| Ingediend | 15 juli 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 26 augustus 2026 (na 42 dagen) |
| Indiener | Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | van Bruggen , Mirjam Sterk (CDA) |
| Onderwerpen | bestuur gezin en kinderen parlement sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z16255.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2771.html |
Wij herkennen het beeld dat ook bij voogdij sprake kan zijn van een wachtlijst.
Nee, de specificatie van de wachtlijst naar maatregel is landelijk niet beschikbaar. Mede op basis van de motie Hijink informeer ik uw Kamer sinds eind 2022 over het totaal van de wachtlijsten bij de GI’s; daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar het soort jeugdbeschermingsmaatregel. Over peildatum 1 oktober 2026 wordt de halfjaarlijkse monitor uitgevoerd. Ik ben in overleg met de GI’s om te bezien of ik u in november 2026 kan informeren over de wachtlijsten specifiek voor de voogdij en de jeugdreclassering per 1 oktober. Deze gegevens zouden dan beschikbaar kunnen zijn ten behoeve van het door uw Kamer nog te plannen wetgevingsoverleg.
Eind 2022 zijn mede op basis van motie Hijink afspraken met de GI’s gemaakt over de definitie en rapportage van de wachtlijsten. Vanaf eind 2022 zijn dan ook gestandaardiseerd gegevens beschikbaar over het totaal aantal kinderen dat bij de GI’s wacht op een vaste jeugdbeschermer. Omdat vóór deze periode nog geen sprake was van gestandaardiseerde wachtlijstgegevens, zijn vóór de periode «eind 2022» geen wachtlijstgegevens beschikbaar. Ook zijn er geen gestandaardiseerde wachtlijstgegevens beschikbaar van vóór de decentralisatie. Omdat deze gegevens er niet zijn, kan ik niet aangeven hoe het aantal kinderen dat geen voogd heeft zich sinds de decentralisatie van de jeugdzorg heeft ontwikkeld in aantallen per jeugdbeschermingsorganisatie. Ook kan omdat deze gegevens er niet zijn, niet aangeven of er voor de decentralisatie ook kinderen zonder voogd waren.
Sinds 2022 informeren we uw Kamer over de hoogte van de totale wachtlijst bij de GI’s zonder onderscheid naar soort maatregel. De GI’s hebben een handelingsperspectief opgesteld met daarin de gezamenlijke werkwijze wanneer door capaciteitsgebrek een wachtlijst moet worden ingesteld. Hierin is tevens opgenomen dat GI’s de gemeenten (en de andere ketenpartners) informeren over de wachtlijst. In het handelingsperspectief is niet opgenomen dat de gemeenten geïnformeerd worden naar soort maatregelen die door de GI’s worden uitgevoerd. Het is ons niet bekend of individuele GI’s alsnog dit onderscheid maken als zij de gemeenten informeren.
Op landelijk niveau zijn in 2023 afspraken gemaakt over een landelijk tarief waarbij de werkdruk bij de jeugdbescherming en jeugdreclassering met gemiddeld 30% verminderd wordt. Daarnaast is ingezet op het aantrekken van meer jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders door een subsidieregeling voor zij-instromers.2 Op landelijk niveau zijn eind 2025 afspraken gemaakt over het terugdringen van de totale wachtlijsten. Voor een uitwerking van die maatregelen verwijzen we u naar de brief van 2 december 20253. In de komende brief ten behoeve van het jeugddebat van 30 september informeren we u nader over de voortgang van deze maatregelen.
De inspecties hebben in september 2025 een kritisch toezichtsrapport4 gepubliceerd waarbij zij hebben opgenomen wat de gevolgen zijn voor de kinderen die moeten wachten op een vaste jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder. Daarbij is door inspecties geen onderscheid gemaakt naar het soort maatregel.
De GI blijft te allen tijde verantwoordelijk voor de veiligheid van het kind. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van het handelingsperspectief. Als sprake is van besluiten waarvoor de inzet van een voogd noodzakelijk is, verloopt deze via een jeugdbeschermer van het wachtlijstteam. De GI’s geven aan dat als er gehandeld moet worden in een voogdijzaak, er gehandeld wordt, b.v. bij beslissingen over onder meer onderwijs, medische behandeling, omgang, jeugdhulp en financiële, administratieve en juridische zaken. GI’s werken continue aan het realiseren van vaste jeugdbeschermers in alle zaken zodat de uitvoering verbeterd. Het rapport van de inspecties laat zien dat het nog niet in alle gevallen goed gaat. Ook de verhalen die zijn beschreven door het dagblad Trouw en Investico geven daar voorbeelden van.
Wij hebben géén inzicht in het gemiddeld aantal voogden dat een kind begeleid. Als gevolg van personeelsverloop of langdurige ziekte zullen vaak meerdere voogden bij de begeleiding van een kind betrokken zijn. We verwijzen u naar het inspectierapport van september 20255 waarin de inspectie een uitvraag heeft gedaan, waarbij aan jeugdigen en ouders onder meer is gevraagd hoeveel jeugdzorgwerkers (jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders) bij de uitvoering van voogdij, OTS en jeugdreclassering betrokken zijn geweest.
Mede op grond van de rapporten van de inspectie over de hoge werkdruk bij de GI’s, is zijn eind 2023 een landelijk tarief tot stand gekomen via bestuurlijke afspraken tussen toenmalig Minister Weerwind (Rechtsbescherming), toenmalig Staatssecretaris Van Ooijen (VWS) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hiermee werd een aanzienlijke verlaging van de werkdruk/aantal kinderen gerealiseerd van gemiddeld bijna 30%. Hierdoor is meer tijd per kind beschikbaar en wordt als gevolg van de lager werkdruk ook een daling verwacht van het personeelsverloop en het ziekteverzuim.
Zoals mijn voorgangers en ik u de afgelopen periode helaas al vaker hebben moeten berichten, is al lange tijd sprake van een wachtlijst voor deze kinderen; ook voor kinderen met een voogdijmaatregel. Wachten op de uitvoering van een maatregelen voor kinderbescherming is uiteraard zeer onwenselijk, maar dat is wel de huidige realiteit als gevolg van de schaarste van personeel door arbeidsmarktproblematiek.
Ik vind het in de bestaande situatie, waarin er een tekort is aan jeugdbeschermers, passend dat de kinderen waarbij sprake is van grotere risico’s, eerder in aanmerking komen voor een jeugdbeschermer dan kinderen waarbij de risico’s minder groot worden ingeschat. Het kan dan inderdaad zo zijn dat een kind dat een OTS heeft, eerder een vaste jeugdbeschermer krijgt toegekend dan een kind met een voogdijmaatregel.