Kamerstuk 35153-18

Motie van het lid Van den Berg c.s. over een jaarlijkse rapportage over de toepassing van de wet

Dossier: Wijziging van de Telecommunicatiewet met betrekking tot ongewenste zeggenschap in telecommunicatiepartijen (Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie)


100,0 %
0,0 %

VVD

CU

PVV

GL

PvdA

CDA

PvdD

Van Haga

SGP

DENK

D66

SP

FVD

50PLUS


Nr. 18 MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG C.S.

Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 20 april 2020

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met de Wozt de Minister van EZK de bevoegdheid krijgt om het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden indien het verkrijgen of houden van deze zeggenschap naar zijn oordeel leidt tot een bedreiging van het publiek belang (artikel 14a.4);

overwegende dat dit een verstrekkende bevoegdheid is;

verzoekt de regering, jaarlijks per brief aan de Kamer te rapporteren over hoe de Minister de wet heeft toegepast en van zijn verbodsbevoegdheid gebruik heeft gemaakt, inclusief motivatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van den Berg

Graus

Van Haga