Gepubliceerd: 19 februari 2019
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: bouwen en verbouwen energie huisvesting natuur en milieu
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35022-6.html
ID: 35022-6
Origineel: 35022-2

Nr. 6 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 20 februari 2019

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel A, wordt voor de tekst van artikel 2, vierde lid, de aanduiding «4.» geplaatst.

B

Na artikel II worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIA

Indien het bij koninklijk boodschap van 29 juni 2018 ingediende voorstel van wet houdende aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet) (34 986) tot wet is of wordt verheven en artikel 2.55 van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel A, vervalt.

B

Artikel I, onderdeel B, komt te luiden:

B

Na Hoofdstuk I wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, bestaande bouwwerken en het gebruiken en het slopen van bouwwerken

C

Na artikel I, onderdeel B, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Na het opschrift van hoofdstuk II (nieuw) wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

Afdeling 1. Voorschriften betreffende het bouwen, bestaande bouwwerken, het gebruik en het slopen

Artikel 3

1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin Onze Minister conformiteitsbeoordelingsinstanties en conformiteitsbeoordelingsdocumenten kan aanwijzen ten behoeve van het afgeven van conformiteitsverklaringen, waarmee kenbaar wordt gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde natuurlijk personen of rechtspersonen werkzaamheden uitvoeren volgens kwaliteitseisen die opgenomen zijn in door Onze Minister aangewezen conformiteitsbeoordelingsdocumenten.

2. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op conformiteitsbeoordelingsinstanties als bedoeld in het eerste lid.

D

Artikel I, onderdeel C, komt te luiden:

C

In artikel 92 worden, onder vernummering van het eerste en tweede lid tot derde en vierde lid, twee leden ingevoegd, luidende:

1. Onze Minister draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II.

2. Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II.

E

In artikel I wordt na onderdeel C een onderdeel toegevoegd, luidende:

D

Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «de hoofdstukken V tot en met IX» vervangen door «de hoofdstukken II en V tot en met IX».

2. In het vijfde lid wordt «hoofdstuk III» vervangen door «de hoofdstukken II en III».

F

Artikel II komt te luiden:

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 15 april 2016 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en de versterking van de positie van de bouwconsument (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) (34 453) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel B, van die wet:

1. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel C, van deze wet, wordt in artikel I, onderdeel C, van deze wet in artikel 92 het derde lid vernummerd tot vierde lid;

2. eerder in werking treedt of is getreden dan artikel IIA, onderdeel D, van deze wet, wordt in artikel IIA, onderdeel D, van deze wet in artikel 92 het derde en vierde lid (nieuw) vernummerd tot vierde en vijfde lid;

3. later in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel C, van deze wet, wordt in artikel I, onderdeel B, van die wet in artikel 92 het derde lid vernummerd tot vierde lid;

4. later in werking treedt of is getreden dan artikel IIA, onderdeel D, van deze wet, wordt in artikel I, onderdeel B, van die wet in artikel 92 het derde lid toegevoegd onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid.

ARTIKEL IIB

Indien het bij koninklijk boodschap van 29 juni 2018 ingediende voorstel van wet houdende aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet) (34 986) tot wet is of wordt verheven en artikel 2.55 van die wet later in werking is getreden of treedt dan deze wet, wordt artikel 2.55 van die wet als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel C komt te luiden:

C

Hoofdstuk II wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Hoofdstuk II. Voorschriften betreffende het bouwen, bestaande bouwwerken en het gebruiken en het slopen van bouwwerken

2. Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin Onze Minister conformiteitsbeoordelingsinstanties en conformiteitsbeoordelingsdocumenten kan aanwijzen ten behoeve van het afgeven van conformiteitsverklaringen, waarmee kenbaar wordt gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde natuurlijk personen of rechtspersonen werkzaamheden uitvoeren volgens kwaliteitseisen die opgenomen zijn in door Onze Minister aangewezen conformiteitsbeoordelingsdocumenten.

2. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing op conformiteitsbeoordelingsinstanties als bedoeld in het eerste lid.

3. De artikelen 1b, 2, 4, 5, 6, 7 en 7a en de afdelingen 2 en 3 vervallen.

2. Onderdeel Q komt te luiden:

Q

Artikel 92 komt te luiden:

Artikel 92

1. Onze Minister draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II.

2. Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk II.

3. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk III.

4. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 93, eerste lid, aangewezen ambtenaren.

3. Onderdeel S komt te luiden:

S

Artikel 93 komt te luiden:

Artikel 93

1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

2. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken IIIA en IV bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen bij de autoriteit werkzame ambtenaren.

3. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de hoofdstukken II en V tot en met IX bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

4. Van een besluit als bedoeld in het tweede en derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

5. De ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving ter zake van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstuk II en III zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

Toelichting

Algemeen

Deze nota van wijziging beoogt een goede samenloop tussen verschillende wetsvoorstellen met wijzigingen van de Woningwet. Directe aanleiding is het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet, waarin artikelen worden gewijzigd die ook in het onderhavige voorstel gewijzigd worden. De Invoeringswet Omgevingswet heeft bovendien consequenties voor de reeds opgenomen samenloopbepaling ten aanzien van het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De voorgestelde samenloopbepalingen treden slechts in werking indien een of meer van de wetsvoorstellen tot wet worden verheven. Ook brengen de bepalingen geen beleidsinhoudelijke wijziging in de eerder voorgestelde bepalingen.

