Het bericht ‘Europa speelt met vuur: ruzie over uitstel methaanregels splijt lidstaten tot op het bot’ |
|
Alisha Müller (VVD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Europa speelt met vuur: ruzie over uitstel methaanregels splijt lidstaten tot op het bot»?1
Klopt het dat u zich in de Energieraad aan het blok met Frankrijk en Spanje heeft verbonden dat wilde vasthouden aan het voorstel van de Commissie om bepaalde verplichtingen uit de methaanverordening met één jaar uit te stellen? Waarom?
Kunt u toelichten waarom u er niet voor heeft gekozen om bij landen als Polen en Tsjechië aan te sluiten die hebben gepleit voor een uitstel van drie jaar?
Erkent u dat het voor de leveringszekerheid van de Europese energievoorziening beter is als bepaalde verplichtingen uit de methaanverordening langer dan één jaar worden uitgesteld?
Kunt u kort reflecteren op de positie die het Europees Parlement heeft ingenomen?
Klopt het dat er in de Raad gewerkt wordt aan een compromisvoorstel van een uitstel van bepaalde verplichtingen van twee jaar? Is het kabinet voornemens dat voorstel te steunen? Waarom wel of niet?
Wanneer gaat de Raad over haar positie stemmen?
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling op 4 november?
Het FTM-artikel 'Palantir heeft ‘gevaarlijke’ grip op cruciale Europese infrastructuur' |
|
Laurens Dassen (Volt) |
|
Derk Boswijk (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het FTM-artikel «Palantir heeft «gevaarlijke» grip op cruciale Europese infrastructuur» van 15 oktober 2026?1
Klopt het dat Defensie al langere tijd een pilot aan het draaien is om de aankoop van MAVEN Smart Systems te onderzoeken? Zo ja, waarom is de Kamer hier niet over geïnformeerd toen er meerdere vragen over gesteld werden op 11 juli 2025, 28 april en 29 april 2026?2, 3, 4
Hoeveel andere pilots worden door Defensie gedraaid om het gebruik en eventuele aanschaf van Palantir te toetsen?
Op welke manier maken de AIVD en de MIVD gebruik van software van Palantir en/of hebben zij in het verleden hier gebruik van gemaakt? Over welke periode wordt/werd hiervan gebruikt gemaakt?
Zijn hierbij ook gegevens van Nederlanders verwerkt?
Indien de AIVD en/of de MIVD inderdaad met het gebruik van Palantir zijn gestopt, wat waren hier de overwegingen om hiermee te stoppen?
Klopt het daarnaast ook dat het commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten eerder dit jaar een «tijdelijke» overeenkomst sloot met Palantir? Zo ja, waar dient dit contract voor en waarom is de Kamer hier niet over geïnformeerd toen er vragen over gesteld werden op 28 april en 29 april 2026?5, 6
Hoe rijmt de verkennende pilot bij Defensie en de overeenkomst met het commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten met de ambitie om binnen twee jaar Palantir-gebruik binnen de overheid volledig afgebouwd te hebben, ofwel het tweesporenbeleid?
Hoeveel kosten al deze nieuwe (tijdelijke) contracten en pilots?
Waarom zei u dat alleen de politie gebruik maakt van Palantir in de «Raffinaderij», terwijl nu blijkt dat dit geen compleet beeld is van de huidige situatie?
Eerder zei u dat de politie gebruik maakt van Palantir in de raffinaderij om terrorisme en «zware misdaad» te bestrijden; wat is de juridische definitie die de politie hanteert voor «zware misdaad»?
Acht u het nog steeds wenselijk om Palantir volledig af te bouwen, zodat we binnen onze overheid op geen enkele manier meer gebruik maken van Palantir? Zo nee, waarom bent u van gedachte veranderd?
Kunt u uitleggen waarom u het een goede keuze vindt om gebruik te blijven maken van de software van een bedrijf dat onder andere gebruikt wordt voor de doeleinden van ICE en de oorlog in Iran?
Bent u ervan bewust dat, na het eerste FTM-bericht over de samenwerking tussen Palantir en de Marechaussee en de situatie omtrent de onbehandelde aangiftes, dit de derde keer is dat u de Kamer verkeerd geïnformeerd heeft? Kunt u daarop reflecteren?7, 8
Kunt u deze vragen apart van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
De Franse staatsschuld en de risico’s voor financiële stabiliteit in het eurogebied |
|
Henk-Jan Oosterhuis (D66), Inge van Dijk (CDA), Erik van der Maas (VVD) |
|
Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u in kaart brengen hoe de Franse staatsschuld, de rente op staatsobligaties en de spread met Duitse obligaties de afgelopen jaren zijn gestegen?
Via welke kanalen kunnen bovenstaande ontwikkelingen effect hebben op de Nederlandse economie en de financiële markten? Welke effecten zijn hiervan momenteel al zichtbaar?
Is er momenteel sprake van een sovereign-bank nexus, waarbij Franse banken blootgesteld zijn aan Franse staatsobligaties? In hoeverre zijn de effecten hiervan nu al zichtbaar, en wat laten de meest recente stresstesten zien?
Hoe kijkt u naar de bovengenoemde risico’s voor de situatie in Italië, waar de staatsschuld en rente op staatsobligaties ook blijft oplopen?
Met welke andere scenario’s houdt u rekening voor de gevolgen voor het eurogebied en Nederland, gegeven het feit dat Frankrijk de op één na grootste economie van de Europese Unie is? Kunt u daarbij in ieder geval ingaan op de wisselkoers van de euro, de gevolgen voor financiële stabiliteit en de bredere macro-economische effecten?
In hoeverre verschilt de situatie nu met de situatie van Griekenland tussen 2012 en 2015?
Het grootste Nederlandse pensioenfonds ABP gaf recent het belang van Franse staatsobligaties in haar portefeuille af te bouwen. Zijn er signalen van meer Nederlandse beleggers die hun afhankelijkheden van Frankrijk momenteel afbouwen?
Kunt u toelichten welke mogelijkheden voor hervormingen u ziet om de Franse staatsschuld te stabiliseren en de financiële markten te kalmeren?
Kun u beschrijven hoe de EU en Eurogroep een actieve rol kunnen spelen in de noodzakelijke Franse economische hervormingen? Welke instrumenten zijn er om druk te zetten op Frankrijk bij de verschillende Europese instellingen? En waar zitten juist risico’s omdat handelingsperspectief (nog) ontbreekt? Welke concrete stappen gaat u de komende tijd nemen om bij te dragen aan dit proces?
Hoe zorgelijk is het dat Italië het ESM-verdrag tot op heden nog niet heeft geratificeerd? Welke stappen zijn er nodig om dit op korte termijn voor elkaar te krijgen?
Hoe kijkt u naar de recente speculaties over het mogelijke ingrijpen van de ECB om Frankrijk te ondersteunen, bijvoorbeeld door TPI in te zetten of de verkoop van staatsobligaties uit eerdere aankoopprogramma’s te pauzeren? Welke concrete stappen gaat u de komende tijd zetten om te voorkomen dat de ECB haar geloofwaardigheid verliest door in te grijpen, en om hervormingen af te dwingen via marktprikkels (hogere rentes)?
Kunt u reflecteren op hoe marktwerking – hervorming van begroting onder druk van oplopende rentes op staatsobligaties – zou moeten functioneren in het eurogebied? Hoe kijkt u daarbij naar de verstorende rol van hedgefunds, die profiteren van hogere yields op Franse staatsobligaties in zogenaamde «carry trades» en daarbij heftige koersschommelingen veroorzaken?1 Welke maatregelen zijn denkbaar om dit speculatiegedrag van hedgefunds te mitigeren?
Kunt u de Kamer regelmatig informeren over de economische en financiële risico’s van de situatie in het eurogebied?
Het bericht 'EU-kopstuk Von der Leyen wil vetorecht Nederland fors inperken en vaart maken met nieuwe lidstaten' |
|
Mona Keijzer |
|
Rob Jetten (D66) |
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht in de Telegraaf «EU-kopstuk Von der Leyen wil vetorecht Nederland fors inperken en vaart maken met nieuwe lidstaten»?1
Kunt u toelichten in hoeverre u bekend bent met de plannen om het vetorecht van lidstaten te beperken op het gebied van belastingfraude, energiebelasting, sociale zekerheid en tussentijdse besluiten over EU-toetreding?
Klopt het dat wanneer Europese lidstaten besluiten met gekwalificeerde meerderheid kunnen nemen over sociale zekerheid, dit ertoe leidt dat ze ook zeggenschap over onze pensioenen krijgen? Zo ja, vindt u dat wenselijk. Zo nee, waarom niet?
Kunt u voor de eerstvolgende bijeenkomst van regeringsleiders in de Europese Unie aan de Tweede Kamer doen toekomen met een kabinetsappreciatie over de voornemens?
Herinnert u zich dat de Minister van Buitenlandse Zaken in zijn Europatoespraak van 26 augustus 2026 aan de Universiteit Maastricht zei2: «We can make the Union more effective by moving from unanimity to qualified-majority decision-making in some parts of the EU’s common foreign policy. We need to revise our veto system.» Welke onderdelen van het buitenlands beleid bedoelt de Minister precies? Geldt «revise our veto system» uitsluitend voor het buitenlands beleid?
Is de toespraak van de Minister van Buitenlandse Zaken in Maastricht kabinetsbeleid?
Herinnert u zich dat u op 3 maart 2026 in Brussel, naar aanleiding van het Hongaarse veto op de lening voor Oekraïne, tegen Euronews3: «The new Dutch government is in favor of less and less decision-making by unanimity on the European level». Bevestigt u deze uitspraak? Op welke terreinen wordt precies gedoeld? En op welke terreinen niet?
Erkent u dat concessies op het gebied van buitenlandse zaken financiële gevolgen kunnen hebben voor Nederland, als gevolg van besluiten waarmee Nederland niet heeft ingestemd?
Wil het kabinet het Nederlandse vetorecht op alle terreinen behouden, of is het kabinet bereid dit op sommige terreinen op te geven? Kunt u hierop een duidelijk antwoord zonder voorbehouden geven?
Indien het kabinet bereid is het veto op sommige terreinen op te geven, kunt u dan per terrein aangeven of het kabinet het Nederlandse veto wil behouden of opgeven, ook in de context van de beleidsterreinen die worden genoemd in het voorstel van Von der Leyen?
Erkent u dat een veto dat is opgegeven, daarna alleen met unanieme instemming van alle lidstaten kan worden hersteld, en dat het opgeven van een veto in de praktijk dus onomkeerbaar is?
Hoe verhoudt het opgeven van Nederlandse vetorechten zich volgens het kabinet tot het uitgangspunt dat Nederlandse kiezers via verkiezingen invloed moeten kunnen uitoefenen op de besluiten waaraan Nederland is gebonden, en acht het kabinet dit een versterking of een verzwakking van de Nederlandse democratische zeggenschap?
Waar ligt voor het kabinet de grens? Indien het kabinet bereid is unanimiteit op aanvullende beleidsterreinen los te laten, welke bevoegdheden moeten volgens het kabinet uiteindelijk altijd nationaal blijven?
Kunt u daarbij uiteenzetten of het kabinet een verdere politieke integratie richting een «Verenigde Staten van Europa» wenselijk acht, en welke gevolgen dit volgens het kabinet zou hebben voor de Nederlandse democratie en nationale soevereiniteit?
Bent u bekend met het Frans-Duitse non-paper4 «Strengthening European resilience, addressing global macroeconomic imbalances and market distorting practices», waarin wordt voorgesteld om nieuwe handelsinstrumenten in te voeren die door de Europese Commissie kunnen worden geactiveerd tenzij een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten daartegen bezwaar maakt?
Acht u het democratisch wenselijk dat de niet-gekozen Europese Commissie vergaande handels- en marktmaatregelen kan opleggen tenzij een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten daartegen stemt? Zo ja, kunt u dit toelichten?
Zegt u toe dat het kabinet niet instemt met een inperking van bestaande Nederlandse vetorechten, ook niet via politieke afspraken of conclusies van de Europese Raad tijdens de eerstvolgende bijeenkomst van de Europese Raad, voordat de Kamer de concrete voorstellen en juridische gevolgen heeft kunnen bespreken?
Bent u bereid hier alleen mee in te stemmen na instemming van de Eerste en de Tweede Kamer?
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en voor de eerstvolgende bijeenkomst van de Europese Raad beantwoorden?
Het bericht ‘Italië, Nederland of allebei? Onderzoek naar samenwerking Einstein Telescope’ |
|
Etkin Armut (CDA), Judith Buhler (CDA) |
|
Herbert , Letschert |
|
|
|
|
Welke concrete consequenties verbindt u aan de kwalificatie van het binnenhalen van de Einstein Telescope voor de Euregio Maas-Rijn als prioriteit van het kabinet? Welke concrete acties worden in aanloop naar de Europese locatiekeuze in 2027 ondernomen om de kandidatuur van de Euregio te versterken?1
Welke bewindspersoon draagt de politieke eindverantwoordelijkheid voor de internationale strategie om de Einstein Telescope naar de Euregio Maas-Rijn te halen? Hoe is de inzet tussen de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Buitenlandse Zaken georganiseerd en welke capaciteit en middelen zijn hiervoor beschikbaar?
Welke concrete toezeggingen zijn inmiddels gedaan door België, Vlaanderen, Wallonië en Noordrijn-Westfalen ten aanzien van de financiering, governance, vergunningverlening, infrastructuur en inhoudelijke deelname aan de Einstein Telescope in de Euregio Maas-Rijn? Welke afspraken moeten nog worden gemaakt om eind 2026 tot een volwaardig gezamenlijk bidbook te kunnen komen en wanneer moeten deze uiterlijk zijn afgerond?
Hoe beoordeelt u op dit moment het krachtenveld binnen de Board of Governmental Representatives (BGR) ten aanzien van de kandidaturen van de Euregio Maas-Rijn, Sardinië en Saksen? Welke landen hebben zich reeds publiekelijk of richting het kabinet uitgesproken over een voorkeurslocatie en op welke landen richt Nederland zijn diplomatieke inzet in het bijzonder?
De Duitse federale regering heeft de Einstein Telescope aangemerkt als prioritaire wetenschappelijke infrastructuur, maar nog geen keuze gemaakt tussen de kandidatuur van Saksen en deelname van Noordrijn-Westfalen aan de Euregio Maas-Rijn; wanneer verwacht u dat de Duitse regering hierover een positie inneemt?
Welke concrete diplomatieke inzet pleegt Nederland om de Duitse federale regering te bewegen tot steun voor de Euregio Maas-Rijn? Op welk politiek niveau vinden hierover gesprekken met Duitsland plaats en is de Minister-President hierbij betrokken? Bent u bereid de kandidatuur van de Euregio Maas-Rijn rechtstreeks bij de Duitse bondskanselier te agenderen?
Hoe ziet de besluitvorming op Europees niveau over het ontwerp en de locatie van de Einstein Telescope precies eruit? Wordt eerst een keuze gemaakt tussen een driehoek en een dubbele L-vorm en vervolgens tussen locaties, of worden ontwerp en locatie integraal en gelijktijdig beoordeeld? Wie neemt deze besluiten en volgens welke criteria?
Welke gevolgen heeft een eventuele Europese voorkeur voor een dubbele L-vorm voor de drie huidige kandidaat locaties? Klopt het dat bij een dubbele L-vorm een combinatie van de Euregio Maas-Rijn en Sardinië vanwege de benodigde geografische afstand voor de hand ligt? Welke rol resteert in dat scenario voor de kandidatuur van Saksen?
Wie besluit uiteindelijk met welke configuratie de Euregio Maas-Rijn haar kandidatuur indient en op welk moment moet deze keuze zijn gemaakt om het bidbook eind 2026 gereed te hebben?
Welke mogelijkheden ziet u indien uit de nieuwe kostenramingen blijkt dat de kosten van de driehoek of de dubbele L-vorm hoger uitvallen dan het beschikbare Nederlandse budget? Is aanvullende financiering dan denkbaar en op welk moment zou daarover moeten worden besloten?
In hoeverre verschilt de verwachte economische en maatschappelijke impact voor de Euregio Maas-Rijn tussen de realisatie van een volledige driehoek in de Euregio en één L-vorm als onderdeel van een dubbele L-configuratie met Sardinië? Is onderzocht wat beide configuraties betekenen voor onder meer investeringen, werkgelegenheid en het regionale kennis- en innovatie-ecosysteem? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten? Zo nee, bent u bereid dit inzichtelijk te maken voordat een keuze voor een configuratie wordt gemaakt?
