Voorgesteld 8 april 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat toegepaste kortingen in het kader van de nadeelcompensatie voor pelsdierhouders onterecht waren;
overwegende dat van ondernemers die door een wettelijk besluit gedwongen werden hun bedrijf te beëindigen, niet verlangd mag worden dat zij tegen de overheid moeten vechten om rechtvaardig te worden behandeld;
overwegende dat de overheid betrouwbaar en rechtvaardig hoort te handelen en gemaakte fouten richting burgers volledig behoort te herstellen;
verzoekt de regering om alle uitgekochte pelsdierhouders, ook degenen die geen juridische procedures hebben gevoerd, alsnog rechtvaardig te compenseren voor de eerder door de overheid onterecht toegepaste kortingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Plas