Kamerstuk 33990-12

Amendement van het lid Otwin van Dijk dat regelt dat het verbod van onderscheid mede inhoudt dat degene, tot wie het verbod zich richt, gehouden is algemene voorzieningen te treffen, tenzij deze een onevenredige belasting vormen

Dossier: Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)


Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID OTWIN VAN DIJK

Ontvangen 7 oktober 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

A0

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het verbod van onderscheid houdt mede in dat degene, tot wie dit verbod zich richt, gehouden is algemene voorzieningen te treffen, tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen.

Toelichting

Met dit amendement beoogt de indiener er voor te zorgen dat er een verandering gaat optreden in het denken over toegankelijkheid voor mensen met een handicap. Toegankelijkheid moet normaal worden, ontoegankelijkheid wordt de uitzondering. Het uitgangspunt van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) verandert door een verplichting tot het treffen van algemene voorzieningen toe te voegen. Aanpassingen om toegankelijkheid aan iedereen te bieden zijn geen extra service maar een vanzelfsprekend gegeven in een inclusieve samenleving.

Het College voor de Rechten van de Mens stelt immers ook: «Het verdrag vraagt van de staat inspanningen op alle terreinen van het maatschappelijk leven. Die inspanningen liggen niet alleen op het gebied van individuele aanpassingen, maar juist ook op het gebied van algemene voorzieningen.» Het amendement komt hieraan tegemoet.

Met de zinsnede «naar gelang de behoefte» in artikel 2 van de Wgbh/cz wordt de verplichting geregeld om aanpassingen te verrichten wanneer daar in individuele concrete gevallen om gevraagd wordt. Met dit amendement wordt een tweede lid toegevoegd aan artikel 2 Wgbh/cz waarin het verbod van onderscheid ook het treffen van algemene voorzieningen betekent. De Wgbh/cz moet zich derhalve ook richten op algemene maatregelen die zijn gericht op toegankelijkheid voor een brede groep. Met het treffen van algemene voorzieningen wordt bedoeld het aanpassen van materiële en immateriële condities, waaronder ook informatie en communicatie, op zo’n manier dat de toegankelijkheid voor een zo divers mogelijke doelgroep gegarandeerd wordt.

Voor aanbieders van goederen en diensten, werkgevers, het onderwijs, woningbouwverenigingen is het vaak zelfs effectiever om hun ondernemingen of organisaties geleidelijk toegankelijk te maken voor een zo divers mogelijke doelgroep, in plaats van bij herhaling aanpassingen te treffen voor de specifieke behoefte van een individueel persoon. Van het treffen van algemene voorzieningen mag alleen worden afgeweken als aangetoond kan worden dat het niet redelijk is te verlangen dat een algemene voorziening getroffen wordt, zoals nu ook in specifieke individuele situaties al het geval is. Het College voor de Rechten van de Mens kan zoals bij individuele gevallen toetsen of bij algemene voorziening voldaan is aan voldoende toegankelijkheid voor mensen met een handicap of chronische ziekte.

Natuurlijk is het niet redelijk te verwachten dat iedere ondernemer van de ene dag op de andere zorgt voor optimale toegankelijkheid. Daarom is de zinsnede «tenzij deze voor hem een onevenredige belasting vormen» toegevoegd. Met deze redelijkheidseis wordt ook de geleidelijke omslag die zal gaan plaatsvinden geborgd. Hierbij kan bijvoorbeeld rekening gehouden worden met een onderscheid tussen bestaande (historische) gebouwen en nieuwbouw, de financiële draagkracht van de exploitant, enz. Ook zullen opvattingen over toegankelijkheid in de loop van de tijd veranderen. Wat nu nog als onredelijk wordt gezien kan over een aantal jaren wel als redelijk worden beschouwd. Met het amendement wordt een norm in de wet opgenomen die een progressieve verwezenlijking van toegankelijkheid en het denken over een inclusieve samenleving beoogt. Zodat over een aantal jaren toegankelijkheid voor iedereen geen service of uitzondering meer is maar vanzelfsprekend.

Otwin van Dijk