Kamerstuk 35455-22

Ontwerpbesluit houdende wijziging Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten

Dossier: Tijdelijke regels voor experimenten met nieuwe stembiljetten (Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten)

Gepubliceerd: 3 juli 2026
Indiener(s): Enneüs Heerma (CDA)
Onderwerpen: bestuur organisatie en beleid recht staatsrecht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35455-22.html
ID: 35455-22

Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Ontvangen ter Griffie op 3 juli 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 27 september 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 28 september 2026.

Bij deze termijn is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Den Haag, 3 juli 2026

Hierbij bied ik u het ontwerpbesluit houdende wijziging Tijdelijk experimentenbesluit nieuwe stembiljetten aan. Voor de inhoud en motivering van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure van artikel 3, derde lid van de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Op grond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt deze termijn in verband met het zomerreces van uw Kamer verlengd tot 28 september 2026.

Een brief met gelijke strekking heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma