Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 februari 2021

Tijdens de schriftelijke behandeling van het Eigenmiddelenbesluit door uw Kamer verzochten de leden van de CDA-fractie om alle juridische adviezen (intern, extern, landsadvocaat) die zijn ingewonnen over het Eigenmiddelenbesluit met uw Kamer te delen (Kamerstuk 35 711, nr. 5). Wat de extern ingewonnen adviezen betreft heeft het kabinet in de nota naar aanleiding van het verslag1 reeds gewezen op het advies van de Juridische Dienst van de Raad van 24 juni 2020 en het advies van de Raad van State van 25 januari 2021. Er is geen juridisch advies ingewonnen bij de landsadvocaat.

Het bleek niet mogelijk om uw Kamer in de nota naar aanleiding van het verslag al te informeren over de eventuele intern ingewonnen juridische adviezen over de verenigbaarheid van het Eigenmiddelenbesluit met het Unierecht. Het kabinet zegde toe om deze eventuele intern ingewonnen juridische adviezen te inventariseren en uw Kamer voor de inhoudelijke mondelinge behandeling van het wetsvoorstel de uitkomst hiervan toe te zenden. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand en informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Financiën, over de uitkomst van deze inventarisatie.

Uit de inventarisatie naar de intern ingewonnen juridische adviezen over de verenigbaarheid van het EMB met het Unierecht komt naar voren dat de directie Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (DJZ) geen eigenstandig intern juridisch advies heeft gestuurd aan bewindspersonen. DJZ heeft wel juridische appreciaties verzorgd ten behoeve van interne gedachtevorming, en bijgedragen aan notities voor bewindspersonen en Kamerbrieven over het Eigenmiddelenbesluit. Interne juridische advisering door DJZ vindt in de praktijk doorgaans plaats in deze vorm.

De volgende documenten zijn voor uw Kamer als bijlage bij deze brief gevoegd.

Bijlage 1 betreft de notitie voor een bewindspersonenoverleg dat plaatsvond op 17 april 20202. In deze notitie staat een korte passage «Juridisch kader», die enkel op hoofdlijnen het toepasselijke Unierecht samenvat. In deze notitie zijn enkele passages, die overigens geen juridische advisering bevatten, gelakt. In de eerste plaats omdat het openbaar maken van in vertrouwen gedeelde informatie de diplomatieke betrekkingen met een of meer EU-lidstaten dan wel EU-instellingen zou kunnen schaden. Daarnaast bevatten deze passages van de notitie informatie die de onderhandelingspositie van Nederland over financieel-economische dossiers in de toekomst zou kunnen schaden.

Bijlage 2 betreft een eerste juridische appreciatie ten behoeve van interne gedachtevorming naar aanleiding van geruchten dat de Europese Commissie mogelijk zou denken aan een herstelinstrument op grond van artikel 122 VWEU3. De appreciatie is geschreven op 22 april 2020, voordat de Commissie met haar formele voorstellen is gekomen, met als gevolg dat de appreciatie uitgaat van een aantal aannames ten aanzien van de mogelijke hoofdlijnen van toekomstige voorstellen.

Bijlage 3 betreft een dossierbijdrage voor het plenaire debat voorafgaand aan de Europese Raad van 19 juni 2020 (Handelingen II 2019/20, nr. 84, items 2 en 5), in de vorm van een antwoord op een vraag gesteld door de SGP-fractie tijdens dit plenaire debat4.

Bijlage 4 betreft een eerste juridische appreciatie ten behoeve van interne gedachtevorming van het advies van de Juridische Dienst van de Raad over het pakket EU Next Generation, geschreven op 25 juni 20205. Deze eerste appreciatie is vervolgens uitgewerkt en verwerkt in een bericht (bulletin) aan de Minister van Buitenlandse zaken d.d. 29 juni 2020 (bijlage 5).

Bijlage 5 betreft een bulletin voor de Minister van Buitenlandse Zaken met een toelichting op en appreciatie van het advies van de Juridische Dienst van de Raad over het pakket Next Generation EU, geschreven op 29 juni 20206. In dit document zijn de namen van ambtenaren gelakt en enkele passages die, zouden deze openbaar gemaakt worden, de diplomatieke betrekkingen met een of meer lidstaten dan wel EU-instellingen kunnen schaden.

Bijlage 6 betreft de Geannoteerde Agenda voor de videoconferentie van de leden van de Raad Algemene Zaken van 15 juli 20207 die uw Kamer op 2 juli 2020 is toegezonden8. In deze geannoteerde agenda is opvolging gegeven aan de toezegging van de Minister-President, gedaan tijdens het plenair debat voorafgaand aan de Europese Raad van 19 juni 2020, om naar aanleiding van een verzoek van de SGP-fractie uw Kamer te informeren over de reactie van de Juridische Dienst van de Raad op de vragen van het kabinet over de verenigbaarheid van het pakket Next Generation EU met de EU-Verdragen. Hoewel deze bijlage reeds in bezit is van uw Kamer, voeg ik dit document volledigheidshalve toe, omdat het hier gaat om juridische advisering door DJZ die uw Kamer rechtstreeks bereikt heeft.

Bijlage 7 betreft een dossierbijdrage voor het plenaire debat voorafgaand aan de Europese Raad van 17–21 juli 2020 naar aanleiding van het advies van de Juridische Dienst van de Raad9.

Het is van belang om te benadrukken dat onderdeel van juridische advisering is dat appreciaties soms onder grote tijdsdruk worden geschreven ten behoeve van de eerste interne gedachtevorming en/of om snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Zo is de eerste juridische appreciatie van het advies van de Juridische Dienst van de Raad over het pakket Next Generation EU op de dag van verspreiding van dat advies door DJZ geschreven ten behoeve van de presentatie van dat advies door de Juridische Dienst van de Raad in het Coreper op 26 juni 2020. De uiteindelijke juridische appreciatie van de verenigbaarheid van het Eigenmiddelenbesluit met het Unierecht staat in de bovengenoemde Geannoteerde Agenda voor de videoconferentie van de leden van de Raad Algemene Zaken van 15 juli 2020 die uw Kamer op 2 juli 2020 heeft ontvangen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok