Kamerstuk 34588-66

Gewijzigde motie van het lid Recourt over een zo gericht mogelijke inzet van bevoegdheden (t.v.v. 34588-55)

Dossier: Regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20..)


85,3 %
14,7 %

Van Vliet

50PLUS

Monasch

GrKÖ

Klein

PvdA

CU

PVV

Houwers

GL

SP

CDA

VVD

D66

SGP

PvdD

GrBvK


Nr. 66 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID RECOURT TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 55

Voorgesteld 14 februari 2017

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het voorliggend wetsvoorstel de noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit als criteria voor de inzet van bevoegdheden gelden;

van mening dat de inzet van de bevoegdheden door de diensten zo gericht als mogelijk dient te zijn;

van mening dat deze gerichtheid ook betrekking moet hebben op onderzoeksopdrachtgerichte interceptie waarbij er informatie wordt vergaard van personen of organisaties waarvoor de interceptie niet direct bedoeld is;

constaterende dat er discussie bestaat over de vraag of met de voornoemde wettelijke normen de eis van gerichtheid wel voldoende is geborgd;

spreekt uit dat de wettelijke eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit ook geïnterpreteerd worden en in de praktijk gebruikt worden als eisen die zullen leiden tot een zo gericht mogelijke inzet van bevoegdheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Recourt