| Ingediend | 6 maart 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 29 april 2026 (na 54 dagen) |
| Indieners | Bente Becker (VVD), Claire Martens-America (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
| Beantwoord door | Herbert , David van Weel (VVD) |
| Onderwerpen | economie ict recht strafrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z04537.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1803.html |
Ja.
Wij zijn met zijn allen verantwoordelijk voor de bescherming van onze kinderen en moeten elke subcultuur die seksueel misbruik van kinderen normaliseert, bestrijden. Seksueel misbruik van kinderen is onacceptabel en heeft ernstige gevolgen voor de slachtoffers en hun omgeving. Elk slachtoffer van (online) seksueel kindermisbruik is er één te veel. De AI-ontwikkelingen die op dit moment gaande zijn op dit vlak, en de berichten die hierover naar buiten komen, baren mij zorgen. Dit soort ontwikkelingen zijn zeer onwenselijk.
Die mening deel ik. Uitgangspunt van de Wet seksuele misdrijven (hierna: WSM) is dat wat offline strafbaar is, ook online strafbaar is. Het voeren van seksgesprekken met of het aanbieden van AI-seksbots van kinderen keur ik af;iedere poging tot normalisering van seksueel misbruik van kinderen is zeer onwenselijk.
Het enkel voeren van seksgesprekken met een AI-chatbot die zich voordoet als een kind is op dit moment niet als zodanig strafbaar. Datzelfde geldt voor het vervaardigen van een AI-chatbot die zich kan voordoen als een kind.
Dat betekent overigens niet dat gebruikers van zo’n chatbot vrij spel hebben: bepaalde aspecten van het bevragen van of praten met een AI-chatbot zijn mogelijk wel strafbaar, bijvoorbeeld het uitvragen van tips voor seksueel misbruik van kinderen, ex artikel 250a Wetboek van Strafrecht en het via zo’n AI-chatbot uitvragen van/creëren van kinderporno, ex artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht.
De strafzaak waarnaar wordt verwezen in het door u aangehaalde artikel van het Algemeen Dagblad is een voorbeeld waarin wel sprake was van een strafbare situatie. Hoewel een en ander altijd afhankelijk is van de omstandigheden van het geval overwoog de rechtbank dat sprake was van voorbereidingshandelingen van seksueel kindermisbruik. In de gesprekken die de verdachte met de AI-chatbot voerde werd niet alleen gesproken, of «gefantaseerd», over misbruik, maar werd hoofdzakelijk informatie vergaard over een methode voor het groomen van het neefje van de verdachte om de voorwaarden te scheppen waarin dat misbruik zou kunnen plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat het chatgesprek daarmee, in samenhang met de geschetste context, een duidelijk instructieve inslag had.2
Het ontwikkelen, verspreiden en gebruiken van dergelijke bots is niet strafbaar gesteld. Bepaalde aspecten van het bevragen van/praten met een dergelijke bot zijn mogelijk wel strafbaar, bijvoorbeeld het uitvragen van tips voor seksueel misbruik van kinderen, ex artikel 250a Wetboek van Strafrecht, en het via zo’n AI-chatbot uitvragen van/creëren van kinderporno, ex artikel 252 Wetboek van strafrecht.
Als beantwoord in de vragen 3 en 4 kunnen bepaalde aspecten van het gebruiken van dit soort bots strafbaar zijn, daarmee zijn er dus nu al instrumenten om dit gedrag aan te pakken. Ik heb daarom op dit moment niet het voornemen om het creëren, aanbieden of gebruiken van deze bots apart strafbaar te stellen.
Hierbij deel ik u, mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Becker, Martens en Rajkowski (allen VVD), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Pedobots gewoon te vinden op internet en dat mag volgens de wet: Anya (7) is vastgebonden en huilt» (ingezonden 6 maart 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.