| Ingediend | 21 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 18 september 2026 (na 59 dagen) |
| Indiener | Ingrid Coenradie (PVV) |
| Beantwoord door | David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid recht strafrecht zorg en gezondheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16408.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-39.html |
Ja.
Het bestaande strafrechtelijk kader biedt verschillende mogelijkheden om gedragingen die verband houden met de 764-netwerken (behorende tot de zogenaamde «The Com», een verzamelnaam voor sadistische online netwerken) strafrechtelijk aan te pakken. Welke strafbepaling kan worden toegepast, is afhankelijk van de aard en omstandigheden van het concrete geval. Afhankelijk daarvan kan onder meer sprake zijn van bijvoorbeeld dwang, belaging of een seksueel misdrijf. Of een strafbepaling kan worden toegepast, hangt steeds af van de vraag of in het concrete geval aan de wettelijke bestanddelen van het betreffende delict is voldaan.
De 764-netwerken (en «The Com») vormen een nieuw fenomeen. Omdat de rechter zich in verschillende lopende Com-zaken nog moet uitspreken over de toepassing en reikwijdte van de relevante strafbepalingen, is het volgens het Openbaar Ministerie op dit moment te vroeg om conclusies te trekken over de toereikendheid van het bestaande strafrechtelijk kader. Ik wacht de voorliggende uitspraken af en blijf hierover in gesprek met het Openbaar Ministerie en de politie om dit nauwlettend te volgen.
Zie antwoord vraag 2.
The Hague Centre for Strategic Studies heeft recent een rapport1 opgeleverd over de dreiging van Com-netwerken, waar 764-netwerken onderdeel van zijn. Het rapport en de kabinetsreactie op dit rapport zijn op 22 mei 2026 naar uw Kamer verzonden2.
Het rapport schetst een drievoudige dreiging van Com-netwerken: kans op aanslagen, jeugdbeschermingsrisico’s en de bredere zorgwekkende ontwikkeling van online normvervaging en geweldsverheerlijking. De groepen, met veelal (zeer) jonge leden, houden zich bezig met sextortion, het maken en verspreiden van kinderpornografisch materiaal, het mishandelen van dieren, moord, aanslagen, en het aanzetten tot automutilatie, geweldpleging of zelfdoding. Daarbij lopen dader- en slachtofferrollen geregeld door elkaar heen en is detectie vaak lastig.
Het rapport beschrijft ook de systematische praktijk van (digitaal) seksueel misbruik, en dwang of aanmoediging tot automutilatie of zelfdoding. Deze praktijken zijn gebaseerd op een afhankelijkheidsdynamiek tussen daderfiguren en slachtofferfiguren. Daders profileren zich als een vriend van het slachtoffer maar zijn intussen uit op «het bezit» van zoveel mogelijk slachtoffers (meestal meisjes). Het gaat dus inderdaad niet om één enkele online uitlating, maar om stelselmatige psychologische beïnvloeding.
Zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 2 en 3, is het momenteel nog te vroeg om conclusies te trekken over de toereikendheid van het bestaande strafrechtelijk kader.
Nee, dit is niet bekend. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben aangegeven geen afzonderlijke registratie hiervan bij te houden. Daarnaast moet de rechter zich in verschillende lopende Com-zaken nog uitspreken over de toepassing en reikwijdte van de relevante strafbepalingen. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om een volledig beeld te geven van de mate waarin de huidige strafwetgeving beperkingen oplevert voor de vervolging van dergelijke zaken. Samen met de betrokken partners blijf ik de ontwikkelingen in de praktijk en de toepassing van de huidige strafwetgeving nauwgezet volgen.
Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
In het Verenigd Koninkrijk is in 2023 de Online Safety Act ingevoerd3. Het publiceren van berichten die een ander aanmoedigen tot ernstige zelfbeschadiging is hiermee expliciet strafbaar gesteld. Het aanzetten tot zelfdoding was al langer strafbaar onder de Suicide Act (1961)4. In Frankrijk is het specifiek strafbaar om «propoganda of reclame» te maken voor producten, objecten of methoden om jezelf van het leven te beroven of in levensgevaar te brengen5.
Uitlokking tot een strafbaar feit is in Nederland alleen strafbaar als de gedraging waartoe wordt aangezet zelf een strafbaar feit is. Zelfbeschadiging is geen strafbaar feit. Het aanzetten tot zelfdoding is zelfstandig strafbaar gesteld, indien de zelfdoding ook daadwerkelijk volgt (art. 294 Sr.). Zoals in het antwoord op vraag 2 en 3 al aan de orde kwam, kent het bestaande strafrechtelijk kader wel verschillende andere mogelijkheden om gedragingen als het aanmoedigen tot (ernstige) zelfbeschadiging strafrechtelijk aan te pakken. Zoals gezegd blijf ik in gesprek met het Openbaar Ministerie en de politie over de toereikendheid van dit strafrechtelijk kader. Daarbij worden ook inzichten uit de ons omringende landen betrokken.
Ik verwacht dat het wetsvoorstel dat op dit moment in consultatie is, ook voor ernstige online gedragingen van aanvullende betekenis kan zijn. Het wetsvoorstel bevat een expliciete strafbaarstelling van dwingende controle en een aanpassing van de strafbaarstelling van mishandeling, zodat duidelijk is dat ook psychische mishandeling strafbaar is. Het is voorstelbaar dat in deze 764-netwerken gedragingen worden gepleegd waarin het patroonmatige gedrag van dwingende controle is te herkennen en waarbij dat gedrag eveneens tot oogmerk heeft macht over de ander uit te oefenen. Verder is voorstelbaar dat in voorkomende gevallen (waarin geen sprake is van patroonmatig handelen of voornoemd oogmerk) sprake is van psychische mishandeling. Daarnaast is het mogelijk dat de in het wetsvoorstel opgenomen uitbreiding van de strafbaarheid voor het dreigen met het openbaar maken van seksueel beeldmateriaal van betekenis is. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval kunnen deze strafbaarstellingen of andere strafbepalingen, zoals die genoemd in vraag 3, een grondslag vormen om tot strafrechtelijke vervolging over te gaan.
Zie antwoord vraag 9.
Zoals aangegeven in antwoord op de vragen 9 en 10 bieden zowel bestaande strafbaarstellingen als de in het genoemde wetsvoorstel opgenomen bepalingen mogelijkheden om op te treden tegen verwerpelijke gedragingen die online voorkomen. Ik ben graag bereid om uw Kamer voor de behandeling van het wetsvoorstel te informeren over de genoemde mogelijkheden om op te kunnen treden tegen die gedragingen, te verkennen of er aanleiding is om tot nadere wetgevende of beleidsmatige maatregelen over te gaan en zo ja, op welke wijze dit dan het beste gerealiseerd kan worden.
Zie antwoord vraag 11.
Zie antwoord vraag 11.
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Coenradie (JA21), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de strafrechtelijke aanpak van zogenoemde 764-netwerken en de mogelijke aansluiting bij het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld (ingezonden 21 juli 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.