Kamerstuk 32600-21

Amendement van de leden Van Raak en Ortega-Martijn ter vervanging van nr. 5 over het uitgaan bij het bezoldigingsmaximum van 100% van het brutosalaris van een minister

Dossier: Regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector)


20,0 %
80,0 %

GL

SGP

PvdA

SP

CDA

PvdD

D66

PVV

CU

VVD


Nr. 21 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN RAAK EN ORTEGA-MARTIJN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 51

Ontvangen 11 oktober 2011

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «€ 187 340» vervangen door: € 144 108.

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «€ 28 767» vervangen door: € 22 457.

Toelichting

In het wetsvoorstel wordt een bezoldigingsmaximum gesteld waarbij wordt uitgegaan van een beloning die 30 procent hoger ligt dan het bruto salaris van een minister. Dit amendement regelt dat voor het maximum wordt uitgegaan van 100 % van het bruto salaris van een minister. Daarmee doet dit amendement recht aan het uitgangspunt dat topfunctionarissen die door de wet onder het bezoldigingsmaximum worden gesteld niet meer mogen verdienen dan een minister.

Het bedrag van € 144 108 is twaalf maal het bedrag genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen, vermeerderd met 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering (het huidige bruto slaris van een minister). Het bedrag van € 22 457 is berekend, uitgaande van € 144 108, op basis van de voor de sector Rijk geldende ABP-premies per 1 januari 2011, te vinden op de website www.abp.nl.2

Van Raak

Ortega-Martijn