbevolen) standaarden van het Forum Standaardisatie uitgevraagd in deze aanbestedingen? Zo nee, waarom niet, en hoe verzekert u dan dat ook gegadigden naast Microsoft en Oracle aan de aanbesteding kunnen voldoen?
Ja, de standaarden van het Forum Standaardisatie zijn uitgevraagd.
Zijn de IT-aanbestedingen gericht op het inkopen van software of het vinden van softwareverkopers? Gaan deze aanbestedingen niet feitelijk over het aangaan van een licentieovereenkomst, waarbij het softwarebedrijf als rechthebbende eenzijdig de voorwaarden bepaalt?
De EAP-aanbestedingen zijn gericht op het contracteren van meerdere resellers (softwareverkopers) die binnen de raamovereenkomst in principe alle gangbare standaardprogrammatuur (>4.000 softwareproducten) kunnen leveren.
De deelnemers doen binnen de (rijksinkoopvoorwaarden van de) raamovereenkomst bij de gecontracteerde resellers nadere offerteaanvragen die leiden tot het aangaan van licentieovereenkomsten. De licentieovereenkomsten worden echter gesloten onder de voorwaarden van de Rijksoverheid en niet eenzijdig onder voorwaarden van de softwareleverancier.
Zijn Microsoft en Oracle de énige techbedrijven die kunnen voldoen aan de technische en operationele eisen die u stelt in de aanbesteding? Zo ja, bent u het dan met de indieners eens dat de aanbesteding toeschrijft naar Microsoft en Oracle?
Nee, niet alleen Microsoft of Oracle kunnen aan de aanbestedingseisen voldoen.
De EAP-aanbestedingen leiden tot raamovereenkomsten met meerdere resellers die in principe een zeer breed scala aan standaardprogrammatuur (meer dan 4.000 producten) kunnen leveren. De EAP2025-aanbestedingen schrijven daarom niet toe naar Microsoft of Oracle.
Wat bedoelt de Staat met de stelling dat «80 tot 85% van de offerteaanvragen een productgerichte offerteaanvraag [betreft]»? Kan er sprake zijn van een open aanbesteding als het merendeel van offertes om één specifiek product vraagt?
Met «80–85%» wordt gedoeld op het aandeel nadere offerteaanvragen dat productgericht is en middels minicompetities binnen de raamovereenkomsten wordt uitgevraagd. Het doen van productgerichte uitvragen binnen een raamovereenkomst is wettelijk toegestaan in die gevallen waar de Aanbestedingswet 2012 een lichter regime of een uitzondering toestaat. Zie ook de beantwoording op vraag 12.
De aanbesteding is open want deze heeft tot doel meerdere opdrachtnemers te contracteren die in staat zijn om de gevraagde standaard programmatuur te kunnen leveren.
Hoeveel van deze 80 tot 85% van deze productgerichte offerteaanvragen worden uiteindelijk bij Microsoft en Oracle afgenomen? Kunt u dit inzichtelijk maken?
Nee, die informatie kan niet inzichtelijk worden gemaakt, omdat deze informatie niet centraal wordt geregistreerd.
Zorgen deze productgerichte offerteaanvragen ervoor dat het op voorhand vrijwel zeker is dat software van Microsoft en Oracle zal worden gekozen? Zo nee, waarom is er dan gekozen voor productgerichte offerteaanvragen? Zo ja, is het dan terecht om te stellen dat er sprake is van een vendor lock-in?
Nee, een productgerichte offerteaanvraag zorgt ervoor dat door één van de gecontracteerde resellers een specifiek product (standaardprogrammatuur) wordt uitgevraagd en geleverd. Dit kan Microsoft of Oracle betreffen, maar ook andere standaardprogrammatuur.
Voor een productgerichte uitvraag wordt gekozen, omdat er bijvoorbeeld sprake is van uitbreiding van de licenties van een oplossing die reeds in gebruik is. Zie ook de beantwoording van vraag 12.
Een productgerichte uitvraag betekent op zichzelf niet dat sprake is van een vendor lock-in.
Deelt u de analyse van de indiener dat deze mate van productgerichte offerteaanvragen een vendor lock-in van enkele grote techbedrijven in de hand speelt? Zo nee, kunt u onderbouwen dat dit niet het geval is?
Nee, de analyse wordt niet gedeeld.
In de vraag worden oorzaak en gevolg omgedraaid. Immers, het uitgangspunt is dat een deelnemer standaardprogrammatuur functioneel uitvraagt, tenzij op grond van de Aanbestedingswet 2012 voor de concrete opdracht een lichter regime of een uitzondering geldt. In dat geval kan de deelnemer een productgerichte uitvraag doen bij de gecontracteerde reseller.
Een vendor lock-in kan ontstaan ná ingebruikneming van de oplossing met de beste prijs-kwaliteitverhouding. In die situatie kan die afhankelijkheid een grond zijn om bij uitbreidingen of vernieuwing productgericht uit te (moeten) vragen.
Is software van Microsoft en Oracle de enige manier om uw dienstverlening te kunnen handhaven? Zo nee, waarom is dan gekozen voor de productgerichte offerteaanvragen?