Artikelsgewijs

Onderdeel 1

In onderdeel 1 wordt de aanduiding «4.» gezet voor de tekst van het artikellid. Deze aanduiding was in het voorstel van wet per abuis niet geplaatst.

Onderdeel 2, nieuw artikel IIA, onderdeel A, B en C

Als de Invoeringswet Omgevingswet eerder in werking treedt dan het onderhavige wetsvoorstel, heeft dit consequenties voor de aanpassingen in de artikelen 2 en 3 Woningwet. De artikelen 2 en 3 zijn opgenomen in hoofdstuk II van de Woningwet, en dat hoofdstuk wordt door de Invoeringswet Omgevingswet ingetrokken. De artikelen 2 en 3 zoals deze op dit moment gelden, gaan namelijk op in de Omgevingswet. Voor de wijziging van artikel 2 geldt dat deze ook in gewijzigde versie kan vervallen en op kan gaan in artikel 4.3 van de Omgevingswet. Het nieuwe tweede en derde lid van artikel 3, de grondslag voor het aanwijzen van conformiteitsbeoordelingsinstanties en – documenten, zullen echter niet opgaan in de Omgevingswet. Deze artikelleden blijven daarom achter in de Woningwet, en worden vernummerd tot eerste en tweede lid van artikel 3. Het opschrift van hoofdstuk II, dat ook door de Invoeringswet Omgevingswet wordt ingetrokken, wordt opnieuw vastgesteld en aangepast aan de nieuwe inhoud van het hoofdstuk.

Onderdeel 2, nieuw artikel IIA, onderdeel D

In de Invoeringswet Omgevingswet wordt hoofdstuk II van de Woningwet ingetrokken. Artikel 92 van de Woningwet gaat over de handhaving van onder meer hoofdstuk II, en wordt daarom ook door de Invoeringswet Omgevingswet aangepast. Een deel van de wijzigingen die dit wetsvoorstel beoogt, zullen echter niet opgaan in de Omgevingswet en achterblijven in hoofdstuk II van de Woningwet. Het gaat dan om de grondslag om conformiteitsbeoordelingsinstanties en conformiteitsbeoordelingsdocumenten aan te wijzen. In het nieuwe artikel IIA wordt voorzien in nieuwe artikelleden voor artikel 92, die regelen dat regels gebaseerd op het achterblijvende artikel in de Woningwet ook gehandhaafd kunnen worden door middel van een last onder bestuursdwang. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan de Minister, als deze bevoegd is tot het inzetten van een last onder bestuursdwang, ook een last onder dwangsom opleggen.

Onderdeel 2, nieuw artikel IIA, onderdeel E

In onderdeel D wordt een nieuw onderdeel toegevoegd aan het wetsvoorstel, waarin de aanwijzing van toezichthouders wordt geregeld voor het toezicht op de regels die worden opgenomen in hoofdstuk II (nieuw artikel 93, derde lid). Ook wordt hoofdstuk II toegevoegd aan de bepaling waarin het binnentreden van een woning zonder toestemming voor toezichthouders mogelijk wordt gemaakt (nieuw artikel 93, vijfde lid). Deze wijziging is noodzakelijk, omdat de Invoeringswet Omgevingswet zowel de aanwijzing van de toezichthouders als de binnentreedbevoegdheid voor hoofdstuk II intrekt.

Onderdeel 2, nieuw artikel IIA, onderdeel F

In onderdeel F wordt de samenloop van de Invoeringswet Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en het onderhavige wetsvoorstel geregeld. Deze gelaagde samenloopbepaling regelt dat de beoogde wijzigingen van artikel 92 Woningwet wetstechnische goed op elkaar aansluiten.

Onderdeel 2, nieuw artikel IIB

Ook als de Invoeringswet Omgevingswet later in werking treedt dan het onderhavige wetsvoorstel, heeft dit consequenties voor de aanpassingen in de artikelen 2 en 3 Woningwet. In het onderhavige wetsvoorstel worden de artikelen 2 en 3 in hoofdstuk II van de Woningwet gewijzigd. Dit hoofdstuk II wordt door de Invoeringswet Omgevingswet ingetrokken, omdat alle bepalingen die er op dit moment instaan, opgaan in de Omgevingswet. De wijzigingen die in dit wetsvoorstel worden gedaan aan artikel 3 Woningwet, zullen echter niet opgaan in de Omgevingswet. De nieuwe artikelleden van artikel 3 Woningwet zullen daarom alsnog worden opgenomen in hoofdstuk II Woningwet, al zij het vernummerd naar het eerste en tweede lid. Ook het opschrift van hoofdstuk II wordt opnieuw vastgesteld.

Daarnaast wordt artikel 92 Woningwet, zoals dat opnieuw wordt vastgesteld door de Invoeringswet Omgevingswet, aangepast op het artikel dat achterblijft in de Woningwet. Inhoudelijk is deze bepaling toegelicht in de artikelsgewijze toelichting van het nieuwe artikel IIA, onderdeel D.

Tot slot wordt in het gewijzigde artikel 93 van de Woningwet geregeld dat toezichthouders kunnen worden aangewezen voor de regels in hoofdstuk II, en wordt vastgesteld dat deze toezichthouders een woning zonder toestemming van de bewoner kunnen binnentreden. Deze bevoegdheid is niet nieuw; in artikel 92 is deze reeds met een verwijzing naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geregeld. Vanwege de wijziging die de Invoeringswet Omgevingswet voorziet voor artikel 92 wordt deze bevoegdheid nu ondergebracht in artikel 93 Woningwet.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren