Bent u bekend met het bericht «Politie Amsterdam neemt op Amerikaans verzoek server in beslag van linkse internetdienstverlener A/I: organisatie zou «antifa» faciliteren»?1
Wat is uw reactie op het Amerikaanse verzoek om de server van het Europese internetbedrijf Autistici/Inventati (A/I) om politieke redenen in beslag te nemen?
Moet een rechtshulpverzoek altijd worden ingewilligd? Op welke basis kan dit in Nederland en in de Europese Unie (EU) worden geweigerd?
Wat betekent het in beslag nemen van de servers voor andere Europese internetbedrijven, bijvoorbeeld bedrijven die diensten leveren aan het Internationaal Strafhof? Kunnen zij vrij en autonoom handelen als deze sancties boven het hoofd hangen en wetende dat deze ook nageleefd zullen worden?
Hoe vaak heeft de Amerikaanse regering de afgelopen twee jaar gevraagd om servers of gegevens van internetdienstverleners in beslag te nemen? Hoe vaak is Nederland daarop ingegaan en hoe vaak is het verzoek geweigerd?
In het geval de servers van Tweede Kamer zouden worden opgevraagd door de Amerikaanse regering, zou u het verzoek dan ook inwilligen? Om welke reden wel of niet?
Is Nederland wettelijk gehouden aan Amerikaanse rechtshulpverzoeken om servers in beslag te nemen? En welke mechanismen zijn er om de verzoeken niet in te willigen als deze ingaan tegen nationale- en Europese wetgeving?
Welke waarborgen zijn er dat Nederland niet meewerkt aan buitenlandse rechtshulpverzoeken die gericht zijn op organisaties vanwege hun politieke opvattingen?
Hoe verhoudt de inbeslagname zich tot netneutraliteit en de onafhankelijkheid van internetbedrijven?
Heeft de politie weerwoord geboden aan het Amerikaanse verzoek, uitgaande van netneutraliteit en de onafhankelijke positie van internetbedrijven? Waarom wel of niet?
Draagt Nederland, door een dergelijk verzoek uiteindelijk in te willigen, bij aan het schrikeffect van de Amerikaanse sancties die het kabinet zegt af te keuren?
Kunt u deze vragen, alsmede de eerder gestelde vragen van de leden Kathmann en El Boujdaini over Amerikaanse sancties tegen de Europese internetsector2, afzonderlijk van elkaar en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het NOS-bericht ‘Een derde aangevraagde stroom komt van datacenters, genoeg voor 15 miljoen huishoudens’ |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Aerdts , Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het NOS-bericht «Een derde aangevraagde stroom komt van datacenters, genoeg voor 15 miljoen huishoudens»?1
Hoeveel procent van de huidige in Nederland aanwezige datacentercapaciteit is in handen, via direct eigenaarschap of proxy-bedrijf, van Amerikaanse hyperscalers? Kunt u bij het beantwoorden een overzicht geven van type en gebruik (work load)?
Hoeveel procent van de huidige in Nederland aanwezige capaciteit is in handen, via directe eigenaarschap of proxy-bedrijf, van Amerikaanse techbedrijven in het algemeen? Kunt u bij het beantwoorden een overzicht geven van type en gebruik (work load)?
Hoeveel capaciteit is er in Nederland in aanbouw of in de planning? Kunt u bij de beantwoording een uitsplitsing maken naar type en gebruik en naar eigenaarschap zoals gevraagd in vraag 2 en 3?
Welk type datacenters vindt u dat er in Nederland toegevoegde waarden hebben en waarom? Kunt u daarbij ingaan op Europese soevereiniteit?
Deelt u de mening dat de aanwezigheid van datacenters en verdere bouw ten goede moet komen aan de digitale ambities van de Europese Unie en de lokale economie?
Hoeveel van de totale rekenkracht is beschikbaar voor het Europese bedrijfsleven en industrie? Welk percentage vindt u daarin acceptabel?
Wat vindt u een acceptabel percentage van de dataopslag dat gebruikt wordt door oude opslag (mails, reclame, dubbele foto’s), hoeveel is dat nu en zou voor data ouder dan 5 jaar niet extra betaald moeten worden?
Bent u bereid om Europese soevereiniteit leidend te laten zijn in het bepalen van landelijke specifieke maatregelen voor de datacenters?
Bent u ook voornemens klimaateisen te stellen aan de locatiebepaling en vergunningverlening van datacenters, bijvoorbeeld aansluiting op hernieuwbare energiebronnen, gebruik van restwarmte of efficiënt stroomgebruik?
Hoelang duurt het voordat het gemiddelde midden- en kleinbedrijf aangesloten is op het elektriciteitsnet na een aanvraag?
Hoelang duurt het voordat het gemiddelde datacenter aangesloten is op het elektriciteitsnet na een aanvraag?
Op welke wijze stimuleert u Europese autonome datacenters?2
Kunt u deze vragen apart van elkaar beantwoorden?
AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van kinderen |
|
Mahjoub Mathlouti (D66), Sarah El Boujdaini (D66), Marijke Synhaeve (D66) |
|
Aerdts , Sophie Hermans (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «AI-kindermisbruik groot probleem: beelden gaan soms hele school door»?1
Hoe kijkt u naar de signalen dat het door generatieve AI steeds eenvoudiger wordt om seksuele beelden van kinderen te maken en deze vervolgens op grote schaal te verspreiden?
Heeft u voldoende zicht op de omvang van AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van minderjarigen in Nederland en de ontwikkeling hiervan? Zo nee, welke informatie ontbreekt?
Deelt u de opvatting dat AI-gegenereerd seksueel beeldmateriaal van een kind moet worden gezien als een ernstige vorm van seksueel geweld, ook wanneer het beeld niet daadwerkelijk van het kind is gemaakt?
Welke ondersteuning is momenteel beschikbaar voor minderjarige slachtoffers van AI-gerelateerd seksueel geweld en is deze hulpverlening voldoende voorbereid op deze nieuwe vorm van slachtofferschap?
Welke rol hebben jeugdhulp, Veilig Thuis en andere zorg- en hulpverleningsorganisaties bij het signaleren en ondersteunen van kinderen die hiermee te maken krijgen en zijn zij hiervoor voldoende voorbereid?
Is er inmiddels een duidelijk handelingskader voor professionals die signalen van online seksueel geweld onder minderjarigen, waaronder AI-gerelateerd seksueel geweld, opvangen en zo nee, bent u bereid dit te ontwikkelen?
Beschikken politie en Openbaar Ministerie over voldoende kennis, capaciteit en technische middelen om daders die AI gebruiken voor het maken en verspreiden van seksueel beeldmateriaal van kinderen op te sporen en te vervolgen? In hoeverre is Europol hierbij betrokken? En in hoeverre is de overheid hierin afhankelijk van externe organisaties, zoals Offlimits?
Deelt u de opvatting dat de aanpak niet alleen gericht moet zijn op het verwijderen van beelden en het vervolgen van daders, maar ook op het voorkomen dat dergelijke beelden überhaupt kunnen worden gemaakt?
In hoeverre bieden de huidige wet- en regelgeving en bevoegdheden voldoende mogelijkheden om nu al op te treden tegen het maken en verspreiden van AI-gegenereerde seksuele beelden van minderjarigen, en waar ziet u nog knelpunten?
Welke voorbereidingen treft u momenteel om ervoor te zorgen dat het verbod uit artikel 5 van de AI-verordening op het genereren van niet-consensuele seksuele beelden en beelden van seksueel kindermisbruik (CSAM) vanaf 2 december 2026 effectief kan worden gehandhaafd, en beschikken de verantwoordelijke toezichthouders daarvoor over voldoende capaciteit en expertise?
Welke aanvullende maatregelen gaat u nemen om kinderen te beschermen tegen AI-gerelateerd seksueel geweld en ervoor te zorgen dat slachtoffers snel passende hulp krijgen?
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het wetgevingsoverleg over het begrotingsonderdeel Jeugd op 30 november 2026?
Het artikel ‘Leraren en scholieren massaal aan de schandpaal: honderden TikTok-accounts verspreiden vernederende AI-filmpjes’ |
|
Jantine Zwinkels (CDA), Etkin Armut (CDA) |
|
Aerdts , Judith Tielen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Leraren en scholieren massaal aan de schandpaal: honderden TikTok-accounts verspreiden vernederende AI-filmpjes»?1 Zo ja, wat vindt u hiervan?
Herkent u het beeld dat vrijwel iedere middelbare school inmiddels te maken heeft met zogeheten «shipping-accounts» en «raad de leerling»-accounts? Beschikt u over cijfers over de omvang van dit probleem?
Hoe kunnen scholen erachter komen wie op hun school zo’n kanaal «runt»? Welke maatregelen kunnen schoolbesturen vervolgens nemen?
Worden ouders betrokken als de kinderen die een kanaal «runnen» minderjarig zijn of als slachtoffers zich bij de docent melden? Zijn scholen voldoende toegerust om in dergelijke situaties zorgvuldig op te treden en slachtoffers te ondersteunen?
In hoeverre maakt «cyberpesten», waaronder het verspreiden van AI-gegenereerde beelden van medeleerlingen en docenten, onderdeel uit van de Week tegen Pesten die dit jaar van 21 tot en met 25 september is gehouden?
Zijn er voor het middelbaar onderwijs speciale lespakketten om cyberpesten en online pesten en de gevolgen hiervan bespreekbaar te maken in de klas? Zo ja, kunnen scholen makkelijk aan dit materiaal komen?
Bent u bekend met de nieuwe campagne «Er zijn grenzen» van stichting Offlimits, die aandacht vraagt voor online grensoverschrijdend gedrag? Hoe beoordeelt u dit initiatief en welke mogelijkheden ziet u om deze campagne en het bijbehorende voorlichtingsmateriaal onder de aandacht te brengen van scholen, leerlingen en ouders?
Welke mogelijkheden hebben slachtoffers, ouders en scholen, bijvoorbeeld op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), om vernederende of gemanipuleerde beelden snel van platforms als TikTok te laten verwijderen?
Welke maatregelen nemen platforms, zoals TikTok, om cyberpesten via «shipping-accounts» tegen te gaan? En is dit volgens u voldoende, mede gelet op het hoge aantal accounts dat volgens de berichtgeving actief is?
In hoeverre moeten zeer grote onlineplatforms (VLOP’s) op grond van de Digital Services Act (DSA) bij hun risicoanalyses en risicobeperkende maatregelen rekening houden met cyberpesten en de verspreiding van AI-gegenereerde beelden van minderjarigen?
Welke mogelijkheden biedt de DSA om platforms te verplichten belastende AI-gegenereerde beelden te verwijderen en op te treden tegen accounts die structureel worden gebruikt om minderjarigen te vernederen? En wat is er mogelijk als platforms dit onvoldoende inrichten?
Welke mogelijkheden hebben toezichthouders om handhavend op te treden wanneer platforms onvoldoende maatregelen treffen?
Acht u de bestaande mogelijkheden voldoende effectief om dergelijke praktijken effectief tegen te gaan of is aanvullend Europees of nationaal beleid noodzakelijk?
Het bericht ‘Nederland weet amper hoeveel stroom en water zijn datacentra opslokken’ |
|
Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA), Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Bertram , de Bat , Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Nederland weet amper hoeveel stroom en water zijn datacentra opslokken»?1
Weet u hoeveel stroom en water onze datacentra opslokken?
Zo ja, kunt u deze gegevens publiceren en duidelijk maken welke datacentra het meest verbruiken?
Wat is uw reactie op het artikel en het onderzoek van Lighthouse Reports?
Deelt u de mening dat het publieke belang van transparantie over het stroomverbruik, zwaarder weegt dan het zogenaamd bewaken van bedrijfsgeheimen?
Wat is uw visie op enerzijds het digitaal autonoom maken van Nederland en Europa, en anderzijds de groeiende vraag om stroom en water voor datacentra?
Klopt het dat deze bedrijven hun milieudata zoals stroom en waterverbruik moeten publiceren?
Hoeveel verbruiken de overheidsdatacentra? Kunt u hier actuele gegevens over delen?
Hoe zorgt u ervoor dat het stroomverbruik van datacentra niet ten koste gaat van het verbruik door huishoudens en ander maatschappelijk belangrijk gebruik?
Bent u bereid in de onderhandelingen over het Europese Tech Sovereignty Package te pleiten voor duurzaamheids- en transparantieverplichtingen voor datacentra?
Welke plannen heeft u om overheidsdatacentra te verduurzamen?
Kunt u de aanname van netbeheerder Tennet, dat per 2030 ongeveer 10 tot 15 procent van de Nederlandse stroom naar datacentra gaat, onderbouwen? Hoe wordt de Energy Efficiency Directive (EED) Europees of in Nederland gehandhaafd?
Wat zijn de gevolgen voor een bedrijf dat weigert om aan de EED-richtlijnen te voldoen?
Kunt u laten weten welke bedrijven zich momenteel niet aan deze eisen houden?
Hoe en door wie worden andere milieuregels voor datacentra gehandhaafd?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en vóór het commissiedebat Digitale autonomie van 19 november 2026 beantwoorden?
Het nieuws dat gegevens over het energie-en watergebruik van datacenters ontbreken |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Herbert , Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen in Trouw Toenemend verzet werkt irritatie bij datacentra: «Het zijn cave people»1 en Van driekwart van datacentra is volstrekt onduidelijk over water- en stroomgebruik2?
Hoe kan het dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) van slechts 104 datacenters gegevens heeft over de milieubelasting, terwijl er in ieder geval 186 commerciële datacentra gevestigd zijn in Nederland met een vermogen van meer dan 500 kilowatt?
Hoe wordt gehandhaafd dat datacenters gegevens over hun elektriciteit- en waterverbruik rapporteren? Welke maatregelen kan het Rijk of het RVO nemen als datacenters deze gegevens niet of onvolledig aanleveren?
Worden gegevens over de milieubelasting van datacentra, zoals het energie- en watergebruik, aangemerkt als bedrijfsgevoelige informatie?
Bent u het ermee eens dat het publieke belang van transparantie over de milieubelasting van datacenters zwaarder weegt dan het bedrijfsgeheim? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat uit het toenemende lokale verzet tegen de vestiging van datacenters blijkt dat het gaat om een publiek belang?
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde in 2024 dat het elektriciteitsgebruik van datacenters was gegroeid naar 4,6% van het landelijk elektriciteitsverbruik. Wat was het aandeel van datacenters in het Nederlandse elektriciteitsverbruik in 2025?
Is het kabinet bereid zich binnen de Europese Unie in te zetten voor meer transparantie over de milieubelasting van datacenters, bijvoorbeeld door rapportage en openbaarmaking van belangrijke gegevens te verplichten en hierop hand te haven?
Bent u het eens met de Europese Commissie dat de datacentrumcapaciteit in de Europese Unie in de komende vijf tot zeven jaar zou moet verdrievoudigen? Vindt u dat dit ook geldt voor de Nederlandse datacentrumcapaciteit?
Discriminerende vraagsuggesties en antwoorden van Google |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Sarah El Boujdaini (D66) |
|
Pieter Heerma (CDA), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het inmiddels bijna 10 jaar oude artikel «Google moet stoppen met automatisch discrimineren»1, dat aankaart dat de zoekmachine van Google in sommige gevallen discriminerende vraagsuggesties geeft?
Bent u bekend met het feit dat dit nog steeds niet is opgelost, wat blijkt uit dat bij het intypen van «alle Marokkanen z» op google.nl bij gebruik van een incognitovensterop op 11 augustus 2026, Google deze vraagsuggestie aanvulde met discriminerende teksten zoals «alle Marokkanen zijn kanker ratten» of «alle Marokkanen weg»?
Bent u daarnaast bekend met het feit dat na het indienen van de zoekopdracht «overlast» in combinatie met de naam van een gemeente op google.nl bij gebruik van een incognitovenster op 11 augustus, in het geval van onder meer de gemeenten Veenendaal, Tiel, Culemborg, Oosterhout, Hoogezand, Zutphen en Weert, Google de «Meer om te vragen»-suggesties «Hoeveel Marokkanen wonen/zijn er in [gemeente x]?» of «Hoeveel Turken wonen/zijn er in [gemeente x]?» opperde en dat de knop om ongepaste suggesties te melden bij dit type zoekresultaat ontbreekt?
Bent u ook bekend met de berichtgeving van Euronews2 en Le Monde3 dat het AI-gegeneerde antwoord van Google eind augustus 2026 op de zin «ik ben alleen met een Italiaan» gesprekstips betrof, maar bij dezelfde zin met «Algerijn» in plaats van «Italiaan», het model vroeg of je in gevaar was en je het nummer van de politie toonde?
Deelt u de mening dat dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden, die automatisch gegenereerd en getoond worden, een discriminerend verband leggen door overlast of gevaar te koppelen aan afkomst?
Hoe beoordeelt u de aanpak van Google om, net als bij de vraagsuggesties, dit soort patronen pas na ophef of een melding bij te sturen, en dan vooral voor de vraag die in het nieuws kwam, terwijl hetzelfde patroon in het model kan blijven zitten en bij andere vragen onopgemerkt blijft?
Welke risico's ziet u daarbij nu dezelfde modellen de basis vormen van steeds meer toepassingen, waardoor zulke vooroordelen niet in elk geval zichtbaar worden maar wel ongemerkt kunnen doorwerken?
Hoe kijkt u naar de verantwoordelijkheid van Google en andere leveranciers van grote AI-modellen om vooroordelen uit de trainingsdata vooraf, bij het ontwerp en bij de toetsing van hun modellen, te herkennen en in het model zelf te corrigeren, bijvoorbeeld via red-teaming of bias-audits, in plaats van de uitkomsten per geval bij te sturen nadat gebruikers of media ze toevallig hebben opgemerkt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een groot en invloedrijk platform als Google op deze manier bijdraagt aan het in stand houden en versterken van vooroordelen, en dat de omvang en het bereik van Google diens verantwoordelijkheid alleen maar groter maken?
Bent u hierover in gesprek met Google en andere leveranciers van grote AI-modellen, en is bij u bekend of zij structureel testen op discriminerende associaties in hun zoeksuggesties, aanbevelingsalgoritmes, autocomplete-functies en AI-antwoorden? Zo ja, wat heeft dat gesprek tot nu toe opgeleverd? Zo nee, bent u bereid dit gesprek aan te gaan en dit bij hen na te vragen?
Heeft u inzicht in de wijze waarop dergelijke vraagsuggesties en AI-antwoorden van Google tot stand komen? Zo nee, welke maatregelen treft u om dit inzicht wel te krijgen, en in hoeverre kan de digitaledienstenverordening (DSA) hierbij worden ingezet om transparantie van Google over de werking van deze systemen af te dwingen?
Hoe verklaart u dat deze discriminerende suggesties jarenlang zichtbaar zijn gebleven, terwijl Google onder de DSA al verplicht is de risico's van discriminatie in kaart te brengen en zich daarop jaarlijks onafhankelijk te laten controleren? Gelden deze verplichtingen wat u betreft ook voor de AI-antwoorden in de zoekmachine van Google, en zo ja, hoe wordt daarop toegezien?
Welke verplichtingen hebben aanbieders van grote AI-modellen onder de AI-verordening om vooroordelen in hun modellen te beoordelen en te beperken, en wie ziet daarop toe?
Welke oplossingsrichtingen ziet u om vooroordelen in zoeksuggesties en in grote AI-modellen structureel op te sporen en te beperken, in plaats van per geval na meldingen, bijvoorbeeld via onafhankelijke audits of algoritmetoezicht?
Bent u bereid in Europees verband te bepleiten dat platformen en aanbieders van AI-modellen zoals Google niet alleen moeten rapporteren dát zij hun systemen toetsen op discriminatie, maar ook openbaar moeten maken wat die toetsing oplevert en wat zij met de uitkomsten doen?
Bent u bereid Google op korte termijn aan te spreken op het ontbreken van een meldknop bij de «Meer om te vragen» suggesties en op de voorbeelden uit deze vragen?
Bent u bereid deze situatie ook te melden bij de Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie, en de Kamer te informeren over de reacties?
Bent u bereid de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme te betrekken bij de aanpak van discriminatie door zoekmachines en AI-systemen?
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het bericht 'Geen scan, geen paspoort: aan de gemeentebalie van Enschede en Losser is gezichtsvergelijking nu verplicht' |
|
Emiel van Dijk (PVV) |
|
Aerdts , Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving op de website van de Twentse streekomroep 1Twente1 over de verplichte geautomatiseerde verificatie van iemands identiteit door middel van een biometrische scan welke door AI wordt uitgevoerd en wat vindt u daarvan?
Kunt u gemotiveerd toelichten of u deze controles, waarbij foto’s, vergelijkingsrapportages en persoonsgegevens digitaal worden opgeslagen, proportioneel acht, terwijl deze controles in het verleden probleemloos door de baliemedewerkers zelf visueel werden uitgevoerd?
Kunt u gemotiveerd toelichten of u zich kunt u zich vinden in de door de gemeente Enschede aangevoerde grondslag voor deze wijze van identiteitsverificatie, waarbij voornoemde gemeente haar in identiteitscrisis verkerende publieksbalie als landsgrens of een vliegveld classificeert?
Kunt u een lijst doen toekomen waarbij voor iedere gemeente – volgens de gemeente Enschede zijn er 180 gemeenten met in identiteitscrisis verkerende publieksbalies die deze methode hanteren – afzonderlijk is getoetst of zij voldoen aan de gestelde eisen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (data-impactanalyse en grondslag of aanmerkelijk belang)?
Smart-tv’s die mensen bespioneren |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Herbert , Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht: «Smart-tv's van LG bespioneren gebruikers via microfoon»?1
Hoe reageert u op dit bericht en het onderliggende onderzoek van Gamers Nexus, Level1Techs en andere professionals?
Deelt u de mening dat consumenten er redelijkerwijs van uit moeten kunnen gaan dat zij niet afgeluisterd worden door huishoudapparatuur?
Welke wet- en regelgeving beschermt consumenten tegen dit soort spionage door smart-apparaten? Hoe wordt dit in Nederland gehandhaafd?
Wat zijn de gevolgen voor consumenten als hun privégesprekken heimelijk worden afgeluisterd, opgeslagen en doorverkocht? Welke risico’s draagt dit met zich mee?
Kunt u specifiek ingaan op de rechtmatigheid van de dataverzameling door LG, waarbij gesprekken woord voor woord worden opgeslagen, ook zonder internetverbinding, en worden doorgestuurd naar commerciële partijen?
Wanneer is er sprake van expliciete toestemming voor dataverzameling door smart-apparaten zoals bedoeld onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming?
Deelt u de analyse dat consumenten te vaak bewust worden misleid door fabrikanten over de mate en wijze van dataverzameling door hun producten, waardoor geen sprake is van expliciete toestemming? Erkent u dat de fabrikanten hier een economisch belang bij hebben?
Waren u en de relevante toezichthouders op de hoogte van het afluisteren door deze LG smart-tv’s in het bijzonder?
Hoe worden apparaten gecontroleerd op afluistermogelijkheden voordat ze op de Nederlandse en Europese markt komen?
Welke mechanismen heeft u, al dan niet de Europese Commissie, om producten die consumenten afluisteren van de markt te weren? Bent u bereid te onderzoeken of dat voor de LG smart-tv’s een optie is?
Wat is het standpunt van het kabinet over de groeiende datahonger van bedrijven die producten maken die steeds meer met elkaar communiceren, gesprekken afluisteren, en privéinformatie doorverkopen aan derden?
Wat bent u bereid te doen om deze trend te keren en de privacy van consumenten beter te beschermen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de gestelde termijn beantwoorden?
Verspreide berichten van burgerwachten in verschillende gemeenten |
|
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA), Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Aerdts |
|
|
|
|
Hoe gaat u ervoor zorgen dat er landelijk zicht komt op burgerwachten die overgaan tot intimidatie, bedreiging, stalking, laster, bekladding of doxing?1
Wat gaat u eraan doen dat er meerdere groepen door het land heen worden opgericht die overgaan tot bovengenoemde strafbare feiten om opvangbewoners, voorstanders van opvang en vrijwilligers in opvanglocaties te intimideren en online mensen oproepen om hieraan mee te doen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat mensen bij opvanglocaties hun (vrijwilligers)werk kunnen blijven doen, veilig kunnen wonen en zich kunnen en durven uit te spreken voor een opvanglocatie?
Hoe zorgt u ervoor dat mensen die geïntimideerd zijn in hun dorp door anti-azc groeperingen veilig genoeg zijn en zich veilig genoeg voelen om zich wel nog uit te spreken tijdens bijvoorbeeld inspraakavonden?
Hoe zijn inspraakavonden nog een nuttig instrument als een groot deel van de bewoners niet meer durft te komen?
Bent u bereid te monitoren hoe vaak er strafbare feiten worden gepleegd door dit soort burgerwachten zodat u beleid kunt opstellen om deze tegen te gaan?
Bent u van mening dat het eenmalig voeren van een rechten- en plichtengesprek voldoende is om opvangbewoners op de hoogte te brengen van waar zij aangifte kunnen doen nu er op zoveel plekken in het land intimidatie, stalking en soms zelfs brandstichting plaatsvindt? Bent u bereid ervoor te zorgen dat opvangbewoners gericht geïnformeerd worden over wanneer er een strafbaar feit tegen hen wordt gepleegd gezien de huidige situatie? Zo nee, waarom niet?
Worden opvangbewoners ook gewezen op meldmogelijkheden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument & Markt, zodat zij zich kunnen beroepen op hun online- en privacyrechten?
Kunt u afspraken maken met deze autoriteiten om de bestaande meldmogelijkheden toegankelijk te maken voor opvangbewoners?
Bent u bereid om proactief gemeenten aan te bieden een gesprek te voeren wanneer er zulke groepen gevormd zijn om een gezamenlijke aanpak te formuleren? Zo nee, waarom niet?
Wat vindt u van het feit dat raadsleden in Tholen niet naar buiten konden na de raadsvergadering dinsdagavond 1 september j.l. vanwege de veiligheid bij een anti-azc-demonstratie?
Maakt u zich zorgen dat intimidatie van raadsleden en wethouders rondom azc-besluiten kan leiden tot schade aan de veiligheid van deze mensen en aan onze lokale democratie?
Wat gaat u doen om dit soort escalaties in de toekomst te voorkomen en raadsleden en wethouders die een beslissing moeten maken over de komst van een azc te steunen – waartoe zij ook besluiten?
Wat vindt u van het feit dat in de nacht van 10 augustus j.l. 28 asielzoekers in Surhuisterveen werden tegengehouden om naar de nachtopvang te gaan om te slapen?
Zijn er meer van dit soort incidenten bij u bekend? Hoe vaak is dit voorgekomen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat asielzoekers in het vervolg niet worden tegengehouden en geïntimideerd worden als zij onderweg zijn naar hun aangewezen slaapplek?
Bent u bekend met de berichten over «Defend Den Bosch» en de intimidatie van Syrische jongeren op de Kermis in Den Bosch?
Wat vindt u van het feit dat een groep die linken lijkt te hebben met rechts-extremisme jonge Syriërs lastigvalt op de kermis in Den Bosch en online berichten verspreidt die hiertoe oproepen? Hoe gaat u helpen optreden tegen dit soort groepen?
Wordt er toezicht gehouden op de online oproepen die groeperingen zoals «Defend Den Bosch» online verspreiden om met groepen mensen jongeren te belagen op de kermis, of om bijvoorbeeld huizen te bekladden? Op welke manier wordt hiertegen opgetreden? Hoe wordt hierin samengewerkt met de lokale driehoek?
Is bij u bekend of en hoe vaak er melding wordt gemaakt van online oproepen die leiden tot strafbare feiten door groeperingen als «Defend Den Bosch»? Heeft u indicaties dat hier tijdig en effectief tegen wordt opgetreden?
Is bekend of «Defend Den Bosch» ook betrokken was bij de bekladdingen en intimidatie bij gemeente Engelen?
Gaat u zich inzetten om de inspraak over de komst van een azc rustiger te laten verlopen zodat zowel voor- als tegenstanders zonder angst en intimidatie zich kunnen laten horen?
Wat is uw reactie op de brandstichting bij het gebouw in Valkenswaard waar in de toekomst alleenstaande minderjarige vluchtelingen zouden worden opgevangen?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze intimidatie stopt en niet de reden mag zijn dat er al dan niet een azc komt?
Kunt u nader ingaan op de rol van sociale media in het aanjagen van intimidatie van voor- en tegenstanders van een azc? In hoeveel gevallen zijn intimiderende acties aangesticht via online kanalen?
Bent u van mening dat grote online platforms hier voldoende tegen optreden, gezien u in eerdere beantwoording beschrijft dat er tegen meerdere bedrijven al aanwijzingen zijn gepubliceerd dat zij wet- en regelgeving niet naleven?2
Welke maatregelen kunt u nemen om intimidatie (aangejaagd) via sociale media tegen te gaan, bijvoorbeeld door bestaande wet- en regelgeving strenger te handhaven, met behoud van de vrijheid van meningsuiting?
Kunt u deze vragen binnen de geldende termijn beantwoorden?
De veiligheidsrisico's van geavanceerde kunstmatige intelligentie |
|
Chris Stoffer (SGP) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Anthropic-onderzoeker neemt ontslag: OpenAI en Anthropic handelen onverantwoordelijk en gokken met ons leven»1 en het bericht «Anthropic-medewerker: kans bestaat dat AI de mensheid uitroeit»2, waarin onderzoekers van vooraanstaande AI-bedrijven waarschuwen voor ernstige veiligheidsrisico’s van steeds krachtigere AI-systemen?
Hoe beoordeelt u de waarschuwingen van deze onderzoekers dat de ontwikkeling van zeer geavanceerde AI-systemen sneller verloopt dan de ontwikkeling van adequate veiligheidsmaatregelen en beheersingsmechanismen? Welke conclusies verbindt u daaraan?
Heeft het kabinet scenarioanalyses laten uitvoeren naar de gevolgen van geavanceerde AI voor de nationale veiligheid, waaronder cyberaanvallen, beïnvloeding van democratische processen, sabotage van vitale infrastructuur, militaire toepassingen en andere hybride dreigingen? Zo ja, kunt u de belangrijkste bevindingen met de Kamer delen?
In hoeverre acht u het bestaande nationale, Europese en internationale normatieve kader, waaronder de AI Act, toereikend voor het beheersen van risico's die voortvloeien uit de ontwikkeling van zeer krachtige algemene AI-modellen en toekomstige frontier AI-systemen?
Welke aanvullende maatregelen acht u noodzakelijk om de digitale weerbaarheid van Nederland te versterken tegen risico's die samenhangen met geavanceerde AI-systemen, in het bijzonder waar het gaat om vitale infrastructuur, overheidsorganisaties, defensie en de bescherming van burgers?
Hoe geeft het kabinet, mede in het licht van het streven naar een digitaal weerbare samenleving, invulling aan het voorzorgsbeginsel bij de ontwikkeling en toepassing van zeer geavanceerde AI-systemen waarvan de maatschappelijke gevolgen mogelijk verstrekkend en onomkeerbaar zijn?
Deelt u de zorg dat een internationale concurrentiestrijd tussen staten en marktpartijen kan leiden tot een situatie waarin veiligheidsbelangen ondergeschikt raken aan technologische en economische belangen? Zo ja, hoe wordt dit risico in het kabinetsbeleid geadresseerd?
Herkent u de zorgen die leven rondom superintelligente AI en het risico dat de mens niet meer in staat is deze ontwikkeling te stoppen? Deelt u de mening dat een verbod hierop wenselijk is?
Bent u bereid binnen de Europese Unie en internationale gremia te pleiten voor aanvullende afspraken over de ontwikkeling van geavanceerde AI, een verbod op superintelligente AI, en de mogelijkheid om tijdelijk een pas op de plaats te maken bij de ontwikkeling van krachtige AI-systemen zonder dat de risico’s voldoende helder zijn?
Kunt u de Kamer voor het einde van dit jaar informeren over de kabinetsinzet en de mogelijkheden en wenselijkheid van aanvullende waarborgen voor geavanceerde, superintelligente AI, waaronder de mogelijkheid van een tijdelijke ontwikkelpauze voor de krachtigste AI-systemen?
Het artikel dat China Europa nu ook bestormt met medische apparaten |
|
Queeny Rajkowski (VVD), Hilde Wendel (VVD) |
|
Aerdts , Mirjam Sterk (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «China bestormt Europa nu ook met medische apparaten» naar aanleiding van de podcast Dagkoers van het Financieele Dagblad?1
Wordt er in Nederlandse ziekenhuizen momenteel gebruik gemaakt van Chinese medische technologie? Zo ja, om wat voor technologie gaat het en worden er ook gevoelige persoonsgegevens verwerkt, behandeld of opgeslagen? Wie voert de updates uit en doet het onderhoud van deze technologie?
Klopt het dat het St. Antonius Ziekenhuis gebruikmaakt van patiëntmonitoren van een Chinees bedrijf? Zo ja, wat vindt u hiervan, hoe wordt bescherming van patiëntgegevens gewaarborgd? Zijn er (Europese) alternatieven?
Op welke wijze is gewaarborgd dat medische gegevens van Nederlanders niet in handen komen van niet-Europese bedrijven of organisaties?
Deelt u de zorgen omtrent spionage, misbruik en privacy bij het gebruik van medische technologie van Chinese aanbieders? Zo nee, waarom niet?
Welke bevoegdheden hebt u om te garanderen dat medische informatie niet in Chinese handen komt te vallen? Als deze bevoegdheden onvoldoende zijn, aan welke mogelijkheden denkt u om dit wel te kunnen garanderen?
Deelt u de wens dat Nederland en Europa voor medische technologie niet te afhankelijk mogen worden van Chinese aanbieders? Zo ja, wat doet u hieraan? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de wens dat het goed zou zijn om waar mogelijk te investeren in Nederlandse en Europese alternatieven zodat zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, kunnen kiezen voor veilige alternatieven? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met het bericht «Pensioenfondsen betrokken bij verkoop van DigiD aan Amerikanen»?1
Wat is uw reactie op het bericht en de investeringen van pensioenfondsen in het bedrijf Solvinity, dat DigiD faciliteert en dreigde te worden overgekocht door Amerikanen?
Wat is de reactie van de pensioenfondsen ABP en PFZW op dit bericht? Kunt u de fondsen vragen om verantwoording af te leggen over deze investering namens de burgers die premie aan hen afdragen?
Waren de pensioenfondsen ABP en PFZW op de hoogte dat hun geld belegd werd in Solvinity? Zo ja, kunt u verklaren waarom zij deze investeringen alsnog hebben gedaan?
Vindt u het uit te leggen dat burgers via hun pensioenpremie indirect investeren in een bedrijf dat keuzes maakt die, in uw eigen woorden, indruisen tegen het publieke belang?
Welke rol speelt digitale autonomie op dit moment in het strategisch beleggingsbeleid van de pensioenfondsen? Zijn er plannen om het strategisch beleggingsbeleid op dit onderwerp aan te passen?
Welke toezichthouder zorgt ervoor dat pensioenfondsen conform hun kaders beleggen? Voldoet de investering in Solvinity aan dat kader?
Bent u bereid om pensioenfondsen te verzoeken om beleggingen die afbreuk doen aan de digitale autonomie stop te zetten?
Hoe gaat u ervoor zorgen dat pensioenfondsen hun kapitaal inzetten om de digitale autonomie van Nederland te versterken? Bent u bereid dit te bespreken met de fondsen en de Kamer dit najaar te informeren over de uitkomsten hiervan?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en nog vóór het commissiedebat «digitaliserende overheid en toezicht» van 30 september 2026 beantwoorden?
Camerabrillen, privacy en sociale veiligheid |
|
Jantine Zwinkels (CDA), Jeltje Straatman (CDA) |
|
Aerdts , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over de snelle opkomst van AI-brillen met ingebouwde camera’s en microfoons en met incidenten waarbij mensen, onder wie vrouwen in toiletruimten, zonder hun medeweten zijn gefilmd?1 2
Ik ben bekend met deze berichtgeving.
Deelt u de zorg dat camerabrillen zich onderscheiden van mobiele telefoons en reguliere camera’s, omdat de opnameapparatuur vrijwel onzichtbaar in een alledaags montuur is verwerkt en omstanders daardoor moeilijk kunnen vaststellen of zij worden opgenomen?
Ja, die zorg deel ik. Wanneer van een smartphone of reguliere camera gebruik wordt gemaakt om opnamen te maken, is dit in de regel zichtbaar door de wijze waarop het apparaat wordt vastgehouden. In het geval van de camerabrillen is dat in mindere mate het geval, omdat de enige indicatie voor opname een lampje op de bril is.
Deelt u de opvatting dat het op grote schaal gebruikelijk worden van dergelijke brillen gevolgen kan hebben voor de sociale veiligheid en de vrijheid waarmee mensen zich in de openbare ruimte en tijdens sociale gelegenheden bewegen?
Ja, de mogelijkheid dat er opnames worden gemaakt op een openbare plek, kan ertoe leiden dat mensen zich minder vrij voelen.
Welke Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing wanneer gebruikers met een camerabril herkenbare personen filmen, geluidsopnamen maken, deze gegevens via de servers van een technologiebedrijf verwerken of de beelden publiceren?
Indien beelden niet voor louter persoonlijk of huishoudelijk gebruik zijn bedoeld, kunnen er al naar gelang de situatie verschillende rechtsregels van toepassing zijn. Allereerst geldt het recht op privacy en gegevensbescherming, zoals artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest) en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op de bescherming van het privé en familieleven, de woning en communicatie is vervat. Het gegevensbeschermingsrecht is in de Europese Unie (EU) nader uitgewerkt in onder andere de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verder worden productveiligheidseisen gesteld in nationaal en Europees consumentenrecht.
In een situatie waarin iemand schade ondervindt doordat hij of zij zonder toestemming wordt gefilmd, kan sprake zijn van een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Daarbij kan het portretrecht een rol spelen. Artikel 21 van de Auteurswet bepaalt dat dat publicatie van een portret (dat kan ook een video-opname zijn) dat zonder toestemming is gemaakt ongeoorloofd kan zijn indien een «redelijk belang» van de geportretteerde zich tegen die publicatie verzet. Tot slot zijn er bepalingen (art. 139a-b en f en 441b) in het wetboek van Strafrecht die het heimelijk en wederrechtelijk maken van opnamen of afbeeldingen strafbaar stellen, al dan niet in niet-publiek toegankelijke plaatsen.
Wie is juridisch verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van omstanders: de drager van de bril, de aanbieder van de technologie of beide partijen? Is dit voor gebruikers en omstanders voldoende duidelijk?
Voor gebruikers en omstanders is nu niet altijd duidelijk wie er wanneer verantwoordelijk is voor het beeldmateriaal dat wordt gemaakt, en welke gegevens voor welk doel worden verwerkt. De juridische verantwoordelijkheid hangt af van wie het doel en de essentiële middelen van de verwerking van persoonsgegevens bepaalt. In de praktijk zijn dat vaak zowel de drager als de aanbieder van de camerabril, voor verschillende delen van de verwerking. Zo kan de gebruiker verantwoordelijk zijn voor het vastleggen van beeld- en geluidsmateriaal waar mensen op te zien zijn en kan een andere partij (zoals de aanbieder van de technologie) verantwoordelijk zijn voor het verdere gebruik van het beeldmateriaal op het moment dat de gebruiker de beelden deelt. Dat kan uitmonden in een afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijkheid voor beide partijen óf een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Klopt het dat foto’s en video’s die met de Meta-AI-bril worden gemaakt via de systemen of servers van Meta worden verwerkt? Welke beeld-, geluids- en metagegevens ontvangt Meta daarbij en voor welke doeleinden mogen deze worden gebruikt?
Het klopt dat foto’s en video’s via de systemen van Meta kunnen worden verwerkt. Uit openbare informatie van Meta volgt dat foto’s en video’s die worden gemaakt met de Meta-AI-bril in beginsel op de bril zelf worden opgeslagen.3 Pas op het moment dat de gebruiker ervoor kiest om gegevens te delen, kunnen verdere verwerkingen worden gedaan.
Informatie over welke verwerkingen plaatsvinden voor welke doeleinden, staat in het (aanvullende) privacybeleid van Meta Platform Technologies.4 Voor zover Meta persoonsgegevens verwerkt, geldt dat Meta gehouden is aan de AVG. Of Meta hieraan voldoet voor wat betreft de camerabril, is ter beoordeling van de bevoegde toezichthouder.
Kan worden uitgesloten dat beelden, geluidsopnamen of andere gegevens van omstanders zonder hun uitdrukkelijke toestemming worden gebruikt voor het trainen, testen of verbeteren van AI-systemen? Zo nee, welke bescherming hebben deze omstanders?
Nee, dat kan niet worden uitgesloten. Beelden, geluidsopnamen en andere gegevens van omstanders die worden gemaakt met de camerabrillen kunnen persoonsgegevens zijn. Het verwerken daarvan voor het trainen, testen en verbeteren van AI-systemen is alleen toegestaan als daarvoor een rechtsgrond bestaat. De AVG biedt ruimte om ook zonder toestemming van de betrokkene op basis van de verwerkingsgrondslag «gerechtvaardigd belang» persoonsgegevens te verwerken (artikel 6, eerste lid onder f AVG). Als daarvoor wordt gekozen, dan moet het belang van de verwerkingsverantwoordelijke worden afgewogen tegen de belangen en/of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene. De AVG bevat bepalingen om de risico’s van de verwerking van persoonsgegevens van betrokkenen (in dit geval de omstanders) te beperken. Zo moet de verwerkingsverantwoordelijke voldoen aan bepaalde informatieverplichtingen richting de betrokkenen, waarborgen treffen om de impact op de grondrechten van de betrokkenen te beperken en zich houden aan de algemene beginselen zoals dataminimalisatie Het Europees Comité voor Gegevensbescherming (European Data Protection Board, EDPB), waarin de Europese gegevensbeschermingstoezichthouders samenwerken, heeft op 17 december 2024 een advies aangenomen over het gebruik van persoonsgegevens bij het ontwikkelen en in gebruik nemen van AI-modellen. Het is aan de toezichthouders om te beoordelen of de AVG wordt nageleefd.
Bent u bekend met berichten dat medewerkers van een door Meta ingeschakelde onderneming toegang zouden hebben gehad tot zeer intieme opnamen? Heeft de Autoriteit Persoonsgegevens hierover contact gehad met Meta of met andere Europese privacytoezichthouders?
Ik ben bekend met deze berichten en als de berichtgeving juist is, baart mij dit zorgen. De AP heeft laten weten in contact te staan met andere Europese privacytoezichthouders en intensief met hen samen te werken aan dossiers met betrekking tot camerabrillen.
Omdat de EU-vestiging van Meta in Ierland zit, is de Ierse toezichthouder de primaire toezichthouder. De Ierse toezichthouder heeft zich voor het eerst in 2021 uitgelaten over het toezicht op de camerabrillen.5
Bent u bekend met de opvatting van de Hamburgse privacytoezichthouder dat slimme brillen mogelijk kunnen worden aangemerkt als in alledaagse voorwerpen verborgen opnameapparatuur en daarom onder Duits recht verboden zouden kunnen zijn? Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling en bent u bereid te onderzoeken welke betekenis deze juridische benadering kan hebben voor de Nederlandse en Europese regelgeving rond camerabrillen?3
Ja, ik ben hiermee bekend.7 Het verbod dat in Duitsland geldt, verbiedt kort gezegd het aanbod en bezit van telecommunicatie-apparatuur die de vorm heeft van een alledaags gebruiksobject en die geschikt is om ongemerkt gesprekken op te nemen of beelden op te nemen. Of camerabrillen onder dit verbod vallen, is blijkens de berichtgeving hierover in Duitsland nog geen uitgemaakte zaak. In Nederland kennen wij niet een zodanig verbod. In antwoorden 14–15 ga ik nader in op de afwegingen voor en tegen een verbodsbepaling. Daarnaast komt de European Data Protection Board (EDPB), waarin de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders vertegenwoordigd zijn, later dit jaar met een rapport over de slimme brillen.8 De bevindingen en eventuele aanbevelingen van de EDPB in het rapport wacht het kabinet met belangstelling af. Zie ook het antwoord op vraag 14.
Hoeveel meldingen, klachten of signalen hebben de politie, het Openbaar Ministerie en de Autoriteit Persoonsgegevens ontvangen over mensen die met camerabrillen zonder hun medeweten zijn gefilmd of van wie dergelijke beelden zijn gepubliceerd?
De AP heeft tot op heden zes signalen en één klacht binnengekregen over camerabrillen. Het Openbaar Ministerie beschikt niet over cijfers met betrekking tot aangiften.
Acht u het huidige kleine indicatielampje op camerabrillen voldoende duidelijk om omstanders te informeren dat zij worden opgenomen, mede gezien het feit dat dit lampje moeilijk zichtbaar kan zijn?
Op dit moment is het is voor veel mensen niet vanzelfsprekend dat een lampje op een bril betekent dat er gefilmd wordt. Daarbij is het mogelijk om het lampje te missen in drukke of fel verlichte omgevingen. Ook spelen visuele beperkingen, kleurwaarneming (bijv. kleurenblindheid) en kijkhoek mee.
