Kamervraag 2019Z04568

Het bericht dat de beantwoording van Kamervragen is afgestemd met het BKR

Ingediend 8 maart 2019
Beantwoord 30 april 2019 (na 53 dagen)
Indieners Jan Jacob van Dijk (CDA), Jasper van Dijk (SP), Ö. Alkaya
Beantwoord door Wopke Hoekstra (minister financiën) (CDA), Hoekstra
Onderwerpen economie overige economische sectoren recht staatsrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2019Z04568.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20182019-2479.html
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht dat het Ministerie van Financiën de beantwoording van Kamervragen afstemt met het Bureau Krediet Registratie (BKR), de organisatie die de fout in ging in verband met de privacywet?1

    Voor de beantwoording van Kamervragen is het noodzakelijk om over voldoende informatie te beschikken om de vragen zorgvuldig te kunnen beantwoorden. Om over die informatie te beschikken, kan het nodig zijn dat het ministerie in contact treedt met betrokken partijen. In augustus 2017 heeft uw Kamer vragen gesteld over het artikel «Helaas, geen nieuw huis dankzij BKR». Er is in dat specifieke geval gekozen om de conceptbeantwoording voor te leggen aan het BKR, omdat het een standpunt ten aanzien van de bedrijfsvoering van die partij, en wijzigingen daarin betrof. Omdat het ministerie geen zeggenschap heeft over het BKR, is hierover destijds het gesprek gevoerd.

  • Vraag 2
    Wat is uw reactie op de stelling dat het Ministerie van Financiën het BKR de hand boven het hoofd hield?

    Het beeld dat in het bericht wordt geschetst, herken ik niet. Het ministerie heeft de zorgen die in 2017 door de Kamer zijn geuit aan het BKR overgebracht. Omdat het BKR een onafhankelijke organisatie is, kan het ministerie het BKR geen maatregelen opleggen. De Minister van Financiën kan het BKR daar wel toe oproepen, zoals in de beantwoording van de Kamervragen in 2017 is gedaan.2
    Met het BKR is contact geweest of de verbeteringen in de bedrijfsvoering, die het ministerie voor ogen had, haalbaar en uitvoerbaar zouden zijn. Het zou immers weinig zinvol zijn om op te roepen tot maatregelen, waarvan later zou blijken dat die in de praktijk niet gerealiseerd kunnen worden.

  • Vraag 3
    Deelt u de mening dat de werkwijze van uw ministerie bij de beantwoording van onze Kamervragen onaanvaardbaar is, met name vanwege de nauwe afstemming met het BKR (het «toneelstuk»)?

    Nee. Het was nodig om de beantwoording van de Kamervragen voor te leggen aan het BKR omdat in de beantwoording een standpunt werd ingenomen over de bedrijfsvoering van het BKR en wijzigingen daarin. Ik vind het belangrijk dat het systeem van kredietregistratie goed werkt. Een kredietverstrekker die een kredietaanvraag beoordeelt gebruikt de informatie uit het systeem om een verantwoorde financiële beslissing te nemen. Dit draagt eraan bij om overkreditering van consumenten te voorkomen.

  • Vraag 4
    Wat is er bij het BKR verbeterd sinds de oorspronkelijke beantwoording van onze Kamervragen?

    In de beantwoording van de Kamervragen is het BKR opgeroepen om tot een pragmatische werkwijze te komen waarbij onterechte registraties (al dan niet op grond van een nieuwe belangenafweging) op een eenvoudige wijze (zonder dat tussenkomst van een rechter nodig is), kunnen worden verwijderd zonder dat hierdoor de deur voor grootschalig misbruik wordt opengezet. Verder is aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van het gratis opvragen van de eigen gegevens door consumenten, het beschikbaar zijn van uitspraken van de Geschillencommissie op de website van het BKR en het plaatsen van het reglement van het BKR op de website van het BKR.
    Het BKR heeft een Handreiking Belangenafweging opgesteld, die in januari 2018 is uitgebracht. De handreiking is op de website van het BKR te vinden.3 In de handreiking is opgenomen dat deze geldt als een hulpmiddel voor de organisaties die bij het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het BKR zijn aangesloten om verzoeken van consumenten tot (gedeeltelijke) verwijdering van gegevens uit het CKI op grond van een belangenafweging, op een zorgvuldige en vergelijkbare wijze te beoordelen. De handreiking vermeldt dat deze tot stand is gekomen in samenspraak met de (brancheorganisaties van de) deelnemers van het BKR en mede is gebaseerd op zorgvuldige bestudering van jurisprudentie rondom BKR-registraties. Op de website van het BKR is tevens een brochure geplaatst met een stappenplan voor consumenten die het niet eens zijn met de wijze waarop zij door de kredietverlener bij het BKR zijn geregistreerd.4
    Op de website van het BKR is vermeld dat consumenten de mogelijkheid hebben om kosteloos een AVG-inzage van persoons- en kredietgegevens bij het BKR op te vragen.5 Op de website van het BKR is het Algemeen Reglement CKI van februari 2019 te vinden, alsmede de uitspraken van de Geschillencommissie uit 2017, 2018 en 2019.6 Navraag bij het BKR leert dat elke uitspraak minimaal 3 jaar beschikbaar blijft op deze publiekswebsite.

  • Vraag 5
    Heeft u nu wel bewijs voor de stelling dat registraties van kwetsbare consumenten met een slechte betaalgeschiedenis uit het register zouden worden verwijderd, waardoor het aangaan van nieuwe schulden eenvoudiger wordt?

    In de beantwoording van de Kamervragen is opgemerkt dat er signalen zijn dat er door enige bij het BKR aangesloten partijen op (zeer) grote schaal verzoeken tot verwijdering zijn ingediend. De beantwoording van deze Kamervragen is gebaseerd op informatie die is ontvangen van verschillende betrokken partijen.
    Ik acht het van belang dat naar aanleiding van de Kamervragen het BKR in overleg met aangesloten partijen is gekomen tot een handreiking over het verwijderen van gegevens uit de registratie, waarbij zowel rekening wordt gehouden met de consument als met het algemene belang om misbruik te voorkomen. Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op vraag 4.

  • Vraag 6
    Kunt u nu wel garanderen dat mensen niet de dupe worden van incorrecte of achterstallige registratie door het BKR? Zo nee, wat gaat u daaraan doen?

    In het antwoord op vraag 4 is aangegeven dat het BKR een Handreiking Belangenafweging heeft opgesteld. Deze handreiking is van januari 2018. In de handreiking is opgenomen dat deze periodiek wordt geëvalueerd. Ik ben van mening dat het belangrijk is dat er door de bij het CKI aangesloten instellingen ervaring kan worden opgedaan met deze nieuwe werkwijze. Ik verwacht dat eventuele geconstateerde tekortkomingen ten aanzien van de bescherming van consumenten tot aanpassing van de handreiking leiden.

  • Vraag 7
    Hoe reageert u op de stelling dat het BKR in een niemandsland opereert qua toezicht?

    Het BKR is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Omdat het BKR persoonsgegevens verwerkt, staat het onder toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben overleg met het BKR vanwege hun rol bij het voorkomen van overkreditering. Het BKR voert ook overleg met de AFM en DNB.
    De kredietverstrekkers die afgesloten kredieten en betalingsachterstanden op kredieten laten registreren bij het BKR, staan onder toezicht van de AFM.

  • Vraag 8
    Waarom schreef het Ministerie van Financiën aan het BKR dat het wil voorkomen dat de roep om kredietregistratie in overheidshanden onder te brengen luider wordt en dat het wil voorkomen dat de huidige beantwoording bij partijen verkeerd valt en leidt tot vervolgvragen? Waarom is deze argumentatie niet openlijk gecommuniceerd aan de Kamer? Wilt u nog steeds voorkomen dat de roep om kredietregistratie in overheidshanden te brengen luider wordt?

    Voor mij staat voorop dat er een goed werkend en betrouwbaar systeem van kredietregistratie is. Dit systeem wordt thans ingevuld door het BKR. Het BKR is een private organisatie waar het ministerie geen zeggenschap over heeft. Daarom is het BKR, naar aanleiding van de zorgen van uw Kamer, in de beantwoording van de Kamervragen in 2017 opgeroepen om verbeteringen door te voeren in de bedrijfsvoering. De opmerking richting het BKR waar in het bericht aan wordt gerefereerd, moet in die context worden geplaatst en niet als een beleidsopvatting van het ministerie.

  • Vraag 9
    Kunt u uitsluiten dat andere Kamervragen op een vergelijkbare manier worden beantwoord zoals in dit artikel onthuld?

    Voor de beantwoording van Kamervragen is het noodzakelijk om over voldoende informatie te beschikken om de vragen zorgvuldig te kunnen beantwoorden. Om over die informatie te beschikken, kan het nodig zijn dat het ministerie in contact treedt met betrokken partijen.

  • Vraag 10
    Erkent u dat deze werkwijze van uw ministerie slecht is voor het vertrouwen in de politiek?

    Zie het antwoord op vraag 9.

  • Mededeling - 1 april 2019

    Op 8 maart jl. zijn schriftelijke vragen gesteld door de leden Jasper van Dijk en Alkaya (beide SP) over het bericht dat de beantwoording van Kamervragen is afgestemd met het BKR (2019Z04568). Het is helaas niet haalbaar de vragen binnen de termijn van drie weken te beantwoorden. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2019Z04568
Volledige titel: Het bericht dat de beantwoording van Kamervragen is afgestemd met het BKR
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20182019-2479
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Jasper van Dijk en Alkaya over het bericht dat de beantwoording van Kamervragen is afgestemd met het BKR