| Ingediend | 4 mei 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 11 juni 2026 (na 38 dagen) |
| Indieners | Ilana Rooderkerk (D66), Renilde Huizenga (D66), Marijke Synhaeve (D66) |
| Beantwoord door | Judith Tielen (VVD) |
| Onderwerpen | basisonderwijs cultuur en recreatie onderwijs en wetenschap sport |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z09280.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2227.html |
Ja, ik ben bekend met het genoemde artikel.
Nee, dit is onjuist. Het Ministerie van OCW en SLO herkennen deze beschrijving van het proces niet. In een vroege fase van de ontwikkeling van de kerndoelen heeft het kerndoelenteam een aanboddoel bedacht met als opdracht voor de school als geheel om leerlingen te stimuleren te bewegen met het oog op hun welbevinden en gezondheid. SLO heeft na overleg met de advieskring, de klankbordgroep specifieke onderwijsbehoeften, het monitorteam en de expertpoule geconstateerd dat dit achtste conceptkerndoel van Bewegen en Sport buiten de juridische kaders van de werkopdracht en de wet viel3. Dit kerndoel ging namelijk niet over wat kinderen moesten leren, maar om een verplichting voor de school als geheel om bewegen te stimuleren. Dat kan scholen niet via de kerndoelen worden verplicht. Dit is besproken met het kerndoelenteam en heeft ertoe geleid dat dit doel uiteindelijk niet is opgenomen in de conceptkerndoelen. Dit steun ik op basis van de genoemde argumenten.
Kerndoelen gaan over onderwijsinhoud en dus over wát leerlingen moeten leren. Zij gaan niet over hoe, wanneer of hoe vaak scholen iets moeten organiseren. Deze kerndoelen zijn opgesteld door SLO, samen met experts en leraren. Hierbij is uiteraard ook gekeken naar wat je wettelijk van scholen kunt en mag eisen.
De opdracht aan het onderwijs is groot: kwalificatie, ontwikkeling, socialisatie en persoonsvorming. Primair verwacht de samenleving van scholen dat leerlingen leren lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden opdoen en leren over burgerschap. In de vernieuwde kerndoelen Bewegen en Sport komt terug dat kinderen leren waarom bewegen belangrijk is voor de mentale en fysieke gezondheid. Om ervoor te zorgen dat leerlingen voldoende tijd krijgen om te leren bewegen heeft lichamelijke opvoeding als énige vak een wettelijke urennorm.
In het primair onderwijs zijn scholen verplicht om minimaal twee lesuren per week aan lichamelijke opvoeding in te roosteren. In het voortgezet onderwijs is voor iedere schoolsoort een minimale totale urennorm opgenomen in de Wet voortgezet onderwijs 2020. Verder is het aan scholen zelf om een onderwijsprogramma in te vullen waarin ze aan de kerndoelen werken. Dat kan bijvoorbeeld door beweegmomenten in te plannen gedurende de dag, maar dat is geen verplichting.
Het grootste deel van het leven van een kind speelt zich af buiten de school. Kinderen gaan ongeveer 25 uur per week naar school. Het aantal uur dat kinderen wakker zijn per week ligt rond de 95 uur. Dit betekent dat zij ongeveer 75% van de tijd niet op school zijn. De verantwoordelijkheid voor gezond opgroeien ligt dan ook primair bij de opvoeders.
Bewegen past uiteraard bij een gezonde en actieve leefstijl. Leren hoe je beweegt gebeurt voor een deel op school, via de lessen lichamelijke opvoeding. Om ervoor te zorgen dat leerlingen voldoende tijd krijgen om te leren bewegen heeft lichamelijke opvoeding als enige vak een wettelijke urennorm. In het primair onderwijs zijn scholen verplicht om minimaal twee lesuren per week aan lichamelijke opvoeding in te roosteren. In het voortgezet onderwijs is voor iedere schoolsoort een minimale totale urennorm opgenomen in de Wet voortgezet onderwijs 2020. Het verplichten van extra beweging gedurende de dag of tijdens andere lessen dan lichamelijke opvoeding past niet binnen de kaders van de kerndoelen.
