Kamerstuk 33990-31

Reactie op het amendement van het lid Otwin van Dijk c.s. dat regelt dat degene tot wie het verbod van onderscheid zich richt, mede zorg draagt voor algemene toegankelijkheid voor personen met een handicap of chronische ziekte, tenzij dat een onevenredige belasting vormt

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)

Gepubliceerd: 16 december 2015
Indiener(s): Martin van Rijn (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA)
Onderwerpen: organisatie en beleid recht staatsrecht zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33990/kst-33990-31?resultIndex=72&sorttype=1&sortorder=4
ID: 33990-31

Nr. 31 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2015

De plenaire behandeling van de wetsvoorstellen ten behoeve van ratificatie van

het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Kamerstukken 33 990 en 33 992 (R2034)) is op 10 december jl. door uw Kamer geschorst in afwachting van het oordeel van het kabinet over het (gewijzigde) amendement van het lid Van Dijk c.s., onder Kamerstuk 33 990, nr. 17. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken.

Ik stel vast dat – mede op basis van de diverse, door de leden van uw Kamer, gestelde vragen – een zorgvuldig beschouwing van de effecten van het amendement meer tijd vergt dan aanvankelijk was voorzien.

Uw Kamer heeft met het oog op de weging van het betreffende amendement aanvullend verzocht in elk geval in te gaan op de volgende vragen:

  • de vraag van mevrouw Agema naar de duiding van het amendement in termen van betekenis voor winkeliers, horecaondernemers en bedrijven met een website. Ook mevrouw Keijzer heeft gevraagd naar de gevolgen voor ondernemers met een website;

  • de vraag van de heer Van der Staaij om een nadere duiding te geven van de effecten op andere terreinen dan fysieke toegankelijkheid (onderwijs, diensten, wonen en arbeid);

  • de vraag van de heer Van Dijk om de effecten voor het Bouwbesluit, de Omgevingswet en internationale richtlijnen voor websites in de beschouwing van het kabinet te betrekken;

  • de vraag van mevrouw Keijzer naar de effecten voor het Bouwbesluit, daar waar dit besluit geen regels stelt over toegankelijkheid en haar vraag wat «onevenredige belasting» in dit verband is;

  • de vraag van mevrouw Van Ark of het amendement een «streven» dan wel een «verplichting» inhoudt en haar verzoek om in te gaan op de vraag welke juridische consequenties gepaard gaan met een «streven».

  • de vraag van mevrouw Van Ark of de bijdrage van Actal zoals verwoord in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel betrokken kan worden bij de appreciatie van het amendement.

Ik zal u hierover namens het kabinet zo spoedig mogelijk informeren.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn