Het artikel 'Von der Leyen: ‘Europese afbouw kernenergie was strategische fout’' |
|
Henk Jumelet (CDA), Alisha Müller (VVD) |
|
de Bat , Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Hoe apprecieert u het krantenartikel «Von der Leyen: «Europese afbouw kernenergie was strategische fout»»?1 Deelt u de mening van Von der Leyen dat het een strategische fout is geweest van Europese landen om kernenergie de rug toe te keren omdat het Europa kwetsbaarder heeft gemaakt voor hoge energieprijzen en afhankelijkheid van energie-import?
Het kabinet deelt de analyse over het belang van een robuuste, betaalbare en onafhankelijke energievoorziening in Europa. Deze vermindert onze kwetsbaarheid voor prijsvolatiliteit en geopolitieke risico’s. Keuzes omtrent energie – en daarmee de keuze voor kernenergie in de energiemix – zijn een nationale bevoegdheid. Het kabinet verwelkomt dan ook het stevige signaal van Commissievoorzitter Von der Leyen dat de grotere rol erkent die kernenergie in de toekomst zal spelen in de energiemix, in Europese lidstaten waaronder Nederland, om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van Europese strategische doelstellingen.
Heeft u er kennis van genomen dat de Europese Commissie (EC) heeft aangekondigd voor 200 miljoen euro aan garanties beschikbaar te stellen voor investeringen in innovatieve kerntechnologieën, waaronder small modular reactors (SMR’s)? Hoe gaat u ervoor zorgen dat Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en projecten maximaal gebruik kunnen maken van deze middelen?
Zoals beschreven in de Kamerbrief van 16 juni 20252, werkt het kabinet aan het versterken van het nucleaire ecosysteem via kennisopbouw, netwerkontwikkeling en concrete activiteiten op drie samenhangende terreinen:
Op deze manier zorgt het kabinet ervoor dat kennis- en onderzoeksorganisaties, onderwijsinstellingen en bedrijven kunnen aansluiten bij de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland (inclusief SMR’s) en waar mogelijk internationale mogelijkheden kunnen benutten, waaronder een rol als exporteur van nucleaire technologie, kennis en diensten.
Ook de Europese Commissie is bezig met het vormgeven van de ondersteuning van innovatieve kerntechnologieën. Een voorbeeld hiervan is de genoemde € 200 miljoen aan garanties voor innovatieve nucleaire technologieën die onlangs door de Europese Commissie is aangekondigd en wordt toegevoegd aan het Europese InvestEU-fonds. Projecten kunnen hierop aanspraak maken via de Europese Investeringsbank; kleinere projecten in Nederland kunnen hierop via InvestNL aanspraak maken. Als onderdeel van het MMIP Kernenergie ondersteunt RVO Nederlandse partijen die SMR's willen ontwikkelen hierbij, zoals dat ook gebeurt bij het EU Innovatiefonds en andere EU-programma's.
Voor de zomer zal de Kamer nader per brief over de nationale aanpak voor de versterking van het nucleaire ecosysteem worden geïnformeerd.
Heeft u er kennis van genomen dat de EC de regels tevens wil versimpelen zodat nieuwe nucleaire technologieën sneller getest en opgeschaald kunnen worden? Welke nationale regels en/of procedures vormen momenteel de grootste belemmeringen in Nederland?
Nederland heeft een zorgvuldig doordacht kader voor de bouw en inpassing van kerncentrales. Dit kader is gericht op veiligheid, participatie en het waarborgen van een goede ruimtelijke inpassing en biedt ruimte voor innovatieve technologieën. De handreiking voor het Veilig Ontwerp en veilig Bedrijven van Kernreactoren (VOBK) is afgelopen jaar door de ANVS geactualiseerd, met als voornaamste stappen het beter harmoniseren met internationale richtlijnen en het toepasbaar maken op meer innovatieve technieken. Dit is behulpzaam voor SMR’s en internationale techniekleveranciers.
Het kabinet verwelkomt daarnaast de aanpassingen van het EU staatssteunkader3 dat lidstaten meer ruimte geeft om nationale industrieën financieel te ondersteunen bij energie- en duurzaamheidsinvesteringen.
Hoe verlopen de gesprekken met bedrijven die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling of bouw van SMR’s in Nederland? Hoe kan de rol van de overheid bij het faciliteren van deze projecten worden versterkt?
Het kabinet is in contact met ontwikkelaars en partijen die geïnteresseerd zijn in de bouw van SMR's en heeft eerder in kaart gebracht wat zij nodig hebben voor verdere ontwikkeling. Naar aanleiding van deze gesprekken is het kabinet tot de conclusie gekomen dat ondersteuning op dit moment vooral gewenst is voor vroege haalbaarheidsstudies of vergunbaarheidsanalyses. Het kabinet zal met de SMR-strategie tot € 20 miljoen beschikbaar maken voor concrete initiatieven om hiermee de haalbaarheidsstudies en vergunbaarheidsanalyses te ondersteunen. Het kabinet is blijvend in gesprek met bedrijven en zal een marktconsultatie starten om inzicht te krijgen in de huidige status van initiatieven in Nederland om hiermee het financieringsinstrument (voor de genoemde € 20 miljoen) in te kunnen richten. Aanvullend verkent de marktconsultatie financieringsmogelijkheden voor latere fasen van private SMR-projecten, zoals bouw en exploitatie.
Wat kan het kabinet doen om de realisatie van nieuwe kerncentrales in Nederland verder te versnellen?
Het kabinet heeft voortdurend de mogelijkheden voor versnelling voor ogen, uiteraard met inachtneming van de risico's en kosten die hiermee gemoeid zijn. In de voortgangsbrief nieuwbouw kernenergie van mei en oktober4 jl. is ingegaan op versnellingsopties. Het kabinet zal u voor de zomer een volgende voortgangsbrief sturen.
Hoe zorgt het kabinet ervoor dat Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen maximaal kunnen profiteren van de bouw van de nieuwe kerncentrales in Nederland, bijvoorbeeld via betrokkenheid in de toeleveringsketen en kennisontwikkeling?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe bereidt het kabinet Nederland voor op een mogelijke rol als exporteur van nucleaire technologie, kennis en diensten?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe gaat Nederland zich in Europees verband inzetten om de ontwikkeling van kernenergie en innovatieve nucleaire technologieën verder te versnellen, zodat Europa minder afhankelijk wordt van fossiele energie-importen?
Nederland zet zich al geruime tijd in voor de ontwikkeling van kernenergie en SMR's binnen de Europese Unie. Nederland heeft een actieve rol binnen de Nucleaire Alliantie en binnen de SMR Industriële Alliantie. Daarnaast heeft het kabinet bilateraal contact met verschillende landen in Europa om synergiën op te zoeken. Het kabinet blijft zich binnen en buiten de genoemde gremia inzetten voor het ondersteunen en versnellen van de uitrol van kernenergie.
De impact van de EU Methane Emissions Regulation op de leveringszekerheid van aardgas |
|
Henk Jumelet (CDA) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «EU Methane Emissions Regulation – Analysis of Market Impacts»?1
Ja.
Hoe beoordeelt u, mede in het licht van de huidige instabiele geopolitieke situatie en het belang van leveringszekerheid, de bevindingen uit het rapport dat door de importvereisten volgend uit de Europese Methane Regulation vanaf 2027 mogelijk tot 43% van de huidige gasimport van de EU (circa 114 bcm) en 87% van de ruwe olie niet meer aan de regelgeving voldoet en daarmee niet geïmporteerd kan worden?
Ik neem deze zorgen serieus en ik ben hierover in gesprek met de Europese Commissie, andere lidstaten, marktpartijen en toezichthouders. Uiteraard onderschrijf ik daarbij het belang van voorzieningszekerheid en is het van het grootste belang dat Nederland genoeg gas en olie heeft om in de behoefte van onze huishoudens en bedrijven te voorzien, ook aangezien tijdens de transitie deze nog geruime tijd essentieel zijn.
Hoe beoordeelt u het risico dat deze regelgeving daardoor zal leiden tot een aanbodtekort aan aardgas in Europa, aangezien het rapport concludeert dat de hoeveelheid gas die aan de EU-eisen voldoet mogelijk lager is dan de Europese vraag vanaf 2027?
De methaanverordening bevat geen importbeperking, maar het valt niet uit te sluiten dat de gestelde rapportage- en onderzoeksverplichtingen een beperkend effect kunnen hebben. Dit risico wordt op Europees niveau aangekaart, aangezien de eisen die volgen uit de verordening en een eventuele oplossing dus ook op dat niveau gezocht moet worden.
Overigens kent de verordening een clausule die het risico op een aanbodtekort reeds zou kunnen mitigeren. De verordening bepaalt namelijk dat bevoegde instanties bepaalde sancties alleen kunnen opleggen bij overtreding van bepaalde artikelen, waaronder deze importverplichtingen, als die de energievoorzieningszekerheid niet in gevaar brengen.2
Deelt u de zorg uit het rapport dat een door regelgeving veroorzaakt aanbodtekort kan leiden tot sterk stijgende gasprijzen en mogelijke vraagvernietiging, met gevolgen voor huishoudens, elektriciteitsproductie en energie-intensieve industrieën?
De verordening kent een clausule die het risico op een aanbodtekort kan mitigeren, zoals ik ook bij het antwoord op vraag 3 heb aangegeven.
De verordening erkent verder dat de naleving van de verplichtingen uit deze verordening waarschijnlijk investeringen vereist. De verordening bepaalt echter ook dat de noodzakelijke kosten hiervoor geen disproportionele financiële last voor eindgebruikers en consumenten mogen meebrengen.3
De kosten van de verordening moeten daarbij worden afgewogen tegen de baten. Het recent gepubliceerde rapport, waar in vraag 1 naar wordt verwezen, laat de potentiële klimaatwinst zien die behaald kan worden door de inzet op methaanreductie wereldwijd, zolang de vraag naar olie, aardgas en steenkolen nodig blijft in de transitie naar schone energie. Methaan is één van de krachtigste broeikasgassen. De methaanverordening is één van de maatregelen van het Fit for 55-wetgevingspakket om de Europese reductiedoelstellingen van broeikasgasemissies in de energiesector tot stand te brengen.
Welke mogelijkheden ziet het u om bij de verdere implementatie van de Europese Methaanverordening te voorkomen dat de leveringszekerheid van aardgas in gevaar komt, bijvoorbeeld door aanpassingen in de eisen rond monitoring, rapportage en verificatie voor importeurs? In hoeverre zijn dergelijke aanpassingen volgens u wenselijk en mogelijk?
De eisen rond monitoring, rapportage en verificatie voor importeurs volgen rechtstreeks uit de Europese verordening. Aanpassing van deze eisen is op nationaal niveau niet mogelijk. Voor het volledige antwoord op deze vraag verwijs ik verder naar het antwoord op vraag 6.
In hoeverre en onder welke voorwaarden bent u bereid zich in Europees verband in te zetten voor een pragmatische implementatie of gerichte aanpassing van de regelgeving, zoals in het rapport wordt voorgesteld, om verstoringen van de Europese gas- en olievoorziening te voorkomen?
Ik zet mij hier reeds voor in. De eisen zijn zoals hiervoor aangegeven opgenomen in de Europese methaanverordening en daar moet ook de oplossing in worden gezocht. Uw Kamer is op 18 februari jl. door mijn voorganger over de implementatie van de verordening en de aandachtspunten hierbij geïnformeerd4. Deze aandachtspunten zien ook op de monitoring-, rapportage- en verificatiemaatregelen die per 1 januari 2027 ingaan. Nederland wijst in de gesprekken met de Europese Commissie voortdurend op knelpunten die worden ervaren bij de uitvoering van de verordening en zoekt daarbij samen met de Commissie ook naar praktische oplossingen. Een brede groep landen deelt deze zorgen. Het kabinet is hierover eveneens in gesprek met het bedrijfsleven en toezichthouders.
Eventuele aanpassing van de regelgeving is niet aan een lidstaat en dus ook niet aan het kabinet. Daarover moet de Europese Commissie zich een oordeel over vormen. Gezien de huidige situatie in het Midden-Oosten zijn de knelpunten die zich voordoen bij de implementatie van de methaanverordening nog urgenter geworden. Ik breng deze knelpunten daarom opnieuw onder de aandacht van de Commissie met de vraag om een oplossing die rekening houdt met de geuite zorgen en de recente ontwikkelingen.
Het bericht 'Amerikaanse chantage kost mensenlevens' |
|
Suzanne Kröger (GL), Sarah Dobbe (SP), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Amerikaanse chantage kost mensenlevens» van Aidsfonds en Rutgers van 23 januari 2026?1
Ja.
Hoe beoordeelt u de Amerikaanse beslissing om hulporganisaties, andere overheden, en Verenigde Naties (VN)-agentschappen die Amerikaans geld ontvangen, te verbieden om te werken aan diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, bovenop het verbod op het verlenen van abortuszorg?
Op 23 januari heeft de VS aangekondigd dat ze de bestaande Mexico City Policy gaan uitbreiden. Er zijn drie «rules» gepubliceerd die restricties opleggen in relatie tot alle VS financiering, op het gebied van abortus, «gender ideology» en DEI (Diversity, Equity en Inclusion). Samen wordt dit het «human flourishing in foreign» assistance beleid genoemd. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie van dit beleid, de juridische haalbaarheid ervan, en de uiteindelijke impact. Organisaties weten dus nog niet hoe dit beleid hen precies zal raken. Het kabinet deelt de zorgen van veel organisaties over de potentiële consequenties voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden. Het kabinet staat pal voor mensenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Deze staan wereldwijd onder druk en dat is uiterst zorgwekkend.