Bent u bekend met de online aangeboden stickers, aanpassingen en instructies waarmee het opname-indicatielampje kan worden afgedekt of omzeild zonder dat de camera wordt uitgeschakeld? Bent u bereid te onderzoeken of de verkoop van dergelijke hulpmiddelen kan worden verboden?
Ja, ik ben ermee bekend dat er online stickers, aanpassingen en instructies circuleren om het opname indicatielampje op camerabrillen af te dekken of te omzeilen. Het is onwenselijk dat er middelen, instructies en zelfs diensten worden aangeboden die het doelbewust onmogelijk maken voor omstanders om te zien dat er wordt opgenomen.
Tegelijkertijd is een verkoopverbod op dergelijke hulpmiddelen juridisch kwetsbaar, eenvoudig te omzeilen, moeilijk handhaafbaar en onevenredig ingrijpend en kostbaar ten opzichte van het beperkte effect. De meeste materialen en accessoires hebben een legaal karakter. Het afbakenen van wat wel en niet mag is zeer lastig. Meta zelf geeft aan dat de camera automatisch wordt uitgeschakeld zodra de bril detecteert dat het led-lampje voor opname is bedekt, fysiek is gemanipuleerd of is vernietigd.9
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor bindende ontwerpeisen voor camerabrillen, waaronder een duidelijk en niet te omzeilen visueel en hoorbaar signaal tijdens het maken van foto-, video- of geluidsopnamen?
Nee, op dit moment niet. Ik acht het wenselijk om de bevindingen van het onderzoek van de EDPB af te wachten.
Bent u bereid te onderzoeken of het mogelijk is om het dragen van deze brillen (deels) te verbieden in publieke ruimtes?
Een (gedeeltelijk) verbod op het dragen camerabrillen in publieke ruimtes is een ingrijpende maatregel. Dat kan alleen als er geen minder zwaarwegende alternatieven mogelijk zijn. Het gebruik van de camerabrillen is niet intrinsiek onwenselijk. Wat vooral belangrijk is, is dat wordt opgekomen tegen ongewenst gebruik van de brillen. Daarvoor zijn al mogelijkheden binnen het huidige wettelijke kader, waaronder het gegevensbeschermingsrecht.
Ik acht het voor nu verstandig om de bevindingen van de EDPB af te wachten, alvorens zelf een onderzoek te starten. De bevindingen van de EDPB kunnen ook relevant zijn voor de of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt.
Bent u bereid te onderzoeken of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt wanneer iemand in de directe omgeving aangeeft niet gefilmd of opgenomen te willen worden?
Zie antwoord vraag 14.
Welke beperkingen gelden voor het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen? Bent u bereid zich in Europees verband uit te spreken tegen realtime gezichtsherkenning van willekeurige omstanders door particuliere gebruikers?
Het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met camerabrillen is aan strikte beperkingen onderhevig. Zonder een specifieke wettelijke grondslag en naleving van de waarborgen uit de AVG en de AI verordening is identificatie van willekeurige omstanders in de openbare ruimte door particuliere gebruikers niet toegestaan. Gelet op het reeds geldende EU en nationale kader acht het kabinet aanvullend oproepen tot actie in Europees verband niet nodig; de inzet blijft gericht op strikte toepassing en effectieve handhaving van de bestaande regels.
Hebben organisatoren van evenementen, horecagelegenheden, scholen, zorginstellingen, zwembaden en andere organisaties voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren? Bent u bereid hiervoor duidelijke landelijke richtlijnen op te stellen?
Ja. Organisatoren en beheerders hebben in de regel voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen te weren of het gebruik daarvan te beperken via huisregels, contractvoorwaarden en toegangsbeleid.
Bij vergunningsplichtige evenementen kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen. Exploitanten van private of semi publieke locaties (horeca, winkels, musea, zwembaden, sportscholen, evenemententerreinen) mogen een verbod of beperking op camerabrillen als huisregel of in algemene voorwaarden opnemen, mits zij kenbaar, niet discriminatoir en proportioneel zijn. Bij niet naleving kan de toegang worden geweigerd of beëindigd; bij weigering te vertrekken kan uiteindelijk strafrechtelijk worden opgetreden wegens lokaalvredebreuk (art. 138 Sr).
Scholen en zorginstellingen hebben een bijzondere zorg en veiligheidsverantwoordelijkheid richting leerlingen, patiënten en bezoekers. Vanuit die plicht is een vergaand verbod in onderwijs en zorgomgevingen (en zeker in kleed-, behandel- en rustruimten) goed te rechtvaardigen. In niet publieke ruimten zoals kleedkamers en toiletten is heimelijk filmen strafbaar.
Gelet op het bestaande wettelijk kader, dat voldoende duidelijke mogelijkheden biedt, acht ik een nieuwe landelijke richtlijn niet noodzakelijk.
Bent u bereid de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen onderzoek te doen naar het gebruik van camerabrillen in Nederland, de gegevensstromen naar technologiebedrijven en mogelijke juridische lacunes, en de Kamer hierover vóór het einde van het jaar te informeren?
De AP heeft aangegeven bezorgd te zijn en de maatschappelijke ophef over de camerabril te begrijpen. Samen met andere Europese privacy-toezichthouders wordt daarom gekeken naar de impact van camerabrillen op privacy van mensen. Naar verwachting komt daar dit najaar meer duidelijkheid over. De AP heeft daarnaast momenteel een aantal klachten over camerabrillen in behandeling. Zoals vermeld in antwoord 9 verwacht de EDPB, waarin ook de AP vertegenwoordigd is, daarnaast dit najaar nog bevindingen te publiceren over camerabrillen. We zullen de zorgen rondom de camerabrillen met de AP in ons reguliere contact met de AP aankaarten. Het is aan de AP, als onafhankelijke toezichthouder, of zij hier nader onderzoek zal doen.
De aanpak van nepreviews |
|
Sandra Beckerman (SP) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
In 2021 zijn nepreviews verboden bij wet, in 2024 werd echter geconcludeerd dat de problemen met nepbeoordelingen niet afnemen maar toenemen, herkent u dit beeld?1
Ik ben bekend met de publicatie van BEUC uit december 2025. BEUC geeft daarin aan dat consumenten nog steeds worden blootgesteld aan nepbeoordelingen en dat de huidige regelgeving nog onvoldoende effectief is om deze praktijken tegen te gaan.
Consumenten gebruiken online reviews bij het vergelijken van producten en diensten en wegen deze informatie mee bij hun aankoopbeslissing. De betrouwbaarheid van reviews is daarbij van belang. Nepbeoordelingen kunnen consumenten daarom misleiden en ertoe leiden dat zij een andere aankoopbeslissing nemen dan zij zouden hebben gedaan wanneer zij over betrouwbare informatie hadden beschikt.
Ik herken het beeld dat de aanpak van nepbeoordelingen in de praktijk complex is. Het is mij niet bekend dat deze problemen zouden zijn toegenomen. De opkomst van AI kan ervoor zorgen dat nepreviews makkelijker opgesteld kunnen worden. Tegelijkertijd biedt AI ook mogelijkheden om dergelijke content sneller op te sporen.
Erkent u dat consumenten misleid worden en de verkeerde keuzes maken doordat de aanpak van nepreviews nog niet afdoende werkt? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u van mening dat lidstaten nu voldoende mogelijkheden hebben om nepreviews aan te kunnen pakken? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en welke extra maatregelen zijn volgens u nodig?
Het (laten) plaatsen van valse beoordelingen of aanbevelingen is sinds mei 2022 in Nederland expliciet verboden voor handelaren.2 Ook is het voor handelaren verboden om te beweren dat beoordelingen van producten zijn ingediend door consumenten die het product daadwerkelijk hebben gebruikt of aangekocht, zonder dat de handelaar redelijke en proportionele stappen heeft genomen om dit na te gaan. Dit geldt ook voor review-websites. Ik ben daarom van mening dat er voldoende wettelijke mogelijkheden zijn om handelaren aan te kunnen pakken die gebruik maken van nepbeoordelingen.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM), die belast is met de handhaving van onderhavige wetgeving, concludeert dat het nog zeer lastig is om op te treden tegen het aanbieden en verkopen van nepinteracties en -recensies, erkent u dit en steunt u hun wens voor uitbreiding van de Digital Fairness Act?
De ACM heeft in 2024 handhavingsacties ondernomen rondom nepbeoordelingen.3 In dit kader heeft de ACM onder meer 14 verkopers verzocht te stoppen met het aanbieden en plaatsen van nepreviews. De helft van de aangesproken partijen heeft dit ook daadwerkelijk gedaan. De ACM beoordeelde dit als een geschikte eerste stap met impact.4
Optreden tegen partijen die nepbeoordelingen verkopen is voor de ACM gecompliceerd, onder meer omdat deze partijen regelmatig vanuit een ander land (ook buiten de EU) opereren. Ook moet de ACM aannemelijk maken dat de nepbeoordelingen daadwerkelijk geplaatst zijn (door de verkoper van nepbeoordelingen of door de handelaar die de nepbeoordelingen heeft gekocht).
De ACM verzoekt in haar inzet rondom de aankomende Digital Fairness Act (hierna: DFA) om ook het verkopen van nepbeoordelingen zelf te verbieden.5 Ik heb begrip voor deze wens van de ACM, omdat de ACM daarmee effectiever zou kunnen optreden. Het aanbieden van nepbeoordelingen is namelijk makkelijker te bewijzen dan het (laten) plaatsen van deze nepbeoordelingen. Een complicerende factor hierbij is echter dat de verkoop van nepbeoordelingen een transactie tussen twee bedrijven is en daardoor lastig binnen de reikwijdte van het consumentenrecht past. Het consumentenrecht ziet namelijk op de relatie tussen de handelaar en de consument en in principe niet op een transactie tussen een handelaar en toeleverancier. Een mogelijk alternatief zou kunnen zijn om het opstellen van nepbeoordelingen op verzoek van een handelaar als oneerlijke handelspraktijk aan te merken.
Steunt u het voorstel van de ACM om het aanbieden en verkopen van neprecensies of -interacties te verbieden? Kunt u uw antwoord toelichten?
Zie antwoord vraag 4.
Welke stappen wilt u zetten om de Europese Commissie te overtuigen van een verbod op de verkoop van neprecensies en -interacties?
De inzet van de Nederlandse regering6 en van de ACM7 rondom de DFA is separaat in een eerdere fase van het proces aan de Europese Commissie (hierna: EC) kenbaar gemaakt. Door de ACM is haar voorstel rondom de verkoop van nepbeoordelingen hierin meegenomen. Het wetgevend voorstel van de EC voor de DFA wordt in het vierde kwartaal van dit jaar verwacht. Het wetgevingsproces bevindt zich reeds in een vergevorderd stadium waarbij zeer beperkt ruimte is voor de Commissie om nog aanvullende beleidsvoorstellen mee te nemen. Het kabinet zal de verdere inzet rondom de DFA bepalen nadat het wetgevend voorstel van de EC is gepubliceerd en daartoe een BNC-fiche opstellen.
Hoe beoordeelt u het voorstel van de ACM om externe leveranciers of tussenpersonen aansprakelijk te stellen voor de oneerlijke beïnvloedingstechnieken die zij ontwikkelen of helpen ontwikkelen en faciliteren?
Het voorstel van de ACM voor de aansprakelijkheid van derde partijen is breder van aard dan de problematiek rondom nepbeoordelingen. Het zou hierbij bijvoorbeeld kunnen gaan om verkopers van designs en templates voor websites waar mogelijk verboden handelspraktijken in worden gebruikt. Volgens de ACM maakt een groot deel van Nederlandse online webwinkels gebruik van dergelijke derde partijen, waardoor het de effectiviteit van handhaving ten goede kan komen om ook deze leveranciers rechtstreeks aan te kunnen spreken.
Het is goed de mogelijkheid van een wettelijke aansprakelijkheid van externe leveranciers in ogenschouw te nemen en in Europees verband de voor- en nadelen daarvan te beoordelen, als ook te kijken naar andere oplossingen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen plaatsvinden in het kader van de aankomende onderhandelingen over de DFA. Dit zou dan moeten gebeuren tegen de achtergrond dat consumenten onder het huidige consumenten- en contractenrecht een hoog niveau van bescherming hebben.
Het consumentenrecht kent al regels inzake oneerlijke handelspraktijken, zoals misleidende handelspraktijken (bijv. artikel 6:193 g BW). Als er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk, dan kan de consument de overeenkomst vernietigen. Daarnaast kunnen consumenten voor producten die zij online hebben gekocht gebruik maken van het herroepingsrecht en het product binnen 14 dagen retourneren. Ook hebben consumenten in Nederland recht op een goed product zolang zij dat redelijkerwijs mogen verwachten. Als het product bij normaal gebruik toch snel kapotgaat, dan moet de verkoper dit probleem verhelpen (bijvoorbeeld door het product te repareren, vervangen of het geld terug te geven). Als het product stuk gaat binnen een jaar, dan wordt aangenomen dat het product ondeugdelijk was op het moment van de aankoop. Het is dan aan de verkoper om het tegendeel te bewijzen. Na een jaar is het aan de consument om te bewijzen dat hij het product normaal heeft gebruikt en niet door zijn toedoen kapotgegaan is. Schade die door een product wordt veroorzaakt, dient de verkoper op grond van wanprestatie te vergoeden (artikel 7:24 lid 1 BW).
Hierbij merk ik nog op dat een consument op grond van het huidige recht ook een derde (iemand met wie hij geen contractuele relatie heeft) kan aanspreken op grond van onrechtmatige daad. Dit lijkt in het geval van bijvoorbeeld nepreviews wel een moeizame weg voor de in de vraag genoemde externe leveranciers. Niet alleen zal het voor een consument moeilijk zijn om te achterhalen wie de nepreviews heeft verstrekt aan de verkoper, als dit al mogelijk is. Ook zal de consument aan dienen te tonen dat hij schade heeft als gevolg van de nepreviews (schade en causaal verband). Bij de aankoop van een product zijn immers meer aspecten van belang dan de nepreviews, waaronder de prijs, de kwaliteit en de door de verkoper verstrekte informatie.
Deelt u onze mening dat schade die aangebracht wordt aan consumenten vergoed moet kunnen worden?
Zie antwoord vraag 7.
Bent u voorstander van een uitbreiding van het consumentenrecht met een wettelijke aansprakelijkheid voor externe leveranciers?
Zie antwoord vraag 7.
Deelt u voorts onze mening dat consumenten meer mogelijkheden moeten krijgen om gepersonaliseerde content van grote bedrijven te weigeren?
Ik vind dat consumenten effectieve controle moeten hebben over het gebruik van (persoons)gegevens en hun voorkeuren voor gepersonaliseerde data. Voor consumenten kan het soms onvoldoende duidelijk zijn wanneer en hoe zij toestemming hebben gegeven voor het gebruik van hun data en wat de gevolgen daarvan zijn. Dit kan onder andere het gevolg zijn van een gebrek aan transparantie over hoe de personalisatie van content precies tot stand komt, of van misleidende patronen, ingewikkelde formulieren of toestemmingsmoeheid. Hierdoor bestaat het risico dat consumenten hun ware voorkeuren niet (kunnen) uiten. Het kabinet zet zich daarom in voor de verbetering van deze situatie, onder meer binnen het kader van de DFA en ePrivacyrichtlijn.8
Gepersonaliseerde content staat nu standaard ingeschakeld, deelt u de mening van de ACM dat dit moet worden omgedraaid en dat algemene content de standaardinstelling moet zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
De ACM schetst in haar document9 een drietal beleidsopties die niet logischerwijs allemaal gelijktijdig zouden moeten worden ingevoerd. Één daarvan is dat algemene, niet-gepersonaliseerde content de standaardinstelling zou moeten zijn.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 10 ben ik van mening dat consumenten effectieve controle moeten hebben over hun personalisatievoorkeuren. Ik sta daarom in de basis positief tegenover een «opt-in» of «opt-out» systeem zoals geschetst door de ACM en dit is ook een richting die door de EC verkend lijkt te worden in het kader van de DFA. Of een dergelijk systeem een effectieve en proportionele maatregel zou zijn, moet daarom ook blijken uit de impact assessment van de EC voor de DFA. Hierbij vind ik het van belang dat de maatregel ook realistisch uitvoerbaar moet zijn voor kleinere handelaren en dat de maatregel de effectieve controle van consumenten daadwerkelijk vergroot. Ik wacht de voorstellen van de EC en de resultaten van de impact assessment daarom met interesse af.
De AMC wil ook dat er meer transparantie en consistentie wordt geëist van handelaren over hoe ze gepersonaliseerde content aanbieden, deelt u deze mening? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wilt u zich inzetten voor verbetering van de EU-wetgeving over consumentenbescherming en privacy zodat dit kan worden afgedwongen?
Ja, deze mening deel ik. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 10 kan het voor consumenten soms onvoldoende duidelijk zijn wanneer zij toestemming hebben gegeven voor het gebruik van hun data en wat de gevolgen daarvan zijn. Conform mijn inzet voor de aankomende DFA ben ik in dit kader ook van mening dat algemene voorwaarden makkelijker te begrijpen moeten zijn, bijvoorbeeld via standaardisatie.10 Dit kan consumenten helpen betere keuzes te maken voordat ze zich aanmelden voor digitale diensten.
Daarnaast zet het kabinet zich op het gebied van privacy in om het voor burgers makkelijker te maken om hun rechten uit te oefenen. Dit doet zij in de lopende onderhandelingen over de Omnibus Digitaal.
Tot slot stelt de ACM voor om consumenten een «één-klik» optie te geven om gepersonaliseerde reclame te weigeren, wilt u zich hiervoor inzetten?
De «één-klik» optie is een van de andere opties die door de ACM geschetst is om meer grip te krijgen op gepersonaliseerde content. Ik ben van mening dat consumenten controle moeten hebben over hun (persoonlijke) data en personalisatie voorkeuren, en dat er keuzevrijheid moet zijn voor de consument. Dat wil zeggen: de consument moet zelf kunnen bepalen of hij gepersonaliseerde content of niet-gepersonaliseerde/standaard content wil zien. Zoals weergegeven in het BNC-fiche over de Omnibus Digitaal, welke op 12 december 2025 met uw Kamer is gedeeld, staat het kabinet positief tegenover oplossingen om het voor burgers makkelijker te maken hun rechten uit te oefenen. Het steunen van deze voorstellen in Europees verband is daarom reeds onderdeel van de kabinetsinzet. Voor een «opt-out» voor de gepersonaliseerde content zou het vooral van belang zijn dat deze effectief is en op een makkelijke manier toegankelijk. Daarnaast moet het ook voor kleinere handelaren realistisch zijn om een dergelijke opt-out te realiseren.
Het herziene rijksbrede cloudbeleid 2026 |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Aerdts , Eric van der Burg (VVD) |
|
|
|
|
Is het duidelijk voor alle relevante rijksorganisaties wat de gevolgen zijn van het herziene cloudbeleid? (Kamerstuk 26 643, nr. 1541) Kunt u aangeven of er organisaties zijn die bij voorbaat aangeven niet aan het herziene beleid te kunnen of zullen voldoen?
Hebben rijksorganisaties voldoende beeld op hun eigen cloudgebruik om de herziene regels effectief na te leven? Op welke delen van het cloudlandschap van de overheid ontbreekt er nog overzicht?
Welke rol krijgt de veelbelovende Nederlandse Digitale Dienst om zeker te stellen dat alle rijksorganisaties aan het herziene cloudbeleid kunnen en zullen voldoen? Bent u bereid de organisatie hiertoe de nodige capaciteit en instrumenten te geven?
Kunt u een schematisch overzicht geven van maatregelen die ook overwogen zijn voor het herziene cloudbeleid, met een onderbouwing waarom deze uiteindelijk niet zijn opgenomen?
Welke concrete doelen heeft het kabinet om digitaal onafhankelijk te worden? Wordt het doel vastgesteld op 30% digitaal onafhankelijk per 2029, zoals gevraagd in de motie-Thijssen/Bruyning (Kamerstuk 36 574, nr. 5) en de initiatiefnota Wolken aan de Horizon (Kamerstuk 36 574, nr. 2)?
Hoeveel digitaal onafhankelijker wordt de Rijksoverheid door het herziene cloudbeleid in de komende jaren? Wordt het doel van 30% in 2029 gehaald?
Kunt u heel concreet uitleggen welke rol u heeft, als coördinerend Staatssecretaris (EZK) en als Staatssecretaris verantwoordelijk voor uitvoeringsdiensten (BZK), om dit beleid te handhaven?
Welke instrumenten heeft u om het herziene cloudbeleid daadwerkelijk uit te voeren? Met hoeveel zekerheid kunt u zeggen dat dit beleid zal leiden tot een digitaal onafhankelijke Rijksoverheid?
Heeft u overwogen om het coördinatiebesluit, waarin de bevoegdheden van bewindspersonen zijn vastgelegd, uit te breiden zodat u dwingender kan optreden om het herziene cloudbeleid uit te voeren? Waarom heeft u dit niet gedaan, cf. de motie-Six Dijkstra (Kamerstuk 26 643, nr. 1294)?
Waarom is er, ondanks de hoge ambities in het coalitieakkoord, geen budget beschikbaar gesteld voor de herziening van het cloudbeleid?
Wat bedoelt u met de «scherpe keuzes» en «herprioritering» die nodig zijn omdat het kabinet geen middelen reserveert voor haar eigen digitale ambities?
Met welke investeringen zou het herziene cloudbeleid sneller en effectiever toegepast kunnen worden? Hoe kan voorkomen worden dat door «scherpe keuzes» en «herprioritering» geen vaart wordt gemaakt met de nodige maatregelen om digitaal onafhankelijk te worden?
Kunt u de overgangstermijn van vier jaar onderbouwen? In welke gevallen wordt hier van afgeweken? Hoe voorkomt u dat migraties van bestaand cloudgebruik allemaal vertraagd worden wegens «hoge kosten of risico’s»?
Wat bedoelt u ermee dat het «afgeraden» wordt om e-mail- en documentbeheer in de publieke cloud te zetten? Betekent dit dat binnen vier jaar alle mailservers en documentbeheer daadwerkelijk uit de publieke cloud worden gehaald?
Welke aanpassingen in het IT-inkoopbeleid zijn nodig om het herziene cloudbeleid verder te ondersteunen? Heeft u plannen om het inkoopbeleid aan te scherpen, en zo ja, welke?1
Waarom wordt een generiek cloud-tenzij beleid enkel «afgeraden»? Waarom formuleert u dit niet dwingender?
Hoe wordt er op toegezien dat rijksorganisaties binnen 12 maanden een exitplan opstellen voor bestaand cloudgebruik?2 Bent u van plan dit per organisatie te monitoren en met de Kamer te delen? Welke gevolgen zijn er als een organisatie niet op tijd een exitplan aanlevert?
