Kamervraag 2020Z11713

Vechthonden uit dierenasielen

Ingediend 22 juni 2020
Beantwoord 17 juli 2020 (na 25 dagen)
Indiener William Moorlag (PvdA)
Beantwoord door Carola Schouten (viceminister-president , minister landbouw, natuur en voedselkwaliteit) (CU)
Onderwerpen dieren landbouw openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2020Z11713.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20192020-3542.html
  • Vraag 1
    Kent u het bericht «Dierenasiels sluizen gevaarlijke vechthonden naar nieuwe eigenaren»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Is het waar dat meer dan de helft van de hondenpopulatie in asiels een vechthond of hoogrisicohond is? Zo nee, hoeveel van deze honden zitten dan wel in asielen?

    Een hond is pas een vechthond als hij specifiek voor hondengevechten is getraind. Een hond wordt niet als vechthond geboren. Een hond is pas een hoogrisicohond als hij kan worden gedefinieerd als een hond die een hoog risico vormt op het veroorzaken van een bijtincident in alledaagse situaties waarvan normaal niet verwacht wordt dat ze een probleem vormen. De oorzaak waardoor de hond een hoog risico vormt, wordt beïnvloed door een veelheid van factoren en dient per individuele hond te worden beoordeeld.
    Op het moment dat een hond in een asiel terecht komt is niet bekend of het dier voor hondengevechten is getraind en daarmee een vechthond is geworden en/of een hond een hoogrisicohond is.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat als de oorspronkelijke eigenaar van een vecht- of hoogrisicohond deze naar een asiel brengt, dat ten minste een indicatie moet zijn dat die honden in potentie gevaarlijk zijn? Zo ja, worden de nieuwe eigenaren daar expliciet van op de hoogte gesteld? Zo nee, waarom niet?

    Nee. Zonder een gedegen onderzoek van een individuele hond is zonder duidelijke gedragsaanwijzingen niet op uiterlijk vast te stellen dat het gaat om een vecht- of hoog risicohond. De redenen waarom afstand wordt gedaan van een hond zijn zeer veelzijdig. Zo wordt afstand gedaan vanwege een allergie, het niet meer kunnen verzorgen van de hond, scheiding, andere baan, kinderen, vakantie of ongewenst gedrag van de hond, waaronder agressie.
    In potentie kan daarnaast elke hond gevaarlijk zijn vanwege de veelheid aan dier-, eigenaar- en situationele gerelateerde factoren die hierbij een rol spelen. Dit maakt dat niet elk dier waarvan afstand wordt gedaan ook daadwerkelijk een hoog risico vormt en daarmee een hoog risicohond is. Dit is mede afhankelijk van de mentale toestand van het individuele dier. Het is dan ook noodzakelijk dat eerst door een deskundige de dier gerelateerde factoren moeten worden beoordeeld waarna het risico op gevaarlijk gedrag en het daarmee samenhangende risico op ernstig letsel objectief kan worden vastgesteld.
    Ik heb geen inzicht bij hoeveel honden in een asiel aan de hand van een deskundige beoordeling een hoog risico op gevaarlijk gedrag en ernstig letsel is vastgesteld. Ik verwijs tevens naar mijn antwoorden op de vragen 4 en 5 van het lid Weverling.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat het grote aantal vecht- en hoogrisicohonden in asielen een reden is om strengere regels aan het fokken, verhandelen en houden van dit soort honden te gaan stellen? Zo ja, hoe gaat u hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?

    Zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 3 en in mijn brief van 9 november 2018 (Kamerstuk 28 286, nr. 1003) is ingevolge artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren het verboden te fokken met gezelschapsdieren op een wijze waarop het welzijn en de gezondheid van ouderdieren en nakomelingen wordt benadeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gefokt wordt op een eigenschap als agressiviteit. Met een gevalideerde risicobeoordelingstest kunnen ouderdieren met gedragingen, waarvan het ongewenst is dat deze worden doorgegeven op objectieve gronden worden onderscheiden en uitgesloten van de fokkerij. Deze test is nu in ontwikkeling.
    Ook heb ik eerder aangegeven daarbij te bekijken of dan aanvullend een castratie of sterilisatieplicht kan worden opgelegd. Daarnaast vindt onderzoek plaats naar de juiste wijze van socialisatie ter verdere verduidelijking van de artikelen 1.6 en 3.22 van het Besluit houders van dieren. Op basis van de resultaten zal ik bezien of aanvullende regelgeving noodzakelijk is. Het in ontwikkeling zijnde zelfstandig houdverbod is eveneens een voorbeeld van strengere regels aan het fokken, verhandelen en houden van honden.

  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat mensen geen vecht- of hoogrisicohonden meer zouden moeten houden, daar er genoeg hondenrassen zijn die veel minder gevaarlijk zijn? Zo ja, wanneer wordt het fokken van vecht- of hoogrisicohonden verboden? Zo nee, waarom niet en welke reden ziet u dan voor het fokken, verhandelen en houden van dergelijke honden?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Vraag 6
    Weten asielen als zij een hond opnemen of die hond een verleden met bijtincidenten kent? Zo ja, hoe weten zij dat? Zo nee, zouden zij dat dan niet moeten weten en hoe gaat dit bewerkstelligd worden?

    Alleen indien een hond betrokken is geweest bij een bijtincident en als gevolg daarvan bij een opslaghouder of een asiel terecht is gekomen is dit bekend. In alle andere gevallen is dit niet bekend. Vanwege de vele oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan een bijtincident, zegt een bijtincident uit het verleden als zodanig niet veel. Het is veel meer van belang dat van een dier op dat moment een gedegen objectieve welzijnsassessment en risicobeoordeling kan worden uitgevoerd. Op dat moment wordt inzichtelijk wat het risico op gevaarlijk gedrag is en waardoor dit gedrag wordt beïnvloed. Het welzijnsassessment is beschikbaar en de risicobeoordelingstest is in ontwikkeling.
    Verder verwijs ik naar mijn antwoord op de vragen 4 en 5 van het lid Weverling (VVD).

  • Vraag 7
    Weten nieuwe eigenaren van een hond of die in het verleden mensen of andere dieren heeft gebeten? Zo ja, hoe komen zij dat te weten en hoe worden zij voorgelicht over de omgang met dergelijke honden? Zo nee, zouden zij dan niet op de hoogte moeten worden gebracht en hoe gaat u dit bewerkstelligen?

    Zie antwoord vraag 6.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2020Z11713
Volledige titel: Vechthonden uit dierenasielen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20192020-3542
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Moorlag over vechthonden uit dierenasielen