Gepubliceerd: 14 maart 2014
Indiener(s):
Onderwerpen: bestuur gemeenten organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33841-44.html
ID: 33841-44

Nr. 44 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 maart 2014

Afgelopen dinsdag heb ik u de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetvoorstel Wmo 2015 (Kamerstuk 33 841, nr. 34) aangeboden. Tot mijn spijt is gebleken dat in de u toegezonden nota, abusievelijk enkele vragen en antwoorden uit het verslag niet zijn opgenomen.

Ik bied u hierbij alsnog de antwoorden op deze vragen aan.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)

NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG

Nazending

De leden van de fractie van de SP, het CDA, GroenLinks en 50PLUS hebben verschillende vragen gesteld die abusievelijk niet in de eerder toegezonden nota naar aanleiding van het verslag zijn opgenomen. De antwoorden op de vragen van deze leden maken onderdeel uit van de nota naar aanleiding van het verslag1.

De leden van de SP-fractie vragen of de regering het met deze leden eens is, dat door de verkiezingen en de vorming van colleges onvoldoende tijd overblijft om deze wetswijzigingen op een zorgvuldige en doordachte wijze in te voeren en dat zorgvuldigheid boven snelheid hoort te gaan. De leden van de fractie van de SP vragen naar de inhoudelijke motivatie – behalve de financiële – om de wet er nu snel doorheen te drukken. De leden van de fractie van GroenLinks vragen waarom niet is afgesproken dat minimaal een jaar tussen behandeling in de Staten-Generaal en de inwerkingtreding van het wetsvoorstel zit. De leden van de fractie van GroenLinks vragen de Staatssecretaris van VWS of hij nog steeds van mening is, dat inwerkingtreding van het voorliggende wetsvoorstel met ingang van 1 januari 2015 verantwoord is. De leden van de fractie van GroenLinks krijgen graag meer uitleg waarom niet gekozen wordt voor een gefaseerde invoering en willen graag weten of de regering bereid is dat alsnog te heroverwegen. De leden van de fractie van GroenLinks vragen zich af, of voor de regering de bezuiniging, of een zorgvuldige transitie naar zorg aan huis, centraal staat. De leden van de fractie van 50PLUS vragen zich af, of zorgvuldigheid in deze niet vele malen belangrijker is dan snelheid, en of we niet een te hoge prijs betalen als maatregelen te snel worden doorgevoerd. De leden van de fractie van 50PLUS vragen of de termijn voor de herziening van de AWBZ-aanspraken, gelet op de herbeoordeling van deze AWBZ-aanspraken in combinatie met het ingaan van de volledige bezuiniging met ingang van 1 januari 2015, wel realistisch is.

De regering heeft in haar brief over de toekomst van de langdurige zorg geschetst, welke hervormingen nodig zijn voor het realiseren van een waardevolle toekomst voor ouderen en mensen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking2. In de eerste plaats wil de regering de langdurige zorg en ondersteuning hervormen, zodat deze aansluit bij de veranderende eisen aan de kwaliteit van het leven bij het ouder worden of een beperking. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en niet eenzaam zijn. Vaak zal ondersteuning van het eigen sociale netwerk of (gemeentelijke) thuiszorgvoorzieningen nodig zijn. En als het thuis echt niet langer gaat, moeten er goede instellingen zijn waar oog is voor het individu en de kwaliteit van leven.

In de tweede plaats zijn hervormingen nodig vanwege de financiële houdbaarheid van de langdurige zorg; de groei van de uitgaven veroorzaakt een te zware last voor de burgers en de overheid. Een houdbare langdurige zorg, die ook beschikbaar is voor toekomstige generaties, betekent dat wij nu keuzes moeten maken.

Ten slotte kan de hervorming van de langdurige zorg niet los worden gezien van de wijze waarop wij in Nederland met elkaar samen leven. De regering beoogt met de hervorming een verandering te realiseren waarin wij meer naar elkaar omzien en zorg hebben voor elkaar.

