| Ingediend | 29 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 14 september 2026 (na 47 dagen) |
| Indieners | Annelotte Lammers (PVV), Shanna Schilder (PVV), René Claassen (PVV), Nicole Moinat (PVV) |
| Beantwoord door | Mirjam Sterk (CDA), David van Weel (VVD), Enneüs Heerma (CDA), Letschert |
| Onderwerpen | bestuur cultuur en recreatie organisatie en beleid religie |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16564.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-3046.html |
Ja.
Inmiddels heeft de herdenking plaatsgevonden. Hierbij waren de Israëlische ambassadeur en de burgemeester aanwezig. De burgemeester heeft haar zienswijze hierover kenbaar gemaakt. Een beoordeling van het handelen van de burgemeester is niet aan mij, zij legt hiervoor verantwoording af aan de gemeenteraad. Burgemeesters opereren in een veranderende en ingewikkelde maatschappelijke context. De burgemeester heeft hierbij beste zicht op de situatie ter plaatse.
Het is aan de burgemeester besluiten te nemen in het kader van de handhaving van de openbare orde. De burgemeester bepaalt bij wie – in het kader van een juiste besluitvorming – informatie wordt ingewonnen en hoe deze wordt gewogen.
De stichting gaat inderdaad zelf over de organisatie van een herdenking. Een beoordeling van de uitlatingen van de burgemeester in het kader hiervan is niet aan mij. De burgemeester legt alleen verantwoording af aan de gemeenteraad, zoals verwoord in artikel 180 van de Gemeentewet.
De burgemeester gaat zelf over haar uitlatingen. Het is daarnaast aan de burgemeester besluiten te nemen in het kader van herdenkingen. Over haar handelen legt zij verantwoording af aan de gemeenteraad, dat is niet aan mij om te beoordelen. Daarnaast is het van het grootste belang dat het gesprek hierover eerst en vooral op gemeentelijk niveau moet worden gevoerd. Juist ook omdat dat debat dan kan plaatsvinden op basis van alle relevante – ter plaatse veel beter bekende – feiten en omstandigheden.
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Het uitgangspunt dat Joodse individuen en gemeenschappen in Nederland niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het beleid van de regering van de staat Israël geldt onverkort. Het staat burgers in een democratie vrij om kritiek te hebben op beleid van welke regering dan ook. Dit rechtvaardigt echter niet dat individuele personen of gemeenschappen verantwoordelijk worden gehouden voor beleid van een regering waarmee zij slechts worden geassocieerd. Dit is ongepast.
Daar ben ik mee bekend. De organisatie van de herdenking is aan de organisatoren. De burgemeester kan op grond van de Wet openbare manifestaties (Wom) hier kaders aan stellen.
De Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding heeft een coördinerende en adviserende rol. Hij brengt de aard en omvang van antisemitisme in Nederland in kaart, en adviseert het Kabinet, de ministeries en lokale overheden over de bestrijding ervan, op basis van patronen en trends. De strekking van uw verzoek valt hier niet onder.
De vragen van de leden Moinat, Schilder en Claassen (allen Groep Markuszower) over politieke druk op de Holocaustherdenking bij Loods 24, de rol van burgemeester Schouten en de onafhankelijkheid van Joodse herdenkingen (2026Z16564) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat de interdepartementale afstemming langer duurt dan verwacht. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.