| Ingediend | 27 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 september 2026 (na 53 dagen) |
| Indiener | Gidi Markuszower (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
| Onderwerpen | criminaliteit europese zaken internationaal openbare orde en veiligheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16513.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-43.html |
Ja.
Het is aan de Duitse autoriteiten om hier uitspraken over te doen.
Ja.
Ja. Het kabinet veroordeelt iedere vorm van geweld, intimidatie en discriminatie. Een aanslag op personen vanwege hun seksuele geaardheid, genderidentiteit of genderexpressie is onacceptabel en raakt aan de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat. Het recht om jezelf te zijn, vrij te leven en veilig deel te nemen aan de samenleving behoort tot de kern van de vrijheden die wij in Nederland beschermen.
De aanleiding voor deze vraag biedt geen direct aanknopingspunt voor een beoordeling van het migratiebeleid. Uit de feiten die aan deze Kamervragen ten grondslag liggen, volgt niet dat de aanslag verband hield met het asiel- of migratiebeleid.
De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de taak, op basis van de Wet op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, onderzoek te doen naar personen of organisaties die (aanleiding geven tot een ernstig vermoeden dat zij) een dreiging vormen voor de nationale veiligheid. Daarnaast geldt dat, volgens de Wiv 2017, er in het openbaar geen uitspraken kunnen worden gedaan over al dan niet lopende onderzoeken van de AIVD. Binnen de politie worden signalen van radicalisering en extremisme, in afstemming met het OM, verzameld en geduid. Over het aantal personen dat bij de politie in beeld is, worden vanwege operationele belangen geen mededelingen gedaan. Zoals bepaald in de Wet Coördinatie Terrorismebestrijding en Nationale Veiligheid is de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) niet bevoegd onderzoek te doen naar organisaties en/of personen.
De onderhavige aanslag biedt geen aanknopingspunt voor de conclusie dat de bestaande screeningsinstrumenten in relatie tot de asielinstroom tekortschieten.
Het kabinet neemt iedere dreigingsvorm tegen de nationale veiligheid uiterst serieus en zet zich onverminderd in om terrorisme en extremisme in Nederland te voorkomen en te bestrijden. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante ketenbrede inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen. Tijdens de asiel- en nareisprocedure besteden organisaties binnen de vreemdelingenketen doorlopend aandacht aan signalen die de nationale veiligheid kunnen raken, waaronder mogelijke betrokkenheid bij terrorisme of extremistisch gedachtegoed. Het onderkennen van dergelijke signalen in de asielprocedure is echter een doorlopend proces dat continue ketenbrede alertheid vereist.
Daarbij is voortdurende versterking van procedures, informatie-uitwisseling en screening altijd noodzakelijk om tijdig signalen die de nationale veiligheid raken te onderkennen en daarom heeft dit ook standaard de aandacht van het kabinet.
Ondanks de zorgvuldige procedure en inspanningen kan er geen absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen.
In elke stap van de procedure (identificatie, registratie, beoordeling aanvraag en opvang) is aandacht voor het onderkennen van dergelijke signalen en kunnen deze binnen de geldende kaders worden voorgelegd aan opsporings-, inlichtingen-en veiligheidsdiensten zoals de AIVD. Daarbij geldt tevens dat extremistische opvattingen of radicalisering zich ook ná toelating kunnen ontwikkelen of manifesteren. Screening is erop gericht bekende risico's bij toelating te identificeren en kan naar haar aard geen garantie bieden tegen radicalisering of extremistische gedragingen die zich pas na toelating ontwikkelen of later pas aan het licht komen. Het onderkennen van signalen vindt plaats op basis van de informatie die beschikbaar is binnen de asielprocedure, zoals gehoren, informatie in (inter)nationale politie/justitiële systemen en informatie uit open bronnen.
In Nederland wordt op basis van actuele dreigingsinschattingen bezien welke evenementen en doelwitten als risicovol worden aangemerkt. Hiervoor worden zichtbare en onzichtbare maatregelen getroffen. Daarover wordt door de betrokken gezagen in het openbaar nooit inzicht gegeven. Daarnaast ga ik als Minister van Justitie en Veiligheid vanwege veiligheidsredenen in het openbaar niet in op vermeende doelwitten van terroristische groeperingen of geradicaliseerde eenlingen in Nederland en Europa.
Vanwege veiligheidsoverwegingen worden in het openbaar nooit uitspraken gedaan over maatregelen die worden getroffen ten behoeve van de veiligheid. Wel kunnen wij u verzekeren dat de benodigde maatregelen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, worden getroffen waar dat nodig wordt geacht en op basis van actuele dreigingsinformatie. Het is primair aan het betreffende lokale gezag waar het evenement plaatsvindt om te bepalen welke maatregelen nodig zijn.
Op dit moment staat het dreigingsniveau in Nederland op substantieel (niveau 4 van 5). Dat betekent dat een aanslag in Nederland reëel is. Bij een verhoogde dreiging of risico op een specifiek doelwit, worden de maatregelen genomen die passen bij een verhoogde dreiging. Bij ieder evenement van een dergelijke omvang wordt voorafgaand een analyse van dreiging en risico’s gemaakt op basis van de op dat moment beschikbare informatie.
De veiligheidspartners op zowel lokaal als nationaal niveau volgen daarbij de ontwikkelingen in het buitenland nauwlettend en staan in nauw contact met elkaar, mede met het oog op de mogelijke impact die deze kunnen hebben in Nederland.
In algemene zin geldt dat het bestaande vreemdelingenrecht en terugkeerbeleid voorzien in een aanpak van vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid. Indien een vreemdeling een dergelijk gevaar vormt, wordt in beginsel geen vertrektermijn gegund en dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten.
Daarnaast heeft het kabinet de aanpak van personen die een (hoog) risico vormen voor de nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf (meer) hebben verder geïntensiveerd. Hierover is uw Kamer op 22 april jl. geïnformeerd.4
Onder coördinatie van de NCTV werken alle betrokken partners, ieder vanuit de eigen processen en verantwoordelijkheden, intensief samen om de risico’s die van deze casuïstiek uitgaan te mitigeren en zicht te houden op vrijgekomen terrorismeveroordeelden totdat vertrek gerealiseerd is. Het realiseren van vertrek van dergelijke personen valt onder de portefeuille van de Minister van Asiel en Migratie. Er wordt met de hoogste prioriteit gewerkt aan het bewerkstelligen van het vertrek van personen die geen recht hebben op verblijf in Nederland en bovendien een mogelijk risico vormen voor de nationale veiligheid. Daarbij wordt ingezet op een vroegtijdige en gerichte start van het terugkeerproces, maatwerk bij vertrek en versterkte samenwerking tussen de betrokken organisaties.
Indien vertrek niet onmiddellijk kan worden gerealiseerd, kunnen – indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan – verschillende maatregelen worden ingezet. Daarbij kan worden gedacht aan vreemdelingenrechtelijke maatregelen, zoals een meldplicht, een gebiedsgebod en, indien daadwerkelijk zicht bestaat op vertrek, vreemdelingendetentie.
Daarnaast kunnen op grond van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) bestuurlijke maatregelen worden opgelegd indien de betrokkene door zijn of haar gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan. Deze bestuurlijke maatregelen kunnen bestaan uit een meldplicht, contactverbod of een gebiedsverbod, waarbij ter handhaving van het gebiedsverbod tevens elektronische monitoring kan worden opgelegd. Om een goed en compleet beeld te kunnen hebben van terrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf waarvan een hoog risico uitgaat voor de nationale veiligheid werkt het Ministerie van Justitie en Veiligheid aan aanvullende maatregelen, waaronder het vormgeven van een manier waarop betrokken partners door een integrale benadering, uniforme risicotaxaties kunnen opstellen om gerichte en effectieve maatregelen te treffen.
Verder versterkt de recent overeengekomen Europese Terugkeerverordening het terugkeerinstrumentarium voor vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid.
Zoals eerder aangegeven in vraag 6, geldt dat, volgens de Wiv 2017, er in het openbaar geen uitspraken kunnen worden gedaan over al dan niet lopende onderzoeken van de AIVD. Ook kan geen inzicht worden gegeven over of personen in beeld zijn bij de politie, en of dergelijke personen al dan niet over een verblijfsvergunning beschikken.
Zoals uw Kamer bekend is er juridisch geen ruimte voor een asielstop. De aanleiding voor deze vraag biedt evenmin een aanknopingspunt voor de conclusie dat een algemene asielstop een passend of effectief antwoord zou zijn. Uit de thans bekende feiten die aan deze Kamervragen ten grondslag liggen, volgt niet dat de aanslag verband hield met de asielinstroom. De inzet van het huidige kabinet is erop gericht om het migratievraagstuk duurzaam het hoofd te bieden. Daarom wordt er onverminderd hard aan gewerkt om maatregelen te nemen om grip op migratie te bevorderen. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor de bescherming van de nationale veiligheid door middel van gerichte maatregelen binnen het bestaande wettelijke kader.
Het kabinet is er alles aan gelegen om terrorisme tegen te gaan. Conform het coalitieakkoord investeert het kabinet in inlichtingen- en veiligheidsdiensten en een NCTV die snel en doortastend kunnen handelen en wordt de aanpak tegen terrorisme versterkt.
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord.
Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Markuszower (Groep Maruszower), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Dit weten we over de auto die op menigte inreed in Berlijn: klopjacht op verdachte Abdul B. (21), dode en meerdere gewonden» (ingezonden 27 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.