Het onderzoek van de Europese Commissie en het Europese Milieuagentschap naar de kwaliteit van het open zwemwater in de Europese Unie |
|
Stientje van Veldhoven (D66) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het onlangs verschenen onderzoek van de Europese Commissie en het Europese Milieuagentschap naar de kwaliteit van het open zwemwater in de Europese Unie?1
Ja.
Wat vindt u van het bericht dat de kwaliteit van het open zwemwater in Nederland slechter is dan in de meeste andere Europese landen, en dat één op de tien onderzochte plekken niet voldoet aan de minimale eisen zoals vastgesteld in Bijlage I van de Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG)
Het verbeteren van de zwemwaterkwaliteit heeft de constante aandacht van mij en de andere betrokken overheden, zoals waterbeheerders, provincies en gemeenten. Ik ben dan ook blij dat de neerwaartse trend in de zwemwaterkwaliteit die zichtbaar was vanaf 2009, is gestopt. De kwaliteit in 2011 is met 3,9% verbeterd ten opzichte van 2010. We streven er met zijn allen naar om zo veel mogelijk locaties aan de vereiste kwaliteit te laten voldoen. Daarnaast neemt het aantal officieel aangewezen locaties elk jaar toe.
Kunt u verklaren hoe de slechte staat van het open zwemwater in Nederland wordt veroorzaakt?
De kwaliteit van het zwemwater conform de EU zwemwaterrichtlijn wordt bepaald door de hoeveelheid microbiologische verontreiniging. Microbiologische verontreiniging in het oppervlaktewater heeft als oorsprong fecale bronnen van mens en dier. Bekende vervuilingsroutes zijn: effluent van rwzi’s, riooloverstorten, emissies uit (recreatie)vaartuigen, afspoeling van landbouwgrond en andere grond, watervogels, de mens als gebruiker van het zwemwater. Deze routes hebben per zwemlocatie een verschillende invloed al naar gelang de lokale omstandigheden. Ook klimaat en weer hebben een invloed op de routes zoals natte of droge zomers, hoge of lage temperaturen. Al deze aspecten bij elkaar maken het voor de Nederlandse situatie, een relatief klein land met veel inwoners, en relatief veel officieel aangewezen locaties, belangrijk om overal de gewenste kwaliteit te realiseren. Zie hiervoor ook figuur 3.2 uit de rapportage van de Europese Commissie.
Hoe beoordeelt u de stelling van kennisinstituut Deltares, dat de oorzaak voor een belangrijk deel valt toe te schrijven aan de afstroming van stoffen uit de landbouw richting het oppervlaktewater?2
Zoals ik bij de beantwoording van vraag 3 reeds heb aangegeven is afspoeling van landbouwgrond één van de routes waardoor microbiologische verontreiniging in het water kan komen. De bijdrage van deze route is per zwemwaterlocatie verschillend.
Bent u bekend met het rapport «Humane risico’s van gewasbeschermingsmiddelen in zwemwater» van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)?3 Is bij u bekend of in alle officiële zwemwateren in Nederland de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen onder de 10% van de Acceptable Daily Intake (ADI) blijft?
Ik ben bekend met het rapport van het RIVM.
Het RIVM concludeert in het rapport dat voor de zeven officiële zwemwaterlocaties in Zuid-Holland waar gewasbeschermingsmiddelen zijn gemeten, de blootstelling lager was dan 10% van de Acceptable Daily Intake (ADI, een humane gezondheidsnorm) en er dus geen risico’s zijn voor de gezondheid van zwemmers. De meeste van de tientallen onderzochte gewasbeschermingsmiddelen werden niet aangetroffen. Voor de gewasbeschermingsmiddelen waarvoor een relatief hoge concentratie werd gemeten, bleek de blootstelling nog ruim onder 10% van de ADI te blijven, zelfs wanneer de blootstelling zeer conservatief werd geschat (waarbij niet enkel blootstelling via dagelijks zwemmen werd geschat, maar ook via het eten van vis uit de betreffende zwemwateren; zie ook RIVM rapport «Risico's van imidacloprid in oppervlaktewater voor de mens. Briefrapport 601712008/2011, C.E. Smit et al.). Navraag bij het RIVM leert mij, dat wanneer ik de metingen van de tientallen gewasbeschermingsmiddelen in de zeven zwemwateren als indicatief aanneem voor alle officiële zwemwateren in Nederland, de kans zeer klein is dat de blootstelling 10% van de ADI overschrijdt.
Deelt u de mening dat de gezondheidsrisico’s tijdens het zwemmen in open wateren toenemen door de invloed van klimaatverandering op de aangroei van bacteriën, virussen en blauwalgen in ons oppervlakte- en zwemwater? Vindt u dat hiermee ook de urgentie tot handelen groeit?
In 2010 heeft het RIVM in mijn opdracht een onderzoek (voetnoot4 uitgevoerd naar klimaatverandering en risico’s voor recreatiewater. Uit dit onderzoek blijkt dat klimaatverandering invloed heeft op gezondheidsrisico’s van recreatiewater. De conclusie is ook dat verder onderzoek gewenst is, maar dat er geen urgente noodzaak tot handelen is. Aandacht voor de zwemwaterkwaliteit blijft hoe dan ook nodig.
Vindt u het acceptabel dat Nederlanders niet meer veilig kunnen zwemmen in veel van de open zwemwateren in ons land? Zo nee, welke concrete maatregelen gaat u treffen om deze situatie te verbeteren?
De gezondheid van de zwemmer heeft uiteraard de aandacht van mij en de andere betrokken overheden. Voortdurend wordt er gewerkt aan een verbetering van de zwemwaterkwaliteit. In 2009 heb ik in de rapportage aan de Commissie over de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water een groot aantal maatregelen opgenomen ter verbetering van de waterkwaliteit, o.a. maatregelen die betrekking hebben op bronnen van microbiologische verontreiniging, zoals effluenten van rwzi’s, riooloverstorten, emissies uit (recreatie)vaartuigen en afspoeling van landbouwgrond. Daarnaast wordt de burger geïnformeerd wanneer de zwemwaterkwaliteit op een zwemwaterlocatie niet voldoet. Dit gebeurt zowel op de zwemwaterlocatie als op andere manieren, bijvoorbeeld via het internet en teletekst. Wanneer een risico groot wordt ingeschat, geeft de provincie een negatief zwemadvies, of vaardigt een zwemverbod uit.
Verwacht u dat de Europese doelstellingen voor de kwaliteitsstatus van zwemwater, zoals vastgelegd in artikel 5 lid 3 van de Zwemwaterrichtlijn, door Nederland gehaald zullen worden, ook ondanks de invloed van klimaatverandering en de «versobering en temporisering» van de Kaderrichtlijn water (2000/60/EG)?
Ik kan ondanks de inspanningen die gepleegd worden niet met zekerheid zeggen of voor alle officiële zwemwaterlocaties in Nederland de doelstelling genoemd in art 5 lid 3 van de Zwemwaterrichtlijn gehaald zal worden. Klimaatverandering of de «versobering en temporisering» van de Kaderrichtlijn water zullen hierop, met verwijzing naar mijn antwoord op vraag 6 en 9, geen invloed hebben.
Klopt de redenering dat, door gebrek aan budget voor de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), het beperken van de afstroming van stoffen uit de landbouw richting het oppervlaktewater de enige optie is om de kwaliteit van het zwamwater te verbeteren? Zo nee, welke alternatieve oplossingen zijn er?
Gebrek aan budget voor de Kaderrichtlijn Water heeft geresulteerd in temporisering van de uitvoering van een aantal inrichtingsmaatregelen. Het gaat bijvoorbeeld om de aanleg van vistrappen, nevengeulen en natuurvriendelijke oevers. U bent hierover geïnformeerd middels Kamerstuk 27 625 nr. 189. Deze inrichtingsmaatregelen hebben invloed op vissen en waterplanten, maar relatief weinig op de chemische en de microbiologische waterkwaliteit die voor zwemwater
relevant is. Alternatieve oplossingen voor microbiologische verontreiniging zijn zwemwaterlocatiespecifiek. Ik verwijs hierbij naar mijn antwoord op vraag 3.
Controles op EK-voetbalpoules in cafés en kroegen |
|
Pia Dijkstra (D66), Gerard Schouw (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het artikel «Ze pakken je werkelijk alles af»?1
Ik kan mij de aanvankelijke reactie van de betrokken caféhouders voorstellen. Uit het door de kansspelautoriteit uitgebrachte persbericht blijkt dat de beeldvorming in de media minder genuanceerd is dan de Kansspelautoriteit heeft uitgedragen.
Is het waar dat de Kansspelautoriteit actief gaat controleren op cafés en kroegen die een EK-poule organiseren? Is het waar dat deze boete kan oplopen tot 780 000 euro?2
De kansspelautoriteit heeft als zelfstandig bestuursorgaan een aantal wettelijke taken, waaronder het toezicht op de naleving en de handhaving van de toepasselijke wet- en regelgeving en de vergunningen. In beginsel bepaalt de kansspelautoriteit zelf hoe zij die taken uitvoert en welke prioriteiten zij daarbij stelt.
De kansspelautoriteit heeft aangegeven haar aanpak van illegale kansspelen vooral te richten op grootschalige en bedrijfsmatig georganiseerde kansspelen. Zij zal niet in actie komen bij op bescheiden schaal georganiseerde voetbalpoules in cafés. In geval van overtreding van het verbod om zonder vergunning kansspelen aan te bieden kan de kansspelautoriteit, afhankelijk van de zwaarte van de overtreding, een bestuurlijke boete opleggen van maximaal 780 000 euro, of, indien dat meer is, 10% van de jaaromzet.
Op basis van welke criteria wil de Kansspelautoriteit vaststellen of er sprake is van een open of een besloten EK-poule? Is dit onderscheid in de praktijk toetsbaar? Mag de eigenaar van een klein café voor bijvoorbeeld vier stamgasten een EK-poule organiseren?
De kansspelautoriteit zal de vraag of een gelegenheid «voor het publiek is opengesteld» mede beantwoorden aan de hand van in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. In dat verband kan van belang zijn of een ieder zich – al dan niet tegen betaling – toegang kan verschaffen tot de ruimte waar het spel wordt gespeeld en vervolgens ook aan het spel kan deelnemen. Overigens zal de kansspelautoriteit niet in actie komen tegen poules op bescheiden schaal voor klanten van een café.
Is het niet verstandiger om de mankracht van de Kansspelautoriteit in te zetten voor de opsporing van grote goksyndicaten in plaats van particuliere EK-poules in kroegen en cafés? Bent u bereid om deze opsporingsactie op te schorten? Deelt u in ieder geval de mening dat de Kansspelautoriteit ruimhartig moet zijn bij de controles op particuliere EK-poules in kroegen en cafés?
Zie antwoord vraag 2.
De benoeming van Mugabe tot ambassadeur van toerisme door de Wereld Toerisme Oranisatie (WTO) |
|
Han ten Broeke (VVD) |
|
Uri Rosenthal (minister buitenlandse zaken) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichten «Mugabe VN-ambassadeur voor toerisme» van De Telegraaf en «Robert Mugabe asked to be UN «leader for tourism»» van de Guardian?1
Ja.
Kunt u aangeven of het klopt dat Robert Mugabe door de World Tourism Organization van de VN is benoemd tot toerismeambassadeur?
Het bericht is onjuist. UNWTO weerspreekt een dergelijke benoeming.2
UNWTO heeft geen «Ambassadors Programme»
Zo ja, deelt de regering dan de mening dat Nederland de tweejaarlijkse assemblee van de World Tourism Organization dient te boycotten?
Zie antwoord vraag 2.
Wordt er door Nederland separaat contributie betaald aan de World Tourism Organization en bent u bereid deze stop te zetten als de berichtgeving juist is?
Nederland betaalt jaarlijks contributie aan UNWTO. In 2012 is dat Euro 234 437,–. De berichtgeving is niet juist. Stopzetten van de contributiebetaling is niet aan de orde.
Het bericht dat de gemeente Almelo circussen weert met wilde dieren |
|
Johan Houwers (VVD), Han ten Broeke (VVD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken en klimaat) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Geen circussen met wilde dieren meer in Almelo»?1
Ja.
Op grond waarvan hebben de gemeenten Almelo, Heemskerk, Den Haag, Groningen en Amsterdam besloten dat circussen met wilde dieren niet langer zijn toegestaan?
Het is mij niet bekend of er bij alle genoemde gemeenten sprake is van een voorkeursbeleid. Uit de media ontstaat het beeld dat er zorgen zijn omtrent het welzijn van dieren of de herkomst van dieren of er zijn ethische overwegingen.
Zoals aangegeven in reactie op eerdere Kamervragen2 hebben gemeenten een autonome regelgevende bevoegdheid, die onder meer wordt begrensd door regelgeving op rijks- en provinciaal niveau. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is gericht op maatregelen ter bevordering van het dierenwelzijn. Uit het gemeenterecht vloeit voort dat gemeenten in zo’n geval niet bevoegd zijn om vanuit een oogpunt van dierenwelzijn eigen regels over dieren te stellen.
Dit is bevestigd in een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State3.
Gemeenten hebben wel de bevoegdheid om met een ander oogmerk regels te stellen inzake dieren, mits deze regels niet in strijd zijn met de normen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld regels stellen over circussen in het belang van de openbare orde of veiligheid.
Was er in alle gevallen sprake van een bedreiging van de openbare orde? Zo nee, deelt u de opvatting dat gemeenten dan niet bevoegd zijn om dergelijke besluiten te nemen?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om de wet- en regelgeving zodanig aan te passen dat gemeenten op grond van voorkeursbeleid geen circussen meer kunnen weigeren als zij voldoen aan de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zowel de wetgeving als de rechtspraak hebben duidelijke kaders aangegeven.
De deal van de staatsomroep met postduivenhouders |
|
Martin Bosma (PVV) |
|
Marja van Bijsterveldt (minister onderwijs, cultuur en wetenschap) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «NPO betaalt ton voor npo.nl»?1
Ja.
Is het nog steeds uw intentie dat het aantal websites van de publieke omroep wordt teruggebracht?
Ja.
Hoe verhoudt de nieuwe website van de staatsomroep zich tot dat streven?
De Nederlandse Publieke Omroep (hierna: NPO) heeft mij ervan verzekerd dat de aankoop van de domeinnaam npo.nl niet zal leiden tot groei van het aantal websites. Wanneer de NPO de site in gebruik zal nemen, zullen hiervoor een of meerdere reeds bestaande sites worden opgeheven.
Is het in deze tijden van bezuinigingen een zinvolle besteding van belastinggeld dat de staatsomroep honderdduizend euro (bijna een kwart miljoen gulden) overmaakt aan de postduivenhoudersorganisatie?
De NPO is een onafhankelijke, zelfstandige organisatie die zelf verantwoordelijk is voor de wijze waarop hij uitvoering geeft aan zijn Mediawettelijke taakopdracht, en voor het beleid en de bestedingen die daarvoor nodig zijn.
Het is natuurlijk wel van belang dat de NPO verantwoord omgaat met de publieke middelen die hem worden toevertrouwd. Daarom legt de NPO jaarlijks verantwoording af over zijn (financiële) activiteiten, onder ander in de Financiële Terugblik en in het Jaarverslag. Het Commissariaat voor de Media houdt daarop toezicht.
Het voornemen van de gemeente Capelle aan den IJssel om circussen met tijgers en olifanten te weren |
|
Henk Jan Ormel (CDA), Johan Houwers (VVD) |
|
Henk Bleker (staatssecretaris economische zaken en klimaat) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Capelle aan den IJssel alleen nog circussen zonder olifanten, leeuwen en tijgers wil toelaten binnen haar gemeentegrenzen?1
Ja.
Mogen gemeenten vanuit het oogpunt van dierenwelzijn autonome regels over dieren stellen die strijdig zijn met landelijk beleid?
Zoals aangegeven in reactie op eerdere Kamervragen2 hebben gemeenten een autonome regelgevende bevoegdheid, die onder meer wordt begrensd door regelgeving op rijks- en provinciaal niveau. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is uitputtend bedoeld voor dierenwelzijnsbeleid. Uit het gemeenterecht vloeit voort dat gemeenten in zo’n geval niet bevoegd zijn om vanuit een oogpunt van dierenwelzijn eigen regels over dieren te stellen. Dit is bevestigd in een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.3
Gemeenten hebben wel de bevoegdheid om met andere oogmerken regels te stellen inzake dieren, mits deze regels niet in strijd zijn met de normen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld regels stellen over circussen in het belang van de openbare orde of veiligheid. In een concreet geval is het aan de rechter om te beoordelen of een gemeente bij het opstellen van regels binnen de grenzen van haar bevoegdheid is gebleven.
Is het waar dat de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) een eigen richtlijn Circusdieren heeft? Op welke wijze en door wie vindt toetsing, controle en handhaving van de richtlijn plaats?
Op 13 maart 2007 heeft de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen/Breed overleg Circusdieren (VNCO/BOC) eigen richtlijnen gepubliceerd onder de titel: «Welzijn Circusdieren. Richtlijnen voor het houden en laten optreden van dieren in circussen». Het is aan VNCO/BOC om toetsing en controle te regelen.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) handhaaft de wettelijke regels, zoals het verbod op dierenmishandeling, opgenomen in artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
Wat heeft het voor zin om de VNCO richtlijnen voor dierenwelzijn en het houden van niet gedomesticeerde dieren op te laten stellen als gemeenten vervolgens circussen, die zich aan de regels houden, alsnog weren?
De sector heeft toegezegd om de eigen richtlijnen te verbeteren en daarbij gebruik te maken van de informatie in het onderzoekrapport: «Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland» (WUR, 2009). De leden van VNCO/BOC kunnen laten zien dat zij zich positief onderscheiden van andere niet aangesloten circussen. In de brief aan de Kamer van 23 december 2011 (TK 28 286, nr. 540) heb ik toegezegd de mogelijkheden te laten onderzoeken om de richtlijnen eventueel op te laten nemen in een gids voor goede praktijk. Indien van de richtlijnen een gids voor goede praktijk wordt gemaakt dan heeft de NVWA mogelijkheden om bij controle van niet aangesloten circussen rekening te houden met de gids voor goede praktijk. Voorts verwijs ik u naar het antwoord van vraag 2.
Deelt u de mening dat, indien circussen zich houden aan de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving en zich houden aan de richtlijn Circusdieren van de VNCO, er geen reden is om deze te weren?
Indien circussen zich houden aan de wettelijke voorschriften mag dat geen reden zijn om circussen te weren uit Nederlandse gemeenten. Aanscherping van de richtlijnen van VNCO/BOC en de bijbehorende controle hierop kunnen het welzijn en de gezondheid van de dieren nog verder verbeteren.
Welke inspanningen worden, gezien het reizende karakter van circussen, in Europees verband gedaan om ondermeer de richtlijn Circusdieren breed geaccepteerd te krijgen, minimumvoorwaarden te stellen aan het houden van circusdieren en voor de mogelijkheid om tot een verbod te komen op het gebruik van dieren die uit het wild worden gehaald?
Tot nu toe zijn er diverse activiteiten ondernomen om te komen tot Europese regelgeving.
In het kader van de onderhandelingen over de ontwikkeling van de EU-strategie bescherming en welzijn van dieren 2012–2015 is, zowel mondeling als schriftelijk, het verzoek om Europese regelgeving aangekaart en er is gevraagd om de mogelijkheden te bezien van een verbod op uit het wild afkomstige dieren in circussen. Tevens is het onderzoeksrapport «Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland.» (WUR, 2009) verstrekt aan de Europese Commissie. Acceptatie van de richtlijnen van VNCO/BOC door de Europese Commissie laat ik over aan deze organisaties zelf.
Te hoge prijzen voor hotelkamers |
|
Lea Bouwmeester (PvdA) |
|
Maxime Verhagen (minister economische zaken en klimaat, viceminister-president ) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Hotelkamer veel te duur»?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat online bemiddelaars hoge tarieven hanteren waardoor consumenten al jaren tot dertig procent extra betalen voor het boeken van een hotelkamer via grote boekingsites? Zo ja, deelt u de mening dat het hier om een buitensporig hoog tarief gaat in relatie tot de kamerprijs?
Online bemiddelaars hanteren een percentage van de kamerprijs als commissie. Het vragen van een vergoeding voor een dergelijke dienst is op zichzelf niet vreemd. Ook reiswinkels of reisorganisaties vragen een vergoeding voor de door hun aangeleverde gasten. Het percentage commissie dat bemiddelaars hanteren loopt sterk uiteen. Een eensluidend oordeel over de hoogte van de tarieven in relatie tot de kamerprijs kan ik dan ook niet geven.
Bent u met de online bemiddelaars van mening dat het hotels volledig vrij staat om al dan niet een contract aan te gaan met deze online bemiddelaars of bent u met onder meer Koninklijke Horeca Nederland van mening dat eigenlijk geen sprake is van een vrije keuze voor hoteleigenaren omdat zij anders inkomsten mislopen? Weet u in dit verband welk percentage van het totaal aantal verkochte hotelovernachtingen in Nederland op dit moment via grote online bemiddelaars wordt verkocht?
Hoewel ik begrip heb voor de situatie waarin sommige hoteleigenaren zich bevinden, staat het hoteleigenaren in beginsel vrij om al dan niet een contract af te sluiten met online bemiddelaars. Online bemiddelaars kunnen, zoals blijkt uit het artikel, een gunstig effect hebben op de bezettingsgraad van hotels. De consequentie van de keuze om geen contract af te sluiten met een bemiddelaar kan zijn dat het aantal boekingen terugloopt. De hoteleigenaar moet zelf een (economische) afweging maken tussen enerzijds een hogere bezettingsgraad en anderzijds het niet hoeven afdragen van commissie. Deze afweging zal voor elke hoteleigenaar anders zijn. De markt voor het online bemiddelen van hotels is sterk in beweging. Als voorbeeld noem ik de eigen boekingssite van Koninklijke Horeca Nederland www.horecahotelsholland.com. Deze site hanteert een commissie van 5% van de hotelkamerprijs van een daadwerkelijke boeking. Ook zijn recent het Nederlandse www.bookingsquare.com en het Amerikaanse www.roomkey.com van start gegaan. Deze initiatieven beogen meer aan de wens van hoteleigenaren tegemoet te komen en hanteren dan ook geen of een lagere commissie. Ik juich het ontstaan van dergelijke nieuwe initiatieven toe. Deze zullen de concurrentie doen toenemen en daarmee de tarieven van bestaande bemiddelaars onder druk zetten.
