| Ingediend | 11 november 2025 |
|---|---|
| Beantwoord | 17 februari 2026 (na 98 dagen) |
| Indiener | Faith Bruyning (NSC) |
| Beantwoord door | Judith Tielen (VVD), Arno Rutte (VVD) |
| Onderwerpen | burgerlijk recht gezin en kinderen jongeren recht sociale zekerheid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2025Z19623.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20252026-1127.html |
Ja.
Het is niet aan mij om te oordelen over uitspraken van een kinderrechter in een individuele casus. Voor het goede functioneren van onze democratische rechtsstaat is een onafhankelijke rechtspraak van het grootste belang en dat blijkt ook in deze situatie. Pleegouders moeten een veilige gezinssituatie bieden en dienen op een liefdevolle manier om te gaan met kinderen waar zij zorg voor dragen. Naar aanleiding van de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen en het inspectierapport «Pleegkinderen uit beeld» werkt de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport in samenwerking met onder andere de pleegzorgsector aan verschillende verbeterinitiatieven om het zicht op de veiligheid van pleegkinderen en de samenwerking in de hele keten te verbeteren. Hierover bent u in de Kamerbrief van 2 december geïnformeerd.2
Zoals ook de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen heeft laten zien, is het uitermate belangrijk dat er met het kind zelf (één op één) wordt gesproken én dat er daadwerkelijk naar het kind geluisterd wordt. Het zou niet zo moeten zijn dat kinderen of ouders zich genoodzaakt voelen opnames te maken om gehoord te worden.
Ik heb navraag gedaan bij verschillende organisaties waaronder de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (NVJA) en de Nederlandse vereniging van Familie-en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). Een deel van de achterban geeft aan de signalen te herkennen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft laten weten constructief samen te werken met de advocatuur en advocaten altijd serieus te nemen in hun rol als bijstandsverlener voor ouders en kind. In zijn algemeenheid kan ik aangeven dat ik waarde hecht aan de neutrale positie van de advocatuur en de opgestelde gedragsregels. Verder kunnen advocaten zich in de eerste plaats het beste melden bij de betreffende gecertificeerde instelling of de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast kunnen advocaten signalen uiteraard ook neerleggen bij de belangenorganisaties waar ze bij zijn aangesloten.
Ik ben er niet van op de hoogte dat kinderen, ouders of pleegouders in sommige gevallen worden berispt of gesanctioneerd als zij dergelijke opnames maken en willen inbrengen in de procedure om zo gehoord te worden. In zijn algemeenheid kan ik het volgende aangeven ten aanzien van het gebruik van geluidsopnamen door verschillende instanties (Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming) en de rechtspraak. Jeugdzorg Nederland heeft op basis van de handreiking van de Nationale ombudsman3 een richtlijn opgesteld voor het gebruik van geluidsopnamen.4 Deze richtlijn geldt voor cliënten van Jeugdzorg Nederland en jeugdprofessionals van de organisaties die jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering aanbieden. Hierin staat vermeld dat het is toegestaan om een geluidsopname te gebruiken ten behoeve van een juridische procedure. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in zijn Kwaliteitskader opgenomen dat kinderen en ouders in principe geluidsopnamen mogen maken van de gesprekken met medewerkers.5 Daarnaast kan beeld- en geluidmateriaal benut worden in het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming indien ouders of kinderen dit tijdens gesprekken aan de raadsmedewerker laten zien of horen. In de verschillende familie- en jeugdrecht procesreglementen voor de rechtbanken, zoals gepubliceerd op rechtspraak.nl, staat sinds 1 januari 2026 de volgende bepaling: «Bij het overleggen van gegevens, stukken of multimediabestanden moeten partijen aangeven ter toelichting of staving van welke stelling deze zijn bedoeld en welk onderdeel daartoe van belang is. Partijen moeten bij audio- en videobestanden aangeven op welke minuut/minuten het voor de procedure relevante deel staat en van dat deel een transcriptie overleggen. Indien hieraan niet voldaan wordt, kan de rechter de overgelegde gegevens of stukken of multimediabestanden buiten beschouwing laten.» Hoe de rechter dit waardeert is verder aan het oordeel van de rechter.
Het is aan de rechter zelf om af te wegen hoe belangrijk de geluidsopname is en of er een goede reden is om wel of geen gebruik hiervan te maken.
Verschil in interpretaties is bovendien onderdeel van het rechtssysteem en draagt bij aan de rechtsvormende taak van de rechter. Verder verwijs ik naar mijn antwoord bij vraag 5 waarin ik in zijn algemeenheid inga op het gebruik van geluidsopnamen door verschillende instanties waaronder de rechtspraak.
Zie antwoord vraag 6.
Zie antwoord vraag 6.
Het is van belang dat een rechter zelfstandig op basis van de feiten en omstandigheden kan beslissen. Een uniform toetsingskader is dan ook niet gewenst.
Jeugdzorg Nederland heeft op basis van de handreiking van de Nationale ombudsman9 een richtlijn opgesteld voor het gebruik van geluidsopnamen.10 Deze richtlijn geldt voor cliënten van Jeugdzorg Nederland en jeugdprofessionals van de organisaties die jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering aanbieden. Hierin staat vermeld dat het is toegestaan om een geluidsopname te gebruiken ten behoeve van een juridische procedure. Daarnaast merk ik op dat de nationale (kinder)ombudsman tips gegeven heeft over hoe om te gaan met geluidsopnames.11
Het klopt dat er geen organisatie overstijgende richtlijn of toezichtkader bestaat dat regelt hoe geluidsopnames gewogen worden in (familie)rechtszaken of interne klachtenprocedures. Echter, zoals reeds eerder aangehaald in de beantwoording hebben zowel de rechtspraak als Jeugdzorg Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming een procesreglement danwel een richtlijn of Kwaliteitskader.
Een goed toegankelijke en onafhankelijke klachtenprocedure, waar kinderen en ouders terecht kunnen wanneer zij ontevreden zijn over het handelen van (medewerkers) van organisaties in het jeugddomein, vind ik uitermate belangrijk. De Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport en ik hebben onlangs een onderzoek laten uitvoeren naar klachtbehandeling in het jeugddomein.12 In het voorjaar 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de stappen die naar aanleiding daarvan worden gezet. Het is daarnaast belangrijk dat (pleeg)kinderen kunnen beschikken over een vertrouwenspersoon. Hierdoor voelen kinderen zich ondersteund en veilig om zich uit te spreken over hun zorgen. Een vertrouwenspersoon is een luisterend oor, steun en toeverlaat als een kind of jongere dat nodig heeft. Deze vertrouwenspersoon kan iemand uit de familie of het persoonlijk netwerk zijn of een vertrouwenspersoon van (bijvoorbeeld) Jeugdstem. De vertrouwenspersonen van Jeugdstem zijn onafhankelijk. Gemeenten, gecertificeerde instellingen en pleegzorgaanbieders zijn verplicht om pleegkinderen te informeren over de ondersteuningsmogelijkheden van een vertrouwenspersoon.
Naar aanleiding van de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen en een analyse van pleegzorgincidenten en -calamiteiten die tussen 1 januari 2023 en 31 december 2024 bij de inspectie zijn gemeld, voerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in de eerste helft van 2025 thematoezicht uit bij pleegzorgaanbieders. In dit proces is de stem van het kind nadrukkelijk betrokken. Zo is bijvoorbeeld gevraagd naar de kennis van de pleegzorgbegeleider over de pleegkinderen en de hoeveelheid gesprekken die de pleegzorgbegeleider alleen met het kind voerde. Dit onderzoek is representatief voor de pleegzorgsector en heeft geleid tot verschillende verbeterinitiatieven. Hierover bent u in de Kamerbrief van 2 december geïnformeerd.13 Op dit moment richten wij ons in samenwerking met de sector op het verder ontwikkelen, implementeren en borgen van verbeteringen in de gehele jeugdbeschermingsketen.
Ja, ik ben bekend met het bredere signaal dat kinderen en ouders binnen de jeugdbescherming zich niet gehoord of geloofd voelen, ook wanneer zij herhaaldelijk melding maken van misstanden. Ik zet me er dan ook voor in om de rechtsbescherming van ouders en kinderen die te maken krijgen met een kinderbeschermingsmaatregel te versterken, zodat ze beter gehoord, betrokken en ondersteund worden. Zo geef ik met het dit jaar in te dienen wetsvoorstel de «Wet ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming» invulling aan die ambitie door onder andere te investeren in rechtsbijstand. De rechtbank wijst ambtshalve een advocaat toe, zodat ouders niet zelf het initiatief hoeven te nemen.
Bijstand en ondersteuning van kinderen in kinderbeschermings- en gezag en omgangprocedures heeft onze aandacht. Voor de ondersteuning van het kind tijdens juridische procedures heeft adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) dan ook op mijn verzoek verschillende typen steunfiguren in kaart gebracht. Het onderzoek geeft een overzicht van de beschikbare vormen van ondersteuning en de behoeften die kinderen hebben. U heeft het rapport recent ontvangen als bijlage bij de voortgangsbrief jeugd.14 Uit het rapport blijkt dat kinderen behoefte kunnen hebben aan uiteenlopende vormen van ondersteuning. Geen enkele steunfiguur kan in alle situaties in alle behoeften voorzien. AEF adviseert daarom een netwerkbenadering: een goed functionerend geheel van ondersteuningsvormen, zodat voor ieder kind iets beschikbaar is dat aansluit bij zijn of haar situatie. In de huidige praktijk mag een kind overigens zich al bij het uitoefenen van het hoorrecht laten bijstaan door een zelf uitgekozen persoon. In het wetsvoorstel versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming dat dit jaar naar de Kamer wordt gestuurd, wordt deze mogelijkheid bekrachtigd. Ook kan de rechter binnen het huidige juridische kader een bijzonder curator benomen die de minderjarige bijstaat.
Ik zie op dit moment geen aanleiding voor een landelijke evaluatie, samen met de Raad voor de Rechtspraak en de Inspecties. In zijn algemeenheid kan ik wel opmerken dat het Landelijk overleg vakinhoud familierecht oog heeft voor zaken binnen haar domein en uitdagingen binnen haar werkgebied oppakt.
Ik vind het zeer van belang dat de stem van het kind wordt gehoord. In het kader van het verbeteren van de participatie van minderjarigen in procedures zal door middel van het wetsvoorstel versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming in de wet worden geborgd dat de leeftijdsgrens voor het hoorrecht door de kinderrechter verlaagd wordt van twaalf naar acht jaar voor alle jeugd- en familiezaken die kinderen aangaan. Op deze manier wordt beter gewaarborgd dat kinderen steeds hun stem kunnen laten horen.
Hierbij deel ik u, mede namens de Staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede dat de schriftelijke vragen van het lid Bruyning (Nieuw Sociaal Contract), van uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het feit dat kinderen in de jeugdbescherming zich gedwongen voelen om geluidsopnames te maken om hun stem te laten horen, en over de uiteenlopende rechtspraak over de toelaatbaarheid van deze opnamen (ingezonden 11 november 2025) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.