Kamervraag 2020Z04629

De excuses en schadevergoeding voor slachtoffers van Zusters van de Goede Herder

Ingediend 10 maart 2020
Indieners Madeleine van Toorenburg (CDA), Michiel van Nispen (SP)
Onderwerpen burgerlijk recht criminaliteit openbare orde en veiligheid recht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2020Z04629.html
1. Trouw, 4 maart 2020, «Slachtoffers van Zusters van de Goede Herder vi…
2. «Even een reactie op de toegekende schade van € 5.000,– Vol verbazing kwam het nieuws bij mij binnen... Werkelijk niet te geloven hoe wij weer afgescheept worden! Hoe wij weer niet gehoord worden, ik voel me weer net als toen.... Opruimen en je bek houden.»
3. «Er heeft een diepgaand onderzoek plaatsgevonden en de slachtoffers van de congregatie van de Zusters van de Goede Herder in gelijk gesteld. Dit onderzoek lijkt totaal in de wind geslagen en genegeerd! Hoe kan het dat dit onderzoek op de grote hoop is gegooid, hoe kan het dat er dus weer totaal geen aandacht aan besteed blijkt te zijn. Hoe kan het dat die oude vrouwen weer aan de kant worden gezet.»
4. «Mijn hele leven heeft het mij achtervolgd, wat ik als jong meisje moet hebben doorstaan. Eenzame opsluiting, fysieke en mentale mishandelingen, het harde werken als kind. Iets wat in die tijd ook nog niet aan de orde was, want er was leerplicht. Nu minstens 5.000 euro per jaar aan pensioen kunnen hebben met een leuke baan. Al die kansen zijn ons afgenomen en nog veel meer. Ben hier dan ook erg boos over, en het ergste hiervan, door ons niet serieus te nemen beleef je al die jeugdshit opnieuw. Waar de kinderbescherming voor was, dus onderdeel van de staat. Groeten van een 71 jarige vrouw die het haar hele leven moeilijk heb gehad omdat ze als kind niet bestond, omdat jullie mij zo nodig weg moesten halen bij mijn lieve moeder. Uiteindelijk twee levens kapot gemaakt.»
5. «Mijn gevoel van pijn opnieuw het beleven. Niet erkend worden dat je zoveel leed heb gehad. Ik kan niet goed functioneren omdat ik ptts heb door het internaat. Toen werd gezegd dat ik moeilijk opvoedbaar was terwijl ik dat niet was ook werd gezegd dat ik mannen verleidde met 12 jaar. Dat ik lelijk was. Had last van angsten etc. Nu ging het wel weer maar nu deze domper. Weer niet serieus genomen. Dit kan weer heel lang duren voordat ik weer de oude ben.»
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het artikel dat vrouwen die als meisje dwangarbeid moesten verrichten bij de Zusters van de Goede Herder zich nog altijd niet erkend voelen in hun leed, nu zij de schadevergoeding voor slachtoffers te mager vinden?1
  • Vraag 2
    Kunt u zich voorstellen dat vele slachtoffers teleurgesteld zijn met de door u voorgestelde regeling?
  • Vraag 3
    Heeft u kennisgenomen van de brief van slachtoffers van 24 februari 2020, die ook aan u is gestuurd, waarbij in de bijlage zeer teleurgestelde reacties van verschillende slachtoffers te lezen zijn? Kunt u deze teleurstelling begrijpen?2, 3, 4, 5
  • Vraag 4
    Waarom heeft u ervoor gekozen om de afwikkeling van de schadevergoeding van deze slachtoffers gelijk te trekken met de slachtoffers van geweld in de jeugdzorg, zoals door u beschreven in reactie op het rapport van de Commissie-De Winter?
  • Vraag 5
    Deelt u de mening dat de beide slachtoffergroepen, zoals in vraag 4 beschreven, zeer verschillen, qua omvang, schade, rol van de overheid bij het veroorzaken van het leed, de bewijslast van wat gebeurd is en de urgentie vanwege de gemiddelde leeftijd van de slachtoffers?
  • Vraag 6
    Erkent u dat de slachtoffers van de Goede Herder andere noden hebben dan de slachtoffers van geweld in de jeugdzorg, bijvoorbeeld het ontbreken van een behoefte aan begeleiding aan mensen die reeds op leeftijd zijn?
  • Vraag 7
    Acht u een gelijkschakeling qua financiële genoegdoening van de slachtoffers van kinderdwangarbeid bij de Goede Herder en slachtoffers van geweld in de jeugdzorg gerechtvaardigd?
  • Vraag 8
    Welke waardering geeft u aan het feit dat de slachtoffers van de Goede Herder mede hun recht tot onderwijs is onthouden met alle, onder meer economische, gevolgen van dien voor de rest van hun leven?
  • Vraag 9
    Heeft u het gevoel dat de door u aangekondigde maatregelen voldoende tegemoetkomen aan het erkennen en de noodzakelijke genoegdoening voor wat de slachtoffers van jarenlange kinderdwangarbeid is aangedaan?
  • Vraag 10
    Waarom heeft u gekozen voor een bedrag van 5.000 euro per persoon, terwijl het kan gaan om vrouwen die als meisje tussen hun veertiende en eenentwintigste jaar kinderdwangarbeid onder vreselijke omstandigheden hebben moeten verrichten en geen onderwijs aangeboden hebben gekregen? Op basis waarvan is dat bedrag berekend en vastgesteld? Erkent u dat dit in geen verhouding staat tot de bedragen die in andere landen voor dezelfde feiten zijn vastgesteld?
  • Vraag 11
    Bent u bereid te bezien of de voorgestelde schadevergoeding voor de slachtoffers van kinderdwangarbeid wel passend is? Bent u bereid een regeling te overwegen, waarbij de schadevergoeding verhoogd kan worden en afhankelijk wordt van hoe lang het verblijf en de kinderdwangarbeid bij de Goede Herder heeft geduurd?
  • Vraag 12
    Bent u het met de slachtoffers eens dat de zaak nu een zeer snelle afhandeling verdient, vooral vanwege de leeftijd van de slachtoffers die dit achter zich willen laten, rust willen vinden en het laatste deel van hun leven niet alleen maar met de Goede Herder bezig kunnen en willen zijn?
  • Vraag 13
    Deelt u de mening dat een eerlijke regeling de noodzaak bij slachtoffers om tegen de overheid en/of de congregatie De Goede Herder te procederen zou kunnen verminderen, en dat dit voor iedereen te prefereren is, vooral ook omdat de overheid de eigen verantwoordelijkheid moet erkennen voor de bijdrage aan de kinderdwangarbeid?
  • Vraag 14
    Deelt u voorts de mening dat een rechtszaak van slachtoffers tegen de Staat en/of de congregatie wegens de verjaringstermijnen voor civielrechtelijke claims, zeker op de korte termijn een onzekere afloop heeft, terwijl de meeste slachtoffers juist behoefte hebben aan snelle duidelijkheid en afsluiting, voor zover mogelijk, middels een rechtvaardige regeling?
  • Vraag 15
    Betreurt u de onduidelijkheid die is ontstaan rondom de afspraak tussen u en de slachtoffers op 23 maart 2020 en de verwarring met een eerdere bijeenkomst met andere slachtoffers? Hoe heeft dat kunnen gebeuren?
  • Vraag 16
    Kunt u deze vragen afzonderlijk en vóór 17 maart 2020 beantwoorden?

Kamervraag document nummer: kv-tk-2020Z04629
Volledige titel: De excuses en schadevergoeding voor slachtoffers van Zusters van de Goede Herder