Deelt u de analyse dat deze maatregelen hulporganisaties ernstig belemmeren in het bieden van hulp aan kwetsbare groepen en dat dit zal leiden tot meer onveilige abortussen, moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd?
De daadwerkelijke impact van het Amerikaanse beleid is nog niet helder. Het beleid geldt voor nieuwe bijdragen van de VS en werkt niet met terugwerkende kracht. De VS heeft aangegeven dat er een ontheffing (waiver)mogelijk is op dit beleid. Het is nog onduidelijk of, voor wie en waarvoor de VS dergelijke ontheffingen gaat toekennen. Echter, als een organisatie niet meer kan werken op het gebied van toegang tot veilige abortus, diversiteit, gendergelijkheid en inclusie, dan zal dit de toegang van gemarginaliseerde groepen tot gezondheidszorg belemmeren. Dit kan leiden tot meer onveilige abortussen, een hogere moedersterfte en een toename in hiv-infecties wereldwijd.
Onderhoudt uw ministerie contact met de Amerikaanse autoriteiten over deze beslissing? Op welk niveau? Wat wordt er in die contacten gewisseld? Bent u van plan om ambtgenoten op deze beslissing aan te spreken?
Nederland is continu in gesprek met de VS, zoals via de Nederlandse ambassade in Washington, zo ook over de uitbreiding van de Mexico City Policy. Het doel van die gesprekken is om zoveel mogelijk te voorkomen dat dit beleid een negatieve impact heeft op vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen in het mondiale zuiden en op door Nederland gefinancierde programma’s en organisaties. Gegeven de grote financieringsbehoefte voor mondiale gezondheid zet Nederland, samen met andere donoren, in op een zo efficiënt mogelijke besteding van de nog beschikbare middelen. Voor het kabinet staat de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen centraal. De VS blijft een belangrijke donor op het gebied van mondiale gezondheid, waarmee wij in nauwe dialoog blijven over dit thema.
Het kabinet volgt de uitvoering van het «human flourishing in foreign assistance» beleid ook samen met cross regionale coalities zoals de Equal Rights Coalition (ERC). Deze cross regionale coalitie van 44 landen, werkt nauw samen om rechten van lhbtiq+-personen wereldwijd te beschermen en te bevorderen.
Bent u het ermee eens dat Nederland historisch een voortrekkersrol heeft gespeeld in het verdedigen van de rechten en gezondheid van vrouwen, meiden, LHBTI-personen en andere groepen? Onderschrijft u het belang, gezien de terugtrekkende beweging van Amerika, om deze voortrekkersrol stevig te herpakken? Op wat voor manier doet u dat, bijvoorbeeld in Europees en VN-verband?
Ik zie het belang om als Nederland een leidende rol te vervullen op het vlak van SRGR, vrouwenrechten en rechten van lhbtiq+-personen. Dit zijn ook kernprioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid van dit kabinet.
Nederland zal zich nog nadrukkelijker inzetten voor toegang tot goede gezondheidszorg, inclusief SRGR, voor iedereen. Wij zoeken hierbij de samenwerking met gelijkgezinden, aangezien we sterker staan als we ons gezamenlijk uitspreken. De Nederlandse inspanningen zijn gericht op het behoud en verder brengen van internationale afspraken op het gebied van SRGR, gendergelijkheid en vrouwenrechten binnen de VN. Nederland nam bijvoorbeeld een leidende rol tijdens de 70e zitting van de Commission on the Status of Women in maart dit jaar. De onderhandelingen over de politieke slotverklaring, werden gekenmerkt door forse tegendruk op bestaande internationale afspraken over vrouwenrechten, gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). De VS diende acht amendementen in op de politieke slotverklaring, die tegen bestaande internationale afspraken in gingen. De leider van de Nederlandse delegatie, de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, heeft vervolgens namens de EU een stemming aangevraagd. Daardoor werden de amendementen verworpen en werd de politieke slotverklaring met een grote meerderheid van stemmen aangenomen.
Ook binnen de EU blijft Nederland zich inzetten, samen met gelijkgezinden, voor behoud van bestaande afspraken. Binnen de beschikbare financiële ruimte blijf ik ook inzetten op SRGR (inclusief toegang tot veilige abortus), gendergelijkheid en vrouwenrechten.
Herinnert u zich de leidende rol die Nederland nam tijdens de vorige instelling van de Global Gag Rule, middels het initiatief van toenmalig Minister Ploumen om met SheDecides het financieringsgat op te vullen dat Trump achterliet? Bent u van plan die leidende rol, die door het vorige kabinet is losgelaten, weer te herpakken? Zo nee, waarom niet?
Nederland steunt het platform SheDecides nog steeds, met een bedrag van 900.000 EUR voor drie jaar. SheDecides speelt een belangrijke rol in het beschermen en bevorderen van internationale afspraken op het gebied van SRGR en gendergelijkheid. Tegelijkertijd is de reikwijdte van het «human flourishing in foreign assistance» beleid veel groter dan in 2017. Naast financiering is het bieden van politiek tegenwicht en gezamenlijk optrekken cruciaal. Tijdens mijn recente reis naar de VN heb ik uitgedragen dat Nederland staat voor een sterk multilateraal systeem en dat de VN kan rekenen op steun van Nederland voor normatieve mandaten, zoals op het gebied van gender gelijkheid en SRGR. Nederland wil hierin samen met EU-landen optrekken.
De inzet van het kabinet is om in gezamenlijkheid met andere landen, bestaande internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, SRGR en gendergelijkheid te beschermen en organisaties die zich hiervoor inzetten duurzaam te ondersteunen. Het kabinet is bereid hier een leidende rol in te spelen.
Indien het antwoord op vraag 6 «Ja» is, hoe herpakt u die leidende rol? Doet u dit door de bezuinigingen op mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve rechten en gezondheid (54 miljoen in 2026, en 174 miljoen in 2027) terug te draaien?
Zoals beantwoord bij vraag 5 en 6, staat het kabinet pal voor universele mensenrechten en de internationale afspraken die hierover gemaakt zijn in multilateraal verband. Daarbij blijft Nederland zich inzetten voor het recht op gezondheid en SRGR voor iedereen. Het kabinet werkt daarom nauw samen met onze gelijkgezinde partners en de landen waar we werken.
Dit kabinet zal de bezuinigingen van het vorige kabinet op gezondheid en SRGR – EUR 124 miljoen in 2026 en EUR 172 miljoen in 2027 (t.o.v. 2024) – niet volledig ongedaan kunnen maken. Wel heeft het kabinet in de Voorjaarsnota voor 2.026 EUR 11 miljoen extra vrijgemaakt voor de inzet op mondiale gezondheid en SRGR. Daarnaast is het kabinet conform het coalitieakkoord voornemens om vanaf 2027 te blijven bijdragen aan de mondiale gezondheidsstrategie.
Bent u bereid, als Nederland en met gelijkgestemde landen, te zoeken naar alternatieve vormen van financiering voor VN-instanties en organisaties die door deze maatregel worden getroffen?
Nederland onderhoudt nauw contact met VN-organisaties, gelijkgezinde donoren, maatschappelijke organisaties, filantropische instellingen en ontvangende landen, over de mogelijke impact van het VS beleid binnen de VN en hoe wij hier een gezamenlijk antwoord op kunnen geven. In een context van afnemende ODA en tekorten en verstoring in gezondheidsdiensten wereldwijd, lijkt het antwoord vooralsnog te liggen in de kwaliteit van financiering (zoals meerjarige ongeoormerkte financiering), diplomatieke en politieke inspanningen ter bescherming van SRGR, gendergelijkheid en de meest gemarginaliseerde groepen. Nederland is en blijft daarom een stabiele en betrouwbare donor van o.a. de WHO, UNFPA en UNAIDS en van de humanitaire inspanningen van de VN bijvoorbeeld via UNHCR, UNICEF en WFP.
Bent u er van op de hoogte dat elke euro die bezuinigd wordt op dit thema, leidt tot meer ongeplande zwangerschappen, onveilige abortussen, hiv-doden, en hiv-besmettingen? Wat doet u om dit scenario te voorkomen?
Ja. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord blijft de Mondiale Gezondheidsstrategie leidend voor dit kabinet. Een van de prioriteiten in deze strategie is dat Nederland zich inzet voor gezondheidssysteemversterking. Verbeterde dienstverlening op het gebied van SRGR is daar een belangrijk onderdeel van. Zie verder mijn antwoorden op vragen 5, 6 en 7.
Herinnert u zich dat de Nederlandse inzet op vrouwenrechten en gender – die door het vorige kabinet werd gestopt – alleen door een ingreep van de Kamer nog tot en met 2027 wordt gecontinueerd? Wat doet u om dit budget ook na 2027 te herstellen en door te kunnen gaan met het steunen van vrouwen- en LHBTI-rechtenverdedigers wereldwijd?
Ja. Als gevolg van amendement Hirsch c.s. (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 21) komt – na aanname van de Ontwerpbegroting BHO 2027 in zowel de Eerste als Tweede Kamer – in 2.026 EUR 22 miljoen en in 2.027 EUR 21 miljoen beschikbaar voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast heeft het kabinet in de Voorjaarsnota aanvullend EUR 5 miljoen in zowel 2026 en 2027 beschikbaar gemaakt voor de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Conform het coalitieakkoord zet dit kabinet zich internationaal actief in voor de bescherming van de rechten van vrouwen en is het voornemens hier vanaf 2027 opnieuw in te investeren. In lijn met deze ambitie zal bij het opstellen van de BHOS begroting 2027 worden bezien wat de mogelijkheden zijn tot herstel van artikel 3.2.
Welke rol ziet u voor uzelf wat betreft het bevorderen van de internationale toegang tot abortuszorg en het internationaal tegengaan van bijvoorbeeld moedersterfte en hiv-infecties?
Nederland is en blijft een betrokken en actieve speler op veilige abortus, het tegengaan van moedersterfte en hiv-infecties. Ik zie hier een belangrijke rol voor mijzelf als Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Als Minister zal ik mij actief blijven inzetten voor de bescherming van gelijke rechten voor iedereen, zowel via partnerschappen met maatschappelijke organisaties en multilaterale instellingen als binnen multilaterale fora zoals de VN Mensenrechtenraad. Tijdens de voorjaarsvergadering van de Wereldbank in april 2026 zal ik aandacht vragen voor de gezondheid van vrouwen en meisjes en de Nederlandse steun hiervoor uitspreken bij een bijeenkomst van het Global Financing Facility dat met dit doel is opgericht.
Naast de diplomatieke inzet via de VN en de EU, investeert Nederland in organisaties zoals International Planned Parenthood Federation (IPPF), het Safe Abortion Action Fund (SAAF) en Ipas. Nederland is de grootste donor aan UNAIDS en we zijn de zesde donor van UNFPA. Daarnaast is het kabinet dit jaar gestart met een nieuw financieringsinstrument, onderdeel van het bredere FOCUS kader, dat inzet op de preventie en bestrijding van hiv-infecties in Zuidelijk Afrika.
Bent u van plan publiekelijk steun uit te spreken voor de overheden en organisaties die niet het contract ondertekenen dat hen door de Amerikaanse overheid wordt voorgelegd om te stoppen met alle werkzaamheden rond gendergelijkheid en diversiteit?
Nederland kiest voor een zo effectief mogelijke inzet. Het Amerikaanse beleid zal voor elk type organisatie anders uitpakken en het kabinet zal daarom niet ingaan op individuele partners en wat zij doen. Zo kunnen overheden, die geld aannemen van de VS, mogelijkerwijs nog steeds werken op abortus, gender, diversiteit, inclusie en gelijkheid, met andere financieringsbronnen. Het kabinet wil graag in gesprek blijven met deze overheden. De ervaring met de vorige Mexico City Policy leert namelijk dat er een neiging is tot over-implementatie en zelfcensuur. Daarnaast is het van belang om te noemen dat veel partners die essentieel zijn voor de uitvoering van ons SRGR beleid, geen Amerikaanse financiering meer ontvangen. Deze financiering stopte met het opheffen van USAID.
Bent u bekend met de verklaring van 2 maart 2026 van 10 landen, waaronder Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarin zij deze nieuwe regels veroordelen en opkomen voor het recht van iedereen op zelfbeschikking? Waarom ontbreekt Nederland onder deze verklaring? Is Nederland gevraagd om mee te tekenen? Zo ja, waarom heeft Nederland niet meegetekend? Steunt Nederland de inhoud van deze verklaring?2
Het kabinet is bekend met de verklaring en Nederland is gevraagd om mee te tekenen. Het kabinet heeft gekozen niet te tekenen omdat dit een bredere afweging vereist. Er is nog veel onduidelijk over de implementatie en daarmee over de impact van het beleid van de VS. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwgezet om duidelijker in beeld te krijgen hoe dit beleid de gezondheid raakt van vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde groepen. Nederland is hierover in contact met de VS, de landen waar Nederland mee samenwerkt op deze thema’s, gelijkgezinde donoren en partners. De verklaring is op 2 maart gepubliceerd op de website van SheDecides. Zoals reeds beantwoord, staat het kabinet pal voor mensenrechten en blijft het kabinet inzetten op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen.
Kunt u deze vragen binnen drie weken afzonderlijk beantwoorden?
Ja.
De Genocidezaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de mogelijkheid voor staten om op grond van artikel 63 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof te interveniëren in de procedure die Zuid-Afrika heeft aangespannen tegen Israël inzake het Genocideverdrag?
Ja.
Klopt het dat staten tot omstreeks 12 maart 2026 nog een interventieverklaring kunnen indienen in verband met de procesplanning van het Hof? Zo ja, beschouwt u dit als een relevant beslismoment voor Nederland?
Ja. De uiterste datum voor indiening van een verklaring tot interventie in deze zaak was 12 maart 2026. Nederland heeft een verklaring tot interventie ingediend op 11 maart 2026.
Heeft de Nederlandse regering overwogen om gebruik te maken van het recht tot interventie in deze zaak? Zo ja, wanneer is deze afweging gemaakt en welke ministeries waren daarbij betrokken?
Ja, Nederland heeft een verklaring tot interventie ingediend. De uiterste deadline voor indiening van een verklaring tot interventie in deze was 12 maart 2026. In aanloop hiertoe is de afweging gemaakt een verklaring in te dienen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het opstellen van dergelijke verklaringen tot interventie. Uw Kamer heeft een brief over dit onderwerp ontvangen op 17 maart 2026.1
Welke juridische, diplomatieke en politieke overwegingen spelen een rol bij de beslissing om al dan niet te interveniëren?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijst het kabinet naar de Kamerbrief over de Nederlandse verklaring tot interventie in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof van 17 maart 2026.2
Deelt u de opvatting dat interventie op grond van artikel 63 primair betrekking heeft op de interpretatie van het Genocideverdrag en niet betekent dat een staat partij kiest in het onderliggende conflict? Zo nee, waarom niet?
Voor het antwoord op deze vraag verwijst het kabinet naar de Kamerbrief over de Nederlandse verklaring tot interventie in de zaak Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof van 17 maart 2026.3
Hoe verhoudt een eventueel besluit om niet te interveniëren zich tot: de verplichting van staten onder het Genocideverdrag om genocide te voorkomen; de Nederlandse inzet voor versterking van de internationale rechtsorde en de bijzondere positie van Nederland als gastland van internationale gerechtshoven?
Het indienen van de verklaring tot interventie is op zichzelf geen invulling van de verplichting tot voorkoming van genocide zoals opgenomen in het Genocideverdrag. Het kabinet beschouwt het van belang dat Nederland bijdraagt aan de consistente en uniforme uitleg van het internationaal recht. Interveniëren in een specifieke zaak kan daaraan bijdragen. Daarnaast acht het kabinet het van belang dat Nederland met deze interventie een bijdrage kan leveren aan een consistente uitleg van het Genocideverdrag, en zijn visie op de reikwijdte van relevante bepalingen kan geven.
Welke EU-lidstaten hebben inmiddels een interventie ingediend of aangekondigd, en heeft hierover afstemming plaatsgevonden binnen de Europese Unie?
De lijst van staten die een verzoek tot interventie hebben ingediend is te vinden op de website van het Internationaal Gerechtshof. De volgende lidstaten van de Europese Unie hebben een verklaring tot interventie ingediend: België, Hongarije, Ierland, Nederland, en Spanje. Hierover heeft geen inhoudelijke afstemming plaatsgevonden binnen de Europese Unie. Dit laatste is ook niet gebruikelijk.
Op welke wijze geeft Nederland momenteel invulling aan zijn verplichting om genocide te voorkomen in relatie tot de lopende procedure bij het Internationaal Gerechtshof?
Uit de lopende zaak tussen Zuid-Afrika en Israël vloeien op zichzelf geen verplichtingen tot voorkoming van genocide voort voor Nederland, aangezien Nederland geen partij is bij de zaak.
Bent u bereid om deze vragen vóór 11 maart te beantwoorden?
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.
Het bericht dat QatarEnergy zich beroept op overmacht. |
|
Hidde Heutink (PVV) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte gesteld door QatarEnergy dat zij zich beroepen op overmacht en daarom op dit moment hun contractuele verplichtingen niet kunnen nakomen?1
Ja.
Kunt u aangeven of er sprake is van contractbreuk met QatarEnergy (27-jarig contract)?
De Staat heeft geen contracten met (markt)partijen, zoals QatarEnergy, over gasleveringen. Het leveren van gas wordt gedaan door energiebedrijven die hiervoor leveringscontracten sluiten. Marktpartijen hebben in deze contracten vaak clausules opgenomen waardoor het toegestaan is geen gas te leveren onder extreme omstandigheden, zoals door oorlog (force majeur/overmacht). Deze clausules zijn zeer gebruikelijk. Zonder dit soort clausules zouden de contracten veel duurder zijn. Het staat marktpartijen vrij om indien zij zich benadeeld achten en het contract geschonden is een schadevergoeding te vorderen.
Zijn er passages in het contract waarop Nederland zich in dit soort situaties zich kan beroepen?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om een schadeclaim in te dienen bij QatarEnergy?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om (al dan niet vertrouwelijk) het contract met QatarEnergy ter inzage aan de Kamer te leggen?
Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven heeft de Staat geen leveringscontracten.
Wat zijn de gevolgen voor Nederland nu QatarEnergy zich beroept op overmacht en de productie van LNG stopt?
Ik kan aangeven dat Nederland in 2025 geen LNG-volumes rechtstreeks uit Qatar heeft ontvangen via de LNG-terminals in Rotterdam en de Eemshaven. Het heeft daarom geen directe consequenties op de LNG-volumes die naar Nederland stromen. Wel zien we op de wereldmarkt dat de prijs van gas stijgt en daarmee ook op de prijs die men in Nederland hiervoor betaalt. Voor wat betreft de stopzetting van de LNG-productie door QatarEnergy en de bijbehorende leveringscontracten, daar heb ik geen kennis over.
Vindt u het niet ongelofelijk dom dat wij de gasvoorraad van Nederlandse bodem, de grootste van Europa, gaan dichtmetselen terwijl we zien dat onze leverancier van LNG in één keer de toevoer kan stoppen, om welke reden dan ook?
Nee. Zoals onder meer op 5 maart jl. aangegeven in het Commissiedebat over de Energieraad zijn er duidelijke beloftes gedaan aan Groningen en de Groningers na jaren van leed en onduidelijkheid: het Groningenveld blijft dicht. Een betrouwbare overheid komt daar niet op terug. Het verbod op winning uit het Groningenveld is in 2024 vastgelegd in een wet die met overgrote meerderheid in beide Kamers is aangenomen. Op dat moment was bekend dat de geopolitieke situatie veranderd was. Rusland was de Oekraïne al binnengevallen.
Het opnieuw in gebruik nemen van het Groninger gasveld voor enkel nationaal gebruik is niet mogelijk. Nederland is immers onderdeel van een Europese gasmarkt. Dit is vastgelegd in Europese wetgeving. Op grond van deze wetgeving mogen lidstaten geen maatregelen nemen die de gasstromen binnen de interne markt beperken.
Uiteraard is het essentieel dat onze gasvoorziening op orde is. Er dreigen echter geen fysieke tekorten en het openhouden van Groningen verlaagt de prijzen op de internationale gasmarkt niet. De prijzen zullen ook dan dus hoog blijven voor huishoudens. Wel zal staatsbedrijf EBN deze zomer opnieuw de gasopslagen vullen voor zover de markt het niet doet. Daar is eerder al geld voor vrijgemaakt. Daarnaast houden we de gaswinning op de Noordzee op peil, is de importcapaciteit van LNG sinds 2022 fors uitgebreid en blijven we inzetten op duurzame energie zodat we minder afhankelijk worden van import van fossiele brandstoffen.
Bent u bereid om het Groninger gasveld opnieuw in gebruik te nemen, exclusief voor nationaal gebruik, mits u de Groningers ruimhartig en zonder bureaucratische hobbels compenseert, om zo de komende 20 jaar voor vaste (goedkope) prijzen gas aan alle Nederlanders te leveren? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Bent u het ermee eens dat het opnieuw in gebruik nemen van het Groninger gasveld goed is voor de Nederlandse economie en dus zorgt voor meer rust in de portemonnee? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Bent u bereid om deze vragen voor dinsdag 15:00 uur te beantwoorden en in de tussentijd direct te beginnen met het winnen van gas van Nederlandse bodem? Zo nee, waarom niet?
Beantwoording voor dinsdag 15.00 is niet mogelijk gebleken, de vragen zijn zo snel als mogelijk beantwoord.
Het artikel 'Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen' |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het nieuws dat verschillende Ministers van Buitenlandse Handel wapenexportvergunningen uitgaven aan de Verenigde Aribische Emiraten (VAE), ondanks afspraken met de Tweede Kamer en overduidelijke risico’s?1
Hoe verantwoordt u dat, ondanks de gesloten presumption of denial (POD) en aangegeven waarschuwingen voor risico’s, er toch vergunningen zijn verleend aan de VAE? Op welke gronden zijn besluiten genomen en kunnen deze gedeeld worden met de Kamer?
Zijn er andere schendingen van de presumption of denial in deze periode of daarna? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer? Zo nee, hoe bent u daar zo zeker van?
Waarom is de informatie over de vergunningen niet gedeeld met de Kamer?
Deelt u de mening dat, gezien de grootschalige investeringen in Defensie, het belangrijk is om een debat te kunnen voeren over de inzet en implicaties van de investeringen? Zo ja, hoe gaat u dit implementeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe bent u van plan de Kamer beter mee te nemen in de beslisnota’s van wapenexportvergunningen, zeker nu we steeds meer aan militaire middelen gaan uitgeven?
Hoe bent u van plan de mensenrechten te beschermen en immorele exportvergunningen in de toekomst tegen te gaan, zeker gezien het belang van het internationaal recht zoals aangegeven in het coalitieakkoord?
Nederland toetst alle aanvragen voor de uitvoer van militaire goederen zorgvuldig aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole, waarbij duidelijke risico’s op ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht tot een afwijzing gebieden. In de toetsing worden alle belangen meegenomen, waarbij juridische verplichtingen en veiligheidsbelangen boven economische belangen staan.
Als er vanuit het ministerie vergunningen worden verleend, is dat dan eenmalig of ook voor toekomstige orders? Indien dat laatste, hoe weegt het ministerie dat met de wapenexportcriteria indien blijkt dat, na het vergeven van de vergunning, het wapenbedrijf mensenrechtenschendingen begaat?
Nederland kent afhankelijk van het type uitvoer en overdracht individuele vergunningen, globale vergunningen en algemene vergunningen.
Het kabinet heeft de bevoegdheid om, wanneer nieuwe omstandigheden zich voordoen, een verleende vergunning opnieuw te beoordelen, al is het daartoe niet verplicht. Dit heeft in het verleden ook geleid tot een intrekking van een eerder afgegeven vergunning.
Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet alleen economische belangen meespelen in het verlenen van vergunningen, maar ook morele en juridische factoren?
Zie antwoord vraag 7.
Hoe staat het op heden met de wapenexportvergunningen naar de VAE, gezien de grootschalige genocide die plaatsvindt in Soedan en het aandeel van de VAE hierin?2 Kunt u inzage geven in welke vergunningen zijn verleend en op welke beslispunten dit is gebaseerd?
Nederland toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per geval conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole, waarbij duidelijke risico’s op ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht leiden tot een afwijzing van de vergunningaanvraag. Daarin is er verder specifieke aandacht voor het risico op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Dit geldt ook voor het omleidingsrisico naar Soedan. Er zijn bij de regering geen aanwijzingen bekend dat dergelijke omleiding onder Nederlandse vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen plaatsgevonden heeft.
Voor de actuele kerngegevens over alle afgegeven vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen verwijs ik u graag naar het overzicht hierover op rijksoverheid.nl.5
Staat u achter de redenen die gegeven zijn in 2025 voor het afschaffen van de POD? Zo ja, kunt u dat toelichten? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft op 14 juli 2023 het aanvullend nationaal beleid in de vorm van de presumption of denial afgeschaft6. De presumption of denial kon ertoe leiden dat ook transacties die niet duidelijk in verband konden worden gebracht met ongewenste inzet in Syrië en Jemen, maar tegemoetkwamen aan een legitieme veiligheidsbehoefte, moesten worden afgewezen.
In de praktijk bleek de presumption of denial evenmin noodzakelijk om te voorkomen dat Nederlandse strategische goederen in Jemen of Syrië worden ingezet. Een toets van de transactie aan de acht criteria van het wapenexportbeleid, in het bijzonder aan criteria 2 «risico op schendingen van het humanitair oorlogsrecht en/of mensenrechten» en 4 «bijdrage aan regionale conflicten», had dezelfde uitkomst in geval van ongewenste transacties.
Naast de hierboven genoemde effecten past het voeren van aanvullend nationaal beleid in de vorm presumption of denial ook niet goed bij de systematiek van het Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend als het Verdrag van Aken) waar Nederland zich bij wil aansluiten. In dat Verdrag vertrouwen verdragspartners op elkaars exportcontroletoets aangezien alle verdragspartijen aan dezelfde of zeer vergelijkbare toetsingskaders gebonden zijn. Voortzetting van depresumption of denial zou kunnen leiden tot een ongewenste situatie waarin Nederland dergelijke transacties onder dit Verdrag zou tegenhouden.
Vindt u het van belang dat wapenexportcriteria een belangrijke overweging zijn in het uitgeven van vergunningen? Zo nee, waarom niet?
Zie gebundelde antwoord op vraag 7 en 9.
Bent u van mening dat criteria een hoge standaard moeten zetten en ervoor moeten zorgen dat militaire middelen die Nederland exporteert niet tot mensenrechtenschendingen mogen leiden? Zo nee, waarom niet?
Zie gebundelde antwoord op vraag 7 en 9.
Als u bovenstaande twee vragen positief heeft beantwoord, bent u dan van plan om opnieuw een POD in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie antwoord op vraag 11.
Bent u van plan de keuze tot toetreding van het verdrag van Aken te heroverwegen, gezien de woorden van Minister Schreinemacher aantonen dat de wapenexportcriteria afnemen door toetreding van dit Verdrag?
Conform het coalitieakkoord wenst het kabinet toe te treden tot het Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend als het Verdrag van Aken). Geopolitieke ontwikkelingen maken het noodzakelijk dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid. Het kabinet zet daarom in op het verdiepen van de Europese defensiesamenwerking. Het Verdrag bevordert Europese defensiesamenwerking, specifiek de ontwikkeling en productie van defensiematerieel. Toetreding tot het Verdrag zal de bredere nationale en Europese veiligheidsbelangen dienen.
Dit verdrag berust op het vertrouwen dat verdragspartijen hebben in elkaars wapenexportcontrolesystemen, onder andere omdat deze zijn gestoeld op toetsing aan de gezamenlijk overeengekomen EU-wapenexportcriteria in het EUGS. Als verdragspartijen een uiteenlopende risico-inschatting hebben bij de uitvoer van militaire goederen naar een derde land hebben zij de mogelijkheid om elkaar te consulteren. Verdragspartijen kunnen in uitzonderlijke gevallen bezwaar maken tegen een voorgenomen export als deze in strijd wordt geacht met de nationale veiligheid of een direct nationaal belang. Ook zijn alle verdragspartijen gehouden aan de bepalingen van het VN-Wapenhandelsverdrag.7
Deelt u de mening van Frank Slijper dat radar- en communicatiesystemen niet louter defensief zijn, gezien deze apparatuur gebruikt kan worden om in kaart te brengen welke mogelijke doelwitten er zijn. Zo ja, waarom is dat argument dan wel in de casus van het artikel gebruikt? Zo nee, waarom niet?
Zoals eerder aangegeven is er in het kader van de legitieme veiligheidsbehoefte van de landen in kwestie in specifieke gevallen weloverwogen besloten het PoD-beleid niet doorslaggevend te laten zijn. Het ging hier bijvoorbeeld om afweer van inkomende projectielen op zee en ontmijningsdrones voor trainingsdoeleinden. In alle gevallen was sprake van een positieve toetsing op de criteria van het EUGS.
Is er volgens u sprake van een medeplichtigheid van Nederland in het schenden van het internationaal recht in Jemen, zoals VN-experts duiden3, door het leveren van militaire middelen aan de VAE?
Nee. Medeplichtigheid onder het internationaal recht kan niet ontstaan wanneer hulp of bijstand bijdraagt aan de algemene militaire capaciteit van een staat, aangezien dat geen internationaal onrechtmatige daad inhoudt. Zie voor verdere toelichting de Kamerbrief van 12 januari 2024 betreffende de Zienswijze op het concept van medeplichtigheid onder internationaal recht.9
Het bericht 'Oorlog in Iran kan energierekening gaan raken nu gasvoorraad erg laag is' |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Oorlog in Iran kan energierekening gaan raken nu gasvoorraad erg laag is»?1 Hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja.
De gasprijzen zijn sterk gestegen door de huidige situatie in het Midden-Oosten. De meeste Nederlandse consumenten zijn echter op korte termijn beschermd tegen prijsschokken doordat ze een vast contract hebben waarmee de prijs voor langere tijd vastligt. Voor huishoudens met een dynamisch contract of die een nieuw energiecontract moeten afsluiten, kunnen de gestegen gasprijzen wel impact hebben.
Bent u bekend met het bericht «TNO: niet alle gasputten Groningen dichtmetselen, acuut tekort denkbaar»?2 Hoe beoordeelt u de uitspraken van TNO?
Ja. Het kabinet heeft kennisgenomen van de opvatting van TNO. Het kabinet ziet geen aanleiding om terug te komen op het besluit om de gaswinning uit het Groningenveld te beëindigen; een besluit dat met een zeer ruime meerderheid door zowel de Tweede als de Eerste Kamer is genomen.
Erkent u dat het heropenen van het Groninger gasveld zou betekenen dat de energierekening omlaag gaat voor Nederlanders? Zo nee, waarom niet?
Het heropenen van het Groningenveld betekent niet dat de energierekening voor Nederlanders omlaag gaat. Op de Nederlandse gashandelsplaats, de Title Transfer Facility (TTF), is in 2025 meer dan 77.000 TWh verhandeld en 442 TWh afgeleverd.3 Hiermee is in dat jaar meer verhandeld op de Nederlandse gashandelsplaats dan Nederland in ca. 250 jaar verbruikt, terwijl het afgeleverde volume een omvang heeft van slechts ca. 1,5 keer het Nederlandse jaarverbruik. Omdat er zoveel gas wordt verhandeld op de TTF zullen volumes uit het Groningenveld geen invloed hebben op de prijs van de verschillende producten en contracten die daar verhandeld worden. Toen het Groningenveld werd gesloten had dat evenmin effect op de gasprijs.
Deelt u de mening dat het in tijden van geopolitieke instabiliteit en oorlog onwenselijk is om afhankelijk te zijn van het importeren van gas uit het buitenland? Kunt u uw antwoord toelichten?
Nederland is sinds 2018 een netto-importeur van gas, net als andere landen in de Europese Unie. Nederland heeft daarbij het voordeel dat het over goede interconnecties met buurlanden beschikt alsmede over twee terminals voor de invoer van vloeibaar aardgas (LNG). Dat maakt het mogelijk dat op diverse manieren, via pijpleiding en scheepsvaart, in onze importbehoefte wordt voorzien.
Daarnaast zet Nederland met het op 23 april 2025 gesloten «Sectorakkoord gaswinning in de energietransitie» in op de optimalisatie van de gaswinning op de Noordzee. Voor gaswinning op land zijn er op 16 januari 2026 aanvullende afspraken gemaakt die bijdragen aan meer duidelijkheid over gaswinning uit kleine velden op land tijdens de transitieperiode en de voorwaarden waaronder deze gaswinning daar nog kan plaatsvinden.
Klopt het dat het gasveld in Groningen het grootste in Europa is?
Ja, dat klopt, uitgaande van de oorspronkelijke inhoud en zolang Rusland niet tot Europa wordt gerekend.
Erkent u dat de gasvoorraad in Groningen door de recente geopolitieke ontwikkelingen veel meer waard is geworden? Bent u bereid dit te benutten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe wilt u dit aanpakken?
De eventuele waarde van het gas dat nog in het Groningenveld aanwezig is, speelt voor het kabinet geen rol. Het kabinet zal niet tot heropening overgaan.
Acht u het in het Nederlands belang om de gasputten in Groningen vol te storten met cement en daarmee de mogelijkheid uit te sluiten een beroep te kunnen doen op de gasvoorraad in geval van nood? Bent u bereid om het volstorten met cement stop te zetten, of in ieder geval te pauzeren? Kunt u uw antwoord toelichten?
Het Groningenveld is sinds 19 april 2024 bij wet gesloten om de aardbevingsproblematiek in Groningen bij de bron aan te pakken en recht te doen aan het veiligheidsbelang van de inwoners van Groningen, die nog altijd de negatieve gevolgen ondervinden van de voormalige gaswinning. Nu het Groningenveld gesloten is, is de NAM als laatste vergunninghouder verplicht om de productielocaties te ontmantelen. Het zorgvuldig afsluiten maakt hier om veiligheidsredenen onderdeel van uit.
Bent u bereid om de gaswinning in Groningen, zelfs al zij het maar tijdelijk, te hervatten om de energiezekerheid van Nederland veilig te stellen? Zo nee, waarom niet?
Nee, zoals aangegeven bij de vorige vraag is het Groningenveld is bij wet gesloten en is het stopzetten van de winning een duidelijke belofte aan de Groningers waarmee een overweldigende meerderheid van zowel de Eerste als de Tweede Kamer heeft ingestemd. Daarbij zou het hervatten van gaswinning uit het Groningenveld niet per definitie leiden tot het veiligstellen van de energiezekerheid van Nederland. Het gas komt namelijk terecht op de Europese en internationale gasmarkt en kan dus ook naar andere landen stromen bij aankoop door buitenlandse marktpartijen. Het kabinet staat dan ook voor de beëindigde gaswinning en de ontmanteling van het Groningenveld.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor het debat over Iran, en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Deze vragen zijn afzonderlijk beantwoord. Beantwoording binnen de gebruikelijke termijn is helaas niet gelukt.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Ja.
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Nederland en de EU werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren.
Hoewel het bekend is dat terroristen mogelijk misbruik kunnen maken van migratiestromen is het overgrote deel van de migranten niet betrokken bij terrorisme. Dat dergelijke door de Poolse grensautoriteiten onderkende tunnels door migranten kunnen zijn benut is hoe dan ook een kwalijke zaak. Het kabinet onderstreept dan ook het belang van de inzet door landen aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Lidstaten zijn daarbij verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen.
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Het is bekend dat Iran en aan Iran gelieerde groepen in Europa doorgaans via clandestiene netwerken, terroristische of criminele proxy’s en (online) gerekruteerde individuen opereren, maar niet via logistiek complexe infrastructuur zoals tunnels. De oplopende spanningen hebben de hoogste aandacht van alle veiligheidsdiensten.
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Ondanks de strenge procedure en inspanningen kan er nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Nederland heeft een sterke en brede aanpak om signalen van terrorisme tijdig te onderkennen en personen die worden verdacht van misdrijven met een terroristisch oogmerk op te sporen, te vervolgen en, indien toepasselijk, te bestraffen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 blijft het kabinet zich onverminderd inzetten om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen.
Binnen de asiel- en nareisprocedure bestaan daarnaast verschillende maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Volgens cijfers van Frontex werden in 2025 10.846 irreguliere grenspassages aan de oostelijke landgrens van de EU waargenomen, dit is 37% minder dan in 2024.3 Over het aantal migranten dat vervolgens doorreist naar Nederland, en het aantal daarvan dat (al dan niet gedwongen) terugkeert zijn geen cijfers beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de afgelegde reisroute niet in de cijfers wordt geregistreerd, en er voorts ook geen koppeling mogelijk is met de terugkeercijfers.
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is het kabinet van mening dat de omvang van migratie naar Nederland ingeperkt moet worden. Dat geldt ook voor asielmigratie. Binnen de geldende internationale en Europese juridische kaders doet het kabinet dan ook wat kan om dit te bewerkstelligen. Een belangrijk sluitstuk van het migratiebeleid richt zich reeds op het bewerkstelligen van effectieve terugkeer, al dan niet door gefaciliteerde zelfstandige terugkeer middels terugkeer- en herintegratieondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of via gedwongen vertrek indien vreemdelingen vertrekplichtig zijn en niet meewerken aan zelfstandig vertrek. Zoals u ook kunt lezen in het regeerakkoord steunt het kabinet de nieuwe EU-terugkeerverordening waarmee onder andere de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan gedwongen vertrek worden verruimd. Het kabinet is hierbij tevens voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden.4
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Het kabinet vindt de hybride dreiging door instrumentalisering van migratiestromen door Belarus onaanvaardbaar en heeft zich dan ook altijd voorstander getoond voor het sanctioneren van het Belarussische regime in Europees verband. Zo sprak de Europese Raad zich gezamenlijk al in 2021 uit tegen de hybride aanvallen aan de grenzen van de EU, en stelde daar gepast op te reageren richting het Belarussische regime.5 Zo werd de sanctieregeling aangepast waardoor ook opgetreden kan worden wanneer migranten worden ingezet voor politieke doeleinden, en zijn er om deze reden Europese sancties uitgevaardigd tegen Belarus. Sindsdien zijn er – mede in relatie tot de oorlog in Oekraïne – reeds verscheidene sanctiepakketten uitgevaardigd tegen het Belarussische regime en andere betrokkenen, ook in reactie op de hybride aanvallen tegen EU-landen.6
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Vreemdelingen die asielbescherming behoeven moeten die conform Europese en internationale verplichtingen ook kunnen krijgen. Een algehele asielstop is dus niet de juiste oplossing. Het kabinet staat voor een nieuw modern migratiemodel met meer grip migratie, een verlaging van de instroom en verhoging van de terugkeer van asielmigranten, fatsoenlijke opvang en sneller meedoen, en sturing op arbeidsmigranten. Het EU-migratiepact dat op 12 juni in werking treedt is een grote stap om meer grip te krijgen over wie er naar Nederland komt. Zoals toegelicht onder vraag 7 vormt een effectief terugkeerbeleid een sluitstuk van ons migratiebeleid, en zal de nieuwe EU-terugkeerverordening het Europese terugkeerbeleid effectiever maken en de nationale autoriteiten meer opties geven om terugkeer te effectueren. Daarnaast zet het kabinet onverkort in op nationale maatregelen en brengen we de asielketen op orde, spant het kabinet zich internationaal in voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, en werkt het kabinet – zowel billateraal als in Europees verband – intensief samen met landen langs de migratieroutes met als doel het beperken van irreguliere migratie en het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en het bieden van bescherming aan migranten.
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
EU-subsidies voor abortus in andere lidstaten |
|
Alexander Kops (PVV), Sebastiaan Stöteler (PVV) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «EU-subsidie mag voortaan gebruikt worden om abortus uit te voeren»?1
Ja.
Hoe reageert u op het besluit van de Europese Commissie dat subsidies uit het Europees Sociaal Fonds gebruikt mogen worden voor het uitvoeren van abortus in een andere EU-lidstaat (met een ruimer abortusbeleid dan het herkomstland)?
De Europese Commissie (hierna: de Commissie) heeft op 26 februari jl., in reactie op een burgerinitiatief, geduid dat de financiering van abortuszorg voor vrouwen die genoodzaakt zijn hiervoor naar een ander EU-land af te reizen, mag worden bekostigd vanuit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Er zijn echter geen aanvullende middelen beschikbaar gesteld vanuit het ESF+. Het is dus een keuze van lidstaten zelf of ze het reeds toegewezen geld hiervoor willen gebruiken.
Het ESF+ is in Nederland belegd bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de ESF+ middelen zijn op dit moment ook al belegd voor andere doelen. Het kabinet informeert de Kamer dit voorjaar uitgebreider over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie.
Kunt u bevestigen dat medisch-ethische kwesties nationale bevoegdheden zijn en de Europese Commissie er dus niets mee te maken heeft hoe EU-lidstaten hun abortusbeleid en -zorg vormgegeven? Deelt u de conclusie dat het verstrekken van EU-subsidies voor het uitvoeren en daarmee het faciliteren van abortus hiermee in strijd is? Hoe gaat u dit tegen?
Ja, medisch-ethische kwesties zijn een nationale bevoegdheid. De mededeling van de Commissie treedt hier ook niet in. Zoals ik eerder met uw Kamer heb gedeeld in reactie op de Kamervragen van het lid van Dijk (SGP)2, is er geen discussie over de verdeling van bevoegdheden binnen de Europese Unie, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).3 Dit verdrag bepaalt dat het aan de lidstaten is om hun beleid voor gezondheidszorg in te richten.4 De EU kan het optreden van de lidstaten wel ondersteunen, coördineren en aanvullen.5 De EU mag op dit terrein geen maatregelen vaststellen die de lidstaten verplichten hun wet- en regelgeving te harmoniseren.6 EU-lidstaten zijn hiermee, in beginsel, zelf bevoegd besluiten te nemen met betrekking tot hun nationale abortuswetgeving.
In specifieke situaties kan abortus binnen de werkingssfeer van het Unierecht vallen. Zo heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie abortus aangemerkt als een dienst7 en kunnen de lidstaten dus gebonden zijn aan de Unie-rechtelijke vrij-verkeersregels, waardoor vrouwen uit andere EU-lidstaten van dergelijke zorg gebruik kunnen maken in landen waar dat wordt aangeboden.
Het burgerinitiatief My Voice, My Choice heeft de Commissie opgeroepen lidstaten financieel te steunen bij abortuszorg voor vrouwen die hier in hun eigen land geen veilige, of legale toegang toe hebben. Als reactie op dit burgerinitiatief heeft de Commissie verduidelijkt dat lidstaten uit het al bestaande ESF+ kunnen putten om de toegang tot abortuszorg voor vrouwen in kwetsbare situaties te verbeteren.
Dit is in principe niets nieuws. Een van de doelstellingen van dit fonds is namelijk het verbeteren van de toegang tot en de betaalbaarheid van diensten, met inbegrip van gezondheidsdiensten.
De Commissie concludeert in haar mededeling dat de financiering van abortuszorg voor vrouwen uit een ander land past bij dit doel van het ESF+. De Commissie legt in haar mededeling tevens uit dat het benutten van het ESF+ fonds voor abortuszorg aan buitenlandse vrouwen past binnen het rechtskader van de EU. Het gaat dan overigens nadrukkelijk om de zorgkosten.
Dit alles doet niet af aan het feit dat het aan lidstaten zelf is om hun wet- en regelgeving rond abortus te bepalen.
Deelt u de mening dat de Europese Commissie EU-lidstaten die terughoudend zijn ten aanzien van abortus ondergraaft? Deelt u daarnaast de vrees dat de zorg van EU-lidstaten met een ruimer abortusbeleid overvraagd kan worden?
Nee, het blijft primair aan lidstaten zelf om te bepalen of zij abortus in hun land toestaan en zo ja, onder welke voorwaarden. Het enige dat de Commissie met haar mededeling verduidelijkt is dat ESF+ middelen mogen worden gebruikt voor de financiering van abortuszorg voor vrouwen uit andere landen.
Als gezegd informeert het kabinet de Kamer dit voorjaar nog uitgebreider over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie. Dan zal ook worden ingegaan op de mogelijke gevolgen van de mededeling.
Hoeveel vrouwen uit andere EU-lidstaten zijn de afgelopen tien jaar naar Nederland gekomen voor het ondergaan van abortus? Kunt u een overzicht verstrekken met cijfers per jaar en herkomstland?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd rapporteert jaarlijks over de abortuscijfers.8 Tussen 2015 en 2024 ondergingen in totaal 33.095 buitenlandse vrouwen9 een zwangerschapsafbreking in Nederland. De bijlage bij de rapportage bevat een uitsplitsing naar vrouwen uit België, Duitsland, Frankrijk, Ierland en Polen.10 Vrouwen uit andere landen zijn samengevat in de categorie «overige landen». Daarin zitten zowel vrouwen uit andere EU-lidstaten, als vrouwen van buiten de EU. Het is daarom niet mogelijk een volledig overzicht te geven van het aantal vrouwen dat specifiek uit EU-lidstaten naar Nederland is gekomen voor een abortus.
Verwacht u dat er méér vrouwen naar Nederland zullen komen voor het ondergaan van abortus? Hoe gaat u dit voorkomen?
Het kabinet informeert de Kamer dit voorjaar uitgebreider schriftelijk over het kabinetsstandpunt betreffende de mededeling van de Commissie. Dan zal het kabinet ook ingaan op de mogelijke gevolgen.
Deelt u de mening dat – ter voorkoming van leed en ter bescherming van het ongeboren leven – primair meer ingezet moet worden op preventie en daarmee terugdringing van het aantal ongewenste zwangerschappen en abortussen?
Voor het kabinet staan niet de aantallen, maar de zorgvuldigheid, kwaliteit en toegankelijkheid van abortuszorg centraal. Het is voor dit kabinet geen doel op zich om het aantal abortussen terug te dringen. Vrouwen in Nederland kunnen in vrijheid beslissen over hun zwangerschap en hebben toegang tot abortuszorg van hoge kwaliteit. Het kabinetsbeleid richt zich op het behouden van deze goede en toegankelijke abortuszorg en op het versterken van de regie van mensen op hun kinderwens. De activiteiten om de regie van mensen op hun kinderwens te versterken staan in de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap.11
De aanpak heeft een nationaal karakter en richt zich dus op vrouwen binnen Nederland.
Het bericht ‘Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer’ |
|
Fatimazhra Belhirch (D66), Stephan Neijenhuis (D66) |
|
Derk Boswijk (CDA), Hans Vijlbrief (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Rechtspositie reservisten is juridisch mijnenveld voor werkgever en werknemer»?1
Ja.
Herkent u het beeld dat de huidige aanpak onvoldoende rechtszekerheid biedt voor zowel reservisten als werkgevers? En herkent u het beeld dat de inzet van reservisten bij Defensie in de praktijk neerkomt op een dubbele rechtspositie, terwijl verantwoordelijkheden en risico’s niet eenduidig zijn geregeld? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten?
In het arbeidsrecht geldt in beginsel het uitgangspunt dat werkgever en werknemer afspraken maken over de inzet als reservist bij Defensie. Gelet op de rol van de reservist tot nu toe waren die afspraken meestal afdoende. De rol en inzet van de reservist wordt echter groter en verandert van karakter. Dat vraagt om meer duidelijkheid over de rechten en plichten van de reservist, van de civiele werkgever en van Defensie als militaire werkgever. Veelal hebben reservisten daarbij twee werkgevers, waarbij de civiele werkgever de primaire werkgever is. Dat kan in bepaalde situaties tot onduidelijkheid leiden over rechten en plichten.
Daarom tref ik samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met werkgevers- en werknemersorganisaties voorbereidingen om de rechtspositie van reservisten in hun arbeidsrelatie met hun civiele werkgever én met Defensie te verduidelijken en waar nodig te verbeteren.
Kunt u aangeven in welke sectoren de knelpunten rond loondoorbetaling, vervanging en rechtszekerheid het meest spelen? Ziet u verschillen tussen grote werkgevers en kleinere ondernemers?
Defensie onderhoudt contacten met werkgevers uit verschillende sectoren. In het algemeen bemerkt Defensie daarbij weinig terughoudendheid. Het relatienetwerk groeit gestaag en er is bij veel organisaties begrip voor het belang van reservisten voor de nationale veiligheid.
Soms hebben werkgevers vragen over bijvoorbeeld loondoorbetaling, of vervanging tijdens inzet. Deze vragen komen zowel bij grotere als kleinere werkgevers voor en in verschillende sectoren. Eenduidige communicatie en duidelijke afspraken helpen om eventuele onduidelijkheid weg te nemen. De ervaringen van werkgevers neem ik samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mee in het lopende onderzoek naar de rechtspositie van reservisten.
Kunt u uiteenzetten hoe de verantwoordelijkheid momenteel is verdeeld wanneer een reservist tijdens een oefening gewond raakt, in het bijzonder wat betreft loondoorbetaling en re-integratie?
De huidige juridische kaders zijn neergelegd in het (militair) ambtenarenrecht en het arbeidsrecht, met name in de Wet Ambtenaren Defensie en in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De verdeling van verantwoordelijkheden kan in individuele gevallen complex zijn, mede doordat reservisten zowel een civiele als een militaire werkgever hebben.
Wanneer een reservist tijdens een oproep in werkelijke dienst gewond raakt of arbeidsongeschikt wordt, meldt deze zich in beginsel ziek bij de civiele werkgever. Nadat de oproep in werkelijke dienst is geëindigd keert de reservist terug bij zijn civiele werkgever. Daarmee blijft de civiele arbeidsrelatie leidend voor de toepassing van de regels rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie.
Daarnaast kan Defensie, op grond van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, in bepaalde gevallen aanvullende – bovenwettelijke – voorzieningen toekennen. Deze voorzieningen vormen een aanvulling op de reguliere sociale zekerheidsregelingen en zijn bedoeld om militairen, waaronder reservisten, te ondersteunen wanneer zij tijdens hun inzet voor Defensie letsel oplopen of arbeidsongeschikt raken.
Momenteel breng ik in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in kaart hoe de verschillende juridische stelsels zich tot elkaar verhouden en of en zo ja waar verduidelijking of aanpassing van verantwoordelijkheden wenselijk is. Hierbij onderzoeken we situaties waarin arbeidsongeschiktheid ontstaat door of tijdens de inzet als reservist.
Deelt u de inschatting dat de huidige onzekerheid over aansprakelijkheid, loondoorbetaling en re-integratie bij letsel of arbeidsongeschiktheid tijdens reservistentaken een drempel kan vormen voor werkgevers om reservisten in dienst te nemen of te houden?
In de contacten met werkgevers merkt Defensie over het algemeen weinig terughoudendheid. Veel organisaties tonen begrip voor het belang van reservisten en zijn bereid hieraan bij te dragen. Tegelijkertijd hebben werkgevers vragen over bijvoorbeeld loondoorbetaling bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Onderzoeken laten zien dat bij individuele (aspirant-)reservisten juridische onduidelijkheid soms een reden kan zijn om af te zien van een sollicitatie als reservist of om Defensie voortijdig te verlaten. Deze inzichten neem ik mee bij de verbetering van de rechtspositie van reservisten.
Kunt u toelichten hoe het maximale bedrag van € 55 per dag bij langdurige afwezigheid als tegemoetkoming tot stand is gekomen en in hoeverre dit bedrag in verhouding staat tot de werkelijke vervangings- en loonkosten van werkgevers?
De huidige regeling voorziet in een tegemoetkoming voor werkgevers wanneer een reservist gedurende langere tijd wordt ingezet. Deze tegemoetkoming is destijds vastgesteld als een bijdrage in de kosten die werkgevers kunnen maken wanneer een werknemer langere tijd niet beschikbaar is vanwege inzet bij Defensie. Het betreft nadrukkelijk geen volledige compensatie van alle mogelijke kosten die werkgevers kunnen hebben, zoals loonkosten of kosten voor vervanging.
Vanwege de groeiende rol van reservisten en de ambities voor het reservistenbestand heeft Defensie recentelijk de regeling tegemoetkoming werkgeversbijdrage onderzocht. Onder meer zijn de werking van de huidige regeling en de ervaringen van werkgevers in de praktijk bekeken. Op basis daarvan bezien we deze regeling, waarbij we onder meer kijken naar de toekenningscriteria voor de tegemoetkoming en de hoogte van het bedrag van de tegemoetkoming.
Hoe wilt u voorkomen dat werkgevers op grote schaal hun risico beperken door aanvullingen op loondoorbetaling bij ziekte uit te sluiten bij letsel dat ontstaat door reservistentaken, zonder dat hier een andere regeling tegenover staat?
Zoals eerder in vraag 4 beschreven blijft de civiele arbeidsrelatie leidend en zijn de voorzieningen binnen Defensie een aanvulling op de bestaande sociale zekerheidsregelingen.
Zoals gezegd maakt dit ook deel uit van de eerder toegelichte samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij kijken we naar de positie van civiele werkgevers en de verdeling van verantwoordelijkheden bij loondoorbetaling bij ziekte. Uw Kamer wordt hierover voor het zomerreces geïnformeerd zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat Arbeidsmarktbeleid en Arbeidsmarktdiscriminatie van 24 september 2025 en bij brief van 17 december 20252.
Hoe verhoudt de inzet als reservist zich tot de maximale arbeidstijd, wanneer reservistentaken plaatsvinden in weekenden of avonden, en welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever om overtreding van arbeidstijden te voorkomen?
De Arbeidstijdenwet (Atw) geldt in principe voor het totale aantal uren bij verschillende werkgevers. Dat betekent dat ook uren die een reservist in werkelijke dienst werkt kunnen meetellen bij de maximale arbeidstijd en rusttijden. Werkgevers hebben de verantwoordelijkheid om te zorgen dat deze normen niet worden overschreden.
In sommige situaties is de Atw niet van toepassing op arbeid door defensiepersoneel, zoals tijdens varen, vliegen of militaire oefeningen. Het gaat dan om omstandigheden waarin toepassing van de Atw op gespannen voet staat met een goede uitoefening van defensietaken. Daarom is het belangrijk dat werkgevers en reservisten goede afspraken maken over de combinatie van civiel werk en reservistentaken, zodat overtreding van arbeidstijden wordt voorkomen.
Acht u het wenselijk dat er geen ontslagbescherming bestaat voor reservisten die (tijdelijk) niet kunnen werken wegens reservistentaken en dat er geen garantie is op terugkeer in de oude functie?
Momenteel bestaat er geen specifieke wettelijke ontslagbescherming voor reservisten. Dit is onderwerp van gesprek van het onderzoek naar de rechtspositie van reservisten.
Bent u het ermee eens dat vanwege de voorgenomen opschaling van het aantal reservisten het wenselijk is om werkgevers en reservisten meer zekerheid te bieden? Zo ja, welke concrete stappen gaat u op korte termijn zetten om dit te regelen?
De rol en inzet van reservisten wordt de komende jaren groter. Dat vraagt om meer duidelijkheid over de rechten en plichten in de driehoek Defensie als militaire werkgever, de reservist/werknemer en de civiele werkgever. Daarom breng ik samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met werkgevers- en werknemersorganisaties in kaart of en zo ja waar de rechtspositie van reservisten verduidelijking of verbetering behoeft. Uw Kamer wordt voor het zomerreces geïnformeerd.
Hoe kijkt u naar de optie om de bovengenoemde onduidelijkheden en onzekerheden door middel van een wetswijziging weg te nemen?
Zoals ik hierboven toelicht werkt Defensie continu aan het verbeteren van de rechtspositie van reservisten. Uw Kamer wordt voor het zomerreces geïnformeerd, zoals toegezegd. Daarbij zal de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingaan op de vraag of de rechtspositie van reservisten verduidelijking dan wel versterking behoeft door middel van nieuwe wettelijke regels. Dat neemt niet weg dat werkgevers- en werknemersverenigingen vrij zijn bovenwettelijke afspraken in een cao op te nemen.
Het bericht dat Hamas ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib een stevige vinger in de pap heeft. |
|
Gidi Markuszower (PVV), Annelotte Lammers (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met berichtgeving en internationale rapporten waaruit blijkt dat Hamas hulporganisaties in Gaza infiltreert, medewerkers plaatst binnen ngo’s en deze organisaties gebruikt als instrument voor haar eigen doeleinden?2
Ja.
Deelt u de mening dat het volstrekt absurd is wanneer een Nederlandse stichting met ANBI-status en subsidie, samenwerkt met organisaties die banden hebben met een terroristische organisatie?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Voor wat betreft deze casus; het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Het kabinet is hierdoor van mening dat terroristische organisaties zoals Hamas, direct noch indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4
Realiseert de regering zich dat het direct of indirect financieren van een terroristische organisatie een misdrijf vormt en daarmee in strijd is met de wet?
Ja.
Kunt u garanderen dat tijdens uw ambtstermijn geen euro Nederlands belastinggeld, direct of indirect, terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van Hamas? Zo nee, waarom niet?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties. Dergelijke procedures bieden nooit volledige garanties, maar helpen risico’s te minimaliseren in de moeilijke noodhulpcontexten waarin veel van onze humanitaire partners werken.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daar tegen op.
Hoe controleert u concreet dat Nederlands belastinggeld niet terechtkomt bij organisaties die onder invloed staan van terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid per direct een diepgaand onderzoek te starten naar Nederlandse organisaties, waaronder Oxfam Novib, om vast te stellen of en hoe zij, direct of indirect, bijdragen aan Hamas, en bij de geringste aanwijzing de ANBI-status onmiddellijk in te trekken, de subsidie te beëindigen en hier harde consequenties tegenover te plaatsen?
Nee. Zie de antwoorden op vragen 2, 4 en 5.
Hoe valt het te rijmen dat in het coalitieakkoord staat dat de samenwerking met UNRWA wordt hersteld, gezien de overduidelijke banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas en het feit dat Gaza feitelijk onder controle staat van deze terroristische organisatie?3
Diverse onafhankelijke onderzoeken, waaronder onderzoeken uitgevoerd door VN Office of Internal Oversight Services (OIOS) en het Colonna-rapport, stellen vast dat voor de aantijgingen van banden tussen UNRWA-medewerkers en Hamas geen verifieerbaar bewijs is geleverd. Daarnaast blijkt uit het Colonna-rapport dat UNRWA de benodigde mechanismen, procedures en beleid heeft om ervoor te zorgen dat de verplichting tot naleving van het neutraliteitsbeginsel wordt nageleefd. Tevens implementeert UNRWA de aanbevelingen komende uit het Colonna-rapport die de neutraliteit en integriteit verder versterken.
Bent u bekend met het recente besluit van de Duitse christendemocraten om onvoorwaardelijke steun aan UNRWA te beëindigen?4 Waarom kiest het kabinet daar niet voor?
Ja, ik ben bekend met dit besluit. Het kabinet ondersteunt het mandaat van UNRWA en hun cruciale werk om levensreddende humanitaire hulp te bieden in Gaza. Ook levert UNRWA essentiële basisdiensten, met name op gebied van gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Libanon en Syrië. Met het leveren van basisdiensten aan Palestijnse vluchtelingen draagt UNRWA bij aan stabiliteit in de regio. Daar is iedereen bij gebaat.
Bent u bereid de Nederlandse steun aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 8.
Een MIVD-rapport |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
|
|
|
Kan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, het rapport inzien dat door de MIVD in juni 2022 is verstuurd naar de CIA over een Oekraïens plan om de Nord Stream-gaspijpleiding op te blazen? Zo nee, waarom niet?
Over de inlichtingen, bronnen, werkwijze en samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten van de MIVD worden in het openbaar geen uitspraken gedaan. In het algemeen geldt dat de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vertrouwelijk worden geïnformeerd. De CTIVD heeft daarnaast toegang tot de systemen van de diensten en kan gevraagd en ongevraagd rapporteren over het werk van de diensten.
Welke Nederlandse instanties kunnen dit MIVD-rapport (wel) inzien? Kan de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten en/of de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten dit rapport (vertrouwelijk) inzien?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe kan de Tweede Kamer het kabinet controleren als het, ook op vertrouwelijke basis, rapporten van de inlichtingendiensten niet mag inzien en/of als het kabinet zelfs het (wel of niet) bestaan van rapporten van Nederlandse inlichtingendiensten weigert te erkennen?
De diensten kunnen hun wettelijke taak uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Uw Kamer wordt over de vertrouwelijke aspecten van de werkzaamheden van de diensten via de geëigende kanalen geïnformeerd.
Gebruik van de C7NLD door het Russische Vrijwilligerskorps |
|
Sarah Dobbe (SP) |
|
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Is de Minister bekend met het item «Nederlandse wapens in handen van Russische extreemrechtse militie»?1
Ja.
Heeft u nagetrokken of deze berichtgeving klopt? Zo ja, zijn Nederlandse wapens inderdaad in handen van deze extreemrechtse militie die los van het Oekraïense leger staat? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft kennis genomen van deze berichtgeving, maar kan hier geen uitspraken over doen. De oorlogssituatie maakt het complex om dergelijke berichtgeving te verifiëren.
Acht u het wenselijk dat Nederlandse wapens in handen komen van niet-gouvernementele militaire organisaties met extreemrechts en zelfs openlijk Neonazistisch gedachtegoed?
Nee.
Aangezien u als antwoord aan Leftlaser schrijft «Voor de rest is het aan Oekraïne hoe militair gezien het voormalige Nederlandse materieel wordt ingezet en bij welke eenheden», vallen hier wat u betreft ook militaire organisaties onder die los staan van het Oekraïense leger?
Om Oekraïne te steunen in de strijd tegen de grootschalige en nietsontziende Russische agressie levert Nederland militair materieel aan Oekraïne. Voor alle geleverde militaire goederen aan Oekraïne wordt per geval zorgvuldig getoetst aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole (2008/944/GBVB), waarbij onder andere specifiek aandacht is voor het risico op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Alleen na positieve uitkomst van die toets aan de Europese wapenexportcriteria wordt een uitvoervergunning verleend. Voor alle leveringen van militair materieel aan Oekraïne wordt afgesproken dat Oekraïne zich bij de inzet van geleverd materieel houdt aan het internationaal recht inclusief het humanitair oorlogsrecht. Daarnaast wordt bij elke levering een eindgebruikersverklaring ondertekend door de Oekraïense autoriteiten waarin zij verklaren de enige gebruiker van de goederen te zijn en deze enkel ten behoeve van zelfverdediging in te zetten. Die voorwaarde wordt altijd opgenomen bij leveringen aan Oekraïne. Het kabinet heeft geen eigenstandige informatie dat Oekraïne deze voorwaarden schendt.
Staat het kabinet achter de politieke doelstellingen van het Russische vrijwilligers korps, zijnde het afzetten van de Russische president en het installeren van een militaire regering onder hun leiding?
Nederland steunt de verdediging van Oekraïne en heeft de afgelopen jaren politiek, militair, economische en diplomatieke steun geleverd om de Russische agressie tegen te gaan. Nederland richt zich uitsluitend op de veiligheid van Oekraïne en Europa en houdt zich daarbij strikt afzijdig van de interne politieke aangelegenheden in Rusland.
Hoe wordt in algemene zin voorkomen dat de wapens die Nederland aan Oekraïne levert in verkeerde handen vallen?
Zie antwoord vraag 4.
Klopt het dat deze organisatie zich schuldig heeft gemaakt aan schendingen van het humanitair oorlogsrecht, waaronder het openlijk vernederen van krijgsgevangenen?
Het kabinet heeft geen eigenstandige informatiepositie over mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht door het Russisch vrijwilligerscorps.
Indien het antwoord op vraag 5 nee is, deelt u dan de mening dat het onwenselijk is deze groep te bewapenen?
Zie de antwoorden op vragen 3, 4, 5 en 9.
Bent u bereid de Oekraïense regering te verzoeken Nederlandse wapens niet langer aan eenheden te verschaffen die niet tot het Oekraïense leger behoren en te vragen deze wapens af te nemen van het Russische vrijwilligerskorps? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 4.
De hongercrisis in Afghanistan |
|
Stephan van Baarle (DENK) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Wereldvoedselprogramma: hongercrisis in Afghanistan, mede door bezuinigingen voedselhulp»?1
Het kabinet heeft kennisgenomen van het bericht.
Wat is uw reactie op het feit dat volgens het Wereldvoedselprogramma in maart waarschijnlijk 17,4 miljoen mensen in Afghanistan in voedselonzekerheid zullen leven en 4,9 miljoen kinderen en moeders ondervoed zullen zijn?2
Het kabinet is bezorgd over de humanitaire situatie in Afghanistan, in het bijzonder over berichten dat Afghanistan afstevent op grootschalige voedseltekorten.
Klopt het dat het budget van het Wereldvoedselprogramma in Afghanistan in 2024 600 miljoen dollar bedroeg, dat dit in 2025 werd gehalveerd en dat dit jaar het budget ongeveer 200 miljoen zal zijn? Zo ja, deelt u de mening dat het onacceptabel is dat er zoveel minder budget gaat naar het helpen van mensen in een van de meest acute voedselcrises ter wereld?
Het klopt dat WFP te maken heeft met financieringstekorten door wereldwijde bezuinigingen op humanitaire hulp. Hierdoor worden het WFP en andere VN-organisaties gedwongen om moeilijke keuzes te maken. Ook budgetten die WFP beschikbaar heeft voor hulpverlening in specifieke crises worden noodgedwongen verlaagd, zoals in Afghanistan. De combinatie van verlaagd budget en stijgende noden maakt dat WFP in Afghanistan zich nu richt op de meest urgente noden, op de acuut ondervoede mensen, met speciale focus op kinderen.
Nederland heeft de bijdrage aan WFP stabiel gehouden en blijft ook de komende jaren een stabiele en ongeoormerkte donor voor humanitaire hulp en maakt zich zorgen over de wereldwijde daling van humanitaire financiering. Het kabinet roept andere landen op om meerjarige, ongeoormerkte financiering te geven aan VN-organisaties, zodat zij effectief en efficiënt hulp kunnen verlenen daar waar de noden het hoogst zijn.
Welke gerichte bijdrage doet Nederland om de mensen met honger in Afghanistan te helpen?
De humanitaire noden in Afghanistan blijven onverminderd hoog, en dat zal naar verwachting door de huidige conflicten in de regio niet snel veranderen. Daarom maakt Nederland humanitaire hulpverlening in Afghanistan mogelijk door flexibel inzetbare financiering via meerdere kanalen: VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging, en de Dutch Relief Alliance. De Nederlandse inzet op voorspelbare en flexibel inzetbare financiering stelt organisaties in staat om wendbaar te zijn en snel in te spelen op veranderende noden wereldwijd, en dus ook in Afghanistan. Daarnaast is Nederland een van de grootste donoren van het het centrale VN-noodhulpfonds (CERF), evenals van het humanitaire landenfonds van de VN voor Afghanistan. Deze fondsen maken, mede dankzij onze financiering, regelmatig geld vrij voor hulpverlening in Afghanistan, waarmee o.a. voedselhulp aan hulpbehoevende Afghanen kan worden geleverd, alsook hulp na natuurrampen.
Bent u bereid om een aanvullende bijdrage te doen voor voedselhulp in Afghanistan? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord op vraag 4. De Nederlandse humanitaire inzet blijft, conform de Kamerbrief over de financiële invulling van humanitaire hulp in 2026 van dd. 12 januari 2026 (Kamerstuk 36 180, nr. 189), gestoeld op meerjarige, flexibel inzetbare financiering aan onze humanitaire partners. Deze professionele partners, waaronder WFP, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en Dutch Relief Alliance bepalen op basis van noden en de bijdragen van andere organisaties waar en in welke mate zij hulp verstrekken Deze partners zijn betrokken bij de hulpverlening in Afghanistan en kunnen er voor kiezen hun activiteiten met Nederlandse financiering op te schalen. Regelmatig spreken we met onze partners over de ontwikkelingen in Afghanistan.
Bent u bereid om met urgentie in internationaal verband de noodzaak te bespreken voor acuut meer inzet en budget voor voedselhulp in Afghanistan? Zo nee, waarom niet?
Nederland pleit in internationaal verband frequent voor het belang van voldoende humanitaire financiering en aandacht voor onderbelichte crises. Deze inzet zal het kabinet voortzetten.
Het bericht ‘Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap’ |
|
Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap»?1
Ja.
Klopt het dat Nederlands belastinggeld mogelijk bij Hamas terecht is gekomen zoals NGO Monitor, een Israëlische waakhond, stelt? Zo ja, hoe groot acht u de kans dat dit is gebeurd en hoe beoordeelt u dit feit? Zo nee, wat is er volgens uw informatie wel gebeurd?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor2, 3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4, 5
Deelt u de mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat terroristische organisaties zoals Hamas, al dan niet indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld? Zo nee, waarom niet?
Ja.
In het coalitieakkoord «Aan de slag» is afgesproken dat er tevens wordt ingezet op samenwerking met andere hulporganisaties in de regio. Welke kansen ziet u om de hulpverlening te diversificeren en bent u bereid om hiermee aan de slag te gaan? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet blijft zich inzetten voor humanitaire hulp in de regio, en zet daarbij in op de ondersteuning van verschillende professionele hulporganisaties, waaronder de Verenigde Naties, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Nederland ondersteunt deze organisaties met ongeoormerkte, flexibel inzetbare bijdragen. Dit stelt de organisaties in staat snel, wendbaar en doelgericht hulp te bieden, óók in de Palestijnse gebieden. Daarnaast steunt Nederland ook crisis-specifieke fondsen, namelijk de Country-Based Pooled Funds (CBPF’s), waarmee de VN snel en gecoördineerd steun kan verlenen aan hulporganisaties die in een door crisis getroffen gebied actief zijn, waaronder ook in de Palestijnse gebieden. Via deze fondsen worden middelen gealloceerd aan partners die bekend zijn met de context, zoals (internationale) ngo's, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de VN.
Kunt u een overzicht geven van de totale financiële middelen die in de afgelopen vijf jaar vanuit Nederland via de Dutch Relief Alliance (DRA) beschikbaar zijn gesteld voor hulpverlening in de Gazastrook?
Ja.
1. Gaza Humanitarian Joint response project 2021
25-06-2021 – 24-12-2021
EUR 2 mln.
2. Gaza Humanitarian Joint response project 2023–2024
14-10-2023 – 13-10-2024
EUR 7 mln.
3. Gaza Humanitarian Joint response project 2025
24-01-2025 – 23-10-2025
EUR 3 mln.
4. Gaza Humanitarian Joint response project 2025–2026
24-10-2025 – 23-07-2026
EUR 3 mln. (is nog lopend)
Project nummer 2 was een DRA response voor 2 miljoen euro waarop de DRA op 14 november 2023 een aanvullende bijdrage van 5 miljoen euro ontving van de Nederlandse overheid. Dit betreft een totaalbedrag van 7 miljoen euro en niet 10 miljoen euro zoals wordt vermeld in het rapport van «NGO Monitor».
Welke bedragen zijn er voor de komende jaren begroot of reeds gereserveerd voor de uitvoering van projecten door de DRA in de Gazastrook?
Zie antwoord op vraag 5. Behalve het deels nog uit te voeren project nummer 4, zijn er voor de komende jaren geen fondsen begroot of gereserveerd voor de uitvoering van projecten door DRA in de Gazastrook. Het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–2026 waarmee de DRA gefinancierd wordt loopt in 2026 af. Ik ben voornemens medio dit jaar een nieuw kader te publiceren voor de periode 2027–2031. Subsidies uit dit kader zullen onder andere ten goede komen aan de DRA. Op basis van de hoogste noden, bepaalt de DRA zelf waar deze ongeoormerkte, flexibele bijdragen worden ingezet.
Bent u bereid om, mede naar aanleiding van het rapport van NGO Monitor, zorg te dragen voor een striktere en onafhankelijke screening van de partners binnen de DRA om te voorkomen dat hulpfondsen bij aan Hamas gelieerde organisaties terechtkomen?
Nee. Zie antwoord op vraag 2
Wat is uw reactie op de bevinding dat de door Nederland gefinancierde niet-gouvernementele organisatie (ngo)'s significant meer berichten op sociale media plaatsen over Israël dan over alle andere wereldconflicten samen?
Het is aan de ngo’s om zelfstandig keuzes te maken over hun publieke communicatie, waaronder het al dan niet plaatsen van berichten op sociale media. Die ruimte is een fundamenteel onderdeel van hun onafhankelijkheid en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het ministerie kan alleen afspraken maken met ngo’s over de publieke communicatie rond door Nederland gefinancierde specifieke activiteiten.
Het bericht dat ruim 600 Nederlanders in het Israëlische leger hebben gediend |
|
Ismail El Abassi (DENK), Stephan van Baarle (DENK) |
|
Ruben Brekelmans (VVD), Foort van Oosten (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Ruim 600 Nederlanders dienden vorig jaar in Israëlische leger»?1
Ja.
Herinnert u zich uw antwoorden op schriftelijke vragen van het lid Van Baarle inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger?2
Ja.
Wat is uw reactie op de onthulling dat volgens cijfers gepubliceerd door DeclassifiedUK zeker 645 mensen met de Nederlandse nationaliteit in het Israëlische leger gediend zouden hebben? Deelt u de mening dat dienen in het misdadige Israëlische leger onacceptabel en ongewenst is?
De Nederlandse overheid houdt niet bij of Nederlanders dienst hebben genomen bij de krijgsmacht van landen waarmee Nederland niet in gewapend conflict is. Nederland is niet in gewapend conflict met Israël en houdt deswege niet bij hoeveel Nederlanders in het Israëlische dienen of hebben gediend.
Bent u bereid om, vanwege de grove mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden die Israël pleegt, een onderzoek in te lassen naar de mogelijke betrokkenheid van Nederlanders bij misdaden gepleegd door het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Het is aan het Openbaar Ministerie om te beoordelen of sprake is van gedragingen die mogelijk individueel strafbaar handelen opleveren en of het opportuun is om tot vervolging over te gaan.
Waarom heeft u, aangezien de genoemde informatie via een openbaarheidsverzoek beschikbaar zou zijn gekomen, dit niet eerder achterhaald of aan de Kamer gemeld?
Zie het antwoord op vraag 3.
Heeft u navraag gedaan bij de Israëlische autoriteiten bij de beantwoording van de eerdere vragen van het lid Van Baarle inzake dit onderwerp? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat bleek hieruit?
Ja, er is navraag gedaan bij de Israëlische krijgsmacht of er informatie beschikbaar was over Nederlanders in het Israëlische leger. De Israëlische krijgsmacht heeft destijds aangegeven geen informatie te delen over IDF militairen met een Nederlandse en/of dubbele nationaliteit.
Bent u bereid om alsnog navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten over het aantal en de inzet van Nederlanders die dienen in het Israëlische leger? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 6.
Zijn er bij het Openbaar Ministerie indicaties bekend dat mogelijk sprake is van internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft inzake Nederlanders die dienen in het Israëlische leger en zijn hier reeds onderzoeken naar gedaan om te bezien of strafrechtelijke vervolging opportuun is?
Wanneer signalen, aangiften of andere informatie beschikbaar komen die duiden op mogelijke individuele betrokkenheid bij internationale misdrijven waarover Nederland rechtsmacht heeft, worden deze altijd zorgvuldig door het Openbaar Ministerie gewogen en wordt beoordeeld of het opportuun is om vervolging in te stellen. Tot op heden heeft dit nog niet geleid tot strafrechtelijke vervolging, omdat er geen aanwijzingen zijn van individuele strafrechtelijke betrokkenheid.
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in illegaal bezet gebied onacceptabel is en in strijd met het internationaal recht? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Betrokkenheid van individuele Nederlanders bij activiteiten van het Israëlische leger in onrechtmatig bezet gebied vindt niet plaats uit hoofde van de Nederlandse staat. Zie verder het antwoord op vraag 8.
Deelt u de mening dat betrokkenheid van Nederlanders bij gevechtshandelingen in Gaza het grote risico met zich meebrengt dat deze Nederlanders betrokken zouden kunnen zijn geweest bij oorlogsmisdaden dan wel hier getuige van zouden kunnen zijn geweest? Zo ja, bent u bereid om hier gericht onderzoek naar te doen en navraag te doen bij de Israëlische autoriteiten of hier sprake van is?
Hier kan het kabinet geen uitspraken over doen. Het is aan het Openbaar Ministerie om te oordelen over mogelijk individueel strafrechtelijk handelen waarover Nederland rechtsmacht heeft. Zie het antwoord op vraag 8 en 9.
Had u op enig moment sinds 7 oktober 2023 kennis van Nederlanders die (mogelijk) dienen in het Israëlische leger en waarom is dat niet aan de Kamer gemeld? Wat is er met deze informatie gedaan?
Zie het antwoord op vraag 3 en 8.
Heeft u op enig moment sinds 7 oktober 2023 contact gehad met Israël inzake Nederlanders die mogelijk dienen in het Israëlische leger? Zo ja, waarom en wat was de strekking van dit contact?
Ja, zie het antwoord op vraag 6.
Is het nog steeds zo dat er geen Nederlandse militairen zijn die toestemming hebben gevraagd om in het Israëlische leger te dienen?
Ja.
Zijn u indicaties of voorbeelden bekend dat Israël of aan Israël gelieerde organisaties in Nederland werven voor het Israëlische leger dan wel bevorderen dat mensen actief worden voor het Israëlische leger? Zo ja, deelt u de mening dat dit volstrekt onwenselijk is en mogelijk zelfs strafbaar?
Nee.
Is het in alle gevallen zo (geweest) dat de Nederlandse overheid zelf niet bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van een land waarmee Nederland geen gewapend conflict heeft? Klopt het dus dat Nederland op dit moment op geen enkele manier bijhoudt of Nederlanders mogelijk dienen in het leger van andere landen?
Zie het antwoord op vraag 3.
Klopt het dat Nederland ook niet bijhoudt of er sprake is van dienen in het leger van landen die in oorlog zijn en waarbij er een risico bestaat op schendingen van het internationaal recht?
Ja.
Bent u bereid om deze vragen elk afzonderlijk te beantwoorden?
Ja.
De mogelijke betrokkenheid van door Nederland (mede) gefinancierde NGO’s bij verkiezingsprocessen in EU-lidstaten |
|
Ralf Dekker (FVD) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «German NGOs sue Elon Musk’s X again over election research data access» in EUobserver, alsmede de recente publieke uitingen van de denktank MCC Brussels over dit onderwerp?1
Ja.
Kunt u bevestigen of ontkennen dat de organisatie Democracy Reporting International (DRI) samen met andere partijen juridische stappen onderneemt tegen het platform X om toegang te verkrijgen tot data in het kader van de aankomende verkiezingen in Hongarije, met een beroep op de Digital Services Act (DSA)?
Dat klopt. Op 17 februari jl. stelde een rechtbank in Berlijn Democracy Reporting International in het gelijk.2
Kunt u aangeven of, en zo ja in welke mate, de Nederlandse staat financiële bijdragen levert of heeft geleverd aan Democracy Reporting International? Klopt de informatie uit openbare transparantieregisters (LobbyFacts) dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de periode januari 2024–december 2024 een bedrag van 880.217 euro heeft bijgedragen aan deze organisatie?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken levert financiële bijdragen aan Democracy Reporting International. In de periode januari 2024–december 2024 ging het om ca. EUR 1,79 miljoen. Het parlement wordt via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen.
Indien er sprake is van Nederlandse financiering, kunt u de Kamer dan een gedetailleerd overzicht doen toekomen van de specifieke doelstellingen, voorwaarden en prestatieafspraken die aan deze subsidie ten grondslag liggen? Is bij de toekenning overwogen dat deze middelen (in)direct ingezet zouden kunnen worden voor juridische procedures tegen online platforms of activiteiten rondom verkiezingen in andere Europese Unie (EU)-lidstaten?
Gedetailleerde informatie over de subsidieafspraken kunnen niet aan uw Kamer worden toegestuurd omdat openbaarmaking van deze informatie betrokkenen kan schaden.
Hoe beoordeelt u de onafhankelijkheid van niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) zoals DRI, indien blijkt dat een zeer groot deel van hun budget (volgens openbare bronnen tot 74 procent) afkomstig is van overheidsinstanties, waaronder de Duitse overheid, de EU en de Nederlandse overheid? Hoe beoordeelt u dat de bijdrage van Nederlands belastinggeld aan dergelijke NGO’s mogelijk wordt ingezet voor het beïnvloeden van verkiezingen via regulaties op sociale media betreffende termen, standpunten en visies?
De onafhankelijkheid van een maatschappelijke organisatie wordt voor een belangrijk deel bepaald door haar governance-structuur. Ngo’s worden onafhankelijk bestuurd en opereren autonoom. Publieke financiering van maatschappelijke organisaties is gebruikelijk en vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde doelstellingen, geldende subsidievoorwaarden en wet- en regelgeving. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie. Het kabinet heeft geen signalen ontvangen dat hier in het geval van Democracy Reporting International sprake van is.
Deelt u de opvatting dat NGO’s die deels direct door (lid)staten (Nederland, Duitsland) en deels indirect via staten (door de EU) worden gesubsidieerd, geen «NGO’s» zijn?
Het ontvangen van publieke financiering doet niet af aan de status van een organisatie als niet-gouvernementeel, zolang deze organisatie onafhankelijk bestuurd wordt en autonoom opereert. Het staat ngo’s vrij om te kiezen waar zij financiering aanvragen. Bij het verstrekken van financiering aan ngo’s vindt het kabinet echter wel van belang dat, met het oog op de onafhankelijkheid van de organisatie, ook naar de bestaande financieringsconstructies wordt gekeken.
Ziet u in dat dergelijke (statelijke, of supranationale) actoren een prikkel hebben om verkiezingen bij te sturen naar een pro-EU resultaat, omdat zij «skin in the game» hebben bij verkiezingen waarover zij zich buigen?
Het kabinet heeft geen signalen dat door Nederland of de EU gefinancierde organisaties ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen.
Hoe verhoudt de inzet van de Digital Services Act (DSA) (mede) door overheden gefinancierde actoren om toegang te eisen tot gevoelige verkiezingsdata en het al dan niet censureren van politieke opvattingen en uitingen zich volgens u tot het beginsel van nationale verkiezingssoevereiniteit? Erkent u het risico dat dergelijke acties door lidstaten kunnen worden uitgelegd als een politiek gemotiveerde actie van een supranationale actor?
De Digital Services Act (DSA) geeft overheden of organisaties die publieke financiering ontvangen geen bevoegdheid om informatie te laten verwijderen. De DSA biedt organisaties die publieke financiering ontvangen ook geen grondslag om toegang te verkrijgen tot enige verkiezingsdata. De DSA biedt enkel erkende onderzoekers de mogelijkheid om toegang te krijgen tot data van zeer grote online platforms om onderzoek te doen naar de systeemrisico’s zoals de DSA die definieert. Bovendien gelden er strikte regels om de bescherming van (persoons)gegevens te waarborgen.
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor het terugfluiten van initiatieven die via «NGO’s» invloed trachten uit te oefenen op de digitale infrastructuur en het publieke debat tijdens verkiezingsperiodes in (andere) lidstaten?
Zoals in antwoord op vraag 7 staat, heeft het kabinet geen signalen dat organisaties die publieke financiering van Nederland of de EU ontvangen ongeoorloofde invloed uitoefenen op verkiezingsprocessen. Mocht het kabinet dergelijke signalen ontvangen of bemerken, zal het kabinet waar opportuun dit in EU-verband aankaarten.
Kunt u inzichtelijk maken welke parlementaire controle er op dit moment mogelijk is op de politieke activiteiten van door het Ministerie van Buitenlandse Zaken gesubsidieerde internationale NGO’s? Bent u bereid de subsidierelatie met organisaties die zich op deze wijze mengen in buitenlandse verkiezingen te heroverwegen?
Zoals in antwoorden op vragen 3 en 5 staat, wordt het parlement via de reguliere begrotings- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over subsidiestromen. Het is aan de organisaties om verantwoording af te leggen over gebruikte en uitgekeerde middelen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken beoordeelt deze verantwoording zorgvuldig. Indien organisaties handelen in strijd met de geldende subsidievoorwaarden of wet- en regelgeving, kan dit gevolgen hebben voor de subsidierelatie.
Heeft u zicht op de rol van NGO’s als verlengstuk van de EU in Nederland zelf? Met andere woorden; staat ons land in dergelijke gevallen altijd aan de subsidiërende (beïnvloedende?) kant, of zijn er ook signalen die suggereren, of feiten die bevestigen, dat ook Nederland getroffen is – of kan worden – door dergelijke verkiezingsbeïnvloeding vanuit organisaties als DRI?
Maatschappelijke organisaties opereren zelfstandig en niet als verlengstuk van de Europese Unie of van de Nederlandse Staat.
Kunt u deze vragen afzonderlijk, compleet en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Deze Kamervragen zijn zo spoedig en compleet mogelijk beantwoord.
Banden tussen het World Economic Forum en Jeffrey Epstein |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Dick Schoof (INDEP) |
|
|
|
|
Bent u ervan op de hoogte dat Epstein, zoals uit de miljoenen vrijgegeven documenten is gebleken, banden had met het World Economic Forum (WEF) in het algemeen en de huidige voorzitter van het World Economic Forum, de heer Brende, in het bijzonder?
Ik ben ervan op de hoogte dat er contacten zijn geweest tussen Jeffrey Epstein en Børge Brende. Ik heb tevens vernomen dat de heer Brende inmiddels heeft besloten af te treden als president en CEO van het World Economic Forum.
Bent u ervan op de hoogte dat Epstein op 16 september 2018 een e-mail heeft gestuurd naar de heer Brende waarin hij stelt dat het WEF («Davos») de Verenigde Naties (VN) kan vervangen, een suggestie waar de heer Brende een dag later per e-mail positief op reageert: «Exactly – we need a new global architecture. World Economic Forum (Davos) is uniqely [sic] positioned-public private»?
Ja.
Bent u ervan op de hoogte dat, nog geen jaar later, op 13 juni 2019, de VN en het WEF een «strategisch samenwerkingsverband» hebben ondertekend voor het versneld invoeren van «Agenda 2030»?
Ja.
Bent u nog steeds van mening dat het WEF geen eigen agenda heeft en slechts een neutraal platform biedt voor discussie, of, in de woorden van oud-premier Rutte «slechts de zaaltjes regelt»?
Ja.
Bent u het eens met de voorzitter van het WEF, met andere woorden, zou de premier het ook een goede zaak vinden als het WEF de VN zou vervangen?
Het kabinet zou het geen goede zaak vinden als het WEF de VN zou vervangen, en acht dit ook onrealistisch.
Bent u, ook na het vrijkomen van de Epstein files, in navolging van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), (nog steeds) van mening dat de bewering dat er een «kwaadaardig elite» zou bestaan «feitelijk onjuist» is?
Ja, mijn mening is daarbij onveranderd. Daarbij hecht ik er aan te benadrukken dat er in de Epstein-files zelf afschuwelijke feiten aan het licht zijn gekomen en het van belang is dat er zorgvuldig onderzoek wordt gedaan in alle gevallen van seksueel misbruik. Tevens wil ik benadrukken dat het van belang is dat er erkenning is voor de slachtoffers van deze misdrijven.
De F-35 |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Gijs Tuinman (BBB) |
|
|
|
|
Is het technisch mogelijk een F-35, net zoals een iPhone, te «jailbreaken»? Zo nee, waarom zegt u dit dan?
De uitspraak van de vorige Staatssecretaris van Defensie was een reactie in een gesprek over een zeer onwaarschijnlijke en ongewenste situatie, en moet in de bredere context van het interview worden geplaatst. De vorige Staatssecretaris heeft niet gepleit voor het schenden van de ondertekende F-35 overeenkomsten. Nederland blijft het F-35 programma onverminderd steunen. Het kabinet hecht groot belang aan voortzetting van de nauwe samenwerking en onderlinge vertrouwensband met de Verenigde Staten en andere partners binnen het F-35 programma.
Laten de contracten die met de Verenigde Staten zijn getekend in verband met de aankoop van de F-35 door Nederland een «jailbreak» toe?
Zie antwoord vraag 1.
Is het kabinet bereid, zoals u stelt, eventueel tot een «jailbreak» van de F-35 over te gaan?
Zie antwoord vraag 1.
Zijn er, voor zover bij het kabinet bekend, Nederlandse oud-militairen (veteranen) die op contractbasis voor Oekraïne (in de F-16) gevechtsmissies vliegen?
Het kabinet doet geen uitspraken over de berichtgeving omtrent Nederlandse vliegers die actief zijn in Oekraïne. Het kabinet heeft sinds het uitbreken van de oorlog meermaals aangegeven dat het onverstandig is om naar Oekraïne af te reizen en mee te vechten. Het kabinet kan echter geen beperkingen opleggen aan de bewegingsvrijheid van Nederlanders die dit op eigen initiatief doen. Tevens geldt er een negatief reisadvies voor geheel Oekraïne. Tot slot benadrukt het kabinet dat deze personen op geen enkele wijze Nederland vertegenwoordigen in de eventuele gevechtshandelingen die zij ondernemen.
Het bericht dat de NAVO-troepen niet voorbereid zijn op de toekomst van oorlogsvoering |
|
Tamara ten Hove (PVV) |
|
Ruben Brekelmans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel in The Wall Street Journal getiteld «NATO Has Seen the Future and Is Unprepared», waarin op basis van een simulatie van drone-oorlogsvoering wordt geconcludeerd dat de NAVO onvoldoende lessen heeft getrokken uit de oorlog in Oekraïne?1
Ja.
Bent u van mening dat de Nederlandse troepen voldoende getraind en uitgerust zijn om een grote confrontatie effectief aan te gaan?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht op grote schaal over kamikaze-FPV-drones die niet alleen geschikt zijn voor surveillance, maar ook voor directe aanvallen, zoals deze worden ingezet door zowel Russische als Oekraïense strijdkrachten?
Defensie volgt de ontwikkelingen rond de inzet van onbemenste systemen in Oekraïne nauwgezet en doet daar haar voordeel mee bij de inrichting van de krijgsmacht en de wijze waarop de krijgsmacht optreedt. Zo breidt de Koninklijke Landmacht uit met honderden dronefuncties binnen de gevechtseenheden. Op 1 april werd dit officieel bekend gemaakt op de Drone dag in Oirschot. Daarnaast werkt Defensie nauw samen met Nederlandse bedrijven en kennisorganisaties. Defensie beproeft de procedures rondom het veilige en effectieve gebruik van bewapende onbemenste systemen en de bescherming daartegen. Om operationele en veiligheidsredenen doet Defensie geen openbare uitspraak over de aanschaf van specifieke typen systemen.
Beschikt de Nederlandse krijgsmacht over drones met fiber-optische verbindingen, zoals die in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne worden gebruikt?
Zie antwoord vraag 3.
Welke samenwerkingsverbanden bestaan er met Oekraïne dan wel andere NAVO-partnerlanden om geavanceerde technologieën, zoals fiber-optische drones en FPV-kamikazedrones, te integreren in de Nederlandse krijgsmacht en wat is de concrete planning en tijdlijn voor deze integratie?
Nederland monitort en integreert de geleerde lessen uit Oekraïne. Voor de integratie van geavanceerde technologieën, zoals drones, werkt Nederland nauw samen met Oekraïne en NAVO-partners. Nederland neemt deel aan de drone capability coalition binnen de Ukraine Defence Contact Group. Dit samenwerkingsverband is opgericht om Oekraïne uit te rusten met drones en tegelijkertijd de defensie-industrie van Oekraïne en partnerlanden te versterken. Inmiddels zijn meer dan 20 partnerlanden aangesloten bij het initiatief. Dit bevordert de interoperabiliteit, innovatie en kennisdeling tussen partners. Daarnaast hebben Nederland en Oekraïne ter versterking van de industrie in december 2025 een overeenkomst ondertekend voor de gezamenlijke productie van systemen.
In NAVO-verband worden lessen uit de oorlog in Oekraïne via het JATEC (Joint Analysis, Training and Education Centre) gedeeld. Binnen dit centrum worden operationele ervaringen geanalyseerd en vertaald naar concrete toepassingen voor NAVO-bondgenoten, zoals aangepaste doctrine, vernieuwde trainingsprogramma’s en gerichte capaciteitsontwikkeling.
In EU-verband is Nederland co-lead nation voor de Priority Capability Area (PCA) Drones en counter-drone systemen, waar Oekraïne als deelnemer aan de Coordination Group bijeenkomsten actief bij betrokken is.
De ontwikkelingen rondom geavanceerde technologieën gaan snel. De implementatie en integratie van deze systemen in het materieel van de krijgsmacht vormen daarom een continu en adaptief proces, waarbij steeds wordt ingespeeld op nieuwe operationele inzichten en technologische vooruitgang.
Op welke wijze wordt de opleiding en training van Nederlandse militairen aangepast aan de realiteit van moderne drone-oorlogsvoering, inclusief electronic warfare en jamming-technieken, teneinde te voorkomen dat Nederlandse eenheden in een reëel conflict op grote schaal worden uitgeschakeld, zoals gesimuleerd in recente NAVO-oefeningen?
Bij opleiding en training van Nederlandse militairen wordt de realiteit zo goed mogelijk benaderd. Op welke wijze we dit doen communiceren we niet openbaar om ons personeel te beschermen. Defensie past haar opleidings- en trainingsconcepten daarbij continu aan op basis van actuele kennis en ontwikkelingen, waarbij onder meer aandacht is voor het vergroten van technologische en digitale vaardigheden en het versterken van de inzetbaarheid van personeel in een snel veranderende operationele omgeving.
Over de specifieke knelpunten bij het oefenen met drones, inclusief bijbehorende respons vanuit defensie, bent u reeds geïnformeerd met de Kamerbrief van 23 maart jl.
Welke concrete maatregelen treft u om te waarborgen dat Nederland en de NAVO wel voorbereid zijn en standhouden in een scenario dat geschetst is tijdens de oefening Hedgehog 2025 in Estland?
Zie antwoord vraag 6. In aanvulling daarop investeren we in modern materieel en passen we onze processen en procedures voortdurend aan. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van het lerend vermogen van de organisatie, waarbij lessen uit actuele conflicten en oefeningen worden vertaald naar aanpassingen in opleiding, doctrine, training en personeelsbeleid.