Kamerstuk 33161-143

Subamendement van de leden Karabulut en Voortman ter vervanging van nr. 131 waarmee de beperkingen aan de vrijlating van inkomen uit arbeid zoals die in het amendement Schouten/Van Weyenberg (stuk 120) zijn opgenomen, komen te vervallen.

Dossier: Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet)


15,3 %
84,7 %

SP

PvdD

PVV

BONTES

SGP

50PLUS

GL

VVD

CDA

CU

D66

PvdA


Nr. 143 SUBAMENDEMENT VAN DE LEDEN KARABULUT EN VOORTMAN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NUMMER 1311

Ontvangen 19 februari 2014

De ondergetekende stelt het volgende subamendement voor:

Het amendement van de leden Schouten en Van Weyenberg (stuk nr. 120) wordt als volgt gewijzigd:

I

In onderdeel II, onder 2, vervalt in het voorgestelde onderdeel z, de zinsnede: tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 124,00 per maand.

II

In onderdeel IV, vervalt in het voorgestelde zevende lid de zinsnede: tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 124,00 per maand.

III

In onderdeel V, vervalt in het voorgestelde onderdeel Ac in het elfde lid de zinsnede: tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 124,00 per maand.

Toelichting

Mensen die medisch urenbeperkt zijn en die naar vermogen werken, dienen in elk geval het wettelijk minimumloon of het CAO-functieloon te kunnen verdienen. De beperkingen aan de vrijlating van inkomen uit arbeid van 15 procent van dit inkomen met een maximum van € 124 per maand, die het amendement van de leden Schouten en Van Weyenberg hiervoor opwerpt, wordt met dit subamendement geschrapt.

Karabulut Voortman