Worden organisaties verplicht om opvolging te geven aan de «aanwijzingen» van de Chief Information Security Officer (CISO) Rijk, als blijkt dat aangeleverde cloudplannen, de risicoanalyse en/of het exitplan niet in lijn zijn met het beleid?
Waarom is er niet voor gekozen om de CISO Rijk of de Staatssecretaris belast met Digitale Zaken de bevoegdheid te geven om cloudplannen, de risicoanalyse en/of het exitplan als geheel af te wijzen, als deze niet voldoen aan het herziene cloudbeleid?
Hoe verwacht u dat rijksorganisaties de «geopolitieke risico’s» van cloudgebruik in hun risicoanalyse in kaart brengen? Welke criteria worden hiervoor gebruikt?
Hoe bent u van plan aan de Kamer te rapporteren over de opgestelde risicoanalyses en exitplannen van rijksorganisaties?
Wat bedoelt u met het gegeven dat overheidsdocumenten en mailberichten «bij voorkeur» niet in de publieke cloud worden ondergebracht? Waarom bent u hier niet dwingender in, gezien de gevoeligheid van deze gegevens en de erkende risico’s van de publieke cloud?
Kunt u concreet maken wanneer aan de drie uitzonderingsgronden is voldaan om tóch mailverkeer en documenten in de publieke cloud te mogen houden? Na hoeveel tijd wordt bezien of deze uitzonderingsgronden nog steeds gelden?
Wat bedoelt u met het gegeven dat het sleutelbeheer van versleutelde vertrouwelijke gegevens «bij voorkeur» niet bij de cloudleverancier wordt neergelegd? Waarom belegt u het niet per definitie in eigen beheer?
Onder welke voorwaarden is het volgens u acceptabel om bijzondere persoonsgegevens alsnog in de publieke cloud te verwerken? Hoe wordt vastgesteld dat de mitigerende maatregelen afdoende zijn?
Wat bedoelt u ermee dat het rijksbrede cloudbeleid «waar mogelijk» toegepast zal worden bij uitgezonderde organisaties? Worden de uitgezonderde organisaties wel geacht om hun eigen cloudbeleid aan te scherpen?
Kunt u «kleinschalige doelen» noemen waarvoor het rijksbrede cloudbeleid een uitzondering zou maken? Hoe en door wie wordt bepaald of iets wel of niet uitgezonderd wordt?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en vooraf aan het commissiedebat «Digitaliserende overheid en toezicht» van 30 september 2026 beantwoorden?
Het invoeren van chatcontrole |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
David van Weel (VVD), Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Europees Parlement stemt in controversiële spoedprocedure alsnog voor het checken van berichten op beelden van kindermisbruik»?1
Wat vindt u van het verlengen van «chatcontrol 1.0»2 en de manier waarop dit via een spoedprocedure, mede onder druk van de Europese Commissie en grote techbedrijven, is geforceerd?
Wat is de zienswijze van dit kabinet op deze vorm van chatcontrole? Volgt u nog steeds de beide aangenomen moties-Kathmann (Kamerstukken 32 317, nr. 891 & 32 317, nr. 981) die vragen om zich tegen chatcontrole te verzetten?
Wat zijn de gevolgen van deze stemming voor de privacy van Nederlandse burgers, nu vrijwillige chatcontrol niet alleen opnieuw is ingevoerd, maar is uitgebreid ten opzichte van de vorige vrijstelling?
Op welke manier mogen techbedrijven AI toepassen om berichtenverkeer tussen burgers te surveilleren? Kunt u duidelijk maken wat voor techniek hiervoor wordt toegepast door de relevante bedrijven?
Hoe wordt voorkomen dat onschuldige burgers op basis van valse positieven verdacht worden gemaakt en worden gemeld bij de politie of Europol?
Deelt u de zorgen van de indiener dat, zolang het scannen van online berichtenverkeer is toegestaan, er een reëel risico is dat deze techniek ook voor andere doeleinden zal worden gebruikt als gevolg van «mission creep»?
Hoe staat het met de onderhandelingen voor de CSAM-verordening, waar een vorm van chatcontrole tot dusver altijd een onderdeel van is geweest? Wanneer verwacht u dat hierover een stemming zal plaatsvinden?
Bent u bereid de Kamer een beslismoment voor te leggen als er een belangrijke (voor)stemming nadert met betrekking tot chatcontrole, zodat zij tijdig en goed geïnformeerd de kabinetsinzet kan sturen?
Kunt u bevestigen dat Nederland zich ten alle tijden en onomwonden zal verzetten tegen voorstellen die het scannen van versleutelde berichten mogelijk maken, al dan niet via een omweg?
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het verslavend ontwerp van Instagram en Facebook |
|
Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met de bevindingen van de Europese Commissie over het verslavende ontwerp van Instagram en Facebook1 en de berichtgeving hierover?2
Ja.
Wat is uw reactie op de bevindingen van de Europese Commissie? Deelt u de analyse dat Meta willens en wetens gebruikmaakt van verslavend ontwerp, ten koste van de privacy en gezondheid van haar miljarden gebruikers?
Ik ben blij om te zien dat de Europese Commissie haar toezichthoudende taak op de Digital Services Act (hierna: «DSA») doortastend oppakt. En dat de regels uit de Digital Services Act inderdaad handvatten bieden om op te treden tegen verslavend ontwerp van online platforms, zoals in dit geval Facebook en Instagram. Over de motieven van Meta ga ik niet speculeren.
Vindt u dat het onderzoek van de Europese Commissie snel genoeg is verlopen, aangezien al lang en breed bekend is dat Meta verslavend ontwerp toepast op Instagram en Facebook?
Het nemen van een niet-nalevingsbesluit kost tijd. Er moet deugdelijk en zorgvuldig onderzoek worden verricht. Er moet voldoende overtuigend bewijs zijn om in te kunnen grijpen en het besluit staande te kunnen houden in een eventuele juridische procedure erover. Ten behoeve van de rechtsbescherming is het bovendien belangrijk om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om opmerkingen te maken en die te onderzoeken of te wegen. Het is daarom goed te verklaren dat dit besluit niet al is genomen in de weken of maanden na inwerkingtreding van de DSA in november 2024. Sinds die datum heeft de Europese Commissie ontzettend veel werk verricht. Zo heeft de Europese Commissie vanaf nul een onderdeel binnen haar organisatie moeten opbouwen om toezicht te houden, mensen geworven, en inmiddels tal van onderzoeken verricht, besluiten genomen, en rechtszaken gevoerd. Ik vind daarom dat de Europese Commissie doortastend en voorspoedig te werk is gegaan, en vertrouw erop dat zij dat blijft doen.
Wat is er nodig om de Digital Services Act sneller, effectiever en harder in te kunnen zetten tegen techbedrijven die verslavend ontwerp toepassen? Wat is hiervoor de inzet van dit kabinet?
Een evaluatie van de DSA op EU-niveau, en in Nederland van de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening, is voorzien in 2027. De uitkomsten en de opvolging daarvan worden verwacht in de tweede helft van 2027. In dit kader zal het kabinet uiteraard aandacht hebben voor mogelijke aanpassingen van de DSA die de effectiviteit ervan en het optreden door toezichthouders kunnen verbeteren. Als toezichthouders op de DSA in Nederland worden de Autoriteit Consument en Markt en de Autoriteit Persoonsgegevens daarbij betrokken.
Kunt u uitleggen wanneer Meta technische aanpassingen moet doorvoeren op Instagram en Facebook? Welke aanpassingen zijn dit?
Meta heeft eerst de mogelijkheid om te reageren op de bevindingen van de Europese Commissie. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat ze aanpassingen van het ontwerp voorstelt om te trachten zo de bezwaren van de Europese Commissie weg te nemen. De DSA noch het voorlopige besluit van de Europese Commissie schrijven voor hoe zij dat moet doen. Wel heeft de Europese Commissie voorbeelden gegeven van mogelijke maatregelen die Meta kan nemen, zoals «(...) door belangrijke verslavende functies zoals «autoplay» en «infinite scroll» standaard uit te schakelen, effectieve «schermtijdonderbrekingen» te implementeren en het aanbevelingssysteem aan te passen om het minder betrokkenheidsgericht te maken».3 Welke aanpassingen er uiteindelijk moeten worden gemaakt is ter beoordeling van de Europese Commissie als bevoegd toezichthouder en in laatste instantie aan het Hof van Justitie.
Hoe hoog is de boete die Meta riskeert? Vindt u de boete hoog genoeg om het bedrijf tot actie te dwingen?
De DSA maakt het mogelijk om een boete op te leggen ter hoogte van maximaal 6% van de wereldwijde omzet in het vorige boekjaar. Volgens de voorlopige jaarrapportage van Meta blijkt dat die omzet in 2025 bijna $ 201 miljard bedroeg, oftewel zo’n € 176 miljard.4 Momenteel zou de maximale boete dus ruim € 10 miljard kunnen bedragen. Er is daarnaast ook de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen ter hoogte van maximaal 5% van de gemiddelde dagelijkse inkomsten of de wereldwijde jaaromzet in het vorige boekjaar per dag.
Wanneer moet Meta de aanpassingen doorvoeren? Is hier een harde deadline voor? Zo niet, bent u bereid hiervoor te pleiten bij de Europese Commissie?
Meta heeft eerst de mogelijkheid om te reageren op de bevindingen van de Europese Commissie waarna die dat zal moeten beoordelen, eventueel aanvullend onderzoek moet verrichten en al dan niet uiteindelijk een niet-nalevingsbesluit moet nemen. Op dit moment is niet te zeggen hoelang dat nog gaat duren. Hoewel ik uiteraard ook graag zo snel mogelijk veranderingen zie, hebben we dit soort regels om rechtsbescherming te bieden. Ik wil en moet bovendien de onafhankelijkheid van de toezichthouders in acht nemen en ga me daarom niet mengen in deze of andere toezichtzaken.
Vertrouwt u er op dat Meta de aanpassingen zal doorvoeren? Op welke manieren kunnen de Europese Commissie of afzonderlijke lidstaten de druk opvoeren om dit tijdig te doen?
Als er uiteindelijk een niet-nalevingsbesluit van de Europese Commissie volgt, en dat standhoudt wanneer er een rechtszaak volgt, dan vertrouw ik erop dat Meta daar opvolging aan geeft en de benodigde aanpassingen maakt. De Europese Commissie kan ter waarborging hiervan een boete of last onder dwangsom opleggen. Zie daarvoor ook het antwoord op vraag 6.
Hoe kunt u, samen met het Nederlandse veld van experts, burgerrechtenorganisaties en toezichthouders, bijdragen aan de stappen die de Europese Commissie zet tegen Meta?
Wanneer mogelijk laat ik de Europese Commissie weten dat zij de steun van het kabinet heeft bij het uitvoeren haar toezicht op de DSA, ongeacht welke digitale dienst. Het is tegelijkertijd niet aan mij om mij in een individuele casus te mengen gericht tegen één bedrijf.
Ik zie tegelijkertijd dat burgerrechtenorganisaties en andere experts graag een bijdrage leveren aan de effectieve uitvoering van de DSA. Zoals bijvoorbeeld de rechtszaak van Bits of Freedom tegen Meta5 eerder dit jaar, of de zaak van Mékic tegen X.6 Ik juich het van harte toe dat ook private organisaties en personen gebruik maken van de rechten die de DSA hen biedt. De jurisprudentie die hierdoor ontstaat, evenals de besluiten van toezichthouders, zullen uiteindelijk leiden tot de met de DSA beoogde veranderingen in de bredere industrie.
Kunt u de vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja.
‘Slimme fondsenwerving of privacyschending? De onzichtbare technologie achter donaties’ |
|
Erwin Prickaertz (PVV), Emiel van Dijk (PVV) |
|
Herbert , Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel: «Slimme fondsenwerving of privacyschending? De onzichtbare technologie achter donaties»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de praktijk waarbij goede doelen op basis van minimale input (zoals enkel een gedeelde postcode en huisnummer) persoonsgegevens verrijken met buurtkenmerken, WOZ-waarden en leefstijlen zonder dat donateurs hiervan op de hoogte zijn of hier vooraf toestemming voor hebben gegeven?
Goede doelen opereren bij de verwerking van persoonsgegevens binnen het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In de casus zoals deze wordt geschetst in de vraag zou sprake kunnen zijn van gegevensverrijking en profilering ten behoeve van directe marketing. Het verwerken van persoonsgegevens is alleen toegestaan als daarvoor een grondslag bestaat. Artikel 6 van de AVG noemt in dit verband toestemming van de betrokkene, maar ook gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde. Hiervan kan sprake zijn als de verwerking van gegevens noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang en als de rechten en vrijheden van de betrokkenen niet zwaarder wegen. Of hier sprake is van een gerechtvaardigd belang en of is voldaan aan de overige vereisten die de AVG stelt, is niet aan mij om vast te stellen. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het specifieke geval, in de eerste plaats door de goededoelenorganisatie zelf als verwerkingsverantwoordelijke. De Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) en uiteindelijk de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houden toezicht op de naleving van de AVG.
Daarnaast geldt dat – ongeacht de verwerkingsgrondslag – de verwerkingsverantwoordelijke op grond van artikelen 12–14 AVG verplicht is transparantie te bieden over de gegevensverwerking. Dit gebeurt doorgaans met een privacyverklaring, waarin onder andere staat welke gegevens worden verwerkt, voor welke doelen dat gebeurt, welke grondslag van toepassing is, hoe lang de gegevens bewaard worden en met wie deze worden gedeeld. Zoals aangegeven is het toezicht hierop belegd bij de FG en uiteindelijk de AP. Ook daarin is voor mij geen rol weggelegd.
Voor ruim zevenhonderd erkende goede doelen geldt dat het CBF, de onafhankelijke toezichthouder op de goededoelensector, het privacy- en informatiebeveiligingsbeleid van de organisaties controleert en handhaaft waar nodig.2 Het CBF kan daarbij vragen naar de onderbouwing van het beroep op gerechtvaardigd belang. Sinds 2026 houdt het CBF hier scherper toezicht op en doet dat, waar nodig, in afstemming met de AP.
Deelt u de mening dat het gebruik van voorspellende AI-software (zoals Dataro) om specifiek de «nalatenschapsbereidheid» of toekomstige erfenissen van individuele donateurs te voorspellen, een inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer die nooit onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)-grondslag «gerechtvaardigd belang» mag vallen? Acht u het ethisch verantwoord dat goede doelen dergelijke technologie inzetten?
De AVG is technologie-neutraal en kent aan artificiële intelligentie (hierna: AI) geen aparte status toe. Wel verplicht artikel 35 van de AVG tot het doen van een DPIA (Data Protection Impact Assessment) als de verwerking waarschijnlijk een hoog risico inhoudt, zoals bij systematische en grootschalige profilering of innovatie met nieuwe technologie. Daarvan kan sprake zijn bij AI-toepassingen. Of sprake is van verantwoord gebruik van technologische verwerkingsmiddelen of -methoden moet in eerste instantie worden beoordeeld door de goededoelenorganisatie als verwerkingsverantwoordelijke, aan de hand van de omstandigheden van het specifieke geval. Artikel 5 van de AVG kent daarbij een verantwoordingsplicht, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijke het voorgaande moet kunnen aantonen. De AP houdt daarop toezicht.
Met de inzet van AI door organisaties of bedrijven is in principe niets mis, ook niet als goede doelen dat doen. Sterker nog, AI kan in bepaalde situaties juist helpen om dienstverlening of bescherming van consumenten, donateurs en burgers te verbeteren. De inzet van AI dient daarbij plaats te vinden binnen de wettelijke kaders. Het is uiteindelijk aan de toezichthouders om te bepalen of de inzet rechtmatig plaatsvindt.
Hoe beoordeelt u het belangenconflict dat kan ontstaan wanneer goede doelen via investeringsfondsen financieel deelnemen in commerciële AI-bedrijven die worden ingezet voor het analyseren van hun eigen donateurs? Deelt u de zorg dat hierdoor maatschappelijke en commerciële belangen met elkaar verstrengeld raken, ten koste van de privacy van donateurs?
Het staat stichtingen en verenigingen vrij om investeringen te doen mits de opbrengst daarvan volledig ten goede komt aan het statutaire doel. Stichtingen en verenigingen kunnen ook een ANBI (algemeen nut beogende instelling) status hebben wanneer zij aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo moet de organisatie zich onder andere voor minstens 90% inzetten voor het algemeen nut, geen winstoogmerk hebben, en aan strikte integriteits- en transparantie-eisen voldoen. Het is bij investeringen in leveranciers van data- en AI-diensten van belang dat schijn of feitelijke verstrengeling worden voorkomen via transparantie, strikte functiescheiding, onafhankelijke toetsing van privacy- en ethische risico’s en naleving van de toepasselijke wettelijke en sectorspecifieke normen. Dit is vastgelegd in het normenkader van het CBF waaraan erkende goede doelen moeten voldoen (normen 5.3.1 en 5.3.2).
Hoe beoordeelt u de praktijk dat sommige goede doelen na opzegging van een periodieke schenking wel de incasso beëindigen, maar de relatie met de voormalige donateur voortzetten door deze te blijven benaderen voor nieuwe donaties?
Het moet eenvoudig zijn voor donateurs om relaties met en periodieke donaties aan goededoelenorganisaties te beëindigen of aan te passen. Sinds 1 januari 2025 geldt hiervoor ook een aparte norm voor erkende goededoelenorganisaties, inclusief voor commerciële bureaus die werken in opdracht van erkende goede doelen. Hier houdt het CBF toezicht op.4 Daarbij kijkt het onder andere naar de aanwezigheid, vindbaarheid en laagdrempeligheid van de opzegmogelijkheden. Goede doelen hebben daarnaast onder de AVG en Reclame Code de mogelijkheid om oud-donateurs te benaderen na het opzeggen van de relatie, mits dit binnen de door de Reclame Code gestelde klanttermijn valt. Onder de Code Telemarketing geldt bijvoorbeeld een maximum klanttermijn van drie jaar.5 Donateurs en voormalige donateurs hebben daarbij altijd de mogelijkheid van bezwaar.
Donaties aan goede doelen vallen niet onder het algemene consumentenrecht. Dit zijn namelijk overeenkomsten zonder tegenprestatie en kwalificeren niet als dienst in de zin van artikel 6:230g, eerste lid, onderdeel d, Burgerlijk Wetboek. Ik zie geen aanleiding om het consumentenrecht uit te breiden naar goededoelenorganisaties. Uw Kamer heeft ook in 2024 en 2026 verzocht om goede doelen uit te zonderen van aanscherpingen ter bevordering van consumentenbescherming.6
De Wet Van Dam2 beschermt consumenten tegen onnodige belemmeringen bij het beëindigen van doorlopende overeenkomsten. Hoe beoordeelt u het feit dat goede doelen, die hun fondsenwerving veelal uitbesteden aan commerciële bureaus, in de praktijk drempels hanteren die in de commerciële sector juist zijn uitgebannen? Deelt u de opvatting dat donateurs dezelfde bescherming zouden moeten genieten als consumenten en dat ook op deze praktijken op vergelijkbare wijze zou moeten worden toegezien?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om samen met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te bezien of de huidige consumentenbescherming voldoende aansluit bij de werkwijze van goede doelen en de commerciële fondsenwervingsbureaus waarvan zij gebruikmaken? Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat een donateur een periodieke donatie net zo eenvoudig kan beëindigen als een consument een commercieel abonnement? 2 Burgerlijk Wetboek, boek 2, artikelen 35, 36 en boek 6, artikelen 236, 237.
De ACM is een onafhankelijke toezichthouder. De ACM houdt geen toezicht op (de fondsenwervingsactiviteiten van) goede doelen omdat deze niet onder het algemene consumentenrecht vallen. Het CBF houdt wel toezicht op de werkwijzen van goede doelen, waaronder de wervingsmethoden van commerciële fondsenwervingsbureaus waarvan goede doelen gebruik maken. Zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vragen 5 en 6, geldt sinds 1 januari 2025 een aparte norm voor het gemakkelijk kunnen opzeggen van een donateursrelatie of periodieke donatie. Ik heb nauw contact met het CBF, onder andere over haar toezicht en ontwikkelingen in de filantropische sector.
De ontvangen aanbiedingsbrief van vertrouwelijke stukken inzake Solvinity |
|
Daniël van den Berg (JA21) |
|
Aerdts |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, die ziet op de Regeling vertrouwelijke stukken?1
Ja.
Kunt u toelichten waarom de vertrouwelijke stukken inzake Solvinity pas gedurende het zomerreces worden gedeeld?
Ik achtte het wenselijk om de Kamer dezelfde informatiepositie te geven als de bij het verzoek om voorlopige voorziening inzake Solvinity betrokken stichtingen. De betreffende stukken zijn kort voorafgaand aan de zitting op maandag 6 juli jl. vertrouwelijk beschikbaar gesteld, daarmee samenvallend met de start van het zomerreces.
Kunt u toelichten waarom de vertrouwelijke stukken inzake Solvinity slechts kunnen worden ingezien tot en met 31 juli 2026, aangezien het stellen van een dergelijke termijn zeer ongebruikelijk is?
Het stellen van een termijn aan de ter inzagelegging van vertrouwelijke stukken is verplicht onder artikel 4b van de regeling vertrouwelijke stukken.
Kunt u beamen dat indien de vertrouwelijke stukken gedurende het zomerreces worden gedeeld en anderzijds slechts inzichtelijk zijn tot en met 31 juli 2026 (midden in het zomerreces), dit negatieve invloed heeft op de informatiepositie van de Kamerleden gezien de afwezigheid van de vele Kamerleden?
De voorgestelde ter inzagelegging was gebaseerd op de dan beschikbare informatie t.a.v. de voorlopige voorzieningszitting op 6 juli. Ik hecht eraan de kamer zo ruim mogelijke inzage te geven binnen de kaders die er zijn. Om uw Kamer tegemoet te komen en te voorzien van een betere informatiepositie, heb ik de termijn van ter inzagelegging verlengd tot 31 augustus. Dit heb ik ook opgenomen met de griffie van de Kamer.
Kunt u toelichten waarom de door u gekozen termijn voor inzage van 31 juli 2026, niet is onderbouwd in de aanbiedingsbrief? Volgens Artikel 4b van de Regeling vertrouwelijke stukken, moet namelijk duidelijk gemotiveerd worden waarom het stuk slechts tijdelijk ter inzage wordt gebracht.
Deze onderbouwing is abusievelijk niet meegenomen in de aanbiedingsbrief. Zie voor de onderbouwing van deze termijn het antwoord op vraag 4.
Kunt u deze Kamervragen zo spoedig mogelijk beantwoorden in verband met het spoedeisende belang van het feit dat Kamerleden gedurende deze resterende periode met zomerreces zijn, en de informatiepositie van de Kamerleden niet ondermijnd mag worden?
Ja.
Kunt u de Kamervragen los van elkaar beantwoorden?
Ja.