| Ingediend | 13 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 8 juni 2026 (na 26 dagen) |
| Indiener | Hidde Heutink (PVV) |
| Beantwoord door | Hans Vijlbrief (D66) |
| Onderwerpen | arbeidsvoorwaarden ouderen sociale zekerheid werk |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09768.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2180.html |
Ja.
Ik ben bekend met het feit dat gebeurtenissen in de wereld, waaronder oorlogen en economische crisissen, een effect kunnen hebben op de financiële markten en daarmee ook op de beleggingsresultaten van pensioenfondsen.
Ik begrijp de zorg die Nederlanders hebben over hoe de gebeurtenissen in de wereld een effect kunnen hebben op hun pensioenuitkeringen. Pensioenfondsen houden rekening met economische slechtweer-scenario’s bij de vorming van hun beleggingsbeleid. Onder het oude stelsel hebben pensioenfondsen buffers opgebouwd, waarmee tegenvallende resultaten opgevangen kunnen worden. Ook in het nieuwe stelsel hebben fondsen de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen bijvoorbeeld door middel van de inzet van de solidariteitsreserve dan wel de risicodelingsreserve, of door spreiding van financiële mee- of tegenvallers over de tijd.
Pensioenfondsen hebben de taak een goed, levenslang pensioen te bieden tegen aanvaardbare kosten en risico’s. Iedereen moet erop kunnen vertrouwen dat ze goed worden voorzien op hun oude dag en dat deze voorziening levenslang wordt gegeven. Om deze levenslange uitkering te kunnen bieden moet niet alleen worden gekeken naar het rendement dat pensioenfondsen maken op hun vermogenszijde van de balans, maar ook worden gekeken naar de verplichtingenzijde van de balans. Aan de verplichtingenzijde van de balans speelt het renterisico een grote rol. Een stijging van de rente bijvoorbeeld, zal vooral een gunstige invloed hebben op de hoogte van de verwachte en ingegane pensioenen, omdat toekomstige uitkeringen dan als het ware goedkoper worden. Tegelijk worden aan de vermogenszijde obligaties minder waard, waardoor minder rendement gehaald wordt. De verhouding tussen die twee effecten bepaalt de uiteindelijke uitkomst voor pensioenuitkeringen.
Beheersing van het renterisico is en blijft daarom belangrijk voor pensioenfondsen. In het nieuwe stelsel kan de bescherming tegen renterisico’s beter worden gericht op de groepen waarvoor dit het meest relevant is, namelijk de oudere deelnemers en pensioengerechtigden. Pensioenfondsen bieden daarom een beschermingsrendement tegen renterisico aan deze groepen. Voor jonge deelnemers ligt er meer nadruk op het behalen van rendement. Aan hen wordt relatief meer beleggingsrisico toegekend. Het is nog te vroeg om het gehele effect van de oorlog in Iran op de financiële markten en daarmee op de resultaten van pensioenfondsen te kunnen meten, waarbij ook geldt dat dit effect ook moeilijk te isoleren is van andere gebeurtenissen in de wereld.
Behalve dat het effect van de oorlog niet precies te isoleren is, is het verder niet vooraf te bepalen hoe de beleggingsresultaten van pensioenfondsen door de oorlog in Iran verder beïnvloed zullen worden.
Ik verwijs voor mijn reactie naar de antwoorden op vraag 2 en 3.
Dit zijn belangrijke vragen waar ik graag duidelijkheid over wil geven. In het nieuwe pensioenstelsel zullen financiële ontwikkelingen sneller, zowel in positieve als negatieve zin tot uitdrukking kunnen komen in het pensioenvermogen en de pensioenuitkering. Daarbij geldt dat pensioenfondsen hierover hun deelnemers goed informeren, zodat zij realistische verwachtingen hebben. Zoals in voorgaande antwoorden is aangegeven, hebben pensioenfondsen voldoende instrumenten om ook in het nieuwe pensioenstelsel goed te kunnen omgaan met economische fluctuaties. Zo hebben pensioenfondsen in het nieuwe pensioenstelsel bijvoorbeeld een solidariteits- of risicodelingsreserve waarmee schokken op de financiële markten tot op zekere hoogte opgevangen kunnen worden voor pensioenuitkeringen. Daarnaast hebben fondsen de mogelijkheid om resultaten te spreiden over de tijd, waarmee fluctuaties in uitkeringen tot op zekere hoogte kunnen worden gemitigeerd. Daarbij moeten fondsen een evenwichtige afweging maken tussen de belangen van de verschillende leeftijdsgroepen in het deelnemerscollectief en handelen binnen het prudent person-beginsel. Tenslotte geldt in het nieuwe pensioenstelsel dat pensioenfondsen het beleggingsrisico gerichter kunnen toedelen aan jongeren en ouderen. Zij kunnen daarbij beleggingsrisico’s terugnemen voor oudere deelnemers waardoor de invloed van fluctuaties op financiële markten op (verwachte) pensioenuitkeringen kleiner kan worden naarmate een deelnemer dichter tegen het moment van pensionering zit. Tegelijkertijd geldt voor jonge deelnemers dat zij meer beleggingsrisico toegedeeld kunnen krijgen omdat zij nog een langere periode tot de pensioendatum hebben en tussentijdse, grote fluctuaties beter kunnen opvangen dan ouderen.
Zie antwoord vraag 7.
De hoogte van pensioenuitkeringen is een belangrijk onderwerp. Pensioenuitkeringen worden voor een kalenderjaar vastgesteld. Daarmee heeft de oorlog in Iran naar verwachting geen invloed op de reeds ingegane uitkeringen van pensioengerechtigden voor dit jaar. Voor pensioenuitkeringen in aankomende jaren kan dit wel effect hebben. Het is echter niet op voorhand te zeggen wat het effect van de oorlog zal zijn op de pensioenuitkeringen in de komende 10 jaar.
Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) over het bericht dat pensioenfondsen geraakt worden door de oorlog in Iran niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is. Voor een zorgvuldige beantwoording van de vragen is meer tijd nodig. Uw Kamer ontvangt de beantwoording zo snel mogelijk.