De regering is zich bewust van de grote opgave voor gemeenten om tijdig de voorbereidingen te treffen en een zorgvuldige transitie van ondersteuning naar gemeenten mogelijk te maken. Voor cliënten, professionals, aanbieders en gemeenten zijn de veranderingen groot en ingrijpend. In de gesprekken die ik voer met betrokkenen en bij de werkbezoeken die ik afleg, zie ik hoe gemeenten en aanbieders de verantwoordelijkheid voor de nieuwe taken oppakken en volop bezig zijn met het treffen van voorbereidingen. Een overgrote meerderheid van de gemeenten heeft in de ledenraadpleging van de VNG aangegeven geen voorstander te zijn van uitstel van de decentralisatie van langdurige zorg naar gemeenten. In gesprekken met wethouders word ik bevestigd in het beeld dat gemeenten volop toewerken naar de implementatie van het voorliggend wetsvoorstel met ingang van 1 januari 2015.

Gemeenten zijn de voorbereidingen op de decentralisatie van de AWBZ-functie begeleiding al gestart onder het vorige kabinet. Het voorliggende wetsvoorstel bouwt voort op de praktijk van De Kanteling, een werkwijze waarmee gemeenten veel ervaring hebben. De monitor waarin de voorbereidingen van de gemeenten worden gevolgd, het transitie-volgsysteem3, bevestigt het beeld dat gemeenten vorderingen maken met de voorbereidingen. Bij 71 procent van de gemeenten was op 17 januari 2014 de kadernota vastgesteld door het college en in ruim een derde van de gemeenten was de kadernota op dat tijdstip doorvertaald naar een, door het college vastgesteld, beleidsplan. Hoewel in de periode van de gemeenteraadsverkiezingen en de collegeonderhandeling sprake is van een tijdelijke onderbreking van het bestuurlijk mandaat van de colleges, gaan de voorbereidingen op de nieuwe taken en verantwoordelijkheden van gemeenten door. De ondersteuning vanuit de VNG en de regering is erop gericht gemeenten bij te staan bij de technische voorbereidingen op de transitie, zoals het kunnen bieden van continuïteit van zorg en het kunnen beperken van fricties op de arbeidsmarkt. De gemeentelijke organisaties worden op deze wijze in staat gesteld de voorbereidingen voort te zetten.

Mede op basis van de voorbereidingen die gemeenten, organisaties voor cliënten, professionals, aanbieders en zorgverzekeraars treffen in het land, vind ik het mijn verantwoordelijkheid om duidelijkheid te bieden en vast te houden aan 1 januari 2015 als datum waarop de nieuwe verantwoordelijkheden en taken van gemeenten hun beslag zullen krijgen. Ook cliënten zijn gebaat met duidelijkheid, zodat de onderzekerheid die deze verandering onvermijdelijk met zich mee brengt, zo kort mogelijk duurt.

De leden van de fractie van het CDA vragen wanneer de wet, de lagere regelgeving en de aanspraken klaar moeten zijn en wanneer de inkoop geregeld moet zijn. De leden van de fractie van het CDA vragen wanneer de werkafspraken over de transitie naar de Tweede Kamer worden gestuurd. De leden van de fractie van CDA vragen een uitwerking van de motie Keijzer4 waarin wordt ingegaan op belangrijke randvoorwaarden die nodig zijn voor een zorgvuldig wetstraject en voldoende voorbereidingstijd voor gemeenten, zodat een besluit genomen kan worden de nieuwe Wmo wel of niet te laten ingaan op 1 januari 2015.

Voor gemeenten is het van belang tijdig helderheid te hebben over het wettelijk kader en de eventuele nadere regels die de regering op basis van het voorliggende wetsvoorstel stelt, bijvoorbeeld voor de eigen bijdragesystematiek. Het streven is daarom gericht op een gelijktijdige publicatie van het Besluit maatschappelijke ondersteuning in het Staatsblad, met het voorliggende wetsvoorstel.

Voor de ondersteuning van gemeenten bij de implementatie van het voorliggende wetsvoorstel, heeft het TransitieBureau Wmo samen met gemeenten en aanbieders een stappenplan opgesteld. Dit stappenplan helpt gemeenten en aanbieders bij het inrichten van de voorbereidingen op de transitie. Het stappenplan gaat onder andere in op de voorbereidingstijd ten aanzien van de inkoop, het beleidsplan en de verordening. Verder schetst het ook de landelijke activiteiten, zo verschijnt in april 2014 de modelverordening van de VNG.