Het instellen van een uitzondering voor de import van Russisch sabelbont bij de nieuwe EU-sanctieverordening tegen Rusland |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u meegekregen dat de Europese Raad in zijn recent aangenomen nieuwe sanctieverordening tegen Rusland ((EU) 2026/1848), een uitzondering heeft gemaakt voor de import van Russisch sabelbont (van de sabelmarter) naar de Europese Unie (EU), terwijl deze import eerder wel verboden was?1
Bent u bekend met de gruwelijke wijze waarop de sabelmarters in hele kleine kooitjes worden gehouden?2
Bent u ermee bekend dat er voor één bontjas 40 sabelmarters worden gedood?3
Bent u ermee bekend dat uit onderzoek van Politico blijkt dat de International Fur Federation haar Europese beleidswerk heeft gefinancierd via een Liechtensteins trustfonds dat ook Russisch veilinggeld ontving?4 En bent u ermee bekend dat uit de jaarrekening van 2023 van de lobbyorganisatie blijkt dat 223 870 EUR afkomstig was van het Russische bontveilinghuis Sojoezpoesjnina, dat gevestigd is in Sint-Petersburg, en dat 216 000 EUR daarvan zou zijn gebruikt om de lobbyist van de International Fur Federation in Brussel te betalen?5
Deelt u de mening dat lobbyorganisaties die Russische inkomsten ontvangen, geen invloed zouden mogen hebben op EU-beleid?
Wat vindt u ervan dat, met risico voor de Oekraïense en Europese veiligheid, op dit moment sancties op Rusland worden verlicht? Wat vindt u ervan dat dit dan specifiek ook nog eens sancties zijn die mogelijk dierenleed verminderen?
Kunt u bevestigen dat bepaalde EU-lidstaten hebben verzocht tot het invoeren van de uitzondering? Zo ja, welke lidstaten? Zo nee, kunt u bevestigen of dit een voorstel was van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Commissie?
Hoe beoordeelt u het feit dat mogelijk bepaalde EU-lidstaten en bedrijven zich verzetten tegen sancties op Rusland vanwege belangen van de dieronvriendelijke luxe-industrie?
Heeft u zich tegen deze uitzondering expliciet verzet in Europees verband in de afgelopen maanden? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om het Nederlandse standpunt, «dat het op ethische gronden niet verantwoord is om dieren te houden enkel om hun pels» (Kamerstuk 22 112, nr. 4224), per brief bekend te maken aan andere lidstaten en de Europese Commissie? Zo nee, op welke andere wijze blijft u medelidstaten hierop wijzen?
Op welke momenten en in welke Europese gremia zal Nederland zich de komende periode concreet inzetten voor een EU-breed verbod op bont en het opheffen van deze uitzondering?
Kan de Staatssecretaris de Kamer per brief over de Nederlandse positie informeren zodra een voorstel over bont op de agenda staat van een Europees overleg?
Kunt u aangeven welke juridische en beleidsmatige mogelijkheden momenteel worden onderzocht om bont, dons van levend geplukte dieren, angorawol en kangoeroeleer uit Nederlandse winkels te weren, ter uitvoering van de aangenomen motie-Van Esch (Kamerstuk 36 254, nr. 16)?
Bent u bereid om in de Europese Raad aan te kaarten dat het voor Nederland onbestaanbaar is dat de oorlogskas van Vladimir Poetin gespekt wordt met geld uit deze walgelijke industrie? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om, als een Europees bontverbod uitblijft, dan wel als de uitzondering op de sancties tegen Rusland blijft bestaan, te onderzoeken welke nationale maatregelen juridisch mogelijk zijn om de verkoop en import van (Russisch) bont in Nederland alsnog te beperken? Zo nee, waarom niet?
Welk precedent schept het invoeren van deze uitzondering op sancties tegen Rusland volgens u voor de belangen van andere industrieën in Europa? Deelt u de mening dat door het toekennen van deze uitzondering een hellend vlak ontstaat en andere particuliere bedrijfsbelangen ook voorrang kunnen krijgen boven het belang van de Oekraïense en Europese veiligheid?
Hoe straalt deze uitzondering af volgens u op het imago van Europa, waar men zich erop voor laat staan dat regelgeving rechtvaardig moet zijn en niet corrupt? Wat denkt u dat dit doet met het vertrouwen van Europese burgers in Europees beleid en Europese beleidsmakers?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
De staatsbegrafenis voor oorlogsmisdadiger Ratko Mladić in Servië |
|
Tom van der Lee (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Klopt het dat oorlogsmisdadiger Ratko Mladić in Servië wordt begraven met de hoogste militaire en staatseer zoals Minister Nenad Vujić heeft gezegd?
De uitvaart van Ratko Mladić in Belgrado werd gekenmerkt door militair eerbetoon en aanwezigheid van regeringsleden. Het kabinet vindt het gegeven eerbetoon zeer ongepast en bijzonder kwetsend voor de slachtoffers en nabestaanden, waaronder van de Srebrenica-genocide. Dit past niet bij wat wij van een EU kandidaat-lidstaat verwachten en druist sterk in tegen de gemeenschappelijke Europese waarden.
Wat vindt u van het feit dat de oorlogsmisdadiger die verantwoordelijk was voor de grootste massamoord in Europa na de Tweede Wereldoorlog een begrafenis met bijzondere eer krijgt in Servië?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid in contact met de Servische regering over te brengen dat de eer die aan oorlogsmisdadiger Mladić wordt toegedicht volstrekt ongepast en kwetsend is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer gaat u dit doen?
Ja. Ik heb, al voor de overbrenging van het lichaam van Mladić aan Servië, duidelijk aan mijn Servische ambtgenoot laten weten elke vorm van staats- of militair eerbetoon volstrekt onaanvaardbaar te vinden. Nederland heeft dit signaal ook in andere contacten met de Servische autoriteiten ondubbelzinnig overgebracht en heeft tevens middels een publiek statement kenbaar gemaakt dat het door de Servische regering gegeven eerbetoon onverenigbaar is met Europese waarden en bovendien uitermate kwetsend is voor de slachtoffers en hun nabestaanden.
Wat zegt de verheerlijking van oorlogsmisdadiger Mladić wat u betreft over gemeenschappelijke Europese waarden die Servië al dan niet met de EU deelt?
Het gegeven eerbetoon past niet bij wat wij van een EU kandidaat-lidstaat verwachten en druist sterk in tegen de gemeenschappelijke Europese waarden, zoals respect voor de rechtsstaat, erkenning van uitspraken van internationale tribunalen en inzet voor verzoening en verwerking van het verleden.
Moet het verheerlijken van Mladić op staatsniveau wat u betreft consequenties hebben voor het Servische toetredingsproces? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke?
Zie het antwoord op vraag 4. Servië heeft hiermee zijn eigen toetredingsperspectief geen dienst bewezen.
EU delegated cooperation |
|
Elles van Ark (CDA) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Herinnert u zich de aangenomen motie Klink/Amhaouch waarin verzocht werd meer EU-gelden door middel van delegated cooperation (EU-DC) aan te wenden?1
Ja.
Klopt het dat het bedrag dat Nederland in 2025 aan EU-DC gemobiliseerd heeft € 243 miljoen bedraagt, terwijl de doelstelling conform de aangenomen motie Kamminga zou moeten zijn dat dit bedrag de komende jaren vergroot moet worden naar ten minste 1 miljard euro?2 3
Het totaal dat Nederland aan EU-DC mobiliseert bestaat uit bedragen voor projecten die worden toegekend aan Nederlandse partijen en uit garanties die de Europese Commissie aan Nederlandse partijen alloceert. Het bedrag dat Nederland tot januari 2026 middels EU-DC heeft gemobiliseerd voor projecten is EUR 243 miljoen. Inmiddels is dit bedrag opgelopen tot EUR 318 miljoen. Daarnaast werd door Nederland voor circa 1,8 miljard euro aan garanties gemobiliseerd. Garanties worden net als bijdragen gerealiseerd door EU-DC. Zoals aangegeven in de Memorie van Toelichting bij de begroting van 2026 wil het kabinet het instrument van Delegated Cooperation in toenemende mate toepassen.
Kunt u de huidige stand van zaken geven van EU delegated cooperation (EU-DC) en de ambitie voor de komende jaren, inclusief een concrete streefwaarde en tijdpad in relatie tot de hiervoor genoemde moties?
Zie beantwoording vraag 2 voor de huidige stand van zaken.
Aangezien Nederland bij de toepassing van EU-DC afhankelijk is van de (procedures en besluitvorming van de) EC en omdat het budget onder het nieuwe EU-financieel kader voor 2028–2034 nog niet bekend is, is het in deze fase niet mogelijk een realistische inschatting van een tijdspad met concrete streefwaarden per jaar te geven. Ik kan u verzekeren dat het kabinet vol inzet op toepassing van EU-DC.
Kunt u hierbij ook ingaan op hoe Nederlandse organisaties actiever ondersteund kunnen worden bij het verkrijgen van EU-DC-middelen (zoals voorlichting, capaciteitsopbouw, en hulp bij contractvorming met de Europese Commissie)?
Momenteel worden Nederlandse organisaties op verschillende manieren ondersteund om beter gebruik te kunnen maken van EU-DC-middelen. Zowel in Brussel als in de partnerlanden zet het kabinet zich in contacten met de Europese Commissie (waaronder DG INTPA, NEAR en MENA) in voor goede en transparante toegang van Nederlandse bedrijven, NGOs en kennisinstellingen tot relevante EU-programmering en instrumenten. Daarnaast informeert het Ministerie van Buitenlandse Zaken via voorlichting en bijeenkomsten over relevante beleidsontwikkelingen en mogelijkheden om aan te sluiten bij EU-programma’s.
Ook is binnen het ministerie een EU Support Facility ingericht die organisaties ondersteunt bij contractvorming wanneer gebruik wordt gemaakt van de DGIS-accreditatie; de capaciteit hiervan is recent uitgebreid.
Tegelijkertijd blijven er uitdagingen bij de totstandkoming van EU-DC-projecten, zowel in Brussel als aan de Nederlandse kant. Het vergt inzet op verschillende terreinen om toegang te krijgen tot EU-DC-middelen, waarbij in iedere fase moet worden bezien wat mogelijk is, ook binnen de geldende juridische en procedurele kaders. Het ministerie gaat graag verder in gesprek met de Nederlandse sector om samen te bezien hoe de toegang structureel kan worden verbeterd. Het kabinet ziet dit nadrukkelijk als een gezamenlijke opgave van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
Kunt u een overzicht geven van de besteding van de € 243 miljoen aan EU-DC in 2025: door welke organisaties, in welke landen, op welke thema's, en welk deel al besteed is versus nog openstaat als lopende verplichting?
Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 2 is het tot op heden vastgelegde bedrag van de EU inmiddels opgelopen naar EUR 318 miljoen. Hiervan is ongeveer 40% reeds ontvangen van de EU. Projecten hebben verschillende looptijden en worden medegefinancierd door de Nederlandse overheid en andere EU-lidstaten. Het betreft projecten in Afrika, Latijns Amerika en Oost Europa op de sectoren: Landbouw, Voedselzekerheid, Agro-logistiek, Jeugdwerkgelegenheid, Goed bestuur, Water, Justitie, Migratie, Veiligheid, Cyber, Gezondheid, Energie en Kritieke Grondstoffen. Aangezien een deel van de projecten thematisch en/of regionaal is, kan geen uitsplitsing per land worden gegeven.
Klopt het dat Nederland, anders dan Duitsland (Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit(GIZ), en de KfW) en Frankrijk (Agence Française de Développement (AFD), en Expertise France), geen grote gespecialiseerde uitvoeringsorganisatie heeft voor ontwikkelingssamenwerking?
Het klopt dat Nederland in tegenstelling tot de meeste EU lidstaten niet één grote gespecialiseerde uitvoeringsorganisatie heeft voor ontwikkelingssamenwerking.
Zo ja, maakt dit het voor Nederland volgens u moeilijker om EU-DC-middelen te verkrijgen (minder capaciteit, trackrecord of programmeringsinvloed)?
Het klopt dat er nadelen kunnen zitten aan het ontbreken van één grote uitvoeringsorganisatie, zoals bijvoorbeeld in Duitsland en Frankrijk, op een of meerdere van de door u genoemde aspecten.
Tegelijkertijd biedt het Nederlandse model met een divers landschap van (gespecialiseerde) uitvoerders ook de nodige voordelen, bijvoorbeeld ten aanzien van flexibiliteit en expertise op een brede waaier van thema’s. De accreditatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt mede ingezet om deze expertise te ontsluiten voor EU-DC projecten.
Gelet op het feit dat het werkterrein van de EC in toenemende mate ook betrekking heeft op sectoren buiten de traditionele ontwikkelingssamenwerking (zoals bijvoorbeeld veiligheid, energie, migratie, kritieke grondstoffen, digitalisering etc.), hebben we als Nederland een goede uitgangspositie om ook in de toekomst goed in te kunnen spelen op nieuwe kansen voor het aantrekken van EU-financiering. Daarbij richten we ons niet alleen op financiering van DG INTPA, maar ook van andere DGs (ENEST, MENA, HOME, ECHO, etc.).
Zijn er naast Buitenlandse Zaken (BZ), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Nuffic en de Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) andere Nederlandse organisaties die in aanmerking komen om geaccrediteerd te worden als uitvoeringspartner onder Delegated Cooperation (het zogeheten pillar assessment)? Zo ja, welke stappen onderneemt het kabinet om accreditatie te ondersteunen?
Naast Buitenlandse zaken (BZ), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Nuffic en de Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) kunnen organisaties die voldoen aan de eisen van de EU Financial Regulation van de Europese Commissie in principe in aanmerking komen voor accreditatie. De beoordeling hiervan ligt bij de EC. De EC gaat hier momenteel zeer terughoudend mee om, hetgeen de ruimte beperkt voor lidstaten en Nederland.
Met betrekking tot de te ondernemen stappen zal het kabinet daarom alleen accreditatie actief ondersteunen bij een evident publiek belang.
Erkent u dat EU-DC, juist bij dalende Official Development Assistance (ODA)-budgetten, als multiplier kan werken om Europese middelen te mobiliseren ter compensatie van dalende nationale middelen? Hoe wordt dit uitgangspunt concreet in beleid vertaald?
Het kabinet erkent dat EU-DC mogelijkheden biedt om meer Nederlandse kennis en kunde in te zetten ter versterking van Europees beleid en uitvoering en om de impact van de Nederlandse inzet te vergroten. EU-DC kan daarbij echter niet worden gezien als een instrument waarmee dalende ODA-middelen één-op-één kunnen worden gecompenseerd. De beschikbaarheid, omvang en inzet van EU-middelen worden bepaald binnen de programmering en prioriteiten van de EC.
Door intensievere samenwerking met de Europese Commissie op verschillende niveaus zowel in Brussel als in de partnerlanden zet Nederland er op in dat EU-programmering aansluit bij Nederlandse beleidsprioriteiten. Zo kan met Europese middelen onze eigen inzet op thema’s en landen worden geïntensiveerd en versterkt het kabinet met de Nederlandse inzet de Europese positie.
Wordt bij de heroriëntatie van het postennet en de personele taakstelling rekening gehouden met de extra capaciteit die uitvoering van EU-DC-projecten op ambassades vergt?
Ondanks de personele taakstelling van het afgelopen jaar, heeft het Ministerie geïnvesteerd in additionele capaciteit op het ministerie om de ambitie op EU-DC waar te kunnen maken. Posten kunnen een beroep doen op deze extra capaciteit, met name in de ontwikkelfase van EU-DC projecten. Na ondertekening van contracten is het uitgangspunt dat de benodigde capaciteit op ambassades voor de uitvoering van EU-DC projecten vooral wordt gefinancierd uit EU-projectmiddelen.
Bent u bereid om, met de nieuwe verantwoordingssystematiek vanaf het jaarverslag 2026, EU-delegated cooperation als apart en meetbaar onderdeel op te nemen met een vaste jaarlijkse streefwaarde?
Het kabinet zet vol in op toepassing van EU-DC, als middel om Europees ontwikkelingsbeleid effectiever te maken met Nederlandse kennis en kunde. Vanuit deze optiek zal hierover ook verantwoording worden afgelegd in het jaarverslag. Het nieuwe EU-financieel kader voor 2028–2034 en de uitwerking hiervan zullen van invloed zijn op de mate waarin Nederlandse kennis en kunde kan worden ingezet. Hier kan ik nog niet op vooruit lopen.
Kunnen deze vragen worden beantwoord voorafgaand aan het commissiedebat over het BHOS-deel van de beleidsbrief buitenlandse zaken op 9 september?
Ja.
Mogelijk gevaarlijke squishies voor kinderen |
|
Tamara ten Hove (PVV), Nicole Moinat (PVV) |
|
Mirjam Sterk (CDA), van Essen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Populaire squishy ontploft in gezicht jong kind, product blijft te koop in Nederlandse winkels», waarin wordt gemeld dat een 8-jarige jongen tweedegraads brandwonden heeft opgelopen en een huidtransplantatie moet ondergaan nadat een Cool Mix Supergel tijdens het spelen openbarstte?1
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat speelgoed dat expliciet wordt verkocht voor kinderen vanaf drie jaar mogelijk ernstige brandwonden kan veroorzaken en stoffen kan bevatten die bij blootstelling gezondheidsrisico’s voor kinderen opleveren?
Speelgoed dient te voldoen aan de gestelde veiligheidseisen conform de Europese Speelgoedrichtlijn en veilig te zijn bij redelijkerwijs te verwachten gebruik.
Is de NVWA bekend met het specifieke incident met de Cool Mix Supergel in Frankrijk en wordt dit product meegenomen in het reeds lopende onderzoek naar squishies? Zo nee, bent u bereid dit met spoed alsnog te laten onderzoeken?
Ja, de NVWA is bekend met het specifieke incident. Dit product was niet meegenomen in het huidige onderzoek, waarin via random selectie 30 Squishy toys zijn bemonsterd. De NVWA zal nu alsnog dit product meenemen in het onderzoek naar vluchtige organische stoffen.
De NVWA waarschuwt reeds dat verhitte squishies kunnen openbarsten en ernstige brandwonden kunnen veroorzaken, wordt onderzocht of gevaarlijke verhitting en drukopbouw ook kunnen ontstaan wanneer speelgoed niet bewust wordt verwarmd, maar bijvoorbeeld tijdens een warme zomerdag in de zon, achter glas of in een auto heeft gelegen?
Op dit moment is nog niet duidelijk wat de toedracht is van het incident in Frankrijk. Zodra meer bekend is zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen. Als uit het Franse onderzoek blijkt dat het gevaar van verhitting bijvoorbeeld ook kan ontstaan als de squishies in een warme auto liggen, zal de NVWA daar ook actief voor waarschuwen.
Acht u het verantwoord dat de betreffende Cool Mix Supergel gedurende dit onderzoek nog steeds in Nederland aan kinderen wordt verkocht? Zo ja, waarom?
Er is op dit moment nog onvoldoende bekend over het incident in Frankrijk en er is geen grond voor een verkoopstop. Leveranciers van speelgoed zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid ervan.
Wanneer er meer bekend is over het incident in Frankrijk dan wel wanneer het onderzoek van de NVWA is afgerond, zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen.
Bent u bereid uit voorzorg te bevorderen dat de verkoop van dit specifieke product wordt gestaakt totdat duidelijk is waardoor het ernstige incident heeft kunnen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zoals hierboven aangegeven is er op dit moment nog onvoldoende bekend over het incident in Frankrijk en er is geen grond voor een verkoopstop. Leveranciers van speelgoed zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid ervan.
Wanneer er meer bekend is over het incident in Frankrijk dan wel wanneer het onderzoek van de NVWA is afgerond, zal de NVWA indien nodig passende maatregelen nemen.
De NVWA heeft bij het lopende onderzoek naar squishies reeds vluchtige organische stoffen aangetroffen, welke stoffen zijn aangetroffen, in welke concentraties en welke specifieke gezondheidsrisico’s leveren deze stoffen op voor jonge kinderen, mede gelet op hun lagere lichaamsgewicht en de mogelijkheid van langdurig huidcontact?
Dit onderzoek loopt op dit moment nog. In verband met zorgvuldigheid worden geen tussentijdse resultaten gedeeld. Voor meer informatie over dit onderzoek: zie het nieuwsbericht NVWA onderzoekt squishy speelgoed | NVWA. Wanneer de onderzoeksresultaten hiertoe aanleiding geven zal de NVWA hier verder over communiceren.
Wordt bij het onderzoek specifiek gekeken naar xyleen en afgeleiden van benzeen en naftaleen, nu deze volgens het bericht in vergelijkbaar speelgoed zijn aangetroffen, en worden daarbij zowel de risico’s van inademing, huidcontact als inslikken onderzocht?
Er wordt in het aanvullende onderzoek ook gekeken naar xyleen, andere afgeleiden van benzeen en naftaleen. De NVWA kijkt hierbij naar de hoeveelheden en maakt een risicoschatting voor de producten waarbij inademing en huidcontact ook worden meegenomen.
Deelt u de mening dat bij speelgoed voor jonge kinderen het voorzorgsbeginsel zwaar moet wegen wanneer er serieuze aanwijzingen bestaan voor risico’s op brandwonden en blootstelling aan mogelijk schadelijke chemische stoffen, en dat niet eerst gewacht moet worden op nieuwe slachtoffers?
Ja. Het incident in Frankrijk of het eerste onderzoek van de NVWA geven echter op dit moment geen serieuze aanwijzingen in die richting.
Hoe kan speelgoed met een CE-markering in Nederland worden verkocht wanneer kennelijk nog onduidelijkheid bestaat over de chemische samenstelling en het risico op openbarsten na verhitting? Is de NVWA bereid de technische documentatie en veiligheidsbeoordeling van de Cool Mix Supergel te controleren?
Een CE-markering is geen merk van goedkeuring. Met het aanbrengen van de CE-markering verklaart de fabrikant dat het product voldoet aan de toepasselijke Europese wet- en regelgeving. De NVWA zal het genoemde product meenemen in haar onderzoek waarbij ook de technische documentatie wordt beoordeeld.
Waarom kunnen Bol.com en verschillende Belgische winkelketens volgens het bericht uit voorzorg besluiten squishies uit de verkoop te halen, terwijl vergelijkbare producten in Nederlandse fysieke winkels en webshops verkrijgbaar blijven? Waarom grijpt de overheid niet eveneens uit voorzorg in?
Marktdeelnemers kunnen zelf ervoor kiezen de verkoop te staken. De NVWA heeft zoals eerder aangegeven geen aanleiding dit af te dwingen.
Bent u bereid ouders en verzorgers, in afwachting van de definitieve onderzoeksresultaten, actief te waarschuwen voor zowel de mogelijke chemische risico’s als het risico op brandwonden bij squishies en daarbij expliciet te waarschuwen voor speelgoed dat in de zon, achter glas of in een hete auto heeft gelegen?
Zoals in antwoord op vraag 4 al is aangegeven is er op dit moment nog geen duidelijkheid over de toedracht van het incident in Frankrijk. Zodra meer bekend is zal de NVWA indien noodzakelijk passende maatregelen nemen; nu is er geen grond voor zo’n waarschuwing.
Aanvullende berichtgeving over de situatie in Ceuta. |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Veel migranten verlaten Ceuta, maar duizenden willen Europese droom niet opgeven: winkels op slot en boten richting Spanje gestopt»?1
Ja.
Welke informatie heeft het kabinet ontvangen van de Spaanse autoriteiten over het aantal migranten dat Ceuta daadwerkelijk heeft verlaten en hoeveel personen zich op dit moment nog in de Spaanse exclave bevinden?
Tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken waarvan zij, in samenwerking met Marokko, rond de 70.000 irreguliere migranten naar Marokko heeft laten terug keren.
Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Op welke wijze verifieert Nederland de juistheid van informatie die door de Spaanse autoriteiten wordt verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de beveiliging van de buitengrens van de Europese Unie?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bekend met signalen dat de feitelijke situatie in Ceuta mogelijk afwijkt van de officiële lezing van de Spaanse autoriteiten? Zo ja, welke signalen zijn dat en welke conclusies verbindt het kabinet daaraan?
Zie antwoord vraag 2.
Indien zou blijken dat de Spaanse autoriteiten bewust een ander beeld hebben geschetst van de situatie in Ceuta of onjuiste informatie hebben verstrekt over het aantal teruggekeerde migranten, welke gevolgen zou dat volgens u moeten hebben voor de samenwerking met Spanje binnen de Europese Unie?
Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Het kabinet heeft tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. Frontex opgeroepen om de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen nauw te blijven monitoren en hierover te rapporteren.
Deelt u de opvatting dat betrouwbare en controleerbare informatie van lidstaten essentieel is voor een goed functionerend Europees migratiebeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja.
Wanneer zou voor u de grens bereikt zijn waarop geconcludeerd moet worden dat Spanje onvoldoende invulling geeft aan zijn verplichtingen als bewaker van de Europese buitengrens?
Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente toepassing en naleving van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. In dat kader is een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen onmisbaar. Via Schengenevaluaties wordt getoetst of lidstaten voldoen aan het Schengen acquis. Op basis van deze evaluaties worden aanbevelingen geformuleerd die lidstaten moeten uitvoeren. Daarnaast rapporteert de Commissie over de integriteit van het Schengengebied via de Schengen barometer en het Staat van Schengenrapport. Het is, meer dan voorheen, extra van belang dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenvaluaties opvolgen om adequate toepassing en naleving van de Schengenregels te waarborgen. Het kabinet pleit er daarom voor dat tekortkomingen in de toepassing voor alle lidstaten inzichtelijk worden en politiek besproken worden tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Acht u Spanje, gelet op de huidige ontwikkelingen, nog steeds een volledig betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid? Zo ja, waarop baseert u dat oordeel?
Het kabinet acht Spanje nog steeds een betrouwbare partner bij de uitvoering van het Europese migratiebeleid. Spanje heeft, mede op aandringen van Nederland, stappen genomen om de buitengrens verder te versterken en op korte termijn grootschalige terugkeeroperaties gestart, wat ertoe heeft geleid dat een groot aantal van de irreguliere migranten reeds zijn teruggekeerd. Het kabinet spreekt erkenning uit voor de snelle acties van Spanje. Ook ten aanzien van de uitvoering van het Pact werkt Nederland goed met Spanje samen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een onafhankelijke verificatie van de feiten rondom de gebeurtenissen in Ceuta, zodat lidstaten kunnen beschikken over objectieve informatie over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten en de daadwerkelijke grensbewaking? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat heeft het kabinet tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus j.l. gedaan.
Indien zou blijken dat Spanje de Europese asiel- en terugkeerregels structureel onjuist toepast of onvoldoende handhaaft, bent u dan bereid de Europese Commissie te verzoeken een inbreukprocedure tegen Spanje te starten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet er stelselmatig op in dat lidstaten het asielacquis en terugkeeracquis naleven. De Commissie ziet hierop toe, als hoedster van de verdragen. Het kabinet ziet geen reden om aan te nemen dat Spanje de verplichtingen die voortvloeien uit het asiel- en terugkeer acquis niet nakomt.
Ten aanzien van de verantwoordelijkheidsregels als bedoeld in artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351 geldt dat de Nederlandse ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Ook de Europese Commissie heeft op op 15 juli 2026 een mededeling gepubliceerd over eventuele structurele tekortkomingen in lidstaten. Daarin concludeert de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, dat er ten aanzien van Spanje geen signalen zijn voor structurele tekortkomingen bij de uitvoering van de overdrachten onder AMbV
Bent u bereid de Europese Commissie te verzoeken onderzoek te doen naar mogelijke systematische tekortkomingen in de toepassing van de verantwoordelijkheidsregels door Spanje als bedoeld in Artikel 60, derde lid, van Verordening (EU) 2024/1351? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 10.
Deelt u de opvatting dat, indien de Europese Commissie dergelijke systematische tekortkomingen vaststelt, andere lidstaten niet gehouden zouden moeten zijn solidariteitsbijdragen – waaronder herplaatsingen of financiële bijdragen – aan Spanje te leveren? Bent u bereid dit standpunt in Europees verband uit te dragen?
Indien de Europese Commissie systemische tekortkomingen vaststelt bij een lidstaat die solidariteit ontvangt bij het uitvoeren van de AMbV overdrachten, dan zijn de andere lidstaten niet meer verplicht om solidariteit aan deze lidstaat te geven. Op basis van de laatste evaluatie van de Commissie, in lijn met de Nederlandse ervaring, is dit voor Spanje niet aan de orde.
Bent u bereid de Spaanse ambassadeur te ontbieden indien blijkt dat de Spaanse autoriteiten de Europese partners onjuist of onvolledig hebben geïnformeerd over de migratiesituatie in Ceuta? Zo nee, waarom niet en wanneer zou u dit wel aan de orde zijn?
Dit is niet aan de orde. het kabinet heeft geen aanwijzingen dat de Spaanse autoriteiten onjuiste informatie hebben verstrekt. Spanje heeft snel, proactief en continu informatie gedeeld over de situatie in Ceuta.
Welke diplomatieke stappen acht u passend indien zou blijken dat Spanje bewust onjuiste informatie heeft verstrekt over de omvang van de migratiestroom, de terugkeer van migranten of de naleving van Europese verplichtingen?
Zie antwoord vraag 13.
Bent u bereid, indien Spanje de buitengrens aantoonbaar onvoldoende bewaakt en daardoor een ernstig risico ontstaat voor de openbare orde en de werking van het Schengengebied, tijdelijke maatregelen te treffen ten aanzien van het personenverkeer van en naar Spanje, waaronder intensivering van grenscontroles op lucht- en zeeverbindingen, voor zover het Unierecht daarvoor ruimte biedt? Zo nee, waarom niet?
Omdat het Schengengebied niet geschonden is en het overgrote deel van de irreguliere migranten weer is teruggekeerd is dit nu niet in beeld.
Het is evident de Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert daarom de Koninklijke Marechaussee (KMar) te allen tijde informatie- en risicogestuurde grenscontroles op de luchthavens uit en zijn er controles bij de binnengrens. Op basis daarvan worden specifieke vluchten met een hoger risico op irreguliere migratie gecontroleerd en wordt er risicogestuurd opgetreden bij de binnengrens. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kunnen verscherpte controles aan de Nederlandse grens door de Koninklijke Marechaussee worden uitgevoerd. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Heeft u kennisgenomen van maatregelen van andere lidstaten om het personenverkeer met Spanje tijdelijk aan aanvullende controles te onderwerpen naar aanleiding van de huidige migratiesituatie? Zo ja, hoe beoordeelt u deze maatregelen?
Ja. Het is niet aan het kabinet om de maatregelen van andere lidstaten te beoordelen.
Onder welke omstandigheden acht u het gerechtvaardigd om, met een beroep op de Schengengrenscode, tijdelijke grenscontroles ten aanzien van reizigers vanuit Spanje in te voeren indien sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare orde of de binnenlandse veiligheid?
Zie antwoorden hierboven. Op dit moment is er geen additioneel risico voor de openbare orde of de binnenlandse veiligheid geconstateerd, mede vanwege het feit dat er tot op heden geen secundaire bewegingen naar het Europese vasteland zijn geconstateerd. Het kabinet blijft de situatie nauw monitoren. Mocht de situatie wijzingen en additionele maatregelen nodig blijken zal het kabinet uw Kamer daarover informeren.
Bent u bekend met de Spaanse wetgeving op grond waarvan de Spaanse regering alleenstaande minderjarige migranten die illegaal Ceuta zijn binnengekomen niet zal terugsturen, maar deze minderjarige migranten in de procedure zal opnemen en eventueel naar andere autonome regio’s binnen Spanje zal sturen? Zo ja, kunt u aangeven of er informatie bekend is dat deze illegaal binnengekomen amv’ers reeds in de procedure zijn opgenomen dan wel verplaatst zijn naar andere autonome regio’s in Spanje?
Het kabinet heeft geen geverifieerde informatie waaruit blijkt dat de amv’ers al zijn opgenomen in een procedure dan wel zijn overgeplaatst naar andere autonome regio’s.
Op welke juridische grondslag baseert Spanje dit beleid en acht u dit in overeenstemming met de het Europese migratiebeleid?
Het is niet aan het kabinet om te beoordelen of het handelen van Spanje in lijn is met de Europese wetgeving. Het is aan de Europese Commissie als hoeder van de verdragen om hier op toe te zien.
Deelt u de opvatting dat het vooruitzicht op opvang en herverdeling binnen Europa een aanzuigende werking kan hebben op alleenstaande minderjarige migranten en mensensmokkelaars? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft duidelijk gemaakt, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, dat Spanje alles op alles blijft zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten terug te laten keren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje willen komen.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Migranten die geen recht hebben om asiel moeten snel afgewezen worden, en de terugkeer geeffectueerd. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie van het Asiel- en Migratiepact en de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub.
Bestaat het risico dat deze minderjarigen zich, nadat zij binnen Spanje zijn verdeeld, vrij binnen het Schengengebied kunnen verplaatsen en uiteindelijk ook Nederland bereiken? Hoe beoordeelt u dit risico?
Voor de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die asiel hebben aangevraagd in Spanje geldt conform EU-regelgeving dat de lidstaat van eerste aanvraag, in dit geval Spanje, verantwoordelijk is voor de beoordeling van het asielverzoek. Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op ons asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Hoe beoordeelt u het Spaanse beleid in het licht van de noodzaak om irreguliere migratie en mensensmokkel tegen te gaan?
Het is niet aan het kabinet om het beleid van Spanje te beoordelen. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bereid binnen de Raad van de Europese Unie aan te dringen op een eenduidig Europees beleid waarbij ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen dat erop ziet dat ook zij, bij illegale grensoverschrijding, direct teruggestuurd worden?
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) zonder verblijfsvergunning op het grondgebied van een lidstaat verkeert, kan een lidstaat een terugkeerbesluit nemen en is de amv daarmee vertrekplichtig. Hier zijn wel voorwaardes aan verbonden om de amv te beschermen en niet zonder adequate opvang naar het land van herkomst te sturen. De amv heeft ook, net zoals iedereen, het recht om asiel aan te vragen. Zodra de asielprocedure loopt heeft de amv, net zoals ieder ander, het recht om deze af te wachten op het territorium van de lidstaat waar de asielprocedure is aangevraagd.
Het beleid en de bijzondere waarborgen en uitzonderingen inzake de procedure en beoordeling van asielverzoeken van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen is op Europees niveau vastgelegd in onder andere de Asielprocedureverordening. Daarmee is er reeds eenduidig Europees beleid.
Bent u het eens met de uitspraak van de Minister-President op X waarin hij stelt dat de invasie te wijten is aan mensensmokkelaars?2
Het is een gegeven dat mensensmokkelaars een kwalijke rol spelen in de migratieroutes tussen Noord-Afrika en Europa. Het kabinet heeft de rol van mensensmokkelaars, het misbruik dat zij maken van kwetsbare personen en de rol die zij hebben gespeeld in dit incident veroordeeld. Het kabinet vindt het van belang dat het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars doorbroken wordt.
Indien de vorige vraag bevestigend wordt beantwoord, kunt u onderbouwen op basis van welke concrete informatie de Minister-President stelt dat de gebeurtenissen in Ceuta zijn veroorzaakt door mensensmokkelaars? Beschikt het kabinet over bevestigde inlichtingen of strafrechtelijke onderzoeken waaruit dit blijkt, of betreft dit een aanname? Indien die onderbouwing ontbreekt, waarom presenteert de Minister-President deze lezing, welke u volgt, dan als een vaststaand feit, terwijl er ook andere verklaringen voor de massale grensbestorming worden genoemd?
Zoals hierboven aangegeven veroordeelt het kabinet de rol die mensensmokkelaars hebben gespeeld. Om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen is het van belang dat er verder onderzoek wordt gedaan naar de totstandkoming van dit incident, het samenspel tussen de verschillende factoren waaronder mogelijke tekortkomingen aan de buitengrens en de rol van mensensmokkelaars is hierbij van belang. Nederland heeft hiertoe tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus jl. opgeroepen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot»?3 Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. Het is op dit moment is moeilijk te kwantificeren welke factoren allemaal een rol hebben gespeeld en in welke omvang. Het kabinet loopt niet vooruit op de uitkomsten van het eerdergenoemde onderzoek.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat de Spaanse inlichtingendiensten, volgens de Spaanse krant ABC, op de hoogte waren van de dreiging van de invasie in Ceuta? En hoe beoordeelt u het optreden van de Spaanse inlichtingendienst?
Het is niet aan het kabinet om het optreden van de Spaanse inlichtingdiensten te beoordelen.
Bent u bekend met de aanwijzingen dat Marokkaanse autoriteiten onvoldoende hebben opgetreden tegen mensensmokkel, georganiseerde migratiestromen of online oproepen om de oversteek naar Ceuta te maken? Zo ja, hoe beoordeelt u deze?
Het kabinet gaat nu niet in op dit soort analyses over het ontstaan van de situatie. Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
In hoeverre deelt u de zorgen van de Spaanse autoriteiten dat migratie opnieuw als politiek drukmiddel zou kunnen worden ingezet? En welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat dit gaat gebeuren?
De Raad heeft in 2024 een Verordening vastgesteld met maatregelen in geval van instrumentalisering van migratie. Daarnaast is een gezamenlijke inzet op de versterking van buitengrenzen en de andere maatregelen zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 7 essentieel.
Welke rol speelt de samenwerking tussen de Europese Unie en Marokko bij grensbewaking en het tegengaan van illegale migratie, en voldoet Marokko volgens u momenteel aan de gemaakte afspraken?
Zowel de Europese Unie als EU-lidstaten onderhouden nauwe betrekkingen met Marokko op het gebied van migratie en werken samen op verschillende terreinen, waaronder grensmanagement en het verbeteren van terugkeersamenwerking. Marokko heeft voorts constructief meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere bewegingen.
De massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland |
|
Ralf Dekker (FVD), Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1 2
Ja.
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is, maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied, waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese lidstaten, waaronder Nederland?
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten binnenkwamen?3
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4 5
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen, des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel jegens Spanje en de Europese Unie?6
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties of ontwikkelingssamenwerking?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026, waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd?
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje, om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve uitzetting te schenden?7
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door de lidstaten maximaal wordt benut?
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni 2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8 9
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans grondgebied wagen?
Zie antwoord vraag 15.
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact met Spanje de situatie in de gaten.
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar een arbeidsmarkttoets.
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover gaan de lidstaten zelf.
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over het Schengengebied kunnen verspreiden?
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens te intensiveren?
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per 12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste geval rekening moet houden?
Zie antwoord vraag 22.
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens van de Europese Unie te verdedigen?
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie.
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 25.
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Een massale grensoversteek bij Ceuta |
|
Diederik Boomsma (CDA), Simon Ceulemans (JA21) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat is het meest recente bekende aantal illegale migranten dat sinds 30 juli 2026 vanuit Marokko de grens met de Spaanse exclave Ceuta is overgestoken? Hoeveel potentiële illegale migranten zijn nog onderweg? En wat is de meest recente situatie in Melilla?
Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. schatte Spanje dat er 72.000 mensen op irreguliere wijze bij Ceuta de grens zijn overgestoken en een paar honderd bij Melilla en dat 70.000 personen ook weer zijn vertrokken uit Ceuta. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst in Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Het is daarom van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat een lidstaat die zijn buitengrens niet effectief bewaakt en die illegale migranten niet tegenhoudt en terugstuurt niet alleen zijn eigen grens opent, maar die van alle lidstaten, Nederland inbegrepen? Welke consequentie verbindt het kabinet daaraan voor de Nederlandse opstelling jegens Spanje?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Daarbij is van belang dat voor de gebieden Ceuta en Melilla speciale Schengenregels gelden (die Spanje heeft uitgevoerd). Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft tijdens de extra informele JBZ-Raad opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de nu gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Het is noodzakelijk dat Spanje haar inzet op het terug laten keren van de resterende irreguliere migranten blijft voortzetten. Spanje heeft tijdens de JBZ-raad bevestigd dat zij dit zal doen. Het kabinet blijft hier aandacht voor vragen.
Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Hoe sociale media in dit verband zijn gebruikt, is ook een belangrijk aandachtspunt. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u ermee bekend dat de Italiaanse regering naar aanleiding van deze gebeurtenissen heeft bepleit Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren? Deelt u de conclusie dat de massale illegale grensoversteek bij de Spaanse exclaves (en eerder al het massale generale pardon voor illegalen) een onaanvaardbaar risico voor andere lidstaten, inclusief Nederland, vormt en bent u bereid de Italianen te steunen in hun inzet? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is bekend met de reactie van Italië. Daarbij verwijst het kabinet naar het antwoord op vraag 2 over de aanvullende Schengenregels en de constatering dat het Schengengebied niet geschonden lijkt.
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de afspraken in de Asiel en Migratiebeheer Verordening (AMbV), waarmee extra druk op ons asielstelsel door de situatie in Ceuta wordt voorkomen. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert. Indien een lidstaat aan de buitengrens de grens onvoldoende beheert zijn er afhankelijk van de situatie verschillende mogelijkheden tot ingrijpen. Dit is nu niet aan de orde.
Welke andere instrumenten staan lidstaten dan ter beschikking wanneer een medelidstaat zijn buitengrens structureel niet effectief bewaakt, en is het kabinet bereid die instrumenten in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Wat is u bekend over de wegkijkende en/of zelfs faciliterende rol van Marokko in deze massale illegale grensoversteek? Welke financiële, diplomatieke, visumgerelateerde consequenties, etc. bepleit en verbindt u hieraan richting Marokko?
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Het kabinet ziet voorts dat de samenwerking met Marokko cruciaal is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere EU-lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Het kabinet spreekt waardering uit voor de samenwerking en optreden met en van Marokko.
Deelt u de opvatting dat een Pact waarvan de verplichte grensprocedure niet werkt voor een groot deel van de groep die nu de buitengrens overschrijdt, zijn belangrijkste belofte niet waarmaakt? Indien u die opvatting niet deelt, waaruit blijkt dan dat het Pact in deze eerste praktijktest wel werkt?
Zie beantwoording op voorgaande vragen. De situatie zoals we vorige week zagen is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Tegelijkertijd heeft Spanje, in samenwerking met Marokko, de nodige stappen gezet om de situatie weer onder controle te krijgen en is het grootste deel van deze irreguliere migranten teruggekeerd.
In algemene zin is het, om irreguliere migratie richting de EU minder aantrekkelijk te maken en weerbaar te zijn als EU, van belang dat er een sterk EU-intern asiel- en migratiesysteem staat en dat de EU effectief samenwerkt met landen buiten de EU. Het kabinet onderstreept daarom het belang van de volledige implementatie en toepassing van het Asiel- en Migratiepact, dat sinds juni in werking is, de terugkeerverordening (zodra deze van kracht wordt), en het versterken en bestendigen van partnerschappen met landen buiten de EU. De langetermijnvisie van het kabinet is dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Het kabinet zet zich daarom doorlopend in voor het verder brengen en operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhubs.
Hoe beoordeelt u de beslissing van het Spaanse Tribunal Supremo dat grensweigering niet mag worden toegepast op migranten die zwemmend Ceuta of Melilla willen bereiken, maar dat die dus niet mogen worden terugoverhandigd aan Marokko en in Spanje in procedure moeten worden genomen?1 Ziet u een verband met de recente toestroom van pogingen van migranten om zwemmend, soms met wetsuit en andere voorwerpen, die enclaves te bereiken?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaat het kabinet niet vooruitlopen.
In deze uitspraak wordt verwezen naar de uitspraak van het EVRM-Hof in Straatsburg Hirsi-Jamaa tegen Italië? Deelt u de mening dat dit andermaal aantoont dat deze jurisprudentie moet worden teruggedraaid? Kunt u dit toelichten?
Het kabinet respecteert de taak van het EHRM om, middels zijn jurisprudentie, erop toe te zien dat Staten die partij zijn bij het EVRM hun verdragsverplichtingen nakomen.
Op 15 mei jl. is door de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. In de Chisinau-verklaring wordt de ruimte van Staten binnen het systeem van de Raad van Europa en het EVRM om hun eigen asiel- en migratiebeleid te voeren, waaronder innovatieve oplossingen, ook benadrukt. Onderdeel van deze ruimte zijn bijvoorbeeld ook de beginselen van subsidiariteit en de beoordelingsruimte die lidstaten hebben. Het kabinet heeft samen met 21 andere EU-lidstaten in een brief aan de Europese Commissie, het Voorzitterschap en de Voorzitter van de Europese Raad opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring.
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is dat de gevolgen van een grens die elders niet wordt bewaakt uiteindelijk neerslaan in Nederlandse gemeenten? Welke concrete en aanvullende instroombeperkende maatregelen neemt het kabinet nog deze zomer om dat te voorkomen?
Zoals in eerdere antwoorden reeds aangegeven, kan doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. Zie ook het antwoord op vraag 3–4 over het informatiegestuurd optreden van de Koninklijke Marechaussee aan de binnengrens van Nederland.
Bent u tevens bereid om, gelet op deze ontwikkelingen in combinatie met de enorme druk op de Nederlandse samenleving en opvangcapaciteit, alsnog over te gaan tot invoering van het noodrecht met betrekking tot asiel? Zo nee, waarom niet?
Nee,het overgrote deel van de irreguliere migranten is teruggekeerd en het Schengengebied lijkt niet geschonden. Het kabinet monitort de situatie nauw. Indien nodig kan het kabinet aanvullende maatregelen nemen in het kader van grensbeheer. Nationale maatregelen op asiel zijn niet aan de orde.
Kunt u bevestigen dat de binnengrenscontroles thans lopen tot uiterlijk 30 september 2026? Bent u bereid deze tenminste te verlengen en te intensiveren zolang de druk op de zuidelijke buitengrens aanhoudt en de Kamer daarover zo snel mogelijk te informeren?
Zoals het kabinet op 8 mei jl. aan uw Kamer heeft gemeld, loopt de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode tot eind september. Deze controles worden informatie- en risicogestuurd uitgevoerd. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de Marechaussee de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Bent u ermee bekend dat UNHCR op zijn publieksvoorlichting voor Spanje, beschikbaar in het Spaans, Arabisch, Engels, Frans en Oekraiens en voorzien van een instructievideo, uitlegt hoe men aan de grensposten van Ceuta en Melilla asiel aanvraagt? Deelt u de conclusie dat dit neerkomt op het stimuleren van illegale migratie?
UNHCR is de VN-organisatie gemandateerd met de bescherming van vluchtelingen en ontheemden, waarbij het waarborgen van het recht op asiel als een kerntaak wordt beschouwd. Onderdeel hiervan is ook het verschaffen van informatie waaronder over asielprocedures in verschillende landen.
Kunt u aangeven welk deel van de Nederlandse bijdrage aan UNHCR in 2025 en 2026 aan voorlichting van dit type is besteed?
Nederland doet geen gerichte bijdrage aan de activiteiten van UNHCR in Spanje. Daarmee wordt er dus ook niet specifiek aan deze voorlichting bijgedragen. Wel doet Nederland jaarlijks een ongeoormerkte bijdrage aan de centrale begroting van UNHCR, zodat de organisatie dit kan besteden, vanuit hun mandaat, op de meest effectieve en (kosten-)efficiënte manier en waar de noden het hoogst zijn. Details worden door UNHCR weergegeven in hun jaarlijkse rapporten2. Het Nederlandse aandeel in deze middelen valt niet volledig te herleiden.
Bent u ermee bekend dat sinds 12 juni 2026 de Europese lijst van veilige landen van herkomst geldt, waarop Marokko is opgenomen? Kunt u bevestigen dat het inwilligingspercentage voor Marokkaanse onderdanen onder de twintig procent ligt, en dat daarmee de verplichte asielgrensprocedure van toepassing is op Marokkaanse verzoekers die na 12 juni 2026 aan de buitengrens een verzoek indienen?
Ja, daar is het kabinet mee bekend. Er is in beginsel een verplichting tot het toepassen van de asielgrensprocedure indien de vreemdeling aan de buitengrens een aanvraag indient en afkomstig is uit een land waarvoor het inwilligingspercentage blijkens de EUROSTAT-gegevens 20% of minder is. Het inwilligingspercentage van aanvragen van Marokkaanse onderdanen was volgens de cijfers van Eurostat 4,5%. De verplichting geldt dus in het geval van Marokkaanse onderdanen, behoudens de algemeen geldende uitzonderingen. Indien de asielgrensprocedure niet van toepassing is, dan vallen deze aanvragen, onder andere omdat Marokko is opgenomen op de Europese lijst van veilige landen van herkomst (Bijlage II van de Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348), onder een versnelde asielprocedure.
Deelt u de mening dat dergelijke bestormingen vanuit een veilig land als Marokko niet mogen worden «beloond» met een asielprocedure en dat de groep die op deze manier Ceuta heeft bereikt dus direct moet worden teruggestuurd? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid dit standpunt over te brengen aan de Spaanse en Marokkaanse overheden?
Het kabinet is van mening dat Spanje en Marokko hun volle inzet moeten richten op de terugkeer van de resterende irreguliere migranten om daarmee secundaire migratie tegen te gaan. Dat standpunt heeft Nederland ook overgebracht tijdens de informele JBZ-Raad van 4 augustus jl.
Op welke manier gaat u voorkomen en monitoren of deze migranten naar Nederland doorreizen?
Zoals in voorgaande antwoorden aangegeven heeft Spanje, in goede samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten voorkomen door de grens te versterken. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden.
Mochten er in Nederland asielzoekers worden aangetroffen die zijn aangekomen in Ceuta, dan worden deze personen overgedragen aan Spanje conform de Asiel- en Migratiebeheer Verordening (AMbV), zodat Nederland geen extra druk op het asielstelsel krijgt door de situatie in Ceuta. De ervaring van de afgelopen jaren is dat Spanje dergelijke overdrachten altijd in lijn met de AMbV uitvoert.
Wilt u deze vragen één-voor-één en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Het kabinet heeft getracht de beantwoording van de vragen zo spoedig mogelijk aan uw Kamer te doen toekomen. Daarbij is rekening gehouden met de laatste relevante ontwikkelingen, zoals de extra informele JBZ-Raad. Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Het bericht 'Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot; Spaans wantrouwen over rol Marokko' |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Rob Jetten (D66), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Online werd massale overtocht naar Ceuta wekenlang voorbereid en gepromoot; Spaans wantrouwen over rol Marokko», alsmede met overige berichtgeving over de massale, wekenlang online voorbereide en gepromote overtocht van duizenden illegale grensoverschrijders vanuit Marokko naar de Spaanse exclave Ceuta, en met de berichten over Spaans wantrouwen jegens de rol van Marokko daarbij?1 2 3 4
Ja.
Waren onze diensten op de hoogte van deze voorbereidingen? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet doet vanzelfsprekend in de openbaarheid geen uitspraken over de informatiepositie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Deelt u de opvatting dat deze ongecontroleerde massale grensdoorbraak vanuit Marokko naar Spanje niet alleen een gevaar vormt voor de Spaanse nationale veiligheid, maar ook voor die van Nederland? Zo nee, waarom niet?
Er is op dit moment geen aanleiding om de gebeurtenissen in Ceuta te verbinden aan onze nationale veiligheid. In algemene zin is bekend dat de instrumentalisering van (irreguliere) migratiestromen wordt gebruikt door statelijke actoren om sociale en politieke stabiliteit te ondermijnen. Of hier sprake van is bij de gebeurtenissen in Ceuta is op dit moment niet bekend. Het kabinet kan geen uitspraken doen over de nationale veiligheid in andere lidstaten.
Bent u bereid onze diensten vanaf nu structureel deze dreiging in kaart te laten brengen en u wekelijks te laten informeren over de stand van zaken? Zo nee, waarom niet?
De AIVD mag op basis van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 onderzoek verrichten met betrekking tot organisaties en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de staat. De AIVD maakt daarbij zelf de afweging of er aanleiding is tot het starten van onderzoek.
Heeft u kennisgenomen van mijn bericht op X waarin ik voorstel de NAVO de buitengrenzen van de EU te laten bewaken, ter bescherming van ons continent tegen ongecontroleerde massale immigratie die onze cultuur, collectieve veiligheid en welvaart destabiliseert? Zo nee, waarom niet? Bent u, ongeacht het antwoord, bereid dit verzoek bij de NAVO neer te leggen? Zo nee, waarom niet?
Ja. De NAVO is een politieke en militaire alliantie die middels collectieve verdediging tegen gewapende aanvallen de veiligheid van de bondgenoten waarborgt. De NAVO heeft geen rol in migratiebeheer. Het is de taak van de EU-lidstaten en de EU-agentschappen zoals Frontex om de buitengrenzen van de EU te bewaken tegen, onder andere, irreguliere migratie.
Kloppen de op sociale media circulerende berichten dat een Marokkaanse illegale immigrant in Ceuta tijdens de onlusten aldaar op klaarlichte dag een Spaanse burger in zijn keel heeft gestoken? Zo ja, wat is de conditie van het slachtoffer, is de dader aangehouden en welke straf staat hem te wachten voor deze moordaanslag? Zo nee, kunt u aangeven wat er feitelijk is voorgevallen?5
Het is verder de Spaanse autoriteiten om onderzoek te doen naar incidenten die hebben plaatsgevonden in Ceuta.
Kloppen de berichten dat, in tegenstelling tot de Spaanse verklaringen dat vrijwel iedereen zou zijn vertrokken, in werkelijkheid nog een aanzienlijk aantal illegale grensoverschrijders in Ceuta is achtergebleven? Zo ja, om hoeveel personen gaat het?
Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de irreguliere migranten bewerkstelligd en de nieuwe aankomsten door de grens te versterken voorkomen. Het snelle optreden van Spanje was noodzakelijk. Dat betekent niet dat de EU en Spanje de aandacht nu kan laten verslappen. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vertrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daardoor onduidelijkheid over hoeveel irreguliere migranten zich nog in Ceuta bevinden. Het is van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daar samen met andere gelijkgezinden lidstaten op blijven aandringen.
Deelt u de opvatting dat, indien Spanje ons hierover onvolledig of onjuist informeert, dit het onderlinge vertrouwen ondermijnt waarop verdragen als Schengen en het EU Migratiepact zijn gebaseerd? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om Nederland te beschermen tegen de gevolgen van Spaanse incompetentie en onjuiste informatievoorziening?
Het snelle optreden van Spanje, in goede samenwerking met Marokko, was noodzakelijk. Zoals aangegeven lijkt met de nu gepleegde inzet de integriteit van het Schengengebied niet geschonden. Dit wordt ook ondersteund door Frontex. Het is van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal personen in Ceuta en eventuele bewegingen nauw monitort en hierover rapporteert. Het kabinet zal daar samen met andere gelijkgezinden lidstaten op blijven aandringen.
Welke concrete stappen gaat u zetten om te voorkomen dat illegale grensoverschrijders uit Ceuta via Spanje of andere Schengenlanden Nederland weten te bereiken?
Bent u bekend met dit bericht?1
Ja.
Klopt het, zoals gemeld door het Duitse persbureau Deutsche Presse-Agentur (DPA) en overgenomen door NOS, dat de verdachte, Abdul B., in mei van dit jaar is vrijgelaten uit jeugddetentie? Zo nee, wat zijn dan volgens u de juiste feiten?2
Het is aan de Duitse autoriteiten om hier uitspraken over te doen.
Bent u bekend met de berichtgeving dat er naast de aanrijding ook meerdere personen zouden zijn neergestoken en dat de politie onderzoekt of er sprake was van één dader of van meerdere betrokkenen? Zo nee, bent u bereid zich hierover te laten informeren door uw Duitse ambtsgenoot?3
Ja.
Deelt u de opvatting dat een aanslag als deze, gericht tegen een LGBTQ+-viering, een directe aanval is op de westerse vrijheden en de vooruitgang die wij als samenleving hebben opgebouwd? Zo nee, waarom niet?
Ja. Het kabinet veroordeelt iedere vorm van geweld, intimidatie en discriminatie. Een aanslag op personen vanwege hun seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderexpressie is onacceptabel en raakt aan de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat. Het recht om jezelf te zijn, vrij te leven en veilig deel te nemen aan de samenleving behoort tot de kern van de vrijheden die wij in Nederland beschermen.
Deelt u de opvatting dat wij ons in het Westen dringend moeten afvragen hoe lang wij nog bereid zijn onze vrijheden en onze vooruitgang in te ruilen voor open grenzen en dat dit moet leiden tot concrete beleidswijzigingen? Zo nee, waarom niet?
De aanleiding voor deze vraag biedt geen direct aanknopingspunt voor een beoordeling van het migratiebeleid. Uit de feiten die aan deze Kamervragen ten grondslag liggen, volgt niet dat de aanslag verband hield met het asiel- of migratiebeleid.
Is er bij de Nederlandse politie of inlichtingendiensten (AIVD, NCTV) zicht op personen in Nederland die, net als de verdachte in Berlijn, bekendstaan bij de autoriteiten als onderdeel van de islamistische scene, maar tegen wie nog geen strafrechtelijke maatregelen zijn genomen? Zo ja, hoeveel van dergelijke personen zijn momenteel in beeld? Zo nee, waarom wordt dit niet bijgehouden?
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de taak, op basis van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek te doen naar personen of organisaties die (aanleiding geven tot een ernstig vermoeden dat zij) een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Daarnaast geldt dat, volgens de Wiv 2017, er in het openbaar geen uitspraken kunnen worden gedaan over al dan niet lopende onderzoeken van de AIVD. Binnen de politie worden signalen van radicalisering en extremisme, in afstemming met het OM, verzameld en geduid. Over het aantal personen dat bij de politie in beeld is, worden vanwege operationele belangen geen mededelingen gedaan. Zoals bepaald in de Wet Coördinatie Terrorismebestrijding en Nationale Veiligheid is de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) niet bevoegd onderzoek te doen naar organisaties en/of personen.
Kunt u uitsluiten dat personen met een vergelijkbaar extremistisch of islamistisch gedachtegoed als de verdachte in Berlijn, via de asielinstroom Nederland binnenkomen of reeds zijn binnengekomen? Zo nee, welke screening vindt op dit moment plaats om dit te voorkomen en acht u die afdoende?
De onderhavige aanslag biedt geen aanknopingspunt voor de conclusie dat de bestaande screeningsinstrumenten in relatie tot de asielinstroom tekortschieten.
Het kabinet neemt iedere dreigingsvorm tegen de nationale veiligheid uiterst serieus en zet zich onverminderd in om terrorisme en extremisme in Nederland te voorkomen en te bestrijden. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante ketenbrede inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen. Tijdens de asiel- en nareisprocedure besteden organisaties binnen de vreemdelingenketen doorlopend aandacht aan signalen die de nationale veiligheid kunnen raken, waaronder mogelijke betrokkenheid bij terrorisme of extremistisch gedachtegoed. Het onderkennen van dergelijke signalen in de asielprocedure is echter een doorlopend proces dat continue ketenbrede alertheid vereist.
Daarbij is voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening altijd noodzakelijk om tijdig signalen die de nationale veiligheid raken te onderkennen en daarom heeft dit ook standaard de aandacht van het kabinet.
Ondanks de zorgvuldige procedure en inspanningen kan er geen absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen.
In elke stap van de procedure (identificatie, registratie, beoordeling aanvraag en opvang) is aandacht voor het onderkennen van dergelijke signalen en kunnen deze binnen de geldende kaders worden voorgelegd aan opsporings-, inlichtingen-en veiligheidsdiensten zoals de AIVD. Daarbij geldt tevens dat extremistische opvattingen of radicalisering zich ook ná toelating kunnen ontwikkelen of manifesteren. Screening is erop gericht bekende risico's bij toelating te identificeren en kan naar haar aard geen garantie bieden tegen radicalisering of extremistische gedragingen die zich pas na toelating ontwikkelen of later pas aan het licht komen. Het onderkennen van signalen vindt plaats op basis van de informatie die beschikbaar is binnen de asielprocedure, zoals gehoren, informatie in (inter)nationale politie/justitiële systemen en informatie uit open bronnen.
Kunt u, eventueel in overleg met AIVD en NCTV, een overzicht geven van de doelwitten die naast Pride-vieringen door islamistische terreurgroepen of geradicaliseerde eenlingen in Nederland en Europa als bijzonder risicovol worden aangemerkt, zodat de beveiliging daarop gericht kan worden versterkt? Zo nee, waarom kan een dergelijk overzicht niet gegeven worden?
In Nederland wordt op basis van actuele dreigingsinschattingen bezien welke evenementen en doelwitten als risicovol worden aangemerkt. Hiervoor worden zichtbare en onzichtbare maatregelen getroffen. Daarover wordt door de betrokken gezagen in het openbaar nooit inzicht gegeven. Daarnaast ga ik als Minister van Justitie en Veiligheid vanwege veiligheidsredenen in het openbaar niet in op vermeende doelwitten van terroristische groeperingen of geradicaliseerde eenlingen in Nederland en Europa.
Welke concrete maatregelen zijn er op dit moment van kracht om te voorkomen dat voertuigen worden ingezet als wapen bij grote publieksevenementen in Nederland, zoals Pride-vieringen, herdenkingen of marktevenementen?
Vanwege veiligheidsoverwegingen worden in het openbaar nooit uitspraken gedaan over maatregelen die worden getroffen ten behoeve van de veiligheid. Wel kunnen wij u verzekeren dat de benodigde maatregelen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, worden getroffen waar dat nodig wordt geacht en op basis van actuele dreigingsinformatie. Het is primair aan het betreffende lokale gezag waar het evenement plaatsvindt om te bepalen welke maatregelen nodig zijn.
Bent u bereid om, naar aanleiding van deze aanslag, de beveiliging van Pride-evenementen en vergelijkbare LGBTQ+-vieringen in Nederland dit jaar en volgend jaar opnieuw te laten beoordelen door de politie en NCTV, specifiek gericht op de dreiging van voertuigaanslagen? Zo nee, waarom niet?
Op dit moment staat het dreigingsniveau in Nederland op substantieel (niveau 4 van 5). Dat betekent dat een aanslag in Nederland reëel is. Bij een verhoogde dreiging of risico op een specifiek doelwit, worden de maatregelen genomen die passen bij een verhoogde dreiging. Bij ieder evenement van een dergelijke omvang wordt voorafgaand een analyse van dreiging en risico’s gemaakt op basis van de op dat moment beschikbare informatie.
De veiligheidspartners op zowel lokaal als nationaal niveau volgen daarbij de ontwikkelingen in het buitenland nauwlettend en staan in nauw contact met elkaar, mede met het oog op de mogelijke impact die deze kunnen hebben in Nederland.
Deelt u de opvatting dat extremisten die een gevaar vormen voor de openbare orde en veiligheid en die geen Nederlandse nationaliteit bezitten, versneld ons land uitgezet moeten kunnen worden wanneer zij in verband worden gebracht met extremistische netwerken? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin geldt dat het bestaande vreemdelingenrecht en terugkeerbeleid voorzien in een aanpak van vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid. Indien een vreemdeling een dergelijk gevaar vormt, wordt in beginsel geen vertrektermijn gegund en dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten.
Daarnaast heeft het kabinet de aanpak van personen die een (hoog) risico vormen voor de nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf (meer) hebben verder geïntensiveerd. Hierover is uw Kamer op 22 april jl. geïnformeerd.4
Onder coördinatie van de NCTV werken alle betrokken partners, ieder vanuit de eigen processen en verantwoordelijkheden, intensief samen om de risico’s die van deze casuïstiek uitgaan te mitigeren en zicht te houden op vrijgekomen terrorismeveroordeelden totdat vertrek gerealiseerd is. Het realiseren van vertrek van dergelijke personen valt onder de portefeuille van de Minister van Asiel en Migratie. Er wordt met de hoogste prioriteit gewerkt aan het bewerkstelligen van het vertrek van personen die geen recht hebben op verblijf in Nederland en bovendien een mogelijk risico vormen voor de nationale veiligheid. Daarbij wordt ingezet op een vroegtijdige en gerichte start van het terugkeerproces, maatwerk bij vertrek en versterkte samenwerking tussen de betrokken organisaties.
Indien vertrek niet onmiddellijk kan worden gerealiseerd, kunnen – indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan – verschillende maatregelen worden ingezet. Daarbij kan worden gedacht aan vreemdelingenrechtelijke maatregelen, zoals een meldplicht, een gebiedsgebod en, indien daadwerkelijk zicht bestaat op vertrek, vreemdelingendetentie.
Daarnaast kunnen op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) bestuurlijke maatregelen worden opgelegd indien de betrokkene door zijn of haar gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Deze bestuurlijke maatregelen kunnen bestaan uit een meldplicht, contactverbod of een gebiedsverbod, waarbij ter handhaving van het gebiedsverbod tevens elektronische monitoring kan worden opgelegd. Om een goed en compleet beeld te kunnen hebben van terrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf waarvan een hoog risico uitgaat voor de nationale veiligheid werkt het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan aanvullende maatregelen, waaronder het vormgeven van een manier waarop betrokken partners door een integrale benadering, uniforme risicotaxaties kunnen opstellen om gerichte en effectieve maatregelen te treffen.
Verder versterkt de recent overeengekomen Europese Terugkeerverordening het terugkeerinstrumentarium voor vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Kunt u aangeven hoeveel personen die bekendstaan bij de politie of AIVD vanwege banden met islamistisch extremisme, op dit moment een verblijfsvergunning of asielstatus in Nederland hebben? Zo nee, waarom wordt dit niet geregistreerd en bent u bereid dit alsnog in kaart te brengen?
Zoals eerder aangegeven in vraag 6, geldt dat, volgens de Wiv 2017, er in het openbaar geen uitspraken kunnen worden gedaan over al dan niet lopende onderzoeken van de AIVD. Ook kan geen inzicht worden gegeven over of personen in beeld zijn bij de politie, en of dergelijke personen al dan niet over een verblijfsvergunning beschikken.
Bent u bereid, gelet op deze aanslag en soortgelijke incidenten in Europa, een totale asielstop in te voeren, of op zijn minst te onderzoeken welke instroombeperkende maatregelen op zeer korte termijn haalbaar zijn? Zo nee, waarom niet?
Zoals uw Kamer bekend is er juridisch geen ruimte voor een asielstop. De aanleiding voor deze vraag biedt evenmin een aanknopingspunt voor de conclusie dat een algemene asielstop een passend of effectief antwoord zou zijn. Uit de thans bekende feiten die aan deze Kamervragen ten grondslag liggen, volgt niet dat de aanslag verband hield met de asielinstroom. De inzet van het huidige kabinet is erop gericht om het migratievraagstuk duurzaam het hoofd te bieden. Daarom wordt er onverminderd hard aan gewerkt om maatregelen te nemen om grip op migratie te bevorderen. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor de bescherming van de nationale veiligheid door middel van gerichte maatregelen binnen het bestaande wettelijke kader.
Deelt u de opvatting dat het beschermen van onze vrijheid en onze vooruitgang niet langer kan wachten en dat hiervoor nu concrete stappen nodig zijn? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is er alles aan gelegen om terrorisme tegen te gaan. Conform het coalitieakkoord investeert het kabinet in inlichtingen- en veiligheidsdiensten en een NCTV die snel en doortastend kunnen handelen en wordt de aanpak tegen terrorisme versterkt.
Bent u bereid deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden, gelet op het grote gevaar dat van dit soort aanslagen uitgaat voor de openbare orde en veiligheid in Nederland? Zo nee, waarom niet?
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028-2034 |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Rob Jetten (D66), Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Europese belastingen op komst»?1
Ja.
Kunt u aangeven hoeveel Nederland in 2024 bruto heeft afgedragen aan de EU-begroting en hoeveel Nederland aan Europese Unie (EU)-gelden heeft terugontvangen, en kunt u dit omrekenen naar een bedrag per Nederlands huishouden?2 3 Kunt u daarbij bevestigen dat dit neerkomt op circa € 7,5 miljard bruto afdracht en € 3,15 miljard aan ontvangsten (netto circa € 4,35 miljard), oftewel omgerekend over de ruim 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens ongeveer € 890 bruto en € 520 netto per huishouden per jaar?4 5
De totale omvang van de drie nationale afdrachten (bni-, btw- en plastic-afdracht) van Nederland in 2024, zoals verantwoord op de begroting van Buitenlandse Zaken6, bedroeg in 2024 5,3 mld. euro. De perceptiekostenvergoeding bedroeg 1,1 mld. euro. De netto afdracht komt daarmee op 4,2 mld. euro. De invoerrechten (minus perceptiekostenvergoeding) worden niet meegerekend als nationale afdracht. De reden hiervoor is dat de invoerrechten niet relevant zijn voor het uitgavenkader (met uitzondering van de perceptiekostenvergoeding), in navolging van het advies van de 16e Studiegroep Begrotingsruimte.
De ontvangsten uit de Europese begroting zijn weergegeven in de «EU Spending and Revenue» tabellen van de Europese Commissie.7 Voor Nederland bedroegen de ontvangsten 3,2 miljard euro in 2024. Het verschil tussen de netto nationale afdrachten (nationale afdrachten minus perceptiekostenvergoeding) en de ontvangsten bedraagt daarmee 1 miljard euro in 2024. Het ligt niet in de rede om, zoals gevraagd, alleen de bruto afdracht te verminderen met de ontvangsten, omdat op die manier de perceptiekostenvergoeding buiten beschouwing gelaten zou worden.
Het Ministerie van Financiën houdt geen cijfers bij over de EU-afdrachten afgezet tegen het aantal huishoudens, maar uitgaande van een aantal van ca. 8,4 miljoen Nederlandse particuliere huishoudens (CBS8) zou dit in 2024 een netto bedrag van 119 euro per huishouden zijn.
Kunt u een inschatting geven van wat de Nederlandse afdracht aan de EU per huishouden zou worden als het voorstel van de Europese Commissie (EC) voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034 wordt aangenomen? Kunt u daarbij ingaan op de eigen schatting van het kabinet dat alleen al de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)-afdracht voor 2028 kan oplopen tot circa € 9 miljard per jaar – zo’n € 4,5 miljard hoger dan in 2024 – wat, nog exclusief douanerechten, btw-afdracht en de nieuwe EU-belastingen, neerkomt op ruim € 1.070 per huishouden per jaar alleen al voor het BNI-deel?6 7 Kunt u bevestigen dat de grove inschatting, waarbij de overige afdrachtscomponenten (douanerechten, btw-afdracht, plasticheffing) op het huidige niveau van circa € 3 miljard per jaar worden verondersteld, uitkomt op een totale afdracht van ruim € 12 à 13 miljard per jaar, oftewel circa € 1.450 tot € 1.550 per huishouden per jaar? Kunt u een volledige, officiële raming geven van de totale afdracht per huishouden inclusief alle afdrachtscomponenten en de nieuwe eigen middelen en aangeven of mijn hierboven genoemde inschatting in de juiste orde van grootte zit?
De raming van de Nederlandse bni-afdracht bedraagt circa 9,7 miljard euro in 2028, op basis van de aannames die zijn gedaan voor het nieuwe MFK. De raming van de Nederlandse bni-afdracht is inderdaad hoger dan in 2024. Dit komt omdat in 2024 door vertraging in de uitvoering van de cohesie- en landbouwfondsen de betalingen in de EU-begroting sterk achterbleven. De onderuitputting zorgde voor een lagere bni-afdracht in 2024. Daarnaast is een deel van de stijging in 2028 ook de prijsontwikkeling, die voor de EU-afdrachten op het beleidsartikel is geraamd. De overige afdrachten – de btw-afdracht en plastic-afdracht – bedragen in totaal 1,9 miljard euro in 2028, op basis van de aannames die zijn gedaan voor het nieuwe MFK. Zoals toegelicht bij vraag 2 worden de invoerrechten niet meegerekend als nationale afdracht en staan er ook ontvangsten tegenover de afdrachten.
Indien de Commissievoorstellen voor het nieuwe MFK en EMB zonder wijzigingen zouden worden doorgevoerd zou dit leiden tot een geschatte budgettaire opgave van gemiddeld 2,7–3,7 miljard euro per jaar in lopende prijzen bovenop de huidige raming van de Nederlandse afdrachten op de BZ-begroting (stand Voorjaarsnota 2026).11 Dit betreft een inschatting van de gemiddelde budgettaire opgave over de jaren van het volgend MFK (2028–2034) en is toegelicht in de Kamerbrief van 22 mei jl.12 Zoals aangegeven in deze en eerdere Kamerbrieven verzet het kabinet zich hier tegen. Het kabinet wil een lagere omvang van het voorgestelde MFK, voorzetting van de Nederlandse correctie op de bni-afdracht en behoud van de perceptiekostenvergoeding op 25%. Het kabinet is tegen het onverkort invoeren van het Commissievoorstel. Het Ministerie van Financiën beschikt niet over inschattingen van de afdracht per huishouden voor de verschillende componenten van de afdrachten. Aangezien de onderhandelingen nog gaande zijn en ook gezien de onzekerheid over de toekomstige ontvangsten uit de EU-begroting is het niet mogelijk met voldoende zekerheid een inschatting te geven van de gevraagde cijfers.
Bent u bekend met de berichtgeving over de plannen van de EC en het Europees Parlement (EP) voor het MFK 2028–2034, waarin de begroting bijna wordt verdubbeld naar circa € 2.000 miljard en het EP zelfs inzet op € 2.200 miljard, een verhoging van 10 procent ten opzichte van het Commissievoorstel?8 9
Ja.
Deelt u de opvatting dat een verdubbeling van de EU-begroting, in een tijd waarin Nederlandse huishoudens de broekriem moeten aanhalen, onaanvaardbaar is? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is deelt de opvatting dat de voorgestelde EU-begroting te hoog is.
Kunt u bevestigen dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven in te zetten op «een verlaging van het voorgestelde MFK», omdat de voorziene stijging van de EU-afdrachten niet past bij de budgettaire kaders uit het Hoofdlijnenakkoord?10 Deelt u de opvatting dat het huidige niveau van de EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar al belachelijk hoog en volstrekt onnodig is?11 Bent u bereid deze kabinetsinzet radicaal aan te scherpen, niet tot een verlaging ten opzichte van het Commissievoorstel, maar tot een forse verlaging van de EU-begroting tot ruim onder het huidige niveau van € 1.200 miljard en tot een structureel veel kleinere EU-begroting dan nu het geval is? Zo nee, waarom niet? Kunt u dan puntsgewijs onderbouwen waarom een EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar wél gerechtvaardigd zou zijn?
Ja, het kabinet kan bevestigen dat het inzet op een verlaging van de omvang die de Commissie heeft voorgesteld, zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 22 mei jl.
Bent u bekend met het feit dat de EC ter dekking van deze begroting vijf nieuwe «eigen middelen» (EU-belastingen) heeft voorgesteld: een vennootschapsheffing voor bedrijven met een jaaromzet boven € 100 miljoen, een tabaksaccijnsafdracht (TEDOR), een heffing op elektronisch afval en aanpassingen in de inkomsten uit het Emission Trading System (ETS) en het CO2-grenscorrectiemechanisme (CBAM), die samen circa € 58,5 miljard per jaar zouden moeten opleveren?12
Ja.
Onderschrijft u de positie dat het heffen van belastingen een kernbevoegdheid van soevereine lidstaten is en moet blijven en dat de EU nooit de bevoegdheid mag krijgen om eigenstandig belasting te heffen bij Nederlandse burgers of bedrijven? Zo nee, waarom niet?
De EU heeft geen bevoegdheid om zelf belastingen te heffen. Het kabinet onderschrijft dat deze bevoegdheid bij de lidstaten moet blijven.
Klopt het dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat af te wijzen maar «op eigen merites» te beoordelen en daarbij al in beginsel opening heeft gegeven voor een nieuw eigen middel op basis van ETS-1-inkomsten en een nieuw eigen middel op basis van CBAM?13 Bent u bereid deze opening alsnog in te trekken en categorisch af te wijzen dat de EU eigenstandig belasting heft, in welke vorm dan ook? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet kan nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat omarmen en beoordeelt voorstellen voor nieuwe eigen middelen op eigen merites. In de Kamerbrief «Update Nederlandse inzet volgend MFK/EMB» van 22 mei jl. is een appreciatie gegeven van de voorgestelde nieuwe eigen middelen.19 Hierin is aangegeven dat het kabinet in beginsel open staat voor het voorstel voor een nieuw eigen middel op basis van de inkomsten uit ETS-1 en CBAM. Het gaat hierbij niet om een voorstel waarbij de EU eigenstandig belasting heft – er is dus geen sprake van een EU-belasting – aangezien de EU daarvoor geen bevoegdheid heeft. In het geval van CBAM wordt voorgesteld om 75% van de opbrengsten uit het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens aan de EU af te dragen en bij ETS-1 om 30% van de veilinginkomsten van het EU-emissiehandelssysteem naar de EU-begroting te laten vloeien. Door de introductie van deze nieuwe eigen middelen zijn ceteris paribus minder bni-afdrachten vanuit de lidstaten benodigd, aangezien de bni-afdracht de sluitpost is van de EU-begroting. De nieuwe eigen middelen zorgen daarmee niet voor extra uitgaven door de EU, maar zorgen voor een andere verdeling van de financiering van de EU-begroting. Het kabinet merkt daarnaast op dat de voorgestelde eigen middelen, zoals u kunt lezen in de eerder genoemde Kamerbrief, naar verwachting budgettair voordelig zullen uitpakken voor Nederland, in vergelijking met de bni-sleutel. Nederland zou na invoering van de voorgestelde eigen middelen dus minder afdragen aan de EU dan zonder deze nieuwe eigen middelen, omdat anders via de bni-verdeelsleutel betaald zou moeten worden.
Bent u bereid toe te zeggen dat Nederland in de Raad zijn veto zal gebruiken tegen ieder onderdeel van het Eigenmiddelenbesluit dat voorziet in nieuwe EU-belastingen én tegen een MFK 2028–2034 dat een verhoging van het totale EU-budget en/of een verhoging van de Nederlandse afdracht inhoudt ten opzichte van het huidige MFK, aangezien zowel het MFK als het Eigenmiddelenbesluit unanimiteit in de Raad vereisen?14 Kunt u daarbij bevestigen dat het Eigenmiddelenbesluit bovendien pas in werking treedt nadat alle lidstaten het hebben goedgekeurd overeenkomstig hun eigen grondwettelijke bepalingen en dat dit voor Nederland op grond van Artikel 91 van de Grondwet parlementaire goedkeuring door beide Kamers vereist, via een goedkeuringswet conform de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen? Zo nee, waarom niet? (Kamerstuk 22 112, nr. 3760) (Kamerstuk 35 711, nr. 3)
De positie uit de Kamerbrief van 22 mei jl. vormt de basis voor de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen. Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet haar positie bepalen op basis van het voorstel wat op dat moment voorligt.
Het huidige EMB heeft geen einddatum, het blijft van kracht totdat het wordt vervangen door een nieuw besluit. In het huidige EMB is opgenomen dat het correctiemechanisme op de Nederlandse bni-afdracht afloopt aan het einde van het huidige MFK, dat wil zeggen in 2027. Daarom is het van belang dat er een nieuw EMB wordt overeengekomen waarin een nieuw correctiemechanisme voor de Nederlandse bni-afdracht wordt opgenomen.
Een nieuw EMB treedt pas in werking na goedkeuring door alle lidstaten overeenkomstig hun nationale grondwettelijke procedures. In Nederland betekent dit parlementaire behandeling van een wet ter goedkeuring van het EMB. Het EMB zal wel met terugwerkende kracht van toepassing zijn.
Kunt u bevestigen dat het bestaande Eigenmiddelenbesluit de Commissie nu al de mogelijkheid geeft om lidstaten te verzoeken om aanvullende, op het BNI gebaseerde bijdragen als de opbrengst van de nieuwe EU-belastingen achterblijft bij de verwachtingen, zodat Nederland via een omweg alsnog voor de rekening kan opdraaien? Wat is uw inzet om dit vangnetmechanisme voor Nederland uit te sluiten?
De Unie kan niet meer geld uitgeven dan is afgesproken in het MFK. Er is geen sprake van voorstellen waarbij de EU eigenstandig belasting heft, aangezien de EU daarvoor geen bevoegdheid heeft. Met de introductie van eventuele nieuwe eigen middelen hoeven de lidstaten, bij een gelijkblijvend uitgavenniveau, minder bni-afdrachten te betalen, aangezien de bni-afdracht de sluitpost is van de EU-begroting. Nieuwe eigen middelen zorgen daarmee niet voor extra uitgaven, maar zorgen voor een andere verdeling van de financiering van de EU-begroting.
Klopt het dat Nederland zich tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 al heeft uitgesproken tegen gemeenschappelijke schuld voor het verstrekken van NRPP-leningen aan lidstaten, en dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 al heeft aangegeven geen voorstander te zijn van gemeenschappelijke leningen voor een nieuw crisisinstrument?15 16 Bent u bereid deze lijn te verbreden en categorisch af te wijzen dat de EU nieuwe schulden aangaat of nieuwe EU-gedekte leningen verstrekt – zoals het door de Commissie voorgestelde «Catalyst Europe»-instrument – en dat Nederland daar in de Raad ook op zal inzetten? Zo nee, waarom niet?
Ja, de positie van het kabinet met betrekking tot de voorgestelde leeninstrumenten in het volgende MFK is toegelicht in de update van de Nederlandse inzet van 22 mei jl.23 en is sindsdien niet gewijzigd. Het kabinet is tegen de voorstellen van de Commissie voor nieuwe leeninstrumenten voor het ophogen van de nationale enveloppes van het NRPP (Catalyst Europe) en het crisismechanisme. Het kabinet staat onder voorwaarden wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), macro-financiële bijstand (MFA) en de Oekraïne-faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel).
Bent u bekend met het bericht dat Spanje bij de Eurogroep van 9 juli 2026 een voorstel heeft gepresenteerd voor een «European Sovereign Facility», waarbij de EC tot wel € 850 miljard per jaar aan gemeenschappelijke schuld zou kunnen uitgeven namens de lidstaten en dat dit voorstel – zoals verwacht – op weerstand stuit van met name Duitsland en Nederland, de twee landen die zich het meest consistent hebben verzet tegen verdere gemeenschappelijke schuld?17 18 19
Ja.
Bent u bereid dit Spaanse voorstel en iedere vergelijkbare poging om een permanent EU-mechanisme voor gemeenschappelijke schuld (een «Europees veilig actief») te creëren, resoluut en publiekelijk af te wijzen en dit standpunt uit te dragen bij zowel de onderhandelingen over het MFK 2028–2034 als bij de Eurogroep? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet wijst het door Spanje geopperde idee van een «European Sovereign Facility» af. Zoals is benoemd in de update van de kabinetspositie over het volgende MFK27 vindt het kabinet, in lijn met het coalitieakkoord, dat lidstaten zelf primair verantwoordelijk zijn voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds). Deze faciliteit zou gemeenschappelijke schuld uitgeven, en daarmee leningen verstrekken aan lidstaten ter financiering van aflopende schulden en nieuwe begrotingstekorten.
Kunt u bevestigen dat er nog altijd geen besluit is genomen over de wijze waarop de circa € 750 miljard aan gemeenschappelijke schuld uit het coronaherstelfonds NextGenerationEU wordt terugbetaald en dat landen als Frankrijk en Griekenland pleiten voor het doorrollen van deze schuld in plaats van aflossing, terwijl de Franse president Macron oproept tot vervroegde terugbetaling «idioot» noemde? Deelt u de opvatting dat Nederland zich niet door dergelijke uitspraken uit andere lidstaten moet laten weerhouden van een strikt aflossingsschema? Zo nee, waarom niet?
Het besluit over de precieze wijze van terugbetaling van de NGEU-leningen is onderdeel van de nu lopende MFK-onderhandelingen. Een besluit daarover zal genomen worden bij de afronding van die onderhandelingen. De Nederlandse inzet in de onderhandelingen op dit punt blijft een terugbetaling die in lijn is met de Europese afspraken die hierover bij aanvang van het NGEU-programma in 2020 zijn gemaakt en die onder meer zijn vastgelegd in het eigenmiddelenbesluit (art. 5). Daarbij gaat het met name erom dat het aflossingsschema waarborgt dat de verplichtingen gestaag en voorspelbaar verminderen en dat alle verplichtingen als gevolg van de NGEU-leningen uiterlijk op 31 december 2058 volledig terugbetaald zijn. Het voorstel zoals dat in juli 2025 door de Europese Commissie is gedaan voldoet aan deze afspraken.
Bent u bereid om, ook voor wat betreft de resterende aflossing en rentebetaling van de bestaande NextGenerationEU-schuld, aan te sturen op versnelde afbouw in plaats van het doorschuiven van deze lasten binnen de MFK-plafonds tot 2058? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet vindt het belangrijk dat gemaakte afspraken worden nagekomen, dat wil zeggen dat gestaag en voorspelbaar en uiterlijk tot 2058 wordt terugbetaald. Het kabinet ziet inhoudelijk geen reden om nu te pleiten voor snellere aflossing.
Bent u bereid in de onderhandelingen in te zetten op een Nederland dat per saldo geen netto-betaler meer is aan de EU-begroting, maar netto-ontvanger wordt? Zo nee, kunt u toelichten waarom Nederland structureel meer aan de EU zou moeten blijven afdragen dan het terugkrijgt?
Het kabinet zet in op beperking van de stijging van de afdrachten, zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 22 mei jl. De nettobetalingspositie van lidstaten hangt samen met het relatieve welvaartsniveau. Daarom ligt het voor de hand dat Nederland, met een relatief hoog welvaartsniveau, nettobetaler is.
Hoe beoordeelt u het feit dat verschillende ingewijden in Brussel de onderhandelingen willen afronden vóór de Franse presidentsverkiezingen van april 2027, uit vrees dat een eurosceptische regering het akkoord zou kunnen blokkeren? Deelt u de opvatting dat dit geen reden mag zijn voor Nederland om onder tijdsdruk in te stemmen met een voor Nederland ongunstig akkoord?
Het kabinet is van mening dat een goede deal belangrijker is dan een snelle deal.
Bent u bereid om een fundamenteel andere onderhandelingsinzet naar de Kamer te sturen waarin wordt uitgegaan van een substantieel lagere EU-begroting, een substantieel lagere Nederlandse afdracht, categorische afwijzing van alle nieuwe EU-belastingen, en categorische afwijzing van nieuwe EU-schulden of EU-gedekte leningen – inclusief het Spaanse voorstel voor een European Sovereign Facility? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet staat voor de inzet zoals deze met uw Kamer is gedeeld. Het kabinet zet in op een gemoderniseerde EU-begroting, een verlaging van het Commissievoorstel, beperking van de stijging van de afdrachten en het kabinet is tegen de voorgestelde met leningen gefinancierde instrumenten Catalyst Europe en het crisismechanisme. Zoals afgesproken in het coalitieakkoord vindt het kabinet dat lidstaten primair zelf verantwoordelijk zijn voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds). Nederland staat onder voorwaarde wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), macro-financiële bijstand (MFA) en de Oekraïne-faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel). Het kabinet wijst het door Spanje geopperde idee van een European Sovereign Facility dan ook af. Dit voorstel ligt niet formeel op tafel in de MFK-onderhandelingen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
Het artikel Israël doet officieel weer mee met Songfestival: 'AVROTROS in de knel |
|
Mona Keijzer |
|
Letschert |
|
Bent u bekend met het bericht dat Israël ook in 2027 zal deelnemen aan het Eurovisie Songfestival en dat AVROTROS eind augustus of begin september een besluit zal nemen over Nederlandse deelname?1
Ja.
Bent u van mening dat Nederland moet mee doen aan het EurovisieSongfestival?
De Nederlandse Publieke Omroep gaat over de eigen programmatische keuzes. Vanwege de redactionele onafhankelijkheid die is vastgelegd in de Mediawet 2008 en de persvrijheid die volgt uit de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting, heb ik als Minister geen rol in dit soort keuzes.
Deelt u de opvatting dat voorkomen moet worden dat Nederland door interne discussies bij een omroep afwezig is op een van de grootste culturele evenementen van Europa? Zo nee, waarom niet?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Welke afspraken bestaan er momenteel tussen de Europese radiounie (EBU), de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en AVROTROS over de Nederlandse deelname aan het Eurovisie Songfestival?
De NPO is officieel de lid-organisatie van de EBU maar is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de programma's. Waar het gaat om het Songfestival wordt direct geschakeld tussen de AVROTROS en de EBU. AVROTROS is de omroep die inhoudelijk invulling geeft aan het Eurovisie Songfestival: de AVROTROS selecteert de Nederlandse inzending, draagt zorg voor de Nederlandse delegatie en verzorgt de registratie en uitzending(en) rond het Songfestival.
Indien AVROTROS besluit af te zien van deelname in 2027, welke mogelijkheden bestaan er om de organisatie van de Nederlandse deelname onder te brengen bij een andere publieke omroep, zoals Omroep MAX of de NOS? Bent u bereid daarover in gesprek te gaan?
Of er wordt deelgenomen aan het Eurovisie Songfestival en welke omroep die deelname verzorgt is aan de NPO en omroepen zelf. Wettelijk gezien zijn er geen beperkingen om het verzorgen van deelname aan het Eurovisie Songfestival bij een andere omroep dan AVROTROS onder te brengen. Het is niet aan mij daarover het gesprek aan te gaan; zie mijn antwoord op vraag 2. Ik kan u wel melden dat de NPO mij desgevraagd heeft laten weten dat er tijdig gesprekken gevoerd zullen worden over deelname en welke omroep die in 2027 zou kunnen verzorgen, mocht AVROTROS besluiten niet te willen deelnemen.
Welke termijnen gelden voor het aanwijzen van een deelnemende omroep, de selectie van een Nederlandse artiest en van de inzending, en andere noodzakelijke voorbereidingen voor deelname aan het Eurovisie Songfestival 2027?
Ik heb geen inzicht in de voorbereidingen van deelname aan het Eurovisie Songfestival en welke tijdpaden daarmee gepaard gaan; ik ga daar ook niet over. De EBU is een samenwerkingsverband van publieke omroepen. Deelname door commerciële omroepen is daarmee uitgesloten. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 5 heb aangegeven, heeft de NPO mij laten weten tijdig in gesprek te gaan over deelname door een andere omroep wanneer AVROTROS besluit niet deel te nemen.
Wat is de deadline voor zo’n besluit om een andere omroep of commerciële tv-zender daar toe uit te nodigen?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid, indien AVROTROS niet deelneemt en een alternatief binnen het publieke bestel niet tijdig beschikbaar blijkt, te onderzoeken welke mogelijkheden er bestaan om de Nederlandse deelname op andere wijze, via bijvoorbeeld de commerciële media, te waarborgen zodat Nederland niet door onnodige discussies bij een omroep afwezig is bij het Eurovisie Songfestival 2027?
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Kunt u deze vragen afzonderlijk binnen drie weken beantwoorden?
In verband met het zomerreces is beantwoording binnen drie weken helaas niet gelukt.
Problemen bij de uitvoering van rechtsbijstand onder het Europese Migratiepact |
|
Robert van Asten (D66) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Juridische bijstand in asielzaken onder nieuwe EU-migratiepact loopt nu al mis: afspraken met asieladvocaten tijdelijk stopgezet»?1
Ja.
Klopt het dat in de afgelopen dagen een aanzienlijk aantal intakegesprekken tussen asielzoekers en hun rechtsbijstandverlener geen doorgang heeft kunnen vinden doordat uitnodigingen niet of te laat zijn verstuurd en vervoer niet was geregeld?
Het klopt dat na invoering van het Pact zowel intakegesprekken als nabesprekingen van het gehoor tijdelijk niet zijn doorgegaan. Sinds 25 juni 2026 stonden op de locaties Ter Apel, Den Bosch en Zevenaar de eerste gesprekken met asieladvocaten gepland na inwerkingtreding van het EU-Migratiepact. In de periode 25 t/m 29 juni zijn daar in totaal 115 gesprekken ingepland, waarvan 85 geen doorgang vonden wegens niet-verschijnen van de asielzoeker. Dit betrof met name logistieke knelpunten: uitnodigingen die de asielzoeker niet (tijdig) bereikten en vervoer dat niet was geregeld. Op de locatie Schiphol worden in de asielgrensprocedure eveneens zaken onder het Migratiepact behandeld. Daar hebben sinds 12 juni jl. alle geplande intakes en nabesprekingen volgens planning plaatsgevonden.
Hoeveel intakegesprekken en nabesprekingen zijn sinds de inwerkingtreding van het Europese Migratiepact gepland, hoeveel daarvan zijn niet doorgegaan en wat zijn daarvan de oorzaken?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat de Raad voor Rechtsbijstand de planning van nieuwe rechtsbijstandsgesprekken tijdelijk heeft opgeschort? Zo ja, sinds wanneer en welke gevolgen heeft dit voor de voortgang van asielprocedures? Wanneer worden de rechtsbijstandgesprekken weer hervat?
De Raad voor Rechtsbijstand heeft op 29 juni 2026 een communicatiebericht verspreid over de logistieke problemen met de planning van kennismakingsgesprekken onder alle asieladvocaten. Advocaten die stonden ingeroosterd voor gesprekken die geen doorgang vonden, zijn individueel geïnformeerd. Op 2 juli 2026 heeft de Raad voor de Rechtsbijstand de planning in asielprocedures weer kunnen hervatten.
Welke organisaties zijn verantwoordelijk voor respectievelijk het tijdig informeren van asielzoekers over afspraken, het organiseren van vervoer, de afstemming tussen Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Raad voor Rechtsbijstand?
Er is geen wettelijke bepaling die één partij exclusief verantwoordelijk maakt voor het tijdig informeren van asielzoekers over afspraken. In de praktijk nodigt iedere betrokken instantie de asielzoeker zelf per brief uit voor de betreffende afspraak. Post voor asielzoekers wordt geleverd bij de receptie van de opvanglocatie. De asielzoeker is zelf verantwoordelijk voor het tijdig openen en opvolgen van deze post en voor het nakomen van gemaakte afspraken. Dit wordt echter bemoeilijkt wanneer de asielzoeker (nog) niet is toegewezen aan een opvanglocatie en daardoor moeilijk bereikbaar is voor postbezorging.
Het COA is op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van openbaarvervoerskaarten voor reizen van en naar de rechtsbijstandverlener in verband met de asielprocedure. Deze verstrekking maakt onderdeel uit van het reguliere opvangpakket en vloeit voort uit de aan het COA toegekende taken op grond van de Wet COA.
Worden gehoren door de IND uitgesteld wanneer een asielzoeker vooraf geen daadwerkelijk gesprek met zijn of haar advocaat heeft kunnen voeren? Zo nee, hoe waarborgt u in dat geval het recht op effectieve rechtsbijstand? Zo ja, welke vertraging brengt dit in praktijk met zich mee?
In beginsel spreekt de aanvrager twee dagen voor het gehoor zijn advocaat voor een kennismakingsgesprek. Dit gesprek is niet bedoeld als inhoudelijke voorbereiding op het gehoor. De intake is bedoeld om de advocaat tijdig te kunnen koppelen aan een asielzoeker, kennis te maken en toegang te geven tot het dossier. Het uitblijven van dit gesprek staat het doorgaan van het gehoor daarmee niet in de weg. Twee dagen na het gehoor vindt de nabespreking met de advocaat plaats. Vanaf dat moment vervult de advocaat ook formeel een rol in de versnelde en niet-versnelde asielprocedure.
Deelt u de opvatting dat effectieve toegang tot rechtsbijstand een essentieel onderdeel vormt van een zorgvuldige asielprocedure en van de implementatie van het Europese Migratiepact?
Ja. Effectieve toegang tot rechtsbijstand is een essentieel onderdeel van een zorgvuldige asielprocedure. Dit is geborgd doordat gedurende de hele procedure rechtsbijstand beschikbaar is. Juridische counseling is beschikbaar vanaf het moment van de asielaanvraag tot aan de koppeling met een advocaat, waarna de advocaat de juridische vertegenwoordiging overneemt.
Bestaat het risico dat besluiten die onder deze omstandigheden met problemen bij de uitvoering van rechtsbijstand worden genomen door de rechter worden vernietigd vanwege onvolledige rechtsbescherming of procedurele tekortkomingen? Heeft u hierover juridisch advies ingewonnen?
De tijdelijke onderbreking van de planning van asielrechtsbijstand heeft enkele dagen geduurd. Inmiddels is de planning hervat. Dit heeft er niet toe geleid dat in lopende procedures besluiten zijn genomen zonder dat rechtsbijstand beschikbaar was. Gehoren zijn doorgegaan en in overleg met de advocatuur is gezorgd dat nabesprekingen, die aanvankelijk niet konden plaatsvinden, alsnog worden ingepland. De IND heeft vanwege de tijdelijke onderbreking geen besluit genomen en zal geen besluit nemen voordat de asielzoeker rechtsbijstand heeft ontvangen. Tegen deze achtergrond zie ik geen reëel risico dat besluiten door de rechter worden vernietigd wegens onvolledige rechtsbescherming of procedurele tekortkomingen als gevolg van deze tijdelijke onderbreking.
Zijn deze uitvoeringsproblemen het gevolg van onvoldoende voorbereiding op de invoering van het migratiepact, capaciteitsproblemen, ICT-problemen, logistieke knelpunten of andere oorzaken? Kunt u dit toelichten?
Door een achterstand bij de uitplaatsing vanuit Ter Apel naar opvanglocaties verspreid over het land moesten asielzoekers voor gesprekken met hun advocaat en voor IND gehoren naar behandellocaties in het land worden vervoerd. Dat vervoer bleek niet in alle gevallen geregeld. Daarnaast ontstonden knelpunten doordat uitnodigingen voor een gesprek met de advocaat niet tijdig op het juiste adres werden bezorgd of de asielzoeker niet bereikten. Dit werd mede veroorzaakt doordat personen niet konden uitstromen uit de Centrale Ontvangstlocatie (COL) waardoor post niet goed kon worden uitgereikt. Als gevolg hiervan konden veel gesprekken niet doorgaan. De COL is ingericht voor kortdurende opvang en niet voor langdurig verblijf. Voorzieningen voor langer verblijf, zoals een reguliere postvoorziening, waren daarom in beginsel niet beschikbaar. Dit is ondervangen door in Ter Apel een extra postkamer in te richten.
Welke acute maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat rechtsbijstand, vervoer en communicatie zo snel mogelijk weer volledig functioneren?
Om een goede overgang te borgen, zijn tijdelijke werkafspraken gemaakt tussen COA, IND en Raad voor de Rechtsbijstand over betere informatievoorziening, tijdige aanlevering van afsprakenlijsten en duidelijke afspraken over het vervoer voor asielzoekers. In Ter Apel is een extra postkamer ingericht om ervoor te zorgen dat informatie asielzoekers tijdig en correct bereikt. Volwassen asielzoekers zijn zelf verantwoordelijk voor het controleren van hun post, waaronder berichten over het contact met hun advocaat. Deze maatregelen gelden totdat er structurele afspraken worden gemaakt in de uitvoeringsketen. Met deze maatregelen functioneren de informatievoorziening, rechtsbijstand en het vervoer weer volgens de gemaakte werkafspraken. De uitvoering wordt wekelijks gemonitord, zodat de tijdelijke werkprocessen waar nodig kunnen worden bijgesteld. Hiermee wordt de uitvoering verder gestabiliseerd en worden risico's op vergelijkbare knelpunten zoveel mogelijk voorkomen.
Om herhaling te voorkomen worden structurele ketenafspraken voorbereid. Het COA, de IND en de Raad voor Rechtsbijstand verduidelijken verantwoordelijkheden in de uitvoeringsketen en stellen vaste procedures vast voor het tijdig verstrekken van uitnodigingen en het organiseren van vervoer naar afspraken met de IND en de rechtsbijstandverlener. Daarnaast wordt de informatievoorziening verder verbeterd.
Welke structurele maatregelen neemt u om te voorkomen dat vergelijkbare uitvoeringsproblemen zich opnieuw voordoen tijdens de verdere implementatie van het Europese Migratiepact?
Zie antwoord vraag 10.
Herhaalde aanvallen van het Israëlische leger op medisch personeel in Libanon |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Hanneke van der Werf (D66) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «De eerste ambulance werd geraakt; toen de tweede, derde en vierde. Hoe Israël medisch personeel aanvalt in Libanon»?1
Ja.
Herkent u het beeld dat het Israëlische leger in Libanon zogenoemde double-tap-aanvallen uitvoert, waarbij hulpverleners die na een eerste aanval te hulp schieten herhaaldelijk opnieuw worden beschoten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet ziet inderdaad dat herhaaldelijk sprake is van situaties waarin medisch en humanitair personeel dat toestroomt na een aanval wordt getroffen door een vervolgaanval. Aanvallen waarbij hulpverleners worden getroffen verontrusten het kabinet altijd, en dit geldt des te meer voor vervolgaanvallen, waarbij het risico aanzienlijk toeneemt dat hulpverleners worden getroffen. Het kabinet kent ook de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie over het hoge aantal zorgverleners dat is omgekomen in Libanon sinds de start van het conflict op 2 maart. De impact van de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah op hulpverleners en medische faciliteiten, en daarmee op de gehele hulpverlening, in Libanon is zorgwekkend.
Deelt u de conclusie van de door NRC geraadpleegde experts dat deze aanvallen in strijd zijn met het humanitair oorlogsrecht, in het bijzonder met de bescherming van medisch personeel en ambulances? Zo nee, waarom niet?
Volgens het humanitair oorlogsrecht genieten ziekenhuizen, medisch personeel en ambulances een speciale, beschermde status. Het doelbewust aanvallen van medische gebouwen, transporten of medisch personeel die herkenbaar zijn en hun neutrale taak uitvoeren, is een ernstige schending van het humanitair oorlogsrecht. Onder het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof is het opzettelijk aanvallen van medische gebouwen, medische eenheden en transporten gecategoriseerd als een oorlogsmisdrijf. De bescherming onder het humanitair oorlogsrecht vervalt alleen als een medische entiteit buiten haar humanitaire taak wordt gebruikt om handelingen te verrichten die schadelijk zijn voor de vijand.
Het kabinet onderstreept deze uitgangspunten en veroordeelt dan ook doelbewuste aanvallen op hulpverleners en medische faciliteiten. Tegelijkertijd kan in complexe conflictsituaties niet altijd worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn. Het kabinet dringt aan op transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Het is in eerste instantie aan de lokale autoriteiten om dergelijk onderzoek te doen. In dat kader steunt Nederland de komende vier jaar het Nationale Comité voor het Humanitair Oorlogsrecht (National International Humanitarian Law Committee) van Libanon met een financiële bijdrage, zodat dit onderzoek kan doen naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Hoe beoordeelt u deze aanvallen op medisch personeel en ambulances in het licht van de verplichtingen van Israël onder artikel 2 van de EU-Israël Associatieovereenkomst?
Zoals bekend in uw Kamer waren in mei 2025 de humanitaire situatie in de Gazastrook, de situatie op de Westelijke Jordaanoever, en de Israëlische positie die wezen op de herbezetting van (delen van) de Gazastrook, Syrië en Libanon reden om de EU Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas te verzoeken om een evaluatie van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. Naar aanleiding van de conclusie van de HV en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) dat er aanwijzingen zijn dat Israël in strijd zou handelen met zijn verplichtingen onder artikel 2 van het Associatieakkoord heeft Nederland zich in EU-verband ingezet voor concrete EU-maatregelen. Het beoogde doel van de Nederlandse inzet voor maatregelen was de druk op te voeren en Israël van koers te doen veranderen. Hiervoor blijkt tot op heden te weinig draagvlak onder lidstaten. Niettemin blijft de kabinetsinzet ten aanzien van de opvolging van de evaluatie van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord erop gericht om voldoende steun te vergaren voor EU-maatregelen.2
Is het kabinet bereid deze aanvallen scherp en publiekelijk te veroordelen, en dit ook rechtstreeks over te brengen aan de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet onderstreept dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht voor het gebruik van geweld door staten, door alle partijen moet worden gerespecteerd. Daar waar dat niet gebeurt of lijkt te gebeuren, spreekt het kabinet zich uit, voor en achter de schermen. Zoals uw Kamer bekend wijst het kabinet de Israëlische regering op zijn internationaalrechtelijke verplichtingen, waaronder de bescherming van burgers, hulpverleners en medische faciliteiten.
Hebben eerdere gesprekken met Israëlische Ministers en andere diplomatieke contacten geleid tot aantoonbare verandering in het optreden van het Israëlische leger? Zo nee, welke conclusie trekt het kabinet daaruit over de effectiviteit van diplomatieke waarschuwingen?
Het kabinet zet zich – met partners en naar vermogen – in om de situatie in Israël, de Palestijnse Gebieden en de bredere regio te de-escaleren en te verbeteren. Het kabinet benut daarvoor de goede relaties die Nederland heeft met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit, en staat in nauw en intensief contact met landen in de regio, o.a. om regionale spanningen te verlagen en humanitaire hulp te bieden. Zowel voor als achter de schermen is het kabinet actief om invloed uit te oefenen. Het kabinet brengt zorgen over het optreden van Israël in Libanon consistent op bij de autoriteiten.
Zoals bekend in uw Kamer is naast dialoog ook het opvoeren van druk een belangrijk onderdeel van de diplomatieke inspanningen, o.a. om gedragsverandering van Israël te realiseren Die inzet gaat door. Daarom zet het kabinet zich in EU-verband in om de draagvlak voor EU-maatregelen te vergroten
Is het kabinet bereid deze praktijken aan te grijpen om in Europees verband opnieuw en blijvend te pleiten voor spoedige politieke en handelsmaatregelen tegen Israël, zolang het Israëlische leger burgers, hulpverleners en medisch personeel blijft aanvallen? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording vraag 4.
Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de relatie met Israël nu het Israëlische leger, na meerdere waarschuwingen, opnieuw hulpverleners, ambulances en medische voorzieningen blijkt aan te vallen?
Zie beantwoording vraag 6.
Gesprekken die zijn gevoerd met de Taliban |
|
Kati Piri (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Rob Jetten (D66), Bart van den Brink (CDA), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Gesprek Taliban en EU afgelopen, ook Nederland zat aan tafel»?1
Ja
Erkent u dat er ook Nederlandse ambtenaren bij de gesprekken zaten die zijn gevoerd met de Taliban in Brussel?
Ja
Zo ja, hoe kan het dat u tijdens het commissiedebat JBZ-Raad van 27 mei beweerde dat Nederlandse ambtenaren niet betrokken zijn bij de gesprekken?
Er was op dat moment nog geen sprake van een concrete uitnodiging aan de lidstaten.
Wanneer is het besluit genomen om ambtenaren van Nederland te laten deelnemen aan de gesprekken met de Taliban in Brussel? Wie waren er betrokken bij dit besluit?
Dit besluit werd op vrijdag 19 juni genomen door de Minister van Asiel en Migratie, in goed overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken.
Waarom is de Kamer hier niet over geïnformeerd?
Het gaat om een operationeel gesprek. EU-lidstaten, inclusief Nederland, hebben een week voorafgaand aan het gesprek de uitnodiging ontvangen voor dit gesprek in Brussel. Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Dit gesprek was hier onderdeel van. Naar aanleiding van deze uitnodiging is besloten dat een Nederlandse ambtenaar op werkniveau het gesprek zou bijwonen.
Is er over de deelname van een ambtenaar van het Ministerie van Asiel en Migratie aan het overleg advies ingewonnen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe luidde het advies?
Ja, het besluit is in goed overleg genomen. Deze inzet is in lijn met onze huidige positie ten aanzien van contact met de de facto autoriteiten.
Erkent u dat deze gesprekken een stap zijn richting de normalisering van het Taliban-regime en dat zij met deze gesprekken een podium hebben gekregen in het hart van onze Europese democratie? Zo nee, waarom niet?
Nee, het was een operationeel gesprek en het normaliseren van de relatie met het Taliban-regime is niet aan de orde.
Waarom zorgt u ervoor dat Nederland door Nederlandse ambtenaren te sturen bijdraagt aan het normaliseren van het wrede Taliban-regime?
Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat het gesprek met de Taliban in Brussel «waanzin» is? Zo nee, waarom niet?
Nee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens Instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat we onze geloofwaardigheid over mensenrechten volledig verliezen als we de Taliban voor een kopje thee in Brussel uitnodigen? Zo nee, waarom niet?
Dit betrof een operationeel gesprek. Nederland blijft zich onverminderd inzetten voor mensenrechten in Afghanistan. Dat doet Nederland via onder andere met steun aan VN organisaties en steun aan lokale mensenrechteninitiatieven. Ook blijft Nederland zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de de facto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.
Is er sprake van eenheid van kabinetsbeleid, als ambtenaren van één ministerie deelnemen aan het gesprek met de Taliban, terwijl de premier zich op Instagram in felle bewoordingen uitlaat tegen het gesprek met de Taliban?
Ja
Vertegenwoordigt de Taliban volgens u het Afghaanse volk? Zo nee, waarom kiest u ervoor om ambtenaren wel met hen in gesprek te laten gaan en hen samen met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en 14 andere EU-landen te verwelkomen in Brussel?
Nee. Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. De Taliban zijn immers de feitelijke machthebbers in Afghanistan op dit moment. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Erkent u dat de gesprekken die zijn gevoerd met de delegatie van de Taliban een meerwaarde hadden voor het regime? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is deze precies en vindt u dat de mogelijkheid om Afghanen misschien terug te kunnen sturen waard?
De reden voor de de facto autoriteiten om deze gesprekken aan te gaan is ons niet bekend.
Wat is er precies besproken tijdens de gesprekken? Kunt u op korte termijn een verslag aan de Kamer doen toekomen?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken. Het gaat om een operationeel gesprek, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Sluit Nederland uit dat officiële vertegenwoordigers van het Taliban-regime in Nederland geaccrediteerd worden? Zo nee, waarom niet?
Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk. Erkenning is ook niet aan de orde.
Wat zijn de eisen die de Taliban hebben neergelegd in ruil voor het terugsturen van uitgeprocedeerde Afghanen?
Het gaat om een operationeel gesprek over de stappen in een mogelijke terugkeerprocedure, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Is er gesproken over de veiligheid van deze mensen? Zo ja, wat is hierover besproken? Zo nee, waarom niet?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken.
Is er gesproken over de mensenrechtensituatie in Afghanistan, en met name de situatie van vrouwen en meisjes die in Afghanistan onderdrukt worden? Zo ja, wat is er besproken, zo nee, waarom niet?
Onderwerp van gesprek waren de operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de start van het zomerreces beantwoorden?
De vragen zijn afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoord.
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank in Den Haag waarbij door de rechtbank is bevestigd dat u niet heeft voldaan aan de uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State en het arrest CF en DN van het Hof van Justitie van de Europese Unie?1
Ja. Ik kan mij echter niet vinden in die uitspraak en heb hiertegen hoger beroep ingediend bij de Raad van State.
Hoe rijmt u de conclusie dat bepaalde provincies in Jemen (zoals Al Mahra en Hadramaut) «veilig» zijn met de informatie van hulporganisaties, United Nations en VluchtelingenWerk dat het geweld en de instabiliteit zich over het hele land verspreiden en dat de situatie onvoorspelbaar blijft?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onderzoek gedaan naar de verschillende provincies in Jemen. Hierbij is naar voren gekomen dat de provincies Al Mahra en Hadramaut grotendeels gevrijwaard zijn gebleven van de gevechten die gaande zijn in andere provincies in Jemen. In het landenbeleid ten aanzien van Jemen is vervolgens opgenomen dat voor de provincies Al Mahra en Hadramaut géén sprake is van een risico op willekeurig geweld in de zin van artikel 15c. De rechtbank in Arnhem heeft inmiddels geoordeeld dat ik er op juiste gronden vanuit ga dat in Hadramaut geen sprake is van een gewapend conflict. Dit neemt niet weg dat de IND altijd op basis van een individuele beoordeling een besluit neemt over de asielaanvraag. Bij deze beoordeling betrekt de IND de meest recent beschikbare informatie over de veiligheidssituatie in een land.
Kunt u specifiek aangeven welke bronnen, naast het ambtsbericht, zijn gebruikt om de afwezigheid van willekeurig geweld in deze gebieden aan te tonen?
Via het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), dit is het IND-expertisecentrum op het gebied van taal- en landinhoudelijke informatie, heeft het departement extra informatie opgevraagd over de veiligheidssituatie in Jemen sinds het publiceren van het ambtsbericht tot en met februari 2026. TOELT heeft onder andere informatie opgehaald uit openbare bronnen van ACLED en de Yemen Monitor maar ook geput uit andere betrouwbare nieuwsbronnen.
Waarom blijft u vasthouden aan het beleid waarbij humanitaire factoren slechts globaal worden meegenomen, terwijl de rechter en de Raad van State oordelen dat onvoldoende in kaart is gebracht hoe humanitaire omstandigheden (zoals hongersnood en gebrek aan water) het directe of indirecte gevolg zijn van het handelen van strijdende partijen en het Europese Hof (arrest CF en DN) een «allesomvattende beoordeling» eist?
Zowel de Raad van State als het Hof van Justitie van de EU spreken in de door u aangehaalde uitspraken van het globaal betrekken van alle relevante omstandigheden. Ik ben daarom van oordeel dat de door de Raad van State geconstateerde motiveringsgebreken in het oude landenbeleid met betrekking tot het betrekken van de humanitaire omstandigheden bij de 15c-beoordeling, middels het nieuwe landenbeleid Jemen zijn hersteld. Ik heb uw Kamer per brief en de bijbehorende bijlagen op 8 oktober 2025 geïnformeerd over deze wijzigingen.
Bent u bereid om, naar aanleiding van de recente rechterlijke uitspraak dat het beleid niet voldoet aan de eisen van de Raad van State en het Europese Hof, de uitvoering van het nieuwe beleid (en daarmee de afwijzingen van asielaanvragen) per direct op te schorten totdat er een deugdelijke, allesomvattende analyse van de humanitaire situatie ligt?
Deze zaak ligt nog voor bij de Raad van State. Ik ben van mening dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het landenbeleid niet in overeenstemming is met de uitspraak van de Raad van State. Ik zie daarom ook geen aanleiding om het beleid ingevolge de uitspraak van de rechtbank te wijzigen.
Komt er een nieuwe wijziging in het landenbeleid voor Jemen naar aanleiding van bovengenoemde uitspraken? Zo ja, hoe wordt daarin recht gedaan aan de uitspraken? Zo nee, waarom niet?
Nee, zoals ik in mijn antwoord op vraag 4 heb geconcludeerd, zijn de eisen van de Raad van State en het Europese Hof van Justitie reeds meegenomen in de meest recente beleidswijziging voor het landenbeleid Jemen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is op dit moment bezig met een nieuw ambtsbericht over Jemen; dit ambtsbericht wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2026 en zodra dit is gepubliceerd zal ik bezien of het landenbeleid ten aanzien van Jemen gewijzigd dient te worden.
Op welke feitelijke informatie baseert u de aanname dat vluchtelingen uit onveilige gebieden zich duurzaam en veilig kunnen vestigen in de zogenaamd veilige provincies, gezien de enorme druk op de lokale infrastructuur door de miljoenen interne ontheemden in Jemen?
Uit het ambtsbericht bleek, en dit beeld is na het opvragen van meer actuele informatie recent nog bevestigd, dat de provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra vrijwel gevrijwaard zijn gebleven van gevechtshandelingen en gewelddadigheden. Voor deze provincies kan dan ook de conclusie worden getrokken dat er geen sprake is van willekeurig geweld in de zin van een gewapend conflict, als bedoeld in artikel 15c. Bovendien blijkt ook niet uit de informatie dat de, weliswaar, precaire humanitaire situatie, het gevolg is van de gehanteerde oorlogsmethoden. Er is daarom geen reden aan te nemen dat in deze provincies sprake is van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c en dat men in algemene zin zich hier niet veilig kan vestigen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de IND altijd een individuele beoordeling doet als iemand zegt asielbescherming nodig te hebben. Er kunnen dus op individuele gronden redenen zijn om aan te nemen dat iemand zich niet in deze provincies kan vestigen.
Hoe wordt gegarandeerd dat deze mensen daar niet alsnog in een levensbedreigende humanitaire situatie terechtkomen?
Het is aan de vreemdeling om de vrees voor ernstige schade bij terugkeer aannemelijk te maken. Voor het vaststellen van een reëel risico op ernstige schade is een volledig individuele beoordeling vereist. Daarbij wordt gekeken naar alle relevante elementen die betrekking hebben op de individuele situatie en de algemene situatie in het land van herkomst. De humanitaire omstandigheden zijn daarbij reeds meegewogen bij de vaststelling of sprake is van een 15c situatie in de verschillende provincies in Jemen. Aan de hand daarvan beoordeelt de IND of de aangedragen vrees aannemelijk is en of dit voldoende is om asielbescherming te verlenen.
Erkent u dat het huidige beleid, waarbij zaken worden aangehouden of afgewezen op basis van een juridisch wankel fundament, ertoe leidt dat een grote groep Jemenieten in Nederland in onzekerheid leeft en hun integratie en persoonlijke ontwikkeling ernstig worden belemmerd?
De IND kan sinds het publiceren van het nieuwe landenbeleid in oktober 2025 weer beslissen op Jemenitische asielaanvragen. Ik ben ervan overtuigd dat het huidige landenbeleid ten aanzien van Jemen recht doet aan de informatie die over Jemen bekend is.
Hoe kunt u de Jemenieten in Nederland ondersteunen en faciliteren in hun ontwikkeling en integratie gedurende deze onzekere tijden?
Personen met de Jemenitische nationaliteit die een verblijfsstatus in Nederland hebben, hebben toegang tot dezelfde integratie en inburgeringsmogelijkheden als statushouders met een andere nationaliteit. Ik zie daarom geen aanleiding om naast de bestaande mogelijkheden extra ondersteuning te bieden ten behoeve van de ontwikkeling en integratie van Jemenitische statushouders. Voor Jemenitische vreemdelingen die nog in de asielprocedure zitten, geldt dat zij dezelfde positie genieten als vreemdelingen met een andere nationaliteit. Ook voor hen zie ik geen reden om bijzonder beleid in te richten.
Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Ja.