Nee, software van Microsoft en Oracle is niet de enige manier om dienstverlening te kunnen handhaven. De vraag of een deelnemer zonder software van bijvoorbeeld Microsoft, Oracle of een andere fabrikant kan, wordt op deelnemer niveau vastgesteld.
Centraal inzicht in overwegingen die ten aanzien van besluitvorming over offerteaanvragen van individuele deelnemers ten grondslag ligt, ontbreekt; die gegevens zijn niet centraal bijgehouden en geregistreerd.
Is dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring via tussenhandelaren, eerder toegepast bij IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid, zoals gesteld wordt in de berichtgeving? Zijn er lopende contracten waarbij dezelfde constructie van toepassing is?
Ja, dezelfde constructie met productgerichte offerteaanvragen, met sublicentiëring via tussenhandelaren is eerder toegepast bij uitgevoerde aanbestedingen voor raamovereenkomsten van de Rijksoverheid inzake de levering van standaardprogrammatuur.
Ja, er zijn lopende contracten waarbij dezelfde constructie van toepassing is.
Hoe verhouden deze productgerichte offerteaanvragen bij Microsoft en Oracle zich tot de Aanbestedingswet 2012, artikel 1.10a, in het bijzonder lid 2, namelijk het verbod om opdrachten te ontwerpen «met het doel bepaalde ondernemers ten onrechte te bevoordelen»?7
In dit kader kan worden verwezen naar het antwoord op vraag 18. Overigens zien productgerichte uitvragen niet alleen toe op Microsoft en Oracle. De gronden om productgericht uit te vragen, gelden in gelijke mate voor de softwareproducten (> 4.000) van alle vendors.
Bent u bekend met (in omvang) vergelijkbare aanbestedingen van ICT die op een soortgelijke manier, door het noemen van de merknaam, een of meer Europese leveranciers bevoordelen? Zo ja, welke zijn dat? Zo nee, waarom is dit bij Amerikaanse bedrijven dan wel het geval?
Nee. In dit kader kan verder worden verwezen naar de beantwoording op vraag 10.
De aanbestedingen richten zich niet specifiek op de levering van producten van Amerikaansen vendors, maar op producten (> 4.000) die de deelnemers via de gecontracteerde resellers afnemen.
Kunt u alle relevante stukken die betrokken zijn bij de (voorbereiding van) deze twee IT-aanbestedingen aan de Kamer doen toekomen, inclusief risico-analyses en voorbereidende notities?
Ja, in de bijlagen treft u de relevante aanbestedingsstukken en nota’s van inlichtingen aan.
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden, en toezeggen dat u de IT-aanbestedingen niet doorzet totdat deze juridisch houdbaar zijn en de Kamer volledig is geïnformeerd?
De vragen zijn afzonderlijk van elkaar beantwoord.
Toegezegd wordt dat de aanbestedingen worden voortgezet nadat op basis van de resultaten van de in- en externe consultaties een besluit is genomen over de (mate van) aanpassing van de aanbestedingsvoorwaarden en de vervolgaanpak. De Kamer zal tegelijkertijd met de markt worden geïnformeerd op de wijze waarop de aanbesteding zal worden hervat.
De brief van meer dan honderd economen over de economische doelmatigheid van de maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de open brief van meer dan honderd economen, waaronder ruim tachtig hoogleraren, gepubliceerd op ESB.nu, waarin zij de economische doelmatigheid en effectiviteit van de voorgestelde maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland ter discussie stellen?1 Hoe beoordeelt u de daarin geuite kritiek?
Herinnert uw zich uw antwoord op schriftelijke vragen d.d. 2 februari 2026, waarin u stelt dat een maatwerkafspraak de snelste weg is om klimaatwinst en gezondheidswinst voor omwonenden te behalen? Komt u, als u de overwegingen van de economen in de brief betrekt bij deze afweging, tot dezelfde conclusie? Zo ja, kunt u aangeven waar de economen volgens u dan verkeerd redeneren?
Herinnert u zich uw anwoord op schriftelijke vragen d.d. 2 februari 2026, waarin u stelt geen aanleiding te zien de intentieverklaring te beëindigen en de onderhandelingen voort te zetten, onder meer omdat uitstel of afstel zou leiden tot het later of niet optreden van klimaatwinst en gezondheidswinst? Komt u, als u de overwegingen van de economen in de brief betrekt bij deze afweging, tot dezelfde conclusie? Zo ja, kunt u gemotiveerd toelichten waarom?
Erkent u dat Tata Steel Nederland over de periode 2023–2025 gemiddeld circa 157 miljoen euro per jaar operationeel verlies heeft geleden en daarmee structureel onvoldoende winstgevend is? Zo nee, op basis van welke cijfers of analyses komt u tot een andere beoordeling?
Hoe beoordeelt u het risico dat de voorgestelde eenmalige bijdrage van twee miljard euro zich ontwikkelt tot een open-eindverplichting, gezien de structureel zwakke financiële positie van Tata Steel Nederland?
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat een Europese aanbesteding voor waterstofstaal economisch efficiënter is dan een nationale steunoperatie? Hoe kijkt u kabinet tegen een dergelijk Europees aanbestedingsproces, en bent u bereid zich hiervoor in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat Tata Steel Nederland, gelet op het feit dat negentig procent van de staalproductie wordt geëxporteerd, geen wezenlijk verschil maakt voor de Nederlandse hoogwaardige maakindustrie en daarmee geen cruciale schakel vormt in een innovatief ecosysteem? Zo nee, op welke onderbouwing baseert u een ander oordeel?
Hoe beoordeelt u de juridische kwetsbaarheid van de maatwerkafspraken, zowel wat betreft de staatssteunrechtelijke verdedigbaarheid als de lopende juridische procedures rondom gezondheidsschade voor omwonenden, en kunt u daarbij ingaan op de stelling van de economen dat publieke middelen worden ingezet zonder het onderliggende gezondheidsprobleem op te lossen?
Hoe ziet u de voorgestelde maatwerkafspraken in het licht van het rapport van de Wetenschappelijke Klimaatraad (2026) dat stelt dat Nederland onvoldoende ruimte heeft om de huidige omvang van de energie-intensieve industrie in stand te houden, en het rapport-Wennink dat het kabinet oproept tot het maken van scherpe keuzes?
Gezien EU-ETS Tata Steel al tot CO2-neutraliteit vóór 2040 verplicht en de maatwerkafspraken sturen op 2045, kunt u aantonen dat de subsidie van twee miljard euro een transitie ondersteunt die aantoonbaar sneller of verder gaat dan waartoe Tata Steel al wettelijk verplicht is? Zo nee, hoe houdt deze staatssteun juridisch stand?
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat de schaarse middelen die worden voorgesteld voor Tata Steel, waaronder technisch geschoolde arbeid, netcapaciteit, duurzame energie en stikstofruimte, doelmatiger kunnen worden ingezet voor innovatieve maakindustrie, netverzwaring en circulaire ketens. Deelt u deze analyse? Zo nee, waarom niet, en kunt u dit per punt uiteenzetten?
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat strategische autonomie behoud van staalproductie in Europa vereist, maar niet specifiek in Nederland? Deelt u deze redenering? Zo nee, op welke gronden meent u dat staalproductie specifiek in Nederland noodzakelijk is voor onze strategische autonomie?
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat afzien van steun aan structureel verliesgevende bedrijven in een economie met schaarste geen politieke keuze maar een economische noodzaak is? Deelt u deze kwalificatie? Zo nee, op welke analyse baseert het de conclusie dat steun aan Tata Steel per saldo welvaartswinst oplevert?
Deelt u de mening dat een nationale steunoperatie Europese coördinatie op basis van comparatief voordeel doorkruist? Zo ja, waarom kiest u hier toch voor in plaats van in te zetten op een Europese aanbesteding?
Gezien de nationale steunoperatie voor Tata Steel bijdraagt aan een Europese subsidierace waarbij lidstaten elkaar overbieden met publieke middelen, zoals Duitsland illustreert met zijn energieprijsplafond, erkent u dat deze wedloop per saldo duurder uitvalt voor Nederland dan wanneer het zou inzetten op Europese samenwerking en coördinatie?
Gezien de schaarse middelen die Nederland tot haar beschikking heeft en het essentiële belang van het steunen van de Nederlandse maakindustrie, erkent het kabinet dan dat de middelen die voor de maatwerkafspraken met Tata Steel worden gebruikt doelmatiger kunnen worden ingezet? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor het debat over de maatwerkafspraken en/of binnen de geldende termijn beantwoorden?
Het bericht 'Onderzoek naar Amerikaanse cloud-risico’s door ministerie van overheidswebsite verwijderd' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Volkskrant-bericht «Onderzoek naar Amerikaanse cloud-risico’s door Ministerie van overheidswebsite verwijderd» (d.d. 5 maart 2026)?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de conclusie van experts dat de risico’s die overheden lopen door het gebruik van de nieuwe clouddienst van Amazon worden onderschat?
Het rapport beoogt een objectieve juridische beoordeling te geven van de juridische onderzoeksvragen die in het rapport geformuleerd zijn. Het onderzoek heeft samengevat de volgende bevindingen opgeleverd:
Bent u voornemens gebruik te maken van de nieuwe clouddienst van Amazon? Waarom wel of niet?
Zoals aangegeven in het coalitieakkoord is de inzet van het kabinet erop gericht om eenzijdige afhankelijkheden van derde landen af te bouwen en zoveel mogelijk te diversifiëren, ook op digitaal vlak. Vanuit deze inzet zullen ook nieuwe ontwikkelingen op de cloudmarkt overwogen worden.
Bent u bekend met de aangenomen motie van het lid Dassen (Kamerstuk 36 800, nr. 61) over het volledig overstappen op Europese, op open standaarden gebaseerde digitale alternatieven voor de digitale infrastructuur?2
Ja.
Hoe verhoudt het publiceren, en naar aanleiding van deskundige kritiek weer verwijderen, van dit rapport zich tot de aangenomen motie van het lid Dassen en de brede wens van de Kamer om grootschalig over te stappen naar Europese alternatieven?
Er is geen verband tussen de lopende uitvoering van de motie Dassen en het tijdelijk terugnemen van de publicatie van het rapport. De motie richt zich op het ontwikkelen van een routekaart voor het overstappen op Europese, open standaarden gebaseerde digitale alternatieven, terwijl het tijdelijk terugnemen van de publicatie van het rapport te maken heeft met onduidelijkheden in de interpretatie. Het begeleidende bericht is verduidelijkt en daarna opnieuw geplaatst. De inhoud van het rapport is geheel ongewijzigd.
Welke alternatieven zijn er al reeds om invulling te geven aan deze motie en hoe snel kunnen deze worden geïmplementeerd?
De motie roept op tot het ontwikkelen van een routekaart voor het overstappen op Europese, open standaarden gebaseerde digitale alternatieven. Deze is in ontwikkeling en zal uiterlijk in het laatste kwartaal van dit jaar aan de Kamer voorgelegd worden.
Hoe zou het eventueel aanschaffen van diensten van de nieuwe clouddienst van Amazon staan in relatie tot het coalitieakkoord, waarin staat dat het inkoopbeleid van de overheid gebruikt zal worden voor het aanjagen van Nederlandse en Europese ICT-industrie?
Zoals aangegeven in het coalitieakkoord is de inzet van het kabinet erop gericht om eenzijdige afhankelijkheden van derde landen af te bouwen en zoveel mogelijk te diversifiëren, ook op digitaal vlak.
Erkent u het risico voor onze digitale soevereiniteit als wij niet versneld overstappen op Europese alternatieven voor onze digitale infrastructuur? Waarom wel of niet?
Nederland en Europa zijn voor cruciale digitale infrastructuur sterk afhankelijk geworden van een klein aantal buitenlandse spelers. Dat maakt ons kwetsbaar in een wereld waarin technologie steeds vaker als geopolitiek machtsmiddel wordt ingezet. In algemene zin is de inzet van het kabinet erop gericht om het Europese aanbod van clouddiensten te vergroten en eenzijdige afhankelijkheden van partijen met een marktmacht en partijen uit derde landen af te bouwen.
Hier ziet het kabinet op in met verschillende beleidsinstrumenten zoals wetgeving (Dataverordening en de Digitalemarktenverordening) en innovatiebevordering (o.a. middels het IPCEI CIS). Het kabinet heeft als doel om bij digitale inkoop en aanbestedingen in het digitale domein te gaan standaardiseren en centraliseren, waarbij onder meer gestuurd wordt op waarden zoals security-by-design, zero-trust, soevereiniteit, open source en ketenveiligheid.
Kunt u deze vragen binnen een week en afzonderlijk beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
De gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor de Europese energiezekerheid en de Nederlandse gasvoorziening |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de huidige situatie in het Midden-Oosten, waaronder de Iraanse aanvallen op energiefaciliteiten in Qatar en de blokkering van de Straat van Hormuz, en de effecten die dit conflict heeft op de wereldwijde prijzen voor fossiele brandstoffen?
Kunt u toelichten waarom de Nederlandse gasvoorraad op dit moment historisch laag is in vergelijking met voorgaande jaren en met andere Europese landen, en hoe dit zich verhoudt tot de toegenomen geopolitieke risico’s voor de energiezekerheid?
Herkent u de uitspraak van een woordvoerder van Gasunie op 24 februari jl. dat Nederland zich geen zorgen hoeft te maken over de gasvoorraden zolang er zich geen uitzonderlijke omstandigheden voordoen zoals het sluiten van de Straat van Hormuz? Deelt u de zorg dat deze omstandigheid zich nu feitelijk voordoet en wat zijn naar uw oordeel de gevolgen hiervan voor de Nederlandse leveringszekerheid op korte termijn?
Heeft u inzicht in de mogelijke gevolgen voor de leveringszekerheid indien de gasprijzen verder stijgen of de aanvoer langdurig wordt verstoord? Zo ja, beschikt u over een concreet plan om deze risico’s op te vangen en bent u bereid de hoofdlijnen hiervan met de Kamer te delen?
Overweegt u om, in navolging van andere landen en in Europees verband, strategische olie- en gasreserves aan te leggen of uit te breiden als buffer tegen geopolitieke verstoringen van de energieaanvoer? Zo nee, waarom niet?
Herkent u de analyse dat de Europese afhankelijkheid van externe energiebronnen en het gebrek aan interne Europese coördinatie de positie van Europa verzwakt bij geopolitieke conflicten die de energiezekerheid raken? Zo ja, welke stappen onderneemt Nederland om de positie te verbeteren?
Het AggregateEU-platform voor gezamenlijke Europese gasinkoop bestaat sinds de energiecrisis na de Russische invasie van Oekraïne, maar wordt tot op heden slechts beperkt benut; waarom wordt dit mechanisme niet beter benut als reactie op de huidige crisis, en wat zijn volgens u de concrete obstakels hiervoor?
Zijn er op dit moment concrete afspraken met buurlanden over onderlinge bijstand bij energietekorten, en wat houden deze afspraken in? Zo nee, bent u bereid dergelijke afspraken alsnog te maken?
Welke lessen trekt u uit de huidige situatie voor de versnelling van de energietransitie, en hoe voorkomt u dat kortetermijndruk op leveringszekerheid leidt tot nieuwe fossiele afhankelijkheden?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de geldende termijn beantwoorden?
Kent u de brief van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld van 11 februari 2026 betreffende de aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en de brief van Movisie van 20 februari 2026 en de oproep van de Emancipator?1
Ja.
Klopt het dat het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) en de functie van regeringscommissaris in 2026 wordt afgebouwd, ondanks de opgedane ervaringen en de ingezette, eenduidige aanpak? Zo ja, wat is de reden voor deze afbouw en per wanneer gaat dit in?
Het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: NAP) zou initieel eindigen in december 2025 en de termijn van de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (hierna: RC) in medio 2025. Bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 heeft het toenmalige kabinet besloten het NAP en de termijn van de RC te verlengen tot en met 31 december 2026 en hiervoor aanvullende middelen vrij te maken. Dit is toegelicht in de eerste suppletoire begroting OCW 2024 en daarnaast middels een persbericht bekendgemaakt2. De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie heeft na overleg met de RC dit voorjaar besloten om binnen de eigen begroting aanvullende middelen vrij te maken om het bureau van de RC tot eind 2026 te financieren. Hiermee heeft de RC meer ruimte en capaciteit om haar activiteiten goed te bestendigen en over te dragen. Het kabinet kiest ervoor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag te bestrijden in een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en zal het NAP en de termijn van de RC dus niet nogmaals verlengen.
Wanneer is dit besluit genomen en hoe is de Kamer hierover geïnformeerd?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft deze afbouw te maken met het aflopen van het Nationaal Actieprogramma en daarmee de opdracht van de regeringscommissaris? Zo ja, kan geconcludeerd worden dat het werk in voldoende mate kan worden afgerond en op grond waarvan wordt dit geconcludeerd?
Het kabinet blijft werken aan het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Het is onacceptabel dat vrouwen nog altijd niet veilig zijn in Nederland. Zoals beschreven in het coalitieakkoord kiest het hierbij voor het opstellen van een nieuw Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen vrouwen. Dit betreft een bredere aanpak, gericht op alle vormen van geweld tegen vrouwen zoals opgenomen in het Verdrag van Istanbul. Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld worden hier nadrukkelijk onderdeel van. Het kabinet stelt een Nationaal Coördinator (hierna: NC) aan om dit actieplan te coördineren.3
Daarnaast zal het kabinet conform de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld een orgaan of organen aanwijzen voor rapportage, aanbevelingen, informatie-uitwisseling en systematische statistiekvorming.4
Met deze structuur zorgt het kabinet voor duidelijkheid, effectiviteit en samenhang in de aanpak. Wij zullen de werkzaamheden, kennis en projecten van het NAP en de RC zo goed mogelijk bestendigen in de bredere aanpak. De RC adviseert het kabinet hierover en zij stelt haar kennis en expertise beschikbaar om de overgang goed te laten verlopen.
Hoe verhoudt dit zich tot het kritische advies van GREVIO over de Nederlandse aanpak van geweld tegen vrouwen, waarin tevens wordt geconstateerd dat het Nationaal Actieprogramma en de regeringscommissaris daarvan positieve elementen zijn binnen de Nederlandse aanpak en hoe rijmt het afbouwen hiervan met dit advies en deze constatering?
Het bestrijden van geweld tegen vrouwen is een prioriteit van dit kabinet. Daarbij zullen wij ons houden aan het Verdrag van Istanbul.5 De evaluaties van GREVIO bieden waardevolle aanknopingspunten voor verbeteringen van de Nederlandse aanpak. Zo zal het kabinet conform deze aanbevelingen de coördinatie van de aanpak versterken en de verschillende geweldsvormen tegen vrouwen in samenhang bestrijden.
Hoe verhoudt deze afbouw zich tot de implementatie van het Verdrag van Istanbul en de eerder geuite kritieken vanuit de VN op de uitvoering van dit verdrag in Nederland?
Zie antwoord vraag 5.
Is het de bedoeling dat het Nationaal Actieprogramma en de rol van de regeringscommissaris wordt vervangen door het nieuwe programma geweld tegen vrouwen en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator (ingesteld naar aanleiding van de wens van de Kamer om geweld tegen vrouwen en femicide aan te pakken)? Zo ja, waar blijkt dat uit?
Het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijft van groot belang. Het kabinet kiest ervoor dit onderdeel te maken van een bredere aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en hierin de lessen uit het NAP mee te nemen. In het verlengde daarvan kiezen wij voor de aanstelling van een NC die dit bredere programma zal coördineren, en niet voor het nogmaals verlengen van de termijn van de RC. U bent op 18 december 2025 geïnformeerd over deze bredere aanpak en het voornemen een NC aan te stellen.6 De NC en RC zijn wezenlijk andere functies. Zij verschillen onder andere qua mandaat, opgave, inhoudelijke scope, takenpakket en benodigde competenties.
De RC is een boegbeeld van de gewenste cultuurverandering ten aanzien van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Zij is een onafhankelijk adviseur van het kabinet en aanjager van het maatschappelijk gesprek. Er is veel winst geboekt ten aanzien van het bespreekbaar maken van dit onderwerp en het vergroten van de bewustwording. Zo is zij een aanjager van het gesprek in de media en samenleving, heeft diverse producten gecreëerd die houvast geven bij het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en is zij een luisterend oor en een stem voor slachtoffers. Daarnaast heeft zij een begin gemaakt met de daadwerkelijke cultuurverandering door via allianties verschillende maatschappelijke aanpakken te initiëren, bijvoorbeeld in verschillende arbeidsmarktsectoren, in het onderwijs en binnen de studentenverenigingen.
We gaan echter een volgende fase in, waarin de gegroeide bewustwording en gestarte gedragsverandering verder moet worden bestendigd. Dit wil het kabinet doen door middel van samenhangend beleid, een heldere rolverdeling en duidelijke afspraken tussen het rijk, gemeenten, maatschappelijke partners en andere betrokkenen. Er is door diverse betrokkenen, experts en belangengroepen geconstateerd dat de aanpakken van verschillende vormen van geweld tegen vrouwen momenteel versnipperd zijn en dat betere coördinatie en samenhang noodzakelijk zijn. Dit kwam ook naar voren in de gesprekken met uw Kamer en in diverse moties die u heeft ingediend. De focus van de werkzaamheden van de NC ligt op het coördineren van het opstellen en uitvoeren van een Nationaal actieplan voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Belangrijke taken hierin zijn: samenwerking stimuleren, afstemming verbeteren, toezien op de uitvoering, zorgdragen voor samenhang en het nakomen van afspraken. Het kabinet werkt het exacte mandaat van de NC momenteel nader uit en zal dit openbaar maken zodra dit is vastgesteld.
Bent u het met ons eens dat dit twee verschillende functies zijn? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening dat de positie van de huidige regeringscommissaris die van een onafhankelijke aanjager is terwijl de Nationaal Coördinator vanuit zijn positie zich juist ten aanzien van de ambtelijke organisatie met het coördineren van activiteiten bezig moet houden?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u het verschil beschrijven in positie, taken, bevoegdheden en mate van onafhankelijkheid tussen een regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de in het coalitieakkoord genoemde Nationaal Coördinator? Welke kerntaken moet de Nationaal Coördinator vervullen?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u de mening van de regeringscommissaris dat er zowel in tijd als in inhoud een gat te dreigt te vallen in de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld, omdat er nog geen Nationaal Coördinator is aangesteld en niet wordt benoemd in het coalitieakkoord hoe de aanpak van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van de afgelopen jaren verankerd zal worden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Nee. Het kabinet is voornemens om de NC voor de zomer van 2026 aan te stellen. De termijn van de RC loopt tot en met 31 december 2026. Daarmee is er voldoende tijd voor een goede overdracht van kennis en expertise. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal de NC contact hebben met de RC over een goede overdracht en bestendiging. Daarnaast zal de RC een advies uitbrengen over een goede bestendiging van het programma en haar activiteiten. Dit advies zal worden meegenomen bij het vormgeven van het nieuwe nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.
Deelt u de opvatting dat het Nationaal Actieprogramma, dat gericht is op de onderliggende patronen van seksueel geweld en geweld tegen vrouwen, met een onafhankelijke regeringscommissaris als aanjager en boegbeeld van de maatschappelijke cultuurverandering (nog steeds) nodig is en blijft om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld blijvend en structureel te kunnen aanpakken? Zo ja, waarom wordt de financiering van de regeringscommissaris dan afgebouwd? Zo nee, waarom deelt u die mening niet en hoe kan worden voorkomen dat wat er de afgelopen jaren door de regeringscommissaris opgebouwd is verloren gaat?
Zie antwoorden op de vragen 4, 7, 8, 9, 10 en 11.
Het burgerinitiatief ‘My Voice, My Choice’ |
|
Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA), Ines Kostić (PvdD), Laurens Dassen (Volt), Sarah Dobbe (SP) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het feit dat op 26 februari de Europese Commissie zal spreken over het burgerinitiatief «My Voice, My Choice», gericht op het instellen van een financieel mechanisme waarmee iedereen in de Europese Unie (EU) toegang krijgt tot abortuszorg? Bent u ook bekend met het feit dat negen Europese lidstaten (Estland, Oostenrijk, Finland, Frankrijk, Luxemburg, Polen, Slovenië, Spanje en Zweden) de Europese Commissie (EC) hebben aangeschreven om hun steun te betuigen voor het initiatief?
Ja, het kabinet is bekend met het feit dat de Europese Commissie het voornemen heeft om op 26 februari een reactie te geven op het burgerinitiatief «My Voice, My Choice». Daarnaast is het bekend met de steunbetuiging van een aantal Europese lidstaten middels een door Spanje opgestelde brief aan de Europese Commissie.
Bent u het eens dat iedereen binnen de EU recht zou moeten hebben op toegang tot veilige, goede abortuszorg?
Het kabinet staat pal voor de gezondheid en rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd, inclusief keuzevrijheid en toegang tot veilige abortus. Tegelijkertijd respecteert het kabinet de vrijheid van lidstaten om eigen keuzes te maken rondom abortus beleid, aangezien dit een nationale competentie behelst.
Steunt u het burgerinitiatief «My Voice, My Choice» en de oproep die daarin gedaan wordt voor toegang tot abortuszorg binnen de gehele EU? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om net als de negen andere lidstaten die dat al gedaan hebben, de EC aan te schrijven voor 26 februari a.s. en in deze brief uw steun te uiten voor het initiatief?
Het initiatief roept op om lidstaten financieel te ondersteunen bij het aanbieden van abortuszorg aan vrouwen die in hun eigen land geen toegang hebben tot abortus. Zo zouden bijvoorbeeld vrouwen die vanuit een ander EU-land naar Nederland komen voor een abortus, de behandeling vergoed kunnen krijgen. Het kabinet heeft waardering voor de inspanningen van de initiatiefnemers en lidstaten om de toegang tot veilige abortus in de EU te verbeteren.
Voordat het kabinet steun kan uitspreken voor een dergelijk initiatief, is het belangrijk dat de mogelijke implicaties van veranderend beleid in beeld zijn. Aangezien de EC nog niet heeft gereageerd op het burgerinitiatief is het op dit moment nog niet duidelijk wat de (financiële) impact van het voorstel zou kunnen zijn voor Nederland.
Op 26 februari maakt de Commissie haar juridische en politieke conclusies over het initiatief bekend. Daarbij vermeldt de Commissie eveneens waarom zij al dan niet maatregelen neemt, en zo ja, welke maatregelen zij van plan is te nemen. Naar aanleiding hiervan zal het kabinet het Nederlandse standpunt, indien nodig, interdepartementaal afstemmen via het gebruikelijke afstemmingsproces. Uw Kamer wordt hier sowieso nader over geïnformeerd.
Kunt u deze vragen uiterlijk woensdag 25 februari voor 17.00 uur beantwoorden?
Ja.
Bent u bekend met het onderzoek van de Justitiecommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, waarin Nederlandse en Europese organisaties onder vuur worden genomen vanwege hun rol bij de handhaving van de Digital Services Act (DSA)?1
Ja.
Bent u eveneens bekend met de reactie van Bits of Freedom en Justice for Prosperity? Wat is hierop uw reactie?2
Ja. Het kabinet onderschrijft het belang van de handhaving van Europese digitale wetgeving. Toezichthouders en NGO’s spelen een belangrijke rol hierin en het kabinet zet zich ervoor in dat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken zonder belemmering kunnen uitvoeren.
Hoe reageert u op de aantijgingen die in het rapport worden gemaakt, waaronder richting de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en NGO’s als Bits of Freedom en Justice for Prosperity?3
Het kabinet herkent zich niet in de uitspraken die worden gedaan in het rapport.
Kunt u bevestigen dat de ACM simpelweg haar wettelijke taak uitvoert door de DSA te handhaven? Deelt u de zienswijze van de indieners dat dit op geen enkele manier onder druk mag worden gezet door andere overheden?
Dat kan het kabinet bevestigen en die zienswijze deelt het kabinet.
Kunt u bevestigen dat Bits of Freedom en Justice for Prosperity hun maatschappelijke taak vervullen door betrokken te zijn bij de handhaving van de DSA? Deelt u de zienswijze van de indieners dat dit op geen enkele manier onder druk mag worden gezet door andere overheden?
Dat kan het kabinet bevestigen en die zienswijze deelt het kabinet. De effectiviteit van de DSA wordt niet alleen bepaald door handhaving door toezichthouders, maar ook door bijdragen van maatschappelijke organisaties, onderzoekers, gebruikers van platforms en onafhankelijke geschilbeslechtingsorganen, die allemaal rechten ontlenen aan de DSA.
Welke status heeft dit rapport? Heeft u reden om te geloven dat hieruit sancties of maatregelen richting EU-lidstaten kunnen of zullen volgen?
Dit document is een staff report van de Republikeinse meerderheid van het Judiciary Committee in het Huis van Afgevaardigden van de VS. Met dit rapport op zichzelf kunnen geen sancties of maatregelen jegens EU-lidstaten worden ingesteld.
Wat vindt u van de beschuldiging dat Nederlandse toezichthouders en NGO’s onder druk worden gezet omdat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken uitvoeren? Heeft u hierover contact gehad met Amerikaanse vertegenwoordigers? Zo niet, kunt u dit alsnog doen?
Het kabinet vindt het niet passend dat Nederlandse toezichthouders en NGO’s onderwerp zijn van kritiek omdat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken uitvoeren. Het betreft wetgeving die democratisch tot stand is gekomen. Het is onjuist om natuurlijke personen of organisaties daarop aan te spreken. Toezichthouders en NGO’s spelen een belangrijke rol in het Nederlandse bestel en het kabinet zet zich ervoor in dat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken zonder belemmering kunnen uitvoeren.
Er is via verschillende kanalen regulier contact met Amerikaanse vertegenwoordigers. In die contacten heeft het kabinet ook haar zienswijze over deze casus uitgedragen. Zoals dat wanneer er een dispuut over beleid of regelgeving is, de discussie daarover via politici en beleidsmakers gevoerd moet worden.
In algemene zin blijft het kabinet zich inspannen voor de trans-Atlantische band. Tegelijkertijd benutten we diplomatieke kanalen om de VS aan te spreken wanneer hun acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd met oog voor de relatie en het behoud van kritieke veiligheidsbelangen.
Bent u op de hoogte van berichtgeving waaruit blijkt dat de Amerikaanse overheid VS-diplomaten in Europa heeft geïnstrueerd om de DSA te traineren en frustreren?4 Hoe kijkt u naar deze werkwijze van de Verenigde Staten?
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 9.
Is de Amerikaanse ambassade in Nederland ook actief bezig met verzet tegen de handhaving van de DSA? Kunt u dit bevestigen, en toezeggen dat u contact met de ambassade opneemt om op te komen voor de vrijheid van onze toezichthouders en NGO’s?
Het staat de Amerikaanse regering vrij een positie te hebben op de DSA en deze uit te dragen.
Het kabinet is in gesprek met vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering over de DSA. De precieze inhoud van deze gesprekken is vertrouwelijk, maar in algemene zin spant het kabinet zich ervoor in dat toezichthouders en NGO’s hun wettelijke en maatschappelijke taak zonder belemmering kunnen vervullen. Hiermee geeft het kabinet uitvoering aan het regeerakkoord waarin staat dat diplomatieke kanalen worden benut om de VS aan te spreken wanneer hun acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd met oog voor de relatie en het behoud van kritieke veiligheidsbelangen.
Veroordeelt u de handelwijze van de Amerikaanse justitiecommissie, nu Nederlandse organisaties onder schot staan voor het uitvoeren van hun wettelijke en maatschappelijke taken?
Het kabinet deelt de inhoud van het rapport niet. Zie verder het antwoord op vraag 7.
Bent u bereid maatregelen te nemen om de ACM, Bits of Freedom en Justice for Prosperity te beschermen tegen mogelijke Amerikaanse maatregelen naar aanleiding van het rapport van de justitiecommissie?
De inzet van het kabinet is erop gericht dat toezichthouders en NGO’s hun wettelijke en maatschappelijke taak zonder belemmering kunnen uitvoeren. Maatschappelijke organisaties hebben daarbij het recht op vereniging en vrijheid van meningsuiting. Mogelijke maatregelen naar aanleiding van het rapport tegen deze organisaties zal het kabinet volgen en het kabinet zal daarbij opkomen voor hun belangen.
Zegt u toe om deze Nederlandse organisaties bij te staan als tegen hen een inreisverbod wordt ingevoerd? Op welke manier kunt u hen hulp aanbieden?
Zie de beantwoording van vraag 11. Het kabinet volgt de ontwikkelingen en zal indien nodig opkomen voor de belangen van deze organisaties. Van inreisverboden is op dit moment echter geen sprake.
Hoe reageert u, in het licht van het rapport uit het Huis van Afgevaardigden, op het feit dat de Verenigde Staten eerder toegang tot het land hebben geweigerd voor Eurocommissaris Thierry Breton en vier vertegenwoordigers van NGO’s?
Zoals reeds aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen van de leden Kathmann, van der Lee en Dassen over de aangekondigde tegenreactie van de Verenigde Staten gericht op Europese techbedrijven, heeft het kabinet net als de Europese Commissie en diverse andere EU-lidstaten zijn zorgen uitgesproken over deze visa-restricties en deze veroordeeld.
Veroordeelt u, net als de Europese Commissie, de handelwijze van de Verenigde Staten nu zij pleitbezorgers van techregulering bestraffen?
Zie het antwoord op vraag 13.
Deelt u de zorgen van de indiener dat de vijandige houding van de Verenigde Staten richting de EU en haar lidstaten kan leiden tot aarzeling bij het versterken en handhaven van Europese techregulering, zoals scherpere maatregelen tegen manipulatieve algoritmen en een digitaledienstenbelasting?
Het kabinet steunt de Europese Commissie en andere toezichthouders in het onverkort en niet-discriminatoir handhaven van de DSA, ongeacht waar de bedrijven vandaan komen. Op dit moment lopen diverse onderzoeken en procedures naar bedrijven, waardoor het kabinet op dit moment geen zorgen heeft dat de houding van de VS leidt tot terughoudendheid of aarzeling bij handhaving.
Bent u het met de indiener eens dat Europa juist ondubbelzinnig en eensgezind moet blijven pleiten voor het strenger handhaven van wet- en regelgeving die de macht van Big Tech beteugelen, zoals gevraagd in de motie-Kathmann [Kamerstuk 30 821-264]?
Het kabinet steunt de Europese Commissie in het handhaven van de Europese digitale wetgeving en onderstreept het belang bij het als EU eensgezind op te treden in het geval van druk of tegenmaatregelen.
Ziet u in de vijandige houding van de Verenigde Staten richting de EU aanleiding om versneld te verkennen hoe Nederland haar afhankelijkheid van Amerikaanse techdiensten kan afbouwen, zowel in de ICT-dienstverlening als bij de communicatieplatforms?
De VS zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen. We blijven ons daarom inspannen voor goede trans-Atlantische relaties. Tegelijkertijd is het kabinet zich bewust van potentiële risico’s van afhankelijkheden. In het regeerakkoord wordt dan ook stevig ingezet op het versterken van onze digitale autonomie. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op het versterken van de Europese digitale sector, met stimulerende, beschermende en partner maatregelen (promote, protect, partner).
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Ja.