| Ingediend | 16 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 augustus 2026 (na 41 dagen) |
| Indiener | Christine Teunissen (PvdD) |
| Beantwoord door | van Essen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
| Onderwerpen | internationaal natuur- en landschapsbeheer natuur en milieu organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16274.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2767.html |
Wanneer er signalen zijn dat er illegaal gekapt hout op de Nederlandse markt terecht komt, wordt hier handhavend tegen opgetreden. Dat mogelijk illegaal gekapt hout op de Nederlandse markt terecht komt, is helaas nooit helemaal uit te sluiten. Over individuele gevallen doen de ministeries geen uitspraak.
Namen van bedrijven kunnen niet openbaar gemaakt worden. Over eventuele lopende strafrechtelijke onderzoeken maken opsporingsdiensten geen informatie bekend vanwege de bescherming van privacy en onschuldspresumptie, evenals de integriteit van het onderzoek.
Op basis van het rapport van Earthsight zijn nog geen boetes, sancties of importverboden opgelegd. In dit soort zaken onderzoekt de NVWA eerst of de informatie in het rapport inderdaad voldoende aanknopingspunten heeft om controles bij bedrijven uit te voeren. Ook wordt gekeken of genoemde bedrijven zijn geïnspecteerd op meer recente partijen en wat de uitkomst van die inspecties was. Bij de houtverordening gaat het uiteindelijk niet om een controle op een specifieke partij hout, maar om de mate van robuustheid van een stelsel van zorgvuldigheidseisen dat een bedrijf heeft en om welke maatregelen bedrijven nemen als er toch onregelmatigheden in hun toeleveringsketens optreden.
In de afgelopen vijf jaar zijn er 32 inspecties uitgevoerd op bedrijven waarbij de focus van de inspectie lag op zendingen uit het Amazonegebied. Bij elf bedrijven betrof het gezaagd hout en bij 21 bedrijven papierproducten. Zeven waren akkoord, vier kregen een Proces-Verbaal, 20 een Last onder dwangsom en één een nadere bestuursrechtelijke maatregel. Met de invoering van de EUDR zal de inspectie-intensiteit toenemen. Dit betekent onder andere dat zendingen van hout en houtproducten, waaronder hout uit het Amazonegebied, nog nadrukkelijker onderwerp van toezicht zullen zijn.
Het kabinet zet zich ervoor in om illegaal geproduceerd hout van de Nederlandse en Europese markt te weren en om wereldwijd ontbossing en bosdegradatie per 2030 te stoppen en om te keren, onder meer door internationale samenwerking en regelgeving. Voor houtproducten gelden Europese regels om ontbossing en illegale houtkap tegen te gaan. De Europese houtverordening (EUTR) verplicht bedrijven om gepaste zorgvuldigheid toe te passen om het risico op het op de markt brengen van illegaal gekapt hout te beperken. Deze regelgeving wordt vervangen door de Europese ontbossingsverordening (EUDR), die bedrijven verplicht aan te tonen dat hout en andere relevante grondstoffen legaal geproduceerd zijn en niet afkomstig zijn van gronden waarop ontbossing of bosdegradatie heeft plaatsgevonden.
Daarnaast verwacht het kabinet van alle Nederlandse bedrijven dat zij handelen conform internationale standaarden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO): de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights. Deze standaarden schrijven voor dat bedrijven risico’s voor mens en milieu in de waardeketen, zoals het risico op ontbossing, identificeren en waar nodig aanpakken. Het kabinet ondersteunt het Nederlandse bedrijfsleven hierbij, o.a. via het MVO-steunpunt, sectorale samenwerking en het postennetwerk.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de ontbossingsverordening (EUDR), de opvolger van de houtverordening, is de handhavingscapaciteit bij de NVWA uitgebreid. Vanaf 30 december 2026, het moment van inwerkingtreding van de EUDR, zal het aantal inspecties toenemen. Vanaf dat moment gelden verplichte controlepercentages. Uit landen met een gemiddeld risico op ontbossing, waar veel landen in de Amazone-regio onder vallen, zal 3% van de marktdeelnemers die hout importeren, jaarlijks moeten worden geïnspecteerd.
Het kabinet vindt het van belang dat misstanden in de houtketen worden voorkomen en aangepakt. De Europese ontbossingsverordening (EUDR) is hiervoor een belangrijk instrument dat bedrijven verplicht inzicht te geven in hun toeleveringsketens en ervoor te zorgen dat relevante producten niet bijdragen aan ontbossing en bosdegradatie. Het kabinet zet zich in voor een effectieve uitvoering en handhaving van de EUDR. Op basis van de ervaringen met de uitvoering en eventuele signalen over misstanden zal worden bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn.
Bij inspecties controleert de NVWA de documentatie van importerende bedrijven op hun verplichtingen onder de houtverordening. Incidenteel en waar nodig werkt de NVWA daarvoor samen met Braziliaanse instanties en overheden.
Het kabinet onderschrijft het belang van een stevige Europese aanpak van misstanden in toeleveringsketens. In EU-kader wordt al gewerkt aan de uitvoering van verschillende IMVO-gerelateerde wetgeving zoals de EUDR en de Richtlijn inzake gepaste zorgvuldigheid voor duurzaamheid van ondernemingen (CSDDD). Nederland brengt daarnaast het belang van gepaste zorgvuldigheid, naleving van internationale normen en een gelijk speelveld voor bedrijven actief onder de aandacht in de EU. Aangezien de onderhandelingen over het EU-Mercosur-akkoord reeds zijn afgerond, is een aanpassing hiervan op dit moment niet aan de orde. Binnen het akkoord zijn concrete duurzaamheidsafspraken gemaakt met als doel grondstofwaardeketens veiliger en toekomstbestendig te maken, en zijn er bepalingen overeengekomen over hoe gezamenlijk wordt ingezet op duurzaam bosbeheer. Daarnaast is er een reguliere dialoog tussen de EU en de Mercosur-landen voor de implementatie van de gemaakte afspraken.
Zoals toegelicht doen de ministeries geen uitspraken over individuele zaken.
Het lid Teunissen (PvdD) heeft op 16 juli 2026 vragen gesteld over illegale houtkap in de Amazone naar aanleiding van een artikel van Follow the Money2 (2026D36971). Deze vragen kunnen niet binnen de termijn van drie weken worden beantwoord vanwege de benodigde afstemming. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.