Ontvangen 16 september 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel II, onderdeel A, wordt aan het voorgestelde artikel 7.2.8 een lid toegevoegd, luidende:
6. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
De Kamer erkent het belang van de goede omvang met privacy in de zorg. Tegelijk bereiken grote bezorgdheden vanuit het werkveld de Kamer over de praktische haalbaarheid van de precieze uitvoering van deze wet. Gezien het belang van toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg, wenst de Kamer slecht aan de praktijk aangepaste regels voor de zorg te vermijden, zonder af te doen aan het belang van gegevensbescherming. De Kamer stelt zich met dit amendement in staat om de wijze van totstandkoming van de algemene maatregelen van bestuur en de betrokkenheid van relevante partijen daarbij te controleren.
Om een goede transparantie van de besluitvorming te garanderen zonder het beleidsproces nodeloos te verzwaren, acht de Kamer het wenselijk voor deze AMvB’s met een lichte voorhang te werken. Op grond van Artikel 17b van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg gaat een lichte voorhang met een termijn van twee weken al gelden voor de amvb-grondslag die in artikel I van het wetsvoorstel met het voorgestelde artikel 15, vierde lid, wordt toegevoegd. Het amendement voegt een vergelijkbare voorhangprocedure toe aan de vergelijkbare amvb-grondslag die in artikel II van het wetsvoorstel met het voorgestelde artikel 7.2.8, vierde lid, wordt toegevoegd aan de Jeugdwet.
Bushoff