Kent u het rapport «Femicide in de Nederlandse rechtspraktijk: juridische erkenning en straftoemeting»?1
Vraag 2
Waarom ontbreekt tot op heden een eenduidige definitie van femicide binnen de Nederlandse rechtspraktijk? Wanneer kan de Kamer een definitie verwachten?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het van belang is om tot een landelijke en juridisch toepasbare definitie van femicide te komen zodat politie, Openbaar Ministerie (OM) en rechtspraak hetzelfde toetsingskader hanteren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Klopt het dat dat internationale organisaties zoals de World Health Organization en United Nations Women een bredere en explicieter gender gerelateerde definitie van femicide hanteren dan momenteel in Nederland gebruikelijk is? Zo ja, bent u bereid de definities en aanbevelingen van deze organisaties mee te nemen bij het opstellen van een Nederlandse definitie van femicide? En zo ja, wanneer kunnen we dat tegemoet zien?
Vraag 5
Gaat u gevolg geven aan de aanbeveling uit het genoemde onderzoek om «femicidezaken» consequenter als zodanig te laten benoemen omdat dit zorgt voor een betere registratie en monitoring van femicide en bijdraagt aan maatschappelijke bewustwording van gender gerelateerd dodelijk geweld? Zo ja, op welke wijze gaat u deze aanbeveling uitvoeren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Deelt u de mening van respondenten uit het onderzoek die voorstander zijn «van de introductie van femicide of gender gerelateerde kenmerken als wettelijke strafverzwaringsgrond, omdat dit kan bijdragen aan het structureler (h)erkennen van gender gerelateerde kenmerken in de strafrechtspraktijk»? Zo ja, waarom en hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Deelt u de mening van de onderzoekers dat verdere specialisatie binnen de strafrechtpraktijk en versterking van kennis over gender gerelateerd geweld van belang is? Zo ja, waarom en hoe gaat u deze specialisatie bevorderen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat rode vlaggen zoals stalking, dwingende controle, psychisch geweld, obsessief gedrag tijdens en zelfs na een relatiebreuk structureel beter moeten worden herkend? Welke concrete acties worden thans hiertoe ondernomen door de justitiële keten? Kunt u dat onderbouwen?
Vraag 9
Bent u bereid in overleg te treden met het OM en de rechterlijke macht over het verbeteren van dossiervorming om femicide te kunnen herkennen en te erkennen?
Vraag 10
Bent u bereid de mogelijkheid te bespreken om ook zaken waar sprake is van vrouwenmoord, maar de dader niet vervolgd kan worden omdat hij na de daad een einde aan zijn eigen leven heeft gemaakt in de toekomst ook te kunnen registreren als femicide?
Vraag 11
Bent u bereid een kabinetsreactie inclusief voorgestelde maatregelen binnen zes weken naar de Kamer te sturen?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z10204
Volledige titel: Het ontbreken van een heldere definitie van femicide in de Nederlandse rechtspraktijk