Ik juich het toe als scholen, naast de gymles, bewegen tijdens de rest van de schooldag stimuleren. Bijvoorbeeld door begeleid buitenspelen, het stimuleren van fietsen of lopen van en naar school, naschoolse activiteiten of bewegend leren. Het Ministerie van OCW ondersteunt scholen hierbij, samen met andere ministeries, onder andere via het programma Gezonde School. Ook gebruiken sommige scholen de School & Omgeving middelen om leerlingen te laten sporten en bewegen. Veel scholen zijn al aan de slag met dagelijkse beweegmomenten. In 2024/2025 boden vier op de tien scholen (40%) dit aan.6 Zo werken in de gemeente Westland inmiddels 17 basisscholen aan een meer beweeglijke schooldag en zijn «Gezonde School» geworden. Het gaat daarbij bijv. om beweegtussendoortjes en bewegen tijdens en om te leren, een dynamische schooldag en schoolpleinen die uitnodigen tot bewegen.7
Zie antwoord vraag 4.
Ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan. Het ministerie hecht waarde aan een constructieve dialoog en wil in gesprek blijven met deskundigen en maatschappelijke organisaties over hoe kinderen meer kunnen bewegen binnen de schoolcontext, rekening houdend met praktische uitvoerbaarheid, wetgeving en het bestaande curriculum. Hierover heeft overigens al eerder een gesprek plaatsgevonden met o.a. Prof. dr. Scherder.
Ja, er komt steeds meer bewijs dat lichamelijke activiteit en cognitieve ontwikkeling met elkaar verbonden zijn. Daarom deel ik ook het belang van bewegen. Zoals eerder genoemd zijn de kerndoelen niet de plek om scholen te verplichten meer beweegmomenten door de dag heen aan te bieden. Scholen hebben zelf de vrijheid om te bepalen hoe ze het onderwijsprogramma vormgeven.
Het is van belang dat scholen hun onderwijs inrichten met kennis uit wetenschap en praktijk en goed afgestemd op hun leerlingen. Het actief onderbreken van zitgedrag om kinderen beter te laten leren is één van de zaken waar scholen kennis van kunnen nemen. Veel scholen zijn hier ook al mee aan de slag, in de vorm van de dynamische schooldag, maar zeker ook anderszins.
Het verplichten van scholen om bewegen als geheel te stimuleren past niet binnen de wettelijke kaders van de kerndoelen. Ik deel met uw Kamer de mening dat leraren al een flinke verantwoordelijkheid hebben in hun dagelijkse onderwijspraktijk. Dagelijks bewegen vraagt om een gezamenlijke inzet van verschillende partijen. In de eerste plaats zijn ouders/ verzorgers verantwoordelijk voor het gezond opgroeien van hun kinderen. De gemeenten, maatschappelijke organisaties en verenigingen komen met verschillende initiatieven om daaraan bij te dragen.
Scholen kunnen een rol spelen in meer bewegen gedurende de dag. Als zij dat willen worden, zijn er handvatten om hiermee aan de slag te gaan.
Het Ministerie van OCW helpt scholen met méér bewegen naast de gymles (ook in samenwerking met andere departementen) onder andere via de Koningsspelen en het programma de Gezonde School. Ook gebruiken sommige scholen de School & Omgeving-middelen om leerlingen te laten sporten en bewegen. Daarnaast draagt het Ministerie van OCW bij aan een regeling van VWS (Brede Regeling Combinatiefuncties) waarbij gemeenten buurtsportcoaches met cofinanciering van het Rijk kunnen inzetten op hun scholen voor bijvoorbeeld het organiseren van sportaanbod op school of het faciliteren van een actieve pauze.
Zie antwoord vraag 8.
Op 4 mei 2026 hebben de leden Huizenga, Rooderkerk en Synhaeve (allen D66) schriftelijke vragen gesteld over dagelijks bewegen als kerndoel in het basisonderwijs. Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat de beantwoording en de benodigde (interdepartementale) afstemming meer tijd vraagt. Ik zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden.