| Ingediend | 27 november 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 12 maart 2026 (na 105 dagen) |
| Indiener | Bente Becker (VVD) |
| Beantwoord door | Arno Rutte (VVD), Nicki Pouw-Verweij (BBB) |
| Onderwerpen | openbare orde en veiligheid organisatie en beleid recht strafrecht |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z20668.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1296.html |
Ja.
Ja.
Artikel 577bis van het Italiaanse Wetboek van Strafrecht bevat een aparte strafbaarstelling van femicide. Deze bepaling stelt levenslange gevangenisstraf op het doden van een vrouw gepleegd als een daad van haat, discriminatie, onderdrukking, controle, bezit of dominantie vanwege het feit dat zij een vrouw is, omdat zij weigert een affectieve relatie aan te gaan of te behouden, of om haar individuele vrijheden te beperken. Als deze omstandigheden niet kunnen worden bewezen, dan kan de pleger worden veroordeeld voor de bestaande vormen moord of doodslag.
De wet is recent in werking getreden, en er is nog geen jurisprudentie bekend over de vraag hoe de hiervoor genoemde omstandigheden kunnen worden bewezen. De Italiaanse strafrechtspraktijk zal dat in de komende periode moeten uitwijzen.
In de Italiaanse wet is femicide onder de hiervoor genoemde omstandigheden als een apart misdrijf aangemerkt, omdat Italië – mede ingegeven door een aantal bekende zaken – strenger wil optreden tegen gendergerelateerd geweld. Op dit misdrijf is een levenslange gevangenisstraf gesteld, waarmee een afschrikwekkende werking wordt beoogd.2
Ook in Nederland is sprake van een toenemend bewustzijn over de aard en ernst van femicide en het (psychisch) geweld dat daaraan voorafgaat. Ook groeit de kennis over het fenomeen femicide gestaag. Verder is er veel steun om de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld verder te intensiveren.
Bovenstaande heeft er onder meer toe geleid dat het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Datacentrum (hierna: WODC) in opdracht van mijn ministerie onderzoek doet naar de juridische erkenning van femicide in de Nederlandse rechtspraktijk en de straffen die in dat verband worden opgelegd. In dat onderzoek is ook een rechtsvergelijkend deel opgenomen, waarin (onder meer) Italië wordt uitgelicht. Mede op grond van de resultaten van dit onderzoek zal nader worden bezien welke verdere maatregelen in Nederland kunnen worden genomen om femicide te voorkomen en te bestrijden. De resultaten van dit onderzoek worden binnen enkele maanden verwacht.
Voor een antwoord op de eerste vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 8. Wat de implicaties voor Nederland zouden zijn van het erkennen van femicide als apart misdrijf, zal nader worden verkend met behulp van de resultaten uit het eerdergenoemde WODC-onderzoek naar femicide in de Nederlandse rechtspraktijk.
In de Italiaanse strafbaarstelling van femicide staat het doel of de motivatie waarmee de dader het feit pleegt centraal. Het gaat daarbij om daden van haat, discriminatie, onderdrukking, controle, bezit of dominantie vanwege het feit dat zij een vrouw is, omdat zij weigert een affectieve relatie aan te gaan of te behouden, of om haar individuele vrijheden te beperken. Dat kunnen ook rode vlaggen voor femicide zijn, maar deze gedragingen hoeven niet te zijn voorafgegaan aan de doodslag.
Voor beantwoording van de vraag naar de toepasbaarheid van een dergelijke strafbaarstelling binnen de Nederlandse strafwet verwijs ik kortheidshalve naar het antwoord op de vragen 5, 6 en 8.
Nederland kent op dit moment geen aparte strafbaarstelling van femicide. Wel is het gevangenisstrafmaximum dat geldt voor doodslag met de inwerkingtreding van de Wet Hümeyra per 1 juli 2023 verhoogd van 15 naar 25 jaar. Er zijn inmiddels ook voorbeelden uit de praktijk waarin rechters hogere straffen dan vijftien jaar opleggen in zaken waarin sprake is van doodslag (vgl. ECLI:NL:RBGEL:2025:9048 en ECLI:NL:RBOBR:2025:7174). Daarnaast is een wetsvoorstel in voorbereiding dat ertoe strekt psychisch geweld strafbaar te stellen. In dit wetsvoorstel wordt – zoals eerder aan Uw Kamer is gecommuniceerd – een afzonderlijke bepaling in het Wetboek van Strafrecht opgenomen die dwingende controle – een belangrijke rode vlag voor femicide – strafbaar stelt en wordt artikel 300, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (mishandeling) aangepast, zodat duidelijk wordt dat ook psychische mishandeling (niet zijnde dwingende controle) onder de strafbaarstelling van mishandeling valt. Daarnaast is van belang dat in de aangenomen motie Timmermans en Mutluer (Groenlinks-PvdA) over aanvullende maatregelen tegen femicide (KS 36 658, nr. 12) is verzocht tot het invoeren van strafverzwarende omstandigheden bij partner- en familiedoding. Deze motie zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van voornoemd wetsvoorstel. In dat verband zal ook worden gekeken naar vergelijkbare strafbaarstellingen in het buitenland, waaronder Italië.
In, het in mijn antwoord op vraag 5, genoemde WODC-onderzoek wordt zoals gezegd ook een rechtsvergelijkend deel opgenomen waarin zeven verschillende Europese landen en hun strafrechtelijke aanpak van femicide onder de loep zijn genomen. Ik verzoek u de resultaten van dit onderzoek, die binnen enkele maanden aan uw Kamer worden aangeboden, af te wachten.
Daarnaast kan ik meegeven dat medio 2023, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Belgische feminicidewet, contact is geweest met België over het Belgische wetsvoorstel. Daaruit bleek dat de Belgische feminicidewet een algemeen wettelijk kader beoogt te bieden ter preventie en bestrijding van femicide en gendergerelateerde dodingen, evenals het geweld dat daaraan voorafgaat. In dat verband is bestaand beleid omgezet in wetgeving. De wet introduceert geen afzonderlijke strafbaarstelling van femicide of gendergerelateerde doding, maar bevat wel concrete handvatten en instrumenten ter preventie en bestrijding van femicide.
De inhoud van de Belgische wet vertoont overeenkomsten met zowel de Spaanse wetgeving tegen geweld tegen vrouwen, zoals recent in een voortgangsbrief met uw Kamer is gedeeld, als het Nederlandse beleid en wet- en regelgeving3.