| Ingediend | 20 februari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 25 maart 2026 (na 33 dagen) |
| Indieners | Jeltje Straatman (CDA), Etkin Armut (CDA) |
| Beantwoord door | Becking , Foort van Oosten (VVD) |
| Onderwerpen | criminaliteit onderwijs en wetenschap openbare orde en veiligheid organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z03532.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1423.html |
Ja.
Ja, het rekruteren van jongeren voor de georganiseerde criminaliteit is een ernstige zaak. De bestrijding hiervan neem ik zeer serieus.
De provincies Groningen en Drenthe worden, net als andere regio’s in Nederland, geconfronteerd met ondermijnende criminaliteit. De cijfers onderstrepen het belang van de strijd die het kabinet voert tegen ondermijnende criminaliteit in heel het land.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt met de Landelijke jeugdmonitor2 per gemeente inzichtelijk hoeveel jongeren in aanraking komen met criminaliteit. Deze monitor laat zien dat het aandeel jeugdige verdachten (12–23 jaar) erg verschilt per gemeente. Uit de data blijkt dat in de gemeente Groningen het aantal verdachte jongeren vergelijkbaar is met de Randstad. In Drenthe is het aantal verdachte jongeren gemiddeld ten opzichte van andere delen van Nederland (Landelijke jeugdmonitor 2025). Uit een vergelijkende analyse van het dashboard «Zicht op ondermijning»3 blijkt dat respectievelijk 55% en 63% van alle gemeenten in Nederland hoger scoren op het gebied van jonge aanwas dan de gemeenten in Groningen en Drenthe (data uit 2023).
Zie antwoord vraag 3.
Specifiek in Noord-Groningen zijn de percentages jeugdige verdachten iets hoger dan in de meeste andere gebieden in Nederland. Mogelijke oorzaken zijn de aantrekkingskracht van een omvangrijk buitengebied met enkele zeehavens, een luchthaven en een goede ontsluiting over weg, water en spoor, ook richting Duitsland en de Scandinavische landen. Er is op basis van de beschikbare data geen relatie te leggen met de beschikbare handhavingscapaciteit. Ook duiden de beschikbare data niet op een waterbedeffect.
De gemeenten Groningen en Leeuwarden nemen deel aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) en Preventie met Gezag. De inzet van Preventie met Gezag en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. Binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt gewerkt aan problemen op het gebied van onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid.
Tussen 2018 en 2024 verbeterde de leefbaarheid in de NPLV-gebieden iets sterker dan landelijk. Hierbij gaat het om verbeteringen in de fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang, overlast en onveiligheid. De bereikte resultaten zijn beschreven in de voortgangsrapportage van het NPLV4.
Zie antwoord vraag 6.
De gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie in Noord-Nederland werken er hard aan om ervoor te zorgen dat ronselpraktijken onder jongeren tijdig en effectief gesignaleerd worden. Zo wordt binnen de Drentse aanpak Ondermijning, de Regionale aanpak Ondermijning en binnen het RIEC Noord-Nederland aandacht besteed aan de aanpak rondom uitbuiting van jongeren. Het Openbaar Ministerie probeert daarbij de verbinding te versterken in de aanpak van jeugdgroepen. Bijvoorbeeld op gemeenteniveau, maar ook richting de verschillende basisteams van de politie over de districten heen.
In de gemeenten die deelnemen aan Preventie met Gezag wordt de inzet van politie en OM geïntensiveerd. In Groningen betekent dit dat er vanuit het OM extra capaciteit wordt ingezet en dat er prioriteit wordt gegeven aan de betreffende zaken. De politie traint de medewerkers op onderwerpen als drugs, preventie en ondermijning.
Het CBS levert jaarlijks een update van de monitor op de criminaliteitsdata in de wijken. Deze resultaten worden jaarlijks beknopt gerapporteerd in de voortgangsrapportage aanpak ondermijnende criminaliteit5.
