Het bericht 'Mediamagnaat Jimmy Lai krijgt twintig jaar cel in Hongkong' |
|
Derk Boswijk (CDA), Hanneke van der Werf (D66) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met berichtgeving dat de Hongkongse autoriteiten democratie-activist Jimmy Lai hebben veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, hetgeen, gelet op zijn leeftijd, in de praktijk kan neerkomen op een feitelijk levenslange straf?1
Bent u het ermee eens dat een veroordeling op basis van het vermeende «collusion with foreign forces» geen grond heeft in de werkelijkheid en in belangrijke mate lijkt te zijn gericht op het neutraliseren van de pro-democratische oppositie in Hongkong? Zo ja, bent u bereid uw zorgen over deze arbitraire veroordeling aan te kaarten bij uw Chinese ambtgenoten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in contacten met Chinese ambtgenoten het lot van Jimmy Lai en dat van de honderden andere politieke gevangenen in Hongkong structureel en expliciet aan de orde te blijven stellen? Zo ja, bent u bereid om in publieke (online) verslaglegging of via sociale media te refereren aan de inhoud van deze gesprekken? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om verontwaardiging over deze arbitraire veroordeling publiek kenbaar te maken door nationaal of in multilateraal verband een veroordelend statement uit te brengen? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
Welke concrete acties onderneemt Nederland momenteel om de persvrijheid in China en de regio te beschermen en te bevorderen, en welke ruimte ziet u om deze inzet verder te versterken of op te schalen?
Acht u deze veroordeling van invloed op het investeringsklimaat en de rechtszekerheid in Hongkong, en wordt dit betrokken bij het Nederlandse en Europese beleid ten aanzien van China en Hongkong?
Wilt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Het bericht 'Nederland laat illegale tanker met Venezolaanse olie toe in Curaçao' |
|
Elles van Ark (CDA), Derk Boswijk (CDA), Tijs van den Brink (CDA) |
|
Aukje de Vries (VVD), van Marum , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de NRC-artikelen «Nederland laat illegale tanker met Venezolaanse olie toe in Curaçao» van 21 januari 2026 en «Olietankers uit Venezuela door Nederland en Curaçao aan de ketting gelegd» van 7 februari 2026?1, 2
Klopt het dat de olietanker Regina op 15 januari 2026 Venezolaanse olie heeft gelost in Curaçao terwijl het schip voer onder een frauduleuze vlag van Oost-Timor, de verplichte Automatic Identification System (AIS)-transponder langdurig was uitgeschakeld, het schip vermeld stond op een Amerikaanse sanctielijst en het opgegeven Maritime Mobile Service Identity (MMSI)-nummer niet bij dit schip hoorde? Zo ja, hoe verklaart u dat dit schip desondanks toestemming heeft gekregen om aan te meren en te lossen?
Wanneer waren het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Inspectie Leefomgeving en Transport en andere betrokken Nederlandse autoriteiten voor het eerst op de hoogte van deze overtredingen en signalen, waaronder de internationale waarschuwingen van Oost-Timor aan Internationale Maritieme Organisatie (IMO)-lidstaten over frauduleuze vlagvoering?
Hoe verhoudt de eerdere verklaring van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat Nederland pas na vragen van NRC op 21 januari 2026 kennisnam van de valse vlag en andere schendingen zich tot het feit dat de Curaçaose Maritieme Autoriteit al eerder twijfels had over de vlagvoering en hierover contact opnam met Nederland?
Klopt het dat de Regina pas bij het tweede aanmeren op 28 januari 2026 aan de ketting is gelegd, nadat vanuit Den Haag was bevestigd dat sprake was van valse vlagvoering en vermoedelijke schendingen van Europese sanctieregels? Wat zegt dit volgens u over het eerdere toezicht en de informatie-uitwisseling?
Welke verantwoordelijkheid draagt Nederland dan wel Curaçao voor de veiligheid, rechtspositie en het welzijn van de Filipijnse bemanning van de Regina, die door het aan de ketting leggen van het schip vast is komen te zitten, en welke stappen zijn hierin gezet?
Klopt het dat ook andere tankers die op internationale sanctielijsten staan, zoals de Volans en mogelijk de Albedo, onderweg zijn of waren naar Curaçao? Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat opnieuw schepen met vergelijkbare risico’s worden toegelaten?
Klopt het dat oliehandelaar Trafigura door de Amerikaanse overheid is ingehuurd om Venezolaanse olie te commercialiseren en dat daarvoor een vergunning van de Amerikaanse sanctie-autoriteit OFAC is verleend? Is de Nederlandse regering vooraf geïnformeerd over deze constructie en de daaraan verbonden juridische en politieke risico’s?
Heeft de Verenigde Staten contact met Nederland of Curaçao gezocht naar aanleiding van het aan de ketting leggen van de schepen?
Hoe beoordeelt u het risico dat Curaçao en Nederland door het faciliteren van deze olietransporten en -opslag worden betrokken bij het omzeilen van sancties en mogelijk schendingen van internationaal recht?
Deelt u de opvatting van verschillende hoogleraren internationaal recht en Caribisch staatsrecht dat deze kwestie niet kan worden aangemerkt als een louter commerciële transactie, maar raakt aan de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk? Zo nee, waarom niet?
Is deze kwestie in de Rijksministerraad besproken, waar Nederland een belangrijke (meerderheids)stem heeft? Zo nee, waarom niet? Bent u voornemens dit alsnog te agenderen? Bent u van mening dat het in deze casus van groot belang is dat Nederland en Curaçao gezamenlijk optrekken, gezien de rijksverantwoordelijkheid voor buitenlandse betrekkingen, sanctieregimes en de naleving van internationaal recht?
Mogelijke plaatsing van Chinese laadpalen bij gebouwen van de Rijksoverheid |
|
Jantine Zwinkels (CDA), Jan Paternotte (D66), Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Rijkaart , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Rijksvastgoedbedrijf mogelijk honderden laadpalen van een Chinees bedrijf wil laten plaatsen bij gebouwen van de rijksoverheid, ondanks groeiende zorgen over strategische afhankelijkheid en veiligheid?1
Klopt het dat bij aanbestedingen voor laadinfrastructuur voor overheidsgebouwen het uitgangspunt is dat waar mogelijk gebruik wordt gemaakt van Europese of Nederlandse bedrijven en technologieën? Zo ja, hoe verhoudt de mogelijke keuze voor Chinese leveranciers zich tot dit uitgangspunt?
Op welke wijze zijn bij deze aanbesteding nationale veiligheidsrisico’s, waaronder cyberveiligheid, databeveiliging en mogelijke ongewenste toegang tot systemen van overheidsgebouwen, meegewogen?
In hoeverre acht u het risico reëel dat slimme laadpalen – die verbonden zijn met digitale netwerken en energie-infrastructuur – kunnen worden misbruikt voor spionage, sabotage of verstoring van vitale infrastructuur?
Wordt bij de beoordeling van dergelijke technologieën rekening gehouden met het feit dat Chinese bedrijven onder Chinese wetgeving verplicht kunnen worden om informatie te delen met de Chinese overheid? Zo ja, hoe is dit risico beoordeeld?
In hoeverre bestaat het risico dat door de inzet van Chinese technologie bij laadinfrastructuur een structurele economische afhankelijkheid ontstaat, bijvoorbeeld door onderhoud, software-updates of vervangingsonderdelen, en hoe wordt dit risico gewogen?
Hoe verhoudt deze mogelijke keuze zich tot het bredere kabinetsbeleid om strategische afhankelijkheden van China te verminderen en technologische en economische veiligheid te versterken?
Bent u bereid te onderzoeken of voor vitale of gevoelige overheidslocaties een «Europees, tenzij»-benadering kan worden toegepast bij de inkoop van energie- en laadinfrastructuur, en de Kamer hierover te informeren?
De brief ' Stand van Zaken Aanpak Schaduwvloot' |
|
Jan Paternotte (D66), Hanneke van der Werf (D66), Derk Boswijk (CDA) |
|
Tieman , David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de opvatting dat, gelet op de snel veranderende veiligheidssituatie, lopende vredesonderhandelingen en de voortdurende financiering van de Russische oorlogsinspanningen via de schaduwvloot, de in de brief genoemde urgentie zich niet verhoudt tot het voorgenomen tijdpad tot de zomer voor het indienen van aanvullende wetgeving?1
Betekent dit tijdpad dat daadwerkelijke inspectie, aanhouding of het dwingen tot uitwijken van schepen die onder een valse vlag varen in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) in de praktijk pas mogelijk zal zijn na inwerkingtreding van deze wetgeving?
Betekent dit tevens dat het handelingsperspectief ten aanzien van vermoedelijk vals gevlagde schepen zich tot die tijd beperkt tot het benaderen van schepen en het registreren daarvan in systemen als SafeSeaNet en Thetis?
Kan actievere fysieke handhaving van vals gevlagde schepen plaatsvinden zonder inwerkingtreding van aanvullende nationale wetgeving? Zo ja, op welke termijn verwacht u hiermee aan te kunnen vangen? Zo nee, waarin schiet de huidige juridische ruimte precies tekort?
Kan het aangekondigde wetgevingsproces worden versneld? Zo nee, waarom niet?
Waarin verschilt de Nederlandse opvatting hierover van die van bijvoorbeeld Frankrijk, dat – voor zover uit openbare bronnen blijkt – lijkt te hebben gehandeld zonder zich te baseren op aanvullende nationale wetgeving?
Betreft de door de u aangekondigde wetgeving nieuwe wetgeving of een aanvulling op bestaande (sanctie-)wetgeving?
Kan Nederland in de tussentijd (fysieke) ondersteuning leveren bij handhaving buiten de eigen EEZ, bijvoorbeeld in nabijgelegen MRS-gebieden (Mandatory Reporting of Ships) van bondgenoten, zoals in samenwerking met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk in het Kanaal?
De militaire campagnes van Syrische regeringstroepen tegen Koerden |
|
Derk Boswijk (CDA), Hanneke van der Werf (D66), Kati Piri (PvdA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de militaire campagne door troepen van de Syrische overgangsregering tegen de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië en van de totale blokkade van de stad Kobani?1
Kwalificeert het kabinet het volledig afsluiten van een bevolking van water, elektriciteit en internet als een oorlogsmisdaad? Zo nee, waarom niet?
Op welke manier oefent het kabinet, eventueel in samenwerking met de Europese Unie (EU), druk uit op de Syrische regering om de blokkade van Kobani en de gewapende strijd tegen de Koerden onmiddellijk te stoppen?
Hoe beoordeelt u de recente acties van de Syrische overgangsregering en de aan haar gelieerde milities ten aanzien van de Syrian Democratic Forces in Noord-Syrië?
Maakt het kabinet zich zorgen over mogelijke slachtpartij tegen Koerden, na de gebeurtenissen in Suweida tegen Druzen en in de kustregio tegen Alawieten? Zo nee, waarom niet?
Kan het kabinet bevestigen dat Turkije een actieve rol speelt bij de militaire campagne tegen de Koerden, onder meer door financiering en opleiding van de Syrische strijdkrachten en het gebruik van drones bij ernstige mensenrechtenschendingen, alsook het uitoefenen van diplomatieke druk?
Is het kabinet ervan op de hoogte dat het Syrische leger jihadistische elementen, voormalige ISIS en Al Qaeda strijders bevat en er inmiddels voldoende bewijzen zijn dat onderdelen van het leger en aan Damascus gelieerde milities zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen? Zo nee, op welke manier vergaart het kabinet informatie over de situatie in Syrië?
Erkent het kabinet de belangrijke rol die de Koerdische strijdkrachten hebben gespeeld bij het verslaan van ISIS en het ontmantelen van het IS kalifaat, en het bewaken van 9.000 IS gevangenen? Zo ja, voelt het kabinet dan ook de verplichting om nu de Koerden bij te staan?
Hoe beoordeelt het kabinet de veiligheidssituatie nu een aantal IS-gevangenissen zijn overgenomen door het Syrische leger en ook honderden IS-strijders lijken te zijn ontsnapt/bevrijd? Op welke manier vormt dit een veiligheidsrisico voor Nederland?
Deelt het kabinet de mening dat het verankeren van autonomie, erkenning van culturele en politieke rechten in de nieuwe Syrische Grondwet voor Koerden en andere minderheden in Syrië essentieel zijn om vrede te bewaren? Zo nee, waarom niet?
In de Koerdische regio Rojava worden de rechten van vrouwen gewaarborgd en is er in het bestuur en de rechtspraak sprake van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, welke concrete stappen neemt het kabinet om deze gelijkwaardigheid te beschermen?
Welke invloed heeft het recente handelen van de Syrische autoriteiten op eventuele normalisatie van relaties tussen Syrië enerzijds, en Nederland en de EU anderzijds?
Op welke manier levert het kabinet druk uit binnen de EU om de voorwaarden voor hulpgelden streng na te leven? En vindt het kabinet dat de voorwaarden op dit moment door het Syrische regime voldoende worden nageleefd?
Op welke manier heeft u de aangenomen motie Piri uitgevoerd, die het kabinet verzocht in alle contacten met Syrische autoriteiten aan te blijven dringen op onafhankelijke monitoring, berechting van misdaden en de bescherming van minderheden?2
In het licht van alle aanvallen tegen minderheden, waarom heeft u besloten om geen aanvullende middelen vrij te maken voor het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, waar de aangenomen motie Piri c.s. om verzocht?3 Bent u bereid uw besluit te herzien? Zo nee, waarom niet?
Wat vindt u van het einde van de Amerikaanse steun aan de Koerden, na vijftien jaar bondgenootschap in de strijd tegen IS?
Heeft u in de afgelopen weken contact gehad met de Koerdische diaspora in Nederland en geluisterd naar hun zorgen? Zo nee, bent u bereid dat te doen?
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
De Gazaraad van Trump |
|
Stephan van Baarle (DENK), Laurens Dassen (Volt), Hanneke van der Werf (D66), Sarah Dobbe (SP), Kati Piri (PvdA), Derk Boswijk (CDA), Eric van der Burg (VVD), Christine Teunissen (PvdD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Dick Schoof (minister-president ) (INDEP) |
|
|
|
|
Bent u voornemens om aanwezig te zijn bij de tekenceremonie van Trumps «Vredesraad» donderdag in Davos?
Het kabinet heeft op 17 januari jl. een uitnodiging ontvangen om deel te nemen aan de Board of Peace, en op 19 januari jl. een uitnodiging om het Handvest daarvan te ondertekenen.
Het kabinet heeft, samen met Europese partners, een aantal serieuze vragen gesteld over het voorgestelde mandaat van de Board of Peace aangezien dat verder gaat dan oorspronkelijk voorzien in VN-Veiligheidsraadresolutie 2803 en waarin de focus lag op Gaza. De vragen betreffen onder andere hoe het voorgestelde mandaat zich verhoudt tot de VN en het VN-Handvest, de besluitvormingsstructuur van de organisatie en de verhouding tot andere internationale organisaties. Het kabinet onderstreept het belang van zoveel als mogelijk gecoördineerd optrekken met andere beoogde deelnemers aan de Board of Peace, waaronder Europese partners. Daarom is het voor Nederland op dit moment te vroeg om op donderdag 22 januari a.s. deel te nemen aan de ondertekeningsceremonie die op die dag in Davos door de VS wordt georganiseerd.
Daarbij is het van belang dat de vragen over de oprichting van de Board of Peaceals een internationale organisatie, met een breder mandaat dan Gaza, niet doen afleiden van de urgente noodzaak voortgang te maken met het vredesplan van president Trump voor Gaza. De inspanningen van het kabinet blijven gericht op het in stand houden van het staakt-het-vuren en het laten slagen van dit vredesplan. Het kabinet steunt daarom ook de oprichting van een Executive Board voor Gaza, die ressorteert onder de Board of Peace. Alhoewel de Board of Peace een breed mandaat heeft volgens het voorgestelde Handvest, en daarom de nodige vragen oproept, wordt in de bijgaande aankondiging van het Witte Huis de specifieke link met Gaza wel degelijk gelegd. Ook dat zal voor het kabinet meegewogen moeten worden in de wijze waarop Nederland betrokken wil zijn bij de Board of Peace.
Deelt u de mening van de indieners dat een «Vredesraad» met onder andere Putin en Lukashenko ongewenst is en een serieuze bedreiging vormt voor de positie van de Verenigde Naties op het gebied van vrede en veiligheid wereldwijd? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze berichtgeving. De VS heeft, voor zover bekend, ongeveer 60 landen uitgenodigd. Op het moment van dit schrijven is, op een aantal landen na, nog niet duidelijk welke landen de uitnodiging zullen accepteren en daadwerkelijk zullen plaatsnemen in de Board of Peace. Voor Nederland blijft het VN-Handvest hoe dan ook leidend. Ook leden van de Board of Peace zullen moeten handelen in overeenstemming met het internationaal recht.
Bent u voornemens om het Franse voorbeeld te volgen en de uitnodiging af te wijzen? Zo nee, bent u van plan om één miljard euro te betalen om deel te nemen?
Voor het kabinet komt ondertekening van het Handvest van de Board of Peaceop dit moment te vroeg. Over de wijze of, en zo ja hoe Nederland betrokken wil zijn bij de Board of Peace is nog geen besluit genomen. Daarvoor is ook nader overleg met Europese partners gewenst.
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk en voor het einde van de dag beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig als mogelijk beantwoord.
Bent u bekend met het bericht dat de Nederlandse Kustwacht door personeelstekorten beperkt handelingsperspectief heeft bij het signaleren en tegengaan van spionage- en sabotageactiviteiten op de Noordzee, mede in het licht van toenemende (digitale) dreigingen?1
Heeft u inzicht in hoe groot het huidige capaciteitstekort is bij de Nederlandse Kustwacht, uitgesplitst naar personeel, vaartuigen en middelen, en wat dit concreet betekent voor het toezicht op de Noordzee? Zo ja, kunt u dit specificeren? Zo niet, wat bent u van plan doen om dit in kaart te brengen?
In hoeverre acht u de bescherming van vitale infrastructuur op de Noordzee, zoals onderzeese kabels, pijpleidingen en windparken, op dit moment voldoende geborgd?
Acht u de huidige taakverdeling en samenwerking tussen Kustwacht, Koninklijke Marine en andere betrokken diensten passend bij de huidige dreiging van spionage en sabotage op zee? Zo niet, waar zit ruimte voor verbetering?
Bent u bereid de Koninklijke Marine een structureel grotere rol te geven bij de bescherming van de cruciale infrastructuur in de Noordzee? Zo niet, waarom niet?
Welke rol ziet u voor innovatie en technologische middelen, zoals onderwaterdrones, sensoren, autonome vaartuigen of satellietmonitoring, bij het verkleinen van het capaciteitstekort?
Hoe is de samenwerking met andere Noordzeelanden en internationale partners ingericht bij het detecteren en tegengaan van spionage en sabotage, en waar ziet u mogelijkheden tot intensivering?
Welke concrete maatregelen op korte en middellange termijn bent u voornemens te nemen om te voorkomen dat toezicht, handhaving en beveiliging op de Noordzee structureel tekortschieten?
De Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors |
|
Derk Boswijk (CDA), Don Ceder (CU), Chris Stoffer (SGP) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors, die stelt dat ruim 388 miljoen christenen wereldwijd te maken hebben met discriminatie en zware vervolging vanwege hun geloofsovertuiging?1
Ja. Op 19 januari jl. heb ik de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors persoonlijk in ontvangst genomen.
Herkent u de trends, namelijk dat het aantal Christen dat te maken heeft met discriminatie en zware vervolging voor hun geloof toeneemt, die Open Doors in haar onderzoek laat zien?
Het kabinet herkent de zorgelijke trends die in het rapport van Open Doors worden geschetst en ziet eveneens dat christenen in verschillende delen van de wereld in toenemende mate te maken hebben met discriminatie, vervolging en geweld. Dit is, helaas, onderdeel van een bredere ontwikkeling waarin mensenrechten wereldwijd onder toenemende druk staan. De oorzaken zijn divers en omvatten onder meer de opkomst van autoritaire regimes, verslechterende socio-economische omstandigheden, de impact van gewapende conflicten, instabiliteit en escalerend geweld, onder andere in delen van Sub-Sahara Afrika. In deze context worden vaak ook andere religieuze en etnische minderheden getroffen. Vrijheid van religie en levensovertuiging is daarom al jaren één van de kernprioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Het kabinet blijft zich inzetten voor de bescherming van christenen en andere religieuze minderheden wereldwijd.
Heeft u zicht op de veiligheidssituatie in Syrië voor religieuze en etnische minderheden sinds de val van het Assad-regime, en kunt u daarbij specifiek ingaan op de situatie voor Christenen?
De veiligheidssituatie in Syrië is complex en volatiel. Het kabinet onderkent dat minderheden, onder wie christenen, zich hierbij in een kwetsbare positie bevinden. Meldingen van maatschappelijke organisaties, waaronder Open Doors, onderschrijven deze kwetsbaarheid. Tegelijkertijd geldt dat onafhankelijke informatie over de positie van religieuze en etnische minderheden, waaronder christenen, beperkt beschikbaar is en er veel nepnieuws rondgaat op het internet. Het is daarom soms moeilijk te achterhalen wat de precieze feiten zijn.
De Syrische overgangsregering, onder leiding van interim-president al-Sharaa, presenteert tot op heden een hervormingsagenda gericht op een inclusieve politieke transitie, herstel van basisvoorzieningen, wederopbouw en gerechtigheid voor misdaden. In zijn uitlatingen het afgelopen jaar benadrukt Al-Sharaa regelmatig verzoening, inclusiviteit en hervormingen. Tegelijkertijd tonen ernstige geweldsincidenten in onder meer Suweida en de kustregio aan dat de overgangsregering meer concrete stappen moet zetten om de veiligheid en rechten van alle Syrische etnische- en religieuze gemeenschappen te borgen.
Het kabinet spreekt zich in contacten met de Syrische overgangsregering consequent uit over het belang van een inclusieve politieke transitie en bescherming van alle Syrische gemeenschappen, en blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen.
Hoe waardeert u de veranderingen in de veiligheidssituatie voor religieuze en etnische minderheden sinds de val van het Assad-regime? Kunt u in uw antwoord de bevindingen van Open Doors meenemen die een forse toename van het aantal vervolgde Christenen in Syrië laat zien?
Zie antwoord vraag 3.
Welke mogelijkheden ziet u om via de Syrië-gezant en andere bilaterale of multilaterale contacten met de Syrische regering te pleiten voor grondwetsherzieningen die volledig en gelijk burgerschap garanderen voor alle Syrische burgers, ongeacht religie, etniciteit of geslacht?
Het kabinet zet zich bilateraal en multilateraal in voor een inclusieve politieke transitie in Syrië, gebaseerd op mensenrechten, rechtsstatelijkheid en gelijk burgerschap. Dit gebeurt via diplomatieke kanalen, multilaterale fora en internationale samenwerking.
Wat zijn de mogelijkheden om op nationaal en EU-verband de Syrische regering te stimuleren op te treden bij geweldsincidenten, discriminerende en intimiderende uitingen naar religieuze gemeenschappen en de verantwoordelijken te laten arresteren en vervolgen?
Nederland blijft dit thema zowel nationaal als in EU-verband agenderen via diplomatieke kanalen, multilaterale fora en Europese mensenrechteninzet, met nadruk op bescherming van alle gemeenschappen, naleving van mensenrechten en het bestrijden van straffeloosheid.
Een concreet voorbeeld is het Nederlands lidmaatschap van de Syria Core Group in de VN Mensenrechtenraad. Als lid van deze groep zet Nederland zich in voor een mandaatverlenging van de Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic (CoI), zodat deze gedegen en onafhankelijk onderzoek kan blijven doen naar mensenrechtenschendingen in Syrië – waaronder tegen religieuze gemeenschappen.
Hoe is uw zicht op de door Open Doors geconstateerde verdere verslechtering van de situatie in veertien landen in Sub-Sahara Afrika, waarbij in Nigeria wederom de meeste moorden op christenen werden gepleegd?
Het kabinet veroordeelt het geweld in Sub-Sahara Afrika en deelt de zorgen over het grote aantal slachtoffers dat hierbij valt, onder wie christenen. Nederland bekijkt voortdurend hoe onze diplomatieke en programmatische inzet te verbeteren op conflictpreventie, stabiliteit en vrijheid van religie en levensovertuiging binnen de beschikbare middelen, en volgt de situatie in de verschillende landen nauwlettend.
Welke kansen ziet u om gebruik te maken van de aankomende Universal Periodic Reviews van de VN-mensenrechtenraad om aandacht te vragen voor mensenrechtenschendingen en misstanden op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging in bijvoorbeeld Niger, Mozambique, Syrië, Somalië en Soedan?
Vrijheid van Religie en Levensovertuiging is een van de prioriteiten waarop Nederland regelmatig aanbevelingen formuleert in Universal Periodic Reviews (UPRs) van andere lidstaten2; het kabinet zal dit ook blijven doen. Wanneer het betreffende land op de agenda van de UPR staat zal gekeken worden naar concrete aandachtspunten om de mensenrechtensituatie aldaar te verbeteren. Waar relevant zullen aanbevelingen op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging daar onderdeel van uitmaken (zie ook het antwoord op vraag 9).
Bent u bereid om het geweld tegen Christenen in Nigeria onder de aandacht te brengen tijdens bilaterale en multilaterale contacten, met een nadruk op de religieuze component van deze grootschalige moorden, zoals wordt aangetoond door Open Doors?
Ja. Nederland zet zich zowel bilateraal als multilateraal in voor conflictpreventie en de bescherming van religieuze minderheden in Nigeria en zal dat blijven doen. Deze zorgen zijn in 2025 consistent overgebracht aan de Nigeriaanse overheid, onder meer tijdens de jaarlijkse bilaterale consultaties in november jl., in het gesprek tussen de Minister-President en de President van Nigeria in augustus jl., en tijdens het bezoek van de mensenrechtenambassadeur aan Nigeria in mei jl.
Daarnaast brengt Nederland de positie van christenen en andere religieuze minderheden actief onder de aandacht in multilaterale fora, waaronder de EU en de Verenigde Naties. Zo heeft Nederland binnen de VN Mensenrechtenraad aandacht gevraagd voor de bescherming van religieuze gemeenschappen in Nigeria en is dit onderwerp ingebracht tijdens de Universal Periodic Review (UPR) van Nigeria. Ook werkt Nederland samen met gelijkgezinde landen om vrijheid van religie en levensovertuiging te agenderen, onder meer binnen de EU en internationale coalities gericht op geloofsvrijheid.
Welke mogelijkheden ziet u om diplomatieke druk op de Nigeriaanse overheid uit te oefenen, en mogelijk Nederlandse of Europese assistentie te verlenen, om zorg te dragen voor bescherming van christelijke gemeenschappen, ondersteuning bij en veilige terugkeer en accurate vervolging van daders?
Nederland pleit binnen de EU voor het verhogen van veiligheidssteun en conflictpreventieprojecten in Nigeria en krijgt hiervoor steun van andere lidstaten. De EU heeft toegezegd hierop in te zetten, onder andere via een ministeriële conferentie en een vredes- en veiligheidsdialoog gepland in de eerste helft van dit jaar. Daarnaast is Nederland een van de grootste donoren in Nigeria op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. In de periode 2021–2025 is via het Joint Initiative for Strategic Religious Action (JISRA) circa EUR 7 miljoen ingezet in Nigeria.
Binnen het nieuwe FOCUS-instrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden» is voor de periode 2026–2031 EUR 35 miljoen gereserveerd voor vrijheid van religie en levensovertuiging wereldwijd. Dit instrument richt zich op meerdere landen die voorkomen op de Ranglijst Christenvervolging, waaronder Nigeria, en heeft als doel de vrijheid van religie en levensovertuiging te versterken, religieuze minderheden te beschermen en lokale maatschappelijke organisaties te ondersteunen.
Welke gelegenheden ziet u om opvolging te geven aan de bilaterale contacten met Algerije om aan te dringen op opening van kerken en andere gebouwen waar christenen samen willen komen, gevallen van strafvervolging tegen predikanten in te trekken en registratieprocedures te vereenvoudigen?
De Nederlandse ambassade in Algiers spreekt regelmatig met vertegenwoordigers van diverse religieuze groepen in Algerije en met het Ministerie van Religieuze Zaken. De ervaring leert dat het uitdagend zal blijven om op korte termijn de gewenste resultaten te behalen. Het is daarnaast vaak niet productief voor de religieuze minderheden om ter plaatse al te vocaal te zijn op dit thema. Waar mogelijk deelt de ambassade echter de Nederlandse visie op het belang van vrijheid van religie en levensovertuiging en/of mensenrechten in brede zin.
Bent u bereid om zich in de EU hard te maken om de benoeming van een speciaal gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging, die al eerder door de voorzitter van de Europese Commissie aangekondigd is, in de EU te bespoedigen?
De benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid ligt bij de Europese Commissie. De Commissie heeft aangegeven dat de selectieprocedure loopt, maar op dit moment is nog geen concrete datum bekend voor afronding en aanstelling. Nederland blijft zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief inzetten voor een spoedige benoeming. Dit gebeurt via diplomatieke contacten in Brussel en door het belang van deze functie consequent te benadrukken in relevante EU-fora. Het kabinet acht een nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente en zichtbare inzet van de EU op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging.
Heeft het kabinet een actieve benadering om digitale controle en vervolging zoals die bijvoorbeeld plaatsvindt in China en ook India bespreekbaar te maken in contacten met deze landen? Zo niet, bent u bereid hieraan te werken?
