| Ingediend | 16 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 15 april 2026 (na 30 dagen) |
| Indiener | Sjoukje van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Stientje van Veldhoven (D66) |
| Onderwerpen | energie financiën natuur en milieu organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z05193.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1613.html |
Ja, ik ben van deze berichtgeving op de hoogte.
Spanje is minder afhankelijk van gas voor de elektriciteitsvoorziening, waarbij gascentrales maar een klein deel van de tijd de elektriciteitsprijs bepalen. Dit leidt onder andere tot goedkopere energierekeningen dan in andere Europese landen die minder hernieuwbare energie tot hun beschikking hebben. In Nederland bepalen gascentrales steeds minder vaak, maar nog wel het grootste deel van de tijd de elektriciteitsprijs. Hoe meer wind, zon en kernenergie er is in Nederland, hoe minder in de toekomst schokken in de internationale gasmarkt leiden tot hogere elektriciteitsprijzen in Nederland.
Ja, ik ben van deze berichtgeving op de hoogte.
Deze berichtgeving laat onder meer zien dat afhankelijkheid van de import van fossiele energie, in tijden van crises, direct raakt aan de betaalbaarheid van energie en gevolgen heeft voor de economie. Dit geldt ook voor Nederland. Afhankelijk blijven van fossiele energie heeft niet alleen gevolgen voor het klimaat, maar ook voor onze economie door onzekerheid over energieprijzen en prijsschokken. De les die Nederland hieruit kan trekken is dat energie van eigen bodem deze risico’s en effecten op de economie aanzienlijk verkleint.
Op dit moment vindt binnen het kabinet een inventarisatie plaats van maatregelen om de gevolgen van de huidige situatie in het Midden-Oosten tegen te gaan. Daar worden de voorstellen van de NVDE (zie ook de antwoorden op vragen 9 t/m 12) in meegenomen.
Hernieuwbare energie van eigen bodem en energiebesparing zijn essentieel voor een weerbaar energiesysteem met minder strategische afhankelijkheden. Het kabinet zet daarom, zoals ook in voorgaand antwoord beschreven, in op het opschalen van schone energie. Daarnaast is het belangrijk dat we het voor onze industrie, die internationaal moet concurreren, aantrekkelijk maken om ook de overstap te maken naar elektrificatie. In het coalitieakkoord heeft het kabinet een versnelling ingezet door gericht middelen uit te trekken voor zowel wind op zee als ondersteuning voor de elektrificatie van de industrie.
Specifiek voor hernieuwbare energie op land heeft het kabinet daarnaast onderzoek laten doen naar doorgroei, waarde en potentie van hernieuwbare energie op land na 2030. Dit onderzoek wordt binnenkort met de Kamer gedeeld. In de actualisatie van het NPE zal ik nader ingaan op de ambitie voor de verdere groei van hernieuwbaar op land. Hierover ga ik uiteraard ook met medeoverheden in gesprek om te bezien hoe we deze doorgroei mogelijk kunnen maken.
In navolging van de motie van het lid Van Oosterhout c.s., die aanspoort tot versnelde uitrol van wind op zee, voert het kabinet deze uit door nog dit jaar een extra subsidietenderronde van 1 GW voor windenergie op zee open te stellen, bovenop de reeds geplande 1 GW. Hierover heb ik de Kamer inmiddels geïnformeerd. De motie draagt hiermee bij aan de opschaling van hernieuwbare energie, waarbij het coalitieakkoord inzet op 40GW windenergie op zee.
Hernieuwbare energie van eigen bodem realiseren heeft hoge prioriteit voor het kabinet. Het coalitieakkoord stelt een aantal ambitieuze doelstellingen om versneld te vergroenen en weerbaarder te worden. Dit is een flinke opgave en vraagt volledige inspanning van het kabinet om tijdig te realiseren, want er zijn ook maakbaarheidsuitdagingen zoals netcongestie, die om maximale creativiteit en samenwerking vragen.
Specifiek kiest het kabinet ervoor om wind op zee te stimuleren via contracts for difference en is budget gereserveerd om de SDE++ regeling de komende 6 jaar open te stellen, waardoor initiatiefnemers worden ondersteund om te verduurzamen. Dit betreft zowel de productie van hernieuwbare energie alsook elektrificatie en CO2-reductie. Hiermee draagt het kabinet bij aan de vraagontwikkeling van elektriciteit. Daarnaast voert het kabinet, zoals ook benoemd in het antwoord op vraag 6, de motie om versneld de 1 GW wind op zee uit te rollen uit. Dit doet het kabinet door nog dit jaar een extra subsidietenderronde van 1 GW voor windenergie op zee open te stellen, bovenop de reeds geplande 1 GW.3
Zie antwoord vraag 7.
Ja, ik ben op de hoogte van het Spoedplan voor minder aardgas van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).
Ik verwelkom alle ideeën van partijen uit de praktijk die bijdragen aan energiebesparing en het versnellen van de transitie naar meer energie van eigen bodem. In dat kader is er regelmatig contact tussen de NVDE en mijn ministerie.
Het spoedplan bevat interessante aanknopingspunten. Op andere punten roept het plan vragen op. Beide zal ik binnenkort met de NVDE bespreken en betrek ik bij de actualisering van het NPE.
Om te beginnen roept het spoedplan op om onverminderd in te zetten op het oplossen van netcongestie en het verkorten van doorlooptijden van projecten. Beide zijn prioriteit voor dit kabinet. Daarnaast noemt het plan een aantal maatregelen voor de verduurzaming van woningen. Ook daar wil het kabinet verder op doorpakken, door het verplicht uitfaseren van energielabels E, F en G bij huurwoningen en het normeren van slimme (hybride) warmtepompen waar dit de beste oplossing is. Met een Nationaal Isolatie Offensief wil het kabinet de ingezette lokale isolatieaanpakken versnellen en versterken. Ook heeft het kabinet dit voorjaar extra middelen (77 miljoen) uitgetrokken voor warmtenetten.
De lopende publiekscampagne «zet ook de knop om» wordt voortgezet. Daarnaast loopt momenteel het Interdepartementaal Beleidsonderzoek energietransitie van de woningvoorraad. Dit zal rond de zomer een rapport opleveren, met daarin wat nodig is om de woningvoorraad tijdig aardgasvrij te maken.
Verder gaat het spoedplan van de NVDE in op het voortvarend uitrollen van hernieuwbare energie en het versnellen van elektrificatie van fossiele energievraag. Hier zet het kabinet vol op in.
Ook onderschrijft het kabinet het belang van opschaling van groen gas, onder andere via het programma groen gas.
In lijn met het coalitieakkoord gaat het kabinet door met de bestaande maatwerkafspraken en richten nieuwe maatwerkafspraken zich op clusters of gebieden. Hiermee kan verdere reductie in gasverbruik behaald worden.
Tot slot maken thermische isolatie en het beter inregelen van installaties onderdeel uit van de energiebesparingsplicht.
Sommige maatregelen zijn echter niet voldoende gespecificeerd om concreet aan te geven of ze wenselijk zijn en welke blokkades er potentieel nog zijn. Of ze zijn lastig uitvoerbaar, zoals de energiebesparingsplicht als voorwaarde voor de subsidies. Zoals aangegeven zal ik in gesprek gaan met de NVDE om hierover nader van gedachten te wisselen.
Zie antwoord vraag 10.
Zie antwoord vraag 10.
De vragen zijn beantwoord voor het commissiedebat Hernieuwbare energie, dat is verplaatst naar 15 april 2026.
De vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) over het versnellen van energieonafhankelijkheid en een betaalbare energierekening kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. De reden van uitstel is dat interdepartementale afstemming meer tijd vraagt. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.