Ten aanzien van de uitwerking van de motie Keijzer5, over randvoorwaarden die nodig zijn voor een zorgvuldig wetstraject en voldoende voorbereidingstijd voor gemeenten, is de stand van zaken als volgt:

  • In januari 2014 hebben gemeenten inzicht gekregen in de voorlopige verdeling van het budget voor 2015, op het niveau van de individuele gemeente. Gemeenten krijgen met de meicirculaire 2014, of zoveel eerder als mogelijk, duidelijkheid over de definitieve budgetten voor 2015. Gemeenten ontvangen in de meicirculaire 2014 tevens een eerste inzicht in de meerjarige budgetten;

  • In het voorjaar van 2013 heeft het TransitieBureau Wmo in samenwerking met gemeenten en aanbieders een «stappenplan voor de transitie naar een nieuwe Wmo» uitgebracht. Dit is een digitaal stappenplan waarin de belangrijkste processtappen in de voorbereiding van de transitie in de tijd zijn uitgeschreven. Volgens het stappenplan moeten gemeenten vanaf maart 2014 de inkoopprocedure voorbereiden, vanaf juni 2014 de inkoopprocedure starten en voor 1 oktober 2014 de inkoopprocedure afronden. Bij het inkopen van kwalitatief goede maatschappelijke ondersteuning is de continuïteit in de hulpverlening tussen degene aan wie de maatwerkvoorziening wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners van groot belang. Bij amvb op basis van artikel 2.6.5 van dit wetsvoorstel zal ik met het oog hierop nadere regels stellen;

  • Het voorliggende wetsvoorstel bepaalt dat gemeenteraden uiterlijk 1 november 2014 het beleidsplan en de verordening dienen te hebben vastgesteld. Op dit moment hebben veel gemeenten al notities over de uitgangspunten voor het beleid vastgesteld. De komende maanden werken gemeenten het beleidsplan nader uit en stellen gemeenteraden de verordening vast. De modelverordening van de VNG komt in april 2014 beschikbaar voor gemeenten;

  • In mijn brief van 4 maart 2014 aan de Tweede Kamer, wordt inzage geboden in de samenhang van zorg en ondersteuning6. Als bijlage bij deze brief heb ik het voorstel voor de wijziging van het Besluit zorgverzekering openbaar gemaakt. Het wetsvoorstel voor de Wet langdurige zorg is aan de Tweede Kamer verstuurd op 10 maart 2014;

  • Een brief over de premiegevolgen voor de AWBZ en de Zvw van de overhevelingen in het kader van de hervorming van de langdurige zorg, conform de motie Keijzer7, is aan de Tweede Kamer verstuurd op 4 maart 20148;

  • Wanneer het voorliggende wetsvoorstel wordt aanvaard en wordt gepubliceerd in het Staatsblad in juli 2014, ontstaat een wettelijke basis voor het overdragen van individuele cliëntgegevens aan gemeenten. Vanaf dit moment kunnen gemeenten ook gesprekken gaan voeren met de cliënten, waarvoor zij per 1 januari 2015 verantwoordelijkheid gaan dragen;

  • Over de voorwaarden voor een zorgvuldige transitie van cliëntondersteuning is met de VNG en MEE Nederland overeenstemming bereikt. Over de inhoud van de bestuurlijke afspraken heeft de regering een brief verstuurd aan de Tweede Kamer op 25 februari 20149. Gemeenten en de MEE-organisaties dienen voor 1 april nadere afspraken te maken over de transitie en continuïteit van cliëntondersteuning;

  • De Minister van BZK geeft vanuit zijn verantwoordelijkheid regie aan de coördinatie van de decentralisaties en houdt met colleges, met zogenaamde regietafels, gesprekken over de samenhang tussen de verschillende decentralisaties;

  • In januari 2014 hebben gemeenten inzicht gekregen in de voorlopige verdeling van het budget voor 2015 per gemeente. In verschillende gemeentefondscirculaires zijn gemeenten op de hoogte gebracht van de budgetten die gemeenten ter beschikking staan om kosten die samenhangen met de voorbereiding van de decentralisatie te dekken (transitiebudget). Het budget voor uitvoeringskosten is op 29 januari 2014 met gemeenten gecommuniceerd als onderdeel van het totale voorlopige budget voor 2015;

  • Zodra het voorliggende wetsvoorstel is aanvaard, start de regering een brede publiekscampagne voor het informeren van mensen over de aanstaande veranderingen in de langdurige zorg en ondersteuning.

Op dit moment vinden de afrondende gesprekken met de veldpartijen plaats over de werkafspraken voor de transitie van de hervorming van de langdurige zorg. Naar verwachting kunnen deze werkafspraken, met onder andere een communicatieplan, in maart 2014 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Hierbij is ook aandacht voor het faciliteren en volgen van de samenwerking op de transitie in de regio, onder andere de samenwerking van gemeenten en zorgverzekeraars.

De leden van de fractie van GroenLinks vragen of de gemeenten genoeg informatie hebben om zich nu al voor te bereiden.

In januari 2014 is het wetsvoorstel Wmo 2015 aan de Tweede Kamer gezonden en daarmee openbaar geworden. In januari 2014 is ook een update van de beleidsinformatie aan gemeenten beschikbaar gesteld op grond waarvan gemeenten per postcodegebied kunnen zien voor hoeveel nieuwe cliënten zij per 1 januari 2015 verantwoordelijkheid gaan dragen. Deze informatie is eerder, medio 2013, ook beschikbaar gesteld. In januari 2014 hebben gemeenten ook inzicht gekregen in het voorlopig budget voor 2015 per gemeente. Gemeenten hebben op basis van deze informatie hun kadernota en beleidsplan opgesteld en zijn in gesprek met aanbieders en, cliëntorganisaties om keuzes voor te bereiden, ondermeer met betrekking tot de inkoop en de toegang.

Om deze voorbereidingen bij gemeenten verder te ondersteunen, heeft het Transitiebureau Wmo informatie beschikbaar gesteld, zoals een stappenplan, cliëntbeschrijvingen, handreikingen over het organiseren van de toegang en opdrachtgeverschap. Ook hebben in februari 2014 vier regionale informatiebijeenkomsten over het wetsvoorstel plaatsgevonden waar circa 1.000 gemeenteambtenaren, bestuurders en raadsleden aan hebben deelgenomen. De komende maanden worden er door het TransitieBureau Wmo praktijkdagen voor gemeenten georganiseerd om hen verder te ondersteunen bij het lokaal en regionaal duiden van de beleidsgegevens en financiële gegevens ten behoeve van het organiseren van de toegang en de inkoop. Op verzoek van gemeenten komt daarmee de focus van de benodigde informatie en ondersteuning in 2014 vooral te liggen bij de concrete en daadwerkelijke implementatie op lokaal en regionaal niveau. Deze informatie sluit zo veel mogelijk aan bij de fase van voorbereiding waar gemeenten zich in bevinden.

De leden van de fractie van GroenLinks vragen of de regering alternatieve scenario’s achter de hand heeft, mocht duidelijk worden dat gemeenten zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden.

Op basis van de voorbereidingen die gemeenten overal in het land treffen, heeft de regering vertrouwen in een zorgvuldige implementatie van het voorliggende wetsvoorstel en transitie van langdurige zorg naar gemeenten.

Ik onderscheid de komende periode een aantal belangrijke mijlpalen die van invloed zijn op de haalbaarheid van decentralisatie per 1 januari 2015, zoals de parlementaire behandeling en de uitvoering van de werkafspraken over de transitie. Ik blijf uiteraard – mede naar aanleiding van deze mijlpalen – met gemeenten en andere partijen in nauw overleg over de haalbaarheid van decentralisatie per 1 januari 2015 en de noodzakelijke voorwaarden en ondersteuning.

De regering stuurt naar verwachting op korte termijn de transitiewerkafspraken voor de hervorming van de langdurige zorg, waaronder het transitieplan voor de Wmo 2015, aan de Tweede Kamer. Op dit moment vinden daarover afrondende gesprekken met de betrokken veldpartijen plaats. De regering neemt de transitie en de voorbereidingen in de regio samen met deze partijen stevig ter hand en biedt waar dat nodig is gerichte ondersteuning om partijen bij mogelijke knelpunten te helpen. Hiervoor worden actief door de veldpartijen, waaronder cliëntorganisaties, gemeenten en aanbieders, signalen over de voortgang in de transitie verzameld.

De regering realiseert zich dat nog veel werk moet worden verzet. Gelet op het bovenstaande acht de regering een zorgvuldige en verantwoorde decentralisatie van ondersteuning met ingang van 1 januari 2015 wenselijk en mogelijk.