Mij zijn geen cijfers bekend over welk percentage van het totaal aantal verkochte hotelovernachtingen in Nederland via grote online bemiddelaars wordt verkocht.
Is het waar dat de contracten tussen boekingsites en hotels zo vorm zijn gegeven dat hotels niet vrij zijn om hun eigen prijs te bepalen en dat hotels die toch lagere prijzen berekenen niet langer via deze boekingsites worden bemiddeld? Zo ja, hoe kwalificeert u deze praktijk? Is u bekend of het hoteleigenaren vrij staat om wel lagere tarieven te berekenen indien klanten rechtstreeks bij het hotel zelf boeken?
Ik ben niet op de hoogte van de precieze inhoud van de contracten tussen boekingssites en hotels. Het betreft contracten tussen private partijen die, zolang zij geen schending van het recht, zoals het Burgerlijk Wetboek of het Mededingingsrecht, bevatten, vrij zijn naar inhoud. Voor zover mij bekend staat het hotels vrij de hoogte van hun eigen prijs te bepalen. In het gesprek tussen de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en Koninklijke Horeca Nederland is wel naar voren gekomen dat contracten tussen hoteleigenaren en boekingssites vaak een «online rate parity» clausule bevatten. Deze clausule heeft als doel dat de hoteleigenaar richting de desbetreffende bemiddelingssite dezelfde prijs hanteert als richting andere sites. Voor zover de NMa op de hoogte is, staat een dergelijke clausule er niet aan in de weg dat een hoteleigenaar andere prijzen hanteert voor boekingen aan de balie of via de telefoon.
Hebben consumenten inzicht in de kostenstructuur die wordt gehanteerd voor het boeken van hotelovernachtingen via boekingsites, specifiek in de gehanteerde tarieven door online bemiddelaars? Zo ja, hoe? Zo nee, deelt u de mening dat dit onwenselijk is en dat consumenten een bewustere keuze kunnen maken indien zij dit inzicht wel hebben? Bent u bereid om actief te bevorderen dat de tarieven die online bemiddelaars berekenen inzichtelijk worden gemaakt voor de consument?
Consumenten hebben op dit moment vaak geen inzicht in de tariefstructuur die wordt gehanteerd voor het boeken van hotelovernachtingen via online bemiddelaars. De bemiddelingskosten worden door de sites bij de hoteleigenaren in rekening gebracht en niet rechtstreeks bij de consument. Voor consumenten is het praktisch dat zij snel een overzicht hebben van de totale kosten die in rekening zullen worden gebracht voor een hotelovernachting. Ik moedig online bemiddelaars aan om daarnaast inzicht te geven in de gehanteerde prijsstructuur. Een wettelijke verplichting hiertoe acht ik niet wenselijk. Een dergelijke verplichting zal niet effectief zijn vanwege het internationale karakter van de markt voor online bemiddelaars. Buitenlandse sites zouden zich eenvoudig kunnen onttrekken aan een wettelijk regeling. Dit kan leiden tot een verstoorde concurrentie tussen binnen- en buitenlandse bemiddelaars.
Zijn er bij mededingingsautoriteiten klachten vanuit de hotelbranche of consumentenorganisaties binnengekomen over de tarieven die online bemiddelaars voor hotelkamers berekenen? Zo ja, wat hebben mededingingsautoriteiten met deze klachten gedaan? Zo nee, ziet u in bovenstaande berichtgeving aanleiding om de tarieven en de machtstructuur tussen online bemiddelaars en hotels nader te (laten) onderzoeken?
De NMa heeft aangegeven dat zij geen formele klachten heeft ontvangen vanuit de hotelbranche of van consumentenorganisaties. Wel is er, zoals eerder aangehaald in het antwoord op vraag 4, contact geweest met Koninklijke Horeca Nederland over de commissie die online bemiddelaars voor hotelkamers hanteren. Er zijn op dit moment geen indicaties dat er sprake is van een overtreding van de Mededingingswet door hotels onderling of tussen de online bemiddelaars. Het is aan de NMa zelf om te beslissen of zij een onderzoek start. Op basis van de informatie zoals deze tot dusverre bekend is bij de NMa, ziet zij geen reden tot het doen van nader onderzoek naar online bemiddelaars en hotels. Onderbouwde klachten of signalen dat de Mededingingswet wordt overtreden, kunnen bij de NMa worden ingediend. Indien de NMa een gegronde reden heeft om aan te nemen dat de Mededingingswet wordt overtreden, dan kan zij alsnog een onderzoek starten.
De forse toename van de toeristenbelasting en legeskosten vergunningen |
|
Pierre Heijnen (PvdA), Pauline Smeets (PvdA) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Toeristenbelasting fors omhoog»1 en het persbericht «Horeca blijft melkkoe voor gemeentekas»?2
Ja.
Vindt u het acceptabel dat tussen het hoogste en de laagste bedrag van de legestarieven die gemeenten hanteren voor het totale pakket van horecagerelateerde vergunningen ruim € 3 0003 zit? Zo nee, bent u bereid afspraken te maken met gemeenten over acceptabele tarieven en tariefstijgingen?
De tarieven worden vastgesteld door de gemeente. De gemeenteraad beslist als democratisch gelegitimeerd orgaan over de tariefstelling. Dat is dan ook de plaats waar ondernemers invloed kunnen uitoefenen op de tarieven. Gemeenten doen in het algemeen hun best om redelijke tarieven te heffen. De democratische legitimatie van de gemeenteraad zorgt voor terughoudendheid ten aanzien van tariefsverhoging. Verschillen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld vanwege een verschil in niveau van dienstverlening of het aantal vereiste vergunningen. De leges kennen wel een maximum. De begrote opbrengst van de leges mag namelijk de begrote kosten niet overschrijden, op het niveau van de legesverordening.
Zoals u weet bevordert het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de transparantie in de opbouw van de tarieven. Daarbij is in samenwerking met het toenmalige ministerie van VROM bijvoorbeeld een leidraad transparantie leges omgevingsvergunning opgesteld. Ook bij de andere gemeentelijke heffingen ben ik een voorstander van transparantie in de opbouw van de tarieven. De VNG heeft voor diverse heffingen een model kostenonderbouwing opgesteld, dat moet helpen om te komen tot meer inzicht in de opbouw van de tarieven en de onderlinge vergelijkbaarheid. Dit model levert een bijdrage aan de controleerbaarheid van de tarieven. Het is uiteindelijk aan de rechter om te oordelen over de juistheid van de tarieven met betrekking tot de kostenonderbouwing.
Ook bevordert het Rijk de transparantie van de lokale lasten in het algemeen. Daarvoor ontwikkelt het Rijk in samenwerking met de decentrale overheden een aparte monitor, die de jaarlijkse ontwikkeling van de lokale lasten zal bijhouden.
Deelt u de mening dat tariefstijgingen van zelfs meer dan 100% bij heffing van toeristenbelasting niet acceptabel zijn? Zo nee, waarom niet? Wat is in uw visie nog acceptabel bij een verhoging van de toeristenbelasting?
De toeristenbelasting is een algemene belasting, waarvan het tarief wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Ik acht de gemeenten goed in staat om op basis van de lokale situatie een goede inschatting te kunnen maken van het benodigde tarief. Een tariefstijging van 100% kan veel lijken, maar uitgedrukt in euro’s kan het meevallen. Het gemiddelde tarief 2011 bedraagt immers 1,34 % van de overnachtingprijs per overnachting per persoon.
Daarbij komt dat de meeste gemeenten de toeristenbelasting gebruiken om de kosten te dekken van het gebruik van gemeentelijke voorzieningen zoals wegen, parken en zwembaden, ook door niet-inwoners van de desbetreffende gemeenten.
Wat zijn de effecten van een grote stijging van de toeristenbelasting voor de ondernemers in de branche, in het bijzonder voor de campingeigenaren? En hoe beïnvloeden de grote verschillen in legestarieven de overlevingskansen van horecaondernemers?
De toeristenbelasting is gericht op niet-inwoners van de gemeente. De ondernemer kan de toeristenbelasting daarop verhalen. Ik heb niet het beeld dat de hoogte van de toeristenbelasting het reisgedrag van de toerist beïnvloedt. Het gemiddelde tarief 2011 bedraagt 1,34 % van de overnachtingprijs per overnachting per persoon. Mocht dit wel zo zijn dan ondervindt de gemeente daar ook de gevolgen van, door een dalend aantal toeristen. Minder toeristen betekent immers ook minder toeristenbelasting. De oorzaak van het verschil in legestarieven en de wenselijkheid daarvan heb ik al genoemd in mijn antwoord op vraag 2. Door het daar ook genoemde maximum, namelijk dat van de begrote kosten die gedekt worden met de leges, acht ik de leges niet van een dergelijke invloed op de overlevingskansen van horecaondernemers, als door u wordt geschetst.
Bent u bereid gemeenten die excessieve toeristenbelastingtarieven hanteren een halt toe te roepen, omdat anders gezinnen met een smalle beurs volgend jaar nauwelijks meer in staat zijn een campingvakantie te betalen als gevolg van grote stijgingen van de overnachtingprijs? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik u eerder al heb aangegeven in antwoord op vraag 3 is de hoogte van de toeristenbelasting een autonome beslissing van de gemeente. Indien de hoogte van de tarieven leiden tot het vermijden van de desbetreffende gemeente, dan zal die gemeente de gevolgen van de tariefstelling ook zelf ondervinden. Ik acht de gemeente voldoende toegerust hier een juiste beslissing in te nemen.
Deelt u de mening dat de toeristenbelasting niet bestemd is om gaten in de begroting van gemeenten te dichten? Zo nee, waarom niet?
De toeristenbelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengst toevloeit naar de algemene middelen. Geen enkele heffing is bestemd om gaten in de begroting van gemeenten te dichten. Vanuit de algemene middelen bekostigen gemeenten – naar redelijkheid – diverse onderdelen van de begroting. De algemene middelen worden verder gevoed door de algemene uitkering uit het gemeentefonds en overige inkomsten zoals grondexploitatie en dividend op aandelen.
Welk percentage van de onderzochte gemeenten heeft een verhoging van de toeristenbelasting aangekondigd zonder overleg met de ondernemers?
Cijfers over gemeenten die een verhoging van de toeristenbelasting hebben aangekondigd zonder overleg met de ondernemers zijn mij niet bekend. Zoals gezegd ben ik een voorstander van een transparante opbouw in de tarieven, en juich ik initiatieven van de VNG om dit te bereiken toe. Overleg voorafgaand aan de wijziging van de tarieven met de ondernemers die deze tarieven moeten innen namens de gemeente lijkt mij een goede zaak.
In hoeverre stroken de uitkomsten van de onderzoeken van Gastvrij Nederland en Horeca Nederland met de belofte van de minister-president ervoor te zorgen dat gemeenten de lokale lasten niet gaan gebruiken om bezuinigingen «over de rug van ondernemers op te vangen»?4
Zoals gezegd is de toeristenbelasting gericht op de niet-inwoner van de gemeente, en niet op de ondernemer. Er zijn met de medeoverheden bestuursafspraken gemaakt ten aanzien van de lokale lasten. De medeoverheden zullen inzetten op beperking van de kostenniveaus en niet op verhoging van de opbrengsten van lokale lasten. Het uitgangspunt is een gematigde ontwikkeling van de lokale lasten. De lokale lasten voor ondernemers worden niet afzonderlijk bijgehouden. De bestaande macronorm voor de ozb-opbrengst draagt bij aan het beheersen van de lokale lastendruk en wordt gecontinueerd. Er wordt daarbij gewerkt aan zo veel mogelijk transparantie over ontwikkeling van de lokale lasten. Zoals gezegd komt er daartoe een gezamenlijke uniforme monitor van Rijk en decentrale overheden.
Welke concrete maatregelen treft het kabinet om de belofte van de minister-president aan de ondernemers na te komen?
Zie antwoord vraag 8.
Camping Fort Oranje |
|
Nine Kooiman (SP) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Is het u bekend dat camping Fort Oranje in Zundert per 11 oktober van gemeentewege wordt gesloten?1
Ja, zij het dat inmiddels de rechtbank van Breda op 5 oktober heeft besloten dat deze sluiting vooralsnog niet mag doorgaan.
Is het u bekend dat op camping Fort Oranje regelmatig, en in aanzienlijke aantallen, zwerfjongeren, volwassenen, en gezinnen, vanwege sociaal maatschappelijke omstandigheden en/of woningnood, uit heel Nederland een permanente of tijdelijke huisvesting vinden?2
Ja.
Acht u het wenselijk dat zij opnieuw verhuizen naar een volgend (semi-)illegaal onderkomen? Zo nee, hoe wordt voorzien in humane en legale opvang voor deze mensen?
Het is algemeen bekend dat het niet is toegestaan om permanent te wonen op een camping. De gemeente Zundert heeft dit met een zekere regelmaat gecommuniceerd aan de mensen die op camping Fort Oranje verblijven. Uiteraard is het niet wenselijk dat deze mensen verhuizen naar een volgend illegaal onderkomen. Ten principale zijn de mensen zelf verantwoordelijk voor hun herhuisvesting. In aanvulling hierop heeft de gemeente Zundert maatschappelijke organisaties gevraagd in beeld te brengen of er echt schrijnende gevallen zijn. De vereniging Migrada (belangenvereniging voor arbeidsmigranten) is betrokken bij de herhuisvesting van de op de camping verblijvende MOE-landers.
Welke rol en verplichtingen hebben respectievelijk de gemeenten en organisaties voor sociaal maatschappelijke opvang hierin? Staat de gemeente Zundert daar alleen voor of ziet u ook een taak weggelegd voor de gemeenten van herkomst?
Het lijkt mij niet in de rede liggen de verantwoordelijkheid alleen bij de gemeente Zundert neer te leggen. Verwacht wordt dat de gemeenten van herkomst erbij betrokken worden.
Kunt u aangeven hoeveel gemeenten sinds 1 januari 2011 op grond van illegale bewoning of anderszins zijn overgegaan tot handhavend optreden op campings?
De handhaving van de recreatiebestemming van campings waarbij illegale bewoning wordt beëindigd, is een verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten hebben geen verplichting het rijk hierover te informeren.
Hoeveel zwerfjongeren, volwassenen, gezinnen en arbeidsmigranten zijn sinds 1 januari 2011 door dit handhavend optreden op campings en recreatieparken uit hun permanente dan wel tijdelijke bewoning gezet?
Zie antwoord vraag 5.
Kunt u aangeven waar deze mensen nieuw onderdak vinden? Zijn er per direct voldoende reguliere en betaalbare woningen om deze mensen onderdak te bieden? Zo ja, waar vinden zij die? Is er een waterbedeffect waarneembaar naar andere campings en recreatieparken?
De oplossingen die door de mensen zelf, al dan niet met behulp van anderen, worden gevonden, zijn ook gezien hun wensen zeer divers. Uit verstrekte informatie van de gemeente Zundert blijkt dat een deel al op eigen initiatief is vertrokken. Verder betreft het mensen met een verschillende achtergrond, al dan niet uit Zundert zelf, al dan niet uit Nederland.
Wat betreft het (illegaal) wonen op campings: Recron, de Vereniging van Recreatieondernemers Nederland, schat dat in meer dan duizend gevallen noodgedwongen (permanent) wordt verbleven op campings en bungalowparken.
Levenslang entreeverbod Holland Casino |
|
Lea Bouwmeester (PvdA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het artikel «Ik heb alles verloren», waarin een gokverslaafde mevrouw vertelt dat ze geen levenslang bezoekverbod kan krijgen bij Holland Casino, een Staatsdeelneming?1
Ja.
Bent u bekend met het feit dat Holland Casino geen levenslang bezoekverbod oplegt indien een gokverslaafde daar zelf om vraagt, omdat het huishoudelijk reglement dat niet toelaat? Zo ja, wat vindt u hiervan?
Op grond van de Beschikking casinospelen 1996 dient Holland Casino een evenwichtig beleid ten aanzien van kansspelverslaving te voeren. Holland Casino is in beginsel verplicht personen die in een casino aan een kansspel willen deelnemen, toe te laten. Daarbij is van belang dat Holland Casino binnen Nederland de enige organisatie is die een vergunning heeft om speelcasino’s te exploiteren en dat het derhalve een monopoliepositie bekleedt. Het maken van een inbreuk op de eigen keuzevrijheid van de casinobezoekers door het opleggen van een beperking of verbod zal daarom niet te snel mogen plaatsvinden. Er zal een duidelijke reden voor ingrijpen moeten zijn, waarvoor de Beschikking casinospelen 1996 en het Huisreglement het toetsingskader bieden.
Op basis van haar Huisreglement kan Holland Casino de toegang tot speelcasino’s ontzeggen aan personen die een entreeverbod of een bezoekbeperking hebben verzocht. Deze maatregelen gelden voor de gevraagde periode, welke ten minste zes maanden en ten hoogste één jaar duurt, en is niet tussentijds opzegbaar. Een gast kan ook vragen om een beperkende maatregel voor onbepaalde tijd. In de praktijk betekent dit dat de maatregel geldt voor minimaal een jaar. Daarna wordt in overleg tussen betrokkene(n) en Holland Casino een passend vervolgtraject bepaald. Holland Casino kan volgens zijn Huisreglement geen permanent beperkende maatregel opleggen.
De genoemde termijnen zijn in nauw overleg met verslavingszorginstellingen bepaald. Bij een langere minimumduur van een bezoekbeperking of entreeverbod bestaat het risico dat bezoekers van Holland Casino geen beperking of verbod als time out meer vragen. De mogelijke terugkeer naar gereguleerd legaal aanbod beoogt te voorkomen dat tijdens een getroffen maatregel gebruik wordt gemaakt van ongecontroleerde illegale (online) gelegenheden.
Het huidige stelsel van bezoekbeperkingen en entreeverboden behoeft in mijn ogen geen aanpassing. Het opleggen van een beperking of een verbod van ten hoogste één jaar creëert automatisch een toetsingsmoment na afloop van de getroffen maatregel. Na afloop van de getroffen maatregel kan opnieuw bepaald worden of de persoon in staat is zijn speelgedrag op een niet schadelijke wijze vorm te geven. Er bestaat geen beletsel een dergelijke getroffen maatregel meermaals voor een jaar op te leggen, mocht het speelgedrag in relevante mate schadelijk zijn voor de persoon of zijn omgeving. Overigens vindt na afloop van een tijdelijke beperking of verbod de terugkeer naar speldeelname op gecontroleerde wijze plaats. Er is bij de uitvoering van het preventiebeleid bijzonder oog voor hen die in het verleden schadelijk gedrag hebben vertoond. Deze personen dienen in het bijzonder begeleid te worden en niet geheel vrij gelaten te worden in hun speldeelname. Het huidige stelsel van bezoekbeperkingen biedt hiertoe de mogelijkheid.
Kan Holland Casino een levenslang bezoekverbod opleggen indien iemand er zelf om vraagt? Zo ja, wilt u dit dan meteen laten opnemen in de huisregels? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Zijn er andere beperkingen om mensen die dat zelf willen een levenslang bezoekverbod op te leggen? Zo ja, wilt u deze aan de Kamer sturen met de actie die u dan gaat ondernemen?
Zie antwoord vraag 2.
Wat vindt u ervan dat de Kamer wel lobbybrieven van Holland Casino ontvangt om aanbod uit te breiden, maar niet over aanscherpen preventie maatregelen tegen gokverslaving? Vindt u dat Holland Casino hiermee aantoont als Staatsdeelneming de juiste prioriteiten te stellen?
Gezien het debat dat momenteel plaatsvindt over de modernisering van het kansspelbeleid acht ik het begrijpelijk indien Holland Casino zich tot u wendt om zijn visie op het stelsel kenbaar te maken. Daarnaast constateer ik dat de Algemene Rekenkamer zich recent nog in haar rapport «Holland Casino: naleving overheidsbeleid»2 positief heeft uitgelaten over het door Holland Casino gevoerde Preventiebeleid Kansspelen. Dit versterkt bij mij het vertrouwen dat Holland Casino in de uitvoering van zijn taken de juiste prioriteiten stelt.
Versoepeling van visserijregels na een intensieve lobby van Sportvisserij Nederland |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
Esther Ouwehand (PvdD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Wijziging visserijregels per 1 maart 2012»?
Ja, gesteld dat hiermee wordt gedoeld op het bericht met deze titel op de website van Sportvisserij Nederland van 19 augustus jl.
Is het waar dat u de regels die voortvloeien uit de Visserijwet gaat verruimen per 1 maart 2012? Zo ja, waarom moet de Kamer dat vernemen via de website van Sportvisserij Nederland? Zo nee, hoe zit het dan?
Het voornemen om de regelgeving voor de binnenvisserij aan te passen en te vereenvoudigen is reeds aan uw Kamer aangekondigd in de beleidsbrief over het binnenvisserijbeleid van 13 november 2009. Hierin is aangegeven dat een actualisatie van de betreffende regelgeving zal worden doorgevoerd. Enerzijds omdat een aantal bepalingen voor vissoorten aan de recente bestandsontwikkelingen moeten worden aangepast, anderzijds omdat op een aantal onderdelen een vereenvoudiging van visserijregelgeving mogelijk en gewenst is. Met betrekking tot dit laatste punt is hierbij onder andere verwezen naar het reeds per 28 april 2006 aan uw Kamer aangekondigde voornemen om de vergunningstelsels voor nachtvisserij en electrovisserij te vervangen door algemene regels.
Kunt u uiteenzetten hoe u op het idee bent gekomen om het Reglement voor de binnenvisserij 1985 en het Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 te wijzigen? Heeft u dat zelf bedacht of hebt u uw ambtenaren aan het werk gezet na de «intensieve lobby» die Sportvisserij Nederland naar eigen zeggen heeft gevoerd voor flinke verruiming van de mogelijkheden voor sportvissers?
Zie de beantwoording van vraag 2. Het is dus niet juist dat de beoogde wijzigingen tot stand zijn gekomen na een «intensieve lobby».
Is het waar dat u op aandringen van Sportvisserij Nederland voornemens bent om het verbod op vissen op de Europese meerval op te heffen, de gesloten tijd voor de worm te schrappen en het nachtvissen het hele jaar door toe te staan?
Eén van de soorten waarvoor geldt dat op basis van de recente bestandsontwikkelingen een wijziging in de regelgeving kan plaatsvinden, is de Europese meerval. Van deze soort is het bestand dusdanig toegenomen dat sportvisserij met de hengel op deze soort mogelijk kan worden gemaakt. Overigens worden ook nu al meervallen gevangen met de hengel, als onbedoelde vangst wanneer met toegestane aassoorten op roofvissen als snoekbaars en snoek wordt gevist. De sportvisserij op meerval zal onder beperkingen worden toegestaan. Er zal voor deze soort een jaarrond terugzetverlichting in de regelgeving worden opgenomen, op grond waarvan iedere gevangen meerval levend in hetzelfde water dient te worden teruggeplaatst.
Het schrappen van de gesloten tijd voor de worm kan zonder problemen plaatsvinden. Voor de sportvisserij met de worm geld tot dusver een gesloten periode in de maanden april en mei. Dit is destijds ingesteld ter bescherming van de visserij op roofvissen als baars, snoekbaars en snoek en de visserij op aal. Voor de genoemde roofvissen geldt echter al een gesloten periode in de genoemde maanden die zal blijven bestaan. Voor de aalvisserij met de hengel is een jaarrond terugzetverplichting in de VISpas opgenomen. Er is derhalve geen aanleiding om de gesloten periode voor het gebruik van de worm nog te handhaven.
Met betrekking tot de nachtvisserij met de hengel was het altijd al toegestaan om gedurende de maanden juni, juli en augustus te vissen. Buiten de genoemde maanden was het in het merendeel van de binnenwateren ook reeds toegestaan om ’s nachts met de hengel te vissen. Hiervoor was per water een ontheffing of vrijstelling vereist. Deze administratieve last (vergunningstelsel voor de nachtvisserij) kan derhalve komen te vervallen. De afwegingen van natuurbelangen in relatie tot de uitoefening van deze vorm van visserij kunnen – indien aan de orde – worden meegenomen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 en de in dat verband vast te stellen beheerplannen voor specifieke gebieden of in de afzonderlijke vergunningverlening.
Deelt u de mening dat het schrappen van regels die wilde diersoorten nu beschermen alleen kan op basis van onafhankelijke wetenschappelijke kennis en niet omdat een belangenbehartiger van hobbyisten dat makkelijker vindt? Zo ja, op basis van welke (wetenschappelijke) informatie denkt u verruiming van de regels te kunnen verantwoorden?
De afwegingen die aan de voorgenomen wijzigingen ten grondslag liggen zijn gemaakt op basis van een door het onderzoeksinstituut Imares verrichte studie naar de gewenste wettelijke bescherming voor de verschillende in Nederland voorkomende vissen.
Zijn bij de voorbereiding van deze wijzigingen ook andere maatschappelijke organisaties geconsulteerd die opkomen voor de belangen van dieren, natuur en milieu? Zo ja, welke? Op welke wijze en op welk moment zijn zij betrokken bij de voorbereiding van de wetswijziging?
De voorgenomen wijzigingen zijn vooraf geconsulteerd met de sectororganisaties voor sportvisserij en beroepsvisserij en met het Productschap Vis. Tevens heeft vooraf een consultatie plaatsgevonden van het RAVON, die betrokken is bij de monitoring van vissen, amfibieën en reptielen in Nederland en die zich inzet voor de bescherming van de genoemde diergroepen. Recent heeft vanaf 1 juli tot en met 15 augustus jl. nog een brede internetconsultatie van de voorgenomen wijzigingen plaatsgevonden, waarbij het voor burgers en organisaties mogelijk was om hun standpunt ten aanzien van de voorgenomen wijzigingen kenbaar te maken.
Bent u voornemens de voorstellen tot wijziging van de reglementen aan de Kamer aan te bieden in verband met artikel 4, vijfde lid en artikel 9, zesde lid van de Visserijwet 1963?
Overeenkomstig de daarvoor geldende regels uit de Visserijwet 1963 is niet voorzien in het voorleggen van de voorgenomen wijziging aan de Staten-Generaal. Omdat bij de voorgenomen wijzigingen geen sprake is van aanpassing van regels waarbij de vangstcapaciteit in het geding is, zijn de door het vragenstellend lid genoemde artikelleden niet van toepassing.
Bent u bekend met de website www.meerval.nl die actief het vangen van meervallen in Nederlandse wateren promoot? Zo ja, bent u bereid, gezien het geldend verbod op gericht vissen op meerval, op te treden tegen deze website en haar makers? Zo nee, waarom niet?
Ja, ik ben bekend met de door u genoemde website. Ik heb de nieuwe Voedsel- en warenautoriteit gevraagd de redacteuren van de website te wijzen op geldende wetgeving ten aanzien van het vissen op meerval en hen te verzoeken de website dienovereenkomstig aan te passen.
Het beheer van recreatiepark Patersven |
|
Paul Ulenbelt (SP) |
|
Piet Hein Donner (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA) |
|
|
|
|
Is het u bekend dat uitzendbureau Exotic Green het beheer van recreatiepark Patersven overneemt?1
Ja, ik heb kennis genomen van het artikel in BN De Stem en in bijzonder van het feit dat Exotic Green met toestemming van het bestuur van de Vereniging van Eigenaren van het park het beheer van het recreatiepark (tijdelijk) heeft overgenomen.
Welke eisen en voorwaarden worden gesteld aan het mogen beheren van een recreatiepark? Voldoet uitzendbureau Exotic Green aan die eisen, mede gelet op haar reputatie uit het verleden als huisjesmelker?
Voor het beheer van recreatieparken gelden uitsluitend privaatrechterlijke bepalingen. De rijks- en gemeentelijke overheid hebben wettelijk geen bevoegdheid om voorwaarden aan het beheer te stellen en/of om de privaatrechterlijke bepalingen en de naleving daarvan te toetsen.
De woningen op het bungalowpark Patersven in Zundert zijn in bezit van individuele woningeigenaren die verenigd zijn in een Vereniging van Eigenaren (VVE). De VVE is verantwoordelijk voor het houden van algemeen toezicht betreffende het gebruik van de recreatiebungalows en stelt hiervoor een beheerder aan. Recent is dit (interim) beheerderschap overgedragen aan Exotic Green. De VVE moet nog een definitief besluit nemen over het beheerderschap.
In de praktijk kiezen steeds meer uitzendbureaus en werkgevers er voor om de huisvesting van hun werknemers uit te besteden aan een gespecialiseerd huisvestingsbedrijf, mede ter voorkoming van dubbele petten (de eigenaar is ook beheerder van de huisvesting en werkgever). De uitzendbranche en andere werkgevers, werknemersorganisaties, de rijksoverheid en gemeenten overleggen over een uniforme normstelling voor goede huisvesting voor arbeidsmigranten en over het toezicht op naleving daarvan door de sector zelf. Het punt dat steeds meer werkgevers af willen van de dubbele pet van het bieden van huisvesting wordt in dat overleg meegenomen.
Wat is uw oordeel over het feit dat Exotic Green als eigenaar van een substantieel aantal recreatiewoningen op het park, bestemd voor huisvesting van haar buitenlandse uitzendkrachten, middels het beheer een dubbele pet op krijgt als het gaat om ordehandhaving en naleving van regels rond huisvesting van arbeidsmigranten? Wordt dit niet een slager die zijn eigen vlees gaat keuren?
Zie antwoord vraag 2.
Op welke wijze vindt toezicht plaats op het aantal arbeidsmigranten dat wordt gehuisvest op het recreatiepark? Door wie vindt dat toezicht plaats en welke sanctiemogelijkheden zijn er?
Het toezicht op het aantal arbeidsmigranten op het park en de duur van hun verblijf vindt, conform de statuten, plaats door de beheerder. Er is hier sprake van logies. Logiesvoorzieningen moeten op basis van het Wetboek van Strafrecht een nachtregister bijhouden. In de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) kan de gemeente vervolgens een verplichting tot registratie in het nachtregister voor de migrant opnemen. Er is momenteel geen nachtregister aanwezig in Patersven. Deze maand komt de vergadering van de VVE bijeen. Daarin wordt een voorstel van Exotic Green behandeld om een nachtregister in te stellen en om per 1 januari 2012 een slagboom te plaatsen die 24 uur per dag wordt bediend. Tevens wordt voorgesteld om per die datum 24 uur per dag een beheerder aanwezig te laten zijn.
De gemeente kan op basis van de bouwregelgeving, het bestemmingsplan, de APV enzovoort handhavend optreden met bijgehorende wettelijke sanctiemogelijkheden. In de handreiking «Onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen, handreiking voor gemeenten» (2007) is aangegeven dat bij de toets aan het bestemmingsplan overwogen moet worden dat tijdelijke arbeidsmigranten hier niet «wonen», zij hebben hun hoofdverblijf immers in hun vaderland. Evenmin zijn zij hier vanuit recreatieve redenen, want zij komen hier om te werken. Op het park rust op dit moment een recreatieve bestemming. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om daarop te handhaven.
Op welke wijze vindt toezicht plaats op de duur van het verblijf in recreatiewoningen door de individuele arbeidsimmigranten? Hoe wordt voorkomen dat, zodra Exotic Green zelf het park beheert, via interne (administratieve) verhuizing van de ene recreatiewoning naar de andere de arbeidsimmigranten permanent op het recreatiepark verblijven?
Zie antwoord vraag 4.
Is er een limiet gesteld aan het aantal arbeidsimmigranten dat gehuisvest mag worden op het recreatiepark, zowel in absolute als in percentuele zin? Zo nee, waarom niet en acht u dat in het geval dat Exotic Green recreatiepark Patersven gaat beheren niet wenselijk?
Het park heeft een recreatieve bestemming. Permanente bewoning is op grond van het bestemmingsplan niet toegestaan. Daarom is er door de gemeente geen limiet gesteld aan het aantal arbeidsmigranten dat op het park gehuisvest mag worden.
Bent u bereid een pro-actieve rol op u te nemen in de bescherming van de rechten van de overige eigenaren van recreatiewoningen op het recreatiepark? Zo ja hoe gaat u daar invulling aan geven? Zo nee, bij wie kunnen zij dan terecht met vragen, opmerkingen en klachten?
Het betreft hier een privé-terrein. De VVE is middels de beheerder verantwoordelijk voor het houden van algemeen toezicht op het park. Daarnaast is het de taak van de gemeente om bij overtredingen van het bestemmingsplan en bij overlast en verloedering handhavend op te treden, ook al betreft het hier een privéterrein.
Verder ben ik bereid om, als de gemeente Zundert daar behoefte aan heeft, het praktijkteam MOE-landers in te zetten dat op hun verzoek met raad en daad kan bijstaan. Een dergelijk officieel verzoek heb ik tot op heden nog niet ontvangen.
Het bericht "KNMI weersvoorspelling slaat plank mis, recreant blijft weg" |
|
Michiel Holtackers (CDA) |
|
Joop Atsma (staatssecretaris infrastructuur en waterstaat) (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van berichten over verkeerd uitgevallen weersvoorspellingen, zoals «Ongekend groot aantal afhakers»1 en «We moeten maar eens een eigen weerbericht beginnen onder het motto: Sprookjes bestaan»?2
Ja.
Bent u bekend met de weersomstandigheden in grote delen van Nederland van de afgelopen week? Deelt u de mening dat deze niet klopte met de weersvoorspelling, zoals deze door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) is gedaan?
Het door het KNMI uitgegeven weerbericht is algemeen en geldt landelijk. De weersvoorspelling van de bewuste week liet een wisselvallig weerbeeld zien. Bij buiig weer zijn de weerverschillen over een kleine afstand groot; de gegevens van het KNMI worden dan ook ter beschikking gesteld aan private weerbedrijven voor het opstellen van regionale weersvoorspellingen. Zie verder onder vraag 4.
Deelt u de mening dat als gevolg van de negatieve voorspellingen mensen afgezien hebben van buitenactiviteiten, bezoeken aan attractieparken en deelname aan evenementen, zoals de Nijmeegse vierdaagse? Zo nee, waarom niet?
Dat mensen bij het overwegen van buitenactiviteiten de verwachting voor het weer laten meewegen kan ik me voorstellen. Ik weet niet in hoeverre dat leidt tot het aanpassen van de plannen die mensen maken. Dat is een persoonlijke afweging.
Acht u het wenselijk dat bij het doen van mededelingen over de weersverwachting er meer rekening gehouden wordt met de effecten die het weerbericht kan hebben op buitenactiviteiten, attractieparken en deelname aan evenementen zoals bijvoorbeeld de Nijmeegse vierdaagse? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven of u het een overweging waard vindt dat bij weerberichten meer specifiek wordt ingegaan op de weerssituatie bij bepaalde evenementen en in hoeverre de te verwachten weersverwachting rond het evenement afwijkt van het algemene beeld? Zo nee, waarom niet?
Het KNMI geeft een algemeen weerbericht, zoals is bepaald in de Wet op het KNMI. De verwachting moet zo nauwkeurig mogelijk zijn, voor het hele land gelden en goed begrijpelijk zijn voor een breed publiek. Voor het opstellen van weersverwachtingen moet zo goed mogelijk gebruik worden gemaakt van gegevens en meteorologische kennis. Het KNMI plaatst deze verwachting op de website. De overige berichtgeving over het verwachte toekomstige weer geschiedt door bedrijven en door media. Het KNMI verstrekt geen doelgroepspecifieke weerberichten. Specifieke (regionale) weersverwachtingen die relevant kunnen zijn voor evenementen, zijn het werkterrein van de private weerbedrijven. Hiermee is tegemoet gekomen aan de opmerkingen die zij in het Overleg Meteorologie hebben gemaakt. (Zie brief van 29 april 2010, TK, vrgjr. 2009–2010, 31 534, nr. 5). Slechts in uitzonderlijke gevallen vind ik het nodig dat onder mijn verantwoordelijkheid, naast het algemeen weerbericht, specifieke en eventueel geregionaliseerde, berichtgeving plaatsvindt. Dat is dan in verband met de veiligheid of in de uitzonderlijke gevallen dat extreem weer wordt verwacht en in de vorm van waarschuwingen voor extreem weer of een weeralarm. Om ervoor te zorgen dat deze specifieke berichtgeving zo zorgvuldig en effectief mogelijk is, zijn bij het opstellen van een waarschuwing voor extreem weer naast het KNMI ook commerciële weerbedrijven betrokken. Daarnaast zijn bij het opstellen van een weeralarm, ten minste betrokken het Verkeerscentrum Nederland, het Korps Landelijke Politie Diensten, de Luchtverkeersleiding Nederland, de nationale en departementale crisiscentra en de ANWB.
Deelt u de mening dat informatie van het KNMI zodanig moet zijn dat op basis van deze informatie een regionale en evenement gerelateerd betrouwbare weersvoorspelling kan worden gedaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, biedt de nog altijd voorliggende wijziging van de Wet op het KNMI (Kamerstuk 32 379) in deze gevallen soelaas?
De waarneeminfrastructuur van het KNMI levert betrouwbare gegevens. Deze worden aan ieder die dat wenst ter beschikking gesteld. Commerciële weerbureaus kunnen mede op basis van deze gegevens specifieke weersverwachtingen verzorgen.
Acht u naast regionalisering van het weeralarm, regionalisering van de weersvoorspelling wenselijk, gezien de verstrekkende gevolgen van een vals alarm weersvoorspelling? Waarom niet?
Zie mijn antwoord op vraag 4.
Kunt u gezien het voorafgaande bij wijze van proef de Sneekweek van een betrouwbare regionale weersvoorspelling laten voorzien?
Voor een regionale weersvoorspelling ten behoeve van de Sneekweek verwijs ik naar de commerciële weerproviders.
Het houden van powerboatraces in de Waddenzee |
|
Esther Ouwehand (PvdD), Marianne Thieme (PvdD) |
|
|
|
|
Klopt het dat er een vergunningaanvraag op uw bureau ligt voor het houden van de Grand Prix of the Sea op de Waddenzee, een driedaagse «powerboatrace»? Zo ja, wanneer beslist u over deze aanvraag? Zo nee, hoe zit het dan?1
Nee. Ik heb een handhavingsverzoek in het kader van de Flora- en faunawet ontvangen van de Waddenvereniging. Dit handhavingsverzoek is echter niet meer aan de orde, omdat de organisatie het evenement heeft afgeblazen. Omdat de organisatie het evenement volgend jaar wel doorgang wil laten vinden, heb ik de organisatie erop gewezen dat het evenement mogelijk strijdig is met de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet en dat, als dat zo is, het evenement geen doorgang kan vinden zonder dat daarvoor dezerzijds ontheffing is verleend. Ik heb de organisatie geadviseerd een ontheffingsprocedure te starten.
Wat vindt u van het idee om supersnelle boten met zware motoren tot wel 225 km per uur te laten scheuren in een «aquarena» in een beschermd natuurgebied? Deelt u de mening dat een dergelijke Grand Prix ongewenst is gezien de grootschalige verstoring die het veroorzaakt voor het leven in en rond (een beschermd deel van) de zee? Zo nee, vindt u dan dat een autorace op de Veluwe ook moet kunnen?
In zijn algemeenheid is het zo dat activiteiten met een mogelijke verstorende of verslechterende invloed op instandhoudingsdoelstellingen in een Natura 2000-gebied zoals de Waddenzee worden onderworpen aan het beschermingsregime van de Natuurbeschermingswet. Zo’n activiteit kan alleen toegestaan worden, indien de zekerheid is verkregen dat er geen significante gevolgen zullen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen. De best beschikbare wetenschappelijke kennis, bijvoorbeeld over de effecten van onderwatergeluiden op bruinvissen, moet bij deze effectbeoordeling gebruikt worden. Alle activiteiten moeten op dezelfde wijze worden getoetst en de cumulatieve effecten van al deze activiteiten moeten worden meegewogen, op de korte termijn door alle andere bekende activiteiten mee te wegen, voor de langere termijn op basis van monitoringsgegevens en trendanalyses van de staat van instandhouding van de beschermde natuurwaarden. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen staat voorop, activiteiten die daaraan niet in de weg staan zijn in dat kader niet onwenselijk.
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland is in deze het bevoegd gezag. Ik ga ervan uit dat Gedeputeerde Staten van Noord-Holland weloverwogen, in het licht van hetgeen ik hiervoor heb uiteengezet, tot een besluit is gekomen. Tegen het betreffende besluit is bovendien bezwaar en beroep mogelijk.
De Waddenvereniging heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. De door de Waddenvereniging gevraagde voorlopige voorziening is niet toegewezen. In de bodemprocedure moet nog uitspraak worden gedaan.
Of aanvankelijk de vergunningaanvraag is geweigerd en vervolgens wel is verleend, is mij niet bekend. Voor het verkrijgen van het betreffende besluit en de onderliggende stukken op basis waarvan het besluit is genomen, kunt u zich wenden tot de provincie Noord-Holland.
Bent u bereid om, gelet op de overlast en de verstoring die een powerboatrace zal veroorzaken, het voorzorgbeginsel toe te passen en de benodigde vergunning te weigeren? Zo nee, hoe zal uw toestemming voor een verstorend spektakel met raceboten in de Waddenzee zich verhouden tot beperkende maatregelen in de visserijsector die vanuit de opgave de mariene natuur te beschermen reeds zijn opgelegd en nog zullen volgen? Deelt u de mening dat een ruimhartige benadering van de vergunningaanvraag voor de powerboatraces het draagvlak voor natuurbeschermende maatregelen in de visserijsector op het spel kan zetten? Zo ja, deelt u de mening dat dit een onverstandige zet zou zijn? Zo nee, waarom denkt u van niet?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat de provincie Noord-Holland eerst geen vergunning verleende op basis van de second opinion van Altenburg & Wymenga, maar dat na aanvullende informatie van de organisatie de vergunning wel werd verleend? Zo ja, bent u bereid deze aanvullende informatie op te vragen en naar de Kamer te zenden tezamen met de second opinion en het oorspronkelijke IMARES rapport? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat, gezien voorschrijdend wetenschappelijk inzicht uitwijst dat onderwatergeluid in de Noordzee schade toebrengt aan vissen en zeezoogdieren en migraties verstoort, een verdere toename van dit geluid onwenselijk is en in strijd is met de wettelijke verplichtingen ter bescherming van deze soorten? Zo nee, waarom niet?2
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat het toestaan van powerboatraces in een beschermd natuurgebied gezien de verstorende en verontrustende werking op vogels, vissen en zeezoogdieren niet in lijn is met de zorgplicht die voortvloeit uit de Flora- en faunawet? Zo nee, waar baseert u dat op?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat, gezien bruinvissen erg gevoelig zijn voor onderwatergeluid en schepen mijden, het houden van races in hun leefgebied mede gezien de staat van instandhouding niet wenselijk is en dus niet toegestaan kan worden? Zo nee, waar baseert u dat op?3
Zie antwoord vraag 2.
Kunt u toelichten op welke wijze cumulatie, zowel op de korte als lange termijn gezien de vergunning voor vijf jaar is, is meegenomen in de vergunningprocedure? Wordt hierbij ook rekening gehouden met activiteiten op andere dagen zoals de vlootdagen, gezien dit de dieren in het gebied ook verstoort? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Onderschrijft u dat wanneer sprake is van een verstoord gebied dit geen vrijbrief is voor het houden van nog meer verstorende activiteiten, gezien de mogelijkheid tot cumulatie en dus optreden van significante effecten toeneemt? Zo ja, bent u bereid in Noord-Holland aandacht te vragen voor cumulatie gezien nu de indruk wordt gewekt dat verdere verstoring in een verstoord gebied geen probleem is?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid, gezien de bescherming van de Waddenzee een taak van het Rijk is, er bij de provincie op aan te dringen het besluit tot verlenen van een Natuurbeschermingswetvergunning te herzien?4
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid om alles in het werk te stellen om te voorkomen dat deze races in de Waddenzee gehouden worden?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat powerboatraces hoe dan ook overlast veroorzaken voor mens, dier, natuur en milieu en om die reden niet aangemoedigd zouden moeten worden? Zo ja, bent u bereid te verklaren dat er voor dergelijke evenementen geen plaats is in de Nederlandse wateren? Zo nee, hoe verklaart u dan de uitspraak van de organisator zelf, die zegt zich «suf te hebben gezocht» naar een locatie die geen overlast veroorzaakte?
Zie antwoord vraag 2.
De dreigende sluiting van recreatiepark "OASE Hoenderloo" dat grenst aan Schietkamp Harskamp |
|
Raymond Knops (CDA), Han ten Broeke (VVD), Joël Voordewind (CU) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht over de opzegging van de erfpachtovereenkomst door Defensie per 31 december 2011 en de sluiting van het recreatiepark als gevolg daarvan?1
Ja. Het desbetreffende bericht van de website www.edestad.nl dateert van 2 juni 2009. De kwestie is enkele malen aan de orde gekomen in overleg met de Kamer. Met de brieven van 4 augustus 2010 en 13 oktober 2010 is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken (Handelingen TK 2009–2010, Aanhangsel nr. 3013 en Kamerstuk 32 500 X, nr. 6).
Klopt het dat Defensie eenzijdig de erfpachtovereenkomst heeft opgezegd? Wat is de reden voor deze opzegging?
De erfpacht van het perceel waarop recreatiepark De Oase te Hoenderloo is gevestigd, is op 1 januari 1983 ingegaan voor een periode van 30 jaar en eindigt van rechtswege op 1 januari 2013. Het recreatiepark grenst aan het Infanterie Schietkamp (ISK). In 2007 is voor het ISK een nieuwe milieuvergunning inclusief geluidszonering tot stand gekomen. Deze milieuvergunning bracht onder andere vanwege het recreatiepark beperkingen aan het gebruik van het ISK met zich mee. Dit is onwenselijk omdat het ISK van belang is voor de opleiding en training van defensiepersoneel en de operationele gereedstelling van eenheden. Vanwege de beperkingen van de milieuvergunning is besloten dat de erfpacht van het recreatiepark niet zal worden verlengd na de afloop van de termijn. In mei 2008 zijn de eigenaren van het recreatiepark hiervan op de hoogte gebracht.
Klopt het dat door Defensie tot op heden niet behoorlijk is ingegaan op bijvoorbeeld het tegenvoorstel van de belangenvereniging van augustus 2009? Zo nee, wat heeft u wel ondernomen om de recreanten tegemoet te komen?
Ik ben mij bewust van de gevolgen van het besluit de erfpacht niet te verlengen. Defensie heeft het besluit dan ook in een vroeg stadium, in mei 2008, bekendgemaakt teneinde de gevolgen ervan te beperken en de gebruikers van het terrein voldoende tijd te geven een alternatief te vinden. De eigenaren van het recreatiepark hebben begin 2010 een juridische procedure aanhangig gemaakt. Zoals gemeld in de brief van 13 oktober 2010 hebben de eigenaren deze procedure aangehouden in afwachting van de oplossing die in overleg tussen Defensie en de eigenaren van het recreatiepark wordt gezocht. Er zijn inmiddels met de eigenaren meerdere gesprekken gevoerd en begin dit jaar heeft Defensie een voorstel gedaan. Om te voorkomen dat deze gesprekken met de eigenaren worden doorkruist, heeft Defensie met de recreantencommissie van De Oase alleen schriftelijk gecommuniceerd.
Vindt u dat het van behoorlijk bestuur getuigt om op deze manier om te gaan met recreanten die soms al 30 jaar hun vakantie en weekenden naast een Defensieterrein doorbrengen en daar nooit een probleem van hebben gemaakt?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid op korte termijn in gesprek te gaan met de lokale belangenvereniging, waartoe expliciet is opgeroepen in de motie Knops c.s.2, teneinde tot een oplossing te komen die voor alle partijen acceptabel is?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u verder bereid in het licht van de bezuinigingen op de infrastructuur van Defensie en de Strategische Visie Vastgoed nog voor 1 juli 2011 de beslissing om de erfpachtovereenkomst te beëindigen, te heroverwegen?
De beëindiging van de erfpacht van het recreatiepark De Oase is noodzakelijk vanwege de operationele beperkingen aan het gebruik van het ISK. Er is geen verband met de bezuinigingen en de gevolgen daarvan voor het vastgoed van Defensie. Een heroverweging van het besluit is daarom niet aan de orde.
Bezuiningen op politiebeveiliging evenementen |
|
Ronald van Raak (SP) |
|
|
|
|
Waarom wilt u 30 miljoen bezuinigen op het budget van de politie?1 Wanneer hebt u hierover overleg gevoerd met de vakbonden? Wat vonden die daarvan?
In het regeerakkoord staat dat het kabinet komt met een voorstel inzake doorberekening van veiligheidskosten voor vergunningplichtge commerciële evenementen van incidentele aard. De daaraan gekoppelde ombuiging van 30 miljoen is in de cijfers opgenomen vanaf het jaar 2012. Het wetsvoorstel dat doorberekening regelt is in consultatie gegaan. De vakbonden hebben dan de mogelijkheid hierop te reageren.
Klopt het dat deze bezuinigingen ten koste zullen gaan van zo’n 300 politieagenten?
Nee. Uitgangspunt van het voorstel is het bewerkstelligen van een efficiëntere inzet van de (beperkte) politiecapaciteit bij evenementen door de verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen op het gebied van openbare orde en veiligheid waar mogelijk bij de organisatoren neer te leggen. Bij de consultatie staan de inhoud en reikwijdte van het voorstel centraal. Mocht bij de implementatie van de wet blijken dat er sprake is van lagere ontvangsten dan in het regeerakkoord opgenomen dan zal het verschil dat ontstaat op de politiebegroting, worden gedekt met een samenhangend pakket aan maatregelen, zonder dat dit ten koste gaat van de afspraken over de sterkte van de politie. Deze zullen te zijner tijd in de begroting concreet worden benoemd.
Waarom gaat u bezuinigen, terwijl de exacte effecten van uw voornemens nog niet bekend zijn?
Zie het antwoord op vraag 2.
Wanneer kan de Kamer uw voorstel over het doorberekenen van de kosten van de beveiliging van evenementen verwachten?
Het voorstel is in consultatie en zal op basis van de reacties daar waar nodig worden aangepast en vervolgens worden voorgelegd aan de Raad van State. Daarna zal het voorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. Dit zal nog in 2011 zijn.
Kunt u daarbij aangeven wat de exacte gevolgen voor de inzetbaarheid, capaciteit en financiën van de politie, zullen zijn?
Gezien het beoogde doel, een efficiëntere inzet van de politie, verwacht ik dat de druk op de politiecapaciteit zal afnemen. Over de financiële gevolgen van dit wetsvoorstel verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 2.
De opheffing van het Kenniscentrum Recreatie |
|
Lutz Jacobi (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het persbericht van het Kenniscentrum Recreatie (KCR) waarin het centrum aankondigt zichzelf noodgedwongen te moeten opheffen wegens het stopzetten van de subsidie?1
Ja.
Welke argumenten heeft u om de subsidie aan het KCR volledig stop te zetten, in de wetenschap dat toerisme en recreatie een groeiende, innovatieve sector in Nederland is die vooral aan lager geschoold personeel veel werkgelegenheid biedt?
Als gevolg van de bezuinigingen uit het regeerakkoord en de hierin opgenomen decentralisatie-opgaven met betrekking tot natuur, landschap en recreatie wordt ook de structurele bijdrage van EL&I aan het Kenniscentrum Recreatie (KCR) vanaf 2012 tot 2014 afgebouwd.
Bent u het eens met de stelling dat kennisontwikkeling op het gebied van toerisme, recreatie en vrije tijd van groot belang is voor de toekomst van de sector? Zo ja, hoe draagt u daaraan concreet bij?
Kennisontwikkeling is zeker van belang voor de toekomst van de sector. Nederland heeft diverse kennis- en onderzoeksinstellingen die zich voornamelijk of deels bezighouden met toerisme, recreatie en vrije tijd. Ik denk daarbij onder meer aan door mij ondersteunde instellingen als CBS, NBTC, Alterra en WUR. Met het KCR heb ik afgesproken dat zij zich de komende tijd zullen inspannen om hun «erfenis» zo goed mogelijk onder te brengen bij betrokken partners en andere kennisinstellingen. Overigens lopen op dit moment initiatieven binnen de kennis- en onderzoekswereld om meer samen te werken op de terreinen van toerisme, recreatie en vrije tijd.
Bent u, gezien het belang van de sector voor de Nederlandse economie, bereid de kennisleemte die gaat ontstaan door het opheffen van het KCR elders te compenseren? Zo ja, hoe gaat u de sector ondersteunen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
De gevolgen voor het uitgaansleven van gewijzigde BUMA regels |
|
Boris van der Ham (D66), Kees Verhoeven (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat auteursrechtorganisatie BUMA de maximale toegestane gage voor dj’s en artiesten verlaagt van € 3000 naar € 1000?
Het gaat niet om maximering van de toegestane gage, maar om wijziging van het drempelbedrag waarboven de vergoeding voor live optredens op een andere wijze wordt berekend.
Wat betekent deze maatregel voor de kosten van ondernemers die clubs en poppodia exploiteren?
De per 1 januari jl. doorgevoerde wijziging van de drempel is onderdeel van collectieve afspraken tussen BUMA en Koninklijke Horeca Nederland. De doorgevoerde wijziging geldt volgens BUMA nu alleen voor de horeca en niet voor poppodia.
Volgens BUMA wordt de drempel verlaagd om de tarieven in de horeca meer gelijk te trekken met de tarieven voor live-optredens in het algemeen. Daarnaast kan de huidige drempel van 3000 euro een oneigenlijk effect hebben op de gages van artiesten, omdat horeca-ondernemingen er belang bij kunnen hebben om die gages onder de 3 000 euro te houden. BUMA verwacht dat dit effect met de verlaging naar 1000 euro minder zal optreden.
BUMA vraagt bij live optredens een vergoeding voor de componisten, tekstdichters en muziekuitgeverijen. Indien de recette of het bedrag van de gage/uitkoopsom onder een drempel blijft, geldt een tarief op basis van de oppervlakte van de horeca-onderneming. In de afspraken tussen BUMA en Koninklijke Horeca Nederland is de drempel, die gerelateerd is aan de recette of de gage/uitkoopsom van de uitvoerende artiest, per 1 januari 2011 verlaagd van € 3 000 naar € 1000. Boven deze drempel geldt niet de vergoeding op basis van de oppervlakte van de onderneming, maar een vergoeding in de vorm van een percentage van de recette of de gage/uitkoopsom (3, 5 of 7%). Bij overschrijding van de drempel geldt dus geen extra vergoeding, maar wordt de vergoeding op een andere wijze berekend.
De precieze gevolgen voor de kosten van horeca-ondernemers zijn moeilijk in te schatten, omdat die per geval kunnen verschillen. In de media is vanuit de danceclubs gesteld dat de maatregel voor hen veel gaat kosten en dat het bedrag dat aan BUMA moet worden afgedragen kan oplopen tot € 800 per clubavond. Het College van Toezicht auteursrecht behandelt momenteel een klacht die een belanghebbende hierover heeft ingediend.
De vergoedingenkwestie die nu speelt onderstreept het belang van de voorstellen die ik ten aanzien van het collectief beheer heb aangekondigd in de speerpuntenbrief auteursrecht 20©20.1 Het thans bij de Kamer aanhangige wetsvoorstel toezicht2 voorziet in preventief toezicht op tariefstijgingen en op een geschillencommissie voor geschillen over de hoogte en de toepassing van vergoedingen die collectieve beheersorganisaties aan gebruikers in rekening brengen. De voorgestelde geschillencommissie zorgt voor een duidelijke structuur waarbinnen kwesties omtrent vergoedingen in de toekomst kunnen worden opgelost. Zoals ook in de speerpuntenbrief werd vermeld, kan het wetsvoorstel toezicht wat het kabinet betreft voortvarend in behandeling worden genomen.
Hoeveel van de gedurende 2010 georganiseerde evenementen zouden niet meer onder de licentie vallen indien deze nieuwe regelgeving van toepassing was geweest?
Volgens informatie van BUMA waren er in 2010 binnen het tarief amusementsmuziek ongeveer 100 000 evenementen. Volgens BUMA zouden daarvan onder de nieuwe regeling ongeveer 5000 evenementen niet meer worden aangeslagen op basis van de oppervlakte van de onderneming, maar op basis van een percentage van de recette of de gage/uitkoopsom.
Is in de besluitvorming over deze maatregel ook rekening gehouden met de gevolgen van de BTW-verhoging voor deze ondernemers van 6% naar 19%?
Nee. De BTW-verhoging op podiumkunsten heeft voor deze sector in de onderhandelingen tussen BUMA en Koninklijke Horeca Nederland geen rol gespeeld.
Wat is de verwachte opbrengst voor BUMA van deze maatregel?
De financiële gevolgen van de maatregel voor BUMA en haar leden kunnen tevoren niet goed worden ingeschat. Die gevolgen zullen onder andere afhangen van het aantal evenementen dat in 2011 plaatsvindt en van de hoogte van de daarbij behorende recettes of gages van de artiesten.
Wat zal er met de eventuele extra opbrengst gebeuren?
Het is aan BUMA om geïncasseerde bedragen in overeenstemming met de daarvoor geldende repartitiereglementen te verdelen onder de aangesloten rechthebbenden.
De rechtspositie van eigenaren van vakantiehuisjes |
|
Lutz Jacobi (PvdA), Pauline Smeets (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van het feit dat in het SER-voorwaardenoverleg Recreatie weinig of geen vooruitgang wordt geboekt met het maken van een aparte set RECRON-voorwaarden voor langkampeerders, in het bezit van een vast recreatieverblijf, zoals zomerhuizen en chalets?1
Ja.
Is het u bekend dat om die aparte voorwaarden door uw ambtsvoorganger in mei 2010 is gevraagd?
Ja.
Hoe beoordeelt u in dat licht de stand van zaken bij het SER-voorwaardenoverleg?
Dat het vaststellen van de nieuwe voorwaarden iets langer duurt dan verwacht, vind ik geen reden tot zorg. Ik heb vertrouwen in de voortgang van het proces.
Waarom vermelden de RECRON-voorwaarden 2003 dat deze voorwaarden bedoeld zijn «voor vaste plaatsen voor verplaatsbare kampeermiddelen» en beperken de RECRON-voorwaarden 2006 en 2008 zich vervolgens tot voorwaarden «voor vaste plaatsen»?
Voor een toelichting op de RECRON-voorwaarden verwijs ik u naar de RECRON zelf.
Bent u ervan op de hoogte dat, naar een ruwe schatting van de ANWB, in de afgelopen tien jaar ongeveer 25 000 langkampeerders zijn weggestuurd en dat zij een vermogensverlies van 250 miljoen euro hebben geleden, verdeeld over een vijftigtal recreatieparken? Wat is uw reactie op deze feiten?
Bij herstructurering van recreatieparken kan het voorkomen dat bestaande huurovereenkomsten worden opgezegd en huurders hun vakantieverblijf van de standplaats moeten verwijderen. Daarbij is echter niet in alle gevallen sprake van vermogensverlies. De huurders kunnen immers een vervangende standplaats aangeboden krijgen, of compensatie voor het verwijderen van hun vakantieverblijf.
Deelt u de mening dat zich hier een sociaal-maatschappelijk probleem voordoet? Zo ja, wat is uw concrete inzet om dit probleem aan te pakken?
In hoeverre het verlies aan recreatiestandplaatsen en particulier vermogen als een sociaal-maatschappelijk probleem aangemerkt kan worden, is niet aan mij om te beoordelen. De betrokkenen hebben mogelijkheden om daar iets tegen te doen. Indien de RECRON-voorwaarden van toepassing zijn op een individuele situatie, kunnen recreatieondernemers daaraan worden gehouden en kan het geschil worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Recreatie. In andere gevallen is het mogelijk om geschillen voor te leggen aan de burgerlijke rechter.
Hoe beoordeelt u een recent onderzoek van de Universiteit van Utrecht2 naar de bescherming van de huurders van standplaatsen op campings en recreatieparken, waarin tot een hiaat in wet- en regelgeving wordt geconcludeerd? Bent u bereid te onderzoeken of aanvullende wetgeving nodig is? Zo nee, waarom niet?
De RECRON-voorwaarden zijn een vorm van zelfregulering, die specifieke regels bevat in aanvulling op de reeds bestaande wettelijke bescherming. Aanvullende wetgeving is zodoende niet aan de orde.
Zou het te overwegen zijn een standaardregeling ex. artikel 6:214 BW te ontwerpen, waardoor het verhuren van vaste standplaatsen met daarop (te bouwen) vaste recreatieverblijven slechts mogelijk wordt, indien door de verhuurder aan de huurder bijbehorende zakelijke rechten worden verleend (opstalrechten, duurcontracten en erfpacht), tenzij verhuurder vooraf aan de huurder kenbaar maakt, dat hij van deze standaardregeling wenst af te wijken (BW 6:214.5)? Zo nee, waarom niet?
Een dergelijke standaardregeling lijkt mij niet aan de orde zolang niet vast is komen te staan dat de huidige wetgeving en privaatrechtelijke algemene voorwaarden inzake het verhuren van vaste standplaatsen voor recreatieverblijven ontoereikend zouden zijn. Bovendien zou wetgeving het in gang gezette zelfreguleringsproces doorkruisen.
Onderkent u dat door een – kennelijke – leemte in de wetgeving projectontwikkelaars op goedkope wijze verhuurde recreatiegrond kunnen verwerven en ontruimen met de bedoeling om daarop dure recreatiewoningen voor hogere marktsegmenten te bouwen, de grond te verkavelen en uit te ponden? Zo nee, waarom niet?
Rechten en plichten van huurder en verhuurder zijn vastgelegd in de wet en in privaatrechtelijke huurovereenkomsten. Huurders die menen schade te ondervinden van de handelwijze van een projectontwikkelaar hebben de mogelijkheid om zich tot de burgerlijke rechter te wenden.
Bent u bereid met de VNG en het IPO te overleggen over het specifieker benoemen van de bestemming van recreatiegronden in gemeentelijke beleids- en bestemmingsplannen, zoals door de gemeente Soest is gedaan na problemen met de projectontwikkelaar die nu klaar staat het natuurpark De Ridderhof te Lage Vuursche te ontmantelen? Zo nee, waarom niet?
Het specifiek benoemen van de functie van gebieden en terreinen is een taak van de gemeente. Het feit dat de gemeente Soest de bestemming van recreatiegronden zodanig heeft benoemd dat voldoende zekerheid voor de huurders in het natuurpark kon worden bereikt, laat zien dat gemeenten het inderdaad zelf kunnen oplossen.
Een bezoek aan het recreatiepark Parc Patersven in Zundert |
|
Paul Ulenbelt (SP) |
|
|
|
|
Hoe verklaart u dat er bij uw bezoek aan Parc Patersven op 23 februari 2011 geen gesprek met bewoners van het park1 was gepland, terwijl dat wel in de lokale pers was aangekondigd?2 Wist u voorafgaand aan het bezoek dat er tijdens het bezoek alleen gesproken zou worden met lokale en regionale CDA-ers?
Ik ben door de provinciale afdeling van het CDA in Brabant uitgenodigd om een bezoek te brengen aan het recreatiepark Parc Patersven in Zundert. Het bezoek had de problematiek met betrekking tot de grote groep Poolse arbeidsmigranten in de gemeente Zundert als thema. Er was voorzien in een ontvangst door de burgemeester, gevolgd door een gesprek met de lokale fractie van het CDA, de Vereniging van Eigenaren en de beheerder van het park. Na afloop van het gesprek was er gelegenheid voor anderen om hun standpunten of andere onderwerpen naar voren te brengen.
Wat is uw oordeel over het feit dat de beheerder van het park wel van de organiserende CDA-fractie de mogelijkheid kreeg om met u in gesprek te gaan over de problematiek van de arbeidsmigranten op het park, en de bewoners en andere belangstellenden niet?
Zie antwoord vraag 1.
Wat is uw antwoord op de vragen van de lokale CDA-afdeling zoals die in een persbericht zijn geformuleerd?3
De onderwerpen, zoals die door de lokale fractie van het CDA aan de orde zijn gesteld worden, waar mogelijk, meegenomen met het pakket van maatregelen dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Binnenlandse Zaken en mijzelf wordt voorbereid. Ik verwijs u voor het overige naar de antwoorden op de Kamervragen van de heren Spekman en Van Dam.4
Hebt u al contact gelegd met de burgemeester om te bemiddelen tussen de partijen op Patersven, zoals u toezegde aan de bewoners na de CDA-bijeenkomst? Zo nee, wanneer gebeurt dat? Zo ja, wanneer vinden de gesprekken plaats?
Er is contact geweest met de burgemeester. Er is in de gemeente op bestuurlijk niveau veel aandacht voor de problematiek op het park Patersven. In het kader van het legaliseringstraject ten behoeve van permanente bewoning dat door de gemeente Zundert is opgestart, worden strakke regels gesteld en afspraken gemaakt met de beheerder.
De problematiek is echter gecompliceerd, omdat het om én eigen bewoning én verhuur aan uitzendbureaus gaat. Ik heb er niettemin alle vertrouwen in dat betrokken partijen zich zullen inzetten om tot een werkbare verstandhouding te komen.