Gepubliceerd: 6 juli 2012
Indiener(s): Liesbeth Spies (minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (CDA)
Onderwerpen: burgerlijk recht huisvesting huren en verhuren recht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33330-4.html
ID: 33330-4

Nr. 4 NADER RAPPORT 1

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt / uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 5 juli 2012, aangeboden aan de Koningin door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 juni 2012, nr. 12.001455, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen en een afschrift daarvan te zenden aan mijn ambtgenoot van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën. Dit advies, gedateerd 4 juli 2012, nr. W04.12.0214/I, bied ik U hierbij mede namens mijn ambtgenoot van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën aan.

Het voorstel van wet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

Zij geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De redactionele opmerking van de Afdeling is niet overgenomen. Uitdrukkelijk is gekozen voor de wijze van verwijzing die ook is gehanteerd in het voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (huurverhoging op grond van inkomen) (Kamerstukken 33 129).

Tot slot zijn het wetsvoorstel en de memorie van toelichting op enkele punten technisch en redactioneel aangepast.

Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën, verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies