| Ingediend | 15 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 juni 2026 (na 58 dagen) |
| Indieners | Inge van Dijk (CDA), Judith Buhler (CDA), Luciënne Boelsma-Hoekstra (CDA) |
| Beantwoord door | Herbert , Boekholt-O’Sullivan , Eric van der Burg (VVD) |
| Onderwerpen | cultuur en recreatie organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z07902.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2233.html |
Ja.
In bepaalde situaties kan dit inderdaad het geval zijn. Door de stapeling van, op zichtzelf goed uitlegbare, regels en eisen is beleid en regelgeving door de jaren heen ingewikkeld geworden voor burgers, bedrijven en medeoverheden.
Voor evenementen gelden, net als voor elke andere bedrijfsmatige activiteit, regels vanuit verschillende belangen en bestuursorganen. In dit geval regels zoals in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Wet publieke gezondheid en Wet veiligheidsregio’s en de Omgevingswet. Tegelijkertijd ziet dit kabinet dat er soms sprake is van onnodige regeldruk. Daarom heeft dit kabinet stevige ambities ten aanzien van vereenvoudiging van regels en vermindering van regeldruk. Vereenvoudiging betekent het terugdringen van onnodige regels, stapeling van regels, uitzonderingen en complexiteit in wet- en regelgeving, processen en dienstverlening, maar ook bijvoorbeeld het harmoniseren van regelingen en het stoppen met opvragen van informatie die de overheid al heeft. Op dit moment verkent de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, in samenspraak met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, hiervoor de mogelijkheden. Ik verwijs ook naar de beantwoording van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid van 15 april 2026 op vragen uit de Tweede Kamer over regeldruk bij paasvuuractiviteiten.
Met name bij de organisatie van kleinere evenementen kunnen dit soort regels sneller als niet proportioneel worden ervaren. In het omgevingsplan kan de gemeente aangeven waar evenementen ruimtelijk mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Maar naast regels in het omgevingsplan die gericht zijn op de belangen voor de fysieke leefomgeving gelden ook nog steeds de regels voor de openbare orde en veiligheid en de publieke gezondheid. Een dorpsfeest met 150 bezoekers moet soms aan dezelfde veiligheidsnormen voldoen als een groot festival. Het kabinet is aan de slag om regeldruk te verminderen en heeft als ambitie om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen. Alle bewindspersonen en hun departementen krijgen hiervoor een opgave, gecoördineerd door de Taskforce Slagvaardige Overheid. Hiernaast is het de bedoeling dat ook medeoverheden, toezichthouders, uitvoeringsorganisaties, publieke dienstverleners en andere betrokken partijen een rol krijgen in de vereenvoudigingsopgave op hun werkterrein. Het kabinet wil ook afspraken gaan maken met gemeenten om praktische belemmeringen, zoals evenementenregels, te verminderen.
Zoals hierboven toegelicht zijn de regels voor lokale gemeenschapsactiviteiten onder andere afhankelijk van de omvang van het evenement, de locatie waar het evenement plaatsvindt en de risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Dat betekent ook dat er voor verschillende locaties verschillende regels, zowel nationaal als decentraal en vanuit verschillende belangen kunnen gelden. En afhankelijk van de geldende regels kan er sprake zijn van een vergunning- of meldingsplicht. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staan regels die betrekking hebben op de openbare orde en veiligheid waarvoor de burgemeester verantwoordelijk is. Landelijk gelden er regels vanuit de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg, en de Wet veiligheidsregio’s, de Warenwet, de Wegenverkeerswet, de Wet milieubeheer en de Omgevingswet. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels hierin voor evenementen, zoals regels over brandveiligheid en toegang voor de hulpdiensten, geluidoverlast voor omwonenden, inzameling van afvalstoffen, verkeer en invloed op beschermde natuur door harmonisatie gewijzigd of staan ze op een andere plek dan voorheen.
De Omgevingswet vraagt om een decentrale en integrale afweging van de verschillende belangen in de fysieke leefomgeving, zoals brandveiligheid en toegang voor de hulpdiensten, geluidoverlast voor omwonenden, inzameling van afvalstoffen, verkeer en invloed op beschermde natuur. In het omgevingsplan kan de gemeente aangeven waar evenementen ruimtelijk mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Hierdoor is er lang niet altijd een omgevingsvergunning verplicht voor evenementen en kan er vooraf voor organisaties meer duidelijkheid zijn over wat er mogelijk is. Zo kan in het omgevingsplan het gebied worden aangewezen waar evenementen kunnen worden gehouden en welke regels daar precies gelden, zoals een geluidsnorm. Gemeenten worden vanuit het ministerie ondersteund bij het anders werken met de mogelijkheden van de Omgevingswet.
Zoals hierboven toegelicht zijn de administratieve verplichtingen afhankelijk van de geldende regels en die worden bepaald door de omvang en de locatie van het evenement en de risico’s voor openbare orde en veiligheid. Er moet een goede balans moet zijn tussen de bescherming en veiligheid van aanwezigen en de lasten die de lokale regelgeving opwerpt voor deelnemers. Hierbij kan het ook helpen als de regels goed worden uitgelegd aan betrokkenen, zodat er draagvlak voor ontstaat.
Ja, het is mogelijk voor gemeenten om in het omgevingsplan aan te geven op welke locatie evenementen mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Hierdoor is er niet altijd een omgevingsvergunning verplicht voor evenementen en kan er vooraf voor organisaties meer duidelijkheid zijn. Gemeenten worden door mijn ministerie en door de koepels VNG, UvW en IPO ondersteund bij het anders werken onder de Omgevingswet en krijgen informatie hierover ook via het Informatiepunt Leefomgeving.
In het kader van onze gezamenlijke ambities ten aanzien van vereenvoudiging en vermindering van regeldruk zijn wij in gesprek met de decentrale overheden en maatschappelijke organisaties hierover en zetten wij dit gesprek de komende tijd voort.
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede dat de vragen van de leden Boelsma-Hoekstra, Inge van Dijk en Bühler (allen CDA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Economische Zaken en Klimaat over toenemende regeldruk voor lokale gemeenschapsactiviteiten (ingezonden 15 april 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn van drie weken kunnen worden beantwoord. De afstemming van de beantwoording vraagt helaas meer tijd. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.