Kamervraag 2012Z07178

Mishandeling van Koerdische kinderen in Turkse gevangenissen

Ingediend 5 april 2012
Beantwoord 26 april 2012 (na 21 dagen)
Indieners Harry van Bommel (SP), Sadet Karabulut (SP)
Beantwoord door Uri Rosenthal (minister buitenlandse zaken) (VVD)
Onderwerpen internationaal organisatie en beleid recht staatsrecht
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2012Z07178.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-2340.html
  • Vraag 1
    Kent u het bericht «Juvenile detention guards sexually abusing minority children in Turkey»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Hoe beoordeelt u de bevinding van het onderzoek dat 25 van de recent gevangengenomen 215 Koerdische kinderen van 12 tot 18 jaar in de Pozanti jeugdgevangenis in Adana aangeven door beveiligers en andere gevangenen te zijn verkracht en geslagen? Kunt u uw antwoord toelichten?

    Het betreft ernstige bevindingen. De Turkse minister van Justitie heeft een onderzoek naar de misstanden laten uitvoeren. Op basis van het onderzoek is onder meer de jeugddetentie in de Pozanti-gevangenis gesloten, zijn de minderjarige gedetineerden overgeplaatst en hebben vier gevangenismedewerkers elders een functie gekregen. Daarnaast zijn strafrechtelijke maatregelen in voorbereiding tegen 16 gedetineerden, 4 leidinggevenden en 2 cipiers.

  • Vraag 3
    Is het waar dat de 215 gevangenen in de Pozanti gevangenis inmiddels zijn overgeplaatst naar een detentiecentrum in Ankara? Hoe beoordeelt u de bewering van BDP-parlementariër Kürkçü dat ook in Ankara de gevangenen geslagen worden en dat zij bedreigd worden met herhaling van wat in de Pozanti gevangenis plaatsvond?

    De minderjarige gevangenen uit de Pozanti-gevangenis zijn naar de Sincan-gevangenis in Ankara overgebracht. Er zijn buiten de uitlatingen van de BDP parlementariër geen onafhankelijke bronnen die diens lezing bevestigen.

  • Vraag 4
    Is het waar dat de Turkse autoriteiten al ruim voor de publicatie van het onderzoek op de hoogte waren van de misstanden in het detentiecentrum in Pozanti? Indien ja, hoe beoordeelt u dat pas onlangs is overgegaan tot onderzoek van de beschuldigingen? Kunt u uw antwoord toelichten? Is er inmiddels een aanklacht ingediend tegen de verdachten, zowel de gevangenisbewaarders als de gevangenen?

    De eerste verklaringen over misbruik van minderjarigen in de Pozanti-gevangenis zijn in april 2011 door zeven minderjarige slachtoffers gemeld aan de Turkse mensenrechtenorganisatie IHD. Vervolgens heeft IHD een onderzoek gestart en zijn naast de 7 slachtoffers nog 25 minderjarige gedetineerden geïnterviewd. Dat heeft in juli 2011 geleid tot een rapport, dat aan het Turkse ministerie van Justitie en de mensenrechtencommissie van het Turkse parlement is aangeboden. Op 29 februari 2012 heeft het Turkse ministerie van Justitie een onderzoek naar de gang van zaken in de Pozanti-gevangenis ingesteld. Op basis van deze gegevens constateer ik dat de Turkse autoriteiten niet meteen op de signalen van misbruik hebben gereageerd, niettemin lijken de hierboven genoemde maatregelen en ook de uitspraken van de Turkse minister van Justitie inmiddels te duiden op een gevoel van urgentie om deze zaak grondig aan te pakken.

  • Vraag 5
    Kent u het bericht dat de vrijgelaten Pozanti gevangene, die in een interview liet weten dat er mishandeld en verkracht wordt in de Turkse gevangenis, inmiddels opnieuw is opgepakt en opnieuw wordt mishandeld? Indien ja, hoe beoordeelt u dit?

    Dat bericht is mij niet bekend.

  • Vraag 6
    Is het waar dat marteling en mishandeling van gevangengenomen Koerdische kinderen minder voorkomt in gevangenissen waar Koerdisch beveiligingspersoneel aanwezig is in het zuidoosten van Turkije? Indien ja, acht u het wenselijk dat wanneer Koerdische kinderen in het zuidoosten worden opgepakt, zij in de eigen regio worden gevangen gehouden? Indien ja, bent u bereid hier bij uw Turkse collega’s op aan te dringen?

    Dat Koerdische minderjarige gedetineerden in Turkse gevangenissen anders worden behandeld door Koerdisch beveiligingspersoneel is mij niet bekend.

  • Vraag 7
    Is het waar dat ondanks een verbod hierop het nog altijd voorkomt dat kinderen in Turkse detentiecentra opgesloten worden bij volwassenen? Is het eveneens waar dat Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO’s) niet toegelaten worden tot gevangenissen? Deelt u de conclusie van de Turkije onderzoeker van Human Rights Watch dat er onvoldoende toezicht is op Turkse detentiecentra? Indien ja, bent u bereid bij uw Turkse collega’s aan te dringen op beter toezicht, waaronder het toelaten van NGO’s?

    In Turkije is een tekort aan gespecialiseerde faciliteiten voor jeugddetentie. Het komt dus inderdaad voor dat kinderen in volwassendetentie zitten, al worden ze daar wel zoveel mogelijk gescheiden van de volwassenen. Ook de Europese Commissie heeft op dit probleem gewezen, onder meer in haar laatste voortgangsrapportage over Turkije van oktober 2011. De Raad van 5 december 2011 heeft naar aanleiding hiervan -en mede op Nederlands aandringen- conclusies aangenomen, waarin Turkije wordt opgeroepen stappen te ondernemen om de eerbiediging van kinderrechten te verbeteren. Nederland zal er in EU-verband op blijven aandringen dat kinderrechten een belangrijk aandachtspunt blijven in de toetredingsonderhandelingen met Turkije.
    De Turkse NGO’s waarmee de ambassade in Ankara en het consulaat-generaal in Istanbul contacten onderhouden hebben wel toegang tot gevangenissen, onder meer om zich te bekommeren om ernstig zieke gedetineerden of om workshops te houden. Het toezicht op de Turkse gevangenissen is georganiseerd rond provinciale toezichtsorganen. Of die in het geval van de Pozanti-gevangenis adequaat hebben gefunctioneerd zal het strafrechtelijke onderzoek moeten uitwijzen.

  • Vraag 8
    Welke stappen zijn naar aanleiding van misstanden in de Pozanti gevangenis door de Turkse autoriteiten genomen tegen mishandeling en verkrachting in detentiecentra? Bent u van mening dat hierdoor herhaling van deze misstanden voorkomen kan worden? Kunt u uw antwoord toelichten?

    Uit de reactie van de Turkse minister van Justitie, Sadullah Ergin, op 2 maart leid ik af dat het de Turkse autoriteiten ernst is en ze deze misstanden willen bestrijden en het liefst voorkomen.
    Turkije is zich bewust van de noodzaak zijn penitentiaire inrichtingen te moderniseren en in lijn te brengen met de Europese standaarden. Turkije krijgt hiertoe assistentie van de EU in het kader van pre-accessiesteun (IPA) en heeft samenwerkingsprojecten (zogenaamde Twinning-projecten) met EU-landen op het terrein van detentie en gevangenisbeheer. In bilateraal verband werkt Nederland met de Turkse autoriteiten samen om dit streven te ondersteunen. Zo voert de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een tweetal samenwerkingsprojecten uit met de Turkse autoriteiten om onderdelen van het gevangenisbeheer en gedetineerdenzorg te verbeteren. Beide projecten worden gefinancierd uit het MATRA programma. Ook wordt Turkije regelmatig door het European Committee for the Prevention of Torture (CPT) van de Raad van Europa geïnspecteerd. Deze inspecties richten zich ook op de gedetineerdenzorg.
    Ik zal deze situatie, ook in het kader van het EU -toetredingsproces, met aandacht blijven volgen.
    Zie verder mijn antwoorden op vraag 2 en 4.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2012Z07178
Volledige titel: Mishandeling van Koerdische kinderen in Turkse gevangenissen
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20112012-2340
Volledige titel: Antwoord vragen Van Bommel en Karabulut over de mishandeling van Koerdische kinderen in Turkse gevangenissen