Toenemende digitale controle en repressie zijn voor het kabinet een punt van zorg. Nederland spant zich internationaal en bilateraal in om dit onderwerp te adresseren. De digitale repressie van religieuze groepen, inclusief christenen, is onderdeel van deze inzet. Nederland was tot voor kort voorzitter van de Freedom Online Coalitie en gebruikt dit platform om verantwoordelijk gebruik van surveillancetechnologie wereldwijd te promoten, bijvoorbeeld via de Guiding Principles on Government Use of Surveillance Technologies. Nederland is tevens actief in de International Freedom of Religion or Belief Alliance, waar het zich specifiek inzet voor de bescherming van religieuze minderheden. De jaarlijkse EU-mensenrechtendialoog met India en China (heropgestart in 2025) fungeert als een vast instrument om deze thema’s in EU-verband te adresseren. Nederland zal deze inzet blijven voortzetten.
Heeft u er zicht op of mogelijk Europese of zelfs Nederlandse technologie gebruikt wordt voor digitale controle en vervolging in China en India? Bent u bereid om zich in te zetten dat Europese en Nederlandse technologie hier niet toe gebruikt kan worden in deze landen?
Het kabinet acht het van groot belang dat Europese en Nederlandse technologie niet wordt ingezet voor digitale controle en vervolging in strijd met mensenrechten. Een van de instrumenten hiertoe is het exportcontrolebeleid. De Europese Dual-Use Verordening is het wettelijk kader waartoe Nederland zich verhoudt als het gaat om goederen voor tweeërlei gebruik. De vergunningplicht geldt daarbij voor bepaalde goederen, is niet gericht op specifieke landen en heeft tot doel om via controle voorafgaand aan de export ongewenst eindgebruik tegen te gaan. Het beleid is daarmee landenneutraal. Deze verordening voorziet in de mogelijkheid om te toetsen op het risico dat bepaalde goederen en technologie op ongewenste wijze worden ingezet met mensenrechtenschendingen als gevolg. Met de introductie van de cybersurveillance-bepaling in de herziene verordening van 2021 zijn mensenrechten een meer centrale rol gaan spelen in exportcontrole.
Bij vergunningaanvragen voor export van gecontroleerde goederen, programmatuur en technologie toetst het kabinet dan ook expliciet op het risico op mensenrechtenschendingen. Bij zorgen over het eindgebruik of de eindgebruiker in relatie tot mensenrechtenschendingen, wordt een vergunningaanvraag in principe afgewezen. Daarnaast verwijst de verordening expliciet naar de verantwoordelijkheid van bedrijven om internationaal maatschappelijk verantwoord te ondernemen.
De Chinese militaire oefeningen en simulatie van een blokkade rond Taiwan. |
|
Tom van der Lee (GL), Derk Boswijk (CDA), Jan Paternotte (D66), Eric van der Burg (VVD), Raymond de Roon (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Taiwan: China’s massive military drills stir invasion fears» van Deutsche Welle1?
Ja.
Hoe beoordeelt u deze grootste militaire oefeningen rondom Taiwan ooit?
De Chinese autoriteiten treden in toenemende mate assertief op in de eigen regio en in het multilaterale systeem en verhogen structureel de druk op Taiwan en landen die met Taiwan samenwerken. Sinds 2022 omvat dit onder andere reguliere, grootschalige militaire oefeningen en (des)informatiecampagnes. Deze zijn onderdeel van de Chinese strategie om onder andere met hybride activiteiten de inlijving van Taiwan in de Volksrepubliek China te bewerkstelligen. De recente militaire oefening past binnen deze inzet maar was omvangrijker dan recente voorgaande oefeningen. De boodschap van de Chinese autoriteiten was daarbij expliciet ook gericht aan externe partijen die zich, volgens China, inmengen in Taiwan. De inzet van het kabinet en de EU is gericht op behoud van de status quo.
Deelt u de mening van de Europese Commissie, die middels een verklaring van EDEO heeft aangegeven dat deze oefeningen een nieuwe bedreiging zijn voor internationale vrede en stabiliteit, en oproept af te zien van zulke acties die voor escalatie kunnen zorgen?
Ik deel de zorgen zoals uitgedragen door de woordvoerder van EDEO over de recente Chinese militaire oefening rond Taiwan; dat heb ik via sociale media ook duidelijk gemaakt. Conform diverse moties spreekt Nederland zich binnen de kaders van het één-Chinabeleid samen met de EU en gelijkgezinde landen uit vóór de-escalatie en tégen destabiliserende unilaterale acties die de status quo bedreigen. Het Taiwan-vraagstuk dient op vreedzame wijze te worden opgelost, waarbij rekening gehouden moet worden met de wensen van de Taiwanese bevolking. Alle betrokken partijen dienen zich te onthouden van unilaterale acties, dreiging of geweld gericht op het wijzigen van de status quo.
Deelt u de mening dat Nederland een extra groot belang heeft bij het handhaven van de status quo in China en Taiwan, mede gezien onze positie in wereldwijde logistiek en de halfgeleiderindustrie?
Het kabinet en de EU zijn zich bewust van de mogelijke repercussies van een crisis rond Taiwan, niet alleen voor de Taiwanese bevolking maar ook voor de hele regio en de wereldeconomie. Een eventueel conflict zou rampzalig zijn voor alle betrokkenen, maar ook grote mondiale repercussies hebben, inclusief voor Nederland. Dat betekent dat dit meer is dan een lokale kwestie en de internationale gemeenschap zich in dient te zetten om dergelijke scenario’s te voorkomen.
Dat vergt overleg met gelijkgezinden en huiswerk voor de EU om voorbereid te zijn. Dit is evenwel geen exercitie die in het openbaar kan worden gedaan.
Heeft u zicht op de exacte impact voor de Nederlandse economie van een langdurige blokkade van Taiwanese havens?
Ik kan niet speculeren over de exacte impact voor de Nederlandse economie in het hypothetische geval van een langdurige blokkade van Taiwanese havens. Zoals gezegd dient de internationale gemeenschap zich in te zetten om dergelijke scenario’s te voorkomen en vergt dat overleg met gelijkgezinden en huiswerk voor de EU om voorbereid te zijn, maar kan ik daar niet verder op ingaan in het openbaar.
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden voor het commissiedebat van 13 januari over de Raad Buitenlandse Zaken?
Ja.
Het verbieden van hulporganisaties in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. |
|
Hanneke van der Werf (D66), Derk Boswijk (CDA), Mpanzu Bamenga (D66) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van recente berichtgeving, waarin wordt gemeld dat Israël tientallen internationale hulporganisaties, waaronder Artsen zonder Grenzen, Save the Children, CARE en Oxfam Novib, per 1 januari de toegang tot Gaza en de Westelijke Jordaanoever ontzegt? Wat is uw beoordeling van deze ontwikkeling?
Deelt u de kwalificatie van landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Noorwegen en Japan dat de humanitaire situatie in Gaza opnieuw is verslechterd en inmiddels als catastrofaal moet worden aangemerkt? Zo ja, welke consequenties verbindt u daaraan? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met de open brief van de Ministers van Buitenlandse Zaken van onder meer Frankrijk, Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Noorwegen, waarin Israël wordt opgeroepen het besluit terug te draaien om humanitaire hulporganisaties te weren uit Gaza? Waarom heeft Nederland zich tot op heden niet bij deze verklaring aangesloten en bent u bereid dit alsnog te doen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Acht u het aanvaardbaar dat hulporganisaties die levensreddende medische zorg, voedselhulp en onderdak bieden, hun werkzaamheden moeten staken terwijl miljoenen Palestijnen, met name in de winterperiode, afhankelijk zijn van deze hulp? Welke risico’s ziet u hierbij voor ondervoeding, ziekte, hongersnood en onderkoeling, gezien het feit dat veel mensen in provisorische tentenkampen leven die al meerdere overstromingen en noodweer hebben moeten doorstaan?
Deelt u de zorg dat deze Israëlische maatregelen tot gevolg kunnen hebben dat naar schatting één op de drie zorginstellingen in Gaza moet sluiten en dat de humanitaire hulpverlening grotendeels kan instorten? Zo ja, welke stappen acht u noodzakelijk om dit te voorkomen?
Welke concrete stappen zet u op dit moment, bilateraal of in EU-verband, om te voorkomen dat de toegang van hulporganisaties per 1 januari daadwerkelijk wordt stopgezet en om ervoor te zorgen dat levensreddende humanitaire hulp doorgang kan blijven vinden?
Hoe beoordeelt u het nieuwe Israëlische registratieproces voor humanitaire ngo’s, waarbij organisaties uitgebreide personeels- en familiegegevens moeten aanleveren en kunnen worden afgewezen op basis van politieke uitingen van individuele medewerkers?
Deelt u de opvatting dat deze registratie-eisen de humanitaire hulp politiseren en daarmee strijdig zijn met de humanitaire beginselen van neutraliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de nieuwe Israëlische wetgeving tegen de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) in het licht van de bindende uitspraken van het Internationaal Gerechtshof, waarin expliciet is vastgesteld dat Israël verplicht is de werkzaamheden van UNRWA te faciliteren en niet te belemmeren? Acht u deze wetgeving verenigbaar met het internationaal recht?
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van UNRWA van de VN-Conventie inzake Privileges en Immuniteiten, het afsluiten van water, elektriciteit en communicatie en het dreigen met onteigening van VN-eigendom een ernstige schending vormt van de verplichtingen van Israël als VN-lidstaat en een gevaarlijk precedent schept voor de bescherming van VN-organisaties wereldwijd?
Bent u bereid deze kwestie met urgentie te agenderen binnen Europa en in VN-verband om gezamenlijk druk uit te oefenen, opdat humanitaire hulp niet verder wordt belemmerd? Welke concrete stappen heeft u hiertoe reeds ondernomen?
Welke gevolgen heeft het weren van een aanzienlijk deel van de hulporganisaties volgens u voor de naleving door Israël van zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair recht, waaronder de plicht van een bezettende macht om humanitaire hulp toe te laten?
Kunt u toezeggen de Kamer op zeer korte termijn te informeren over de inzet van Nederland in de komende dagen en weken, gezien de acute deadline van 1 januari en de directe gevolgen voor honderdduizenden mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp?
Het artikel ‘Woede om miljoenenorder: vier miljoen slimme meters komen straks uit China’ |
|
Pieter Grinwis (CU), Jan Paternotte (D66), Henk Jumelet (CDA), Peter de Groot (VVD), Eric van der Burg (VVD), Derk Boswijk (CDA), Felix Klos (D66) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Sophie Hermans (minister klimaat en groene groei, minister infrastructuur en waterstaat) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat netbeheerders circa vier miljoen slimme meters gaan inkopen bij Chinese leveranciers? Zo ja, wat is uw oordeel hierover?1
Ja, ik ben bekend met deze berichtgeving. De berichtgeving gaat over de meetmodule, een onderdeel van de slimme meter dat alleen het elektriciteitsverbruik op digitale wijze meet. Deze meetmodule introduceert daarmee geen risico voor de leveringszekerheid van energie.
De verzending en de versleuteling van data naar de netbeheerders en de communicatie met andere apparaten loopt niet via deze meetmodule. De meetmodule bevat ook geen schakelaar en kan niet op afstand worden uitgeschakeld waardoor er geen effect is op de beschikbaarheid van energie. De leveranciers van het betreffende onderdeel en andere niet-geautoriseerde partijen kunnen niet meelezen met de data van de nieuwe generatie slimme meter. De veiligheid van de data wordt door de netbeheerders gewaarborgd door middel van encryptie en autorisaties. In de beantwoording van vraag 7, 8, 9 en 10 wordt dataveiligheid nader verdiept. Het kabinet is tegen deze achtergrond van oordeel dat de betreffende inkoop geen ontoelaatbaar risico vormt voor Nederlandse consumenten.
Welke afwegingen zijn gemaakt over de economische afhankelijkheid van China bij de keuze voor deze leveranciers?
Betrouwbare waardeketens voor vitale energie-infrastructuur zijn essentieel voor het waarborgen van de leveringszekerheid en onze nationale veiligheid. Leveringszekerheid in de product waardeketen is één van de onderdelen van de risicoanalyse die is uitgevoerd door de netbeheerders. Om risico’s ten aanzien van de leveringszekerheid te mitigeren, is onder andere besloten voor elke hardware component in de slimme meter voor twee verschillende leveranciers te kiezen. Eén van de twee leveranciers dient afkomstig te zijn uit een land dat partij is bij de multilaterale Overeenkomst inzake overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement – GPA). Deze overeenkomst beoogt wederzijdse openstelling van overheidsopdrachten tussen deelnemende landen op basis van transparantie, non-discriminatie en rechtszekerheid. De Europese Unie onderhoudt met deze GPA-partijen structurele en wederkerige handelsrelaties die zijn gebaseerd op internationale afspraken, hetgeen bijdraagt aan een betrouwbare samenwerking binnen de publieke aanbestedingen.
In dit geval betekent dit dat de meetmodule die Kaifa Technology levert, ook wordt geleverd door het Franse Sagemcom. Indien noodzakelijk kunnen de netbeheerders een beroep doen op de Franse leverancier om alle leveringen over te nemen en de dienstverlening te continueren. Dit houdt in dat, indien één van de partijen niet in staat is om te leveren, de andere partij over voldoende capaciteit beschikt om de levering tot 100% te continueren. Hierdoor is de leveringszekerheid van dit onderdeel geborgd. Voor dit leveranciersmodel is ook gekozen om de Europese productie van meetmodules te versterken en beschikbaar te houden.
Voor de verschillende onderdelen van het systeem is een uitgebreide marktconsultatie gedaan. Voor de componenten die niet als risicovol beschouwd zijn, is gekozen voor maximale concurrentie om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden.
Is onderzocht of voldoende capaciteit bestaat bij Europese of Nederlandse producenten om deze meters te leveren? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?
Zie antwoord vraag 2.
Welke risicoanalyses zijn uitgevoerd met betrekking tot nationale veiligheid en cybersecurity bij het gebruik van slimme meters, die geproduceerd zijn door bedrijven gevestigd in China?
De netbeheerders hebben een risicoanalyse en onderzoek uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van verschillende analyses, waaronder het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren (DBSA) en het Cybersecuritybeeld Nederland, beide gepubliceerd door de NCTV. Daarnaast hebben de netbeheerders de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bevraagd over risico's in dit aanbestedingstraject. In overleg met de netbeheerders en het Ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft de AIVD in algemene zin het dreigingsbeeld, conform bovengenoemde analyses, geschetst op het concept van de nieuwe generatie slimme meter. Mede op basis van deze informatie hebben de netbeheerders maatregelen toegepast waarmee er geen ontoelaatbaar risico is.
De slimme meter is modulair ontworpen en voor de afzonderlijke componenten is een risicobeoordeling opgesteld. De beschikbare analyses en informatie zijn bij het opstellen van deze risicobeoordelingen meegenomen. De risicobeoordeling heeft geresulteerd in mitigerende maatregelen, waaronder die ten aanzien van productleveringszekerheid en dataveiligheid. Er is dus vooraf rekening gehouden met mogelijke risico's voor bijvoorbeeld de energie- en productleveringszekerheid en de dataveiligheid van consumenten bij het vormgeven van de aanbesteding.
Daarnaast zijn de netbeheerders gehouden aan de nationale en Europese aanbestedingsregels. Ter verdere bevordering van de bescherming van vitale processen in de energiesector zijn in de nieuwe Energiewet – die sinds 1 januari van kracht is – regels opgenomen voor de bescherming van deze processen. Deze regels worden momenteel nader uitgewerkt in onderliggende regelgeving.
Zijn er specifieke dreigingsanalyses voor mogelijke beïnvloeding van het energiesysteem (bijvoorbeeld verbruikscijfers manipuleren of storingen veroorzaken) wanneer apparaten in handen zijn van derde landen met potentiële tegenstellingen?
Zie antwoord vraag 4.
Hebben de AIVD, MIVD of NCTV hierover advies uitgebracht richting het kabinet of netbeheerders? Kunt u die adviezen openbaar maken of samenvatten?
Zie antwoord vraag 4.
Welke data worden precies verzameld door deze slimme meters en op welke frequentie (bijvoorbeeld per minuut, per uur)?
De netbeheerders houden zich aan de wettelijke voorschriften omtrent databeheer en privacy en zijn op grond van de Energiewet2 verplicht hun gegevens te beveiligen en te beschermen. De huidige circa 8 miljoen slimme meters voldoen aan de gestelde (technische) eisen in het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen (BOAUM), die gelden onder de Energiewet.3 Ook bij de nieuwe generatie slimme meter geven de netbeheerders uitvoering aan de eisen uit het BOAUM. In deze eisen is onder meer vereist dat de meters zodanig beveiligd zijn tegen fraude met, misbruik van of inbreuk op de meters dat een passend beveiligingsniveau is gegarandeerd. Hierbij moet rekening gehouden worden met de internationale stand van de techniek en de uitvoeringskosten.
Conform het BOAUM registreert de meter het actuele vermogen (in Watt) en per kwartier de meterstand. De netbeheerders lezen de meters maximaal één keer per dag uit, vaak in de nacht. De netbeheerder leest enkel datgene uit wat noodzakelijk is voor het functioneren van het elektriciteitssysteem in den brede, wat ook is vastgelegd in de Energiewet en onderliggende regelgeving. Onder de Energiewet4 is de netbeheerder bevoegd per aansluiting de kwartierstanden uit te lezen ten behoeve van de onbalansverrekening als onderdeel van de balanceringstaak van TenneT.
Naast het regime van de Energiewet geldt, voor zover het gaat om persoonsgegevens, ook de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Bij elke verwerking van persoonsgegevens geldt voor de netbeheerders dat deze verwerking rechtmatig moet zijn in het licht van de voorwaarden in artikel 6 AVG. Ten aanzien van de omgang met slimme meterdata voor de uitvoering van hun wettelijke taken hebben de netbeheerders de «Gedragscode Slim Netbeheer» opgesteld die in februari 2022 door de Autoriteit Persoonsgegevens is goedgekeurd.5
Wordt er onderscheid gemaakt tussen noodzakelijke data voor het energienetbeheer en privacygevoelige data? Zo ja, hoe worden die gescheiden?
Zie antwoord vraag 7.
Welke maatregelen zijn getroffen om te waarborgen dat gegevensuitwisseling volledig conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en EU-privacyregels verloopt?
Zie antwoord vraag 7.
Welke technische safeguards zijn ingebouwd om te voorkomen dat externe (buitenlandse) fabrikanten of andere externe partijen toegang krijgen tot het backend-systeem waarmee meters data uitwisselen?
Zoals hiervoor opgemerkt gelden voor de netbeheerders verplichtingen ten aanzien van gegevensbescherming en -beveiliging. Voor het uitlezen van de nieuwe generatie slimme meters wordt door de netbeheerders een centraal systeem opgezet. De netbeheerders ontwikkelen dit systeem zelf en maken daarbij geen gebruik van buitenlandse fabrikanten, om de veiligheid van de data te waarborgen. De veiligheid van de data wordt door de netbeheerders gewaarborgd door middel van encryptie.
Is er nog een mogelijkheid dat de Rijksoverheid ingrijpt en deze aanbesteding terugdraait, indien blijkt dat de veiligheid teveel in het geding komt?
Het waarborgen van productleveringszekerheid en nationale veiligheid is voor het kabinet van groot belang. De beoordeling van de netbeheerders dat de meetmodule een laag risicoprofiel kent, in combinatie met de genomen mitigerende maatregelen passend bij dit risicoprofiel, resulteert erin dat het kabinet vanuit veiligheidsoverwegingen op dit moment geen reden ziet om in te grijpen bij deze aanbesteding. Indien het kabinet in de toekomst risico’s vaststelt voor de nationale veiligheid of leveringszekerheid zal het maatregelen treffen om een dergelijk risico te mitigeren.
Het artikel ‘Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt’ |
|
Derk Boswijk (CDA), Felix Klos (D66) |
|
Aukje de Vries (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Hoe de nikkelhandel via Rotterdam Poetins oorlogskas vult en China aan kritieke metalen helpt», waarin wordt beschreven dat de blijvende betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de import en doorvoer van Russische nikkel en koper direct bijdraagt aan de Russische staatsinkomsten en oorlogseconomie?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie, door Russische nikkel- en koperimport niet te sanctioneren, Rusland jaarlijks met miljarden euro’s aan exportinkomsten blijven voorzien, terwijl Rusland een agressieoorlog voert tegen Oekraïne?
In reactie op de Russische agressie tegen Oekraïne heeft de Europese Unie tot op heden negentien omvangrijke sanctiepakketten aangenomen, waarbij Nederland steeds een voortrekkersrol gespeeld heeft. Als gevolg van deze sancties is in het derde kwartaal van 2025 de totale import van de EU uit Rusland met 89% afgenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2021. Hiermee loopt Rusland reeds zeer veel inkomsten mis. Op bepaalde producten, zoals nikkel en koper, gelden inderdaad nog geen EU-sancties. Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheid van sanctie-uitbreiding waarbij in principe alle opties op tafel liggen. Hiervoor is wel steeds voldoende draagvlak binnen de EU vereist.
Deelt u de mening dat dit het imago van Nederland en de Europese Unie, evenals de geloofwaardigheid van onze inzet ter ondersteuning van Oekraïne, ondermijnt?
Het kabinet twijfelt niet aan de geloofwaardigheid van de zeer substantiële inzet van Nederland en de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne.
Ziet u mogelijkheden om, in navolging van de Verenigde Staten (VS) en het Verenigd Koninkrijk (VK), in EU-verband de import van Russisch nikkel en koper alsnog aan banden te leggen, bijvoorbeeld door Russische producenten zoals Norilsk Nickel op EU-sanctielijsten te plaatsen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet? En waarom kunnen de VS en het VK dit wél?
Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheden om de sancties tegen Rusland te verzwaren en spant zich hier in EU-verband actief voor in. Harmonisatie van sancties met G7-partners als VS en VK hebben hierbij bijzondere aandacht van het kabinet. Randvoorwaarde hierbij is dat voor EU-sancties unanimiteit vereist is. Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie om in meer detail in te gaan op de besprekingen die hierover binnen de EU gevoerd worden.
Hoe beoordeelt u het feit dat voor het vervoer van Russisch nikkel naar Nederland gebruik wordt gemaakt van schimmige constructies met ondoorzichtige eigendomsstructuren en recent opgerichte rederijen, terwijl de daaropvolgende opslag, doorvoer en herexport vanuit Nederland volledig legaal plaatsvinden?
Het kabinet acht het onwenselijk wanneer handel plaatsvindt via ondoorzichtige eigendomsstructuren, mede omdat dit risico’s op sanctie-ontwijking, witwassen en fraude kan vergroten. Waar er signalen zijn van mogelijke overtredingen is het aan de bevoegde autoriteiten om onderzoek te doen en zo nodig handhavend op te treden.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat Nederlandse bedrijven direct en indirect bijdragen aan het in stand houden van mondiale waardeketens die deze lucratieve export mogelijk maken, en daarbij zelf financieel profiteren van handel die bijdraagt aan de voortzetting van de Russische agressie tegen Oekraïne?
Het kabinet deelt de mening dat het onwenselijk is dat Nederlandse bedrijven bijdragen aan waardeketens die inkomsten genereren voor Rusland. Daarom spant het kabinet zich voortdurend in voor het verzwaren van de EU-sancties tegen Rusland, opdat dergelijke activiteiten verboden worden. Voor wat betreft ongesanctioneerde handel met Rusland geldt dat deze weliswaar legaal is, maar dat het kabinet deze niet stimuleert doordat het alle handelsbevordering met Rusland gestaakt heeft. Daarnaast roept het kabinet bedrijven op zich waar mogelijk terug te trekken uit Rusland.
Heeft u deze bedrijven daarop aangesproken?
Het kabinet doet geen uitspraken over contacten met individuele bedrijven. Wel wordt in brede zin met sectoren en relevante partijen gesproken over sanctienaleving, risico’s op ontwijking en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen.
Ziet u mogelijkheden om werk te maken van het verbieden of beperken van de herexport van Russische metalen vanuit Nederland of de Europese Unie naar landen buiten de EU? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet onderzoekt voortdurend de mogelijkheden om de sancties tegen Rusland te verzwaren en spant zich hier in EU-verband actief voor in. Randvoorwaarde hierbij is dat voor EU-sancties unanimiteit vereist is. Het is niet in het belang van de Nederlandse onderhandelingspositie om in meer detail in te gaan op de besprekingen die hierover binnen de EU gevoerd worden.
Wilt u deze vragen één voor één, op zo kort mogelijke termijn beantwoorden?
Ja.
Berichtgeving rondom de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA) en de ontwikkeling van een Nederlandse strategie voor kritieke grondstoffen met Chili. |
|
Derk Boswijk (CDA), Elles van Ark (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Aukje de Vries (VVD) |
|
|
|
|
Bent u in staat te reflecteren op de bevindingen uit dit artikel over de ratificatie van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?1
Ja. Het artikel stelt dat het gewenst is om de Advanced Framework Agreement (AFA) tussen de EU en Chili te ratificeren vanwege het nakomen van partnerschapsbeloftes, ondersteuning van inzet op de diversificatie van grondstoffenwaardeketens en versterking van bescherming van investeringen. Er is een kabinetsappreciatie2 van zowel het AFA als het interim handelsverdrag (iTA) opgesteld. Het kabinet onderschrijft het belang van tijdige ratificatie welke in voorbereiding is. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de handelsonderdelen van het AFA vallend onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie geheel zijn gerepliceerd in het iTA en daarmee reeds sinds 1 februari 2025 in werking zijn. Ratificatie van het AFA biedt geen aanvullende handelsvoordelen, aangezien de delen die buiten het iTA vallen zien op politieke samenwerking en investeringsbescherming.
Kan u aangeven wat de huidige stand van zaken is met betrekking tot de Nederlandse ratificatieprocedure van de EU-Chili geavanceerde kaderovereenkomst (AFA)?
De geavanceerde kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds is op 13 december 2023 ondertekend en wordt deels voorlopig toegepast. Daarnaast zijn de handelsafspraken zoals opgenomen in het iTA sinds 1 februari 2025 in werking. Voordat de overeenkomst in werking kan treden, dienen alle EU-lidstaten hun interne procedures te hebben afgerond. De stukken die nodig zijn voor de Nederlandse parlementaire goedkeuringsprocedure zijn in voorbereiding.
Op welke termijn verwacht u het ratificatiewetsvoorstel aan de Kamer voor te kunnen leggen?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 zijn de goedkeuringsstukken in voorbereiding. De goedkeuringsstukken betreffen het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst en een memorie van toelichting. Na instemming van de ministerraad wordt het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst met de memorie van toelichting aan de Raad van State voor advies voorgelegd. Na de verwerking van het advies in een nader rapport, wordt het wetsvoorstel tot goedkeuring van de overeenkomst, met de memorie van toelichting en het nader rapport, aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer voor goedkeuring voorgelegd. Zodra beide Kamers hun goedkeuring aan het wetsvoorstel hebben verleend kan over worden gegaan tot ratificatie van de overeenkomst door Nederland. Het kabinet zet in op ratificatie door Nederland op afzienbare termijn.
Zou u kunnen aangeven of er bepaalde bezwaren denkbaar zijn tegen ratificatie?
Zoals aangegeven in antwoord op de vragen 2 en 3 zijn de parlementaire goedkeuringsstukken in voorbereiding. Het kabinet is een groot voorstander van het verdiepen van de samenwerking tussen de EU en Chili en is positief over de uitkomst van de onderhandelingen over het AFA.3
Dit handelsverdrag beoogt meerdere doelen gelijktijdig te realiseren: meer onderlinge handel en investeringen, gezamenlijke aanpak van wereldwijde uitdagingen en verdieping van politieke samenwerking. Bent u het ermee eens dat dit handelsverdrag als model kan dienen voor EU-handelsverdragen met andere landen?
Ja.
Chili herbergt een van de grootste lithiumreserves van de wereld. Onderschrijft u het belang van stabiele toeleveringsketens van kritieke grondstoffen voor de Nederlandse en Europese markt?
Ja.
Hoe kijkt u naar het opzetten van een Nederlandse of Europese strategie rondom het structureel vergaren van kritieke grondstoffen in het kader van de agressievere benadering van de markt door onder andere China en de Verenigde Staten?
Het kabinet onderschrijft de noodzaak tot deze strategieën en wijst op de Nationale Grondstoffenstrategie4, het BNC-fiche over de EU Critical Raw Materials act5 en de recent gepubliceerde mededeling ReSourceEU, waarover uw Kamer binnen de gestelde termijn een BNC-fiche ontvangt.
Bent u het eens dat de AFA een belangrijke bijdrage kan leveren aan de Europese en Nederlandse toegang tot lithium, koper en ook andere zeldzame metalen?
Op dit moment is het interim handelsverdrag (iTA) tussen de EU en Chili in werking. Hierin is het handelsdeel van de AFA dat valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie gerepliceerd. In het iTA staan afspraken over de toegang tot grondstoffen, zoals over het beperken van exportrestricties (zoals heffingen en quota’s), een verbod op monopolies met exclusieve rechten voor import en export van ruwe kritieke grondstoffen, en het inkaderen van het beleid van lagere grondstofprijzen voor binnenlandse producenten. Dit zijn afspraken die de voorspelbaarheid van de grondstofhandel bevorderen. Daarnaast zijn in het politieke deel van de AFA enkele intenties op het gebied van grondstoffenhandel overeengekomen, zoals het bevorderen van de samenwerking op transparantie van de mondiale grondstoffenmarkt.
Bent u het in dat kader eens dat de AFA zo spoedig mogelijk in werking moet treden?
Ja, waarbij opgemerkt wordt dat voor de Nederlandse ratificatie van de overeenkomst een goedkeuringsprocedure dient te worden doorlopen. De goedkeuringsstukken zijn in voorbereiding en de overeenkomst dient, na adviesvoorziening door de Raad van State, door beide Kamers te worden goedgekeurd.
Bent u bereid er bij de lidstaten die de AFA nog niet hebben geratificeerd in hun nationale parlement erop aan te dringen dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen?
Het kabinet zet in op ratificatie door Nederland op afzienbare termijn. Op dat moment ligt het voor de hand ook andere lidstaten hiertoe op te roepen.
China heeft in 2025 exportbeperkingen ingevoerd op gallium, germanium en andere kritieke grondstoffen; bent u van mening dat dit de urgentie versterkt voor Nederland om de samenwerking met Chili op het gebied van zeldzame aardmetalen te intensiveren?
Het kabinet erkent de urgentie van het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, en werkt hieraan via de nationale grondstoffenstrategie en de EU Critical Raw Materials Act. Het diversifiëren van de waardeketens is hier een belangrijk onderdeel van. Nederland (en de EU) kijken hierbij naar diverse landen, waaronder Chili.
De Chinese exportcontrolemaatregelen op gallium en germanium uit 2023 en op onder meer een aantal zeldzame aardemetalen uit april 2025 onderstrepen het belang hiervan. Het zij opgemerkt dat zeldzame aardmetalen een aparte groep grondstoffen is, die momenteel niet in Chili gewonnen of verwerkt wordt maar die wel deels aanwezig zijn in Chili. Winning en verwerking hiervan wordt momenteel verkend.6 Gallium en germanium worden ook niet in Chili gewonnen of verwerkt.
Desalniettemin is Chili is een belangrijke producent van grondstoffen, met name koper, lithium en boor (aangewezen als kritieke grondstoffen door de Europese Commissie). Daarom steunt het kabinet het Memorandum of Understanding (MoU) dat de Europese Unie in 2023 heeft afgesloten met Chili op kritieke grondstoffen. Hierin is afgesproken dat partijen onder andere samen werken aan het bevorderen van projecten, open en eerlijke markten, en environmental, social, governance(ESG) standaarden.
Nederland geeft invulling aan dit MoU middels diverse activiteiten. Zo hebben het Nederlands Materialen Observatorium en Nederlandse universiteiten een samenwerking met Chileense universiteiten en steunt Nederland een Europa-brede studie op basis van aanbevelingen van CEPAL over hoe de regio zijn lithium- en koperwaardeketens duurzaam kan ontwikkelen. Ook heeft TNO een samenwerking met het Nationaal Lithiuminstituut (INLiSa).
Bent u bereid om een integrale beleidsnotitie op te stellen over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van zeldzame aardmetalen in Chili, waarin de hierboven genoemde aspecten in samenhang worden bezien?
In de Nationale Grondstoffenstrategie is diversificatie één van de pijlers om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te versterken7. Samenwerking met derde landen, waaronder Chili, valt onder deze pijler. Voor de beleidsinzet verwijs ik u daarom naar deze strategie. Het kabinet zal geen integrale beleidsnotitie opstellen over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van zeldzame aardmetalen in Chili.
Daarnaast heeft voor internationale grondstoffensamenwerking een Europese aanpak die zich richt op de hele waardeketen de voorkeur, omdat de Nederlandse industrie deze grondstoffen niet of nauwelijks direct importeert of gebruikt8. Nederland importeert vooral producten waar kritieke grondstoffen in verwerkt zitten. Naast de reeds bestaande kaders voor internationale samenwerking op kritieke grondstoffen wordt uw Kamer binnenkort ook geïnformeerd over de kabinetspositie t.a.v. het ResourceEU actieplan, dat onder andere ingaat op de Europese aanpak van partnerschappen met grondstofrijke landen.
Zoals genoemd in het antwoord op vraag 11 is Chili een belangrijke producent van kritieke grondstoffen. Daarom steunt het kabinet grondstoffensamenwerking in EU-verband, via het Memorandum of Understanding (MoU) tussen de EU en Chili.
Kan u toezeggen de Kamer periodiek te informeren over de voortgang van zowel de ratificatie van de EU-Chili AFA als de Nederlandse inzet op het gebied van kritieke grondstoffen met Chili?
De Kamer wordt regulier geïnformeerd over de voortgang van onderhandelingen en ratificaties van handels- en investeringsakkoorden via de voortgangsrapportage handelsakkoorden9, die vier maal per jaar als bijlage bij de geannoteerde agenda’s voor de Raden Buitenlandse Zaken Handel aan uw Kamer worden gezonden.
In de voortgangsrapportage Nationale Grondstoffenstrategie10 is een update gegeven over de samenwerking met derde landen. Zoals hierboven genoemd wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd over de kabinetspositie t.a.v. het Commissievoorstel voor ResourceEU, dat ook ingaat op de Europese aanpak van partnerschappen met grondstofrijke landen.
De verstorende rol van Hongarije in het beleid van de Europese Unie. |
|
Derk Boswijk (CDA), Silvio Erkens (VVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «European Parliament condems Hungary’s rule of Law, en Hungary’s Orbán seeks more Russian oil and gas in meeting with Putin»?1
Ja.
Hoe verhoudt Nederland zich tot de constatering vanuit het Europees Parlement dat Hongarije ernstige en aanhoudende schendingen begaat op het gebied van rechterlijke onafhankelijkheid en corruptie?
Nederland keurt de zorgelijke rechtsstaatontwikkelingen in Hongarije sterk af. Alle EU-lidstaten hebben de verantwoordelijkheid om universele democratische waarden, principes en mensenrechten te respecteren en te blijven verdedigen, conform artikel 2 VEU. Dat geldt ook voor Hongarije. Nederland spreekt Hongarije hier bilateraal op aan en zet zich hier ook binnen de EU voor in. Nederland vraagt de Commissie snel en effectief op te treden om terugval van lidstaten op de rechtsstaat te voorkomen en aan te pakken. Nederland spoort, in lijn met motie Klaver c.s., motie Van Campen c.s., motie Paternotte en Van Campen en motie Dassen2, de Commissie aan om gebruik te maken van al het beschikbare EU-instrumentarium dat afgelopen jaren is ontwikkeld en versterkt, ook op aansporen van uw Kamer. Nederland steunt de Commissie daarin als hoeder van de EU-verdragen.
Welke gevolgen heeft de constatering dat Hongarije stelselmatig misbruik maakt van de EU-fondsen op de toegang die Hongarije tot deze fondsen heeft?
Nog altijd is voor Hongarije EUR 19 miljard aan EU-middelen geblokkeerd onder de MFK-rechtsstaatverordening en de Common Provisions Regulation. Ook de middelen voor Hongarije uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit zullen pas worden vrijgegeven als Hongarije rechtsstaathervormingen heeft doorgevoerd. Eind 2024 is EUR 1 miljard van de geblokkeerde EU-middelen definitief vervallen. Nederland steunt de Commissie bij de inzet van alle mogelijkheden onder het financiële instrumentarium.
Klopt het dat Hongarije in september € 16.2 miljard aan SAFE-gelden heeft ontvangen in het kader van de plannen om de defensie-industrie van Europa te versterken?
In de SAFE-verordening staat dat lidstaten tot uiterlijk 30 november jl. een verzoek tot financiële bijstand konden indienen onder SAFE. Hongarije heeft in dit kader om een lening van EUR 16.2 miljard verzocht, maar heeft de lening nog niet ontvangen. Het is nu aan de Europese Commissie om de verzoeken van de lidstaten te beoordelen. Wanneer de Commissie vaststelt dat het verzoek voldoet aan de voorwaarden van de SAFE-verordening, dient zij een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit van de Raad. Na vaststelling van de Raad kan de leningsovereenkomst tussen de Europese Commissie en de lidstaat worden getekend.
Welke waarborgen zijn er, nadat dit geld door Hongarije is ontvangen, om ervoor te zorgen dat de gelden niet worden misbruikt?
Het Financieel Reglement van de EU bevat een uitgebreid pakket van juridische, administratieve en operationele waarborgen om misbruik van EU-gelden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren. Het betreffen maatregelen ter preventie, detectie, correctie en verantwoording. Om misbruik van EU-gelden aan de voorkant te voorkomen worden strikte regels voor begrotingsbeheer gehanteerd. Er bestaat een intern controlesysteem en uitgebreide regels voor de toekenning van subsidies en aanbestedingen, inclusief openbaarheid, voorkomen van belangenverstrengeling, gelijke behandeling en transparantie. Tevens wordt getracht onregelmatigheden en misbruik tijdig op te sporen middels interne controles, onafhankelijke audits van de Europese Rekenkamer en de Interne Auditdienst, fraudeopsporing door het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Aanklager (EPPO). Op het moment dat er een vermoeden is dat uitgaven mogelijk onrechtmatig, frauduleus of niet-doelmatig zijn kan de Europese Commissie of het verantwoordelijke agentschap de betalingen onmiddellijk opschorten. De opschorting is tijdelijk gedurende het onderzoek dat volgt. Indien misbruik definitief is vastgesteld kunnen eventuele financiële correcties, terugvorderingen of sancties formeel worden vastgelegd via een combinatie van juridische en boekhoudkundige besluite.
Daarnaast is de Meerjarig Financieel Kader (MFK)-rechtsstaatverordening van toepassing op leningen die verstrekt worden ter versterking van de Europese defensie-industrie via de SAFE-verordening. Bij schendingen van de beginselen van de rechtsstaat die rechtstreekse gevolgen hebben of dreigen te hebben voor de financiële belangen van de Unie of voor goed financieel beheer van de Uniebegroting kunnen passende maatregelen worden genomen tegen een lidstaat op grond van de MFK-rechtsstaatverordening. Daarbij geldt dat de Commissie bij haar beoordeling is gebonden aan de kaders van de verordeningen.
Zijn er nog andere Europese fondsen waar Hongarije op dit moment gebruik van maakt en waarbij het risico op misbruik hoog is?
Het MFK van de EU bestaat uit diverse fondsen waar alle lidstaten, inclusief Hongarije, EU-middelen uit kunnen ontvangen. Het gaat onder andere om de volgende fondsen: Cohesiefonds, Europees Regionaal Ontwikkelingsfonds, Europees Sociaal Fonds, Fonds voor rechtvaardige transitie, Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, Horizon en Next Generation EU. Hoewel Hongarije aanspraak kan maken op EU-middelen uit deze fondsen, zijn delen van de betalingen uit deze fondsen momenteel (gedeeltelijk) geblokkeerd of aan strikte voorwaarden gekoppeld, omdat sprake is van schendingen van de beginselen van de rechtsstaat die voldoende rechtstreeks gevolgen hebben of dreigen te hebben voor het goed financieel beheer van de Uniebegroting of de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Europese instellingen blijven actief toezicht houden op rechtsstatelijke ontwikkelingen en risico’s op mogelijk misbruik van EU-gelden middels de waarborgen zoals toegelicht in antwoord op vraag 5.
Heeft Nederland Hongarije aangesproken op de constatering dat het land misbruik maakt van EU-fondsen? Indien ja, wat was de reactie van de Hongaarse regering?
Ja. Het kabinet heeft ook in bilaterale contacten het belang van het respecteren van de beginselen van de rechtsstaat overgebracht aan Hongarije. Zie hiervoor bijvoorbeeld het verslag van de RAZ-Cohesie van 28 maart jl.3
Welke mogelijke stappen overweegt Nederland om Hongarije in Europees verband te sanctioneren? Is het bijvoorbeeld mogelijk om de Europese Commissie aan te sporen de toegang van Hongarije tot Europese middelen (verder) stop te zetten via het conditionaliteitsregime van verordening 2020/2092 of om een inbreukprocedure te beginnen op basis van artikel 259 VWEU?
Het is voor het kabinet van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt om terugval van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken, en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium, inclusief het financiële instrumentarium. Het kabinet pleit hier voortdurend voor.4 Op dit moment is ca. EUR 19 miljard aan EU-middelen voor Hongarije geblokkeerd. Eind 2024 is hiervan EUR 1 miljard definitief vervallen. Als hoedster van de Verdragen is het aan de Commissie om te beoordelen of een lidstaat het Unierecht schendt en op basis daarvan op te treden op basis van, onder meer, artikel 258 VWEU.5 Nederland roept de Commissie er toe op deze rol zo voortvarend mogelijk op te pakken, zo mogelijk samen met gelijkgezinde lidstaten. De Commissie heeft ook verschillende inbreukprocedures tegen Hongarije geïnitieerd vanwege de rechtsstatelijke zorgen, waaronder vanwege de anti-lhbtiq+-wetgeving die heeft geleid tot een zaak voor het EU Hof van Justitie. Nederland heeft, met 15 andere EU lidstaten, geïntervenieerd in deze hofzaak aan de zijde van de Commissie. Daarnaast steunt Nederland de inzet van de artikel 7 procedure in het geval van Hongarije vanwege de ernstige rechtsstaatzorgen. In uitvoering van de motie Paternotte/Van Campen, voert het kabinet actief het gesprek met andere lidstaten over de mogelijkheden om de artikel 7-procedure verder te brengen.6 De benodigde meerderheden om concrete stappen in de artikel 7-procedure te zetten zijn momenteel echter nog niet in zicht.
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije EU-fondsen misbruikt? Zeker omdat daar direct en indirect ook geld in zit wat in Nederland is verdiend?
Het kabinet is het eens dat het onaanvaardbaar is als lidstaten EU-fondsen misbruiken. Om misbruik van EU-gelden te voorkomen, op te sporen en te corrigeren, bevat het Financieel Reglement van de EU een uitgebreid pakket van juridische, administratieve en operationele waarborgen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5.
Hoe verhoudt Nederland zich tot de ambities van Hongarije om extra olie en gas vanuit Rusland te importeren?
Het kabinet heeft consequent het standpunt ingenomen dat Nederland, conform het REPowerEU doel, de import van Russische fossiele brandstoffen zo spoedig mogelijk wil afbouwen naar nul. Nederland heeft zich de afgelopen jaren in de EU dan ook hard ingezet voor de afbouw van Russische fossiele brandstoffen en heeft maatregelen voor de beperking daarvan genomen. Sinds 2022 is het aandeel Russische fossiele brandstoffen in de EU significant gedaald. Onder het recent aangenomen REPowerEU-voorstel moeten lidstaten de import van Russische LNG afbouwen per uiterlijk 31 december 2026 en pijpleidingengas per 30 september 2027. Het kabinet zal Hongarije blijven aanspreken op het belang van EU-eenheid jegens Rusland, zowel bilateraal als in EU-verband, en het belang te handelen in lijn met EU-afspraken om de energie-afhankelijkheid van Rusland af te bouwen.
Wat is de verwachte winst die Rusland maakt met het exporteren van olie en gas naar Hongarije?
EU-landen hebben afgesproken om de import van Russische olie en gas versneld af te bouwen, zoals toegelicht in het antwoord op vraag 10, zodat energie-importen niet langer bijdragen aan de Russische oorlogskas. Volgens recente cijfers van het Internationaal Energieagentschap (IEA) was de totale export van Russische ruwe olie en olieproducten afgenomen naar circa USD 11 miljard in november van dit jaar, ten opzichte van USD 22 miljard per maand in de eerste helft van 2022. In 2024 kwamen 74 procent van de Hongaarse gasimporten uit Rusland en 87 procent van de olie-importen.7 Het kabinet kan geen precieze uitspraken doen over de geldstromen naar specifiek Hongarije die samenhangen met import van Russische olie en gas, maar Hongarije zal, net als andere EU-lidstaten, versneld moeten inzetten op diversificatie van importroutes.
Welke alternatieve aanleveringsroutes en alternatieve handelspartners heeft Hongarije om olie en gas te importeren?
Hongarije kan de import van olie en gas diversifiëren, maar blijft afhankelijk van een beperkt aantal routes. Via de Adria-pijpleiding beschikt Hongarije volgens het Hongaarse staatsolietransportbedrijf JANAF8 over voldoende capaciteit om de olie-import te diversifiëren. In 2024 kwam 87 procent uit Rusland, 9 procent uit Kazachstan en 4 procent vanuit de zeehaven bij Kroatië via de Adria-pijpleiding.9 Voor de import van gas kunnen Hongaarse energiebedrijven gebruik maken van importcapaciteit van LNG-terminal Krk in Kroatië waar reeds capaciteit is geboekt alsmede van de LNG-terminal in Griekenland, evenals inkopen op de Europese gasmarkt via pijpleidingverbindingen met andere EU-landen.
Hoe beoordeelt u de relatie tussen de wens van Hongarije om olie en gas uit Rusland te blijven importeren met de houding van Hongarije ten opzichte van de Russische agressie-oorlog tegen Hongarije en het toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie?
Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 11 kwam in 2024 een groot aandeel van de Hongaarse gas- en olie-importen uit Rusland. Van Hongarije is bekend dat het de opening van Cluster 1 met Oekraïne blokkeert. Dergelijke oneigenlijke bilaterale blokkades zijn onwenselijk en schaden de geloofwaardigheid van het uitbreidingsproces.
Welke mogelijkheden zijn er in Europees verband om Hongarije niet langer te betrekken bij de besluitvorming omtrent steun van Europa aan Oekraïne?
Het kabinet blijft zich inzetten voor onverminderde politieke, militaire, financiële en morele steun aan Oekraïne vanuit de EU en streeft naar EU-eenheid in dit beleid. Sinds de start van de grootschalige invasie heeft de EU op grote schaal steun aan Oekraïne verleend, met ruim EUR 190 mld. aan steun en 19 sanctiepakketten om de druk op Rusland op te voeren. In geval van een blokkerende stem van een of meer lidstaten kan worden aangedrongen op constructieve onthouding of kan gebruik worden gemaakt van nauwere samenwerking. Een voorbeeld van laatstgenoemde is het besluit van Europese leiders van 18 en 19 december jl. om met 24 lidstaten een leeninstrument op te zetten om Oekraïne in 2026 en 2027 te voorzien van EUR 90 mld. aan essentiële financiële en militaire steun. Verder bepaalt het EU-verdrag dat bepaalde besluiten van Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) met een gekwalificeerde meerderheid (QMV) vastgesteld kunnen worden. Van deze mogelijkheid kan vaker gebruik worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het aanpassen van de listings van sanctieregimes. Voor uitbreiding van QMV-besluitvorming in het GBVB is unanimiteit vereist. Deze is op dit moment niet in zicht. Het kabinet zal zich in lijn met motie Klos.10 inzetten voor het afschaffen van veto’s in het GBVB. Tot slot kunnen, zoals de huidige praktijk laat zien, conclusies of verklaringen namens 26 lidstaten of alleen de voorzitter worden vastgesteld. Binnenkort ontvangt uw kamer de reactie van het kabinet op het recente advies van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken over de kracht van loyale samenwerking in de EU11 waarin uitgebreid op deze thematiek wordt ingegaan.
Bent u het met de VVD-fractie eens dat het onaanvaardbaar is dat Hongarije nauwe banden met Rusland blijft onderhouden en dat dit Rusland in staat blijft stellen om Oekraïne aan te vallen?
Er is binnen de EU brede overeenstemming over steun aan Oekraïne en de noodzaak om de druk op Rusland hoog te houden, inclusief gezamenlijke diplomatieke inspanningen om Rusland te isoleren. Het kabinet hecht wel belang aan het open houden van het diplomatieke kanaal met Rusland, maar dit geldt slechts voor noodzakelijk contact. Ook hindert de EU de Russische oorlogsmachine zoveel mogelijk door het Russische verdienvermogen te raken met sancties en andere maatregelen. Inzet die tegengesteld is aan deze positie, is niet in het belang van de EU en niet in het belang van Oekraïne en schaadt de uniforme Europese steun in woord en daad aan Oekraïne.
Hoe beoordeelt u de relatie tussen het stemgedrag van Hongarije in Europese Raden en Raden van Buitenlandse Zaken en de All-Weather Comprehensive Strategic Partnership die op 9 mei 2024 tussen China en Hongarije is gesloten?
Ik kan geen oordeel vellen over een direct veronderstelde relatie tussen het Hongaarse stemgedrag en het «All-Weather Comprehensive Strategic Partnership» tussen Hongarije en China. Het staat EU-lidstaten vrij om partnerschappen te sluiten met derde landen. Het Chinees-Hongaarse partnerschap zal meer afhankelijkheid van Hongarije van China op politieke, economische, veiligheids- en milieuterrein met zich meebrengen.
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó dat Europa China niet langer als een «systemic rival» moet zien?
Binnen de EU wordt de relatie met China gekarakteriseerd a.d.h.v. de drieslag «partner, competitor, systemic rival». Hoewel China een belangrijke partner blijft voor het innovatie- en verdienvermogen van Nederland en de EU, zien we al enige tijd een verschuiving in de balans richting concurrentie en systeemrivaliteit. De uitspraak van de Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken is ondergravend hieraan.
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het debat over de Europese Top van 18 en 19 december?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht dat Israëlische agenten Palestijnen doden ondanks overgave |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) |
|
|
|
|
Hoe beoordeelt u het bericht waarin wordt gemeld dat Israëlische undercoveragenten in Jenin drie Palestijnse mannen zouden hebben doodgeschoten, ondanks dat zij hun handen in de lucht zouden hebben gestoken in een teken van overgave?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van dit bericht waarin wordt beschreven dat twee Palestijnen zijn doodgeschoten door de Israëlische grenspolitie. Het kabinet kan dit specifieke incident niet eigenstandig verifiëren en heeft daarom Israël om opheldering gevraagd. Israël heeft bevestigd dat de Israëlische krijgsmacht het incident onderzoekt. Dit wacht het kabinet af.
Kunt u bevestigen of laten verifiëren of deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden?
Zie het antwoord op vraag 1.
Deelt u de mening dat ook bevriende democratische staten zoals Israël, gehouden zijn aan het internationaal recht en dat Nederland, als voorvechter daarvan, dit nadrukkelijk moet uitdragen?
Ja. Alle staten zijn gebonden aan het internationaal recht.
Hoe verhoudt dit optreden van Israël zich tot het internationaal humanitair recht?
Zie antwoord op vraag 1. Op basis van de berichtgeving in de media lijkt het relevante rechtsregime voor dit optreden niet dat van het humanitair oorlogsrecht, maar was er sprake van rechtshandhaving door Israëlische grenspolitie. Daardoor moet op basis van mensenrechten worden beoordeeld hoe dit optreden zich verhoudt tot het internationaal recht.
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar deze en vergelijkbare incidenten op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig. Het is in eerste instantie aan de meest betrokken staat of staten die terzake rechtsmacht hebben om onderzoek te doen. In dit geval heeft Israël aan het kabinet bevestigd dat de Israëlische krijgsmacht het incident onderzoekt. Dit wacht het kabinet af. Nederland roept Israël op, en zal Israël blijven oproepen, het internationaal recht te respecteren, na te leven, en vermeende schendingen te onderzoeken en berechten. Nederland spreekt Israël hier consistent op aan, ook in EU-verband.
Deelt u de mening dat het associatieverdrag met Israël moet worden heroverwogen als er ernstige mensenrechtenschendingen plaatsvinden door Israël? Valt dit incident daar wat u betreft onder?
Zie de antwoorden op de vragen 1 en 5.
Zo ja, bent u bereid om het opschorten van het associatieverdrag bespreekbaar te maken binnen de eerstvolgende EU-Raad Buitenlandse Zaken van 15 december? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie ook de antwoorden op de vragen 1 en 5.
De berichten dat Taiwan een initiatief heeft gelanceerd ter verdediging van onderzeese kabels. |
|
Derk Boswijk (CDA), Henk Jumelet (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) , Tieman |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten over het Taiwanese initiatief ter verdediging van onderzeese kabels genaamd RISK?1
Ja.
Ziet u ook de risico’s van deze onderzeese kabels in het kader van ongelukken met scheepsvaart en/of sabotage in het kader van hybride oorlogsvoering?
Ja, het kabinet erkent de risico’s van het beschadigen van onderzeese kabels. Ongelukken met scheepvaart vormen een belangrijke oorzaak voor dergelijke beschadigingen. Tegelijkertijd is er sprake van een aanhoudende sabotagedreiging, onder andere gericht op maritieme kritieke infrastructuur zoals onderzeese kabels.
Deelt u de mening dat de vrijheden van de internationale wateren niet in het geding mogen komen en dat het doelbewust beschadigen van internationale onderzeese kabels mogelijk hierop een inbreuk maakt? Zo niet, waarom niet?
Ja, Nederland hecht groot belang aan de vrijheden van de volle zee, waaronder de vrijheid van navigatie en de vrijheid om kabels en pijpleidingen te leggen, gecodificeerd in het VN-Zeerechtverdrag. Deze vrijheden gelden onder de voorwaarden die het zeerecht daaraan stelt ook in de exclusieve economische zone. In overeenstemming met het zeerecht, dienen deze vrijheden te worden uitgeoefend en beschermd op een wijze die terdege rekening houdt met rechten en plichten van de kuststaat in de EEZ en de belangen van andere staten op volle zee.
Zijn er overeenkomsten te vinden tussen de Chinese dreiging aan het adres van Taiwan en de Russische dreiging richting Europa wat betreft hybride oorlogsvoering, in het bijzonder als het onderwaterinfrastructuur betreft?
In algemene zin is er zowel in Europa als in de Indo-Pacific sprake van hybride dreigingen en werken landen aan het verbeteren van hun weerbaarheid hiertegen. Sabotage vormt een onderdeel van de dreiging in beide regio’s. Sabotage heeft verschillende verschijningsvormen en kan zich onder meer richten op vitale maritieme infrastructuur zoals data- en elektriciteitskabels.
Deelt u de mening dat in het kader van het beschermen van internationale onderzeese kabels, het zowel in het belang van Nederland is als dat van Taiwan als er meer wordt gewerkt aan het delen van informatie en het samen opbouwen van kennis om zo de kans op beschadigingen of sabotage aan onderzeese kabels in de Noordzee en de wateren rondom Taiwan te verkleinen?
Het beschermen van internationale onderzeese kabels is een gedeeld wereldwijd belang. Internationale samenwerking is dan ook belangrijk en noodzakelijk. Dit doen we binnen de EU en de NAVO en daarbuiten waar nodig en mogelijk.
Bent u bereid zich aan te sluiten bij de vier initiatieven zoals deze worden beschreven in het Taiwanese RISK-initiatief? Zo niet, zou u kunnen uitweiden waarom niet?
Gezien het belang van het beschermen van onderzeese kabels neemt Nederland deel aan verschillende internationale gremia waarin deze thematiek wordt geadresseerd. Nederland is bijvoorbeeld lid van de International Telecommunication Union (ITU) en via het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangesloten bij het International Cable Protection Committee (ICPC). Hierbinnen wordt al in breed internationaal verband gewerkt aan versterking van de weerbaarheid van de onderzeese kritieke infrastructuur door het delen van best practices tussen overheden, de industrie en bedrijven. Nederland ziet derhalve op dit moment geen noodzaak om zich aan te sluiten bij het Taiwanese initiatief, maar zal het belang van internationale samenwerking op dit thema, waar in mondiaal belang ook met Taiwan, blijven voorstaan en de noodzaak van deelname aan verscheidene initiatieven doorlopend blijven wegen.
Zijn er andere staten waarmee u de banden zou willen verstevigen in het kader van het beschermen van onze cruciale infrastructuur en dus onder andere internationale onderzeese kabels?
Ter bescherming van de kritieke onderzeese infrastructuur en maritieme veiligheid in brede zin richt Nederland zich primair op de nabije regio, en werkt daarom actief met de Noordzeelanden, de Scandinavische en Baltische staten.
Daarnaast is in het kader van het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) ook met andere landen kennis uitgewisseld op het gebied van kritieke onderzeese infrastructuur, zoals met Singapore en ASEAN (Association of Southeast Asian Nations). Verder heeft Nederland in het kader van het Indo-Pacific Ministerial Forum op 21 november jl. met diverse andere Europese lidstaten een samenwerking van de EU met de regio op dit terrein voorgesteld, waarbij de EU inzet op samenwerking met partners in de Indo-Pacific regio gericht op uitwisseling van kennis en expertise op het gebied van beschermen van kritieke infrastructuur op zee.
Op welke manieren bent u bereid zich in te zetten voor een betere bescherming, internationaal, van de onderzeese kabelinfrastructuur?
Van belang is een goede informatie-uitwisseling en het delen van best practices. Niet alleen tussen landen onderling maar ook in samenwerking met de industrie die over veel kennis en ervaring beschikt. Zo is samenwerking, nationaal en internationaal, publiek en privaat, een belangrijke actielijn binnen het PBNI. In dit kader is in 2024 een Joint Declaration of Intent ondertekend door de verschillende Noordzeelanden (België, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Nederland) om samen te werken aan verbeterde informatie-uitwisseling en het nemen van coherente en gecoördineerde weerbaarheidsmaatregelen.
Het bericht 'Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen' |
|
Tijs van den Brink (CDA), Derk Boswijk (CDA), Jantine Zwinkels (CDA) |
|
van Marum , Rijkaart |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Trollenlegers uit buitenland versterkten politieke en opruiende berichten rond verkiezingen»?1
Ja, hiervan ben ik op de hoogte.
Kunt u reageren op het onderzoek van RTL Nieuws, waaruit blijkt dat honderden nepaccounts uit Nigeria, Ghana en andere landen op sociale media rond de Nederlandse Tweede Kamerverkiezing het debat beïnvloed hebben?
Pogingen tot beïnvloeding van onze democratie door middel van nepaccounts op sociale mediazijn ernstig en zorgelijk. Gelukkig heeft Nederland een robuuste democratie met transparante en controleerbare verkiezingen, waardoor ik de impact van de nepaccounts als beperkt beschouw. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Tegelijkertijd is elke gecoördineerde campagne die het publieke debat rondom het verkiezingsproces mogelijk beïnvloedt, ongeacht de omvang, volstrekt onwenselijk. Het publieke debat is van iedereen en dient daarom niet gemanipuleerd te worden, zeker in relatie tot cruciale democratische processen zoals nationale verkiezingen. Sociale media bedrijven kunnen hiervoor misbruikt worden. Zeer grote online platformen hebben daarom de verplichting om te onderzoeken of hun diensten op deze manier misbruikt kunnen worden, en zo nodig maatregelen te treffen om dat te adresseren.
Ik vind het belangrijk dat platformen verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen tegen illegale content, desinformatie en gecoördineerd niet-authentiek gedrag. Daarom blijf ik in gesprek met de platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces, zoals toegezegd in de Kamerbrief over het contact met de platformen.2 Dit gesprek zal ook voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden.
We staan er als Nederland niet alleen voor. Samen met de Europese Commissie en andere EU-lidstaten spannen we ons gezamenlijk in om de democratie te verdedigen tegen buitenlandse inmenging. Zo is recent het European Democracy Shield gepubliceerd, en zijn al verschillende onderzoeken tegen zeer grote online platformen gestart in verband met mogelijke overtredingen van de digitaledienstenverordening (DSA). Ik steun de Europese Commissie in haar toezicht en in de lopende onderzoeken, waarbij ook aandacht is voor gecoördineerd niet-authentiek gedrag en manipulatie. Ook zoeken we bilaterale samenwerking en kennisuitwisseling met partners, waaronder Duitsland, Frankrijk en Zweden op, om te leren van hun ervaringen op dit gebied.
Kunt u bevestigen dat het inderdaad ook gaat om Russische invloed?
De diensten doen onderzoek naar statelijke actoren en in welke mate zij een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Wanneer zij stuiten op pogingen tot beïnvloeding, manipulatie of verstoring van de verkiezingen, kunnen en zullen de diensten hun wettelijke bevoegdheden inzetten om dit tegen te gaan. In het openbaar kan ik niet ingaan op individuele gevallen. Immers, dit zou inzicht geven in het huidige kennisniveau van de diensten en daarmee de nationale veiligheid kunnen schaden.
Wel waarschuwen de diensten en de NCTV in zijn algemeenheid dat statelijke actoren onze democratie kunnen en willen ondermijnen.3 De inzet van sociale media, waarbij nepaccounts profielen en berichten proberen te versterken, past in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Er moet rekening worden gehouden dat deze vorm van heimelijke beïnvloeding veelvuldig voor kan komen, met name rondom verkiezingen.
Hoe oordeelt u over de impact van deze trollenlegers op de verkiezingen?
Ondanks dat iedere poging om het verkiezingsproces te beïnvloeden ongewenst is, betekent het niet dat iedere poging ook een daadwerkelijke invloed heeft. Door het geringe aantal nepaccounts kan worden vastgesteld dat de impact beperkt was. De verkiezingen zijn eerlijk en vrij verlopen. Ondanks dat deze specifieke casus geen grote impact heeft gehad op de afgelopen verkiezingen, kan het meermalig gebruik van nepaccounts door verschillende actoren het vertrouwen in het verkiezingsproces en het publieke debat ondermijnen. Daarom moet de samenleving weerbaar zijn en blijven tegen beïnvloedingspogingen en neemt het kabinet maatregelen om de verkiezingen eerlijk en vrij te laten verlopen. Zie hiervoor het antwoord op vraag 7.
Zijn deze trollenlegers nog steeds actief? In hoeverre is hier inzicht in?
Zie het antwoord op vraag 3.
Herinnert u zich eerdere waarschuwingen van onder andere Europol en de Europese Commissie over buitenlandse informatieoperaties gericht op EU-lidstaten?
Er is binnen de EU veel aandacht voor buitenlandse informatieoperaties gericht op de EU-lidstaten. De Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) staan hierover in nauw contact met de lidstaten. Bijvoorbeeld via de Rapid Alert System (RAS), dat in het leven is geroepen om snel met andere lidstaten te communiceren en waar nodig gezamenlijke actie te ondernemen. Nederland neemt actief deel aan de RAS. Zo heeft BZK afgelopen november een bijeenkomst georganiseerd voor de RAS-leden waar mogelijke beïnvloeding van verkiezingen onderdeel van de agenda was.
Gezien de groeiende dreiging van buiten de EU, is in het recent gepresenteerde European Democracy Shield (EUDS) aangekondigd de samenwerking te versterken. Uw Kamer wordt hierover binnenkort, via de gebruikelijke wijze, geïnformeerd.
Welke aanvullende Nederlandse maatregelen zijn sindsdien genomen en hoe verhouden die zich tot de bevindingen in dit RTL-onderzoek?
Het kabinet neemt iedere verkiezing maatregelen om risico’s op buitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces tegen te gaan. Deze maatregelen worden doorlopend geëvalueerd en aangescherpt waar nodig. Hierbij kijk ik ook naar de ervaringen van andere EU-lidstaten en EU-instellingen. Dit maatregelenpakket omvat onder andere een offensieve aanpak tegen desinformatie en informatiemanipulatie. Over de genomen maatregelen is uw Kamer eerder over geïnformeerd.4
Separaat werk ik in samenwerking met andere departementen uit hoe we eerder en beter zicht kunnen krijgen op buitenlandse beïnvloedingscampagnes (FIMI) die onze Nederlandse belangen willen ondermijnen, zoals een gezonde democratie en maatschappelijke stabiliteit. Het gaat hier dus om detectie-capaciteit. Hierbij leren we van de ervaringen van EU-lidstaten, zoals Frankrijk en Zweden, hoe zij dergelijke FIMI detecteren en hierop reageren. We werken momenteel uit hoe we FIMI-detectie in de Nederlandse context kunnen vormgeven. Uw Kamer wordt hierover na het zomerreces geïnformeerd.
Daarnaast vind ik het van belang dat organisaties die zich inzetten om informatiecampagnes en desinformatie bloot te leggen, zoals factcheckers en onderzoeksjournalisten, hun werk kunnen doen en het publiek blijven informeren.
Ik heb van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte heeft gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Verder ga ik, zoals omschreven in het antwoord op vraag 2, wederom in gesprek met de sociale media platformen, over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces. Dit gesprek zal voor de komende gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Tot slot kan het Ministerie van BZK tijdens verkiezingen in contact treden met de platformen X, Meta, TikTok, Google, of Snapchat, indien er signalen zijn over berichten met feitelijk onjuiste informatie over het verkiezingsproces. Met die platformen bestaat de afspraak dat zij deze meldingen van BZK gedurende de verkiezingsperiode met prioriteit behandelen. Dit noemt BZK de «verkiezingen flagger status». Het ministerie heeft geen bevoegdheid om bepaalde content te laten verwijderen. Gedane meldingen worden achteraf wel openbaar gemaakt in de evaluatie van de desbetreffende verkiezing.5 Ik wil verkennen of deze status verder uitgebreid kan worden, om zo ook niet-authentieke campagnes onder de aandacht te brengen van platformen.
Zijn er bij u signalen bekend dat buitenlandse netwerken gericht hebben geprobeerd invloed uit te oefenen op de Nederlandse verkiezingen? Zo ja, in hoeverre is hiervan sprake geweest?
Zoals gezegd in antwoord op vraag 3, passen het gebruik van nepaccounts die profielen en berichten proberen te versterken in het beeld van de wijze waarop statelijke actoren de democratische rechtsstaat proberen te ondermijnen. Daarom neem ik iedere verkiezing maatregelen om de effecten van deze heimelijke beïnvloedingspogingen te mitigeren en is het van belang dat platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van het publieke debat.
Is het denkbaar dat er nog meer trollenlegers actief zijn geweest rond de verkiezingen dan bekend is dankzij dit onderzoek. Zo ja, hoeveel? Op welke manier is dat volgens u in de toekomst te voorkomen?
Zie antwoord vraag 8.
Deelt u de mening dat platforms die zich niet aan de regels houden gestraft moeten worden en dat websites en platforms bij herhaalde en grove schending (tijdelijk) uit de lucht moeten worden gehaald? In hoeverre hebben de socialemediaplatformen volgens u de verantwoordelijkheid om buitenlandse nepaccounts die zich mengen in maatschappelijke discussies in Nederland te weren en offline te halen; op basis van welk beleid of wetgeving kunt u hen hier ook verantwoordelijk voor houden? Hoe zou de aanstaande wetgeving (denk aan de Digitaledienstenverordening, de Verordening artificiële intelligentie en Digital Fairness Act) en handhaving hierop een rol van betekenis in kunnen spelen?
Het kabinet acht het van belang dat sociale media platformen hun verantwoordelijkheid nemen in het beschermen van de integriteit van het verkiezingsproces. Zo verplicht de digitaledienstenverordening DSA zeer grote online platformen en zoekmachines (VLOPs en VLOSEs) om systeemrisico’s in kaart te brengen en hier maatregelen tegen te nemen. Dit betreft ook risico’s rond verkiezingsprocessen, zoals de verspreiding van desinformatie of opzettelijke manipulatie van de dienst, onder meer door niet-authentiek gebruik (zoals nepaccounts).
Voor het toezicht op en handhaving van de verplichtingen uit de DSA op VLOPs en VLOSEs is de Europese Commissie exclusief bevoegd. Tot op heden heeft de Europese Commissie 9 formele procedures geopend tegen VLOPs, waaronder 4 socialemediabedrijven: Facebook, Instagram, TikTok en X. De overige 5 VLOPs zijn Aliexpress, Temu, Pornhub, XNXX en XVideos. Het kabinet volgt deze en andere lopende onderzoeken met grote interesse en staat samen met andere lidstaten achter de Europese Commissie en de proactieve handhaving van de DSA-verplichtingen.
Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat platformen ook proactief maatregelen te nemen om onze democratische processen te beschermen, en daarbij niet de onderzoeken van de Commissie afwachten. Daarom zijn er tijdens de afgelopen verkiezing op verschillende manieren gesprekken geweest met de platformen en ga ik, zoals vermeld in antwoord 2, in gesprek met de platformen over platformen over hun verantwoordelijkheden voor het beschermen van het publiek debat en het verkiezingsproces.
Zijn er socialemediaplatformen aangesproken vanwege de buitenlandse nepaccounts die verkiezingen proberen te beïnvloeden. Zo ja, welke maatregelen zijn vervolgens genomen?
In Nederland zijn er door de rijksoverheid geen platformen specifiek aangesproken vanwege buitenlandse nepaccounts. Wel heb ik van de ACM vernomen dat zij de Europese Commissie op de hoogte gebracht van het onderzoek van Trollrensics, waarop de berichtgeving is gebaseerd. Daarnaast heeft het Ministerie van BZK contact gehad met Meta en X over berichten met onjuiste informatie hoe te stemmen. Uw Kamer wordt in de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing hierover geïnformeerd.
Het kabinet moedigt onderzoekers, burgers en maatschappelijke organisaties aan om ook zelf melding te doen bij het desbetreffende platform, als zij stuiten op nepaccounts en content dat ingaat tegen wet- en regelgeving, of het beleid van het platform zelf. Indien een platform niet reageert, dan kan daarover een melding worden gedaan bij de ACM.
Welke concrete maatregelen kunt u nemen om buitenlandse inmenging via sociale media bij verkiezingen te voorkomen en beperken? Zijn deze maatregelen volgens u voldoende?
Voor de maatregelen die wij nemen, verwijs ik naar het antwoord op vraag 7.
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat kiezers tijdens toekomstige verkiezingen beschermd worden tegen buitenlandse beïnvloeding via sociale media?
Zie het antwoord op vraag 7.
Bent u bereid om deze zorgen bij Europese collega’s onder de aandacht te brengen en ervaringen uit te wisselen om buitenlandse inmenging te voorkomen?
Ja, Nederland neemt actief deel aan verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Rapid Alert System (RAS) en de European Cooperation Network on Elections (ECNE) en de Europese Raadswerkgroep voor het vergroten van weerbaarheid en tegengaan van hybride dreigingen (HWP ERCHT). Ook zet Nederland zich er voor in dat binnen de Raad van Europa wordt samengewerkt om de dreiging van FIMI voor onze democratie tegen te gaan in het kader van het New Democratic Pact.
Een gat in de steun aan Oekraïne |
|
Eric van der Burg (VVD), Fatimazhra Belhirch (D66), Kati Piri (PvdA), Maes van Lanschot (CDA), Laurens Dassen (Volt), Don Ceder (CU), Hanneke van der Werf (D66), Derk Boswijk (CDA) |
|
Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de aangenomen motie van het lid Boswijk c.s. waarin de regering verzocht werd zich ervoor in te blijven spannen dat er geen ongewenste gaten vallen in de militaire steun aan Oekraïne?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat een deel van het budget voor militaire steun aan Oekraïne van 2026 naar het jaar 2025 vooruit is geschoven?
Ja, het kabinet heeft tijdens voorjaarsbesluitvorming van 2025 besloten om de militaire steun te continueren met € 3,1 miljard op de defensiebegroting voor 2026 (binnen het totaal van € 3,5 miljard steun voor Oekraïne). De militaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïne hebben er toe geleid dat het kabinet heeft besloten een deel hiervan versneld in 2025 te realiseren.
Klopt het dat daarmee vaststaat dat de militaire steun aan Oekraïne in 2026 flink lager zal zijn dan in dit jaar? Zo ja, wat is het verschil?
De totale militaire steun aan Oekraïne blijft hetzelfde als bij de voorjaarsbesluitvorming is besloten. Een deel van deze steun is versneld in 2025 tot kasuitgaven gekomen. Als direct gevolg van het besluit is een gedeelte van de middelen die oorspronkelijk voor 2026 bestemd waren, reeds dit kalenderjaar uitgegeven. Het totale begrote bedrag aan kasuitgaven zal daardoor ca. € 4,3 miljard voor 2025 bedragen op de defensiebegroting. De momenteel begrote militaire steun op de defensiebegroting aan kasuitgaven voor 2026 bedraagt vooralsnog € 2,1 miljard. Voor 2027 zijn reeds kasuitgaven voor een totaal van € 750 miljoen gereserveerd op de defensiebegroting, mede omdat dit Nederland in staat stelt meerjarige uitgavenverplichtingen aan te gaan (bijvoorbeeld mbt de productie van drones en F16-gerelateerde verplichtingen).
Daarnaast is er in 2025, 2026 en 2027 nog respectievelijk ca. € 0,7 miljard, ca. € 0,5 miljard en ca. € 0,4 miljard beschikbaar op het defensiematerieelfonds voor de eigen krijgsmacht ter vervanging van eerder geleverd materieel.
Voorziet u dat in 2026 de voortzetting van de Oekraïense defensie-industrie in het geding komt? Zo nee, waarom niet?
Dit kabinet onderstreept het belang van het investeren in de Oekraïense defensie-industrie en heeft daartoe reeds meer dan € 1 miljard direct bij bedrijven in Oekraïne verworven. Een deel van deze investeringen zal in 2026 tot daadwerkelijke leveringen aan Oekraïne leiden. Ook in 2026 zal Nederland blijven investeren in de Oekraïense defensie-industrie.
Nederland investeert relatief veel in de Oekraïense defensie-industrie, onder andere via het Drone Line Initiative. Om voortzetting van de productie van de Oekraïense defensie-industrie in 2026 te waarborgen roept dit kabinet ook andere landen op om meer te investeren in de Oekraïense defensie-industrie. Hierbij biedt Nederland ook aan om gebruik te maken van onze contracten, ervaringen en opgedane lessen.
Bent u het ermee eens dat de Oekraïense strijdkrachten onverminderde steun verdienen? Zo nee, waarom niet?
Ja, Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel onverminderd steunen in tijden van oorlog, herstel en wederopbouw, zo lang als nodig is. Daarom is de lijn van het kabinet dat de internationale steun opgevoerd moet worden om Oekraïne in de sterkst mogelijke positie te brengen, waardoor Oekraïne ruimte krijgt bij mogelijke onderhandelingen en Oekraïne zich ook tegen toekomstige Russische agressie kan blijven verdedigen. Het onverminderd ondersteunen van de Oekraïense strijdkrachten met militaire steun is daar uiteraard onderdeel van.
Hoe bent u van plan om te voorkomen dat er ongewenste gaten vallen in de militaire steun aan Oekraïne?
Defensie richt zich op het waarborgen van een doorlopende en betrouwbare militaire steun aan Oekraïne. Tegelijkertijd is ook enige ruimte voor flexibiliteit nodig om te kunnen reageren op veranderende omstandigheden, zowel in Oekraïne als in de internationale steunverlening. Nederland zorgt ervoor dat de samenstelling van de militaire steun nauw aansluit op de behoeften van het Oekraïense Ministerie van Defensie en dat toezeggingen aan Oekraïne ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Naast de eigen inspanningen spoort Nederland ook andere bondgenoten aan om meer steun aan Oekraïne te leveren. Daarmee zet het kabinet in op meerburden sharing. Daarbij wordt ook gekeken naar de inzet van Russische bevroren tegoeden.
Het illegale gokplatform Polymarket en de normalisatie van gokken op politiek |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een bekende Nederlandse ondernemer in een podcast openlijk vertelde 8.000 euro te hebben gewonnen door te gokken op de Tweede Kamerverkiezingen via het Amerikaanse platform Polymarket?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het dat een ondernemer en opiniemaker publiekelijk reclameachtige aandacht genereert voor een illegaal gokplatform? Acht u dit wenselijk in het licht van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die publieke figuren dragen?
De Ksa heeft kenbaar gemaakt dat zij van mening is dat Polymarket illegaal kansspelen aanbiedt. Het aanbieden van online kansspelen zonder vergunning is niet alleen onwenselijk, dit is ook verboden. Het bevorderen van kansspelen die zonder vergunning worden georganiseerd, is eveneens verboden. Onder het bevorderen van kansspelen wordt in ieder geval wervings- en reclamediensten ten behoeve van (illegale) kansspelen verstaan.2 Werving voor een verboden product is in navolging daarvan eveneens niet toegestaan en is des te zorgelijker wanneer dit wordt gedaan door mensen die bekend zijn onder een breed publiek. Dergelijke uitlatingen en in het bijzonder het wekken van de indruk dat het om een financieel product zou gaan, kunnen daarnaast bijdragen aan de normalisatie en miskenning van het feit dat het om gokken gaat. Daarom zijn ook voor vergunde kansspelaanbieders reeds strenge reclameregels van kracht, waaronder het verbod op de inzet van rolmodellen bij reclame voor risicovolle kansspelen.
Deelt u de mening dat dit soort uitlatingen kunnen bijdragen aan de normalisatie van online gokken en daarmee ook het risico op gokverslaving vergroot, zeker onder jongeren en jongvolwassenen?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat Polymarket zonder vergunning actief is in Nederland en dat de Kansspelautoriteit (Ksa) het bedrijf als illegaal kansspelbedrijf beschouwt? Zo ja, welke stappen onderneemt de Ksa op dit moment tegen Polymarket?
Het is aan de Kansspelautoriteit (Ksa) om te beoordelen of er sprake is van illegale kansspelen. Zoals genoemd in het antwoord op vragen 2 en 3 is de Ksa van mening dat op deze website sprake is van de mogelijkheid tot gokken. De Ksa beraadt zich op vervolgstappen. Over al dan niet lopende onderzoeken doet de Ksa als onafhankelijke toezichthouder geen uitspraken.
Wordt hierbij ook onderzocht of het platform zich actief richt op Nederlandse gebruikers, onder meer via influencers en Nederlandse content?
Zie antwoord vraag 4.
Waarom bestaat er in Nederland geen zwarte lijst waarop illegale gokbedrijven openbaar worden vermeld zoals in België bestaat en waar Polymarket op is geplaatst?
De Ksa publiceert geen zwarte lijst met illegale gokbedrijven. Ten eerste omdat hiermee het risico kan ontstaan dat mensen onnodig worden geattendeerd op deze sites. Ten tweede zou een dergelijke lijst, gezien de snelle omloop van illegaal aanbod, continue aangepast moeten worden. De Ksa heeft op haar website en op haar informatieplatform «OpenOverGokken» een overzicht geplaatst van vergunde kansspelaanbieders, genaamd de Kansspelwijzer. Daarnaast publiceert zij informatie over opgelegde sancties aan illegale aanbieders.
In het licht van bovenstaande overweeg ik niet om een zwarte lijst in te voeren in Nederland, maar werk ik juist aan maatregelen om illegaal aanbod beter tegen te gaan, zoals het op zwart kunnen zetten of blokkeren van illegale websites. In de brief van 14 februari jl. is nader uiteengezet om welke maatregelen het gaat.3
Overweegt u zo’n lijst alsnog in te voeren, bijvoorbeeld naar Belgisch model, zodat consumenten beter kunnen worden gewaarschuwd?
Zie antwoord vraag 6.
Klopt het dat (online) gokken op politiek in Nederland verboden is, ook voor vergunninghoudende aanbieders? Zo ja, welke sancties kunnen worden opgelegd aan bedrijven die dit verbod overtreden? Wordt er onderzocht hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen?
Het klopt dat gokken op politiek in Nederland verboden is. In Nederland zijn weddenschappen bij vergunde kansspelaanbieders toegestaan op sportwedstrijden en elementen van sporten die niet gemakkelijk gemanipuleerd of voorspeld kunnen worden. Indien bedrijven zich hier niet aan houden, treedt de Ksa op. Zij heeft een breed handhavingsinstrumentarium dat varieert van normoverdragende gesprekken tot het opleggen van boetes. De Ksa kan niet zien hoeveel Nederlanders via buitenlandse platforms hebben gegokt op de Nederlandse verkiezingen.
Hoe groot acht u het risico dat cryptogeld en buitenlandse platforms worden gebruikt om de Wet kansspelen op afstand te omzeilen?
De laatste monitoringsrapportage van de Ksa laat zien dat op dit moment ongeveer de helft van het geld wordt ingezet bij illegaal aanbod. Dit kan ook met cryptovaluta zijn.4
Wordt hier structureel op gehandhaafd, bijvoorbeeld in samenwerking met De Nederlandsche Bank of de Financial Intelligence Unit (FIU)?
Ik werk momenteel aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken, zoals geschetst in de brief van mijn ambtsvoorganger van 14 februari jl.5 Daarbij kijk ik ook naar mogelijkheden om effectiever derde partijen, zoals internetserviceproviders, betaaldienstverleners of mediapartijen aan te kunnen spreken op het aanbieden van hun diensten aan illegale aanbieders.
Aangezien het realiseren van nieuwe wet- en regelgeving tijd kost, en omdat bestrijding van illegaliteit urgent is, heeft de Ksa het initiatief genomen in een Alliantie te kijken wat binnen de huidige wet- en regelgeving aanvullend mogelijk is. Dit heb ik eerder geschetst in de beantwoording van Kamervragen over illegale gokaanbieders die zich richten op jongeren.6
Deelt u de zorgen dat de huidige toezichtcapaciteit van de Ksa onvoldoende is om effectief op te treden tegen buitenlandse gokplatforms die zich richten op Nederlandse spelers?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 werk ik aan uitbreiding van de instrumenten van de Ksa om illegale aanbieders aan te pakken. In de afgelopen jaren heeft de Ksa haar capaciteit stevig uitgebreid, met name op het gebied van toezicht en handhaving. Conform de toezichtagenda 2025 zet de Ksa met prioriteit in op het frustreren van de infrastructuur die de illegale online aanbieders gebruiken om hun illegale diensten aan te bieden. Ook verboden reclame, onder meer door affiliates of influencers, krijgt het komende jaar extra aandacht.7
Kunt u toelichten of er sinds de legalisering van online kansspelen extra middelen of bevoegdheden aan de Ksa zijn toegekend om dit type internationale handhaving te versterken?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 11, heeft de Ksa de afgelopen jaren haar capaciteit voor toezicht en handhaving stevig uitgebreid. In de brief van 14 februari jl. is daarnaast toegelicht dat de aanpak van illegaal aanbod en deelname daaraan een van de speerpunten is van de nieuwe visie op het kansspelbeleid. Daarom wordt geïntensiveerd door middel van het versterken van het handhavingsinstrumentarium. De Ksa werkt daarnaast samen met haar internationale counterparts om illegaliteit samen terug te dringen. De Ksa neemt deel aan diverse samenwerkingsverbanden, Europees en wereldwijd, waarbij samen wordt opgetrokken richting derde partijen en informatie wordt gedeeld.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met aanbieders van podcasts en mediaplatforms over hun verantwoordelijkheid om geen ruimte te geven aan promotie of verheerlijking van illegaal online gokken?
Het is aan de Ksa als onafhankelijke toezichthouder om aanbieders van podcasts of mediaplatforms erop aan te spreken wanneer via hun platforms wordt geworven voor illegaal aanbod van kansspelen. De Ksa heeft contact gehad met verschillende personen die publiekelijk Polymarket hebben gepromoot rondom de Nederlandse verkiezingen en ze hierop aangesproken. Met deze personen is gesproken over de kwalijkheid daarvan en ze hebben toegezegd zich in de toekomst van dergelijke activiteiten te onthouden.
Kunt u toezeggen de Kamer op korte termijn te informeren over de voortgang van het onderzoek van de Kansspelautoriteit naar Polymarket, inclusief de vervolgstappen en/of sancties?
Over al dan niet lopende onderzoeken van de Ksa kan ik geen uitspraken doen. Wanneer de Ksa sanctiebesluiten neemt die openbaar kunnen worden gemaakt, dan publiceert de Ksa deze op haar website.
Het wegnemen van financieringsknelpunten voor het opschalen van de defensie-industrie |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
Gijs Tuinman (BBB), Ruben Brekelmans (minister defensie) (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u een stand van zaken geven van wat er tot nog toe gedaan is binnen de vier actielijnen om knelpunten rondom financiering van (de opschaling van) de defensie-industrie te verminderen, zoals omschreven in uw brief van 12 maart 2025? (Kamerstuk 31 125, nr. 133)
Uw Kamer is met de brief van 12 maart jl. over oplossingen en actielijnen voor financieringsknelpunten van de Defensie-industrie geïnformeerd.1 Deze knelpunten worden via vier actielijnen opgepakt:
1) Thematische Technologie Transfer (TTT) (10 miljoen): De inzet in TTT draagt bij aan het versnellen van dual-use innovatie en valorisatie, door het stimuleren van de oprichting van start-ups en spin-offs binnen de 5 NLD gebieden vanuit kennisinstellingen, via innovatievouchers en vroege investeringen. 2) SEED Capital (25 miljoen): Met de SEED Capital regeling wordt durfkapitaal geactiveerd om te investeren in hoog-risico sectoren, zoals de Defensie-industrie.
Herinnert u zich de aangenomen motie Boswijk over het wegnemen van financieringsknelpunten voor het opschalen van de defensie-industrie, met daarin het verzoek alle aanbevelingen uit het rapport van de specialisten van IDEA uit te voeren? (Kamerstuk 31 125, nr. 136)
De aangenomen motie van het lid Boswijk (CDA) ingediend bij het tweeminutendebat Defensie industrie van 19 juni heeft de aandacht van het Ministerie van Defensie. Het Ministerie van Defensie werkt in samenwerking met andere departementen aan de uitvoering van de aanbevelingen uit het IDEA rapport die bij de overheid liggen, ingebed in de vier actielijnen.
Kunt u van ieder van de acht door IDEA geformuleerde knelpunten apart aangeven waar deze aansluiten binnen de vier actielijnen uit de brief van 12 maart 2025?
De geconstateerde knelpunten worden hoofdzakelijk gekoppeld aan de actielijnen zoals hieronder weergegeven:
De knelpunten raken in meerdere gevallen aan meerdere actielijnen. Zo is knelpunt G. ook een factor bij het mobiliseren van private financiering en valt marktconforme voorfinanciering ook onder het wegnemen van praktische belemmeringen.
Kunt u van ieder van de acht door IDEA geformuleerde knelpunten apart aangeven welke stappen Defensie inmiddels heeft gezet om deze knelpunten aan te pakken?
De door de IDEA geïdentificeerde knelpunten worden, zoals in vraag 3 aangegeven, opgepakt via vier actielijnen. Een voortgang van enkele van de acties op de vier actielijnen kunt u vinden in het antwoord op vraag 1.
Bent u bereid de onderzoekers van IDEA te vragen of zij van mening zijn dat met de ingezette actielijnen van Defensie daadwerkelijk de door hen op basis van ruim 500 consultaties van Nederlandse en Europese defensiebedrijven en financiële instellingen geconstateerde knelpunten adequaat worden aangepakt? Zo nee, waarom niet?
Defensie kent IDEA als een expertgroep van reservisten die hun kennis uit hun werkveld meenemen en Defensie verrijken. Wij waarderen hun sterke motivatie en betrokkenheid. Dankzij hun scherpe analyse ligt er nu een raamwerk waar Defensie op kan voortbouwen. Momenteel werken wij aan het oplossen van de gesignaleerde knelpunten, waarover uw Kamer in 2026 geïnformeerd zal worden. IDEA is een expertgroep binnen de krijgsmacht en zal de komende tijd ook zeker – waar opportuun – geconsulteerd worden bij het uitwerken van de oplossingen.
Kunt u de Kamer voor het eind van 2025 informeren over de uitkomsten van deze uitvraag bij de onderzoekers?
Het is op dit moment niet het voornemen van Defensie om een dergelijke aanvullende uitvraag te doen vooruitlopend op de eerder genoemde update. Zoals gezegd is het mogelijk dat – afhankelijk van resultaten op lopende en toekomstige projecten om de reeds in kaart gebrachte knelpunten aan te pakken via de actielijnen – een aanvullende uitvraag alsnog wenselijk wordt geacht.