Naast het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de aanpak Preventie met Gezag maken de provincies Groningen en Drenthe ook gebruik van gelden uit de Regiodeals. De Regiodeal Eemsdelta richt zich onder meer op het voorkomen van jeugdcriminaliteit, het realiseren van weerbare dorpen en op meer samenwerking tussen gemeenten, scholen, politie en welzijn. Met de impuls van de Regiodeals worden de regio’s krachtiger gemaakt doordat de samenwerking tussen overheden en organisaties in de regio’s wordt versterkt.
Samen met de wetenschap wordt de effectiviteit van interventies onderzocht, waarbij landelijke trends in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek in beeld worden gebracht. De resultaten worden beschreven in de jaarlijkse voortgangsrapportages NPLV, Preventie met Gezag en de voortgangsrapportages van de regiodeals.
Scholen hebben ook een rol in het signaleren en voorkomen van betrokkenheid bij (georganiseerde) criminaliteit, maar scholen kunnen dit niet alleen. Zij werken daarin intensief samen met onder meer de politie en het jeugdwerk. Om dat te stimuleren werkt het Ministerie van Justitie en Veiligheid nauw samen met andere departementen, waaronder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bijvoorbeeld binnen het programma Preventie met Gezag. Veel gemeenten zetten binnen dit programma in op het versterken van een veilig leerklimaat. Al tien gemeenten hebben in het kader van Preventie met Gezag veiligheidsconvenanten afgesloten met in totaal 113 verschillende po-, vo- en mbo-scholen zodat politie, jeugdwerk en leerplicht nauw samenwerken om jongeren in beeld te hebben en te begeleiden.
Verder hebben scholen zelf ook een zorgplicht voor de veiligheid op school. Met het Wetsvoorstel «vrij en veilig onderwijs» scherpt het kabinet die zorgplicht aan. Het doel is dat scholen beter zicht krijgen op de veiligheid op school, betere begeleiding bieden bij onveiligheid, bijvoorbeeld door de aanstelling van een vertrouwenspersoon, en hun veiligheidsbeleid jaarlijks evalueren.
De gemeenten en scholen in Noord-Nederland hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om (het voorkomen van) jeugdproblematiek. Daarbij krijgen zij goede ondersteuning en ligt er reeds een regionale aanpak voor Noord-Nederland. Wat het kabinet betreft is een nieuwe aanpak of aanvullende ondersteuning niet noodzakelijk.
Zo krijgt Stichting School & Veiligheid een subsidie om scholen te ondersteunen bij het werken aan een veilig schoolklimaat, bijvoorbeeld met ondersteuning op het gebied van samenwerking tussen onderwijs, politie en gemeente en op het gebied van gegevensdeling. Ook kunnen scholen individueel ondersteuning krijgen via het adviespunt van Stichting School & Veiligheid.
Vanuit het netwerk School & Veiligheid binnen de aanpak Preventie met Gezag wisselen gemeenten en scholen ervaringen met elkaar uit. Daarnaast is er het Expertisepunt Burgerschap, waar scholen terecht kunnen voor actuele informatie, tips en inspiratie over het vormgeven van burgerschapsonderwijs. De bovengenoemde ondersteuning is gratis en toegankelijk voor alle scholen in Nederland. Tot slot moedigt het kabinet scholen aan om alvast aan de slag te gaan met de geactualiseerde kerndoelen met specifiek aandacht voor digitale geletterdheid en mediawijsheid wordt besteed.
De gemeenten Groningen en Leeuwarden werken met ondersteuning vanuit Preventie met Gezag en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid aan een geconcentreerde en intensieve aanpak ter voorkoming van jeugdcriminaliteit en een verbeterde leefomgeving. Het RIEC Noord-Nederland heeft met ondersteuning vanuit mijn ministerie een aanpak voor jonge aanwas ontwikkeld. Voor versterking van de regio maakt Noord-Nederland gebruik van Regiodeals. Hierdoor is er voldoende ondersteuning aanwezig.
Zie antwoord vraag 11.
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede dat de schriftelijke vragen van de leden Straatman en Armut (beiden CDA), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Voor vier op de tien scholieren uit Groningen en Drenthe komt georganiseerde criminaliteit dichtbij» (ingezonden 20 februari 2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.