| Ingediend | 7 januari 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 16 april 2026 (na 99 dagen) |
| Indiener | Jimmy Dijk (SP) |
| Beantwoord door | Vincent Karremans (VVD), Sophie Hermans (VVD) |
| Onderwerpen | economie energie ict natuur en milieu |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z00091.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1648.html |
De datacentra in kwestie hebben informatie aangeleverd zoals aan hen is gevraagd door de Nederlandse overheid. Op grond van de Europese Energie Efficiëntie Richtlijn (EED)2 en het nationale Besluit van 26 april 20243 zijn datacentra verplicht om informatie aan te leveren, met uitzondering van bedrijfsvertrouwelijke gegevens. Via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de in te vullen formulieren, heeft de Nederlandse overheid gecommuniceerd dat bedrijfsvertrouwelijke gegevens niet hoefden te worden aangeleverd.
In de loop van 2024 is de Europese regelgeving aangescherpt en van kracht geworden, middels een gedelegeerde verordening4. In de gedelegeerde verordening staat dat bedrijfsvertrouwelijke informatie niet openbaar wordt gemaakt, maar wel dat alle informatie aangeleverd dient te worden. Deze wijziging wordt meegenomen met de implementatie van de richtlijn. Aanvankelijk werd gewacht met de aanpassing van de communicatie en het loket tot de implementatie van de richtlijn gereed zou zijn, maar na verloop van tijd is alsnog gekozen om hier niet op te wachten en de communicatie en het loket aan te passen, gezien ook de rechtstreekse werking van de gedelegeerde verordening.
Deze aanscherping is in de communicatie naar datacentra recentelijk aangepast voor de aanlevering van gegevens in 2026, in lijn met de gedelegeerde verordening. Datacentra wordt gevraagd alle gegevens aan te leveren, en aan te geven of er sprake is van bedrijfsvertrouwelijke gegevens.
Ja.
Netbeheerders hebben data over, en inzicht in, het energiegebruik van hun klanten, waaronder (individuele) datacentra. Overheden werken daarom veel samen met netbeheerders om goed beleid voor energie-infrastructuur te kunnen maken. Deze gegevens kunnen niet openbaar worden gemaakt, omdat deze worden gezien als bedrijfsgevoelige gegevens en alleen ten behoeve van toezicht en handhaving voor de energiebesparingsplicht worden verstrekt aan de toezichthouders.
De ontwikkeling van datacentra is een langjarig proces en wordt momenteel ingeperkt door netcongestie, stikstofproblematiek en scherper vestigingsbeleid vanuit overheden. Daardoor is er in de huidige situatie weinig ruimte voor substantiële uitbreiding. Recent aangekondigde projecten zijn veelal jaren geleden in gang gezet. Ook sluit dit beeld niet goed aan bij de ontwikkeling van het elektriciteitsverbruik van de datacentra in de afgelopen jaren (zie ook de cijfers van het CBS5). Datacentra geven daarnaast aan dat een dergelijke prognose van de groei van het elektriciteitsverbruik niet realistisch is en niet aansluit bij de ontwikkeling uit de praktijk.
Het kabinet erkent de zorgen rondom netcongestie en datacentra. Deze zorgen nemen wij serieus. Tegelijkertijd vormen datacentra de ruggengraat van onze digitale infrastructuur en faciliteren zij essentiële diensten waar Nederlandse huishoudens dagelijks van profiteren. Denk aan online bankieren, digitale zorg, thuiswerken en onderwijs op afstand. Om de beschikbaarheid van een onderscheidende digitale infrastructuur te borgen, is een zorgvuldige bestuurlijke afweging nodig. Daarvoor moet, samen met betrokkenen en gekoppeld aan lopende beleidsvorming op economisch, ruimtelijk, en duurzaamheidsvlak, en met oog voor de maatschappelijke meerwaarde, bezien worden wat nodig en mogelijk is en welke voorwaarden daarvoor gelden.
Toegang tot transportcapaciteit van elektriciteit wordt non-discriminatoir uitgegeven. Er wordt daarbij dus niet gekeken naar wat er met de uitgegeven transportcapaciteit voor elektriciteit gedaan wordt. Netcongestie vormt echter een grote uitdaging. Op veel plekken in Nederland is geen ruimte meer voor nieuwe aanvragen van grootverbruikers van elektriciteit, zoals datacentra. Deze komen dan ook op de wachtrij. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft met het prioriteringskader op basis van criteria sectoren aangewezen die maatschappelijk van groot belang zijn, zoals scholen of ziekenhuizen. Grootverbruikers uit deze sectoren krijgen voorrang op de wachtrij bij het verkrijgen van transportcapaciteit wanneer deze beschikbaar is. Datacentra zijn niet opgenomen in dit kader en krijgen dan ook geen voorrang.
De digitale infrastructuur, die bestaat onder andere uit telecombedrijven, internetknooppunten, datacentra en cloudaanbieders, levert een substantiële directe én indirecte bijdrage aan de Nederlandse economie6. Het is onlosmakelijk verbonden met ons dagelijks leven, denk aan video vergaderen, online bankieren en mobiel betalen, onze overheidszaken regelen en met veel gemak onze inkopen doen. In het onderwijs en de zorg is digitalisering niet meer weg te denken. Bedrijven kunnen opbloeien dankzij die hoogwaardige digitale infrastructuur. De meerwaarde van datacentra is dat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van de digitale infrastructuur, die een randvoorwaarde is voor toekomstige groei. In de veranderende mondiale context wordt het steeds belangrijker dat Nederland en de EU geopolitiek gezien op eigen benen kunnen staan. Het belang van (open strategische) autonomie neemt steeds verder toe.
Het kabinet is van mening dat een technologie en het gebruik van technologie, zoals AI, een middel is of kan zijn in het bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Daarbij zal technologie en het gebruik hiervan zelf doelen, waarden en machtsverhoudingen vormen en doen verschuiven, waardoor middel en doel onvermijdelijk in elkaar ingrijpen. Voor AI is dit niet anders.
Veel AI-oplossingen, die ook relevant kunnen zijn voor productiviteit en maatschappelijk uitdagingen, worden door bedrijven ontwikkeld en aangeboden. Dit is van belang voor het verdienvermogen als onderdeel van het industriebeleid en de uitwerking van de Nationale Technologiestrategie. De implementatie van de Europese AI-verordening draagt er onder meer aan bij dat AI-oplossingen door bedrijven op een verantwoorde manier worden ontwikkeld en toegepast.
Om innovaties te versnellen en kennis publiek-privaat te ontwikkelen en toe te passen zet de overheid specifieke instrumenten in. Een voorbeeld is het AiNed programma van het Nationaal Groeifonds met een groot aantal labomgevingen voor de ontwikkeling van innovatieve AI-toepassingen. Een ander voorbeeld is de realisatie van een AI-fabriek in Groningen. Deze initiatieven moeten maatschappelijke en economische kansen van AI verzilveren, en de publieke belangen bij AI borgen.
Er wordt momenteel op verschillende plekken data verzameld over AI, het gebruik ervan en de impact op de arbeidsmarkt. De AI monitor van het CBS ontwikkelt statistieken over bedrijven die AI produceren, bedrijven die AI gebruiken, AI-opleidingen inclusief de overgang naar de arbeidsmarkt, en de vraag naar arbeidskrachten met AI-vaardigheden7. In de arbeidsmarktenquêtes van TNO8 worden ook enkele vragen over inzet van AI op werk toegevoegd. Dialogic publiceert daarnaast in opdracht van EZK een overzicht van kengetallen over de onderwijs- en arbeidsmarktstromen van AI en data science. Verder zijn binnen de Nederlandse Skills Survey vragen gesteld over het gebruik van AI op het werk, en de digitale vaardigheden van werkenden. Tot slot zijn er internationale organisaties, zoals de OECD, die onder andere onderzoek hebben gedaan naar de «blootstelling» van bepaalde beroepen aan AI9.
AI kan grote gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt, maar deze gevolgen zijn op dit moment lastig te voorspellen. Om potentiële negatieve gevolgen voor de arbeidsmarkt te kunnen mitigeren, is het in de eerste plaats belangrijk mensen te ondersteunen om mee te kunnen in veranderingen van hun werk als gevolg van AI. Werkgevers hebben hierin een wettelijke én initiërende verantwoordelijkheid. Werkgevers, brancheorganisaties en sociale partners zetten al stevig in op leven lang ontwikkelen. Het kabinet heeft oog voor deze veranderingen. De snelle veranderingen van de economie en arbeidsmarkt (o.a. door AI) maakt dat de onzekerheid over werk en inkomen voor mensen toeneemt, terwijl werkgevers ook te maken hebben met grote personeelstekorten en zien dat cruciale vacatures open blijven staan. Talent komt te vaak niet op juiste plek terecht waar het meeste waarde toevoegt.
Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is daarbij een prioriteit van het kabinet met een ambitieuze opdracht waaraan € 100 mln. aan structurele middelen is gekoppeld vanaf 2028. Het kabinet hecht belang aan LLO om het hoofd te kunnen bieden aan grote economische en maatschappelijke opgaven. Het huidige LLO-beleid van SZW, OCW en EZK is samengevat in de recente Kamerbrief Voortgang Leven Lang Ontwikkelen.10
De vragen van het lid Dijk (SP) over het bericht «Google en Microsoft houden energieverbruik van hyperscale-datacenters geheim voor de overheid» (kenmerk 2026Z00091) kunnen niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord. Er is meer tijd nodig voor de benodigde interdepartementale afstemming. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk de antwoorden op de vragen doen toekomen.