| Ingediend | 10 april 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 2 juni 2026 (na 53 dagen) |
| Indiener | Esther Ouwehand (PvdD) |
| Beantwoord door | Rob Jetten (D66) |
| Onderwerpen | internationaal internationale samenwerking organisatie en beleid recht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z07626.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-2114.html |
Het kabinet roept consequent op tot de-escalatie en verwelkomt dan ook het staakt-het-vuren tussen de Verenigde Staten (VS) en Iran. Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraak van de Amerikaanse president en de Minister-President heeft deze eerder als onwenselijk gekwalificeerd.
Het staat het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) vrij om dergelijke oproepen te doen. Het behartigen van het Nederlands belang staat centraal in het beleid van het kabinet. We blijven ons inspannen voor onze trans-Atlantische band. Tegelijkertijd benutten we diplomatieke kanalen om de VS aan te spreken wanneer hun acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd met oog voor de relatie en het behoud van kritieke veiligheidsbelangen. Bovendien bieden ze de kans om met elkaar het gesprek te voeren over de ontwikkelingen in de wereld en onze belangen uit te dragen, inclusief over onderwerpen waar we van inzicht verschillen. Dit doen we vanuit de overtuiging dat we samen sterker staan.
De Nederlandse inzet richt zich op diplomatieke oplossingen. Het kabinet acht het van belang om met de VS te spreken over de ontwikkelingen in de wereld, inclusief over onderwerpen waarover we van inzicht verschillen.
Nee, dat risico ziet het kabinet niet. Het is gebruikelijk met de leiders van belangrijke bondgenoten contact te onderhouden. Zoals de Minister-President na afloop van het bezoek aan het Witte Huis op 13 april jl. aangaf is tijdens dit bezoek een constructief gesprek gevoerd over de ontwikkelingen in de wereld. Hierbij zijn gedeelde belangen besproken, maar zijn ook de standpunten en zorgen van de Nederlandse regering uitgedragen op thema’s die Nederland raken.
Nee, dat risico ziet het kabinet niet. De aanvallen van de VS en Israël vallen, op basis van de kennis waarover het kabinet op dit moment beschikt, niet binnen het kader van het internationaal recht. Nederland benadrukt dat alle partijen zich dienen te houden aan het internationaal recht en roept daartoe ook op. Tegelijkertijd heeft het kabinet, zoals meermaals benoemd, begrip voor de noodzaak die de VS en Israël voelden om over te gaan tot actie jegens Iran gezien de zorgen die er bestaan omtrent de destructieve rol van Iran op tal van dossiers en richting verschillende partners in de regio.
Zoals benoemd in het antwoord op vraag 2 bood dit bezoek niet alleen de kans om de banden met de VS te onderhouden en versterken, maar ook om met elkaar het gesprek te voeren. Bij dergelijke bezoeken hoort ook een foto-moment.
Nee.
De waarden waar u naar verwijst zijn prioritair in het Nederlandse buitenlandbeleid. Nederland draagt deze internationaal uit, inclusief in doorlopende gesprek met partnerlanden, waaronder de VS. Zo ook in het gesprek met president Trump.
Zoals in het antwoord op vraag 2 uiteengezet, heeft dit bezoek op hoog niveau meerwaarde.
Zie het antwoord op vraag 2.
Contacten met buitenlandse regeringen zijn vertrouwelijk en het kabinet deelt in de regel geen verslagen diplomatieke uitwisselingen. Wel heeft de Minister-President reeds in de media teruggekoppeld na afloop van het diner in het Witte Huis. Er is op een open en constructieve manier van gedachten gewisseld over veel thema’s die Nederland en de VS raken, waaronder de situatie in het Midden-Oosten en in Oekraïne, onze economische samenwerking en onze samenwerking binnen de NAVO.
Het is niet mogelijk om met zekerheid het volledige aantal slachtoffers in Iran vast te stellen. Dit hangt onder meer samen met de internetblokkade die de Iraanse overheid al vanaf het begin van de oorlog heeft ingesteld. Mensenrechtenorganisatie HRANA meldde op 7 april jl., voorafgaand aan het staakt-het-vuren, 3.636 geverifieerde dodelijke slachtoffers, waaronder 1.701 burgers (onder wie minstens 254 kinderen), 1.221 militairen en 714 personen van wie niet duidelijk is of dit burgers betreffen.
In het gewapend conflict tussen Hezbollah en Israël is lastig vast te stellen hoeveel burgers zijn omgekomen. Het Libanese Ministerie van Gezondheidszorg melde op 16 april jl. 2196 doden en 7185 gewonden sinds de hernieuwde start van het conflict op 2 maart jl. Het is onduidelijk hoeveel van deze doden Hezbollah-strijders betreffen.
Het conflict in het Midden-Oosten heeft serieuze effecten op de wereldeconomie en wereldwijde stabiliteit. De economische gevolgen worden bij mensen thuis stevig gevoeld. In de regio is sprake van miljoenen ontheemde mensen en van toenemende humanitaire noden. Terwijl de aandacht vooral uitgaat naar Iran en de Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz, benadrukt het kabinet tevens het belang aandacht te blijven houden voor de situaties in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en in Libanon als ook voor de Russische agressie-oorlog in Oekraïne.
Het kabinet heeft, zoals meermaals benoemd, begrip voor de noodzaak die de VS en Israël voelden om over te gaan tot actie jegens Iran gezien de zorgen die er bestaan omtrent de destructieve rol van Iran op tal van dossiers en richting verschillende partners in de regio. Tegelijkertijd heeft het kabinet aangegeven dat, op basis van de informatie waar het kabinet nu over beschikt, de aanvallen van de VS en Israël op Iran buiten de kaders van het internationaal recht vallen. Het kabinet blijft zich inzetten voor de naleving van het internationaal recht. Hier past ook bij dat het kabinet het staakt-het-vuren verwelkomt en inzet op de-escalatie.
Tijdens het bezoek zijn veel onderwerpen besproken, zoals het conflict in het Midden-Oosten. Het betrof, zoals al gedeeld, een open en eerlijk gesprek, waarbij zaken waarover we van inzicht verschillen niet zijn vermeden. Tijdens het gesprek is onder andere het staakt-het-vuren tussen de VS en Iran verwelkomd en het belang van de-escalatie onderstreept. Ik heb in mijn gesprek met Secretary of State Rubio ook aangegeven dat Nederland zich inzet voor een zo spoedig mogelijke diplomatieke oplossing. Dit vergt dat beide partijen inzetten op onderhandelingen en werken aan het bereiken van een akkoord.
Nederland blijft zich publiekelijk uitspreken voor wereldwijde naleving van het internationaal recht.
De vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord.